site teller
site teller
site teller
gran-canaria-actueel.jouwweb.nl
'GRAN CANARIA ACTUEEL'... » CANARISCH WOORDENBOEK » CANARISMEN CANARISCH SPAANS

Lieve Spaanse woorden, om uw geliefde in het zonnetje te zetten op Valentijnsdag

SPANJE - maandag 5 februari 2017 - Binnenkort is het 14 februari, en dat is Valentijnsdag, of in het Spaans:  Día de San Valentín , en dat betekent dus dat men - weer - extra lief moet zijn voor de partner, of geliefde. Is men romantisch aangelegd en vindt men het leuk om Spaans te spreken, dan volgt hieronder een lijst met leuke, lieve, en schattige woorden; en enkele zinnen, om in het Spaans zijn/haar liefde, of ‘amo’ te verklaren.

We hebben al eerder een lijst gepubliceerd van de beste zinnen in het Spaans om tijdens de vakantie iemand te verleiden. Dat waren zinnen die mannen konden gebruiken in Spanje en we  zijn nog op zoek naar goede zinnen in het Spaans die vrouwen kunnen gebruiken.  
Voor degenen die kwaad, of boos zijn en even lekker willen schelden in het Spaans hebben we eerder ook al een lijst samengesteld.
f25824b2fa556fda1678ae6d5e0bab83.jpgDit keer kijken we naar woorden, en korte zinnen, die eigenlijk door iedereen gebruikt kunnen worden tijdens Valentijnsdag - of Día de San Valentín in het Spaans - om aan iemand de liefde te verklaren. Overigens mogen deze woorden en zinnen ook het hele jaar gebruikt worden hoor!

WOORDEN:
Cariño           
Cariño (uitgesproken als carienjoo) wordt in de volksmond ook wel eens afgekort naar ‘cari’ maar beiden betekenen niets minder dan: ‘lieverd’, of ‘schatje’. Dit kan men dus elke dag gebruiken, het hele jaar door.

Guapa en Guapo
‘Guapo’ (mannelijk) en Guapa (vrouwelijk) (uitgesproken als gwapo en gwapa) betekent letterlijk ‘schoonheid’, ‘knap’; maar kan ook gebruikt worden als ‘knapperd’,  of ‘lekker ding’. Dit woord kan men elke dag gebruiken tegen wildvreemden, of bij bekenden, zoals men wil.

Cielo,  of mi cielo
‘Cielo’
(uitgesproken als ‘sjielo’) is vooral een zoetsappig woord en betekent letterlijk ‘hemel’ en waarmee men eigenlijk wil aangeven, dat iemand hemels is… een engeltje, of Ángel in het Spaans.

Corazón
‘Corazón’ (uitgesproken als ‘cooraason’) betekent letterlijk ‘hart’ maar is steevast te horen in elk Spaanstalig lied. Men kan Corazón net zo gebruiken als Amor , of Cielo, of elk willekeurig ander lief woordje.

Te quiero, of te amo
‘Te quiero’
(uitgesproken als ‘te kieroo’) betekent letterlijk ‘ik wil je’, maar wordt standaard gebruikt voor: ‘ik hou van je’. Het is een vervoeging van het werkwoord querer. Als men stapje verder is in een relatie kan men ook ‘te amo’ zeggen wat dieper gaat dan alleen maar ‘te quiero’,  wat men overigens ook tegen vader, moeder, of buurman kan zeggen.

Mi vida
Mi vida
(uitgesproken als ‘mie bida’) betekent letterlijk ‘mijn leven’,  maar kan ook gebruikt worden om aan te geven dat men ontzettend veel van iemand houdt en dat die persoon veel voor je betekent, erg slijmerig dus.

Enamorado
Enamorada kan gebruikt worden om aan te geven dat men ‘verliefd’ is , zoals bijvoorbeeld in de zin: ‘estoy enamorado de ti’,  ofwel:  ‘ik ben verliefd op je’. Als men verliefd is zegt  men: ‘estoy enamorado’.

 1d202983a62e7678d81f6f02e7c3d82f-1.jpg

ENKELE ZINNEN
Om een gesprek wat makkelijker te maken, of om een goede openingszin te hebben melden we hier enkele korte zinnen die met liefde te maken hebben. Waarschijnlijk kent men deze wel en maakt men er dagelijks gebruik van, en misschien ook niet, maar zo keert men nog een wat...

Eres el amor de mi vida
Jij bent de liefde van mijn leven

Te amo mucho
Ik hou heel veel van jou

Te extraño
Ik mis je

Tienes los ojos más bonitos del mundo
Je hebt de mooiste ogen van de hele wereld

Te querré para siempre
Ik zal altijd van je houden

Voy a soñar contigo
Ik zal van je dromen.

Te quiero
Ik hou van je

Te amo, tu me complementas
Ik hou van je, jij maakt me compleet

Tu eres el hombre/mujer de mi vida
Jij bent de man/vrouw van mijn leven

Pienso en ti todo el tiempo
Ik denk altijd aan je

Eres la persona mas maravillosa del mundo
Jij bent de mooiste van de hele wereld

No puedo vivir sin ti
Zonder jou kan ik niet leven

Es amor a primera vista
Het is liefde op het eerste gezicht

(Yo) te echo mucho de menos
Ik mis je heel erg

Tienes una sonrisa muy bonita
Je lacht zo lief / Je hebt een mooie glimlach

Te quiero con todo mi corazón
Ik hou van je met heel mijn hart

Hoe dan ook, wij wensen eenieder een heel  prettige Día de San Valentín (Valentijnsdag)!
zzzslas-canariaslogo-kopie-52.jpg

Canarismen - Canarisch Spaans

CANARISCHE EILANDEN - zaterdag 22 februari 2014 - Canarisch Spaans (Spaans: het Spaans van Canarias, of de Canarische taal) is een variant van het standaard Spaans (Castiliaans), dat wordt gesproken op de Canarische Eilanden door de Canarische bevolking.

