aaaaLOGOMETBANNERGranCanariaActueel-283.jpg

aaaaaamapa-canarias2-3-70.jpg

lienzo-tela-mapa-indias-occidentales-y-caribe-1732-poster-D_NQ_NP_23335-MLM20247798045_022015-F.jpg


Canarische emigratie naar ‘Las Indias’
Deel 4:
De emigratie naar Santo Domingo
in het koloniale tijdperk

In deze artikelenreeks wordt  een overzicht gegeven van de Canarische Emigratie naar, en de invloed daarvan op, Las Indias (Zuid-Amerika) en de Verenigde Staten - Deel 4:

De emigratie naar Santo Domingo in het koloniale tijdperk
Naast het Zuidoosten was  de stichting van de buitenwijk Santo Domingo de San Carlos de Tenerife belangrijk . Hoewel er aanvankelijk moeilijkheden waren - ze werden getroffen door epidemieën en men moest de locatie veranderen - floreerde het als toeleveringscentrum van landbouwproducten aan de hoofdstad.

IMG_1546-2-600x400.jpg
                                              Het koloniale hart van Santo Domingo.
Untitled-design-15.png
Sinds 1690 werden 25 gezinnen toegevoegd aan de bevolking van de tweede stad van het land.
Vanuit Santiago in de vruchtbare noordelijke vallei van Cibao, begaven de Canario’s zich naar de noordelijke grensstreek van het land, onder toezicht van het gouvernementele beleid dat diende als een rem op de Franse bezetting. en stimuleerde vanwege de voordelen de verkopen van veetelers en de tabaksindustrie in het Franse Santo Domingo.

Kardinaal voor de uitbreiding van de grensstreek was in 1704 de vestiging van Canarische gezinnen uit  La villa de Hincha. Jarenlang had dat plaatsgevonden in de plaats Banica.
Vertebró was op zich de  dynamiek van een  regio waarvan de groeibasis uitgerekend deze uitwisseling was. De vraag naar vee veranderde tot de grootte indicatie van de groei ervan.
Daar kwamen in 1733 die van San Juan de la Maguana en ommelanden bij, bewoners van Azua en verspreide eilandbewoners. In de jaren ‘30 was dat van een dergelijk kaliber dat haar voornaamste stad, Santiago, kon gaan rekenen op een compagnie eilandmilities.

Deze binnenlandse kolonisering bevorderde de vorming  van een  wit en mulatten- platteland, duidelijk in gebieden mer intense overheersing van eilandbewoners zoals La Vega en Moca,  de zogenoemde bergbewoners, plattelandssymbolen met de Dominicaanse nationaliteit.

Vanaf 1730 ziet haar economische begin zich  eindelijk gestimuleerd, omdat de Kroon beslist om grote bedragen te investeren voor kolonisatie met Canario’s in  lege gebieden, en een deel van de overtochten van de gezinnen financiert, omdat het andere ander deel wordt gedragen door de reders, die sinds 1678 gratis 50 gezinnen moesten vervoeren voor elk  belastingvrij transport van  5.000 ton handel, plus de totale kosten van de vestiging van deze gezinnen.
Niet langer emigreerde men naar de onbekende bestemming waar de migranten geen banden  hadden met de ‘Indias, in gebieden en op eilanden zonder dergelijke tradities.
Men verleende grote mogelijke toekomstkansen. Jonge gezinnen, ontwortelde vrouwen met kinderen beginnen aan dit avontuur. Hun hoek was  Puerto Plata y Montecristi in het Noorden en op het schiereiland Samana in het Noordoosten.
De grens bleef groeien met de versterking van Azua, met  de stichting van Neiba Las Caobas, Dajabon, en San Rafael de la Angostura.

