De balletdanser Lorenzo Godoy overleed in de leeftijd van 39 jaar, dit artikel verschijnt ter herinnering aan zijn 26ste sterfdag. Zijn opgehangen lichaam werd op 25 augustus 1984 in de Ballet Academie van Las Palmas de Gran Canaria ontdekt door zijn zuster.

Juan Antonio Godoy heeft een aantal dagen gegraven in het erfgoed van de balletdanser Lorenzo Godoy, met het doel zijn leven en werk te herdenken en zijn figuur tot leven te wekken op de 26ste verjaardag van zijn overlijden. Dit op het moment, dat de Italiaanse Staat en de Stad Florence niet zozeer strijden het eigendom van de ‘David’ van Michael Angelo, maar wel om de inkomsten die het tentoongestelde beeldhouwwerk oplevert.
lorenzo_godoy.jpg
                   Lorenzo Godoy, op het Las Canteras-strand op een foto uit 1975.

lorenzogodoybailarinfachicorojas.jpg

732i9jmxt8i.jpg 20070923021050-esculturasgrancanaria-009.jpg

Toevallig las Juan Antonio Godoy voor deze gelegenheid de overeenkomst met het werk van de montage van zijn nieuwste choreografie ‘De ultieme David’, het laatste wat de vrijgevige schilder en goede vriend Fernando Álamo heeft doen toekomen aan de familie van Lorenzo, die kort met hem samenwerkte in dit en ander werk van de danser.

“Het is niet mijn bedoeling, om een vergelijking te maken tussen de strijd van een Staat en een Stad die de economische voordelen van de wereldberoemde werken van Michael Angelo Buonarroti betwisten en, de sentimentele aanspraak van het erfgoed van de danser uit Agaete, maar wel met de aanhaling van het gezegde, dat geld geld aantrekt, die kan dienen om met de Italiaanse staatshuishoudelijke discussie beter na te denken over de winstgevendheid, inclusief de financiële, van goed beheerd erfgoed.

Kijkend naar de aantekeningen voor de choreografie van ‘David el último’ ervaart men uiteindelijk de inhoudelijke spanning en tegelijkertijd de verwachting, van twee creatief onbegrensde artiesten, Godoy en Álamo, die net zo verwachtingsvol en inhoudelijk is als de spanning welke Michael Angelo in zijn David legde, als een mannelijke atleet in de volle glorie van zijn leven; dezelfde volheid die ons de genialiteit van de grote danser laat ontdekken die Lorenzo Godoy was en waarbij het, in de woorden van Martha Graham, de passie is en niet de techniek die hem tot een geniale danser maakte.
Het evenwicht, de kracht en de potentie die uit de beitel van Michael Angelo kwamen zijn de eigenschappen die ons dichter bij het concept van vrijheid brengen wat uitgaat van ‘David,’ terwijl in Lorenzo’s ‘David ‘klaarblijkelijk zijn lichaam en ziel opgaan in een eenduidige, moeilijke, zo niet onmogelijke taal die het eigene van de dans zonder uitzondering verandert in iets bijzonders.

Zesentwintig jaar na de première, geven schetsen van landschapskenmerken en kostuums ons een idee van die stroom aan verbeelding en fantasie, en die, net als een tornado, alle sporen zouden kunnen uitwissen welke de kwalitatieve sprong voorwaarts de dans op Gran Canaria doormaakte. De tekeningen en de schilderingen van Fernando Álamo over de ultieme David op de muren van het huis van de schilder in Agaete getuigen daarvan, op dezelfde manier als het psychologische en conceptuele parallellisme is opgenomen in de toelichting, een narcistische wereld als spiegelbeeld van waaruit het bewustzijn, eenzaamheid, liefde, hoop en melancholie omgezet worden in nimfen, faunen en muzen, doe dansen voor het voetlicht van de gevleugelde dood tussen de coulissen.

Het is altijd prettig om terug te kijken zonder de vertroebelende nostalgie en de belemmering waartoe de geest uitnodigt en de kranten na te pluizen op de tegenstrijdige gevoelens van die 11de en 12de april in 1983, toen een staande ovatie in het Pérez Galdós theater het Ballet Contemporáneo de Las Palmas ten deel viel, dat radicaal uitgaat van een schoonheid en de ideeën van onze tijd, zoals de criticus Martín Codax opmerkte, en die categorisch bevestigde, dat met ‘David el úlimo’, de choreografische schepping van Las Palmas een eigentijds terrein betrad, dat tot dan toe nog niet ontdekt was, met een consequent plot van overdracht en niet in de enggeestige denkpatronen van deze bepaalde tijd.
En we waren volgelingen van de enfants terribles, verrukt van de gebeurtenissen op het toneel, soms waren we zwarte engelen met een vervloekte perversie die we opliepen door de apocalyptische chaos van het voetlicht en andere, onschuld uitstralende cherubijnen, die nu medeplichtig zijn aan de sublimatie van erotiek en seks als een uiting van radicale communicatiemogelijkheid, zoals de criticus voortdurend bevestigt.

