site teller
site teller
site teller
gran-canaria-actueel.jouwweb.nl

aaaaLOGOMETBANNERGranCanariaActueel-233.jpg

mapa-canarias2-72.jpg


De bijen gaan dood,
sterven uit, 
en eindelijk weet men
wat (en wie) daaraan de schuldig is

CANARISCHE EILANDEN - woensdag 30 augustis 2017 - Dit artikel, dat geschreven is door de wetenschappelijke schrijver Santiago Campillo voor Sience Canaria, maakt deel uit van een zomerprogramma over onthullende wetenschappelijke kwesties welke het Ministerie van Economie, Industrie, Handel en Kennis van de Canarische Regering - via het Canarische Agentschap voor Onderzoek, Innovatie en de Informatiemaatschappij -  publiceert op haar internetpagina Science Canaria.

Wetenschappers zijn al jarenlang op zoek naar antwoorden op een verschrikkelijk feit: we verliezen onze bijen. Gedurende een paar decennia is het aantal en de gezondheid van deze insecten steeds verder gedaald. Dit is geen alledaagse zaak, daar bijen een centraal en wezenlijk onderdeel zijn in onze wereld: We hebben ze nodig voor het  produceren en onderhouden van de ecosystemen om ons heen. We weten niet hoe de wereld zou  veranderen zonder bijen, maar het is duidelijk dat de uitwerking verwoestend zou zijn.

3ce700d.jpg abeja-obrera.jpg
       Santiago Campillo Brocal    (zie: https://es.linkedin.com/in/scruzcampillo)
Wat gebeurt er met de bijen?
Er zijn veel stellingen die deze verschrikkelijke vraag proberen te beantwoorden: wat gebeurt er met de bijen? Men heeft de spijsverteringskanalen  geanalyseerd, de samenstelling van hun haemolymph (circulerende vloeistof in de lichamen van sommige ongewervelde dieren die gelijk staat aan bloed), de anatomische eigenschappen... zonder enige duidelijke resultaten.
Maar de bijen sterven. In de laatste vijftien jaar heeft het massale verlies van bijen-kolonies verschillende landen getroffen, waaronder Spanje. Het verschijnsel is dermate  belangrijk dat dit het alarm heeft opgewerkt van entomologen, biologen, ecologen, en andere beroepskrachten,  die zich bezighouden met biodiversiteit.  Het heeft ook de bezorgdheid van imkers en zelfs van landbouwers opgewekt. Er gebeurt iets met de bijen. Zelfs wanneer een korf op een gepaste plek op een nieuwe locatie  wordt opgezet, verliest deze soms al zijn leden wanneer het winter wordt.

Waaraan kan men de dood van deze dieren wijten? Onder de geopperde ideeën is de aanwezigheid van een dodelijke schimmel, een virus, en ander ziekten; ook komt men de aanwezigheid van genetische problemen tegen, en als laatste, zijn er de plagen, een van de  meest waarschijnlijke kwesties. Deze zijn relatief gemakkelijk te ontdekken in het kadaver van een bij. Maar tot nu toe was het onmogelijk de voornaamste reden vast te stellen voor het overweldigende verlies van deze insecten. Uiteindelijk  heeft men een stelling die verband lijkt te houden met wat er gebeurt.

Neonicotinoïden, zijn de schuldigen
Volgens een recente studie, die de onderzoekslijn volgt welke  al lang geleden is ingezet, is een van de hoofdrolspelers van dit verschijnsel een onkruidbestrijdingsmiddel zoals Neonicotinoïden.
Neonicotinoïden is de aanduiding van een groep werkzame stoffen; stoffen, die verwant zijn aan nicotine. Wanneer deze stoffen in gewasbeschermingsmiddelen en biociden worden gebruikt, zullen deze stoffen via sapstromen door de gehele plant worden verspreid. Dankzij deze systematische werking kunnen neonicotinoïden effectief worden ingezet ter bestrijding van insecten. De neonicotinoïden komen echter ook in pollen en nectar terecht waardoor bijen kunnen worden blootgesteld aan deze stoffen, indien een plant in bloei staat. Daarnaast kunnen neonicotinoïden de bij bereiken, via door bladluizen geproduceerde honingdauw en guttatievocht (vochtdruppels die via de waterporiën in de rand van het blad naar buiten worden geperst).

Neonicotinoïden zijn chemische substanties die inwerken op het centrale zenuwstelsel van de insecten; met minder giftigheid, op gewervelde dieren. Om deze reden worden ze beschouwd als selectieve insectenbestrijdingsmiddelen, van gecontroleerde actie die de planten tegen plagen beschermt. Deze stoffen werken op een soortgelijke manier als nicotine in insecten doet, waardoor de verlamming en de dood in enkele uren worden veroorzaakt. Hiervoor blokkeren de neonicotinoïden een specifieke neurale weg die aanwezig is in insecten en niet bij andere dieren. Daarom beschouwt men insectenbestrijdingsmiddelen als selectief.

Uiteraard past niemand deze chemische bestrijdingsmiddelen toe om de bijen te doden. Echter door de toepassing ervan, zien deze kleine dieren zich verontreinigd door de bloemen.
Neonicotinoïden zijn systematische stoffen die zich verspreiden over de plant en er lang in blijven. Vervolgens bereikt de opzettelijke bescherming de stengels, bladeren, en de bloemen, waar deze na een langere periode, uiteindelijk de bijen beïnvloedt. Daarnaast zijn sommige neonicotinoïden uiterst oplosbaar in water, zodat deze stof uiteindelijk naar andere planten komt dan gewassen, die steeds meer en meer bijen beïnvloeden.

f6298346d58d3b96669bcde01051fe0d--spelling-bee-kindergarten-class.jpg hqdefault-70.jpgEn hoe zit het daarmee?
Volgens de studie veroorzaakt het insectenbestrijdingsmiddel niet alleen de directe dood van deze vliegende insecten In feite is de uitwerking veel langzamer en vernietigender omdat deze ervoor zorgt dat de kolonie verzwakt, waardoor die meer vatbaar is voor ziekten: schimmels, parasieten, of zelfs andere chemicaliën die de korf gemakkelijker beïnvloeden. Naarmate de werkbijen verloren gaan, wordt de korf zwakker en zwakker. Tenslotte kan deze niet de zwaarste tijden van het jaar overleven. Hoewel in sommige landen het gebruik ervan sterk is beperkt, is het feit dat de uitwerking  van neonicotinoïden veel slechter kan zijn dan verwacht. Het kan jaren in het milieu blijven, ondanks dat men ze het al lang niet meer gebruikt heeft.
Fincas-Valle-Agaete-VIAJAR-AHORA_EDIIMA20150523_0009_17.jpg
                          Fruitboomgaarden in de Vallei van Agaete (Gran Canaria)
Hornillocolmenasdebarroyarcillaconocetucomarca-com.jpg
                     El Hornillo, nidos de abejas (bijennesten) van leem en klei.
Corchocuevacolmenasilvestre.jpg
                                            Een in het wild levend bijenvolk.
Een wereld zonder bijen
Houd er rekening mee, dat er steeds meer bijen verloren gaan, totdat ze, tegen  wil en dank, bijna allemaal zijn verdwenen; en hoe dit de wereld verandert.  Zoals gezegd, zijn de gevolgen negatief vanuit elk gezichtspunt. Het Europese Agentschap voor Voedselveiligheid, het EFSA, heeft in een rapport de meest verstorende feiten vermeld betreffende  de verdwijning van de bijen.
Als men, bijvoorbeeld, er rekening mee houdt dat van de 100% van de soorten levensmiddelen, 90% goed is voor die welke men consumeert, waarvan 71% wordt bestoven  door deze insecten, dan verliest men ook miljarden in de productie, wat de voeding van miljoenen personen verhindert.
Anderzijds ziet men ook een drastisch verlies aan biodiversiteit. Dit is, uitgerekend, omdat bijen verantwoordelijk zijn voor het voortbestaan van honderden, of duizenden natuurlijke soorten.