In 1768 heeft de locatie ten zuiden van Baní een ware etnische gelijkenis in een door mulatten overheerst Zuiden. De buitengewone uitwerking kon men waarnemen met de snelle groei tussen 1740 en 1760 waarin  haar bevolking verdubbelde, die van 25.000 tot 30.000 inwoners, naar  52.000 tot 55.000 ging, met de grootste nadruk op het gebied van de Canarische kolonisatie.
Het gemiddelde gezin telde zes leden. Hun hoge geboortecijfer verklaart, dat men begin jaren’90 het aantal van 100.000 bewoners bereikte.
images-143.jpg

Naast het Zuudoosten van het land, was de eerste mijlpaal van het Dominicaanse bevolkingsbeleid in 1648  de stichting van de buitenwijk Santo Domingo de San Carlos de Tenerife. Hoewel er aanvankelijk moeilijkheden waren - ze werden getroffen door epidemieën en men moest de locatie veranderen - floreerde het als toeleveringscentrum van landbouwproducten aan de hoofdstad.
Sinds 1690 werden 25 gezinnen toegevoegd aan de bevolking van de tweede stad van het land.
Vanuit Santiago in de vruchtbare noordelijke vallei van Cibao, begaven de Canario’s zich naar de noordelijke grensstrek van het land, onder toezicht van het gouvernementele beleid dat diende als een rem op de Franse bezetting. en stimuleerde vanwege de voordelen de verkopen van veetelers en de tabaksindustrie in het Franse Santo Domingo.
middenamerika-8.jpg
Map_of_Geographic_Regions_of_the_Dominican_Republic.png
Mapa_regiones-2.jpg

De Tweede Republiek (República Dominicana), ontstaan met het herstel in 1865 van het land, wat uitliep op de Amerikaanse interventie in 1965; zie: https://es.wikipedia.org/wiki/Segunda_Rep%C3%BAblica_(Rep%C3%BAblica_Dominicana
Flag_of_the_Dominican_Republicsvg1.png Coat_of_arms_of_the_Dominican_Republicsvg.png

                                                                        Vlag en Wapen
Kardinaal voor de uitbreiding van de grensstreek was in 1704 de vestiging van Canarische gezinnen uit  La villa de Hincha. Jarenlang had dat plaatsgevonden in de plaats Banica.
Vertebró was op zich de  dynamiek van een  regio waarvan de groeibasis uitgerekend deze uitwisseling was. De vraag naar vee veranderde tot de grootte indicatie van de groei ervan.
Daar kwamen in 1733 die van San Juan de la Maguana en ommelanden bij, bewoners van Azua en verspreide eilandbewoners. In de jaren ‘30 was dat van een dergelijk kaliber dat haar voornaamste stad, Santiago, kon gaan rekenen op een compagnie eilandmilities.

Deze binnenlandse kolonisering bevorderde de vorming  van een  wit en mulatten- platteland, duidelijk in gebieden mer intense overheersing van eilandbewoners zoals La Vega en Moca,  de zogenoemde bergbewoners, plattelandssymbolen met de Dominicaanse nationaliteit.

Vanaf 1730 ziet haar economische begin zich  eindelijk gestimuleerd, omdat de Kroon beslist om grote bedragen te investeren voor kolonisatie met Canario’s in  lege gebieden, en een deel van de overtochten van de gezinnen financiert, omdat het andere ander deel wordt gedragen door de reders, die sinds 1678 gratis 50 gezinnen moesten vervoeren voor elk  belastingvrij transport van  5.000 ton handel, plus de totale kosten van de vestiging van deze gezinnen.
Niet langer emigreerde men naar de onbekende bestemming waar de migranten geen banden  hadden met de ‘Indias, in gebieden en op eilanden zonder dergelijke tradities.
Men verleende grote mogelijke toekomstkansen. Jonge gezinnen, ontwortelde vrouwen met kinderen beginnen aan dit avontuur. Hun hoek was  Puerto Plata y Montecristi in het Noorden en op het schiereiland Samana in het Noordoosten.
De grens bleef groeien met de versterking van Azua, met  de stichting van Neiba Las Caobas, Dajabon, en San Rafael de la Angostura.

In 1768 heeft de locatie ten zuiden van Baní een ware etnische gelijkenis in een door mulatten overheerst Zuiden. De buitengewone uitwerking kon men waarnemen met de snelle groei tussen 1740 en 1760 waarin  haar bevolking verdubbelde, die van 25.000 tot 30.000 inwoners, naar  52.000 tot 55.000 ging, met de grootste nadruk op het gebied van de Canarische kolonisatie.
Het gemiddelde gezin telde zes leden. Hun hoge geboortecijfer verklaart, dat men begin jaren’90 het aantal van 100.000 bewoners bereikte.
zzzslas-canariaslogo-kopie-59.jpg


 

aaaaakaart_canaria-38-82.jpg

aaaaLOGOMETBANNERGranCanariaActueel-2--537.jpg

zon-171.jpg