En de dood kwam in volle professionele rijpheid en nam de man, maar niet de mythe mee, die alleen geprobeerd heeft zichzelf te overtreffen, die geloofde in de dans en danste op de muziek die hij graag samen wilde laten gaan als een unieke ervaring die de moeite waard is, aldus Alicia Alonso.
En hij blijft bij je als je de foto’s, gordijnen, schilderijen, kleding of aantekeningen een beetje beweegt welke angstvallig door zijn familie worden bewaard. Dat huis bezit duende (weemoed) en als je goed oplet, merk je, dat daarin de dans zit evenals in de starten en ook in het leven wat Mauruice Béjart heeft beschreven.”


                   TER HERINNERING AAN LORENZO GODOY
Door José Antonio Godoy Rodríguez (Artikel in dagblad ‘La Provincia Diario de Las Palmas’ gepubliceerd op 25 augustus 2003.)

“Destijds was Chapín – gelegen aan de weg die slingert door de Vallei van Agaete- een boerenbedrijf voor de teelt van tropische vruchten, met een huis naast de koffieplantage en een palmboom als wachter. Daar werd op 2 januari 1945 Lorenzo Godoy geboren en in die patio van bloemen, onder het prieel, zette hij zijn eerste stapjes voordat zijn familie naar de bebouwde kom van het vissersdorp verhuisde.

a8.jpg
Standbeeld van Lorenzo Godoy, bij de entree van Puerto de Las Nieves in Agaete – Gran Canaria. Een sculptuur welke in 1985 is vervaardigd door José De Armas Medina.
20070923021050-esculturasgrancanaria-009-1.jpg
In het Agaete van die tijd, speelde zijn jeugd en pubertijd zich af in een sterk culturele sfeer, waar theatrale activiteit, beeldhouwen en muziek het leven van alledag vulden. Zij droegen bij in de ontwikkeling van een buitengewone persoonlijkheid. Dit, met waarden die hem verhinderden vooruitstrevend te zijn en te groeien. En die, zonder het te beseffen, hem hadden ingewijd in de grote jeté (bepaalde danspas) die zijn leven was. Een leven, waar tot aan zijn dood, zijn grenzenloze geest ver voor zijn lichaam uitzweefde.

Zo komen we hem in zijn puberteit tegen in Las Palmas de Gran Canaria waar hij dansles volgde bij maestro Gerardo Atienza. Hij nam deel als figurant bij de uitvoering van ‘The Medium’ van Menotti in het Pérez Galdós-theater. Hierin speelde Lucy Cabrera, een andere markante Agaetense, de hoofdrol. Het was de eerste keer, dat hij een professioneel podium betrad wat, waarschijnlijk, tevens het moment was waarop de betovering van de omgeving hem voor altijd overmeesterde.

Maar in het Canarias van de jaren vijftig was het ondenkbaar een danscarrière op te vatten en Lorenzo ging werken bij een Amerikaanse oliemaatschappij die gevestigd was in El Aaiún, totdat de oorlog in Algerije hem terugvoerde naar de Archipel. Nu koos hij voor Europa en, hoewel zijn bestemming Düsseldorf was, kwam hij terecht  in Parijs; de stad waarin het sluimerende dansverlangen ontwaakte, dat hem opnieuw aan de bar bracht. Na zes jaren in de Seine-stad verbleven te hebben, keerde hij terug naar Gran Canaria. Toen vonden de gelukkigste en vruchtbare ontmoetingen plaats, zowel voor de dans als voor Gran Canaria:

Enerzijds, de jarenlange ervaring en de techniek die geheel afkomstig waren van de legendarische Vaganova-school uit Sint Petersburg die geleid werd door Gelu Barbu en
anderzijds, de danstechnische vaardigheid van de Franse school en het jeugdige elan van Lorenzo Godoy met zin om te investeren in nieuwe vormen.

Maar zoals de ontmoeting op technisch niveau belangrijk was, was dit op sociaal niveau niet minder belangrijk toen de dans de academie verliet, om zich te vestigen in de Grancanarische gemeenschap van dat moment. Las Palmas de Gran Canaria ademde dans en schepping waar de artiest, ver van het functionele, worstelde voor de creatieve onafhankelijkheid; van de kunst zijn levensdoel makend.

