site teller
site teller
site teller
gran-canaria-actueel.jouwweb.nl

aaaaLOGOMETBANNERGranCanariaActueel-113.jpg

mapa-canarias2-28.jpg


mapatf-kopie.jpgEen Mencey is een Guanche-koninkrijk op Tenerife.
mapatf-2.jpg
Guanartemato_de_Galdar.gif

De guanartematos
verdeeld naar de moderne gemeenten;
het Guanarteme (Guanche Koninkrijk) Gáldar in donkergroen
en het
Guanarteme
Telde in Lichtgroen.


De onbekende 'beatles' die
met zomervakantie op Tenerife waren

 TENERIFE - maandag 4 december 2017 - In 2018 is het 55 jaar geleden dat drie van de vier beatles op Tenerife verbleven. Het is geen gebruikelijke  herdenkingsdag. Maar het socialistische parlementslid María Victoria Hernández is van mening dat men - net als  Humboldt,  Unamuno, Agatha Christie - hun bezoek aan de eilanden herinnert en, dat men ze bovendien de titel ‘bekende bezoekers’ toekent.

Op 29 april 1963, landden Paul McCartney, Ringo Starr, en George Harrison, op Tenerife. Zij waren drie leden van de vier van de Britse rockgroep ‘The Beatles’ samen met John Lennon, en in dat tijdperk kende men ze amper in Groot Brittannië. Ze kwamen naar het eiland  voor het genieten van een welverdiende vakantie na het opnemen van hun eerste album, ‘Please, please me’, dat hen enkele maanden later katapulteerde tot wereldberoemd.
beatles-vacaciones-tenerife-644x362.jpg
                           V.l.n.r.: Ringo Starr, George Harrison,  en Paul McCartney,
                                    op een foto die is gemaakt door Astrid Kircherr.
maxresdefault-98.jpg
R-640821-1142107085jpeg.jpg PleasePleaseMe.jpg
Die tien dagen op Tenerife waren waarschijnlijk de laatste die ze beleefden als anonieme personen, drie Britse toeristen meer in een stad die zich had opengesteld voor het massatoerisme.

Ze waren zo weinig bekend dat de manager van de zwembaden van het Lido van San Telmo hen niet toestond om op te treden, hij zei tegen ze, “dat soort muziek wordt niet begrepen op Tenerife", zo vertelde op vrijdag  1 december 2017 het socialistische parlementslid  Maria Victoria Hernández tijdens de verdediging van het wetsvoorstel, waarin zij vroeg dat de Commissie voor Toerisme van het Canarische Parlement het goed zou keuren, de beroemde bezoekers van de Beatles op de Canarische Eilanden te vernoemen, profiterend van het feit dat  2018 de 55ste verjaardag markeert van het bezoek van de drie Beatles.

51352655.jpg 35250317.jpg                                          Lido de San Telmo (Tenerife)
astrid-kirchherr-1280x750px.jpg 1474990865klausbanner.png
                     
Astrid Kircherr.                                               Klaus Voormann.
Paul, Ringo en George arriveerden op Tenerife bijna gedreven door de Duitse muzikant, ontwerper, en fotograaf Klaus Voormann, waar zijn vader een huis had in Los Realejos. Lennon nam ook vakantie, maar hij ging naar Torremolinos.

Het socialistische parlementslid is van mening dat het bezoek van die ’tres loquitos’ (‘drie dwazen’) aan Tenerife dezelfde erkenning verdient als dat van de naturalist Alexander von Humboldt, de schrijfsters Agatha Christie, en Sanmao, of  Miguel de Unamuno; een parlementsinitiatief, waarmee CC-parlementslid  Juan Manuel Garcia-Ramos, noch dat van Ponemos, Natividad Arnaiz, noch zelfs dat van de PP, Agustín Hernández, mee akkoord gingen; die dan ook een amendement indienden voor het geval dat het Cabildo (Eilandbestuur) van Tenerife, en de Gemeenteraden van Puerto de la Cruz en Los Realejos, dat bezoek zouden herdenken.
padylla.jpg
Uiteindelijk keurde iedereen het initiatief goed, hoe ‘riskant’ en ‘provinciaal’ ze het ook beschouwden. Nu is het de beurt aan de Canarische Regering om de handschoen op te nemen, en de illustere bezoekende Beatles te eren, ‘en een overheids-plechtigheid ‘ te organiseren, waartoe Ringo Starr en Paul McCartney - de enige nog levende leden van de mythische band - worden uitgenodigd, een ronde te maken langs  de plaatsen die ze bezochten en die aldus te promoten.

Lees ook het onderstaande artikel, dat we publiceerden op zaterdag 15 oktober 2016...

 zzzislas-canariaslogo-1088.jpg


Dat de Beatles in 1963 op Canarias waren,
weet niemand

PUERTO  DE LA CRUZ - zaterdag 15 oktober 2016 - Dat de Beatles in 1963 op Canarias waren, weet niemand, zelfs niet de toeristen die toen op de eilanden verbleven. Ze verbleven in een vakantiewoning en bezochten markten, genoten van de kust en lieten zich bruinbakken in de zon.

Het was mei 1963 toen een groepje vrienden Tenerife bezocht. Dat deden ze in Puerto de La Cruz. Deze onbekenden waren de Beatles. Ze waren toeristen.
naamloos-256.png
Het waren studenten uit Liverpool. Verdwaald. Ze verbleven in een vakantiewoning in Los Realejos, waar ze geen aandacht trokken toen ze al drie werken hadden gepubliceerd. Het huis was gratis. Aangeboden aan de groep door een Duitser.

Ze begaven zich over het eiland dat een bestemming begon te worden voor het veeleisende toerisme. Paul McCartney, Ringo Starr en George Harrison deden het gebruikelijke.Lennon was in Benidorm.

Lago Martiánez en El Charco waren getuigen van het stilzwijgende bezoek van de zangers die hallucineerden omdat niemand aandacht schonk aan de aanwezigheid van de groep.
beatles-vacaciones-tenerife-644x362.jpg
                                        De Beatles met vakantie op Tenerife.
beatles-tenerife-canarias-U10108049103KoD--420x236abc.jpg
Dat de Canario’s niets van hen wisten, was te begrijpen vanwege kwesties zoals de taal, maar ook vanwege de muzikale cultuur die eilandbewoners hebben; buitenlanders zoals zij, leken hen vreemd. Er heerste een slechte stemming onder de leden van de groep, mokkend boden ze om gratis op te treden. Ze veroorzaakten lawaai, naar het oordeel van de eigenaren van menig horecabedrijf, die hun muziek een te groot risico vonden voor hun klandizie.  Paul McCartney verdronk bijna tijdens het zemmen in de Oceaan onmdat hij de stroming van het water in het onbewaakte gebied niet kende.

Ze verveelden zich niet. Ze waren onderdeel van het toerisme, maar gebruikten een huis dat was verkregen door Astrid Kirchherr en haar toenmalige partner Klaus Voormann, die enkele opmerkelijke foto`ss maakten van hum verblijf op Canarias. Ze hadden deze Duitsers leren kennen tijdens een concert in Hamburg.

Ze raakten verbrand door de stralende Canarische zon, hoewel ze het zwarte zand van Puerto de la Cruz aangenaam vonden. Ze waren in Izaña en op de Teide. Op de Canarische Eilanden werden toen nog stierengevechten gehouden; en The Beatles waren op het plein in de hoofdstad van Tenerife waar die plaatsvonden. Van Tenerife ging het naar Agadir (Marokko)zzzislas-canariaslogo-463.jpg


De piraat Bastaard,
en de tot de verhalende poëzie behorende Castiliaanse conquista (verovering)
van de Canarische Eilanden

Dit duistere personage uit Cádiz, wiens naam volgens verschillende bronnen werd gebruikt als een denigrerende term vanwege zijn kwaad, was voorbestemd om een nieuw front te openen in het Zuiden van Gran Canaria

CANARISCHE EILANDEN - maandag 20 november 2017 - Er was een tijd dat de Canarische Eilanden - zo genoemd omdat de Romeinen er grote mastiffs (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Mastiff) aantroffen (wat de archeologie overigens niet heeft  kunnen aantonen) -  een bijna mythologische plaats waren die bewoond werd door de Guanches: inboorlingen zogenoemd  en van groot belang, blond haar, lichte ogen vergelijkbaar met de Afrikaanse Rif-stammen), en geavanceerde astronomie-technieken. Niet tevergeefs vereenvoudigde de Grieks-Romeinse visie wat een archipel bevolkt door zeer verschillende stammen, van de Guanches van Tenerife tot de Canarii van Gran Canaria.

Niet tevergeefs, de Grieks-Romeinse visie vereenvoudigd, dat het een Archipel was die bewoond werd door heel verschillende stammen, van de guanches op Tenerife tot de Canario’s op Gran Canaria.
canarias-desembarco-kEHD--420x236abc.jpg

Met de opening van de grote zeeroutes werd dat onzekere paradijs het voorwerp van verlangen van Spanjaarden, Italianen, Fransen en Portugezen. Al bijna 100 jaar ondernam Castilië een heldhaftige militaire campagne - die in 1496 tot een einde kwam-  om de  woeste lokale bevolking te onderwerpen. Tot die tijd konden zelfs de militaire acties van de legendarische piraat Pedro Fernández Cabrón, die terugkeerde naar zijn geboortestad Cádiz met de mond verdraaid door een steen van een inheemse krijger, het lokale verzet niet temperen.

De lange duur van de verovering van de Canarische Eilanden is te verklaren door de moeilijkheid om de speciaal oorlogszuchtige bevolking te verminderen en vanwege  de verschillende omstandigheden van elk eiland.

Wat de Europeanen van de late Middeleeuwen er konden aantreffen was een mysterie, want sinds duizend jaar, tussen de vierde en veertiende eeuw, verdwenen de eilanden uit de geschiedenis.  Dus de eerste om de interesse in de door Grieken en Romeinen genoemde land te vernieuwen waren de Mallorcaanse, Portugese en Genovese zeilers die de  met een zekere frequentie in de 14e eeuw begonnen te bezoeken. In 1402 begonnen pogingen om vaste kolonies op te richten.
De Normandische baron Jean de Bethencourt landde met 53 mannen op Lanzarote, op zoek naar orchilla, een natuurlijke kleurstof om stoffen te verven (met dezelfde eigenschappen als van de Amerikaanse cochenille). Omdat hun inspanningen particulier initiatief waren, dwong het gebrek aan middelen de Normandiërs om hun veroveringen aan de koning van Castilië te geven.

                                         Jean-Bethencourt-kEHD--220x220abc.jpg
                                           Portret van
Señor Jhean IV de Béthencourt.
Met de heerschappij over Lanzarote, Fuerteventura, El Hierro, en La Gomera, overwogen de Reyes Católicos (het Katholieke Koningspaar)  in 1478 de grootste en gevaarlijkste eilanden in bezit te nemen: Gran Canaria, La Palma, en Tenerife. En toen begon de meest epische en bloederige fase van de verovering van de Islas Afortunadas (Gelukzalige Eilanden).

Na verscheidene mislukte pogingen vanwege het tekort aan troepen, hebben de Reyes (het  Koningspaar) de Aragonese kapitein Juan Rejón aangesteld om een expeditie te leiden van 650 Castiliaanse soldaten met als doel Gran Canaria, een gebied met bijna 40.000 inwoners, te verenigen, hetzij vreedzaam, hetzij militair.

De gebeurtenissen besloten de manier waarop. Kort na de landing op het eiland vielen de 2.000 krijgers van Juan Rejón aan in wat leek op een hopeloos bloedbad. De Canarische Eilanden maakten echter de fout om een campagne-aanval aan te bieden, in plaats van te profiteren van hun kennis van de geografie, om de Castillianen lastig te vallen. De Europese cavalerie vermoordde 300 inboorlingen tijdens hun aanval die stenen en houten speren gebruikte als wapens. Het succesvolle avontuur van Rejón werd maanden later voltooid, met het laten zinken van een Portugese vloot die probeerde een kolonie op te zetten.

Pedro Fernández Cabrón
Het ruwe en despotische karakter van Juan Rejón lokte een interne strijd uit die eindigde in de verdrijving van de Aragonese kapitein in de richting van Spanje. De Reyes Católicos ( het Katholieke Koningspaar) namen er echter deel aan  en stuurden Rejón samen met 400 soldaten en de piraat Pedro Fernandez Cabrón terug naar het eiland.
Dit duistere personage uit Cádiz, wiens naam volgens verschillende bronnen begon te worden gebruikt als een denigrerende term (bastaard) vanwege zijn kwaad, was voorbestemd om een nieuw front te openen in het zuiden van Gran Canaria. Cabrón ging, aan het hoofd van 300 man, naar de Caldera ( het Keteldal) van Tirajana, waar hij een hinderlaag op basis van steniging leed. De Canario’s doodden meer dan 200 Castillianen en lieten hun piraat en slaaf uit Cádiz achter met een vervormde mond, die de meeste tanden verloor.

Na een nieuw complot tegen Rejón, dat eindigde met de executie van een van de leiders, waren de Reyes Católicos ervan overtuigd, een kapitein te sturen die niet zo vaak werd ondervraagd. Op 18 augustus 1480 bereikte Pedro de Vera het eiland met een nieuwe versterking van 170 mannen. Zijn eerste acties eindigden echter in scherpe nederlagen tegen de inboorlingen. Sinds  de escabechina (moordpartij van veel weerloze mensen) die Cabrón en zijn mannen leden, leek het erop dat de inboorlingen maatregelen hadden genomen tegen de Spanjaarden.

Bereid om een einde te maken aan de krijgergeest van de Canarische inboorlingen, viel Vera hun leider, de geduchte Doramas, in het gebied van Arucas aan
In numerieke inferioriteit - zoals Hernán Cortés tientallen jaren later zou doen in de slag om Otumba tegen de Azteken - wisten de Castillianen dat hun kansen om te winnen, het verslaan  waren van de lokale leider aan het begin van de strijd.
De kronieken vermelden dat een ruiter, genaamd Juan de Flores, hem met zijn speer van het paard aanviel, maar Doramás stootte met zijn zwaard van brandhout de Castiliaan van het paard en opende zijn hoofd. Toen ontwapende de leider een kruisboog schutter, genaamd Pedro López, en ging naar Kapitein Vera. Een van zijn vertrouwde mannen, Diego de Hoces, slaagde erin om Doramás een snee toe te brengen, die zich omdraaide en de Spanjaard zijn been brak. Uiteindelijk was het Vera zelf die een dodelijke speer in de borst van de inheemse leider stak.

De dood van Doramás opende de deuren naar de Castiliaanse opmars. Met de ineenstorting van het lokale verzet kwam in 1483 een horde van 600 krijgers en 1.000 vrouwen het eiland binnen in een wanhopige exodus. De hardheid van het terrein maakte dat deze groep zich niet lang hoefde te verspreiden op zoek naar voedsel, waardoor er vrije weg voor de Spaanse overheersing werd achtergelaten.

La Palma en  Tenerife: een pure oorlog

Het volgende doel van de Reyes Católicos (Katholieke Vorsten) was het eiland La Palma. De kapitein die voor deze onderneming werd gekozen, was Alonso Fernández de Lugo, die Pedro de Vera had vervangen na de afleveringen van wreedheid die hij tijdens een opstand op La Gomera had uitgevoerd. Niet tevergeefs bood het naburige eiland in principe minder obstakels: de bevolking bestond uit  slechts 2.000 mensen en was gefragmenteerd in 12 koninkrijken.

Met uitzondering van een van deze koninkrijken (dat zich bevindt in de Caldera - het Keteldal - van de Taburiente), werden ze allemaal verslagen, of overgeleverd kort na het verlaten van Fernández de Lugo in 1492.
De laatste koning verzette zich met slechts 100 man tegen de Castiliaanse aanvallen, geholpen door de steilheid van het terrein .
Uiteindelijk kon de Spaanse kapitein de inboorling alleen maar verslaan met een slag. Lugo nodigde de plaatselijke koning uit voor een overleg en terwijl hij zijn verheven positie verliet, ving hij hem verrast op. Zoals gebruikelijk onder deze stamhoofden pleegde de gevangene zelfmoord door verhongering toen hij naar het Iberisch schiereiland reisde.
batalla-acentejo-kEHD--510x349abc.jpg
                                         
Weergave van de Eerste Slag bij Acentejo.
In 1493 waren alle eilanden van de Archipel al onder Castiliaanse controle, behalve het eiland Tenerife. De Castiliaanse troepen van Alonso Fernández de Lugo stuitten op een weerstand die groter was dan verwacht op dit eiland.
Toen de Castillianen terugkeerden van het ravijn van Acentejo met overvloedig vee dat van de Guanches werd gevangen, viel een inheems leger onder bevel van het stamhoofd Bencomo de Castillianen  aan in een hinderlaag. De confrontatie tegen de Spanjaarden - bijgestaan door inheemsen uit Lanzarote, Fuerteventura en Gran Canaria - begon met de stormloop van vee, chaos zaaiend in de Castiliaanse rangen. De dag eindigde met 900 Spaanse slachtoffers en honderden gewonden, waaronder Lugo zelf met zijn gezicht verbrijzeld door een steen.

Alonso Fernández de Lugo wist echter in de komende maanden te herstellen van de nederlaag en wist, dankzij de versterkingen , zijn oorspronkelijke kracht te herwinnen.
Van zijn kant klampte Bencomo zich vast aan zijn numerieke superioriteit en begon buitensporige risico's te nemen.
In november van datzelfde jaar presenteerde de Guanche-leider een veldslag in de vlakte van Aguere. De Castiliaanse cavalerie bevatte de gebruikelijke regen van stenen, lang genoeg voor 600 Canario’s verbonden met de Spanjaarden om bij verrassing te verschijnen in het achterland van de Guanches.

De inheemse nederlaag werd verzegeld na deze slag, die een epidemie van dodelijke pest voor de lokale bevolking veroorzaakte.  De verovering eindigde officieel met de Vrede van Los Realejos, in 1496; hoewel sommige inheemsen weerstandslocaties in het hooggebergte hielden tot in de late 16de Eeuw.
zzzzislas-canariaslogo-58.jpg


Hoe de Canario’s in 1740
de Engelsen verpletterden

TUINEJE - vrijdag 13 oktber 2017 - Gewapend met stenen en stokken versloegen ze de  soldaten die door Londen waren gestuurd. Dat was in de ‘Slag bij El Cuchillete’ en in de ‘Slag bij Tamasite’, op Fuerteventra

Het is 13 oktober 1740 als het eiland Fuerteventura een van de meest briljante pagina’s schrijft in haar geschiedenis als land dat met open armen iedereen verwelkomt die komt om te helpen en samen te werken met de majoreros.

Echter, dat vertrouwen veranderde door de aanwezigheid van troepen van het Verenigd Koninkrijk die, gecamoufleerd als piraten, probeerden het eiland van Spanje in te nemen. De majoreros gaven de Engelsen een grote les van moed met hun bewapening te gooien: stokken en stenen. Minimaal aantal doden: 90 aan de Engelse kant.
fuerteventura-tamasite-batalla-ktd--620x349abcGRIIT.jpg
                   Drieluik in  de kerk van San Miguel arcángel, in Tuineje, Fuerteventura,
                                                          over de  Slag bij Tamasite.
Het eiland Fuerteventura leed in 1740 onder een van de ergste agrarische en economische crises. Er was honger en verlangen om te eten. De majoreros werden zelfs gedwongen om naar andere eilanden te emigreren. Het controversiële regime van heerlijkheid onderwierp Fuerteventura aan een vreselijke commerciële sluiting en voorkwam de aanwezigheid van militaire autoriteiten op een regelmatige basis om dit eiland goed te verdedigen.

Na de oorlogsverklaring in 1738 van de Engelsen aan Spanje, wilden de Engelsen schade toebrengen aan Spanje en probeerden ze Fuerteventura in te nemen. Blijkbaar zwakker. Zwak in bewapening; maar sterk in morele energie. En dat terwijl de Britten konden rekenen op steun van Portugal.

Portugese steun
Naast Fuerteventura, was Canarias een voortdurend doel. De schepen die aangevallen werden  door de Engelsen, werden overgebracht naar Madeira om vervolgens verkocht te worden, of te ingelijfd  bij de maritieme markt. En die gingen weer terug om  de eilanden aan te vallen en de eilandbewoners te bedreigen.

In Gran Tarajal kwam op 13 oktober 1740 een Engelse corsair aan in een boot, die alles meenam wat hij tegenkwam op een slechte wandelroute naar Tuineje. Maar de Engelsen vergaten één ding: Luitenant-kolonel Sanchez Umpiérrez en de bevolking van het eiland boden weerstand aan de piraten, dat wil zeggen ze confronteerden de Britse militaire onderaannemer met verzet.

De bewapening om de Engelsen af te stoten bestond uit: stenen en stokken. En daar ontstaat de in Spanje weinig bekende overwinning van de Canario’s in de ‘Batalla de El Cuchillete’ (‘Slag van Cuchillete’) 33 van de 53 gelande soldaten werden door stokken vermoord. De rest werd gevangen genomen.

Tamasite
Maar de Engelsen wilden zich wreken en verschenen een paar weken later, op 24 november 1740. Deze keer waren er 55 Britten die dezelfde tocht van oktober maakten. Ze droegen een bundel stokken in de zogenoemde ‘Batalla de Tamasite’ (‘Slag bij Tamasite), waar de majoreros al enkele vuurwapens hadden die ze bij de aanval in oktober hadden verkregen.

De Canario’s vochten zo goed als ze konden, en het kwam hen voor om kamelen in de eerste verdedigingslinie te zetten. Dit leidde tot een munitieprobleem voor de corsair-soldaten. Toen ze waren uitgeput, vochten de Canario’s, opgewekt door de slag van 13 oktober, man tegen man waarbij de Canario’s hen neersloegen.

De eerste reguliere troepen op Fuerteventura kwamen in de 19de Eeuw. Elke jaar in oktober, is er in Tuineje een heropvoering van deze gevechten, een van de belangrijkste evenementen tegen buitenlandse troepen die de Canario’s opvoeren.
0000Islas-canariaslogo-kopie-407.jpg


De ‘Brexit’-piraten landen op Gran Tarajal

Het zuidelijke strand herbeleeft
de ontscheping van de Engelse corsairs in 1740

Fiestas Juradas de San Miguel
(Beëdigde feesten van Sint Michael) in Tuineje

TUINEJE - vrijdag 13 oktober 2017 - Op 12 oktober 2017 gingen de almanakken op Fuerteventura 277 jaar geleden terug. Aldus markeerde de kalender de maand oktober 1740, een datum die is opgenomen in de annalen van de geschiedenis van het eiland. Het was het jaar waarin de majoreros twee keer de Britse piraten overwonnen die het majorera-land plunderden. De gevechten van El Cuchilleteen Tamasite zijn niet alleen gekoppeld aan de eerder genoemde historische slag, maar ook aan het collectieve geheugen van een volk dat in haar eigen mogelijkheden geloofde om een veel machtigere vijand te verslaan.