Het verlies van biodiversiteit bedreigt ook de kwaliteit van soorten die samen een locatie delen. Dat omvat ook de menselijke soort. Dat ziet men duidelijk als men er rekening mee houdt dat het verlies aan bijen, het verlies van voedsel betekent, zoals gezegd in kwantiteit en kwaliteit. Maar ook het verlies van bruikbare medicijnen en materialen.  En nog veel meer dingen.

Natuurlijk zijn er andere bestuivingen die de rol van bijen in zekere zin kunnen vervangen. Maar deze worden op hun beurt ook beïnvloed door nicotinoïden. Daarnaast is geen soort zo aangepast aan de menselijke behoeften, aangezien bijen al eeuwenlang zijn geteisterd. Het is moeilijk om de catastrofe te begrijpen die het verlies van een zo belangrijke soort  voor de mensheid zou betekenen (en alle andere soorten); maar het is duidelijk dat het iets is dat men niet kan laten gebeuren.
monsanto-cartoon-1.jpg

           " ¿Usted también come estos con esa máscara encendido?"
Wij als redactie van ‘Gran Canaria actueel’, als buitenlanders ruim 32 jaar wonend op Gran Canaria, zien dat Canario’s over het algemeen graag, en veelvuldig gebruik maken - niet alleen in de landbouw, maar ook in hun privé-tuinen en -tuintjes - van bestrijdingsmiddelen voor de bescherming van gewassen en (sier)planten, en voor de vernietiging van onkruid. En dat daardoor bijen (die, met hun giftige angels, gemeen stekende krengen) uitsterven; “Nou… dat is dan toch mooi meegenomen. ¡Viva Canarias!” De vraag is alleen:  Hoe lang nog...?
 monsanto-loesje-manipuleren-319x440.jpg bees11.gif

         Monsanto’s 'bedrijfsgeheim'-truc is voorbij...!

bijen_syngenta

Niet alleen de bijen, maar ook dit soort plaatjes met uitsterven bedreigt..?Het blijkt dat vooral de bijen, de dupe zijn van onkruidbestrijdingsmiddelen. Maar om dit te bewijzen, dient men  de chemische samenstelling te kennen van bijvoorbeeld  onkruidverdelgers. Bedrijven als Monsanto en Bayer bleken in staat, door een beroep op ‘bedrijfsgeheim’, hun deuren dicht te houden, betreffende deze informatie. Nu bijen met uitsterven bedreigd worden, moest de rechter eraan te pas komen om overheden op de vingers te tikken!!!

Het Europees Hof van Justitie heeft eind november 2016 weer bepaald in twee Nederlandse zaken, die zijn aangespannen door milieuorganisaties, dat nationale overheden geen milieu-informatie meer mogen achterhouden, die bedrijven geheim willen houden uit bijvoorbeeld ‘commercieel belang’. 
Dit arrest (dat komt van het hoogste rechtsorgaan in Europa) heeft heel grote gevolgen voor het bedrijfsleven. Want zij beriepen zich in milieukwesties binnen de EU, té vaak op eigen bedrijfsbelang, zodat ze erin slaagden, essentiële milieu-informatie binnenskamers te houden. Bedrijven werden hier vaak in gesteund door lokale en nationale overheden! En dat is nu dus over!

In het ‘Verdrag van Aarhus’ is in 2001 vastgelegd dat overheden onbelemmerd toegang moeten geven aan iedere EU-burger, tot milieu-informatie.
In dit nieuwe arrest van december 2016 zegt het Europese Hof, dat het openbaarheidsbelang van de burger zwaarder weegt dan financiële belangen van bedrijven, en/of organisaties. Specifiek ging het in deze twee zaken om informatie over bestrijdingsmiddelen van de firma Bayer, dat zoals men weet, onlangs het megalomane Monsanto heeft overgenomen:

bayer-monsanto-match-made-in-hell-669x440.jpg

Greenpeace en het Pesticide Action Network (PAN Europe) wilden toegang tot interne documenten, die de toelating regelden van het omstreden onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat, dat overal in de wereld als GMO-ondersteunend gif wordt ingezet, via bijvoorbeeld de handelsnaam ‘RoundUp’. En de Nederlandse Bijenstichting wilde op haar beurt, de documenten inzien over neonicotinoïden, wat chemische middelen zijn, die in de landbouw worden gebruikt. Dit in verband met de aanhoudende bijensterfte onder de Europese bijen.

 gmoroundup-1.jpg  monsanto-cartoon-2.jpg
           Een heel giftig en levensgevaarlijk goedje, deze ‘onkruidbestrijder’ van Monsanto.                   In Frankrijk is Monsanto al veroordeeld om de neurotoxische werking van dit spul..
In de zaak van Greenpeace en PAN Europe was het openbaarmakingsverzoek eerst ingediend bij de Europese Commissie, maar ook die weigerde documenten vrij te geven over de chemische samenstelling van glyfosaat en het fabricageproces. Bayer had zich namelijk met succes tegen de vrijgave verzet. Het Hof oordeelde eerder al dat de Europese Commissie die documenten over glyfosaat niet had mogen achterhouden, waarop de commissie beroep aantekende. Het Hof bepaalde gisteren dat er opnieuw moet worden gekeken of die documenten alsnog openbaar moeten worden gemaakt.
Het Nederlandse Ctbg accepteerde gewillig deze bezwaren en hield vervolgens ca. de helft van de bedrijfsdocumenten achter. Maar volgens de advocaat van de Bijenstichting, Lilian Smale, zou het gaan om maar liefst ‘Zes pallets aan informatie’. Het is nu aan de Nederlandse rechters, op basis van dit Europese arrest, te beslissen over openbaarmaking van de stukken; een zaak die nog jaren kan voortslepen.

Het Europees Hof vindt dat de lidstaten het Verdrag van Aarhus niet te strak mogen uitleggen, wat door Nederland en door de Europese Commissie naar de mening van het Hof, wél is gedaan. De informatieplicht over emissies van chemische stoffen strekt zich, aldus het Hof, ook uit tot informatie over de effecten van bestrijdingsmiddelen door verstuiving in de lucht en de effecten op planten, het oppervlaktewater en de bodem.

Verder heeft het Hof bepaald dat op grond van het Verdrag van Aarhus overheden ook informatie moeten openbaar maken over de inschatting van effecten van bestrijdingsmiddelen op het milieu. Overheden moeten informatie publiceren die het publiek in staat stelt te controleren of de beoordeling van de toelating van middelen op markt juist is geweest, blijkt uit het arrest.

Bayer/Monsanto wilde niet reageren op de uitspraak van het Hof, maar men kan wel concluderen, dat Monsanto’s ‘bedrijfsgeheim'-truc voorbij is..!

0000Islas-canariaslogo-kopie-130.jpg


Men ontdekt op Tenerife
een van de meest schadelijke termieten,
afkomstig uit de Verenigde Staten

Het gaat om een niet-natuurlijk voorkomend insect op de Canarische Eilanden,  dat wordt beschouwd als een van de meest vernietigende termieten waarvan de wetenschappelijke naam Reticulitermes flavipes (Oostelijke Ondergrondse Termieten, Gevleugelde Termieten) is

TACORONTE –donderdag 8 juni 2017 -  Anticimex, een bedrijf dat gespecialiseerd in ongediertebestrijding, heeft op Tenerife de aanwezigheid aangetroffen van  een soort invasieve soort  uit Louisiana, de Verenigde Staten. Het is een niet-natuurlijk insect van de Canarische eilanden, waarvan de wetenschappelijke naam  Reticulitermes flavipes is, en wordt beschouwd als een van de meest destructieve termieten.