De bevolking die de eilanden bewoonde voor de verovering, de Guanchen, spraken een aantal Berber-dialecten. Na de verovering, voltrok zich snel en intens een cultureel proces met het verdwijnen van de oorspronkelijke taal op bijna de gehele Archipel. Alleen sommige namen van planten en dieren overleefden, evenals termen die te maken hebben met vee op de boerderijen, talrijke plaatsnamen op de eilanden, evenals de namen van de Eilanden.

Vanwege hun geografische ligging hebben de Canarische Eilanden veel invloed van buitenaf ontvangen, wat hun cultuur en evenzeer hun taal heeft beïnvloed.

‘Gran Canaria actueel’ geeft hierbij een overzicht van Canarismen, zonder te pretenderen compleet te zijn (verre van dat zelfs!):

Archaïsmen die afkomstig zijn uit het Castiliaans ten tijde van de verovering:

Apopar -Vleien.

Balde - Aardewerk-schaal, of emmer.
Besos - Lippen (Etymologisch). In middeleeuws Castilliaans ‘Bezos’
Curioso - Voorzichtig.
Drago - (Of Latijn: draco, draak). Een Canarische boom uit de familie van de Liliácea, die twaalf tot veertien meter hoog kan worden, met kleine bloemen, van een vaalgroene keur, en geelachtige bessen als fruit. De Drago van Icod de Los Vinos is beroemd, hoewel in Orotava lang geleden een kolossale drago bestond. Het is ook een fabel-struik. De legende - van Atlas die de draak Ladón doodde - wil, dat de drakenboom de ingang van de Tuin van de Hesperiden beschermde, zijn bloed viel op de Aarde. Uit elke druppel groeide zodoende een drakenbloedboom, waardoor de duizendjarige draak levend blijft door deze reeks van nakomelingen. De Guanchen kenden de plant een magische kracht toe en gebruikten het overvloedige sap in hun cultuur. Anderzijds, verkregen de Romeinen het sap  en verkochten dit tegen hoge prijzen, om verwerkt te worden als basis in cosmetisch producten.
Recova - Markt.
Antier - Eergisteren.

Woorden afkomstig uit het Portugees, of uit het Galicisch-Portugees:

Abanar - Vaarwel wuiven met de hand, of het gebruiken van een waaier

Aguaviva - Medusa, of kwal
Aldoriña - Wandelaarr van het Portugese andorinha, ‘zwaluw"’)
Alongarse - Hij/zij die zichzelf veel laat zien.
Bago
- druivenpit.
Balayo -
Soort rieten mand.
Cacho - Een brok.

Cambado - Gedraaid.
Cangallo - Mager.
Cañoto - Linkshandig persoon.
Coruja - Uil.
Cumplido - Uitverkocht.
De relance - Bij toeval.
Emborcar - Een container laten overlopen met vloeistof.
Empenado -
Dat wat niet goed is.

Enchumbado, of Enchumbao, of Enchumbao - Iemand die drijfnat is.
Engaso - Een tros druiven zonder bagos.
Engodo - Aas dat in zee wordt geworpen, om vis naar een vis-locatie te lokken.
Engoruñado, of engruñao - Gebogen, gekrompen .
Entullo - Afval. Van het Portugese entulho. Men hoort ook wel ontullo.
Escachar - Pletten.
Escanillo - Lade van een naaimachine
Escarmenar - Haar glad maken.
Escarranchar(se), of espatarrar(se) -
(je) benen openen.

Fañoso - Nassaal praten, iemand die door zijn neus praat.
Fechadura - Iets, dat slecht gemaakt, of gedaan is.
Fechar - Sluiten.
Fechillo - Grendel.
Ferruje, of ferruja - Roest, oxidatie.
Fonil - Trechter (van het Galicisch-Portugese: funil, van het Latijn infundibulum).
Fogalera - Vreugdevuur.
Funchar - Zinken, zeer nadrukkelijk raken.
Garuja - Motregen. (Etiologisch Caruja in middeleeuws Portugees).
Gaveta - Lade (van een kast). Ook het handschoenenvak in een auto (van het Portugese gaveta - lade).
Gomo - Bloemknop, van sinaasappel, of citroenboom  (van het Portugese gomo, of laranja, limão).
Jeito - Beweging die pijn veroorzaakt.
Liga - Schoenveter.
Liña - Kledinglijn.
Magua - Verdriet, pijn
Manejar - Leiden.

Maneje - Stuurwiel.
Margulla - Duiken
Mas Nada -
Niets meer. Niets, komt van het Portugese ‘Mais

Más Nunca - Nooit weer. Nooit , komt van het Portugese ‘Mais".
Millo - Graan. Millo wordt gebruikt in plaats van Maïs (van het Portugese milho).
Mesturar - Mengen (van het Galicisch-Portugese misturar).
Mojo - Typische saus van de Canarische Eilanden (Latijns Amerika ‘mojos’ afgeleid van Canarische  mojos; komt van het Portugese ‘Molho" (saus).
Novelo - Bal van garen.
Payo - Buik.
Peje - Vis.
Rapadura - Typisch snoepje van het eiland La Palma, komt van de benaming ‘schrapen’, waarschijnlijk oorspronkelijk van de Azoren en naar de Canarische Eilanden gebracht (Toscano Mateus, 1953, 398).
Rebotallo - Restje, restant.
Rente - Vlakheid, gelijk zijn, of om iets te nivelleren.
Rolo - Cilindervormig lichaam, Cilinder, of iets cilindervormis.
Sorribar - Grond ploegen.
Tontura - Vervelend.
Trancar - Sluiten met sleutel, of grendel (van het Portugese trancar).
Verga - Draad.
Vergoña - In plaats van verguenza (van het Portugese vergonha, ‘schaamte’).
Viña - Wijndruif, of wijngaard en komt van de naam van de plant (de wijndruif); dit gebruik komt van het Portugese vinha.