Om de genoemde historische ephemeris (verjaardag) te herdenken, was strand van Gran Tarajal op donderdag 20 oktober 2017 de gastheer van de traditionele heropvoering  van de landing van de Britse corsairs.  Het evenement, dat een prachtig schouwspel is, is ontworpen in het programma van de Fiestas Juradas de San Miguel Arcángel  (Beëdigde Feesten van de Aartsengel Sint Michael), die jaarlijks in de stad Tuineje gehouden worden, en zijn verklaard tot Bien de Interés Cultural (BIC) (Cultureel Erfgoed) en festiviteiten van toeristisch belang van de Canarische eilanden, hoewel alles aangeeft dat binnenkort de categorie  van de viering die van nationaal toeristisch belang zal bereiken.
fiestas-juradas-miguel-tuineje-6_g.jpg

fiestas-juradas-miguel-tuineje-7_g.jpg

fiestas-juradas-miguel-tuineje-12_g.jpg

fiestas-juradas-miguel-tuineje-8_g.jpg

fiestas-juradas-miguel-tuineje-9_g.jpg

Weergave van de heropvoering van de landing van de Engelse piraten op het strand van Gran Tarajal. Op de achtergrond, de brigantijn  met de Engelse vlag, op donderdag 12 oktober 2017, (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Brigantijn).
fiestas-juradas-miguel-tuineje-11_g.jpg
fiestas-juradas-miguel-tuineje-10_g.jpg
De zeeboulevard van Gran Tarajal herenigde honderden mensen die wilden genieten van een hoog kwalitatief schouwspel in de openlucht. Wederom was het evenement een succesvolle, culturele referentie, niet alleen  op Fuerteventura, maar ook in de rest van de Archipel, dankzij het werk van de Asociación 'Más Ruines que Caín'  (Vereniging 'Meer Ruïnes dan Kain') en de inwoners van Tuineje , 'moriscos' ('Moren' ) genoemd.

fiestas-juradas-miguel-tuineje-2_g.jpg

fiestas-juradas-miguel-tuineje-4_g.jpg

fiestas-juradas-miguel-tuineje-3_g.jpgHet toneel dat plaatsvond in de baai van Gran Tarajal veranderde in  een slagveld. Aan de horizon verscheen  de zeilboot 'Gloria', zelfgebouwd door een timmer aan de oever met een thuishaven op Lanzarote, die voer onder de vlag van het  Verenigd Koninkrijk. Aan boord, een veertigtal  zwaarbewapende mannen. De kapitein duikt op het strand op bij een groep majoreros en geeft meerdere kanonschoten om te waarschuwen voor zijn aanwezigheid.

fiestas-juradas-miguel-tuineje-5_g.jpg

fiestas-juradas-miguel-tuineje-1_g.jpgOp de kust met zwart zand, draagt een groep inwoners dozen met goederen die op het eiland aankwamen, terwijl vissers en vrouwen, gekleed in traditionele kleding, na een dag lang vissen een sleepnet  binnenhalen. Ook ziet men op dezelfde plaats verschillende landbouwers die waren aangekomen om deel te nemen aan de ruil vis door producten van het land. Onmiddellijk nemen ze een vlucht want ze kennen het gevaar dat de Engelse corsairs vertegenwoordigen. Vanaf het moment dat de Britten aan land gaan, beginnen ze zonder meer te schieten op de vluchtende majoreros , om de dorpen in het binnenland voor van de komst van de piraten te waarschuwen.

Het gele verhaal van deze geschiedenis wordt vertelt in het Spaans en in het Engels, door professor Ian David Maw, zodat de vele toeristen die de scènes hebben gezien, de feiten kennen.

Juan José Cabrera, voorzitter van de Asociación 'Más Ruines que Caín', alma mater (de moederziel) van dit spektakel, toonde zij tevredenheid over de ontwikkeling van dit theatrale evenement.
0000Islas-canariaslogo-kopie-405.jpg


Geheimzinnigheid en waarheidsverhalen

Het boek 'Canarias Insólita' ('Ongewoon Canarias ')
bevat 50 verhalen over reusachtige dieren
en buitengewone verschijnselen op de Archipel

CANARISCHE EILANDEN - vrijdag 6 oktober 2017 Het boek ‘Canarias Insólita. Bestias, fenómenos y calamidades' , dat 50 verhalen bevat  over reusachtige dieren en buitengewone verschijnselen op de Archipel, is op 5 oktober 2017 gepresenteerd in de Club LA PROVINCIA n Las Palmas de Gran Canaria.

Het boek bevat 55 ware verhalen die, hoewel zij verward kunnen zijn met legendes en mythen, perfect aantoonbaar en echt zijn. Verhalen over reusachtige beesten, opmerkelijke verschijnselen en een uitgebreide selectie van anekdotes uit het verleden van de Eilanden. Vermakelijkheid voor elk publiek, met een historische basis.
978846178690.gif

De Canarische Archipel is verpakt in een laag mysteries, het handhaaft mythen, legendes en een reeks eigenaardigheden die erin slagen een bron van intriges zij  waarin veel onderzoekers zich verheugen. Tussen vragen en twijfels bundelen wetenschappers, historici en andere professionals hun krachten om de geheimzinnige kennis voor ingewijden die zich uitstrekt over de eilanden te verplaatsen en te presenteren. Verhalen die juist verschrikken en verrassen door de diversiteit. Wetenschappelijk onderzoek brengt het leven van de zeven Canarische eilanden tot leven, waarin niet alleen een grote fauna en flora, een benijdenswaardig klimaat en indrukwekkende stranden, maar ook een grote verscheidenheid aan vreemde episoden is gehuisvest.
relatos-misterio.jpg
De begraafplaats van Vegueta, waar men de slachtoffers van de gele koorts heeft begraven in de 18de Eeuw.
Zoals de titel van het boek aangeeft: Canarias Insólita. Bastians, fenomenen y calamidades, is het een literair werk dat diverse op zichzelf staande geschiedenissen bevat, weinig bekend maar absoluut verbazend, onderzocht door ruim vijftig auteurs. Het is uitgegeven door de Canarische  uitgeverij Herques die door vele andere titels van een soortgelijk karakter wordt herkend en in de hoofdstad van tegenwoordig, en op donderdag 5 oktober om 20.00 uur in de Club LA PROVINCIA is gepresenteerd.

Canarias Insólita is een perfecte titel voor de verzameling van iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de Canarische Eilanden. Er zijn meer dan 50 echte verhalen van elk van de eilanden gevonden. Nieuwsgierige maar absoluut echte verhalen die een vonk en charisma naar de Archipel brengen. Beesten van epische proporties, uitbarstingen van de grootste vulkanen, en anekdotes over oplichting, ziekten, en plagen, van elk van de eilanden. Fantastische verhalen die de allerlei mensen tot lezen aanzetten.

"Toen het boek ‘La cueva de las mil momias’ (De grot van de duizend mummies’)  s werd gepubliceerd, kwam het mij voor mij, dat een boek kon worden gemaakt met ondererpoenm  die aantrekkelijk waren voor het publiek en ik deed het idee op, de afdelingen van paleontologie, biologie, geschiedenis... Dus we vonden beetje bij beetje het selecteren van mogelijke interessante verhalen voor dit boek, "zegt Juan Francisco Delgado Gómez, redacteur en auteur -coördinator van het boek.

De omslag van het boek is gegeven door Karen Karr, een paleontoloog die werkzaam is in het Museo Virginia de Historia Natural. Daarin verschijnt de Carcharodon megafoons in volle actie van de jacht. Met een lengte van meer dan 20 meter en bijna 100 ton gewicht was dit  de grootste roofdier van de oceanen dat ooit bestond. De fossielen bevestigen het ware bestaan van dit dier, hoewel zijn monsterachtigheid een inspiratie kan vormen voor miljoenen fabels. Zoals duidelijk is, is dit verhaal de moeite waard om te vertellen aan iedereen die het niet kent, en het is opgenomen in de artikelen in het eerste deel van het boek, omdat het over  drie verschillende  hoofdstukken goed verdeeld is.

Deze segmentatie brengt meer belangstelling en orde aan een boek van 320 pagina's, dat ook talrijke kleurenfoto's bevat. In het eerste deel wordt een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gegeven, gericht op de grote dieren van het verleden van de Canarische  Archipel: de Megalodon, de Kraken, de reusachtige ratten en schildpadden, naast vele anderen
De tweede sectie, opent een selecte groep rariteiten van allerlei aard. Het is de moeite waard om twee zeer unieke episodes te noemen: de figuur van Petrus Gonsalvus (bekend als de weerwolf) en de anekdote van een veronderstelde groep van ‘Selenites’ die in Globo reizen een land op Tenerife in het jaar 1787, er is een vreemd document ontdekt en geanalyseerd door Germán Santana, van de Universiteit van Las Palmas de Gran Canaria (ULPGC). In het derde en laatste deel zijn er overvloedige werken verzameld van  de gehele Archipel en die vertellen van het westelijkste eiland (El Hierro) tot aan het oostelijkste (Lanzarote), als plagen en epidemieën die de Canarische Eilanden raken.

Canarias-inslita-1024x576.jpg

Het boek is ontstaan na drie jaar ruim 50 verhalen te hebben verzameld, met 50 diverse autreurs, onder wie professoren van de ULPGC, evenals  van de  Universiteit van La Laguna (ULL),  naast  onderzoekers, historici  van diverse gemeenten van alle eilanden, lokale gebruikers, enz. De verhalen zijn een jaar geleden verteld,  maar het heeft 17 beoordelingen gekost voor de stilering, het profileren van de teksten en het modelleren van al het gedane werk, zegt Delgado.

Het voorwoord is geschreven door de bekende schrijvers Alberto Vazquez-Figueroa, Eduardo Balguerías, Antonio Tejera Gaspar en Francisco García-Talavera. De publicatie van dit boek streeft ernaar bij te dragen aan de verspreiding van het cultureel- en historisch-artistieke erfgoed van de Archipel, evenals het verbeteren van het toerisme, waardoor zowel de Canario’0s als de bezoeker van de eilanden bekend worden gemaakt en de vele culturele aspecten die het grondgebied bezit. Het werk is gebaseerd op de samenwerking van de zeven Cabildos (Eilandbesturen), de  Canarische Regering, het Spaans Instituut voor Oceanografie, en diverse gemeentebesturen en instellingen van de Archipel. "Ik ben erg blij omdat een kwaliteitsboek is geworden dankzij een fenomenaal teamwerk waaraan prestigieuze auteurs hebben deelgenomen en ook dankzij de samenwerking van de instellingen."
0000Islas-canariaslogo-kopie-317.jpg


De laffe en verraderlijke piraten-aanval
op Gáldar in 1745

Gewaarschuwd door een Canarische herder van La Aldea,  voorkwamen de miliciens uit Telde
een grootse ontscheping in Veneguera,
in het Zuiden van het eiland,
in het jaar 1745

GÁLDAR - 18 augustus 2017 - De piraten die de Canarische eilanden tussen 1727 en 1748 verwoestten, trokken - om zich te voorzien van benodigdheden en zoet water- gebieden in, die niet waren beschermd 
De verdediging van de eilandhavens heeft verhinderd dat Spanje de eilanden zou verliezen aan  Engelsen of Fransen. De samenwerking van de Canarische Eilanden met het leger verhinderde de corsairs (piraten) om chaos te zaaien in gebieden zoals Gáldar, of Mogán.

In 1745 bevond zich tussen de  eilanden een eskader bestaande uit vijf piratenschepen, dat zich  bezig hield om de haven van Santa Cruz de La Palma te blokkeren en de passage van schepen naar Santa Cruz de Tenerife te verhinderen. Het piraten-martelaarschap eindigt met ladingen tarwe voor de eilandbewoners.
29861397870_01563fbd5e_b.jpgZeven uur van zware artillerie was nodig, om te voorkomen dat Franse piraten Gran Canaria binnenvielen via Gáldar.
barranco-juncal-galdar-kCXG--620x349abc.jpg
Tactiek
Maar ze veranderden van tactiek. Toen ze de haven van Santa Cruz de Tenerife hadden  geblokkeerd, waren er vijf kleine sloepen, bewapend met licht materiaal en boten die eerder met artillerie werden veroverd, door gebruik van de Franse vlag; om een stop over te maken op Gran Canaria op zoek naar water en eten.

Bij de overtocht, zo legt Antonio de Béthencourt Massieu uit in zijn teksten over zee-conflicten op de eilanden tussen 1727 en 1748, voeren Franse fregatten vooruit van de Koninklijke Maatschappij  van  Guinee die afkomstig waren vanuit Senegal. Deze schepen waren in de buurt van Gran Canaria omdat ze, na een storm op volle zee, op zoek waren naar reparaties. In februari 1745 maakten ze de overtocht ook met een visserschip dat geregisteerd was op het eiland.
Juncalpuerto.jpg
                                                           
Dat Noorden
Maar de piraten hadden een probleem: met zoveel sabotage op zee raakten ze buiten drinkwater en eten.  Terwijl twee korvetten Santa Cruz de Tenerife blokkeerden, roeiden ze met een sloep, en twee andere korvetten. plus vijf in beslag genomen boten,  naar Gran Canaria. Ze kozen voor El Juncal, gelegen  tussen Sardina del Norte, La Agazal en Agaete. In Juncal ging men van boord in de barranco (het ravijn) met deze naam welke nu de  gemeenten Agaete en Gáldar scheidt. Deze is gelegen in de buurt van de Ermita (kapel) van San Isidro.

Juncalbarrancodelmapa-1.png

                               De Barranco (het Ravijn) van El Juncal (het Rietveld),
                                                      tussen Gáldar en Agaete.
Uit de informatie die de Canario’s verzamelden uit gebieden zoals Las Cruces, leerde het Regiment van  Santa María de Guía  van de gebeurtenissen en kwam de inwoners van Gáldar te hulp, volgens het logboek van Andoanegui, het hoofd van het Regiment van Guía. Hij was bevoegd voor de veiligheid in het hele gebied.

De verdediging van het strand van El Juncal, tegenwoordig ver verwijderd van de  toeristenindustrie, heeft na een zeven uur lange strijd met gebruik van artillerie een grote ontscheping voorkomen.  De schuilplaats die de piraten hadden gevonden veranderde in een  muizenval. Ze werden bij de aanlanding gevangen genomen en misschien werden er ook boten in beslag genomen, hoewel dit laatste niet is bevestigd. De corsairs waren nauwelijks in staat om aan land te gaan. Ze vertrokken zodra ze konden.

Maanden later, volgens de door Antonio Rumeu de Armas verkregen gegevens, herhaalde zich het zelfde aanvalsschema op Gran Canaria. Het was een fregat afkomstig uit Liverpool dat met 30 kanonnen  een hulp-korvet probeerde het eiland binnen te vallen via de Barranco (het Ravijn ) van Veneguera, welke veel lijkt op die van El Juncal in Gáldar.

Barrancos (Ravijnen)
De Canarische  commandant, generaal Luis Mayoni, had de afsluiting van de havens bevolen om te voorkomen dat ze proviandering zouden ophalen. Daarom waren de schijnbaar verlaten Canarische ravijnen de sleutel voor de corsairs.

In Veneguera gingen 24 mannen met kleine kanonnen aan land.  Nadat een herder uit La Aldea alarm had geslagen,  presenteerde de in Tejeda gelegerde miliciens zich met spoed in  Veneguera. Ze gebruikten de caminos reales (herders-paden) die alleen de plaatselijke bewoners kenden.

Ze waren al vee aan het stelen, zegt de historicus en schrijver Antonio de Béthencourt Massieu, toen de dappere Canarische milities de aan land gekomen manschappen omsingelden. De indringers lieten op hun vlucht één dode, een gewonde en vier gevangenen achter. Het  waren allemaal Ieren. Onder de gevangenen was de kapitein van de schoener, en de stuurman die hen begeleidde. De wapens werden opgeborgen in een magazijn in Santa María de Guía.
ZZZZIslas-canariaslogo-1.jpg


Opgelost:
Het raadsel
over de herkomst van de Canarische vlag

CANARISCHE EILANDEN - vrijdag 18 augustus 2017 - Er is in het Verenigd Koninkrijk enb driekleur verschenen van de Canarische eilanden die van voor die is welke is ‘ontworpen’ door de gebroeders Cantero in 1961. Deze maakt onderdeel uit van de collectie van de ontdekkingsreiziger James Cook, is van wol en is officieel geregistreerd in Londen na 1900.

De Canario’s hebben een vlag die oorspronkelijk werd gebruikt om een soevereine toespraak te vormen door linkse nationalistische krachten in 1961,waarmee men de Canarische  Vrijheidbeweging bevorderde die geleid werd door, onder andere, de gebroeders Cantero Sarmiento.

bandera-canarias-londres-kncE--620x349abc.jpg
                                            De Canarische vlag in  de Cook-collectie.
Na de komst van de democratie, plaatste men deze vlag als en officiële, omdat niemand die afwees. Gevormd met kleuren van de emblemen van de twee provincies van de eilanden. En zo kwam het Estatuto de Autonomía de Canarias (Statuut voor Zelfbestuur van de Canarische Eilanden).

Het koketteren  met de kleuren van de vlag werd gebruikt door de separatisten in 1964, wat begon met Antonio Cubillo, de leider van MPAIAC, die zeven groene sterren plaatste (zie: http://www.abc.es/local-canarias/20151021/abci-bandera-separatista-canarias-201510211040.html) Een knipoog naar Afrikaanse Arabisme door de Koude Oorlog, welke is uitgegroeid tot het punt dat partijen zoals Coalición Canaria (CC) deze gebruikten als hun officiële leer. In 2016, vroeg Podemos dat de vlag van Cubillo de officiële zou zijn  van de eilanden.
(Zie:http://www.abc.es/espana/canarias/abci-podemos-reclama-bandera-independentista-canaria-201610201130_noticia.html).

Maar nu is er nieuw ingrediënt in deze geschiedenis van kleuren en politiek nomadisme van de Archipel. Een Brits martitiem museum heeft een exemplaar dat gelijk is aan dat was ‘ontworpen’ door de Canarische nationalisten van de jaren zestig. Verschil? De vlag is in het Verenigd Koninkrijk geregistreerd en gecatalogiseerd aan het begin van  e 20te Eeuw. Minimaal: 40 jaar eerder. Maar kan stammen uit ruim een Eeuw eerder. Of twee,.Toen werd reeds een regionale vlag toegeschreven  aan de Canarische Eilanden, aldus een officieel dossier dat in het bezit is van het dagblad ABC.

De vlag in kwestie maakt deel uit van de collectie materialen afkomstig van de expedities van James Cook die  diverse keren op Canarias was, net zoals een van zijn vertrouwde ontdekkingsreizen, Vancouver. Tijdens een van  deze bezoeken logeerde Cook op Tenerife net als in 1776.
pedro-canarias-davidsilva-kncE--450x253abc.jpg
                         Pedro Rodríguez en David Silva met de offiiciële vlag van Canarias.
Er is een boek over de politieke leider Fernando Sagaseta, waar de auteur, Sergio Millares Cantero, nu raadslid van Podemos in de hoofdstad van Gran Canaria, meldt;  dat de vlag van de Canarische Eilanden is ‘ontworpen’ door zijn familielid  Jesús; zijn moeder, Maria del Carmen Sarmiento; en Arturo.

Hoe is dat hen overkomen?  In het boek van Millares Cantero merkt men op: "Zittend aan een grote tafel hadden we een stuk geel papier, een ander wit stuk, en een blauw stuk;” en dat: "de keuze van de kleuren een eenvoudige samenstelling was met de kleuren van de twee provincies. En zodra de vlag gemaakt was, zette iemand er meteen  pen CL op. We hebben twee of drieduizend vlaggen gemaakt en lanceerden die in Teror op 7 september 1961," zo wordt opgemerkt in het boek.

Hoe gaat dat zijn?
De vlag bevindt  zich in het Koninklijk Museum van Greenwich, in het historische complex van het Nationale Maritieme Museum van het Verenigd Koninkrijk, deze kwam naar deze Britse dependance in het begin van de 20ste  Eeuw en maakte  deel uit van de collectie van James Cook vanwege de reizen die hij maakte tussen 1768 en 1780.

Overeenkomstig de Britse theorie , bevindt deze Canarische vlag zich in de collectie van Cook, “omdat deze objecten een levendige visie verschaften aan de wereld over de Europese en Polynesische volken gedurende de tweede helft aan de 18de Eeuw,” zo hebben Britse deskundigen aan het Dagblad ‘ABC’ laten weten.

Een werkelijkheid fabriceren
Deskundigen in de geschiedenis van Canarias, geraadpleegd door ‘ABC’ over deze vlag van de eilanden, maken duidelijk, “dat de actuele, en die wordt toegeschreven aan de  nationalistische bewegingen  met communistische basis, gekopieerd moet zijn, toeval of nie, zo vertelt men aan de mensen op dat moment; en vandaar, heeft men een werkelijkheid gefabriceerd zelfs tot aan Cubilloi die men hier slikte.”

"Met de ontdekking van deze vlag laat het na een nationalistische vlag te zijn als een  Canarische vlag, wat een  heel andere zaak is ," zo geeft een door ‘ABC’ geraadpleegde geschiedkundige aan.

Andere door ‘ABC’ geraadpleegde deskundigen in de geschiedenis van de Archipel, merken op, dat de vlag van Canarias die tegenwoordig officieel is, kan zijn van de Diputación Provincial de Canarias (Provinciale Afvaardiging van Canarias),  of bewerkt door de Canarische Milities in Europa.

Daarom stelt de nationalistische aanwijzing en communistische basis, helemaal niets voor. Rumeu de Armas zegt in zijn werk 'Canarias y Atlántico'  het volgende over de Canarische milities: "We moeten erkennen en opbiechten  dat geen enkel regionaal leger dergelijke briljante prestaties van triomf en gunstige acties kan presenteren; dat het leger van de Archipel zich kan meten in efficiëntie en discipline met het beste van het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje) in zijn klasse en dat niemand zulke constante en notoire diensten  heeft geleverd als het onze aan het vaderland.”
bandera-canarias-nacionalistas-kncE--450x253abc.jpg
       De vlag van Cubillo, met de groene sterren, en de officiële van Canarias in Agaete.
En nu?
Kan deze Canarische vlag een geschenk geweest zijn aan Cook? Dat gegeven staat niet in de Canarische archieven (zie: http://www.abc.es/espana/canarias/abci-20-anos-batallon-tropas-palmas-brican-201705131645_noticia.htmlI)O. In het Verenigd Koninkrijk geeft men geen duidelijk antwoord. Het is mogelijk dat het een cadeau is geweest omdat deze met de hand gemaakt is van wol.

Het kan een protocollair  detail zijn op doorreis via Canarias, omdat “in de eerste twee expedities James Cook deze objecten heeft verworven, en overwoog hoe belangrijk het was dat velen van hen de Europese opvattingen vormden van de volken  die ze niet kenden," zo geeft een  Britse deskundige aan die is geraadpleegd door ‘ABC’.