David Mora, de technische chef van  Anticimex en deskundige in termieten, heef bevestigd dat men deze soort heeft aangetroffen in een woning in Tacoronte. "In het vermoeden dat dit niet om een lokale soort ging, hebben we monsters van deze exemplaren opgestuurd voor een genetische analyse, waarvan  het resultaat ons heeft bevestigd dat het om een invasieve termiet gaat,” zo verzekert Mora.

Anticimex-termitainvasora-Tenerife-k7eC-U204150805583KqD-620x500abc.jpg     Reticulitermes flavipes, wordt beschouwd als een van de meest vernietigende insecten.

DL0ZCL7ZCLQZSHXZBL6RLH2RCL2R1L5ROLPRVL4RCZGRVL0ZRH7Z0H8ROLPRHHIZAL4RHHERZHMZ.jpg 8QV0PQO0PQB0SKO0PQ6KLKNKKKPKZKO02QEKPQV0WQDK9QA0SK10SKPK8QC0AQY07KVKVQLSEQEK.jpg

De termieten hebben hun functie in de natuur als onderdeel van het proces van afbraak van dood hout, maar kunnen grote schade aanrichten in de structuren van woningen en gebouwen. Het meest waarschijnlijk is, dat deze soort van termieten naar de eilanden is gekomen met een schip, waardoor het raadzaam was een studie te verrichten die ons in  staat stelde, om hun aanwezigheid vast te stellen.

“We zijn bezig met het loksysteem dat we regelmatig gebruiken en vervolgens zullen we het gebied goed in de gaten houden om zijn activiteit te controleren,” zo laat David Mora weten.

"Men hoeft niet bang te worden, want het is in een zeer beperkt gebied aangetroffen. Het doel is nu, dat deze soort zich niet verspreitd naar andere delen van het eiland, en  dan naar de naburige eilanden, of zelfs het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje) kan bereiken.
4373071437_7b6edc7d7e_o-1.jpg

uploads-cache-2011-7-110706152432termietresized200x0.jpg Reticulitermes_flavipes_worker.jpgDe termieten dragen geen ziekten over en treffen niet rechtstreeks de bevolking. Maar ze kunnen echter wel grote schade aanrichten aan houten structuren en aanzienlijke financiële  schade veroorzaken.

De beste manier om de verspreiding te voorkomen, is om een onderzoek naar de getroffen gebieden in  te stellen  en een uitgebreid behandelingsprogramma vast te stellen om de  uitroeing op het eiland te bereiken.
8HOH7HCH2H2ZILBZ7L9ZRLEZHL5Z0L4ZZLNZ6HBHIHYHMLFH7H8ZMLBZ9HVZQLPZKLVHGHEZHL1H5HBH2HBZILUZ6H.jpg

Ongediertebestrijding zonder pesticiden of gewasbestrijdingsmiddelen
In 2017 heeft Anticimex een laboratorium in  gebruik genomen dat gericht is op onderzoek van de diverse soorten termieten in al hun fasen, met het doel alle details te kennen van dit insect en zo op diverse terreinen nieuwe bestrijdingsmethoden te ontwikkelen tegen de plaag.

Dit nieuwe onderzoekscentrum bevindt zich in Sant Just Desvern (Barcelona) en deelt ruimte met het CimexLAB, het eerste private laboratorium in Europa dat zich richt op het onderzoeken van  chinches (bedwantsen) en door de maatschappij  is gecreëerd in 2015.

De Zweedse multinational Anticimex pleit voor het gebruik van nieuwe technologieën en duurzame oplossingen voor ongediertebestrijding; het minimaliseren van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en landbouwgif. In het geval van termieten heeft het een geavanceerd systeem van lokaas waarmee men bereikt, actief materiaal onder de gehele termieten kolonie te verdelen, en daarmee te voorkomen dat ze sub-kolonies vormen en men dus permanent  het probleem elimineren.
360px-Reticulitermes_flavipes_18.jpg

Uitdaging
Ingewanden van termieten bevatten de perfecte afbraakmethode voor houtige biomassa. En dat komt doordat de eigen enzymen van dit insect handig samenwerken met die van zijn darmflora, schrijft Mike Scharf (Purdue University) in PLoS ONE.

Het is voor het eerst dat een beetje duidelijk wordt, hoe de spijsvertering van zo’n termiet (Reticulitermes flavipes, om precies te zijn) in elkaar zit. Volgens Scharf gingen eerdere onderzoekers er te veel van uit, dat de darmflora al het werk deed. In werkelijkheid blijken de enzymen, die de termiet zelf aanmaakt, minstens zo belangrijk.

Het belangrijkste is echter, dat de enzymen uit beide bronnen soms elkaars werking versterken. Daar is Scharfs groep achter gekomen, door een aantal termieten te ontleden en hun spijsverteringskanalen in tweeën te delen. In de praktijk zit de darmflora van termieten namelijk helemaal achter in het kanaal, terwijl voorin alleen de eigen enzymen actief zijn.

Bovendien hebben ze drie van de belangrijkste enzymen laten namaken door een gespecialiseerd bedrijf, dat daar nachtvlinderrupsen voor gebruikt.

De bevindingen komen er op neer,  dat de termiet geen assistentie van de darmflora nodig heeft om pentose-suikers (xylose en arabinose) vrij te maken uit cellulose. Bij de glucoseproductie krijgt deze echter wel hulp. Zelf heeft deze daar ook twee enzymen voor, een ß-glucosidase en een endoglucanase die nauw met elkaar samenwerken. Maar die twee worden geremd door het derde enzym, een fenol-oxiderend laccase dat de lignine uit de biomassa helpt afbreken en zo de lignocellulose blootlegt waar de gezochte suikers deel van uitmaken. Het lijkt er op, dat uit die vrijkomende lignocellulose in eerste instantie zò veel glucose wordt geproduceerd, dat dit de werking van het ß-glucosidase sterk gaat afremmen.

En om toch nog voldoende glucose te produceren, heeft de termiet dus een darmflora in dienst met een hele collectie cellulase-enzymen, die deze suiker ook kunnen vrijmaken uit cellulose. Maar dan op een andere manier die zichzelf minder makkelijk laat afremmen.

De volgende uitdaging is nu, om uit termiet en darmflora een enzymcocktail samen te stellen met een optimale mengverhouding, en die op de markt te brengen.


Een vliegenplaag teistert het Zuiden

Juan Grande is, na de regens, het meest door deze insecten geteisterde gebied, men onderzoekt een verband met de vuilnisbelt.

GRAN CANARIA - dinsdag 15 november 2016 - Na de recente regens op Gran Canaria , wordt een deel van het eiland aanzienlijk geplaagd door vliegen Vooral de omgeving van Juan Grande, waar het een ware plaag is geworden. Van Arinaga tot aan Maspalomas heeft men te maken met hetzelfde probleem. De bewoners kampen ermee en zijn niet in staat deze plaag te controleren. Terwijl de winkels met vers voedsel in het gebied proberen de hygiëne te behouden, want daar komen deze insecten in het bijzonder op af.