Woorden van Andalusische oorsprong:

Afrecho - Zemelen, Cornflakes.
Aulaga -
Plant.

Candela - Vuur.
Cigarrón - Sprinkhaan.

Woorden van  Guanche oorsprong:
A -
Guanche-lidwoord gelijk aan ‘De/Het’
(Historisch, wordt niet gebruikt door de hedendaagse Canario’s).

Acot - Negen.
(Historisch, wordt niet gebruikt door de hedendaagse Canario’s).

Acot-acotago - Negenennegentig
(Historisch, wordt niet gebruikt door de hedendaagse Canario’s).

Acot-amiago -Negenendertig      
(Historisch, wordt niet gebruikt door de hedendaagse Canario’s).

Acot-arbago - Negenenveertig    
(Historisch, wordt niet gebruikt door de hedendaagse Canario’s).

Acot-cansago - Negenenvijftig   
(Historisch, wordt niet gebruikt door de hedendaagse Canario’s).

Acot-linago - Negenentwintig     
(Historisch, wordt niet gebruikt door de hedendaagse Canario’s).

Acot-marago - Negentien.           
(Historisch, wordt niet gebruikt door de hedendaagse Canario’s).

Acot-satago - Negenenzeventig   
(Historisch, wordt niet gebruikt door de hedendaagse Canario’s).

Acot-setago -Negenentachtig       
(Historisch, wordt niet gebruikt door de hedendaagse Canario’s).

Acot-sumago -Negenenzestig      
(Historisch, wordt niet gebruikt door de hedendaagse Canario’s).

Achipenque, of achipenco -Persoon, of ding van weinig waarde
(Historisch, wordt niet gebruikt door de hedendaagse Canario’s).

Agamame - Portie meel.
Arrorró - Slaapliedje.
Ook het officiële volkslied van de Canarische Eilanden, op de Canarische Eilanden in delen van Castillië en Andalusië en in diverse landen in Latijns Amerika gebruikt voor het beschrijven van een lied, of, slaapliedje. A' Ro (of arraw) betekent jong (pas geboren), vandaar ook vertaald als: inheems geboren jongetje.

Baifo - Geit.
Esmira - Korst.
Gánigo - Kom, schaal.
Gofio - Meel van groente of graan.
Geroosterd. Het kan bestaan uit een graansoort, of gemixt zijn uit granen, het was het basisvoedsel voor de inheemse Canario’s die Guanchen werden genoemd.

Goro - Kraal.
Gorón -  Ronde stenen muur, vooral om bomen te beschermen tegen wind en dieren.
Guanil - Wilde geit.
Guirgo - Verstoppertje spelen.
Guirre - Afrikaanse gier, of Egyptische gier (Neophron percnopterus. Familie: Falconidae).
Jaira - Tamme geit. Ook gebruikt als beschrijving voor een gek persoon.
Jalar - Trekken.
Rebereque - Verhalen, of geschiednissen (bijvoorbeeld: "Déjate de rebereques" (“Vertkl geen verhalen”).
Sirinoque - Een dans op het ritme van een trommel, door paren uitgevoerd die korte sprongetjes maken.
Tafeña - Een soort geroosterd graan.
Tafor - Geitenmelk.
Tamaragua - Dit woord behoort tot de Guanchen-taal en betekent: “Goedemorgen”.
Tagasaste - Plant.
Tagoror - Dit woord behoort tot de Guanchen-taal en betekent "ontmoetingsplaats".
TajarasteEen reidans op Gomera en Tenerife, op het ritme van een trommel.
Tonique/Tenique - Een grote steen, of kei.
TotufoZwelling,
(‘tolete’ kan ook als een belediging worden gebruikt, en betekent: "idioot").

De Canarische plaats-naamgeving is vol met woorden van inheemse oorsprong uit vervlogen tijden die tot Spaanse woorden zijn gemaakt, door de Spaanse kolonisten die op de Canarische Eilanden woonden en ook sommige, die vermengd zijn met de Guanche-bevolking (bijvoorbeeld: Tacoronte, Adeje, Arona, Pay, Guayadeque, Tuineje, enz).
 
In aanvulling daarop bestaan er namen op Canarias die uit de Guanche-taal komen (Gara, Acerina, Beneharo, Jonay, Tanausú, Chaxiraxi, Ayoze, Yaiza, enz.).


Inheemse Guanche-woorden van La Gomera:
Aculan -
Boter.

Aguamame - Soort bijtring gemaakt van de wortel van de majada-varen.
De inheemse moeders doopten deze wortels in boter, verse kaas en gofio (inheemse geroosterde granen) en gaven die aan hun pasgeborenen.

Aemon, of ahemon - Water.
Alcorac - God.

Inheemse Guanche-woorden van Gran Canaria:

Acoran, of achoran - God.

Achicaxna - Schurk.
Achjucanac - Sublieme God.
Achjuragan - God, groot heerschap.
Magec - Zon.
Magio - Geest van de zon, zoon van de zon.
Alcorac - God.