En het is in 1787 dat men een Duitse vertaling publiceert van het officiële verslag van de derde reis van James Cook met een inleidend verhaal en aantekeningen van Georg Forster. Forster's essay werd een jaar eerder gepubliceerd dan de bekende biografie van Andrew Kippis : p’Het leven van Kaptein James Cook (1788).’
 indexkkijj.png     index-2.png   kkk-3.png

En deze kleuren?
Een ander mysterie. Toeval, of kopie van een eerdere die men nooit aan de Canario’s heeft verteld? Degenen die tot dusver bekend zijn als de auteurs van de Canarische vlag houden vol dat blauw en wit de kleuren zijn die worden gebruikt voor het combineren van het blauw  en wit van Tenerife, met het geel en zee-blauw van de provincie Las Palmas..

Nederland en België
Momenteel is de eerste bekende vlag van de Canarische Eilanden in Londen. Maar het is mogelijk dat er vlaggen zijn zoals de Canarische van die tijd in de archieven van militaire musea in Nederland en België.
0000Islas-canariaslogo-kopie-18.jpg


Misdaden tegen de menselijkheid op Canarias

Art. 1 van het VN-resolutie inzake misdaden tegen de menselijkheid, zegt:
Men zal sancties toepassen op de vertegenwoodigers van de autoriteit van de Staat en op particulieren die deelnemen als auteurs, of medeplichtigen, of die rechtstreeks anderen aanzetten tot het plegen van deze misdaden, of die samenzweren om ze te plegen, ongeacht hun graad van ontwikkeling, evenals vertegenwoordigers van het openbaar gezag die hun opdracht tolereren.

Artikel 7 van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, zegt:
1. Voor de toepassing van dit Statuut wordt verstaan onder misdrijf tegen de menselijkheid elk van de volgende handelingen, indien gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, met kennis van de aanval:
a. moord;
b. uitroeiing;
c. slavernij;
d. deportatie of onder dwang overbrengen van bevolking;
e. gevangenneming of andere ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid in strijd met fundamentele regels van internationaal recht;
f. marteling;
g. verkrachtingseksuele slavernijgedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie of elke andere vorm van seksueel geweld met een vergelijkbare zwaarte;
h. vervolging tegen elke identificeerbare groep of gemeenschap op politieke, raciale, nationale, etnische, culturele, geslachtelijke als gedefinieerd in paragraaf 3 of andere gronden die internationaal erkend zijn als ontoelaatbaar onder de internationale wet, in verbinding met elke daad waarnaar in deze paragraaf wordt verwezen of elke misdaad onder jurisdictie van dit hof;
i. gedwongen verdwijning van personen;
j. apartheid;
k. andere onmenselijke daden van een gelijkwaardig karakter die opzettelijk groot lijden of aanzienlijk schade aan het lichaam, aan de geestelijke of fysieke gezondheid toebrengen.

  1. Voor de toepassing van het eerste lid:
    a. betekent’aanval gericht tegen een burgerbevolking’ een wijze van optreden die met zich brengt het meermalen plegen van in het eerste lid bedoelde handelingen tegen een burgerbevolking ter uitvoering of voortzetting van het beleid van een Staat of organisatie, dat het plegen van een dergelijke aanval tot doel heeft;
    week23-TenBroeke-foto1-bron-UN-1.jpg

Zoals dit statuut bevat, worden misdaden tegen de mensheid, niet herschreven en dat is impliciet niet te wijten en aan het toestaan van gratie of vergeving.
pauselijkebul.png
Daarnaast zullen sancties van toepassing zijn op de vertegenwoordigers van het openbaar gezag en particulieren die deelnemen als auteurs of medeplichtigen, of die rechtstreeks anderen aanzetten tot het plegen van deze misdaden, of die samenzweren om te plegen, ongeacht hun niveau van ontwikkeling, evenals vertegenwoordigers van het openbaar gezag die hun opdracht tolereren. Art. 1 van het VN-resolutie over de niet-receptplichtige geneesmiddelen voor misdaden tegen de menselijkheid.

“Voor wat betreft de Kroon van Castillië, trekt de aandacht, dat wat voor Vincens Vives, de kust van Huelva en Cádiz is, en niet alleen dat wat is gelegen ten oosten van El Estrecho (de Straat van Gibraltar), maar wat is gericht op Afrika meer naar de Atlantische Oceaan. De koningen van Castillië,  hebben, al in een heel vroeg stadium, een beroep gedaan op grond van historische en juridische overwegingen, op het Mauritaanse Tingitana met de rechten zie zij meenden te hebben geërfd van de Visigotische monarchie, waarvan zij  de opvolgers waren.
875_MAP_MAPA_MSC_Armonia_ISLAS_CANARIAS_Y_MARRUECOS_2014_YQDL.jpg
Vanuit dit oogpunt is Marokko een onderdeel van de lange termijn doelstellingen van de Kroon van Castilië en het is, nadenkend  over dat perspectief, waardoor de Castiliaanse koningen altijd voorzichtig zijn geweest om rechten op te eisen over  de Canarische Eilanden, toen deze nog niet de gunstige omstandigheden hadden om ze te bezetten.

De Canarische Eilanden bieden inderdaad een basis voor een mogelijke aanval op Marokko, als zijnde een  andere basis dan die bij El Estrecho (de Straat van Gibraltar).

guanslot.jpg

CHAURERO.jpg
Als in 1344 Paus Clemens VI het Bisdom Telde  (Gran Canaria) creëert en, in datzelfde jaar, de Canarische Eilanden als onafhankelijk koninkrijk ontstaan, dat is toegekend aan Don Luís de la Cerda, achterkleinkind van Alfonso X el Sabio (de Wijze), blijft die investituur zonder gevolgen omdat die onmiddelljik werd bediscussieerd door de Koning van Castillië die een beroep doet op zijn titels over Mauritanië

Voor Castillië  is de Canarische Archipel gehecht aan dat territorium, en moet daarom  opgenomen blijven als een constitutioneel onderdeel.

Dat rechtvaardigt de Beschuldigingen van Alonso de Cartagena (1384-1456), die van Juan II de opdracht had ontvangen om een juridisch advies op te stellen over de Canarische-kwestie voor het vestigen van de soevereiniteit van de koning van Castillië:  Zijn  betoog was,  om de ‘historische rechten’ van de vermeende opvolging van de koning van Castilië van de laatste gotische koning, die ooit toebehoorde aan de provincie Tingitana in Mauritanië, te combineren met de geografische nabijheid;  om te concluderen.dat Canarias toebehoorde aan Castillië, “omdat de Canarische Archipel dichte bij Afrika ligt (Tingitana Mauritanië), dan bij Europa.

Dat document is door de ambassadeur Luís Álvarez de Paz, gepresenteerd aan de Paus, die daarop een bul uitgaf, de Romani Pontificis, op 6 november 1436, die hij de rechten van de  Koning van Castillië erkende.

                               juan_manuel_alonso_perez_guzman_silva.jpg
                             Don Juan de Guzmán, hertog van  Medina Sidonia,
In 1449 verleende Juan II van Castillië aan Don Juan de Guzmán, hertog van  Medina Sidonia, het gehele gebied van  Afrika gelegen tussen de kapen Aguer en Bojador; welk project geen plaats gaf aan  enigerlei bezettingen, maar de belangstelling toonde die Castillië had in het ten kosten van alles van het verdedigen van haar rechten  over Canarias tegenover de pretenties van Portugal; het toonde de wens van Castillië de Westelijke Sahara te zien als het natuurlijke achterland van Canarias.

In dat tijdperk is het geschil over deze gebieden beperkt tot de Koninkrijken Portugal en Castillië,  met een duidelijk overwicht van het eerste, omdat de binnenlandse situatie van het tweede hem nog steeds geen effectief ingrijpen toestond. Castillië moest zich beperken tot het benadrukken van de rechten en waarover men niet in staat was die te verdedigen en vertrouwde op het private initiatief voor het bezetten van steunpunten in die sector.

RenRom0400-01NicholasV.jpg

“Echter, in 1455, lijkt de bul Romanus Pontifex, in 1456 bevestigd door de bul Inter Coetera, beiden ondertekend door Paus Nicolaas V, voordeel te geven aan Portugal door hem de exclusiviteit toe te kennen over de gebieden die liggen ten zuiden van  Kaap Bojador, wat hen een bevoorrechte positie oplevert op het moment dat men zich zorgen maakt  over het vinden van een route, on via Afrika, Azië te kunnen bereiken. " (Joseph Pérez, 2004)

Van al deze overheden is de schuldige het huidige Koninkrijk Spanje als rechtstreekse erfgenaam en vruchtgebruiker van de koninkrijken van Castillië en Aragon, de eerste indringer van de Canarische natie, direct verantwoordelijk voor misdaden tegen de mensheid die aanhield in de tijd van de Canarische bevolking, ook als zijnde verantwoordelijk als mede-helpers van de Canarische Creolen die hun inspanningen dienden zich te richten op bezetting en de verkeerde voorstelling van de politieke realiteit van deze kwestie van de Spaanse Staat in het noordwesten van Afrika.

De huidige leiders van de Katholieke Kerk op Canarias, als erfgenamen en ideologische voortzetters van de eerste indringers die ooit lid  geworden zijn van hun roofzuchtige belangen en vertrouwden op het zwaard in plaats van het evangelie om hun doel te bereiken, zijn eveneens schuldig aan misdaden tegen de menselijkheid gepleegd tegen de Canarische bevolking.

De wet van de Spaanse Staat zelf bevat regels die moeten worden beheerst door de erfgenamen en opvolgers. Aldus erft men niet alleen het samenstel van goederen en rechten die deel uitmaken van het erfelijke bezit, maar erft men ook het samenstel aan verplichtingen van allerlei soort die deel uitmaken van het erfelijke.

Tot hoever reikt in dat geval de verantwoordelijkheid van de erfgenamen? In algemene termen zou men kunnen zeggen dat die verantwoordelijkheid geen beperkingen kent dat wil zeggen, de erfgenaam heeft te beantwoorden aan het respect van de verplichtingen van de erfenis,  niet alleen met de die men heeft geërfd, maar ook met de eigen verplichtingen ...

Men ziet een lichte inventaris van de erfelijke schuld van hun voorgangers in deze kolonie die moet worden overgenomen door het huidige Koninkrijk Spanje en de Katholieke kerk,

De roofzuchtige expedities naar de Canarische Eilanden georganiseerd vanuit het huidige Koninkrijk Spanje, om het Guanche-volk te beroven en te knechten, dateren van vóór de datum die officieel erkend is voor de invasie en bezetting van de eilanden

In 1345 landt op het eiland Titeroygatra op zoek naar slaven kapitein Álvaro Guerra en neemt het in bezit in naam van Pedro IV van Castillië en geeft het de naam isla del Infante  (Erfprins-eiland).

Vanaf 1351 projecteren de Mallorcaanse slavenhandelaren Juan Doria (Auria) en Jaime Segarra (uit Sagarra) een expeditie van dertig religieuze mensen,  geestelijken en leken; voor de ‘evangelisatie’ van de eilanden. Voor deze functie rekenen ze op twaalf Guanche-slaven (waarschijnlijk uit een eerdere expeditie) gekocht door John en James, op geschikte wijze onderwezen in het geloof van de katholieke sekte; om het project uit te voeren zoals was vereist met de vooraf gevraagde  toestemming van de Paus van dienst.

Vastgesteld is dat in 1352 Pedro IV El Ceremonioso (de Ceremoniële), aan zijn  plaatsvervangende Luitenant op het eiland Mallorca een verslag  gevraagd heeft over hoe men op dat eiland twaalf inheemsen van het eiland Gran Canaria geïntroduceerd heeft,  die daar zijn aangekomen met een expeditie, afkomstig van de Mallorcaanse expeditie naar Canaria in 1342.

In 1391 organiseren de Genovezen Bartolomé Scariafíga en Bartolomé Bargazo, en de Sevilliaan Juan González, een expeditie naar de Canarische Eilanden. Het schip ‘Santa Ana’, bemand door Andalusiërs en Catalanen, legt aan in Erbania (Fuerteventura) en gaat door naar Guinee. In november van dat jaar registreert men in Barcelona de verkoop van een inheemse slaaf van Fuerteventura die daar gebracht kan zijn door de genoemde expeditie.

Een Vizcaíno/Sevilliano-bende plunderaars organiseert een slaven-expeditie onder het commando van de Vizcaino Gonzalo Peraza Martel, heer van Almonaster, die als hoofd van een expeditie van vijf schepen in 1393 met een vergunning van  Enrique III van Castilië, naar de eilanden komt. Hij plunderde het eiland Titoreygatra (Lanzarote) en keerde terug naar Castilië met buit, en de prooi zijnde de koningen van Titoreygatra (Lanzarote);  Guanarteme en Tinguafaya,  samen met nog 170 Guanchen, die tot slaaf zijn gemaakt.

026-1.jpg arms2.jpg                https://nl.wikipedia.org/wiki/Jean_de_B%C3%A9thencourt

M133834.jpgVanaf 1402 begint de invasie, men kan zeggen ‘formeel’ gesponsord door Castillië archipel, vermoedelijk meer gedreven om geostrategische redenen, dan om roofzuchtige en knechtende redenen. Zo ziet men dat op  1 mei 1402, de piraten Jean de Bethencourt en zijn partner Gadifer van Lasalle vertrekken vanuit van La Rochelle naar Cadiz, met een tachtigtal Fransen, waarbij  andere Castiliaanse avonturiers zich voegen.

Na een opstand van soldaten en matrozen die een maand achterstallig loon eisen, slaagt Bethencourt erin ze tevreden te stellen door daar een deel van te betalen  dankzij een lening die hem verstrekt is door een oom van hem, na het stelen van  een anker en een sloep van een Engelse Kapitein, gaat de reis verder naar Lanzarote waar men eind juni aankomt.

Op 28 november 1403 geeft Paus Clemens VI, door middel van een bul, de titel van de invasie aan de Castiliaanse koningen. In dat jaar beheert de Normandische piraat voor Enrique III (niet voor Johannes II, zegt Padre Las Casas) zijn vermeende heerschappij over Canarias en vraagt om hulp,  hij  doet een beroep op paus Benedictus XIII in Avignon, en vraagt ook materiële en geestelijke steun: om aflaten en kruis-privileges te geven, en de oprichting van een Bisdom in Fort Rubicón.
                           Enrique_III_de_Castilla_Ayuntamiento_de_Len.jpg                                                   
Enrique III van Castillië 'el Doliente'
Enrique III van Castillië 'el Doliente' vaardigt een Real Cédula (Koninklijk Besluit) uit, waarin de piraat Juan de Bethencourt leenheer van de Canarische Eilanden en vazal van de Castiliaanse koning wordt bevestigd; zo roept hij in zijn havens op, tot het ernstige verbod op het naderen van de Canarische Eilanden, zonder vergunning aan de Normandiër  (Jean de Bethencourt), die in zijn invasie en verovering verzandt.

In Avignon verleent Paus Benedictus XIII op 7 juli 1404 aan Bethencourt de aflaten en de  privileges van de kruistocht en het oprichten van het Bisdom voor de Katholieke sekte van  Rubicón (Robigo) op het eiland Titoreygatra;  en met de bul Apostolatus officium van 7 juli 1404, benoemt hij  broeder  Alfonso uit Sanlúcar de Barrameda, van  de Franciscaner Orde, tot bisschop van dit  Bisdom.

In oktober 1405 valt Bethencourt het eiland Esero (Hierro) binnen en onderwerpt het. “En de Tolk was de broer van de koning van het eiland; en die interpretatie zorgde ervoor, dat hij terugkwam met zij broer en met 11 personen, voor de veiligheid, en werden geleid naar de aanwezigheid van Monseñor de Bethencourt, y Mons. Bethencourt hield er 31 voor zichzelf , waarvan de eerste de koning was; de anderen werden verdeeld als buit, en sommige werden verkocht als slaven. (‘Le Canarien’, pagina 197).
guan1.jpg
Om dit artikel niet langer te maken dan strikt noodzakelijk, zullen we onderstaand ‘in het kort’ enkele van de Christelijke activiteiten van deze piraten behandelen en sommige van hun volgelingen op de binnengevallen eilanden:

Zo staat in ‘Le Canarien’, op  pagina 105:
 ...Bertín de Bernebal kwam, en zei tegen de koning en degenen die bij hem waren, en ik zal ze verdedigen en ik zal ze goed verdedigen tegen de Spanjaarden… er ging een aantal van 24 naar het dorp (Teguise)… na het avondeten stuurde de  Bertin de Canario’s naar bed om om te slapen, dus sliepen enigen, en anderen niet… toen het tijd was stond hij met het zwaard in de hand voor hun deur, en gaf het bevel ze te arresteren… en rechtstreeks naar de haven op het eiland Graciosa te gaan waar het Spaanse schip ‘Tajamar’ lag met de gevangen genomen slaven…

Canarien_Big.jpg
118112258051478.jpg

‘Le Canarien’, pagina 101:
 …Bertin keerde terug naar Spanje met het schip ‘Tajamar' met de op Lanzarote gevangen genomen slaven…

Le Canarien’, pagina 105:
… enkele dagen later kwam het schip ‘Tajamar’ aan in de haven van Cádiz waar Bertín naar toe  kwam met buit van de arme Canario’s, bewoners van Lanzarote, om ze te verkopen als slaven in Aragón…

Le_Canarien.jpg

‘           Het schip van Jean de Béthencourt, op de voorpagina van Le Canarien

Le Canarien’, pagina 117:
De bedoeling van  Gadifar was zodanig, dat als er geen ander remedie was, men alle mannen van de verdediging van het land vermoordde, en men de vrouwen en de kindere bewaakte die men liet dopen en die met hen leefden totdat God ze hielp op een andere manier…

‘Le Canarien’, pagina’s 129-130:
verplicht om koers te zetten naar El Hierro namen ze daar vier vrouwen en een kind…  en dan zijn er niet veel mensen omdat ze elk jaar gevangen werden genomen.
En nog steeds in 1492 waren er volgens men zegt 400 personen…

 ‘Le Canarien’, pagina’s 129-130:
Met de afwezigheid van  Bethencourt op de eilanden in  1403, verzette  Bertín de Berneval zich tegen Gadifer; en, de een na de ander, haastte zich om slaven te maken op de eilanden…
...daarna keerden allen gezond en gelukkig terug en troffen de collega’s   men in goede doen aan, die meer dan honderd gevangenen had (Maxos Guanches) in het  Kasteel van de  Rubicon, waarbij een grote slachting was geweest, hun vijand had zich zo gehaast dat men niet wist wat te doen en  men kwam elke dag om zich over te geven, vandaag de ene en morgen de andere, zoveel, dat er maar weinig mensen hebben overleefd zonder te zijn gedoopt...

Onderstaand, de teksten van de diverse geschiedschrijvers in diverse documenten:
Om de gewoonte niet te veranderen, installeerde  Bethencourt zich, na zijn tweede reis naar Castillië, op Lanzarote waar hij een bakstenen huis bouwde, op de resten van een fort,  dat zijn voorganger had. Het was het adres van de onderneming, gewijd aan de export van leder, talg, en Guanches, en toen de Seviliaanse markt verzadigd was,  verkocht Juan slaven aan Aragón en Frankrijk.

Een  groot fortuin verzameld hebbend, droeg hij de handel over aan zijn neef Maciot de Bethancourt en Moisés de Menaute, en verliet het leven in de kolonie.

De vazallen van Maciot  hadden geleerd dat de doop tot de christelijke ritus ze beschermde voor de export, ze vroegen om een stem. Als gewezen scrupuleuze man, had de  slavenhandelaar zijn bron van inkomsten verloren, maar niet in geloofskwesties, zonder onderscheid exporteerde hij christenen en afgodenaanbidders van Lanzarote, vertrouwend op het gebrek aan autoriteit, van een verdeelde Katholieke Kerk.

…En wat betreft het eiland Lanzarote dat in hun taal Tytheroygatra werd genoemd… dat had een groot aantal dorpen en prachtige huizen, en was goed bevolkt maar de Spanjaarden en andere zeepiraten heeft deze meerdere keren gevangen genomen en in slavernij gebracht, totdat er nog maar weinig mensen over waren,  omdat toen de Monseigneur kwam.
                        url.jpg
                                                        
Maciot de Bethencourt.
De Bethencourt, zou met slechts 300 personen met hard werken en grote inspanningen winnen, ... daarna keerde Hannibal met een deel  van zijn compagnie terug naar zijn herberg, tevergeefs met gewonden, en duizend melkgeiten ... (Bethencourt) - Ik hou er niet van dat je  geen kwaad doet en wil een eerlijk deel van je gevangenen... Maciot de Bethencourt, luitenant van zijn oom Juan, 'koning van de Canarias' viel in in 1407 La Gomera aan en maakt de Guanchen tot slaven, maar slaagt er niet in te overwinnen.
                           Papa-Luna--Benedict-XIII-03kb.jpg
                                    Paus Benedictus XIII, de tegenpaus in Avignon.
Paus Benedictus XIII in Zaragoza (?), men weet niet zeker om welke redenen (hoewel mogelijk, of misschien, omdat hij niet de gebruikelijke pachtsom aan Rome wilde betalen) trekt in 1414 de aflaten en de privileges in van Jean de Bethencourt die men hem had gegeven voor de invasie en verovering van de Canarische Eilanden, en schorst de Bisschop Broeder Alfonso uit Sanlúcar de Barrameda van zijn functies in de kolonie.

In 1417 plaatst Broeder Mendo de Viedma, van de Franciscaner Orde, bisschop van Rubicon, zich tegenover Maciot, neef en luitenant van de ‘koning van Canarias’ de piraat Juan de Bethencourt, die al gekerstende inheemsen als slaaf verkoopt in Sevilla; en, een broer van hem (de bisschop), dat aangeeft bij  de koningin van Castilië Dona Catalina de Lancáster en haar meedeelt wat men hem aandoet op Canarias, want ze willen hem niet als Heer ( zo begint de botsing tussen de geestelijken en de leken door het overwicht van de gedecimeerden en de veronderstelde jurisdictie over de eilandbewoners.)