Momenteel zoeken technici naar de bron van deze plaag en onderzoeken ze of dit verband houdt met de vuilnisbelt.
Moscas.jpgWaarom zijn er na regen meer insecten?
De regen activeert bij insecten vele natuurlijke instincten, zoals reproductie-drift, de noodzaak om nieuwe kolonies te vormen, enz.; omdat dat het regenseizoen daar bevorderlijk voor is. Veel factoren zijn daarbij van invloed, waaronder vochtige aarde, vochtige lucht, en bovendien zijn er bij sommige insectensoorten koninginnen die hun nesten verlaten om nieuwe kolonies te vormen en steeds bij de eerste regens zijn er meer insecten.
naamloos-285.png

Waarom komen voorafgaand aan regen, vliegen zo veelvuldig voor?
De nabijheid van een storm zorgt dat de omgevingsdruk daalt, waardoor de lucht minder dicht is. Dat maakt het moeilijker voor hen om hun vleugels uit te slaan en te blijven vliegen en dus hebben ze meer verlangen om te gaan zitten (op onze huid, bijvoorbeeld).
                                                                                                                            naamloos-286.png

Anderzijds, zijn er deskundigen die van mening zijn, dat in deze atmosferische omstandigheden de vliegen figuurlijk, in fysieke zin zwaarder worden, omdat de aanzienlijke toename van de relatieve vochtigheid hun gewicht verhoogt in een verhouding die, vanwege hun geringe omvang, voor hen een aanzienlijke onderneming vormt wanneer het op rondvliegen aankomt.
zzzislas-canariaslogo-612.jpgnaamloos-287.png


Dit is de gevreesde
cucaracha (kakkerlak) van Gran Canaria

De Symploce microphthalma maakt deel uit
van de biodiversiteit van het eiland

GRAN CANARIA - zaterdag 12 november 2016 - Kakkerlakken (Blattodea) vormen een orde van insecten, die oppervlakkig enigszins lijken op kevers maar hiervan toch sterk verschillen, onder andere door het ontbreken van een volledige gedaanteverwisseling. Bidsprinkhanen en termieten zijn sterker verwant aan de kakkerlakken dan andere insectenorden. Deze drie groepen behoren tot de super-orde Dictyoptera.
Er zijn 4.690 soorten kakkerlakken beschreven, waarvan er ongeveer twintig wel eens als plaag kunnen voorkomen, zie:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_kakkerlakken_(wetenschappelijk)

naamloos-281.png                                                 Een cucaracha Loboptera;
                                            voor het lied
La Cucaracha’ zie:
                                 https://nl.wikipedia.org/wiki/La_Cucaracha

Onder de soorten die heersen in de biodiversiteit van de Canarische Eilanden is er een element dat in de regentijd - door slecht onderhoud van het riool- de kroon spant op de ranglijst van de verschijningen: de Symploce microphthalma, die de gemeenschappelijke naam heeft: ‘ondergrondse Cucaracha (Kakkerlak) van Gran Canaria’. Tijdens de hoge temperaturen in de zomer, en de regen in de herfst en winter, blijft niemand onverschillig voor de aanwezigheid van dit soort insect.

In geval van la cucaracha de Gran Canaria (de kakkerlak van Gran Canaria), is het een omnivoor (alleseter) die zijn voordeel doet met misschien wel de rijkdommen van het rioolwater dat voldoende aanwezig is in de ondergrond. "De soort is goed verdeeld op het eiland en is overvloedig aanwezig in de grond", zeggen de artsen Heriberto Lopez, Elena Morales, en Pedro Oromi in een publicatie van het Ministerie van Milieuzaken.

"Zijn bovenstaande catalogisering als een bedreigde diersoort, is te wijten aan het feit dat men gelooft dat deze uiterst schaars is, wat komt door onvoldoende onderzoek in het ondergrondse milieu van Gran Canaria en de levenswijze van deze kakkerlak", zeggen deskundigen. In één van de bestudeerde watergalerijen heeft men vervuiling van het water ontdekt door rioolwater en het gebruik van landbouwproducten in de ondergrond.

Deze troglomorfa-soort( aangepast op voortdurend leven in duisternis) verschilt van die van de Loboptera, het andere geslacht van hypoxemie-soorten (soorten met zuurstoftekort in het bloed, niet direct levensbedreigend) op de Canarische Eilanden, door het hebben van twee stijlen in de genitale-plaat van het onderlijf. Hun grootte varieert van 13,5 millimeter bij de mannetjes, tot 17,5 millimeter bij de vrouwtjes. Ze hebben een oranje schildkleur en een duidelijk verminderd zichtvermogen. Vrouwtjes verschillen van de mannetjes door hun grotere en bredere lichaam, en door de vorm en grootte van het pronotum (rugschild) en de tegminas (insectenvleugels).

Deze inheemse Grancanarische soort is een hypoxemie-soort (onderaardse soort) welke men tegenkomt in het ondiepe ondergrondse milieu.

Deze cucaracha (kakkerlak) lijkt meer voor te komen in het middelhoge gebergte bij de Cueva de la Luna, Cueva de Los Arrepentidos, Andén Verde, Mina de Los Llanetes, Fuente Bebeideja, Los Majaletes (Cazadores), Barranco del Draguillo, Pinar de El Sao, Hoya del Gamonal, Pinar de Tirajana, en de Caldera de los Marteles. Maar men kan ze op meer plaatsen tegenkomen.

In de Canarische stedelijke gebieden, waar de water-tarieven niet stijgen omdat de politici bang zijn voor onvrede in de burgersamenleving voor dit soort beslissingen, kunnen de waterleidingbedrijven van Las Palmas de Gran Canaria, Arucas, Vecindario, Maspalomas, Mogán, en Telde niet op een correcte wijze de onderhoudsprocessen uitvoeren in de waterleidingnetwerken, wat een voedingsbodem is voor cucarachas (kakerlakken). Hoewel het uitwerkt op het toerisme en op het imago van het gebied, zijn de watertarieven - voor het water dat voornamelijk geproduceerd wordt door ontzilting -, al jarenlang ongewijzigd. En dat sorteert effect op de bestrijding van de cucarachas (kakkerlakken).

De Symploce microphthalma, of cucaracha subterránea de Gran Canaria (ondergrondse kakkerlak van Gran Canaria) leeft , naast de schaarse toegankelijke vulkanische galerijen die er op het eiland zijn, in kunstmatig aangelegde galerijen, en dit insect heeft een goed vermogen tot aanpassing voor leven in het ondergrondse milieu.
zzzislas-canariaslogo-596.jpg


Toepassing van een nieuw ongediertebestrijdingsmiddel wat voorkomt dat kakkerlakken uit het riool komen

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - zaterdag 23 juli 2016 - De Gemeente Las Palmas de Gran Canaria is in de zomer van 2016 in de wijk Vegueta begonnen met het gebruiken van een nieuw product, waarvan het effect enkele maanden aanhoudt en wat niet schadelijk is voor het milieu.

Als een van de voordelen heeft het systeem een ‘barrière-effect’ wat o.a. voorkomt, dat hele hordes cucarachas (kakkerlakken) op hol slaan, zoals in 2015 in de hoofdstad gebeurde in de Calle Rafael Cabrera, door een slechte toegepaste fumigación (verstuiving/uitroking).
aplican-insecticida.jpg                      Cucaracha-bestrijders in volle actie met insectenverdelgingsmiddel.
Het verdelgingsmiddel wordt toegepast als verf op de wanden van het riool en heeft als effect dat het ruim vier maanden actief blijft. Tot nu toe had spuiten/uitroken geen aanhoudende werking en was alleen van invloed op insecten die - op het moment van toepassing - dicht bij de oppervlakte waren, zodat ze werden aangemoedigd om uit het riool naar de oppervlakte te komen en te sterven. Het nieuwe product zorgt ervoor, dat ze niet uit het riool komen.

Dit systeem voor het controleren van insectenplagen houdt ook een verbetering in op het vlak van duurzaamheid, want de eerdere uitroeiing was schadelijk voor het milieu. Bij de proefnemingen in de stad, is in diverse riolen voor meer dan de helft het aantal insecten afgenomen, tot een uiterst laag niveau. De Gemeente werkt momenteel een plan uit wat het mogelijk maakt, dat deze nieuwe vorm van het controleren van plagen progressief gaat worden toegepast in alle wijken van de stad.