Inheemse Guanche-woorden van El Hierro:

Acof -
Stroom, rivier.

Aculan - Boter.
Aguamame - Soort bijtring gemaakt van de wortel van de majada-varen.
De inheemse moeders doopten deze wortels in boter, verse kaas en gofio (inheemse geroosterde granen) en gaven die aan hun pasgeborenen.

Aemon, of ahemon - Water.
Alcorac - God.
Guásamo, guársamo - Holte uitghouwen in de takken, of de stam van bomen voor het opvangen van in de bladeren opgeslagen water.

Inheemse Guanche-woorden van La Palma:

Abora - God.

Acerjo or ajerjo - Vallei, locatie met water.
Adago - Melk.
Adey - Onder, beneden.
Adijirja - Stroom, wedren.
Ahemen - Water.

Inheemse Guanche-woorden van Lanzarote
:

Aemon, of ahemon - Water.

Inheemse Guanche-woorden van Tenerife:

Abugaret - Grot, hol, diepte.
Acichey - Bonen.
Acoran, of achoran - God.
Achaman - Zonnegod, Oppergod.
Achguayaxerax - De geegst van de lucht, de geest die alles weerstaats, de machtige.
Achic - Zoon.
Achicaxna - Schurk.
Achiciquiso - Edelman, ruiter
Achimencey - Hidalgo (Edelman), volk van de koning.
Achjucanac - Sublimeren, verheven God.
Achmayex
- Moeder.

Achuhurahan - De Grote (God, groot heerschap),
heeft dezelfde betenis in de uitspraak van "achjuragan".

Aemon, of ahemon - Water.
Aguere - Lagune.
Afaro - Zaad.
Ahico - Jurk, nachjapon, huid
Ahof -Melk (uitspraak: ajof).
Ahoren, of ajorenGofio , of bijna vloeibaar voedsel bereid met gofio, melk en water, gebruikt door de inboorlimgen.
Aja, of axa - Geit.
Magec - Zoon.
Magio - Geest van de zon, zoon van de zon.
 
Woorden afkomstig uit Latijns Amerika:

Aguaitar - dichterbij komen, naderen.
Atorrar(se),
of Vagar - Gaan liggen,
meestal gebruikt voor patiënten, net als de uitdrukking "enguirrao".

Bacilón, of Vacilón. Een groot feest of een grote flater begaan.
Relaxen. Het betekent ook lawaaierig racket.

Batata - Idioot, of onhandig persoon.
Bembas - Dikke lippen.
Komt uit Afrikaanse invloeden. (Bemba) Centraal Afrika Bantu-volk.

Bochinche, of Guachinche - Taveerne.
Cachetada - Klap, in het gezicht.
Carretear - Het feest verlaten.

Curado- Dronkaard.
Embullo - Vermaak.
Encachasado -Vies.
Enchular(se) - Om te maken voor iemand.
Escorroso - Lawaai, racket.
Espejuelos -Bril.
Fajar(se) -Voor iemand om te vechten.
Dit woord kan oorspronkelijk van de Canarische Eilanden, of Cuba zijn, maar dat is onzeker.

Guagua - Autobus.
Dit woord kan oorspronkelijk van de Canarische Eilanden, of Cuba zijn, maar dat is onzeker.

Guineo - Gezongen lied.
Machango - Pop, of een slecht gekleed persoon, een clown; joker.
Het wordt normaal gebruikt, om op minachtende toon te praten over de manier waarop men zich gedraagt ​​als een klein kind.

Machetear - Geld inzamelen
Mani, Manices - Pinda, kleinigheden
Monifato - Niñato persoon zonder ervaring.
Papa, Potato - Inheems Amerikaans-indiaans voor aardappel.
Potato (Papa) inheems in Amerika.

Parrandear, of Salir de juerga - Een dansbal, of feest verlaten
Pendejo - Slecht woord. Betekent: ‘lafaard’.
In de woordenschat van de spreektaal woordenschat wordt het gebruikt, om te praten over het mannelijke, of vrouwelijke intieme (schaam)haar.

Pibe - Puber jongen..
Pibón/a, of  pibonazo - Wordt gebruikt voor een goed uitziende jiongen, of meisje met een mooi lichaam.
Rascado, of rascao - Slachtoffer.
Roto -
Gewoon, ordinair.

Singuango - Stom, dwaas. (Het juiste woord is Zanguango, niet zinguango).
Tenis, of playeras - Sportslippers.
Tonga - Veel van iets, een grote portie.
Traba - [1] Haarspeld. [2] Kledingspeld.
Vaquita - Inzamelen. Geld inzamelen bij een groep mensen, om iets te kunnen kopen.

Woorden van Engelse oorsprong:

Autodate - Verlopen, over de datum.

Beberijo - Verfrissing (van brew of brewery, brouwen, of brouwerij).
Bisne - Handel.
Boliche - Marmer.
Komt uit het bowling, van marmeren bowling-ballen.

Boncho - Viering (door een clubje mensen).
Cambuyonero - Persoon die producten van twijfelachtige herkomst koopt en verkoopt.
Canchanchán -
Persoon die voor niets deugt, een idoot, of iemand die een ramp is.

Concretera - Betonmixer (specifiek van het Engelse beton maken/kónkrit ).
Creyón - Kleurpotlood (van het Engele crayon /'kreion/ color pencil).
Chanse - De kans geven (van het  Englise chance /tSa:ns/ mogelijkheid, kans).
Flaite - Betekent van slechte klasse, gebruikelijke delinquent.
Flash -  Geparfumeerde frisdrank in een plastic container waarop staat FLASH (van het Engelse flash /flaes/ oplichten, sprankelend).
Flís - Spray, insectenspray, of spuitbus (van het Engelse fleas /fli:s/ (vlooien)).
Als gevolg van luizen op de Canarische Eilanden een insectenverdelgingsmiddeel in een zogenoemde  spray-, of spuitbuis.