Pedro Barba de Campos wordt in 1418 met drie schepen naar de eilanden  gestuurd door de Koningin Regentes van Castilië om ze in te nemen en met de macht van de Koningin, te proberen dat Maciot  dit aan haar verkoopt. Hetgeen men verkoopt met de macht van zijn oom de piraat Jean de Bethencourt; behalve Titoreygatra (Lanzarote).
                         El_rey_Juan_II_de_Castilla_Museo_del_Prado.jpg
                                                   Koning Juan II (1405-1454)
         https://commons.wikimedia.org/wiki/File:El_rey_Juan_II_de_Castilla_(Museo_del_Prado).jpg

De Castiliaanse Koning Juan II verleent in 1420  ten gunste van de Castilliaan  Juan Alfonso de Las Casas de veronderstelde rechten tot verovering van  de niet genoemde eilanden van de Canarische Archipel, dat waren Tamaránt (Gran Canaria), Benahuare (La Palma), Chinech (Tenerife) en Gomera. Het is niet een toevallige gebeurtenis, maar correspondeert met goed doordachte politieke criteria, ooit beschouwd als uitgeput van de route in 1402 geopend door piraten Jean de Bethencourt en Gadifer de La Salle, en onvoldoende overdracht voor de totale toekenning het hele eilandbedrijf aan  een groot edelman, welke  de Graaf van Niebla was. De genade  gegeven door Juan II, gesteund in de tijden  die volgden  door zijn bevoorrechte Álvaro de Luna, was een nieuwe interventie, indirect maar effectief,  van de Spaanse monarchie in de plundering van de eilanden.

Het  schisma van de verdeeldheid  in de Katholieke Kerk geklaard hebbend, werd Don Mendo door Martín V benoemd tot bisschop van de Canarische Eilanden. Tegenover Maciot, gebruik makend van een Pedro de Castilla ging men naar de Rechtbank, en vertelde men aan Juan II dat er complicaties waren om naar hem te kijken, in Rome bekend als een van zijn vazallen, werden de christenen veranderd in  handelswaar. Met een overheersende wirwar ter plaatste, ten gevolge van zijn  vriendschap met Álvaro de Luna.

Maciot naar Madeira gegaan, verkocht de archipel twee keer, aan twee heren die hij als zichzelf beschouwde: Enrique el Navegante en de Graaf van Niebla (Bernáldez biedt de originele versie over de ongemakkelijke heerschappij van de Guzmanes: een deel van de Canarische Eilanden veroverd  door Mosén de Bethancourt, dat hij verkocht aan de vader van de eerste Hertog van Medina Sidonia, Juan Alonso genoemd, in plaats van Enrique.
Deze kende het toe aan Fernan Peraza, "die bij hem woonde," in ruil voor "bepaalde plaatsen". Peraza werd ervan beschuldigd  niet de grotere eilanden te hebben veroverd en werd verwelkomd door de "regimenten" van de drie eilanden, voor meer dan hij had bereikt,  "door vleierijen, of dat men wilde wat was," liet hij zich als koning behandelen, door alle Canario’s . Barba deed hetzelfde voor zijn deel, maar betrad amper Sevilla, kocht Fernan Peraza om, trouw uitvoerder van de Koning, getrouwd met Agnes de las Casas, die in Sevilla woonde  in  de wijk  San Vicente, maar niet in het huis van de Guzmanes.

Moe van de problemen die de Canarische Eilanden veroorzaakten, stond de Niebla zijn rechten in 1430 af aan Guillen de las Casas, politiecommissaris  van Sevilla, de dienaar van zijn huis, zo niet een boegbeeld. Aangesteld  door Juan II als Heer van de eilanden, ging hij naar Titoreygatra (Lanzarote), nam Maciot gevangen op Esero (El Hierro). Kende  Enrique el Navegante, stuurde het leger om hem te bevrijden, om opnieuw te worden gehuisvest op zijn woonadres op Titoreygatra (Lanzarote).

Guillén de las Casas overlijdt in 1441 en de heerlijkheid Canarias erft Fernán Peraza, Heer van Valdeflores (die plaatsvervangend  luitenant was op de eilanden  die men had ‘verkregen’ in 1430), die getrouwd was met Inés de las Casas, nicht van Guillén en dochter van Juan de las Casas.

De kolonisten Fernán Peraza en Guillén, zij zoon, slaagden er door overeenkomsten in zich te vestigen op het eiland La Gomera, en begonnen in 1449 met de bouw van de zogenoemde Torre del Conde (Toren van de Graaf) in Ipalam (San Sebastián), als voorziening tegen de verwachte sporadische opstanden van de Gomero's, welke de Portugezen aanmoedigden, die bijzonder geïnteresseerd waren in het eiland en de genoemde toren welke men voltooide in 1450.
Ook verkreeg men de totale overheersing over Esero (El Hierro), blijkbaar met de hulp van de Bask Juan Machín de Arteaga, die voorheen woonde op Madeira en getrouwd was met een dochter van de reybimbache (Herreño). Ze hebben zelfs enkele pogingen ondernomen tot verovering van Benahuare (La Palma), waar Guillen overleed door de hand van de awaras (Palmero's)  kort na zijn vader Fernan, waardoor de gehele Heerlijkheid in handen viel van de meedogenloze en bloeddorstige Inés Peraza.
beatriz.jpg .25cts-diego-garcia-herrera.jpg
                Beatriz de Bobadilla y Osorio.                                         Diego de Herrera            
De koloniste Inés Peraza (haar moeder was Beatriz de Bobadilla y Osorio) , nadat eenmaal haar vader Fernán Peraza in 1452 was overleden en haar broer, trouwde met Diego García de Herrera, zoon van de maarschalk Pedro García de Herrera en heerser van het Sevilliaanse Cabildo in 1453.
Met Herrera komt in de kolonie het spel met een nieuwe lijn, deze keer van een oorspronkelijke hoveling. Ze namen de heerschappij van de Canarische Eilanden op zich voor deze koloniale invallers, ze werden kampioenen zonder de rivaliserende plundertochten van Spanje in Barberia  Poniente.
Herrera, de Seviliaanse slavenhandelaar, leidde de eindeloze expedities en moedigde tochten aan naar het Continent, waarvan hij steeds overwinnend en rijker terugkeerde.
Het is niet verwonderlijk dat hun  constante betrekkingen met het Continent hen het voorstel deed doen om aan de kust een vast etablissement op te richten. een fabriekstoren, die het paar een gemakkelijke toegang verschafte  tot de gouden route van de karavanen, net zoals het begin van de nauwe contacten met de stammen, met het zicht op hun toekomstige politieke overheersing.

Met het Castiliaanse Hof in Cuéllar,  heeft op 7 september 1453 Pedro González de Caraveo – onderzoeksrechter van de Koninklijke Rechtbank van Sevilla  burgemeester van Huis en Hof, op verzoek van de vertegenwoordiger van Herrera, de onherroepelijke uitspraak gedaan tegen de rebellie van Maciot die niet durfde te verschijnen voor de Rechtbank; het arrest luidt als volgt:

"Oordelend  dat het genoemde eiland Lanzarote, als Heerlijkheid en de jurisdictie, met de opbrengsten en pacht en verplichtingen  en rechten behoren en moeten toebehoren aan de genoemde mevrouw Inés, als legitieme vaste, algehele erfgename van de genoemde Femad Peraza;  doe ik de uitspraak met de verklaring dat alles aan haar toebehoort, en ik moet bevelen en beveel dat aan haar de vrije en verwachtingsvolle overdrachten worden gedaan, echter zonder enige tegenstelling, met de opbrengsten en pacht en verplichtingen  en rechten die tot hier toe zijn versterken, vanaf de dag dat de genoemde Mosen Maciote vervreemding en overdracht heeft gedaan aan de genoemde Erfprins Don Enrique, en zich niet gehouden, of voldaan heeft aan de voorwaarden zoals van de genoemde borgtocht in die vorm en de strekking van de voorwaarden die hij gaf en toekende aan de genoemde Guillén de las Casas....".

Herrera, niet helemaal tevreden met een dergelijke complete overwinning, was, en  verblijvend in  de stad Arévalo, die de cédula (het wettelijke certificaat ) uitgaf op de 28ste van diezelfde maand en opdracht gaf, “aan de raadsheer, burgemeesters, politiecommissaris en bestuurders, wapendragers, autoriteiten, en goede mensen van het eiland Lanzarote,” zich te houden aan de inhoud en deze na te komen.

De Castiliaanse Kroon kende op 28 september 1454 aan de kolonisten Diego de Herrera en Inés Peraza de señorío (Heerlijkheid) van Titoreygatra (Lanzarote) toe, en het algehele beheer van het domein van de Archipel als permanente basis van waaruit men het vasteland  kon  binnendringen voor het plunderen, winnen van goud, slaven en specerijen.
granada92.jpg

De bewoners van het eiland evenals  hun natuurlijke de Europese kolonisten waren boos op de tirannie van de slavenhandelaar  Diego de Herrera en begonnen een rel.
De muiters maakten de bemanningsleden van een Portugese karveel, gewijd aan de slavenhandel, tot gevangenen die, eenmaal vrijgelaten door Herrera, van vitaal belang waren in de onderdrukking van de opstand.

24 augustus 1455
Op 24 augustus 1445 komt op het eiland Titoreygatra (Lanzarote) Adrían de Bethencourt aan, de gevolmachtigde van Herrera en zijn vrouw, ze sturen hem als zodanig naar het eiland om de aankomst voor te bereiden van deze nieuwe kolonisten die, voorzien van de Real Cédula (het Koninklijk Besluit), dat de Uitspraak bevestigde, en van andere belangrijke cédulas (vergunningen), zich in die tijd presenteerde op Lanzarote vergezeld door de  schrijver Juan Ruis en,  de  adel en de bevolking uitnodigde om bijeen te komen in de Santa María-kerk voor het bijwonen van de Noen-mis op die zondag 24 augustus 1455, en hen hun verblijfsruimten lieten zien, daaronder  die welke hun benoeming bevatte tot gouverneur van de Canarische Eilanden waarbij het hoogwaardige en machtige echtpaar Diego de Herrera en mevrouw Inés Peraza vervolgens de juridische uitspraak toonde met de privileges en vrijheden ten gunste van hen, die  voor hun nieuwe taken aan hen waren toegekend.

Na voorlezing daarvan, hebben de burgemeester en zijn gijzelnemer, Alonso de Cabrera, de casas señoriales (gemeentehuizen ) overgedragen aan Bethencourt, met uitlening van hun ambtenaren, medewerkers en vooraanstaanden van het eiland die volkomen trouw waren aan hun Heren, waardoor men voor de tweede keer naar de kerk ging en men hun staf voor gerechtigheid overdroeg aan de gouverneur.

De volgende dag, vergezeld door deze benoemde burgemeester Pedrode Aday, en  de politiecommissaris Juan Calderón, bezocht Bethencourt de plaatsen Tayga, Tao, Tyuhuya Adhesión, Eque, Guiafuso, Tigalae en Rubicón, wandelde door de straten en met het ontvangen van de demonstratie van alle onderworpen kolonisten, eindigde dit bezoek op donderdag 28 augustus op het strand in de haven van Rubicón, waar Bethencourt de toren binnenging en die verliet als teken, dat hij daar bezit van had genomen.

Hoewel er geen weerstand of protest is aangetoond in de procedure van deze verschillende, uitgebreide handelingen, weet men dat de gijzelnemer Juan Iñíguez van Atabe zich verzette tegen zijn gevolmachtigde Alonso de Cabrera,  want er is geconstateerd dat op 16 september van datzelfde jaar waarin de Koning het Koninklijk Besluit heeft uitgevaardigd, gericht aan dezelfde gijzelnemer, en hen veroordelend het eilend vrij  te laten aan Diego de Herrera en hem de opbrengsten te overhandigen welke zich bevonden in zijn opslagruimte, met uitzondering van die welke toebehoorden aan de Staat.
In dat overzicht zijn ook de kosten beschikbaar waartoe Maciot veroordeeld was, men legde beslag op  het vastgoed  op grond van  de wortels die hij had  voor zijn bezittingen op de Archipel, en bij gebrek daaraan, zouden ze persoonlijk macht op hem uitoefenen daar waar dat zou kunnen.

De Castiliaanse monarch Enrique V kende in 1460 de veronderstelde rechten toe van de verovering van  Chinech (Tenerife), Tamaránt (Gran Canaria) en Benahuare (La Palma) aan de Graven  van  Atouguia en Vila-Real, Martín de Ataide en Pedro Meneses de Castro, hoewel onder afhankelijkheid van Castillië.

Op 12 augustus 1461 wilde Diego de Herrera, na de vier binnengedrongen en bezette  eilanden gekocht te hebben, veroverd door de piraat Jean de Bethencourt, zijn stappen volgen.

Hij landde op het eiland Tamaránt (Gran Canaria), en bij het aanvallen van de  Canario’s, die gewend waren aan de oorlog tegen de diverse naties, droeg hij notaris Fernando de Párrea op, met een akte deze goedwillendheid vast te leggen.

Het begon met buitenlandse mensen en hun vazallen vallen de Canarische Eilanden aan te vallen  die gewend waren aan om oorlog tegen de verschillende landen, en tot aan het einde altijd als overwinnaar naar voren te komen. Onder de vele schermutselingen met hen , was er een onvergetelijke, in de buurt van het dorp Tirahana, waarin, naast het te hebben verloren van veel mensen, werd gedwongen met pensioen te gaan in de bewaking van  de  de kust.

Gezien, dat de Canario’s zich onderling verenigden, en het met de dag moeilijker werd hen te overwinnen, probeerde hij ze te scheiden, zodat het van de ene dag op de andere het aanvallen makkelijker kon leiden tot het bereiken van de overwinning.
Om dit te doen, verordonneerde  hij Diego de Silva, de Portugese edelman die deze oorlog had gebracht, met tweehonderd gekozen soldaten de stad  Gáldar te overvallen .
Silva kwam naar Gáldar en ging daar de strijd met stadsbewoners aan, maar het was zijn slechtste, dus hij werd gedwongen zich terug te trekken achter een een stenen omheining, waar hij wanhopig vocht , en dat was zijn  laatste verdediging.
Daar zag hij in korte tijd sommigen van de zijnen sterven en anderen gewond raken, en  listig vroeg hij de Koning van het Koninkrijk Gáldar te spreken te krijgen en beloofde zich over te geven onder bepaalde voorwaarden.

Diego López de Illescas, kolonist aangesteld als bisschop van Rubicón, stelde ‘vredesverdragen’ op met de ‘bendes en koninkrijken’ van  de Guanchen van  Gáldar en Telde, op Tamaránt (Gran Canaria), die werden getekend op 16 augustus 1461 door de bisschop en door Diego García de Herrera, kolonist en zelf-benoemd Heer van de eilanden .
In zijn onderhandelingen met de inheemsen verzocht hij hen, dat ze hem toestonden een Toren te bouwen op Gando, die - zoals men weet - werd gesloopt door de Guayre (Guanche-koning) Maninidra.
df64ca06-6fc4-4bce-bc8b-4b959be302a5GROOT.jpg                                                            
Paus Pius II.
De chef van de katholiek sekte, Paus Pius II, ratificeerde in 1462 de privileges welke waren toegekend door zijn  voorgangers  (Eugenius IV en Nicolaas V) tot  de ‘evangelisatie’ van de Canarische Eilanden, keurde de 'vredesverdragen’ goed die de bisschoppen met de Guanchen sloten, verbood onder excommunicatie de slavernij van de Guanchen, van de bendes en de koninkrijken waarmee vrede was gesloten; en hij verordonneerde dat degenen die slaaf gemaakt waren, vrijgelaten werden, kende brede aflaten toe aan hen die  samenwerkten in de vrijlating van de gevangenen, en aan hen die steun gaven aan de onderdrukten in de slavernij van de Guanchen (Bul Pastor bonus, de Petreoli - Siena -  op 7 oktober 1462).
Dit, om te bevorderen dat met het geven van dergelijke aflaten de invasies en bloedige veroveringen,  veranderden in de vreedzame ‘evangelisatie’.

Pedro de Meneses, Graaf van Vila Real, pleit in 1463 bij  paus Pius II voor  toestemming om de eilanden Tamarant (Gran Canaria), Chinech en Benahuare (Tenerife en La Palma) te veroveren (verstrekt door Enrique IV van Castilië) met het oog op het veranderen van de Guanches tot het christelijk geloof. Eufemisme, dat de ware bedoelingen van deze avonturiers verbergt, de plundering en tot slaaf maken van de Guanches populaties.
BxBJLbiCQAAoFh-.jpg
                                            Menceyes van Chinech (Tenerife).
Op 21 juli 1464 stemmen de Menceyes (Guanche Koningen) van Chinech (Tenerife)  met de kolonist Diego de Herrera  in, met een handelsovereenkomst die bekend staat als ‘Acta del Bufadero’ (‘Verdrag van Bufadero’), waarmee men ze in Anazu een handelscentrum  toestond, de kolonisten interpreteerden dit akkoord als een territoriale en politieke onderwerping van het eiland.
hautocuperche.gif
Men bouwde een toren bij  de monding van de Barranco de Bufadero, waarbij men zich toelegde op het maken van tochten naar het binnenland van het eiland voor  het stelen van vee, het gevangen nemen en tot slaaf maken van de Guanchen, voor andere misstanden, en het provoceren van botsingen die ertoe  hebben geleid dat de Guanchen van Anaga de Castilianen hebben verdreven en de toren hebben gesloopt.

dragogenocidioguanche-762x445.jpg
Zie ook, in het Spaans: 
¿Genocidio o Etnocidio en la Conquista de Canarias?
http://www.elguanche.org/2017/05/10/genocidio-o-etnocidio-en-la-conquista-de-canarias

en in het Engels:
http://www.wikiwand.com/en/Conquest_of_the_Canary_Islands

 000islas-canariaslogo-kopie-263.jpg


Rejón, de macabere stichter van de stad Las Palmas

Hij was een genie in het creëren van vals nieuws,
onthoofde zijn baas, Pedro de Algaba in Vegueta,
en werd in verband gebracht met de antieke Canario’s
voor het ontnemen van de macht van Peraza op La Gomera, waar hij overleed in 1481

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - maandag 19 juni 2017 - Juan Rejón dacht, dat het feit de stad gesticht te hebben, hem niet minder maakte dan de enige autoriteit op het eiland. Hij vergat dat hij een werknemer was van de Reyes Católicos (het Katholieke Koningspaar). Omdat hij dagelijks problemen opleverde voor de Reyes ( het Koningspaar), stuurden Doña Isabel en Don Fernando een gouverneur.

Het was mei 1480 toen Rejón, die het militaire commando had voor  de verovering van Gran Canaria, de meest gruwelijke daad toepaste om een eind te maken aan de  mogelijke  uitdaging om zijn vermeende gezag te elimineren. Hij doodde de vertegenwoordiger van de politieke macht: Pedro de Algaba, de door de Katholieke Koningen aangestelde gouverneur . Hij onthoofdde hem in het openbaar: Voor de kapel van San Antonio, in Vegueta.
GROOOOOOOOT.jpg
                      In opdracht van Juan Rejón stierf Pedro de Algaba door onthoofding
                            bij het verlaten van de Mis in de hoofdstad van Gran Canaria.
En dat was wat de Katholieke Koningen moesten verduren in die tijd. Midden tijdens een verovering, maakten de militaire machthebbers destijds hun eigen burgeroorlog. Een chaos. Deze speciale gezanten van het Península (Schiereiland  = het vasteland van) vestigden zich voor eigen rekening  en beheerden rampzalig de territoriale controle van deze eilanden.

Wat men te verduren had
En het is dat de  Reyes Católicos  Pedro de Algaba naar Las Palmas stuurden om te bemiddelen tussen Juan Rejón en de decaan  Juan Bermúdez. De gouverneur trok partij voor decaan Bermúdez. Rejón creëerde valse berichten aan het Hof. Keerde terug naar Gran Canaria en hakte zijn baas de hals af. Bovendien gaf hij de decaan een zweepslag  en verscheepte hem naar La Gomera als boodschap die hij nodig achtte voor de intellectuele veroorzaker van zijn terugkeer naar Gran Canaria: Hernán Peraza.

De oorzaak van het probleem was, dat Algaba Juan Rejón naar Lanzarote stuurde om eten te zoeken, omdat op Gran Canaria  sabbotage van de  antieke Canario’s en hun guerrillaoorlog, het onmogelijk maakte om adequaat te eten. Op Lanzarote trok niemand zich iets van hem aan.

Rejón keerde terug naar Las Palmas en daar zweerde hij wraak. De Algaba riep hem tot de orde en vertelde hem dat híj degene was die regeerde. Om problemen in de toekomst te voorkomen, en met steun van decaan Bermúdez, zette men Juan Rejón gevangen. En men stuurde hem naar het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje).

De hele situatie verpestend
Maar Juan Rejón krijgt vergiffenis op het Península . Hij keert terug naar Las Palmas en de  problemen tussen de Castiliaanse troepen gingen door. Smeerlapperij, onder de castellanos (Spanjaarden)  tegenover de  guerrilla van de antieke Canario’s. Opnieuw besluit Algaba Rejón naar het Península te sturen. Daar verergert Juan Rejón de zaak en zegt in de omgeving van Doña Isabel en Don Fernando: La Conquista (de Verovering) vertraagt, omdat De Algaba aan het onderhandelen is om Gran Canaria aan de Portugezen te verkopen. De Reyes Católicos raken in paniek.
Juan Rejón keert terug naar  Gran Canaria met een doel:  Een einde maken aan de macht van gouverneur  Pedro del Algaba. Hij landt zonder waarschuwing op het eiland, met soldaten die hem trouw zijn gebleven uit zijn eerdere verblijven, ze nemen De Algaba en Bermúdez gevangen bij het uitgaan van de Mis in San Antonio. De eerstgenoemde wordt onthoofd en de tweede wordt naar La Gomera gedwongen.

Heel duister
Het is een van de duisterste perioden in de Conquista (Verovering) van Canarias. Waarom stuurde Rejón zijn criticus naar La Gomera? Omdat hij uitlegde dat het Hernán Peraza was die de politieke spanning veroorzaakte in de hoofdstad van Gran Canaria. Het was een volwaardig bericht: Hij hakt hem de hals af, en diens handlangers stuurt hij naar het isla colombina (Columbus-eiland = La Gomera).

Maar dat is voor Juan Rejón niet genoeg. Hij gaat met 199 soldaten naar La Gomera. Legt aan in Hermigua met de bedoeling de rekeningen te vereffenen. Pereza krijgt lucht van de aanwezigheid van Rejón en geeft zijn soldaten opdracht hem te vermoorden.

Rejón landt in Hermigua en zoekt een einde te maken aan Hernán Peraza. Officieel gaat hij naar La Palma. Bij het voor de haven van San Sebastián de La Gomera varen, waar hij weet dat Hernán Peraza verblijft, gaat hij aan land met 190 soldaten in de Vallei van Hermigua.

Hermigua en Agaete
In Hermigua sluit hij een pact met de antieke Canario’s om op hun eigen grond de val te veroorzaken van  Hernán Peraza. Iets, wat hij bereikt. Peraza wist dat Rejón voor hém kwam. Eén van de soldaten die hij stuurt om  Juan Rejón tegen te houden op La Gomera slaagt erin om hem te doden. Daarmee stopt de woede.