Als onderdeel van het plan heeft de Gemeente een studie verricht in de kritische delen van de hoofdstad waar cucarachas (kakkerlakken ) en knaagdieren (ratten) het meest voorkomen. Het rapport merkt op, dat de laagst gelegen gedeelten van de stad het meest geplaagd worden, vanwege de vochtigheidsgraad, vooral in wijken met grote braakliggende percelen en barrancos (ravijnen) zoals in de wiiken San Juan, San Nicolás of Tamaraceite; en die delen van de stad die nog voorzien zijn van oude riolering, zoals het geval is in de wijk Vegueta.
ZZZZislas-canariaslogo-kopie-100.jpg


De dagen van de picudo rojo zijn geteld

CANARISCHE EILANDEN - dinsdag 7 maart 2016 - Meer dan  660 palmbomen vernietigd, bijna 20.000 behandeld, ongeveer 700 exemplaren picudo rojo (palmsnuitkever) gevangen tussen 2006 en 2013; en ruim zes miljoen euro uitgegeven aan bestrijding, dat is de balans van een plaag die 10 jaar geleden op Canarias is begonnen en die op weg is om beëindigd te raken. In juni 2016 is het drie jaar geleden, dat op Fuerteventura het laatste exemplaar is waargenomen

Juni 2016 zal waarschijnlijk het tijdstip zijn waarop - naar alle waarschijnlijkheid - Canarias bevrijd zal zijn van de picudo rojo, ofwel de rode palmsnuitkever (Rhynchophorus ferrugineus, een kever uit de familie snuitkevers: Curculionidae) (Zie: https://www.google.nl/?gws_rd=ssl#safe=off&q=rhynchophorus+ferrugineus).
Het is dan tien jaar geleden, dat men op de Archipel deze uit Azië afkomstige kever heeft ontdekt, die een eind heeft gemaakt aan meer dan 660 Canarische palmen (Phoenix canariensis) op Fuerteventura en Gran Canaria.  De uitroeiing ervan heeft de overheidsschatkist ruim zes miljoen euro gekost.

download2-5.jpg download1-22.jpg
 7983546446_decdfc4883_b.jpg 11479215786_f7234780ae_b.jpg

                     Rhynchophorus ferrugineus: picudo rojo  (palmsnuitkever) 
In juni 2016 is het drie jaar geleden dat men het laatste exemplaar van de Rhynchophorus ferrugineus heeft waargenomen in een palmen-oase op Fuerteventura. Dat exemplaar was dood, de laatste levende heeft men gevangen in april 2012, maar het Ministerie van Landbouw wil voorzichtig zijn, en verwacht, “dat men in juni 2016 kan verklaren, dat ook Fuerteventura vrij is van de  picudo rojo'', zegt de chef van de Plantengezondheidsdienst, Antonio González, van de Canarische Regering.
rhynchophorus_cycle_de_vie_p.jpg                                                         Rhynchophorus ferrugineus:
Gran Canaria - het andere eiland waar de escarabajo (kever) zich gevestigd heeft - is sinds begin 2015 vrij van de picudo rojo.
Op Gran Canaria en Fuerteventura  heeft men tussen 2006 en 2013 in totaal 674 picudo rojo exemplaren gevangen. Op Tenerife was slechts één palmboom aangetast in  2007 en heeft men twee van deze moordlustige kevers gevangen.

Palmbomen
De uitroeiing van de picudo rojo  maakt de Canarische palm niet veilig voor vijanden, want er huist een andere kever  van dezelfde familie als de rode kever, de Diocalandra Frumenti, die weliswaar kleiner en minder schadelijk is.
410907-1p.jpg palmr-02.jpg
                                                      VIDEO’S:
                      - https://youtu.be/3-koEAlXk8o
                     - https://youtu.be/ZcLC4h3WrkU
                     - https://youtu.be/1R5FlO-MElU

Het Directoraat-generaal van Landbouw, afdeling Plantengezondheid, heeft van de bestrijding van de picudo rojo haar prioriteit gemaakt, omdat door de picudín-plaag de bladerkroon van de palmen wordt aangetast en door de gesel van de picudín (kever)  uiteindelijk de palm wordt vernietigd in steden op de eilanden; met uitzondering van El Hierro, dat vrij is gebleven van deze plaag.

funneltrap2.jpgLees ook de interessante informatie die gerelateerd is aan dit artikel:
https://www.ibizavandaag.nl/biologische-aanpak-palmkever-werkt-niet
feromoon-val.png

                                                        Feromoon-val.
Feromoon (Lokstof)
Bij het uitroeien van de picudo rojo is het plaatsen van  feromoon-vallen van cruciaal belang geweest (waarin zowel mannetjes, als vrouwtjeskevers gevangen worden) (Zie: http://palmvrienden.net/lapalmeraie/2014/09/palmmot-palmkever-bestrijden)

Tussen 2006 en 2013 heeft men op Gran Canaria en Fuerteventura bijna 200.000 palmen behandeld met feromoon (lokstof) (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Feromoon).
“Feromoon is op de markt verkrijgbaar, men heeft deze lokstof ingezet en het werkte,” zo laat González weten, die verzekert dat het deze ervaring was, dat men het vermoeden kreeg, dat de mannetjeskever ook samengestelde feromonen zou kunnen produceren, omdat het om een familie van coleópteros (torren, kevers) gaat, wat hen ertoe gebracht heeft om deze feromoon (lokstof)  langs deze weg in te zetten.

En ze hadden gelijk, omdat het Instituto Canario de Investigaciones Agrarias (ICIA) (Canarische Instituut voor Landbouwonderzoeken) en het Centro de Ecología Química Agrícola (de Faculteit voor Chemische Ecologie) van de Universidad Politécnica (Polytechnische Universiteit)  van Valencia, en het Valenciaanse bedrijf Ecología y Protección Agrícola (Ecologie en Landbouwbescherming) er in geslaagd zijn dit te isoleren, te identificeren en van de feromoon een synthetische lokstof te maken welke men al had uitgeprobeerd op palmbomen in Las Palmas de Gran Canaria en in  San Bartolomé de Tirajana.

“Dat werkte goed,  maar men moest de hoeveelheid product bepalen, om te zien welke uitzender  het beste was,” legt César Martín, de directeur-generaal van Landbouw uit.

Het is de eerste keer dat men er op Canarias in geslaagd is dit feromoon te isoleren; wat het mogelijk zal maken de populatie te beperken en de palmen gezond te houden, omdat de technici zeggen, dat het gecompliceerd is om de picudìn (kever) volledig uit te roeien.
zzzzzzzislas-canariaslogo-254.jpg


Geen retama-honing in 2015

TENERIFE - zaterdag 10 oktober 2015  -  Ongunstige weersomstandigheden hebben in 2015 verhinderd, dat imkers op Tenerife retama-honing hebben kunnen slingeren. Koudegolven en droogte in de bepalende maanden en sterke wind hebben verhinderd, dat de bloemen van de Teide-brem, die in het Nationale Park van de Teide en omgeving bloeit, nectar produceren. Daardoor is de opbrengst van deze traditionele honingsoort dit jaar nagenoeg te verwaarlozen.

Toch betekent de geringe opbrengst aan retama-honing niet het failliet van de bijenteelt, want van de 670 bijenhouders die zijn aangesloten bij de Imker-verenging Apiten, zijn er slechts vijf die zich volledig met de imkerij bezig houden.
55d5b2b0aea6e.jpg
ZUM-ZUM-MIEL.jpg
retama1.jpg miel-de-retama.jpg

Volgens  de voorzitter van Apiten hebben andere belangrijke planten op de verschillende berghoogten minder geleden. De bloesem van kastanje, avocado en tajinaste heeft zich normaal ontwikkeld.

De imkers maken zich echter meer zorgen over de samenwerking met het Beheer van het Nationale Park van de Teide.

Sinds enkele maanden is het publieke debat gaande over het mogelijk schadelijk zijn van de bijen voor de vegetatie in het park, vooral voor de tajinaste en de Teide-brem - wat door een recente studie is aangetoond - zijn de imkers bang voor een beperking van het aantal bijenkasten- en korven in de Cañadas van de Teide.
216-thickbox.jpg 877-158-1.jpg
Het Parkbeheer wil dit geleidelijk aan verminderen, want volgens de Aspiten-woordvoerder komt een nieuw vergunningenbeleid er op neer, dat per jaar het aantal locaties is toegestaan, wat er ook in de lente was.