Fisco - een stukje, stuk. (van a piece of /a pí:sof/- - > /fí:so/- -> /fí:sco). Bijvoorbeeld, een stukje kaas (het is iets van niets, het stelt niets voor).
Fonil - Trechter (van het Engelse funnel /'fónl/, of van het Portugese funil).
Opnieuw geïntroduceerd en hergebruikt op de Canarische Eikanden als gevolg van de oplevende wijnhandel, of malvezij met Engeland (van de 16de tot de 18de Eeuw), hoewel volgens  de Spaanse Koninklijke Academie (IT ABRADES) komt het van het Aragonese ‘fonil’,  trechter.

¡Fos!- Een slechte geur. A bad scent (van het Engelse faugh /fo:/ uitroep van afkeer, of walging).
Fule - Uitdrukking die betekent, dat iets niet correct is lijkt, of een daad van bedrog, (van het Engelse, houdt ons voor de gek (bedrieg ons niet, als je zaken met Engelsen doet, don’t fuck the Brits, en van daariut is de uutdrukking afgeleid, This is fule (bunch of bull); This smells fule, smells fishy to me (dit zaakje stinkt volgens mij…).
Guachinche - Een  locatie om te genieten van goede, zelfgemaakte gerechten. Deze etablissementen en hebben een boeren-oorsprong en van veehandelaren, afhankelijk van de tijd van het jaar voor het verkopen van hun producten (in het bijzonderde malvezij) rechtstreeks aan de Engelsen en later aan de lokale comsument.
Ook heeft het waarschijnlijk zijn oorsprong uit het Engels, in de uitdrukking “I’m watching!" /aim wachingye betekenend: “ik bekijk hem,” aangevend, dat de Engelse koper bereid was te onderhandelen over zaken die zo nauwlettend werden bekeken). Iedere ruimte, of garage was perfect om wijn te verkopen , om vlees te stoven op houtskool, of  te dienen om andere gerechten van  de  traditionele Canarische keuken op te dienen. 
Hoewel ze nog steeds bestaan ​, hebben veel mensen hun falende bedrijven omgezet in tavernes of restaurants.
Guachinches zijn de ideale plek om te genieten van de typische gerechten van Tenerife en te vragen naar ‘Pina de Mill'‘ en naar perziken, of abrikozen;  om te  eindigen met een ‘Café Cortado’ (Koffie met een beetje melk), of  ‘leche y leche’ (dat wil zeggen met melk en melk producten, maar in feite koffie is met warme melk en gecondenseerde melk.
Er zijn vele Guachinches in het Noorden van het eiland Tenerife en het grootste deel is gelegen tussen Icod van Vinos en Tacoronte-Acentejo.

Guagua - BAutous, (oorsprong Canarische Eilanden, later ook op Cuba ). Geluid van de claxons van wagens, of autobussen.
Guanajo - Idioot, stommeling.
Taino-woord voor turkey (kalkoen).
De Taino waren de oorspronkelijke bewoners van Cuba, Puerto Rico enz.
De turkey (kalkoen) is inheems in Amerika.
Was geïntroduceerd opde Canarische Eilanden via de Nieuwe Wereld (Cuba enz.).

Guanijei - Glas, of een glas vol met likeur, over het algemeen whiskey (John Haig). One John Haig!/wán dónjei/ (een John Haig). Levánta tu guanijei! (Hef je glas!).
Monimoni, of pelas - Geld.
Naife, of Nife. Mes (uit het Engels knife /naif/ knife)
Piche - Asfalt, teer, (of pitch /pich/ (sturen, gooien), van asfalteerde die asfalt naar iemand gooiden die hen gek maakte; asfalt: Pitch! Pitch).
Pulover - Sporttrui of sweater (van het Engelse pullover/opollova/jersey).
Queque - Cake, (van cake/kéik/ pie).
Sevená
- Soda (popuklair) (van het Engelse 7 Up /sevenáp/ above the seven)

Suéter - Trui (van het Englse sweater /'swete/ jersey).
Tenis - Sportslippers (van het Engelse of English tennis shoe, slippers; om tennis te spelen).
Tifar - Stelen (van het Engelse thief /Zí:f/ thief).
Trinque - Drinken (van drink /drink/ to drink). ¡Échate páca trinke!

Algemene uitdrukkingen:

Abollado - Heel vol zijn (volle maag)
.
Afilador - Puntenslijper.
Alberejado - Heel actief, wakker zijn en niet kunnen slapen.
Alegar - Veel praten. Kritiek keveren.
Añurgar(se), of Enyugar(se) - Stikken.
Arique - Koord.
Arrojar(se) - Overgeven, braken.
Arveja - Boon
Asadero - Barbecue.
Badana - Gedroogd blad van de bananenplant gebruikt voor vlechtwerk, ambachten, landbouw, kuipen, enz.
Balde - Emmer (voor water).
Barraquito - Koffie met gecondenseerde melk, likeur, kaneel en een citroenschilletje
Belingo - Viering.
Bobomierda - Het woord spreekt geheel voor zichzelf.
Boliche -
Marmer.

Bogar - Roeien.
Bolla - Wit melkbrood. Ook rond van  vorm, dik
Boquinazo - Tongzoen.
Bostión - Een persoon die teveel eet.
Ca´- dialect voor huis.
Cachimba -
Tabakspijp.
Cacho,
of Cachito - Een stukje van iets.