Met steun van de familie Medina Sidonia en een aantal Franciscanen op het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje), krijgt Peraza vergiffenis van de  Reyes Católicos, die veel twijfelden. Ze verruilen de doodstraf voor diverse zaken. De meest belangrijke: Eindelijk de verovering van Gran Canaria te voltooien. Zo eindigt het mandaat van de Katholieke Koningen. Vanwege  zijn strafblad, heeft hij nooit de titel van graaf gekregen.
                                                    menseliujjehgud.jpg

Peraza komt op Gran Canaria aan via Agaete op een februari 1482 of 1483. De datums zijn duister en tegengesteld in de teksten van de chroniqueurs. Met de hulp van 150 soldaten, onder wie Gomeros, castellanos en lanzaroteños, veroorzaakt Hernán Peraza  de val en de gevangenneming van de Guanarteme van Gran Canaria, Don Fernando. Daarmee voltooit hij de opdracht van de Reyes Católicos (het Katholieke Koningspaar). Vanwege zijn strafblad, hebben ze hem nooit de titel van graaf toegekend.
ZZZZZZIslas-canariaslogo-kopie-55.jpg


De geschiedenis van de wijn van Tenerife,
tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog

Vanwege de heersende droogte waren de Canarische Eilanden, tussen 1780 en 1790, heel afhankelijk van de Amerikaanse economie, en vooral van de import van Amerikaans graan

BOSTON - In het midden van 1781 hielden George Washington en zijn troepen halt in een hoog gelegen gedeelte van het gebied van Dobbs Ferry gelegen aan de Hudson-rivier in het Noorden van Manhattan. Er waren weinig manschappen, want de troepen waren na diverse winters uitgedund.

Epidemieën hadden veel verliezen veroorzaakt en diarree doodde meer dan de kogels van de  Britse ‘loyalisten’. Op een steenworp afstand was, destijds,  het aangrenzende schiereiland Manhattan nog steeds in handen van de Engelsen, maar Washington twijfelde over wat de beste oplossing zou zijn om van de Britten  af te komen.
vino-usa-canarias-k6HI--420x236abc.jpg                  
Washington neemt afscheid van ambtenaren in een taverne in New York.
Met zijn troepen midden in het moeras zag hij zijn kamp veranderen, het veldhospitaal was behoorlijk vol. Generaal William Heath, belast met de logistiek van het leger, was volhardend in zijn  verzoeken, terwijl er weinig beschikbare middelen waren.

De boerderijen in de omgeving waren gevraagd vlees en graan te verstrekken om de troepen te voeden. Veel van de boeren waren geen fervente revolutionairen maar hen werd weinig keuze gelaten tegenover een menigte van hongerige soldaten. Maar met het vloeibare element was het een probleem en de rivieren waren vies, en bevroren. Koude en dorst waren een slechte combinatie.

Dagenlang was er overleg  tussen Heath en zijn commandant en chef Washington dat ging over wat de beste optie was om de troepen te drinken te geven, maar vooral de zieken die verpleegd werden in het veldhospitaal. Wijn was, naast het verblijden van het hart, een drankje dat diende voor andere toepassingen, zoals natuurlijk geneesmiddel. Wijn als opium voor terminaal zieken kalmeerde hun pijnen, wijn met snuiftabak en andere mengsels, werden beschouwd als echte geneeskunde.

Heath had twee mogelijkheden, die hij hen kon geven: rum, of het consumeren van de 50 vaten wijn van  Tenerife die de Regering van Massachusetts angstvallig bewaakte.
Hoe kwam men aan die vaten wijn? Wel. heel eenvoudig; die verkochten de importeurs uit Philadelphia en Boston, velen van hen verklaarde rebellen en in elk geval  geen leden van het leger

Export was relatief gemakkelijk, en het spoor deze vaten te volgen en te weten waar ze vandaan kwamen eveneens,  omdat men op Tenerife de archieven bewaart van de handelshuizen die tijdens de oorlogsjaren exporteerden naar de Trece Colonias (Dertien Koloniën) .

Er waren niet meer dan vier bedrijven die dit deden en die waren  steeds in  Puerto de La Cruz het eigendom van Ieren.

Zij brachten eerder de duigen van Amerikaans eiken naar Tenerife waarmee de Canario’s vaten maakten en door ruilhandel verkregen zij de Canarische  wijn.

Na een tijdperk waarin de familie Franchi domineerde in de handel met Philadelphia, ging een Iers handelshuis, dat van Juan Cólogan & Sons, deze markt domineren, alleen betwist door de Pasley’s, Schotten gevestigd op Tenerife, maar ook op Madeira, wat hen een plus gaf in  de verkoop, want Madeira werd veel beter gewaardeerd dan de Canarische wijn.

Tussen rum en wijn moet gezegd worden, dat rum duurder was maar vervoerd werd in kleine vaten ‘hogshead’ genoemd van 250 liter; maar de Canarische wijn echter, wat zeker witte wijn was, werd opgeslagen in vaten van Amerikaans eikenhout va 490 liter, die zichtbaar veel moeilijker maar Boston te transporteren waren.

Het voordeel van deze wijn  was echter, dat deze veel voordeliger was en bovendien veel meer aangeraden werd tegen diarree en voor elk ander spijsverteringsproces.
Uiteindelijk werden de commandant en chef Washington het eens, schreef John Hancock, toenmalig gouverneur van de provincie Massachusetts, om  hen te vragen dat minstens vijf, of zes vaten Canarische wijn voor zijn zieken waren.

Bovendien dronk de commandant deze wijn  al minstens sinds 1557 en kende hij de kwaliteit ervan. Een ander belangrijk detail is, dat het hout van de vaten  waarin de wijn verpakt was, was verkocht door Robert Morris, de financier, die toen al tot voor jaren zijn  houten duigen uit de bossen van Pennsylvania naar Puerto de la Cruz op Tenerife stuurde.

Boston, als sleutel
Vasthoudend aan Boston, is het bekend door veel Amerikaanse auteurs in de zestiende eeuw en in het bijzonder aan het einde van de zeventiende eeuw, dat de  haven de belangrijkste was  in Noord-Amerika die de  meest wijn consumeerde, die van Tenerife was en altijd minder dan de Madeira. Uiteraard waren in die jaren die van het Spaanse vasteland en andere Europese wijnen zeer marginaal en hadden slechts de wijnen van  de Atlantische eilanden zoals Tenerife en Madeira toegang tot die markt.

Met dit verhaal is bewezen dat de  commerciële relatie tussen Tenerife en de 13 kolonies intens was en zeer oud, maar tegelijkertijd weinig bestudeerd.  Overigens is het zeker dat zijn troepen vertrokken uit Dobbs Ferry en samen met de Fransen naar het Zuiden, naar York Town zij gegaan  waar ze de Engelsen hebben verslagen en verjaagd.

Na deze korte uiteenzetting, moet worden opgemerkt dat de wijnen van Tenerife veel opgang bleven  maken in de koloniën en  men bevestigt, dat, toen in Philadelphia het  nieuws van de Vrede van 1783 kwam, de wijnen die bij de viering aanwezig waren, van Tenerife kwamen en dat sindsdien de verkoop van wijnen van Tenerife naar de nieuwe Verenigde Staten exponentieel  zijn toegenomen, en het is geen wonder waarom.

Commerciële logica
Voor de oorlog kwamen de kapiteins van de Amerikaans compagnieën om de vier maanden naar Tenerife. Nadien gingen velen werken als corsairs (piraten)  in  dienst van de Continentale Marine  want de  premies, wat bij de verdeling van de buit werd genoemd, waren  veel substantiëler.

Nadien,  nadat de oorlog was afgelopen, was er een enorme hoeveelheid inactieve schepen en kapiteins die met nieuw elan  de handelsactiviteit  hernamen, want de Amerikaanse economie was volledig vernietigd. Daarom daalde de vrachtprijs, alsmede grondstoffen zoals hout, tarwe, en meel, en veroorzaakte, dat de  economie van wijnen verwisseld werd voor hout zoals nooit  tevoren.

De Canarische Eilanden raakten in het tijdperk van 1780 tot 1790 volledig afhankelijk van de Amerikaanse economie, want de droogte maakte de Canario’s afhankelijk van de import van Amerikaans graan.

Het is duidelijk dat deze invoer- ongeacht de export van Canarische  wijnen die werden getroffen door gunstige omstandigheden en de oorlog -  altijd armoede brengt, en slecht aan weinigen voordeel.
ZZZZZZIslas-canariaslogo-kopie-4.jpg


Canario’s in de 15de Eeuw op zoek naar 'moros'

Noord-Afrikanen die ze tot slaaf konden maken

CANARISCHE EILANDEN - dinsdag 6 juni 2017 -  Canario’s waren in de 15de Eeuw op zoek naar 'moros' (Noord Afrikanen) in de 15de Eeuw. Het is het enige deel van Spanje waar de moriscos (Berberse = Noord-Afrikaanse slaven) niet zijn uitgezet omdat ze hun vrijheid kochten, of een eigenaar hadden.  Op Lanzarote was de helft van de bevolking morisca (Noord Afrikaans); op Fuerteventura 30%; en op Gran Canaria en Tenerife 5%.

Buitengewone zeelieden
Ze waren beesten op zee. Ze bereikten de kust van wat nu Marokko en Mauritanië is en niemand kon ontsnappen. Ze veroorzaakten paniek. In de tweede helft van de 15e Eeuw zijn het de eilandbewoners die permanent de Afrikaanse kusten aanvallen..
Ze deden dat, om mensen gevangen  te nemen en ze als gijzelaars mee te nemen. Wie niet betaalde voor zijn/haar redding, werd slaaf. Het ontbrak aan arbeidskrachten  op de eilanden. Men betaalde het losgeld in de vorm van een groot aantal slaven; of in geld.
piratas-berberiscos-canarias-kZiB--420x236abc.jpg                                                             Een morisco-aanval.
Barbarije
Barbarije (Berbers: Tamazgha) was van de 16e tot in de 19e Eeuw de benaming voor de kustgebieden van Noord-Afrika, en soms voor de hele Berberse wereld, inclusief de binnenlandse Berberse woestijnen.
Het bestreek de huidige Berberse landen: Marokko, Algerije, Tunesië, Libië en de Siwa van Egypte. De naam komt van het Latijnse woord barbarios, wat barbaar betekent.
1280px-1630_barbarie_mercator.jpg                              Barbarije op een kaart van Gerardus Mercator (1630)
Noord-Afrika kreeg de benaming Barbarije door de zeerovers en piraterij. In die periode zijn er ongeveer 1.250.000 Europeanen ontvoerd. Sommige werden vrijgelaten voor losgeld, andere werden gehouden onder slechte condities.
De Arabieren die in de 6e eeuw Noord-Afrika veroverden, gaven het de benaming Maghreb. Noord-Afrika werd door de Romeinen niet meer Barbarije genoemd, maar ze bleven echter de oorspronkelijke bewoners berbers noemen, om onderscheid te maken tussen de verschillende volken. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Barbarije

De moriscos die niet werden gered, bleven op de eilanden als ze eenmaal de vrijheid hadden verkregen - de vrouwen eindigden in de  prostitutie - zo laat Luis Alberto Anaya Hernández,  weten, die professor Moderne Geschiedenis is aan de Universiteit van Las Palmas de Gran Canaria, en die dit proces op de Archipel  heeft bestudeerd.

De prijs voor de vrijheid van een berberisco (een Berber) op de eilanden werd becijferd op maximaal 900 realen. Ze verdienden een real per dag. Het zijn de enige moriscos de niet zijn  uitgezet uit het Spaanse imperium. Op Canarias, geen enkele. Reden? De noodzaak aan arbeidskrachten bestond als ze eenmaal vrij waren gelaten. Voor de winst

In tegenstelling tot de moriscos die op het Península (Schiereiland  = het vasteland van Spanje) waren, kwamen die op  Canarias uit de woestijn. Nadien vermengden deze moriscos zich  met de Canario’s. Op Lanzarote, aldus de gegevens van professor Anaya, was de helft van de bevolking morisca; op Fuerteventura 30%; en op Gran Canaria 5%. Op El Hierro waren ze niet aanwezig; in die jaren was slechts een vrouw geregistreerd op dat eiland.

Decennia later kwam er een einde aan deze expedities. Omdat in 1569 de Berbers gewapend waren in Algiers (in Algerije, coördinaten 36.7525,3.042 ) en in Sale (in Marokko, coördinaten  34.0531,-6,7985) (hemelsbreed een afstand van 940 kilometer tussen deze twee locaties) en begonnen die hun angst kwijt te raken voor de aanvallen van de eilanden. Van Lanzarote in vier gevallen. In 1618 bracht men de helft van de bevolking van Argel (Algiers) naar het eiland, dat wil zegen 900 personen. In Algiers waren sommigen - als slaven verkochten - vrijgelaten.  Er waren Britse handelaren die hielpen de vrijheid van de slaven te herstellen, maar steeds onder de vooruitbetaling  van geld.

Op maritiem vlak
In 1749  werd de laatste aanval geregistreerd op Canarias. Op Lanzarote kwam men aan  land en  zette men het eiland in brand,. Men nam de bewakers van de Torre del Papagayo gevangen.  Een gevangen genomen monnik begon al in de boot die hem naar het piratenschip bracht, een opstand, welke de dood van de Barbarijse zeerovers op zee veroorzaakte.
French_ship_under_atack_by_barbary_pirates.jpg                               Frans schip aangevallen door Barbarijse piraten.
Berberse zeerovers
Berucht waren in Europa vooral de Barbarijse zeerovers, die de Middellandse Zee en delen van de Atlantische Oceaan tot aan IJsland toe onveilig maakten, evenals de slavenmarkten waar buitgemaakte Europese en Afrikaanse slaven werden verhandeld door de Berberse bevolking. Vanaf de 17e eeuw (volgens de overlevering al sinds de 14e eeuw, onder andere door de Gelderse hertog Willem van Gulik) werden er strafexpedities georganiseerd om de kapers in toom te houden. Een bekende kaperjager was Michiel Adriaenszoon de Ruyter. De Turkse zeerover Barbarossa Khair ad-Din Pasha, die vanuit Barbarije opereerde, zou later Grootadmiraal van het Ottomaanse Rijk worden. In de 18e eeuw werden veel Barbarijse kapersnesten na herhaalde en hevige gevechten vernietigd door Europese strafexpedities, maar nog tot ver in de 19e eeuw bleef er (soms ernstige) overlast van Barbarijse zeeroverij voor de handelsvaart,
zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Barbarije

Op Canarias vielen de Algerijnse-Turken aan en zij die afkomstig waren uit Sale, dat een emiraart was van de piraten.  De Algerijnse-Turken bereikten gebieden, zoals tot aan IJsland. Met deze overmacht op zee, konden de Canario’s weinig doen, totdat de Spaanse Marine aan de slag ging en de maritieme grenzen van de eilanden begon te controleren.
Mercedarios_Trinitarios.jpgOmdat de  eilanden  Lanzarote en Fuerteventura eigendom waren van de Señores (Heren), en niet van de Kroon, waren dezer weinig bevolkt. Dat gebeurde niet met Gran Canaria en Tenerife, - de best beschermde omdat ze deel van de Kroon uitmaakten, en waar het militaire potentieel  fundamenteel gebaseerd  was op de artillerie - waar wel aanvallen waren in klein gebieden zoals Telde;  maar zonder een belangrijke uitwerking.
Slechts twee religieuze Orden werden goedgekeurd voor het beheren van de vrijheid: de Mercedarios en de Trinitarios ,zie:
http://www.regmurcia.com/servlet/s.Sl?sit=c,373,m,3092&r=ReP-22055-DETALLE_REPORTAJESABUELO, met de video over de redding van gevangenen en de te betalen losgelden, en op YouTube de video over de oprichting van de Orde van de Trinitariahttps://www.youtube.com/watch?v=chyXN5Szd3Q).

Alí Romero
Er waren gevallen van Canario’s die, teruggekeerd naar de eilanden vanuit het Península (vasteland van Spanje), opnieuw gevangen werden genomen. Velen van hen - vanwege de onmogelijkheid te betalen voor een nieuwe redding door hun families - werden musulmanes (moslims) gemaakt, een vonden een uitweg   als corsarios (kapers/piraten). En ze vielen Canarias aan, omdat ze hadden geen scrupules van welke aard, of wrok hadden. Net als in 1770 omdat er altijd oorlog was met de musulmanes (moslims), was hun  promotie snel, om de schepen rechtstreeks te leiden.

Vandaar werd werkgelegenheid gevonden door Ali Harráez Romero, die Canario is en de grootste schrik van Middellandse Zee wordt en zelfs tot in Duitsland komt. Simón Romero werd gevangen genomen  in de Sahara en werd de meest bekende corsario (piraat) in Algiers tot in de late zeventiende eeuw. Ali was een aanvallende machinerie op de kust die, echter losgeld betaalde voor de redding van in Algiers gevangen genomen Canario’s

Tot aan het punt over te steken met de bisschop van de Canarische Eilanden over zijn beheer,. 25.000 christelijke gevangenen in Algiers afkomstig uit Spanje, Portugal en Italië.
De corsarios (kapers) kwamen naar de Canarische Eilanden geleid door in Algiers  gedetineerde slaven en afvalligen die de kust kenden. Canarias was een oversteekpunt voor het vangen van vee, mensen en levensmiddelen.
mapa-antiguo-canarias--kZiB--450x253abc-1.jpg

                              Antieke landkaart uit1600 van de West Afrikaanse kust.
De Mauritaniër Juan de Tirma
Juan de Tirma organiseerde invallen op de eilanden rond 1554. Hij was een aanvoerder, dat wil zeggen een morisco-gids die perfect wist wat de locatie van het water was voor de schepen waarmee hij aanviel. Er zijn twee groepen die behoren tot de aanvoerders. Namelijk  degenen die vrijwillig naar de Canarische Eilanden kwamen, en degenen die kwamen om te worden geknecht in slavernij. Dit laatste is het geval van Juan de Tirma.

Volgens de officiële geschriften van 1554, was hij een Berber van het huidige Mauritanië, werd hij gedoopt in Gáldar op Gran Canaria; betaalde hij zijn vrijheid na werken op het eiland, en verhuisde hij  naar Tenerife.

Vervolgens was hij in Lissabon. Een protestantse dominee gaf het bevel hem te gevangen te nemen. In 1547 was er een reeks invallen met Blas Diaz, Pedro Rico en Diego de Aday.
Aday ging over tot de islam en nam de naam Mahan de Amazig aan, die ook eenhandig was.

De rol die deze mensen speelden op de Canarische Eilanden, was volgens professor Luis Alberto Anaya Hernández, tegen eiland-slavenhouders. Op een bepaalde manier bedoeld om rellen op de eilanden te starten.

Professor Anaya laat weten, dat Aday Diego werd gered door zijn vader en in staat was om terug te keren naar Berbería (Barbarije =  in het Berbers: Tamazgha) (zie. https://nl.wikipedia.org/wiki/Barbarije); maar, "hij keerde vrijwillig terug naar de eilanden en werd gedoopt." Vanuit Tenerife nam hij als voorvechter deel aan vele scheepsreizen, totdat hij tijdens een reis koos voor een verblijf in de omgeving van Sale in Marokko, zo laat de Professor Geschieden aan de Universiteit van Las Palmas de Gran Canaria weten in zijn studie over  ‘Los Adalides’ (’De Aanvoerders’).

Onder het commando van Umán Yarza en Hamete ben Halul bij sommige invallen, volgens het oordeel van de professor, slaagden ze erin de eilandgouverneur van toen onder druk te zeten. Tirma stelde, dat die werd gedood om angst aan te jagen bij de  andere christelijke Canario’s. Maar hij werd bevrijd.

De tijd verstrijkt en Tirma wordt gevangen genomen en met het schip ‘Blas Lorenzo’ naar Tenerife gebracht . Er werd een proces aangespannen en het vonnis was onmiddellijk toegepast zijn tong werd afgesneden en men hing hem op. De snelheid van de uitvoering van de straf was, omdat men op  Tenerife vreesde dat de inquisitie een veto zou  uitgespreken over de veroordeling van een christen.

Dat wordt aangegeven door de functionaris van het Santo Oficio (de Heilige Stoel), de vermeld; “dezelfde avond dat hij in de gevangenis aankwam, hing men hem op,” vanwege:  “de ernst van het delict dat Tirma begaan had en de regelmaat waarmee hij dit uitvoerde op de eilanden.”
ZZZIslas-canariaslogo-1043.jpg


Waarom het Vaticaan Canarische slaven kocht

CANARISCHE EILANDEN - donderdag 11 mei 2017 -  Paus Eugenius IV heeft stelling genomen tegen de slavernij; in  zijn bul ‘Sicut Dudum’ van 13 januari 1435 veroordeelt hij het optreden van de Spanjaarden tegen de zwarte inboorlingen van de Canarische Eilanden , “die totaal en onvoorwaardelijk vrij waren en vrijgelaten moesten worden”. De Spanjaarden namen geen notie van de bul, omdat: “er geen sprake was van mensen, maar een soort dieren.”.

Ook verbood Paus Eugenius IV de toerstemming aan Portugal voor het veroveren van Canarias vanwege de passiviteit van Lissabon tegen de slavernij van de eilandbewoners zie:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Eugenius_IV  
en :
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Sicut_dudum
Pope-EugeneIV-canarias-kcI--420x236abc.jpg

Het standbeeld van Paus Eugenius IV in Rome, die drie keer een  pauselijke bul heeft uitgegeven, en wel in:
- 1435 - Sicut Dudum: Verbieden van slavernij voor zwarte inboorlingen van de Canarische eilanden door Spaanse slavenhandelaren
- 1439 Laetantur Coeli: Hereniging van de Oosterse en Westerse kerk
-1442 - Illius qui: Ratificatie van de ontdekkingen van Hendrik de Zeevaarder in Afrika

De aanwezigheid van piraten en van Portugese en Franse huurlingen in het proces van de verovering van de Canarische Eilanden was van grote bezorgdheid voor de Kerk. In aanvulling op de getuigenissen door het leger uit die tijd, hebben religieuzen die naar  Canarias waren gestuurd informatie verstrekt over gruwelijke gevallen van slavernij tegen de eilandbewoners. We spreken over 1434. Deze praktijk is op de eilanden ingevoerd door de Franse piraten.

Er waren twee personen die het hadden over het uitvoeren van  talrijke  stappen om  de Canario’s  te helpen, die voortdurend werden ontvoerd door piraten en gewetenloze militairen. Bisshhop Calvetos kwam naar de eilanden als vervanger  van Mendo de Viedma. De monnik-geschiedschrijver Viera y Clavijo benadrukt Calvetos,  "in zijn liefde voor de mens"; en door zijn verblijf op Lanzarote werd  hij een enthousiaste  verdediger  van de eilanden.

Een bisschop die elke hoek van Lanzarote bezocht in 1431
Het was de passie die hij voor de Canarische eilanden had, dat Calvetos zijn gezicht liet zien  op Gran Canaria, dat toen nog niet was veroverd, en hij de pre-Spaanse heersers tutoyeerde. Velen van hen gingen over tot het christendom door zijn invloed

De reizende bisschop bezoekt La Gomera en daar was het,  dat hij de mislukking zag. Hij kon de Gomero’s in slavernij zien tegen zijn decreet in, dat deze criminele handelspraktijk verbood tegen de antieke Canario’s.