Deze aanpak is niet realistisch, omdat veel ervaren imkers de lage nectar-productie van retama (brem) - op basis van de weersomstandigheden en hun bijenaantal - dit tekort niet hebben voorzien..
12481685aB.jpgZodoende hebben ze minder bijenkorven naar de Teide gebracht, en de aanpassingen aan de natuurlijke fluctuatie heeft tot gevolg, dat ook in een goed jaar, door bureaucratisch beleid, slechts zoveel bijenvolken op de Teide aanwezig mogen zijn als ten tijde van oogst-schaarste.
tenerife-las-canadas-del-teide-1.jpgVertegenwoordigers van Apiten willen een ontmoeting met het parkbeheer hebben en oplossingen voor het probleem zoeken . Een voorstel is, de gemiddelde waarde van de laatste vijf jaar te nemen, voor het vaststellen van het aantal locaties waar de bijenkasten geplaatst kunnen worden.

Het voornaamste argument van de imkers tegen de beperking van de bijen in de Cañadas is, dat die niet nieuw zijn in het beschermde natuurgebied, maar altijd al als bestuivers in dit landschap aanwezig zijn.
AAAAAAislas-canarias-84-99-1.jpg 


Gran Canaria remt uitbraak 
snuitkever-plaag

GRAN CANARIA – vrijdag 25 september 2015 - Het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria heeft verzekerd, dat de maatregelen die genomen zijn tegen de ‘Diaprepes’ (Snuitkever) - de soort die het meest gevreesd is op Gran Canaria - nu effectief beginnen te zijn.

Technici blijven de plaag van de Caraïbische ‘Diaprepes abbreviatus’ controleren welke in de zomer van 2014 is opgedoken in een kelder in Moya en die - na niet afdoende maatregelen van de Canarische Regering- ernstig was op een boerderij aan de Costa Ayala in Las Palmas de Gran Canaria.
weevils-60568_640.jpg                                                        ´Diaprepes abbreviatus´
groottbwwehjf.jpg
De minister van Warenautoriteit, Miguel Hidalgo van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria heeft via een rapport van zijn technici laten weten, dat men een ronde gemaakt heeft en, dat men er nu in geslaagd is een eind te maken aan het beestje op het grondoppervlak, en men de larven aan het bestrijden is. Momenteel heeft men 500 Citrusbomen gekapt.

De gorgojo (snuitkever) is in de zomer van 2014 ontdekt - in een 56 meter lange en anderhalve meter brede, openbare groenstrook - tegenover het Casa de la Culturas van Moya. De door de deskundigen getroffen maatregelen, beginnen resultaat te hebben. Hoewel dit beestje - dat grote schade heeft aangericht op Citrusplantages in Californië - een lange incubatietijd heeft, is men erin geslaagd de uitbreiding ervan af te remmen in het gebied; en plastic heeft voorkomen, dat er een uitbraak naar buiten heeft plaatsgevonden, waardoor vervolgens de plaag gepropageerd had kunnen worden.

Het probleem schuilt daarentegen in twee andere besmettingshaarden, die zijn ontdekt in Costa Ayala, waar de handmatige ingreep van het nutsbedrijf Gestión del Medio Rural (Milieubeheer) geen effect heeft gehad. “Het is uit de hand gelopen,” zo heeft een deskundige in augustsu 29015 toegegeven; terwijl, ondertussen de onrust over de situatie groter is geworden bij de bananentelers. Het is dan ook niet verrassend, dat men een jaar na het ingrijpen een vijfhonderdtal Citrus- en avocado-bomen om heeft moeten hakken op een bananenplantage, zonder dat de maatregelen effectief zijn, omdat de gorgojos zich blijven voortplanten op oppervlakten tussen kapot hekwerk.

Deze feiten veroorzaken al ruim anderhalve maand grote onrust bij het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, dat daarvoor verantwoording vraagt van de Canarische Regering. Dit heeft ertoe geleid, dat de minister van Landbouw, Narvay Quintero, van de Canarische Regering, samen met zijn Grancanarische evenknie, Miguel Hidalgo; en nog enkele, nadien verantwoordelijken, de getroffen boerderij hebben bezocht,

“De situatie is veranderd,” zo verdedigd de eilandminister nu.

In een rapport, dat technici van de Granja (Proefboerderij = Landbouwschool) van het Cabildo (Eilandbestuur) hebben opgesteld, merkt men op, dat de situatie in de afgelopen weken substantieel is veranderd. Hidalgo stelt vast, dat de Diaprepes bijna is verdwenen van de oppervlakte, terwijl deze beperkt blijft tot een aantal Citrusbomen van de kwekerij die de oorsprong van de plaag kan zijn geweest.

Maar de minister verduidelijkt, dat dit ver weg is van de betekenis, dat deze gorgojo (snuitkever) onder controle is, die leeft tussen de bladeren, deze opvreet en overdag op de grond slaapt. Daarom blijft men om de paar dagen chemische producten injecteren om verspreiding te voorkomen (zie: http://www.grootgroener.nl/snuitkevers/), bovendien heeft men meer personeel in het gebied ingezet, aldus de eilandminister.

Daarentegen blijven de larven onder grond, waar het wijfje tot wel 50.000 eieren kan leggen en de larven tussen de acht maanden en anderhalf jaar uitgroeien tot  volwassen kevers die een leven hebben van vijf maanden. Aanvankelijk zijn het overwegend citroenbomen, hoewel men weet dat ze ook schade aanrichten aan andere gewassen op andere locaties, omdat ze alle soorten vegetatie vreten.

Risico’s Het Cabildo (Eilandbestuur) verzekert, dat men de bewaking zal handhaven, maar denkt, dat de nieuwe politieke leiders gevoelig zijn voor het risico, dat de plaag zich kan uitbreiden. “Men is voorzichtiger te werk gegaan,” merkt Hidalgo op; en laat weten, dat men ook de planten bewaakt die de kwekerij verlaten die onderhavig kunnen zijn deze gorgorgo te hebben opgelopen; om te voorkomen, dat er nieuwe nesten zullen ontstaan.

De minister benadrukt, dat zijn technici de werkzaamheden blijven bewaken op beide haarden, om vast te stellen dat men met de nodige striktheid handelt die deze plagen vereisen; plagen, die veel schadelijker zijn dan de voorgaande, zoals die van de palmkever, of de polilla de la papa (aardappelmot) (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Aardappelmot), omdat die zich niet in een boomsoort nestelt, maar zich aanpast aan andere soorten. Het risico blijft echter altijd de mobiliteit, omdat die al is de ‘overgesprongen’ van de kwekerij naar deze boerderij aan Costa Ayala, met andere plantages in de nabijheid.

De haard van de plaag is als eerste naar Moya gekomen na een heraanplant die men gedaan heeft voordat deze werd ontdekt. En nadien heef men die in de hoofdstad ontdekt. Ook heeft men inspecties op andere plaatsen uitgevoerd, hoewel men geen aanwezigheid heeft waargenomen.
ZZZZZZAislas-canarias-84-99-127.jpg 


 Ondergrond van Agaete bevat leven

AGAETE - woensdag 24 juni 2015 - Het ondergrondse ecosysteem van Gran Canaria komt aan het licht. Wetenschappers van de Universiteit van La Laguna hebben een nieuw soort gorgojo (korenworm, jawel !) ontdekt in de grond van de Vallei van Agaete. Deze is blind en men schat dat de voorouders miljoenen jaren oud zijn, het beestje is vijf millimeter groot (klein, zoals u wilt). Het eerste exemplaar heeft men gevangen na zes jaar onderzoek.