Calufa - Ongelooflijke hitte.
Cambado - Twist, ruzie,
Canarión - Iemand die geboren is op Gran Canaria.
Chácara - Houten Canarisch muziekinstrumen.
Chola -
Sandaal, canvas schoen, strandslippers.

Caja del Gofio - Maag, buik.
Canelo - Bruine kleur, kaneelkleurig.
Bespottelijk voorwerp, maar ook gezegd van iemand die bescheiden is (nerd). Bijvoorbeeld: "Carlos is een kaneelkleurige"

Cañita - Een drankje.
Cinta Siva - Plakband.
Cho/a.
Hr. of Mevr. (het volksliedje zegt: "Échese pácá, Cha Maria,/échese pácá, Cho Jose"). Het komt van de uitgangen van muchaCHA and muchaCHO.

Chafalmeja. Chaflameja -  (Minachtend). Iemand die iets slecht doet.
Chascar - Eten.
Chicharrero - Geboren in de hoofdstad van Santa Cruz de Tenerife.
Chichón - Een heel vervelend kind.
Chivichanga, chibichanga -  
Penis
.
Cholas - Strandslippers, huisslippers .
Chorbo, chorba - Knappe jongen, of meisje
Chozo - Huis.
Chupón - Iemand die in de nek kust en een zuigvlek achterlaat.
Colorao - Rood
Coneja, repipi - Uiterst pretentieus meisje.
Cometiar - Rondkijken.
Cotufa - Gepofte Maís, pop corn.
Damasco - Abrikoos.
Desinquieto - Nerveus. "Deze jongeman is desinquieto".
Derriba - Iets optillen.
Echarse el Alpisto - Eten.
Escachao Abollado - Iets niet hebben. Geen geld hebben, blut zijn. "Ik ben escachao"
Emboliado - Verdoofd zijn van de effecten van marihuana
Empenado - Ruzie.
Empalicar(se) - Lang met iemand praten.
Encarnao -
Rood.

Enchumbado - Nat, drijfnat. "Chacho, estoy enchumbado" (“Jongen, ik ben drijfnat van de regen).
Enfolinado - Rennend, vesnellend, snel.
Enyugar(se) - Stikken in voedsel.
Fonil - Trechter.
FosUitdukking van stank.
Fósforo(s). Lucifer, (een doosje lucifers).
Fuma - De gewoonte hebben tabak te roken.
Giribilla - Nerveus, in moeilijkheden.
Godo - Minachtende vorm, die wordt gegeven aan Spanjaarden van het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje) die naar de eilanden komen met superieure gevoelens, die gewoonten verachten, het accent, enz. Dit heeft geen betrekking op alle Spaanjaarden van het vasteland, alleen maar op hen, die Canario’s en/of hun gewoonten niet respecteren.
Golisnear, Golifiar, of Goler. Rondkijken. Men zegt ook wel Gulifiar. Het komt van RUIKEN. Zoals rondneuzen, bijna spionerend.
Gomo - Bloemknop van een sinaansappel-of citroenboom (van het Portugese gomo van laranja, limão).
Guachinche - Een de locatie om te genieten van goede, zelfgemaakte gerechten. Deze etablissementen en hebben een boeren-oorsprong en van veehandelaren, afhankelijk van de tijd van het jaar voor het verkopen van hun producten (in het bijzonderde malvezij) rechtstreeks aan de Engelsen en later aan de lokale comsument.
Ook heeft het waarschijnlijk zijn oorsprong in het Engels uitdrukking “I’m watching!" /aim wachingye betekenenend: “ik bekijk hem” /aangevend dat de Engelse koper bereid was te onderhandelen over zaken die zo nauwlettend werden bekeken).
Iedere ruimte, of garage was perfect om wijn te verkopen, om vlees te stoven op houtskool, of  te dienen om andere gerechten  van de traditionele Canarische keuken op te dienen.

Hoewel ze nog steeds bestaan , hebben veel mensen hun falende bedrijven omgezet in tavernes of restaurants.
Guachinches zijn de ideale plek om te genieten van de typische gerechten van Tenerife en te vragen naar ‘Pina de Millo'  en naar perziken, of abrikozen; om te eindigen met een ‘Café Cortado’ (Koffie met een beetje melk), of  ‘leche y leche’ (dat wil zeggen met melk en melk producten, maar in feite koffie is met warne melk en gecondenseerde melk.
Er zijn vele Guachinchesin het Noorden van het eiland Tenerife en het grootste deel is gelegen tussen Icod van Vinos en Tacoronte-Acentejo

Guanche - Het woord Guanche, van Guam-chinec, betekent "iemand van Tenerife". De pre-Spaanse bewoners op het eiland woonden in grotten, waren monotheïstisch, mummificeerden hun doden, kenden geen scheepvaarten en gedurende de zomer hoedden ze hun kuddes in de barrancos (ravijnen) van de Teide.
Ze noemden de vulkaan Echeide (Hel) en ze dachten, dat op de paden ervan de duivel Guayota leefde.
Ze hadden een hierarchische samenleving en werden geregeerd door de mencey, koning, die werd gekozen door de Raad van Edelen.
Hun herkomst is niet precies bekend. Mogelijk houdt die verband met de Zanata (Zenata, in het Berbers: Iznatten) waren gedurende de middeleeuwen een van de drie grote Berber-confederaties, naast de Masmuda en Sanhaja (Berbers: Iznagen, of Izenayen)
(zie; http://nl.wikipedia.org/wiki/Zenata)
en ook:
https://www.google.nl/#q=zenata+berbers&spell=1).
Er zijn overblijfselen van de Guanchen aangetroffen op archeologische vindplaatsen op Tenerife, maar de geest van de Guanchen leeft voort in de dagelijks gebruikte woorden en in voedsel zoals gofio en vooral in de legenden.