Viera y Clavijo schreef toen al:  Dit misbruik van barbarij en geweld had nu een dergelijke toename, dat er een aanzienlijk slavenhandel van eilandbewoners was, de winst werd verhuurd en, douanerechten, en heerschappij werden betaald, net zoals die van de huiden van plaatselijke geiten, en de talg".

Maar als huurlingen gingen ze over naar religieuze autoriteit. Calvetos informeerde  Paus Eugenius IV over de puinhoop van de slavernij op Canarias. De Heilige Vader luisterde naar de getuigenis van de  monnik Alonso de Idubaren, die geboren op  Gran Canaria, afkomstig was van de Eilanden. De religieuze Canario ging naar Rome om persoonlijk de miserabele handelspraktijken uit te leggen die men verrichtte met zijn eigen mensen.

                            Portrait_du_pape_Eugne_IV.jpg
                                        Het portret van Paus Eugenius IV.
De Paus twijfelde geen moment. Hij stelde een bul op en gaf die uit in oktober 1434, waarmee hij het volledige verbod vestigde op het hebben van Canario’s in gevangenschap. Bij deze pauselijk bul kwam de order van de bisschoppen van Badajoz, Cádiz y Córdoba, die de christelijke vorsten, edelen  en kapiteins vermaande, “opdat ze hen de vrijheid en hun eilanden  teruggaven die onterecht verkregen waren, op straffe van excommunicatie.”

De Heilige Stoel bestemde een deel van het budget, om in Sevilla de antieke Canario’s te kopen  die in  handen van gewetenloze handelaars waren gevallen. Het geld werd toegekend aan de in Sevilla gevestigde Apostolische Kamer.

Die Portugezen
Paus Eugenio IV tekende  in  1435 de encycliek ‘Sicut Dudum’ (Zo Kort), waarin hij het door Portugezen tot slaaf maken van de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden veroordeelt (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Sicut_dudum) .
Veertig jaar later moest Paus Sixtus IV dit herhalen in zijn bul 'Regimini Gregis'  waarin hij  dreigde met de excommunicatie van alle kapiteins en piraten die de christenen tot slaven maakten (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Paus_Sixtus_IV)

En het is op Canarias dat zich een interessant  verschijnsel voordoet: De toename van het aantal Canario’s dat katholiek werd sinds 1430 nam niet af. Maar omdat het grondgebied ter discussie stond tussen Portugal en Castillië,  was er geen controle op het Portugese militaire personeel en  de Franse piraten

De huurlingen kwamen en vielen de Canarische gemeenten binnen. Het ongenoegen van de Heilige Stoel bereikte het punt dat op 17 december 1434,Paus Eugenius IV de toestemming annuleerde aan Portugal voor het veroveren van de eilanden. Maar de Portugezen en de Fransen stoorden zich niet aan deze in 1535 uitgegeven pauselijke  bul. De Canario’s vroegen in okober 1434 bescherming aan de Paus en in al in januari werd de encycliek  ondertekend.

De tekst luidt: “Wij gelasten en bevelen, ieder van de gelovigen van elk geslacht, binnen twee weken na de publicatie van deze brieven in de plaats waar ze wonen, dat men de vorige vrijheid hersteld van ieder perosoin van elk geslacht die ooit bewoners waren van de Canarisch eilanden,  en die zij onderworpen aan slavernij. Deze mensen moeten volledig en voortdurend vrij zijn, en men moet ze moet laten gaan zonder verplichtingen, of het ontvangen van geld." Punt uit. punt.

Het pauselijke bevel voegt toe: “ Als men dit niet doet binnen twee weken, is dat aanleiding tot de straf daarvan van excommunicatie, welke niet kan worden ontheven behalve op het punt van de dood,  inclusief  door de Heilige Stoel, en door elke Spaanse bisschop, of door de al genoemde Fernando (Lanzarote), tenzij ze eerst vrijheid hebben gegeven aan deze gevangen personen en hun bezittingen  hebben hersteld.”

in 1476 herhaalt Paus Sixtus IV de bezorgdheid in de encycliek 'Sicut Dudum' in een andere pauselijke bul: ‘Regimini Gregis’, waarin hij dreigt alle kapteins en piraten die op hun tocht naar Canarisch eilanden christenen tot slaaf maken, te excommuniceren.
ZZZIslas-canariaslogo-879.jpg


Bentagoyhe, de promiscue koning van de antieke Canario’s overleed aan een ETS (SOA)

GRAN CANARIA - De antieke Koning, of Guanarteme van Telde, op Gran Canaria, is er aan onderdoor gegaan. Midden in de Conquista (Spaanse Verovering) van de eilanden stierf de Guanarteme van Telde aan een enfermedad del transmisión sexual (ETS) (seksueel overdraagbare aandoening - SOA) die de kroniekschrijvers, om het aanzien van de antieke Canario’s te redden tegenover het Península (Schiereiland - het  vasteland van Spanje), verborgen onder de benaming: ‘epidemie’. De koning was promiscue (had behoefte aan wisselende seksuele contacten).

Een concept dat het slechte imago veroorzaakte van de Castiliaanse troepen van de eilanden, Maar dat is weer iets anders.
image-4.jpg
415994_394837410573638_1687188507_o.jpg

Een van degenen die in Europa het slechte Castiliaanse imago van de epidemieën door de Conquista verspreidde, was de Fransman Verneau, die zei: “Dit kwaad bestond op de Canarische vele jaren voor de verovering door de Reyes Católicos (het Katholieke Koningspaar), daarom moet men denken dat het naar de Afortunadas (Gelukzaligen) gebracht is door de Portugezen, Noormannen, Mallorquines, Aragonezen, Galiciërs, Castillianen, Sevillianen, enz. Na verloop van jaren  rectificeerde hij dit en vroeg excuus.
gc291210_003fortalezaB.jpg                                  
Ansite, archeologisch gebied nabij Telde, Gran Canaria, 
Bentagoyhe was de vader van Bentejuí die, overeenkomstig de kronieken uit die tijd, zelfmoord pleegde met zijn leermeester Tazarte op 29 april 1483 in de fortificatie Ansite. In het gebied van Telde, aldus de gegevens van Abréu, waren er in dat tijdperk 14.000 huishoudens.

De ETS (SOA) van de vader van Bentejuí is een van de conclusies van Juan Álvarez Delgado, de vooraanstaande Canarische Cultuurhistoricus die, in 1932, de Latijnse leerstoel verwierf van het Instituut in Santa Cruz de Las Palma voor een beoordelingscommissie die werd voorgezeten door Miguel de Unamuno.

Voor Álvarez Delgado zijn in de antieke teksten ‘epidemia’ en ‘peste’ regelmatig voorkomende uitdrukkingen; beide zijn  gelijk, maar verschillend in waarde voor onze auteurs. “Ook kunnen we op Gran Canaria niet het bestaan ontkennen van een epidemie gedurende deze Eeuw, aan operaties voor de Castiliaanse conquista (Spaanse verovering),of die rond 1476, waarin de Guanarteme van Telde, is overleden, Bentagoyhe, en andere inboorlingen. Omdat onze teksten diverse epidemieën documenteren in de eeuw vóór en na de Spaanse verovering van de eilanden.”

Overeenkomstig een van zijn studies, was promiscuïteit (het behoefte hebben aan wisselende seksuele contacten) dat wat Bentagoyhe dreef, de Guanarteme van Telde.

Men heeft altijd gezegd dat hij is overleden aan een epidemie, maar de teksten van onderzoeker Álvarez Delgado geven aan dat de epidemie naar het eiland gebracht is door de Castillianen (Spanjaarden). Dus was het om een andere reden: calentura (geilheid).

En het was niet alleen Bentagoyhe die onderweg is gevallen. Naast de monarch van de antieke Canario’s, “zijn op Gran Canaria, veel andere inheemsen gestorven, in de jaren rond 1476, ten  gevolge van hun descontrol fornincando (ongecontroleerde ontucht).”

 Kroniekschrijvers uit dat tijdperk zoals Abréu en Torriani camoufleerden deze situatie met argumenten als dat deze doden het product waren van, “ondankbaarheid aan God, hun goddeloze durf leidde ertoe dat God een ernstige zieke naar dit eiland stuurde.”

Op zijn beurt,  is Viera y Clavijo minder lichtgelovig, "Dit onnodige wonder van de Franciscaan Abreu Galindo, legt dat zo uit: " Deze onmenselijke wet werd niet lang nageleefd,  omdat de natuur met een epidemische ziekte het  land leegmaakte en bijna een derde van de natie stierf."

Via de mondelinge overlevering van dat tijdperk dragen onze schrijvers willekeurig een deel van deze doden toe aan, regelgeving voor het  doden van meisjes,” welke “zij gewillig accepteerden.” Een regel, die werd ingevoerd vanwege het gebrek aan huwbare vrouwen, veroorzaakt door kindermoord-wet, uit 1450, en  waarbij Azurara spreekt over de daling van het insulaire bevolkingsaantal.”

En deze praktijk had zijn natuurlijke gevolg, “door regelmatig optreden van geslachtsziekten bepaald door de seksuele promiscuïteit van vrouwen,” die tot vijf mannen tegelijk hadden. "Dat was de oorzaak van de dood van Guanarteme van Telde.

De kindermoord-wet, de geldig geweest kan zijn van, ongeveer, 1450 tot 1470, veroorzaakte een seksueel promiscue klimaat,  “bepaald door venerische infecties hoewel men die pest noemde, , “wat onder andere leidde tot de begrafenis van Bentagoyhe de Guanarteme van Telde,” aldus de getuigenis van Abréu Galindo, tegen het jaar 1476,

En het is dat Abreu Galindo zegt, dat de bevolking van het eiland, “met tweederde geslonken is door deze epidemieën," maar Torriani geeft aan, dat de bevolkingsdaling groter was. Juan Alvarez Delgado stelt, dat volgens zijn studie, de daling van de bevolking van het Eiland zich voorgedaan moet hebben tussen 1404 en 1450."
000islas-canariaslogo-kopie-129.jpg


Elf emotionele momenten bij
40 jaar Asociación Canaria de Texas

TEXAS - De nakomelingen van de Canario’s bewijzen eer aan de 16 gezinnen van de eilanden die zich vestigden en de eerste civiel samenleving creëren in San Antonio. Zij waren het die begonnen met de bouw van de Kathedraal van San Fernando.
1texas1-canarias-sanantonio-kgxG--420x236abc1.jpg

16 gezinnen van de eilanden

texas5-canarias-sanantonio-kgxG--510x287abc.jpg
De vereniging van Canario’s in Texas is opgericht in 1977 om hulde te brengen aan de waarde en beslissing van de voorouders om San Antonio te stichten. Het waren 16 Canarische gezinnen die zich vestigden met een Koninklijk Besluit.

De Canarische helden van maart 1730

texas4-canarias-sanantonio-kgxG--510x287abc.jpg
Ze vertrokken op 27 maart 1730 op een reis die hen van Santa Cruz de Tenerife zou brengen naar La Habana (Havanna), Cuba, en uiteindelijk naar Vera Cruz, Mexico. Na een lange reis kwamen ze op 9 maart 1731 aan in San Fernando.

Dappere Canario’s

 texas6-canarias-sanantonio-kgxG--510x287abc.jpg
De vereniging is opgericht voor het vormen en bevorderen van het historische, genealogische onderzoek van deze dappere Canario’s en het versterken van de historische, culturele en maatschappelijke betekenis van de verworvenheden van de 16 gezinnen van Canarische afkomst die de Kathedraal van San Fernando gesticht hebben.

Respect voor de Canarische cultuur
texas7-canarias-sanantonio-kgxG--510x287abc.jpg
De afstammelingen van de Canario’s houden elke maand een bijeenkomst om meer over de geschiedenis te leren. De Canario’s zijn onderdeel van de agenda die in de stad San Antonio wordt gepland voor de herdenking van het 300-jarig bestaan.

Harde werkers

texas77-canarias-spain-U10108049103M4E--510x287abc.jpg
Terwijl men aanneemt dat San Antonio in 1718 is gesticht, was het pas in 1731 dat de gezinnen van de Canarische Eilanden aankwamen en het burgerlijk bestuur van  de stad vormden, het eerste in Texas. “Ze kwamen en werkten hard om een samenleving  op te bouwen,” benadrukt Mary Tames,  de voorzitter van de Asociación de Descendientes Islas Canarias  (Vereniging van afstammelingen van de Canarische Eilanden).
Er is toekomst

texas-canarias-asociacion-U10108049103M4E--510x287abc1.jpgNaast het vestigen van het eerste civiele bestuur in de stad en in Texas, bouwden de eilanders ook de kathedraal van San Fernando. Elk jaar voegen nieuwe nakomelingen van deze 16 gezinnen afkomstig van Canarias zich bij deze gerespecteerde gemeenschap

De tradities
texas10-canarias-sanantonio-kgxG--510x287abc.jpg
"Alleen al het feit, dat deze vier gemeenschappen  geleerd hebben om samen te leven, konden ze een duurzame leefgemeenschap vormen , voor mij is het ongelofelijk," zegt Tamez, voorzitter van de Canario’s  in Texas.

Hulde aan de Canario’s
texas2-canarias-sanantonio-kgxG--510x287abc.jpg
naamloos-270.png                          Het project van Rodríguez-Gerada in San Antonio (Texas)
Om die geschiedenis te bewaren, probeert de  organisatie om fondsen te werven voor een bronzen monument dat 2 miljoen euro kost, om hulde te brengen aan de vijf oprichters van San Antonio: Spaanse monniken, soldaten van het Presidio, inheemse volkeren, en van de Canarische Eilanden.

Herinnering

texas1-canarias-sanantonio-kgxG--510x287abc.jpgHet waren mensen van 1730, die een manier van leven buiten  hun land hadden gevonden, maar altijd met Spanje in het hart.

Canarias, altijd in het hart
hartt.jpg

texas6-canarias-sanantonio-kgxG--510x287abc-1.jpg

De Canario’ss organiseerden de eerste nederzetting, zodanig, dat ze in1730 een manier vonden om samen te leven, met respect voor het geheugen en tradities. Een van de eerste die aankwam  was Juan Leal Goras, zoon van Antonio Goras en Maria Perez, een 54-jarige inwoner van het eiland Lanzarote,  "met een lang gezicht, dikke kin, donkere huidskleur, scherpe neus, blind aan zijn linkeroog, een baard, en zwart, bruin haar, en koffiekleurige  ogen," zeggen de notulen van dat tijdperk

300 jaar

texas11-canarias-sanantonio-kgxG--510x287abc.jpg
300 jaar later heeft men een voorbeeldige samenleving geoogst in een van de belangrijkste steden van de Verenigde Staten. De eerste mannen zonder familie in deze stad waren Phelipe Pérez, José Antonio Pérez, Martín Lorenzo de Armas, en Ignacio Lorenzo de Armas, allen van  Tenerife, vanwaar het schip vertrok dat hen naar San Antonio bracht.
ZZZIslas-canariaslogo-679.jpg


De kosten in euro’s voor de aanwezigheid
in Córdoba in 1483 van de
Guanarteme, rey (koning) van Gran Canaria

Los Reyes Católicos (het Katholiek Koningpaar) veroorzaakten  de kosten niet.
De echtgenote en de dochter van de eilandmonarch stierven bijna. Ze logeerden in de koninklijke verblijven.

 In Sevilla, op weg naar Las Palmas, werd de Guanarteme begeleid door 40 Canario’s die gevangen waren genomen door Pedro de Vera

CÓRDOBA - zaterdag 25 februari 2017 - De geforceerde aanwezigheid van Don Fernando Guanarteme, rey (koning) van Gran Canaria, kan in Córdoba €12.000,= gekost hebben als dat naar de munteenheid  van tegenwoordig omgerekend zou worden. Dat was in  die tijd al veel geld.
Deze kosten zouden nog verhoogd worden door de medische zorg die zijn, in Córdoba geboren, dochter nodig had. Alleen Catalina la Canaria (de Canarische Catharina) veroorzaakte tussen augustus 1482 en augustus 1483 (omgerekend) voor €6.000,= aan kosten, een Godsvermogen!


De Reyes Católicos veroorzaakten  de kosten niet. Ze gaven opdracht dat het de erfgename van Fernando Guanarteme aan niets zou ontbreken. Het was een kwestie van  respect voor de Canarische monarch die  ze als geallieerde wilden hebben op de eilanden.
cordguanartGROOT.jpgHier logeerde de familie van Don Fernando Guanarteme tijdens de Conquista (Spaanse Verovering) van Canarias.
Aan de kosten van de geboorte moet men nog de kosten op het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje) toevoegen voor Fernando de Guanarteme, en die voor zijn echtgenote, evenals die voor het heen en terugbrengen van de 40 Canario’s die onderweg waren in Sevilla als slaven en die bij het zien van de Canarische koning terugkeerden naar Las Palmas, ze werden bevrijd en keerden terug naar het eiland.

“Dit bedrag werd verminderd door het salaris van de toenmalige gouverneur. Er was medische verzorging voor de familie van Fernando Guanarteme maar zonder verkwisting,” zo merken diverse geschiedkundigen op. De kosten kwamen uit de begroting die in 1488 was goedgekeurd, zoals staat vermeld in het Archief van Simancas.

De echtgenote van Fernando Guanarteme, Abenehara, koningin van  Gran Canaria, die werd gedoopt als Juana Hernández, vertrok van Gáldar, de eerste hoofdstad van het eiland, toen ze zwanger was. Tien kapitein  Pedro de Vera dat ontdekte liet hij haar onmiddellijk overbrengen naar het Península met het doel haar te presenteren aan de Reyes Católicos, die in Córdoba waren voor de controle over  Granada.

Het Alcázar Nuevo van Córdoba was de plaats waar Catalina la Canaria werd geboren. Maanden eerder, in juli, was de infanta (erfprinses) María geboren, de latere koningin van Portugal na haar huwelijk met Manuel I-‘de Gelukzalige’. Alleen de bevalling, de medisch verzorging, en de kleding van de pasgeboren kostten 4.000 maravedíes, wat een behoorlijk bedrag was in die tijd.

Met dat bedrag  kon men in die tijd, al naar wens, een kleine slaaf, of slavin koper. Het was 6,7% van het salaris van een gouverneur. Als detail,  het werk in een suikerfabriek met het verwerken van suikerriet, betaalde jaarlijks 8.000 maravedíes. Daarmee kan men het bedrag van 4,000 maravedíes vergelijken.

Met de helft van het jaarsalaris van een huidige werknemer die €1.000,= per maand verdient, minus de kosten voor levensonderhoud, dan kan men spreken van €6.000,= en  telt men daar de kosten bij op van de aanwezigheid van de twee andere personen, ze logeerden allemaal in het  Alcázar Nuevo van Córdoba, en de kosten van het vervoer, dan hebben financiële deskundigen het tegenwoordig over een kostenpost die  gelijk staat aan €12.000;= voor de familie Guanarteme in Córdoba.

Fernando Guanarteme verbleef tussen Córdoba en Sevilla, nooit in Calatayud. Dit laatste gegeven wordt aangedragen door de voormalige rector van de Universiteit van Las Palmas  de Gran Canaria, professor Manuel Lobo Cabrera, de auteur van, 'La conquista de Gran Canaria', uitgegeven door het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria.

De Reyes Católicos ontvingen op 31 augustus 1482 met veel hitte de Koningin van Gran Canaria, die uitgeput was door vermoeidheid door de druk die ze moest verdragen van Pedro de Vers, die haar kon binnenbrengen als oorlogstrofee. Isabel la Católica, die ook zwanger was, , sympathiseerde met de echtgenote van Fernando Guanarteme.

De Reyes Católicos  stonden er vervolgens op dat burgemeester Juan de Frías haar verzorgde. Een een detail: Dat ze logeerde in hetzelfde paleis van het Nuevo Alcázar van Córdoba waar zij in de tijd verkleven  om de ontwikkeling te volgen. Het Canarisch meisje dat hier werd geboren ontving de naam Infanta (Erfprinses)  Doña María, beiden werden in hetzelfde jaar geboren.
In die zin paradoxen van het lot, in het Nuevo Alcázar van Córdoba zijn dan twee koninginnen gehuisvest.

De Canarische koningin  kwam naar Córdoba in  slechte gezondheidstoestand. Zwanger en na een lange reis vanaf Gran Canaria naar Córdoba, waar ze een maand op de rand van de dood verkeerde. Ze gaf leven aan een meisje, Catalina la Canaria, op 30  september 1482.

De Reyes Católicos verlieten het Alcázar Nuevo op 1 oktober, een dag na de geboorte, bij hun vertrek de nadrukkelijk de order geven dat de koningin van Gran Canaria zou blijven logeren in het paleis met alle verzorging en aandacht  die het geval vereiste.  Ze was met haar moeder in  dit verblijf tot 15 augustus 1483, en met het vader , Fernando Guanarteme, die later met geweld werd binnengebracht.

Frías gaf uit eigen middelen, wat tegenwoordig €6.000,=  zou zijn, voor het onderhoud en de verzorging van de Canarische koningin. Maar het meisje was met haar moeder en vader. Daardoor werd het bedrag verhoogd. Het zijn de verblijfskosten van het Guanarteme-gezin  in Córdoba, hoewel de Canarische koning zij tijd doorbracht met andere activiteiten zoals, bijvoorbeeld, van nabij de controle op Granada meemaken, en onderhandelen over de toekomst met politici van de eilanden.

In het archief van Simancas zit een nader voorlopige order voor fondsen gedateerd Córdoba 3 juli 1474, waarmee hij erop aandringt dat Juan de Frías hen geen kosten  in rekening brengt om in deze zaak te helpen.

Wat betreft de kosten, merkt hij o.a. op: “Ik overhandig aan Juan de Frías voor de Canarische koningin (31-VIII-1482) 4.400 maravedíes" die ik besteedt , "aan de Canarische koningin in  de maand september van 1482, die de gehele maand ziek was, wat mij een dodelijk leiden bezorgde.”