Het eerste exemplaar kever, of gorgojo (korenworm), in de ondergrond van Gran Canaria is gedoopt met de naam Oromia thoracica, heeft de bruine tint van de fauna in deze habitat, wat aanpassing mogelijk maakt aan het onderaardse leven. Dit is op dinsdag 23 juni 2015 aan de persmedia onthuld door de wetenschapper Heriberto López, die als onderzoeker ook lid is van de Consejo Superior de Investigaciones Científicas (CSIC) (Hoge Raad voor Wetenschappelijk Onderzoek).
aga.jpg

De Grancanarische wetenschapper Heriberto López bij een van de geïnstalleerde vallen in Los Berrazales (Agaete).
Antonio-Machado_ed_image671_405.jpg

López, die zij onderzoekswerk deelt met een andere, onafhankelijke wetenschapper, Antonio Machado, heeft opgemerkt, “dat het nietige insect niet aan de oppervlakte kan komen, omdat het soorten zij die geheel zijn aangepast aan het leven in de ondergrond.” Hij voegt hier aan toe, dat deze transformatie geen ommekeer heeft. “Als ze aan de oppervlakte komen zuillen ze sterven,” zo bevestigt hij.
oromia-thoracica.jpg

                                                              Oromia thoracica.
Volgens onderzoekingen, bewoont de snuitkever een gebied van 10 m² in Los Berrazales aan het eind van de Vallei van Agaete. De vallen om ze te vangen worden om de 80 centimeter geplaatst..

Wat betreft de leeftijd , hoewel men nog geen wetenschappelijke gegevens heeft, “hebben we een genetische studie in gang gezet van waaruit we de leeftijden verkrijgen; maar we schatten, dat de oorspronkelijke voorouder tussen de twee en drie miljoen jaar oud kan zijn,” zo geeft Heriberto López aan, dii verzekert dat niemand kan betwisten, dat dit endemische fauna is.

“De normale evolutionaire lijn is , dat de voorouder begonnen is zich in de grond te nestelen door een mogelijke klimaatverandering en dat tijdens dit proces va duizenden jaren deze morfologische en fysiologische veranderingen heeft ondergaan, en zich vferbokgen heeft aangepast aan het leven in de ondergrond,” zij geeft López aan.

De wetenschapper voegt eraan toe, dat deze soort kever detritivoor is (Detritivoren, of detrituseters, zijn organismen die leven van afgestorven en ontbindend organisch materiaal. De regenworm is bijvoorbeeld een detrituseter.) "De kever voedt zich daarom met rottend, organisch materiaal," door metabolische veranderingen van leven in de ondergrond, waar alles de stofwisseling vertraagt; slagen ze erin langer te leven.

De nieuwe soort is men onderweg is tegengekomen in een serie studies die is uitgevoerd door leden van de Grupo de Investigaciones Entomológicas de Tenerife (GIET) (Entomologische Onderzoeksgroep van Tenerife) (voor het bestuderen van insecten en andere geleedpotigen). Het is een groep, die wetenschappelijke activiteiten verricht en die geleid wordt door Pedro Oromí, professor in de Zoölogie aan de Universiteit van La Laguna.

Men kan niet rekenen op financiering. Alles is uit eigen zak,” zo laat López weten die verzekert, dat de ondergrondse wereld van Gran Canaria nog ontdekt moet worden en dat die die veel verrassingen bevat.
1-AAAAislas-canarias-120.jpg


Gran Canaria vraagt Canarische Regering
om hulp in de bestrijding van de ‘picudín

GRAN CANARIA - woensdag 11 februari 2015 - Het Cabildo (Eilandbestuur ) van Gran Canaria heeft op dinsdag 10 februari 2015 de hulp ingeroepen van de Canarische Regering in de bestrijding van de Diocalandra frumenti, algemeen bekend als ‘picudín’, de kever die de palmen op het eiland aantast en die zich latent ophoudt in veel palmbomen.

Gran Canaria telt ongeveer 125.000 palmbomen, daarvan staan er 45.000 in San Bartolomé de Tirajana en Las Palmas de Gran Canaria. Ongeveer 320 palmoases bevinden zich in Tirajana, Arguineguín, Fataga en Telde.
rhynchophorus_cycle_de_vie_p-1.jpg
Diocakandrafrumenti.jpg

                     Diocalandra frumenti (Coleoptera: Curculionidae) = ’picudín’.
De Canarische Regering heeft met behoorlijk succes de picudo rojo (Rode palmkever – Snuitkever, zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Rode_palmkever ) bestreden en momenteel zou men zich moeten inzetten bij een andere ziekte welke de palmen op de Canarische Eilanden aantast en deze verzwakt, wat deze kwetsbaar maakt voor ander ziekteverwekkers en risicofactoren, zo heeft de president van het Cabildo, José Miguel Bravo de Laguna, aangegeven.

De eilandpresident heeft op dinsdag 10 februari 2015 de conclusies gepresenteerd van de

Comisión Técnica de Palmerales (Technische Commissie Palmen-oases), welke in 2013 in het leven is geroepen met de bedoeling fitosanitaire maatregelen vast te stellen voor de bestrijding van plagen en ziekten in de palmen-oases van Gran Canaria.
img_26149.jpgGran Canaria telt ongeveer 125.000 palmbomen, waarvan er 45.000 in een stedelijke omgeving staan, zowel in private tuinen als in openbare groenvoorzieningen, met vooral de soorten Phoenix en Washingtonia, en ruim de helft daarvan concentreert zich in de gemeenten San Bartolomé de Tirajana en Las Palmas de Gran Canaria. In het wild groeien ruim 80.000 palmbomen die verdeeld zijn over ongeveer 320 palm-oases voornamelijk in de grote bergkommen van Guiniguada, Tirajana, Arguineguín, Fataga en Telde. Hoewel de meerderheid voorkomt op een breedte van 300 tot 600 meter hoogte, kan men palmen-oases tegenkomen van de kust tot op een hoogte van 1.200 meter.

Deskundigen stellen de mogelijkheid voor, te overwegen sommige palmen-oases tot beschermd gebied te verklaren, want momenteel staat slechts 15% van de plamen-oases in beschermd gebeid.

Met het doel de Diocalandra frumenti te bestrijden, zijn de deskundigen van mening, dat het goed is, de aangelegde corridors van palmen te elimineren aan de kant van de wegen welke grenzen aan aangetaste gebieden met oorspronkelijk wilde palmen en, om de procedures te wijzigen van de productie, het vervoer en de transformatie van plantenresten.
ia.png
Zo ontwikkelt het Instituto Canario de Investigaciones Agrarias (ICIA) (Canarisch Instituut voor Landbouwonderzoek) momenteel:

  • een aggregatie-feromoon ; een lokstof, welke invloed heeft op een hele populatie en een grote rol speelt bij de voedselvoorziening en de voortplanting – om gecontroleerd massale vangsten te kunnen doen,
  • natuurlijke middelen
  • insecticiden;
  • endotherapie-technieken voor bomen, waarmee men toegestane chemische middelen injecteert met kleine boormachines. Phoenix dactylifera (dadelpalm), de Europese financiering van I+D+I-projecten, het opnemen van de meest specifieke palmen-oases in het Red de Espacios Naturales Protegidos (Netwerk van Beschermde Natuurgebieden) en in Zonas de Especial Conservación (Speciale Conserveringsgebieden) en aangepaste gebieden in te stellen voor ambachtelijke exploitatie. Met het doel te voorkomen dat de palmen beschadigd raken door bosbrand, is het nodig controle uit te voeren op brandbaar materiaal dat zich verzamelt in de omgeving ervan.   Het insect is voor het eerst ontdekt in de Cocos nucifera (Cocos-palm), Phoenix dactylifera (Dadelpalm) , Phoenix canariensis en de Elaeis guineensis (Oliepalm).  
    Controle van de Diocalandra Frumenti
  • Voor de overige wetenswaardigheden over de Diocalandra (Rode palmkever) verwijzen wij u naar de internetpagina: http://nl.wikipedia.org/wiki/Rode_palmkever
  • De eitjes, die afzonderlijk worden gelegd, hebben een ovale vorm een licht doorzichtige kleur en zijn niet gemakkelijk te ontdekken , omdat ze slechts 1 mm meten.
  • Er is weinig bekend over de biologie van de Diocalandra , maar de goede klimatologische omstandigheden op de Canarische Eilanden maken het dit insect mogelijk zich ononderbroken het gehele jaar door voort te planten. De volledige cyclus (van ei tot volwassen insect) duurt twee tot drie maanden waarin Diocalandra vier stadia doormaakt: ei, larve, pop en volwassen insect.