Guagua - Autobus, stadbus
Guata - Katoen - van het Franse “ouate”, en mogelijk van het Arabiscje "wadd'a", wat katoenblad betekent.
Guanajo/a - (Minachtend) Pendejo/a (laffaard). Om guango te worden: om gek van te worden.
Guineo - Traagheid, Iets, dat tot ein den treure wordt herhaald.
Hablar - Op iemand vallen, flirten.
Hondilla -
Schaal.

Jable - Vulkanisch materiaal van witachtige oorsprong, waarmee akkerland wordt bedekt op somme delen van de eilanden, om de aarde vochtig te houden. Ook wit zand verspreid op Fuerteventura.
Jalar - Iets gooien.
Jaya
- Hongerig zijn.

Jeringar(se) - Verveeld raken, zich vervelen
Jediondo - Van het Portugese Hediondo, dat wat een slechte geur verspreid, varken. Figuurlijk: vies, obsceen, weerzinwekkend.
Stinkende struik
Jilorio - Honger hebben.
Jugo -
Sap.

Lasca - Stukje dat van iets is afgeneden. "Échame pácá una lasca de jamón (geef me een plakje ham) en ook, een stukje kaas".
Liga - Koord.
Llevarse a una tia -
Vastbinden.

Machango - Lachwekkend persoon.
Mago - Op Tenerife, boer.
Magua - Pijn. Verdriet.
Manosiar - Intimideren.
Margullar -
Duiken.
Maúro -
Op Gran Canaria betekent dit: boer.

Merendero - Recreatieplaats in bossen - zoals vastgesteld in de nationale parken - waar men kan picnicken.
Mesturar - Mengen.
Mojo - De populaire smakelijke saus(en) van de Canarische Eilanden. Canariche mojos vergezelden Canariche immigranten naar de Caraïben en naar Zuid Amerika, waar ze verpreid raakten over geheel Latijns Amerika.
Note/a -
Oom/tante.

Ñoños - Tenen.
Orear - Ventileren, luchten. “Ik ga mijn kleding luchten”.
Par - Twee, of meer (meestal meer) van iets. Bijvoorbeeld: een paar dagen - kan zelfs teruggaan tot een week, of langer geleden).
Papa - Aardappel.
- Afkorting van “naar”. Bijvoorbeeld: Me voy pá Lanzarote (Ik ga naar Lanzarote).
Pácá
- Afkorting van “hier”. Bijvoorbeeld: Ik ga naar hier.

Pál - Afkorting van “´tot” in  de betekenis van  “naar” Bijvoorbeeld.: Este fin de semana me voy pa'l sur. ( Dit weekeinde ga ik naar het Zuiden.)
Pállá - Afkorting van "para alla" betekent: "daarginds." Bijvoorbeeld: Ik ga naar Lanzarote, me voy pa'llá (ik ga daarginds naar toe).
Páquí - Afkorting van "para aqui" in de betekenis van "hierheen." Bijvoorbeeld:: Me vengo pa'qui (Ik kom hierheen).
Partigazo
- Uitglijer, op de grond vallen.

Pantuflas - Pantoffels, huisslippers.
Pelete -
Koud "Que pelete" (“Hoe koud”).

Pellizcón - Een heel klein beetje.
Peninsular -
Spanjaard(en) die niet op de Eilanden wo(o)n(t)en, die op het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje) of op de Balearen wo(o)n(t)(en).

PerretaErgernis, meestal veroorzaakt door kindren.
Pibe/a - Puber. Wordt ook gebruikt in de zin van een affectieve relatie “pibe, mijn verloofde.”
Pimienta picona - Soort peper die wordt gebruikt om de scherpe Canarische saus te maken, Mojo picón genoemd. De peper is heel geliefd, vanwege de intense scherpte.
Pijito - Schroef, spijker of scherpe pin van klein formaat.
Platanera - Bananenplant, of bananenplantage.
Playeras - Strandslippers.
Potaje - Stoofschotel van vlees, groente en andere ingerediënten. Bijvoorbeeld guiso, of guisado.
Regoler - Rondkijken.
Roscas - Gepofte maïs, pop corn.
Sancochar - Koken in water.
Sancocho - Typisch gerecht van de Canarische Eilanden bereid met gedroogde, of verse kabeljouw, of verse vis, aardappelen en zoete aardappelen, vergezeld van een bordje gofio of bananen.
Seguir - Doorgaan, verdergaan.
Seña - Señora (Mevrouw)
Sopladera - Ballon.
Sorullo - Dom, verwart (spreektaal op Tenerife).
Tino - Gezond verstand. "Hij heeft geen tino", "Borracho fino no pierde el tino" (volksgezegde, wat betekent, dat een dronkaard zijn verstand niet moet verliezen).
Tenderete - Bijeenkomst (meestal in relatie tot de aanwezigheid van eten en typisch Canarische folklore).
Timple - Kleine Canarische gitaar.
Tolete - (1) onhandig, (raar) (2) idioot, vuilnis (zoals in Cuba en in de Dominicaanse Repubiek. volkgens IT ABRADES) "je bent een tolete" (je bent een idioot). "Wat een tolete!”
Tormo - Hoofd.
Trinca -
Nemen, tegenkomen. "Eens kijken of ik de vette tegenkom" (loterij). "Als trinque, je komt jezelf tegen ..."

Volador - Vuurpijl.
Vidriosa -
Glazen knikker, of bowlingbaan.
Villero -
Geboren in de stad Orotava (Tenerife).