Wij, die het geluk hadden hem in zijn geheel te aanschouwen, bewaren nog steeds de emotionele ervaring die hij overdroeg door enkel en alleen de bühne te betreden. Zijn voetspieren waren de uitdrukking van een carrière die net zo intensief was als zijn leven. Een dimensie waarin hij zich terugvond, ondanks de vluchtigheid die de kunst van de dans toch is. Dat wat in Lorenzo zo moeilijk was, was de grens te onderscheiden tussen het persoonlijke en het professionele.

De eenzame weg
Zodoende waren er vele avonden waarop zijn kunst en zijn voorstellingen een trouw en veeleisend publiek verwonderden. Zowel in de periode van de samenwerking met Gelu Barbu, als toen hij zich sinds 1978 alleen geplaatst zag voor de ervaring met het Ballet Contemporáneo de Las Palmas (Eigentijdse Ballet van Las Palmas). Voorheen hadden we hem gezien in de Bolero van Ravel, in de Liefde van de Drie Sinasappels van Prokofiev, of in het eerbetoon aan García Lorca. Recenter is het in een Unicefgala samen met Eva Borg, de ballerina die buiten de opera´s van Berlijn, Dresden en Rome, door het Middellandse-Zeegebied en Lissabon toerde om wereldwijd de eerste Calixto te zijn van het ballet La Celestina. Daarna kwamen Caracas, New York en Mexico.

En hoe belangrijk was de ontmoeting met Gelu Barbu, niet minder dan de ontmoeting met de schilder Fernando Álamo. Het moment waarop penseel en beweging zich verenigden in een creatieve arabesk die niet alleen samenvloeiden in het toneel maar ook het schijnsel van het voetlicht verhuisden. De renaissancistische, Michelangeliaanse schoonheid daagde de enfants terribles van de kunst in de jaren 70 uit met de laatste David-mise-en-scène. De creatieve overdaad van het Davidiaanse tweetal zorgde ervoor, dat de vakrecensenten en het publiek eenstemmig het eindproduct als het beste zouden beschouwden.

Nog steeds herinneren wij ons de pas de deux van Ana Nery en Manolo Jiménez als contrapunt in overweldigende aanwezigheid van Ángeles Burgo en Lorenzo, die voor velen is bijgebleven als het ballettestament van de danser. Lorenzo bevond zich op de lijn om de dans van het klassieke korset – wat hij tegenover de critici die hem steunden uitdrukte met de kwalificatie van “vergif en zonde voor de dans” – te bevrijden. De dans te doordrenken met nieuwe bijdragen als product van onderzoek en ontdekkingen die, op dat moment, een breuk en moderniteit veronderstelden. Naar zijn mening was dans theater en, als zodanig, moest dans de spanningen van de samenleving uitdrukken.

Hij wist dat pedagogie de juiste weg was voor hen die aanvingen en voor hen die van de dans hun leven en hun beroep gemaakt hadden. Daarom verwaarloosde hij nooit de voortdurende behandeling van de dansvormen en de choreografie die zijn artistieke stemming verrijkten en zijn schoonheidsgevoel vormden. Vandaar zijn betrekkingen met – en de bezoeken aan Gran Canaria van figuren zoals – Serge Lifar, die leerling was van Nijinski. Nijinski een van de grote dansers van Diaghilev, of Monique Lancelot, die scenografisch directrice geweest was van het Ballet van de Opera van Parijs en die alle decors ontworpen had voor het Unicef-gala.

Herinner die dialogen over de dans waarin opvielen het meesterschap van Nina Vyroubova, eerste ballerina van het Ballet van de Opera van Parijs en van het Marqués de Cuevas, of onze Trini Borrull specialiste in Spaanse dans. Vanuit Mexico kwam Pilar Urrueta en vanuit Peru kwam Victoria Santa Cruz, om de afstamming van de volksfolklore te onderzoeken en de bijdrage daarvan aan de moderne dans. Lorenzo was ervan overtuigd, dat de dans niet alleen beweging was maar gevoel in relatie tot de mens bij zichzelf en deze invalshoek gezocht moest worden in de primitieve dans ontdaan van schoolsheid.
   
Hij wist bovendien, dat de waarneming van de muziekvibratie fundamenteel was in de danser en stelde steeds een hoofdrol voor de muziek binnen de taal van de dans. Vandaar zijn relatie met en, zijn keuze voor composities van Cruz de Castro, Julio Barry, of Falcón Sanabria die zijn begripsonderzoeken voltooiden. Dit mondde uit in een gedenkwaardige nacht, op het Las Canteras-strand met zijn choreografie “Sillas y Cuerpos” in “Dúos y Diálogos”.