Guanarteme verliet het Península op 15 augustus 1483 richting Sevilla, met zijn  dochtertje Abenechara Chaveneguer en zijn  echtgenote. Hij ging naar Sevilla, om daar in te schepen naar Gran Canaria. In Sevilla regelde hij de vrijlating van antieke Canario’s die gevangen waren genomen door kapitein Pedro de Vera. Er keerde er 40 terug met de Guanarteme, een feit dat de kosten verhoogde van ht transport en het levensonderhoud tot aan Gran Canaria.
000islas-canariaslogo-kopie-17.jpg


Fernando Guanarteme en Calatayud,
een ‘valse mythe’
over de Conquista (Verovering) van Canarias

De historicus Manuel Lobo weerlegt het wijdverbreide geloof, dat in de Aragonese stad de inheemse koning de vrede is overeengekomen met de Kroon

CALATAYUD - zaterdag 23 februari 2017 - Degene die door Calatayud wandelt, kan verrast worden door de Calle de Gáldar, de straat die kruist met de Paseo de Cortes de Aragón, en op die kruising staat een monument dat herinnert aan een inheemse, Canarische figuur: Fernando Guanarteme.
Een plaquette zegt:: ‘Calatayud 1481. Firma del Pacto de la Unificación de Gran Canaria a España por los Reyes Católicos y el monarca canario Fernando de Guanarteme’ (Calatayud 1481. Ondertekening van het Unieverdrag van Gran Canaria met Spanje door het Katholieke Koningspaar en de Canarische Monarch Fernando de Guanarteme’).
De versie,  of uitgebreid dat deze zelfs de stedenband heeft veroorzaakt tussen Gáldar en Calatayud, staat veraf van de geschiedkundige nauwkeurigheid, stelt Manuel Lobo Cabrera die in zijn boek «La conquista de Gran Canaria. 1478-1483» - dat recentelijk is uitgegeven - zegt, dat er een verdrag was en tussen dezelfde hoofdrolspelers, echter niet in de Aragonese stad, maar in Córdoba.
Calatayud.jpgDe buste van de Canarische Koning in  Calatayud; en daarnaast de omslag van het recentelijk door  Manuel Lobo uitgegeven boek.
Over het algemeen situeert men deze ondertekening in 1481 in Calatayud, maar Lobo denkt dat de datum betrekking kan hebben op een ander verdrag met minder historische gevolgen, “onderschreven door een andere Canarische inboorling, een guayre, aan het hoofd van een comité, waarschijnlijk van Telde,” in de Aragonese stad.

“Maar het was niet Fernando Guanarteme,” zo dringt Lobo aan, wat ervoor zou zorgen dat men de rechtvaardiging van de broederschap tussen de beide steden zou verliezen, die nog steeds voortduurt, en die zich voordeed in 1981, ter gelegenheid van de ‘viering van de  500ste verjaardag van de aanwezigheid in Calatayud van de Tenesor Semidán,  de laatste koning van het eiland Gran Canaria, voor de Reyes Católicos (het Katholiek Koningspaar) voor wie hij, afhankelijkheid en trouw heeft gezworen, en werd gedoopt onder koninklijk peter- en meterschap van de Aragonese samenleving  tot: Fernando Guanarteme.”

Twee koningen op voet van gelijkheid<
De komst van de eilandkoning naar het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje), na gevangengenomen te zijn, is als in een film.
Hij ging ‘hoogstwaarschijnlijk’ tussen Cádiz en Puerto de Santa María aan land; in de laatstgenoemde plaats,  omdat Cádiz juridisch gezien geen realengo (koninklijke) haven was, maar slechts een señorio (heerlijkheid),” zo geeft Lobo aan.

Vandaar begon hij zijn tocht naar Sevilla en dat riep veel verwachting op , “0mdat hij een elegante man was en een knappe verschijning,” zo wordt opgemerkt. De kronieken uit die tijd spreken van iemand die als een ‘ridder rondreed’ en die dezelfde kleding droeg als de Katholieke Koning,  ‘scharlaken en zijde’,  zoals wordt gerapporteerd door de veroveraar  Fernán Álvarez, die deel van de entourage was.

“ Men reedt vervolgens naar Córdoba samen  met koning  Fernando, bijna als  in een wedstrijd als elkaar gelijken,” zo stelt Lobo, die opmerkt dat dit in tijd en ruimte samenviel met Muhamed Abú Abdallah, Boabdil de kleine, vanwege de  ‘Capitulatie van Granada.”

 Daar kreeg hij de Christelijke  naam Fernando Guanarteme, met het Katholieke Koningspaar als Peter en Meter, en werd hij gedoopt door de Aartsbisschop van Toledo.

De tekst die is geschreven aan het Hof, beloofde aan de Guanarteme (het woord dat de koning gebruikte in de inheemse taal), te helpen met het voltooien van de verovering van het eiland Gran Canaria en dat hij in ruil daarvoor, voor zich het gebied van Guayedra zou krijgen, wat samen met enkele  akkoorden die de garantie zochten om naast elkaar te bestaan onder goede voorwaarden met de inheemsen, als de verovering eenmaal voltooid zou zijn.

Fernando Guanarteme keerde bij herhaalde gelegenheden en terug naar het Península, om o.a. te vragen voor betere voorwaarden voor de Canario’s die  destijds  waren gedeporteerd naar de rand van Sevilla. Zijn deelname aan de verovering van La Palma en Tenerife samen met de Castilliaanse troepen, waarbij  hij in de  officiële taal de menceys van Anaga en Taoro ondervroeg, leverde hem - tot op de dag van vandaag - de antipathie  van veel Canario’s op, die bezwaar hadden tegen deze militaire activiteit aan de vijandelijke kant.

Echter, Lobo redde in het boek, “zijn eigen visie; die van een Staatsman,” die - al sinds de akkoorden van Córdoba - de vrije doorgang van de eilandbewoners op Gran Canaria bewerkstelligde;  evenals dat hij de slavernij begrensde voor de gevangenen.
Ver van  een verrader te zijn,  zoals men hem beschouwt in sommige kringen, is het een personage, “dat niet adequaat geanalyseerd is  in zij volledige dimensie,” denkt de geschiedkundige. “Hij wist dat  men deze oorlog niet kon winnen, dat de schepen die  naar de eilanden kwamen monstrueus waren vol met manschappen en dat, zelf als men die zou doden, er andere voor in de plaats zouden komen,” zo bevestigt Lobo.

Dat pragmatisme, begreep hij, wat hem bracht tot  afspraken met Córdoba, op zoek naar een overeengekomen vrede, om een nederlaag met ernstige gevolgen te voorkomen. "Hoewel deze overeenkomsten niet allemaal letterlijk werden vervuld, dat is waar -  voorzagen ze in het bevorderen van een reeks van garanties en vrijstellingen voor de Archipel", zegt Lobo; die de laatste koning van Gáldar kwalificeert: “als een strateeg die probeerde om zijn volk te redden van een slechter lot.”
000islas-canariaslogo-kopie-16.jpg


Een harde berisping van de Reyes Católicos
over het gedrag van Pedro de Vera
voor de Conquista (Verovering) van Canarias

Ze stuurden een harde brief aan de gouverneur van Gran Canaria voor de paniek die hij  genereerde in de Kerk

GRAN CANARIA - donderdag 16 februari 2017 - De Reyes Católicos (het Katholieke Koningspaar) stuurden 530 jaar geleden een brief over de inlijving van Gran Canaria bij Castilië. De geadresseerde was de destijds gouverneur zijnde Pedro de Vera.

In deze brief wordt hij verzocht niet in  religieuze kwesties te treden. Een kopie van de brief  ging naar de gerechtelijke autoriteiten van de hoofdstad van Gran Canaria van de tijd. De tekst is een alleszins volwaardige berisping. De brief heeft als datum 18 januari 1487 en is ondertekend in Salamanca. In de Kathedraal van Canarias bewaart men een kopie. In het Archivo de Simancas, zou volgens geraadpleegde bronnen, geen kopie aanwezig zijn van dit document.
carta-reyes-catolicos-kFsC--620x349abc.jpg

De brief van de Reyes Católicos (het Katholieke Koningspaar); waarin men er bij Pedro de Vera op aandringt, zich niet te mengen  in de religieuze zaken van het eiland.
De brief is van het jaar 1487, en in 1477 is het tien jaar dat Bisschop Frías tekeer ging tegen Hernán Peraza, onder andere, vanwege  verkoop van de eilandbewoners als slaven; een zaak, waar de Reyes Católicos ( het Katholieke Koningen) volledig op tegen waren.

In de brief van de Reyes Católicos (het Katholieke Koningspaar) aan Pedro de Vera streeft men het volgende na: Besteedt uw inspanningen aan uw functie. Laat u niet in, met religieuze kwesties. De brief bewijst de koude oorlog tussen het leger en de religieuze macht over de controle van Gran Canaria.

In de brief zeggen de Reyes Católicos: "Aan u Pedro de Vera, onze Gouverneur van het eiland Gran Canaria, […] weet dat Fernando Álvarez, clerus en kanunnik van de Kerk, ons heeft laten weten dat zij vrezen en achterdochtig zijn door de haat en boosaardigheid die u Pedro de Vera heeft met de kanunniken en geestelijken […]. Neem niet en leg geen beslag op hun inkomen en doe hen persoonlijk en hun bezittingen geen ander kwaad, of schade aan.”
En de Reyes Católicos merken op: “Als men  de order niet opvolgt, men handelt tegen hun eigendommen,” en men zal toepassen, “ de hoogste civiele en criminele straffen, die er bij wet zijn, “zoals tegen degenen die overtreden hetgeen bevolen is door hun Koning en Koningin.”

Daarom, “sturen wij aan u Pedro de Vera, dat u vanaf hier en in het vervolg zich niet bemoeit met der jurisdictie van de Kerk van dat eiland en zich niet in hun zaken inmengt […] op straffe van verval van ambachten en verbeurdverklaring van goederen."

In deze brief noemen Doña Isabel en Don Fernando zich nog steeds geen Koningen van Canaria, wat wel het geval is in een andere brief van 1493 over de Señorío (Heerlijkheid) van Agüimes. De brief verdedigde de rol van het eiland Gran Canaria, evenals het belang wat Canarias heeft voor de Kroon.
Voorafgaand aan deze brief, geven in 1477 Doña Isabel en Don Fernando al een zekere uniciteit aan van de eilanden door hun afgelegen ligging van het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje). De brief verordonneert aan Pedro de Vera dat deze in het openbaar wordt voorgelezen.

De brief is voorgelezen in een proclamatie op 25 maart 1487 in aanwezigheid van Gonzalo de Burgos, als notaris; Fernando Trujillo, luitenant van Gran Canaria; Pedro Garcia, burgemeester van de hoofdstad van Gran Canaria; en Fernando Alvarez, Kanunnik. Wie formeel de brief van de Katholieke Koningen heeft voorgelezen was Juan Verde, ook een functionaris van de Kroon op de eilanden.

Deskundigen merken op, dat de Conquista (Verovering) op Gran Canaria eindigde op 29 april 1483; en dat de officiële inlijving van Gran Canaria bij de Kroon van Castillië plaatsvond op 20 januari 1487. De brief is van twee dagen eerder en heeft een normale afmeting van uit die tijd. In de betreffende brief van 18 januari 1487 noemt men geen enkele ridderorde over bezittingen op de Canarische Eilanden.
la_rendicion_de_granada--644x362.jpg                                      De overgave van Granada (olieverfschilderij).
De titels die Don Fernando en Doña Isabel in de brief noemen zijn: Koning en Koningin van Castilië en Aragon, van Sicilië, van Toledo, van Valencia, Galicië, Mallorca, Sevilla, Córdoba, Sardinië, Corsica, Murcia, Jaén, Algarve, Algeciras en Gibraltar; Graaf en Gravin van Barcelona, en Señores (Heer en Vrouwe) van Biskaje en Molina.
zzzslas-canariaslogo-kopie-93.jpg


De dronkenlappen die Canarias
aan de KGB hebben verraden

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - zaterdag, 4 februari 2017 - In 1972 telde de hoofdstad van Gran Canaria 92 discotheken. In die jaren passeerden 84.000 Russische zeelieden Canarias en mengden de spionnen zich met de toeristen en de Canario’s.
Vijftig jaar, van toestemming door Franco voor het toetreden van sovjet-schepen op de eilanden.

Poetin probeerde om een toekomst in de KGB te bouwen in Leningrad (tegenwoordig St. Petersburg) terwijl zijn collega's op de Canarische Eilanden aan het feest vieren waren. De aanwezige agenten van de voormalige Sovjet-Unie op de eilanden kwamen vermomd als vissers. Op 17 februari 2017 herdenkt men  de 50ste verjaardag van de zogenoemde ‘Cartas de Boado’ waarmee de Sovjets toestemming van toetreding hadden in de havens van de Canarische Eilanden.
srtm1243-laspalmas-kjtC--620x349abc.jpg
                        Russische zeelieden in  de jaren ’70 in Las Palmas de Gran Canaria.
Leidinggevend  Marinepersoneel benadrukt bij brief van 31 januari 1973, “dat de Sovjet onderzoeksschepen die aankomen in Las Palmas en Santa Cruz de Tenerife, naast effectief talrijk en het karakter hebbend van oorlogsschepen, niet voldoen aan de eisen die door de ambassadeur in Parijs kenbaar zijn gemaakt. "

Jesús Centenera wijst in zijn afstudeerscriptie op betrekkingen tussen Spanje en de USRR tussen 1976 en 1986 en noemt de theoretische ‘sovjet-motieven’ in hun operaties op Canarias, “omdat bewezen is, dat de sovjet-doelstellingen veel verder gingen  dan louter kostenbesparingen.”

Hoewel de Canarische autoriteiten bezorgd waren, gebeurden op land andere zaken. De Russen ontspanden zich en genoten van de Canarische zon. Ze dronken overmatig tijdens het nachtleven op de Canarische Eilanden

De veronderstelde Russische directeuren van de Spaans-Russische visserijonderneming, Shovispan, namen zelfs deel aan het carnaval. Een van de KGB-chefs op Canarias schreef de tekst van een lied voor de murgas (muzikale carnavalsgroep) in Las Palmas. Dat was het netwerk dat het beheer had over drie restaurants. Annatoly Vinogradov was degene die de teksten van een carnavalslied schreef op de eilanden: " We houden niet van de NAVO"

Zozeer zelfs, dat bij een gevecht in een bar tijdens het carnaval in ieder geval een dronken Rus betrokken was, die geacht werd zeeman te zijn, die probeerde niet te worden vastgehouden door de politie door te zeggen dat hij een KGB-agent was. Een getuigenis die, na de kater, de gedetineerde visser  naar Siberië bracht op de eerste vlucht van Aeroflot naar de Sovjet-Unie zette.

Sommige stierven in gevangenschap ,en anderen die hun moeder hadden verlaten, werden gefusilleerd in Siberië,” zegt de schrijver Jaime Rubio Rosales, die een zwarte roman over deze tijd in de hoofdstad van Gran Canaria heeft geschreven." Uitzettingen, nieuwsgierig en zonder te willen simplistisch te zijn, deden zich altijd  tijdens  carnaval voor  op de eilanden, uitgerekend,  omdat ze gekleed gingen in  carnavalskostuum,"zo brengt  Rubio Rosales in herinnering.

Drie leden, van wie men officieel wist dat ze van de KGB waren, werden het land uitgezet, zoals de persmedia in die tijd meldden. Vanaf 1977 raakten  de Russische agenten verward door de sfeer van  vrijheid die heerste in Las Palmas de Gran Canaria die in 1972, afgezien van de rest van het eiland, alleen als hoofdstad van Gran Canaria 92 discotheken telde, Anno 2017 zijn er dat drie.

En het is in 1971 dat 84.000 Russische zeelieden Canarias aandeden. In 1970 zijn 991 Russische schepen afgemeerd in Spanje, het grootste deel op de eilanden. De hoge omloopsnelheid had men te danken aan de alcoholproblemen van de bemanningen. In die tijd had Aeroflot haar basis  Gran Canaria.

Onder de feestvreugde en brasserij, deden leden van de KGB die gebaseerd waren op de Canarische Eilanden dingen. Zoals Guenaday Sveshnikov, die in de zomer van 1977 werd verrast in Aranjuez met gevoelige documentatie over Amerikaanse bases in Spanje. Yuri Isaevabril verliet Spanje in 1978 als Victor Vassilievich, of Yuri Makarov, in februari 1979, de carnavalsmaand  op de eilanden.

In de marge van de NAVO was het Atlantisch Bondgenootschap, in de marge  van een document als carnavalsthema  van die tijd, boos over de sovjet-aanwezigheid op de Canarische Eilanden , “omdat dit met de toename van het gebruik van sovjet-schepen gezien werd als een bedreiging schepen , naar verluidt voor wetenschappelijke onderzoek, zowel in het bijhouden van satellieten en andere ruimtevaartuigen, evenals oceanografisch en meteorologisch onderzoek, "maar met duidelijke functies van spionage."
000islas-canariaslogo-584.jpg


De laffe piraten-aanval op Juncal, Gáldar, 1745, tegengehouden door Canarische troepen van Guía

Gealarmeerd door een herder in La Aldea, hebben de miliciens van Tejeda een grote landing voorkomen in Veneguera, in het Zuiden van het eiland in oktober 1745

GRAN CANARIA - zaterdag 14 januari 2017 - De piraten die tussen 1727 en 1748  rond Canarias zwierven, trokken naar weinig beschermde gebieden voor bevoorrading met zoet water en producten.De verdediging van de eilandhavens voorkwam dat Spanje de eilanden zou verliezen aan Engelsen, of Fransen. De samenwerking van  de Canario’s met het Leger voorkwam dat de piraten chaos konden veroorzaken in gebieden zoals Gáldar, of Mogán.

In februari 1745 dook tussen de eilanden een eskader op bestaande uit vijf piratenschepen die zich bezig hielden met het blokkeren van de haven van Santa Cruz de La Palma en die de  doorvaart verhinderden van schepen naar Santa Cruz de Tenerife.
Aan het piratenmartelaarschap kwam een einde met de komst van sloepen geladen met graan voor de eilandbewoners.
Juncal.jpg
De baai van El Juncal tussen Galdár en Agaete, waar zeven uur van zware artillerie nodig  waren om te voorkomen dat Franse piraten hier op Gran Canaria zouden landen.
Maar men veranderde van tactiek
Toen ze de haven van Santa Cruz de Tenerife en het blokkeren waren, gingen vijf kleine schepen bewapend met licht materiaal, en schepen die ze hadden veroverd met artillerie, met gebruikmaking van de  Franse vlag,  naar Gran Canaria op zoek naar drinkwater en levensmiddelen.

Bij de overtocht -  zo legt Antonio de Béthencourt Massieu uit in zijn teksten over scheepvaartconflicten bij de eilanden tussen 1727 en 1748 – gingen Franse fregatten vooruit van de Compañía Real de Guinea (Koninklijke Compagmie van Guinee) die  uit Senegal kwamen.

Deze schepen waren dicht nabij Gran Canaria omdat ze - na een storm op volle zee - op zoek waren naar reparaties. In februari 1745 dit men dat ook met een vissersschip dat geregistreerd was op het eiland.

Maar de piraten hadden een probleem: Hun drinkwater en levensmiddelen raakten op met zoveel sabotage op zee. Terwijl ze met  twee korvetten Santa Cruz de Tenerife aan het blokkeren waren, gingen  een schip met nog eens twee korvetten, vijf pontons, en veroverde boten, op weg naar Gran Canaria

Om te landen kozen ze El Juncal (El Funchal - het venkel-gebied; het gewas, dat zowel op Madeira als hierop Gran Canaria in grote hoeveelheden groeide - letterlijk vertaald is El Juncal: Het Rietveld), gelegen tussen Sardina del Norte, La Agazal en Agaete. In El Juncal mondt de barranco (het ravijn) uit met dezelfde naam, dat tegenwoordig de scheiding vormt tussen de gemeenten Agaete en Gáldar. Het ligt dicht bij de Ermita (Kapel) in de wijk San Isidro.

Via de gegevens welke de Canario’s ontvingen uit gebieden zoals Las Cruces blijkt, dat het hoofd van Regiment van Santa María de Guía - verantwoordelijk voor de veiligheid in het gehele gebied - kennis had van de feiten en zo het Regiment tot steun werd ten behoeve van de bevolking van Gáldar, zoals staat opgetekend in het dagblad Andoanegui,

De verdediging van het strand van El Juncal- tegenwoordig een landschap dat ver verwijderd is van de toeristenindustrie - voorkwam een grote landing na zeven uren van strijd met gebruik van hun  artillerie. Het toevluchtsoord waar men de piraten had ontmoet veranderde in een rattenval Ze werden gevangen genomen, en misschien ook boten en schepen, hoewel dit laatste niet is bevestigd. De corsairs konden nauwelijks aan wal komen. Ze vertrokken als ze konden.

Maanden later, volgens gegevens die zijn samengesteld door Antonio Rumeu de Armas, herhaalde zich hetzelfde aanvalsschema op Gran Canaria. Het was een fregat afkomstig van Liverpool dat, met 30 kanonnen  en  een hulp-fregat, probeerde het eiland op te gaan via de barranco (het ravijn) van Veneguera, dat soortgelijk is aan El Juncal de Gáldar.

De commandant generaal van Canarias, Luis Mayoni,  had de sluiting van de havens verordonneert, om te voorkomen dat men voedsel zou veroveren. Daarom waren deze  blijkbaar verlaten barrancos (ravijnen) van belang voor de corsarios (piraten).
6d3410d61ea123b400feb10b5ac14a98.jpg                                                              Veneguera.
In Veneguera gingen 24 mannen aan land met kleine kanonnen. Na het alarm, dat werd geslagen door een herder uit La Aldea, gingen de in Tejeda gelegerde Canarische miliciens alras naar Veneguera. Ze maakten gebruik van de caminos reales (herderspadden) die alleen de plaatselijke bewoners  kenden.

Men was al vee aan het vangen - zo bevestigt de geschiedkundige en schrijver, Antonio de Béthencourt Massieu - toen de moedige Canario's de boten in beslag namen en hen isoleerden. Op hun vlucht lieten de indringers een dode, een gewonde, en vier gevangenen, achter. Het waren allemaal Ieren. Onder de gevangenen  waren de kapitein van de schoener en degene die hen leidde.  De wapens werden overgebracht naar een opslagplaats in Santa María de Guía.
000islas-canariaslogo-498.jpg


290 jaar van de eenmaking van de
Canarische milities tot één regiment,
door Caraveo Grimaldi

CANARISCHE EILANDEN - woensdag 11 januari 2017 - Afkomstig uit La Orotava, leidde Grimaldi - onder bevel van de Hertog van Montemar - de Oran-herovering in 1732, en schreeuwde: "Canarios, degene die jullie hier voor je hebt zijn ongelovigen, die jullie achterlaten zijn christenen. Het is tijd om onze waarde te laten zien."

Het was in mei 1727 dat Filips de Vijfde de vorming goedkeurde op Canarias  van een  enkel bataljon om dekking te bieden aan de verdediging van de eilanden. Het was een idee van de kapitein van de infanterie, José Caraveo Grimaldi,  die uit eigen middelen dit korps oprichtte. Men nam deel aan de Reconquista (Herovering) van Orán in 1732.
felipe-quinto-familia-U10108049103wyG--420x236abc.jpg                               Familieportret van Filips de Vijfde en Isabel de Farnesio. 
Grimaldi, geboren in La Orotava,  leidde dit regiment dat men bijeenbracht op Tenerife onder de naam ‘Tercios de Canarias’ (‘Infanterie van de Canarische Eilanden) , en werd naar Alicante gezonden om de plaats Orán te heroveren, onder de orders van de Hertog van Montemar. Na drie dagen nam het leger de huidige Algerijnse stad in beslag.  Het Canarische tercio (regiment infanterie) onderscheidde zich, omdat dit het eerste was dat aankwam.