Zahorra - Vulkanische gesteente met veel openingen veroorzaakt zijn door de schok van magma met de lucht tijdens een vulkaanuitbarsting.
Wordt gebruikt in de bouw als decoratie-materiaal.

Het benoemen van ziekten:

Cagalera - Diaree.

Corte de digestión - Plotselinge verandering van lichaamstemperartuur in contact met water.
Corriente de aire - Plotselinge verandering van lichaamstemperartuur in contact met koude lucht.
Desmayo - Ik nies, of ik gaap.
Desmayar(se)Gapen
Estar escaldado - Koorts hebben.
Estirar la pata -
Doodgaan.

Finfli or flonfli - Wegrotten.
Jeito - Een verrekte spier, een spier verrekken.
Tener el pecho atormentado -
Kou vatten.

Tener fatiguita/jilorio/gazuza - Honger hebben.

Benamingen voor Dieren:

Abade -
Kabeljauw.

Aldoriña - slijkspringer, van het Portugese nldorinha.
Bucio - Zeeslak (schelp), maar niet van dezelkfde soort als de burgado.
Burgado - Zeeslak (schelp).
Baifo - Geitje.
Cabozo - zeevis dicht bij de kust, 15 cm lang, donker van kleur met een vaalwitte buik en staart.
Choc - soort kleine inktvis.
Cigarrón -
Sprinkhaan.

Fula - Kleine vis met heldere kleuren.
Gueldes - Kleine vis
Guirre - Gier. De Afrikaanse, of de Egyptische gier (Neophron percnopterus. Familie: Falconidae).
Jaira - Geit.
Lisa - Kleine soort hagedis en soort vis.
Vieja -
Ondersoort van de endemische, donkerbruine vis op de Canarische Eilanden, met een roze plek. Bij voorkeur gebruikt in Canarische stoofpotten.

Algemeen gebruikte zinnen:
Al trancaso - Negeren.

Chacho/a - Maatje.
Chas Vería - Actie van verbazing.
Chiquito zaperoco -
Een uitdrukking die wordt gebruikt, om te praten over een grote opschudding.

Choni/Guiri - Deze uitdrukkingen worden gebruikt, om op een minachtende toon te praten over buitenlanders.
Choni wordt ook gebruikt als idioot.
Un Guiri is een buitenlandse toerist die geen Spaans spreekt.
Dejarse dormir -
Zich slapend houden.

Déjate Estar - Blijf waar je bent.
¡Déjate ir! -
Langzamer, alstublieft!

Don/Doña, of Cho/Cha. Wordt gebruikt in plaats van Señor/Señora, wanneer iemand het over een meerdere heeft (het is heel typisch wanneer men spreekt over schoonouders, of een oudere persoon).
Echa por la sombrita - Tot ziens, staat gelijk aan: een prettige dag verder.
Español - Spanjaard, of van het vasteland van Spanje, ook verwijzend naar mensen, of dingen van het schiereiland (gewoonlijk wordt dit minder gebruikt, dan "península").
Eso me dijo, Eso te digo - Ik zeg exact tegen jou, wat zij tegen mij gezegd hebben.
Estar a mamarla -Ver weg zijn; zoiets als: "de stad is 100 kilometer ver weg ". En men antwoord: "Chos, dat is klote" (Estar a mamarla)
Godo - Minachtende vorm, die wordt gegeven aan Spanjaarden van het schiereiland. Spanjaarden die aankomen op de eilanden met superiuere gevoelens, die de gewoonten verachten, het accent, enz.
Dit slaat niet op alle Spanjaarden, doch uitsluitend op diegenen die de Canarische Eilanden niet respecteren, noch hun gewoonten.

Ir al fuego, ir embalado - Erg snel gaan.
Jartar(se) como un cochino - Een overvoed aan voedsel hebben.
Jefe -
De baas.
Staat gelijk aan ‘mijnheer’ en wordt gebruikt voor mensen van middelbare leeftijd. Echter het vrouwelijke ‘baas’ wordt niet gebruikt.

Mandar(se) a mudar - Ga weg.
"De eigenaar behandelde me slecht en ik werd weggestuurd (van het werk).
El dueño me trató mal y me mandé a mudar (me marché del trabajo).
Mas nada
Verder niets.

Meter(se) -Vallen, struikelen.
Muchá - Jongen. Komt van Muchacho.
Ni mas... - Een grote hoeveelheid aan... (Tenerife)
No me jeringues - Verveel me niet.
Se dijo - Tot ziens.
¡Ño, Nosss, Yasss/yosss! of ¡chas/chos! - Uitdrukking van verrassing, of verbazing.
Oh, ¿que pasó? - Groet, hetzelfde als hallo.
Soms antwoord de ander ¿Cómo? en wil daarme zeggen: Ik maak het goed, en jij?

Peninsular - Spanjaard van het vasteland; iemand, of iets van het Spaanse schiereiland.
Poligonero/a - Persoon van laag cultureel niveau of lage sociale (minachtend).
Quedarse enroscado en el piso/la esquina - Een pak slaag krijgen.
Quedar largo - Als iemand grote flodderige kleding draagt (Tenerife).
Quítate la papa de la boca - Spreek duidelijk.
Sale pa ya cristiano - Laat me met rust.
Se me fue el baifo - Verwarren, iets vergeten.
Suéltame - Laat me alleemn, laat me gaan.
Tranca la puerta - De deur sluiten met een sleutel.
¡Ya coño! - Verbazing.
Yo sé lo que me digo - "Ik begrijp het".
1-AAAAislas-canarias-85.jpg