Ballet op video
Dat Lorenzo niet alleen stond, bevestigen destijds alle erkentelijke toeschouwers.

Na het werk op de academie, het onderzoek, het heen en weer reizen naar Parijs en de première van nieuwe choreografieën, begon hij met de reeks “Ballet en Video” in de Club Prensa Canarias. Hij beoogde hiermee, om zowel het grote publiek bekend te maken met de dans, evenals alle leerlingen de grondbeginselen in zich te laten opnemen die elke danser of danseres zou moeten kennen.
Zijn tv-opname in het Museo Canario in 1982 was het logische gevolg van de complete volwassenheid waarin men de meester als ook de onderzoeker tegenkomt.
Ongetwijfeld waren de administratieve procedures nooit goed aangegeven door de danser van Agaete die zag hoe projecten verouderden, of verloren gingen in de tijd, terwijl hij vocht voor studies naar de dans en de oprichting van een vast ballet op Gran Canaria. Zodoende verdween op 25 augustus 1984 die grote jeté (danspas/hier bedoeld: drijfveer, danspassie) die zijn leven doordrenkte.

Terwijl ik over Agaete spreek, wil ik u herinneren aan zijn favoriete onderwerp waarop men weinig acht slaat. De belevenissen in zijn jeugd en puberteit kwamen regelmatig voor in zijn gesprekken. Hij beschouwde het als een gift geboren te zijn in dit dorp, omdat als dat niet zo geweest zou zijn, hij waarschijnlijk geen danser geworden was. Zijn Eros en zijn Tánatos waren altijd passend bij het dorp dat hem geboren zag worden. Waar zijn kindertijd Agaete was, waren onzekerheden een groot dal tussen Agaete en Parijs. Lorenzo dacht, dat de geschiedkundige samenhang en de sociaal-economische factoren, samen met de culturele traditie, de ontwikkeling en de invloed van de artiest bepalen. Zowel ten aanzien van het leren, hoewel hijzelf autodidact was, evenals in de verwezenlijking en in de sociale aanvaarding daarna. Nu men in 2003  zijn 19e sterfdag herdenkt, zou het wenselijk zijn voor het gemeenschappelijke welzijn van de diverse plaatsen, en in het bijzonder voor Agaete, om het werk van zijn artiesten, zelfs nadat ze gestorven zijn, te ontdekken. Zich daarin opnieuw te herkennen en dit zich eigen te maken. Een dorp heeft er niets aan om op te scheppen over zoveel artiesten als hun werk niet voortleeft in het collectieve geheugen van deze plaatsen. Strijden om de identiteitskenmerken te behouden is een doel waarvan een dorp zich niet zou moeten onthouden, maar het zou juist moeten behoren tot zijn prioriteiten.

Het erfgoed
Als er al een datum bestaat op de kalender die zou moeten dienen ter overdenking van de danswereld voor het dorp Agaete en haar bewoners, is dat de datum waarop Lorenzo het toneel van deze wereld voor altijd verliet. Veel kunnen we afleiden uit het eerbetoon, dat men hem bracht in 1984 aan de voet van zijn standbeeld in de haven van Las Nieves en de dansavond daarna: een gelukkig begin voor een jaarlijkse ontmoeting over zijn figuur. Maar, dat is het niet geworden. Dit wil niet zeggen, dat we hem in het geheel niet herdenken. Ik ben van mening, dat 2004, de 20ste verjaardag van zijn dood, het aangewezen moment zou kunnen zijn, om zijn figuur en zijn werk in ere te herstellen, steeds met instemming van zijn familie. Als men alleen dat lief heeft wat men kent, is de enige mogelijkheid die de komende generaties (en nu komt er een die hem niet kent) hebben, de wortels en de persoonlijkheid te onderhouden als collectief. Deze kenmerken zal de huidige generatie aan de toekomstige generatie moeten overdragen, ze zijn steeds belangrijker wordend erfgoed. Het is onweerlegbaar dat Godoy deel uitmaakte van de dansgeschiedenis op Gran Canaria en wie beter, dan het dorp dat hem geboren zag worden, kan zijn figuur opeisen. Daarom beschouw ik het als een goed moment, vanuit het perspectief wat alléén de tijd kan bieden, om nu een Asociación Amigos de la Danza Lorenzo Godoy (Lorenzo Godoy-Vereniging Vrienden van de Dans) op te richten. De artiest, zijn werk en de dans verdienen het, plus de komende generaties en Agaete ook.”
José Antonio Godoy Rodríguez.
1-AAAAislas-canarias-kopie-255.jpg