Biologische Cyclus

Het insect is voor het eerst ontdekt in de Cocos nucifera (Cocos-palm), Phoenix dactylifera (Dadelpalm) , Phoenix canariensis en de Elaeis guineensis (Oliepalm).

Gastplanten
Voor de overige wetenswaardigheden over de Diocalandra (Rode palmkever) verwijzen wij u naar de internetpagina: http://nl.wikipedia.org/wiki/Rode_palmkever

 Controle van de Diocalandra Frumenti

  • Het snoeien van groen blad is uitsluitend toegestaan in specifieke gevallen,
  • Alvorens te snoeien: vraagt men speciale toestemming aan het betreffebnde loket,
    Onmiddellijk na het snoeien:
  • is het bestrijken van de snoeiwond met olie-houdende producten aanbevolen.
  • past men een chemische behandeling toe,

Bij vragen over dit onderwerp neemt men contact op met:
- telefoonnummer: 928 301 218
- of via E-mail: picudorojo@gmrcanarias.com
en kijkt men op:
- www.picudorojocanarias.es 

Een groot deel van bovenstaande informatie is verzameld uit edities van het Bolletín  de Gobierno de Canarias (Canarische Staatsblad) en uit de bulletins van het Consejería de Agricultura, Ganadería, Pesca y Alimentación (Ministerie van Landbouw, Veeteelt, Visserij en Levensmiddelen).
1-AAAAislas-canarias-121.jpg


Nieuwe plaag tast palmen aan  op de corridor vanuit het Zuiden tot aan Arucas
La Granja del Cabildo
(de Landbouwschool)  in Arucas
probeert het niveau van aantasting door  'diocalandra' te evalueren voor het nemen van controlemaatregelen

GRAN CANARIA - zaterdag 20 oktober 2012 -  De palmen hebben te lijden van een nieuwe plaag. Een minuscuul insect van amper zes millimeter zaait ongerustheid  bij de deskundigen met de ontdekking, dat het zich verspreidt via de palmencorridor op het Eiland, die loopt van de toeristengebieden  in het Zuiden tot aan Arucas, waarbij men  in eerste instantie heeft gedacht, dat de slechte staat van de palmen uitsluitend te wijten was aan de gevolgen van de droogte.

De Diocalandra frumenti - bekend als picudín, ofwel kleine kokossnuitkever, afkomstig uit tropisch Azië - is in de afgelopen maanden opnieuw actief geworden, nadat deze voor het eerst is waargenomen in 1998. Het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria heeft een bestrijdingsplan in werking gesteld, dat het individueel tellen omvat om de gezondheidstoestand van de 40.000 palmen van Las Palmas de Gran  Canaria te kennen. Dit probleem komt, nadat men eerder de uitbreiding van de picudo rojo (snuitkever) heeft vertraagd.


Diocalandra frumenti - bekend als picudín, ofwel kleine kokossnuitkever, een minuscuul klein insect, maar een groot monster voor palmbomen.

De picudín begint grote schade aan te richten. Dit diertje ter grootte van een gorgojo (snuitkever), of  een  sarantontón (mariquita, of vaquita de San Antón = lieveheersbeestje) is vanuit het toeristengebied begonnen palmen ziek te maken, waarbij men nu al exemplaren heeft aangetroffen in de hoofdstad en langs de kust van Arucas, wat zorgt voor de grootste ongerustheid. Naast deze corridor langs de kust, ontdekt men gevallen richting binnenland in plaatsen zoals Ingenio, hoewel daar de rijke, natuurlijke palmenoases van het Eiland (nog) niet zijn aangetast.

Laboratorium
Tot nu toe heeft men gedacht, dat de terugval van veel exemplaren te wijten was aan het gebrek aan water, maar studies van La Granja del Cabildo (de Landbouwschool) hebben ontdekt, dat de oorsprong van deze plaag voortkomt, uit de voortplanting van dit minuscule beestje. Deze plaag doet zich voor, nadat men er eerder in geslaagd is, om uitbreiding van de picudo rojo (snuitkever) in toom te houden, die ook een slachting heeft aangericht onder de meest typische vegetatie van het Eiland.

De chef van het laboratorium voor plantenziektekunde, Juan Ramón Hernández, geeft toe, dat men nog steeds niet weet wat de werkelijke schade is, maar hij is van mening, dat er onmiddellijk maatregelen moeten worden genomen. Het eerste gebied war men gaat optreden, is in Las Palmas de Gran  Canaria, waar men een individuele telling van de palmbomen  zal organiseren, om te weten in welke staat deze verkeren. Daartoe zal men een convenant  gaan ondertekenen die de duur van twee jaar heeft, met het bedrijf, dat belast is met het onderhoud van de groenvoorzieningen.

De deskundige Purificación Benito merkt op, dat het grootste probleem met de aanwezigheid van de diocalandra is, dat deze ziekten verspreidt in het binnenste van de boom, vooral schimmels, wat  ertoe leidt, dat de boom gedood wordt en omvalt, zoals is gebeurd met de picudo rojo. “Als het een massale aanval is, kan dit in ongeveer acht maanden het einde betekenen van een palmboom,” zo voegt zij toe.

Het verschil met de picudo rojo is in dit geval, dat het gaat om een veel kleiner dier, van amper ze millimeter lang, waardoor het minder zichtbaar is voor de onderzoekers. Vandaar de verwarring over de oorsprong van het kwaad, dat  de plamen-corridor vanuit het Zuiden naar het Noorden aantast.

Purificación Benito denkt, dat men in elk geval, deze plaag tijdig aan het controleren is.

De eerste melding  over de  diocalandra  gaat terug tot 1998, hoewel het nu pas is, dat deze veelvuldig voorkomt. En net als in  andere gevallen, neemt men aan, dat het verschijnen ervan, veroorzaakt is door een  slechte partij goeden die afkomstig is uit Aziatische landen, Kenia, Tanzania, of Madagaskar. Momenteel is de aanwezigheid op het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje) onbekend, hoewel er wel gevallen zij geconstateerd op eilanden, zoals op Fuerteventura.

De onderzoekers bevelen aan, om te handelen zoals bij de picudo rojo, dit, om excessief snoeien en het uitdrogen van het snijgebied te  voorkomen, omdat er zo  koele plekken ontstaan die het uitbreiden van de plaag bevorderen. Daarom raadt men aan, de praktijk van gecontroleerd snoeien toe te passen, in het bijzonder bij de Canarische palm, die het meest lijkt te zijn aangetast door deze aanval.


José Miguel Álamo Mendoza.

De minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij, José Miguel Álamo Mendoza, van het Cabildo (Eilandbestuur) heeft op vrijdag 19 oktober 2012 benadrukt, dat het werk, wat wordt ondernomen door de technici van La Granja (de Landbouwschool), zal moeten dienen voor het nemen van de nodige voorzorgs- en controle-maartregelen, terwijl men nu op tijd zal zijn, om de plaag af te remmen en, hij herinnert eraan, dat dit laboratorium een dienst verleent die toegankelijk is voor iedereen.
kleurlogoCanarias.png


 

kaart_canaria-5-54.jpg

aaaaLOGOMETBANNERGranCanariaActueel-2--422.jpg

yyy1208786641_smileyhuilend-17.jpg