En Caraveo Grimaldi schreeuwde tegen de soldaten: “Canario’s, degenen die jullie hier voor je hebben, zijn ongelovigen, die jullie achterlaten  zijn christenen, degenen die u vrezen en die jullie observeren; voorwaarts, want de tijd is gekomen om onze waarde te laten zien"

Enkele ogenblikken later vluchtte het garnizoen van het fort en namen de eilandsoldaten van  Grimaldi, Oran in beslag.

Het vaste regiment van de Canarische milities, gelegerd in La Laguna, veranderde zijn naam in 1802, om batallón de infantería ligera de Canarias genoemd te worden. In 1805 werd het  batallón fijo provincial de Canarias genoemd, zo merkt Juan Torrejón Chaves, professor  Geschiedenis aan de Universiteit van Cádiz, op, in een studie over de deelname van de Canarische troepen aan de Guerra de la Independencia española (Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog, gedurende de jaren 1809, 1810 en 1811.

Het regimiento de Canarias (Canarische regiment) was georganiseerd in een groter plan, een compagnie van Grenadiers, een afwisselende compagnie, en vier compagnieën fuseliers (geweerschutters). Een personeelsbestand van 33 officieren en kadetten, 37 sergeants, en 703 korpraals en soldaten. Het commando  werd geleid door een kolonel van de Reales Ejércitos (Koninklijke Legers) , en het werd voorzien, zo laat de professor Geschiedenis,Torrejón Chaves, weten, “met soldaten die elke twee jaar werden geselecteerd uit de regimenten van de milities  op de Archipel.”

De veteranen-brigade van de artillerie, bestaande uit 250  leden,  hield zich bezig met de verdediging van de kastelen en bastions van alle eilanden. “ De vlag van werving van het regiment infanterie van Cuba was verantwoordelijk voor de inschakeling van de Canario’s om hen, vervolgens , te zenden, om te dienen op het eiland in de Caraïben,” zo bevestigt Torrejón.

De Canarische milities bestonden uit elf regimenten Infanterie: vijf op Tenerife, drie op Gran Canaria, een op La Palma, een op Fuerteventura, een op Lanzarote; een groepering op La Gomera, en een andere groepering op El Hierro.
De militie artillerie beschikte over  12 compagniën: de zes die op Tenerife waren, twee op Gran Canaria, een op La Palma,  anderhalve op Lanzarote, een op Fuerteventura,  en een halve op La Gomera.

Nadat het Cabildo general (Algemene Eilandbestuur) in La Laguna op 11 juli de 1808, de arrestatie en vervanging dicteerde van de commandant-generaal markies van het Casa Cagigal en het creëren van een hoge bestuursraad van de zeven eilanden, ondergeschikt aan en afhankelijk van de Junta Suprema Central (Spaanse  Hoge Raad), kende men aan kolonel Carlos O’Donnell, luitenant van  de koning op Tenerife, het Comandancia General (Algemene Bevel) over de provincie toe.

Bovendien bevorderde men hem op 4 oktober van  dat jaar  tot veldheer van de Reales Ejércitos (Koninklijke Legers), “en verdeelde men diverse militaire rangen over veel andere individuen, en kwam hij er op zijn  beurt toe, twee tot drie promoties onder hen te verlenen,” zo herinnert  Torrejón Chaves.
ZZZslas-canariaslogo-kopie-kopie-1.jpg


Lakonia, het dodelijke kerst-kruisvaartschip dat nooit Canarias bereikte

Er kwamen bij de ramp met de Lakonia 128 personen om
- 95 passagiers en 33 bemanningsleden -
er waren in totaal 1.022 personen aan boord

CANARISCHE EILANDSEN - maandag 19 december 2016 - Het was Kerstmis 1963. Het is 53 jaar geleden dat de toeristen van het kruisvaartschip Lakonia wachtten op Kerstmis op Canarias. De folder van  destijds zei dat het een veilige bestemming met zon was. “Genieten van een vakantie die u de rest van uw leven zal herinneren,” bevestigden de folders. Maar de warmte die de toeristen zochten was een andere. Op 22 december van dat jaar brak er brand uit aan boord  van de Laconia.

Er kwamen 128 personen om - 95 passagiers en 33 bemanningsleden - er waren in totaal 646 passagiers en 376 bemanningsleden aan boord: 1.022 personen in totaal. Vijf koopvaardijschepen probeerden het brandende  schip te helpen . Het eerst schip arriveerde vier uur na de eerste  oproep tot redding, omdat er vergissingen waren in de lokalisering. Een dwaasheid.
lakonia01.jpgDe Lakonia ,tijdens en  na de brand in de nacht van 22 december 1963.
naamloos-316.png
De bestemming was  de zon van Canarias; er brak richting eilanden op volle zee brand uit in de kombuis van het schip dat vertrokken was uit Southampton en een korte stop had gemaakt op de Azoren. Het schip was eigendom van een Grieks bedrijf.

Niemand had kunnen denken dat in de nacht van de brand de kapitein van de Lakonia de passagiers uitnodigde om zich te verkleden als vagebonden voor een balavond, waarbij de eerste prijs een fles witte wijn was, die uiteindelijk gewonnen werd door een 13-jarig meisje.

Juist toen men de prijs uitreikte gingen  de alarmbellen af, waarbij de mensen dachten dat dit geluid onderdeel van het feest was. En in de bioscoop van het schip, gebeurde hetzelfde. Men had de première  van ‘De meester van de wildernis’ van Gordon Douglas met in de hoofdrollen Bob Hope, Anita Ekberg en Edie Adams. Na verloop van enkele minuten zagen  de mensen in  de bioscoop dat de rook die men begon te zien geen deel uitmaakte van enigerlei feest.

De passagiers die naar bed waren gegaan, waren onwetend van wat er gaande was. Van de alarmbellen, het soort veiligheidsmaatregelen dat men op dat moment had, stopten de beltonen en de mensen bleven normaal hun leven voortzetten. 22 minuten na middernacht verordonneerde kapitein Zarbis de Lakonia te verlaten.
lakonia03.jpgEen gewonde passagier van de Lakonia wordt aan boord van één van de reddingsschepen gehesen.
Hoewel het schip naar Canarias ging, werd het alarmsignaal van de kapitein waargenomen op 3.000 kilometer door de Marine Reddingsdienst van de Verenigde Staten. Op dat moment waren vijf schepen op 100 mijl van de Lakonia. Een Argentijns koopvaardijschip,  een Belgisch, twee Britse vrachtschepen,  de ‘Montcalm’ en ‘Stratheden’, en een Braziliaans vrachtschip gingen op  weg om de  mensen van de Lakonia te redden.

Vanaf Gibraltar vertrokken vliegtuigen in de zoektocht naar de Lakonia. Vanaf de Azoren activeerde men een reddings-squadron van de Amerikaanse luchtmacht. Maar alles was een ramp want ze waren op een afstand van drie en een half uur. Er was geen marge voor manoeuvreren vanwege gebrek aan brandstof voor de vliegtuigen, en nog minder voor bijtanken.

Als ze konden op dat moment, lanceerden de vliegtuigen opblaasbare vlotten voor 600 personen terwijl  men wist dat er 1.022 mensen aan boord waren, 400 dekens, voedsel om  te overleven, fakkels, en EHBO-verbanddozen. Maar op de Laconia was het volledig een nachtmerrie.

De officieren gaven tegenstrijdige instructies en de bemanning raakte verloren door de verscheidenheid van talen en zenuwen. Dikke rook genereerde meer spanning. Het ijskoude water. Kinderen en ouderen waren de eerste om te sterven. De volgende ochtend, was alles een deken van puin in de zee.

Een hulpschip slaagde erin, 478 toeristen op te nemen, terwijl het Britse vliegdekschip Centaur  55 lichamen heeft geborgen; de Herkules, een Noorse sleepboot, heeft wat was overgebleven van de boot, naar Funchal gesleept. De bestemming was Canarias, maar dat was niet mogelijk
lakonia02.jpg.

Lees ook: http://home.scarlet.be/~tsb74203/teksten/scheepsrampen/ramp_lakonia.htm en weet dan, de ‘Lakonia’ de voormalige ‘Johan van Oldenbarnevelt’ was, het schip dat in 1931 werd afgebouwd door Nederlandse scheepsbouwers voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland.
000islas-canariaslogo-382.jpg


Het vulkanische waarschuwingssysteem
van de Verenigde Staten,
dat vanaf de Canarische Eilanden
Russische onderzeeboten controleerde

CANARISCHE EILANDEN - dinsdag 15 november 2016 - Men luisterde de Sovjet-vloot af die operaties ten Zuiden van de Archipel uitvoerde, wat van belang was voor het afzien van Moskou: om de USS ‘Scorpion’ te laten zinken; wat in mei 1968 de Derde Wereldoorlog had kunnen doen ontketenen.

De Verenigde Staten hanteerden het argument van het bestaan van geologische controlesystemen op La Palma ten tijde van Franco, voor het controleren van onderzeeboten van de Russische vloot.
naamloos-288.pngOperaties van de Verenigde Straten in de zoektocht naar de Amerikaanse onderzeeboot ‘Scorpion’, die een jaar eerder was vergaan.
Het gaat om een hydrofoon die op het eiland geplaatst was en die aanwijzingen gaf waardoor Washington niet de Derde Wereldoorlog in gang heeft gezet als product van het zinken van de USS ‘Scorpion’ in 1968. De Canarische hydrofoon heeft de Amerikaanse autoriteiten geholpen voorzichtig te zijn, in de hoop dat men zou aantonen, dat de Scorpion door externe omstandigheden - dus niet door een aanvaring met een ander vaartuig, of externe Russische aanval - zou zijn Amerikaanse inlichtingenofficier, Marc Bradley, heeft een theorie over de onderzeeboot ‘Scorpion’ en de rol van de onderzeese afluisterbasis op La Palma.

Bradley benadrukt de rol van het Canarische station, om steun te geven in de zoektocht naar dit vaartuig waarin 99 mensen om het leven zijn gekomen. Officieel was deze basis voor het controleren van omgevingen zoals die van de vulkaan van Teneguía, en walvissen, voor de Universiteit van Columbia, die het zogenoemde Centro de Evaluación de la Guerra Antisubmarina de EE.UU (Evaluatiecentrum van de anti-onderzeebootoorlog van de Verenigde Staten) herbergt.

Op 16 mei 1968, gleed de USS ‘Scorpion’ stilletjes vanuit Gibraltar en stopte lang genoeg buiten de golfbreker van Rota om een oorlogsschip te ontmoeten en twee bemanningsleden aan boord te nemen en diverse berichten.

De Zesde Vloot en de NAVO
De ‘Scorpion, een hoogwaardige aanvalsonderzeeër met een nucleaire aandrijving was, met 99 mensen aan boord, op de terugweg naar Norfolk, Virginia, na drie maanden met de Zesde Vloot en de NAVO geopereerd te hebben in de Middellandse Zee.

Bij het binnentreden van de Atlantische Oceaan bleef de ‘Scrorpion’ onder rechtstreeks bevel de viceadmiraal Arnold Schade, commandant van de Atlantische onderzeeboot van de Amerikaanse Marine.
Op 20 mei, gelastte hij een geheime order en leidde de onderzeeër om naar de Canarische Eilanden. De reden: Een kleine formatie van Sovjet-oorlogsschepen patrouilleerde ten en Zuidwesten van de Archipel. In dat tijdperk waren er twee spanningsvelden op zee: De wateren rondom Canarias en de maritieme gebieden van Korea.

Op 21 mei om ongeveer 19:54 uur Norfolktijd (Virginia) zond de ‘Scorpion’ op enkele inches onder de waterspiegel een radiobericht aan de Verenigde Staten via een signaal met basis in Griekenland.

Klopjacht
De radiotelegrafist liet weten dat men op 250 mijl ten Zuidswesten van de Azoren was en schatte in dat de aankomsttijd in Amerika 27 mei zou zijn. Echter, terwijl de gezinnen aan het wachten waren, beantwoorde de ‘Scorpion’ de routine-berichten niet. Na een intense krachtsinspanning om zich in verbinding te stellen met de onderzeeboot, riep admiraal Chade alarm uit en zette een massale klopjacht in.

Volgens een eerste vrijgegeven rapport, was de Scorpion omgeleid in de schaduw van een Sovjet flottielje dat een hydro-akoestische operatie op de Canarische Eilanden uitvoerde. Dit betekende dat de Sovjets ook informatie aan het verzamelen en analyseren waren die voorvloeit uit de radiogolven welke uitgestraald werden door vijandige schepen en onderzeeërs.

SOSUS-systeem
De Sovjets hadden ook kunnen proberen om informatie te verzamelen over het Amerikaanse systeem voor het bewaken van onderwatergeluid, het SOSUS-systeem dat op La Palma stond, wat een onderdeel was van een uitgebreid wereldwijd netwerk van hydrofoons op zee om bewegingen van onderzeeërs war te nemen. In 1968 hadden de Verenigde Staten een SOSUS-netwerk op de Canarische Eilanden en de Azoren ingezet. Elke Sovjet poging om SOSUS te verstoren of te penetreren wekte grote belangstelling in Virginia.

Onder de redenen voor de verdwijning van de USSScorpion’, zijn onder meer: Een botsing met een onderwater berg; een nucleair ongeval; een structureel defect; een brand; een irrationele daad door een bemanningslid; verlies van controle en navigatie; en, met veel minder zekerheid, een nucleair ongeval.

Ongeluk met een torpedo
Marc Bradley merkt op dat de meest waarschijnlijke is, dat de Scorpion een onbedoeld ongeluk heeft gehad met een torpedo, geen kernenergie, op het moment van zinken met 45 torpedo’s van de Astor-klasse met kernkoppen en zeven andere conventionele raketten, aan boord. Het zou ook de onervarenheid kunnen zijn van de, amper 37-jarige, commandant, zoals technici opmerken bij eerdere voorvallen.Of dat het schip zelf in slechte staat verkeerde.

De analisten hebben ook aanwijzingen gevonden op de Canarische Eilanden van het akoestische hydrofoon-station van de Columbia University. De zwakke magnitude betekende, dat de Scorpion aan het oppervlak was toen de interne explosie plaatsvond.

Slechts een paar maanden eerder, op 23 maart 1968, heeft commandant Slattery een verzoek gedaan tot noodreparatie. Slaterly, die - onder andere - waarschuwde, “dat de scheepsromp in zeer slechte staat van onderhoud verkeerde, en de Schorpion gedwongen was om revisie te ondergaan in het droogdok in Connecticut.”


Dit wordt in Texas de sculptuur
die eer betoont aan Canarias

Jorge Rodríguez Gerada, heeft de opdracht ontvangen
voor het vervaardigen van een niet te missen kunstwerk,
om te herinneren aan de Canarische oorsprong van Texas

SAN ANTONIO/TEXAS - maandag 31 oktober 2016 - De Cubaanse beeldhouwer van Galicische afkomst en gevestigd in Barcelona, Jorge Rodríguez-Gerada, is door de autoriteiten die de leiding hebben over het project van de de stadsvernieuwing van San Antonio, Texas, gekozen voor het in de omgeving van de San Pedro Creek oprichten van een kunstwerk dat eer bewijst aan de Canario’s die zich na de missies van 1716 in Texas hebben gevestigd.

Virgen de Candelaria De landerijen die werden gecultiveerd door isleños (Canarische immigranten) die tegenwoordig miljoenen inwoners tellen, ontvangen jaarlijks 20 miljoen toeristen die kunnen rekenen op het beeld van de Virgen de Candelaria op het hoofdaltaar van de oudste katholieke Kathedraal in de Verenigde Staten, die van San Fernando.
naamloos-270.png                          Het project van Rodríguez-Gerada in San Antonio (Texas).
'
Plétora’
Het kunstwerk, met een begroting van €600.00,= en de titel ‘Plétora’, zal geplaats worden in Bexar. Het is een hoge aluminium sculptuur in de vorm van wat een vrouwengezicht zou kunnen zijn. Het beeld zal dienen als een blijvende herdenking van kruisende culturen met de Canarische kern die San Antonio definiëren ", zo heeft een woordvoerder van de provincie aangegeven  (zie ook:
  https://www.bexar.org).

De aanwezigheid van Rodríguez-Gerada in San Antonio is niet nieuw, enkele jaren geleden al heeft hij spectaculaire menselijk gezichten gemaakt welke staan opgesteld op diverse locaties in de stad. ‘Plétora’ is niet het portret van een specifiek iemand, maar meer een symbool van de verschillende culturen die de stad vormen. Men mag niet vergeten, dat de Canario’s aankwamen in een gebied waar Amerikaanse indianen aanwezig waren.

In december 2017 zal het kunstwerk van Rodriguez Gerada worden geleverd. San Pedro Creek was een oase, in een droog gebied, en werd een verplichte halteplaats voor de Spaanse expedities. Het was hier dat de gouverneur Domingo Terán de los Ríos,, begeleid door soldaten en priesters. kampeerde in juni 1691.

Omdat de naamdag was van Sint Antonius van Padua (13 juni), werd de locatie San Antonio genoemd. In april 1709 bezocht een expeditie onder leiding van kapitein Pedro de Aguirre, inclusief Franciscaner missionarissen, de rest van Texas om de mogelijkheid na te gaan van het vestigen van nieuwe missieposten.

De komst van 14 gezinnen van de Canarische Eilanden in 1731, introduceerde een nieuwe, dynamische gemeenschap. Vanwege het risico dat het land ten westen van de San Pedro op aanvallen van Indianen liep, bezetten de Canario’s dit land voor het hoeden van vee en het bedrijven van landbouw.

Het beschreven gebied maakt onderdeel uit van de stadsplanning van San Antonio voor het verbeteren van het gehele stadsgebied, waar men in de wijk San Pedro Creek een park wil aanleggen dat de culturele identiteit van San Antonio vertegenwoordigt.
zzzislas-canariaslogo-552.jpg


Bob Dylan, de Nobelprijswinnaar,
bezingt ellende van de Canario’s
die emigreerden naar New Orleans

NEW ORLEANS - dinsdag 18 oktober 2016 - 'High Water', vertelt op een hartverscheurende wijze over de grote tragedie met de overstroming van 1927 in de Verenigde Straten die duizenden eilanders heeft getroffen. Canario’s in Delacroix, is een gebied in Nueva Orleans, waarop het thema zich richt.

De nakomelingen van de Canario’s die naar Louisiana kwamen tijdens het bewind van Carlos III tussen 1778 en 1784 waren bekend als los Isleños(de Eilanders) en onderwerp van een belangrijk lied van Bob Dylan, de briljante Nobelprijswinnaar voor Literatuur, in 2016.

Dylan bezingt de geschiedenis van de effecten op de Canario’s die op 29 september 1915 getuigen zijn van een orkaan die San Bernardo heeft vernietigd met bijna 300 doden. In 1927 zwelt de Mississippi. Aan dit laatste wijdt Dylan in 1975 in een van zijn albums een hartverscheurend lied, 'Tangled Up in Blue':
naamloos-259.png kkkkk.png
                                        https://www.youtube.com/watch?v=YwSZvHqf9qM
9788494526022.jpg
                                                                   VIDEO:
                                              çhttps://youtu.be/PMD4KbDQyG4
Manuel Mora Morales schrijver en filmmaker, directeur van  de krant 'Los canarios del Misisipi' publiceert in dat jaar 'El Discurso de Filadelfia' (‘De Philadephia Toespraak)."
philllll.png phila.pngDe originele versie bestaat uit twee delen die emoties oproepen, zowel door de teksten, als door de  de hartverscheurende tranen die werden bezongen door de auteur zelf.
canarios-nuevaorleans-bobdylan-kJVH--620x349abc.jpg

Duizenden Canario’s waren het slachtoffer van het besluit, de dijken in New Oreans door te steken. Arm als ze waren, wijdden zij zich aan de landbouw en spraken nauwelijks Engels, zij waren kanonnenvoer van de beslissingen die nadien de chaos van de orkaan Katrina veroorzaakte.

Jaren later, herdenkt Bob Dylan hen in het lied 'High Water', waarin hij vertrekt over de grote tragedie van 1927. De blues, origineel getiteld 'High Water Everywhere', is gecomponeerd door de neger-zanger Charly Patton: https://youtu.be/336dDZsU1Eg. Ook Bob Dylan noem in  zijn beroemde lied 'Tangled Up in Blue'  de naam van een vissiersdorp van de isleños (eilanders): Delacroix Island.

Het gebeurde dat politici, onder druk van de financiële sector van de stad, de drastische beslissing hebben genomen om de dijken door te steken, en met 30 ton dynamiet blies men de dijken op, zonder de bevolking te evacueren.

“Wat was er in dat gebied wat Bob Dylan motiveerde? Er was de gemeenschap, of San Bernardo-parochie, “waar duizenden Canario’s zich hadden gevestigd, “zo herinnert Mora Morales. Het betrof arme mensen, die zich bezig hielden met landbouw, met visserij, en het vangen van otters en muskusratten.

Na een verblijf van bijna twee eeuwen in de regio, spraken slechts weinigen en woordje Engels, “Het water overspoelde alles; het vaagde de levens van deze mensen weg en liet ze achter zonder middelen van bestaan,” zo bevestigt Manuel Mora Morales.
000islas-canariaslogo-147.jpg


Dat de Beatles in 1963 op Canarias waren,
weet niemand

PUERTO  DE LA CRUZ - zaterdag 15 oktober 2016 - Dat de Beatles in 1963 op Canarias waren, weet niemand, zelfs niet de toeristen die toen op de eilanden verbleven. Ze verbleven in een vakantiewoning en bezochten markten, genoten van de kust en lieten zich bruinbakken in de zon.

Het was mei 1963 toen een groepje vrienden Tenerife bezocht. Dat deden ze in Puerto de La Cruz. Deze onbekenden waren de Beatles. Ze waren toeristen.
naamloos-256.png
Het waren studenten uit Liverpool. Verdwaald. Ze verbleven in een vakantiewoning in Los Realejos, waar ze geen aandacht trokken toen ze al drie werken hadden gepubliceerd. Het huis was gratis. Aangeboden aan de groep door een Duitser.

Ze begaven zich over het eiland dat een bestemming begon te worden voor het veeleisende toerisme. Paul McCartney, Ringo Starr en George Harrison deden het gebruikelijke.Lennon was in Benidorm.

Lago Martiánez en El Charco waren getuigen van het stilzwijgende bezoek van de zangers die hallucineerden omdat niemand aandacht schonk aan de aanwezigheid van de groep.
beatles-vacaciones-tenerife-644x362.jpg
                                        De Beatles met vakantie op Tenerife.
beatles-tenerife-canarias-U10108049103KoD--420x236abc.jpg
Dat de Canario’s niets van hen wisten, was te begrijpen vanwege kwesties zoals de taal, maar ook vanwege de muzikale cultuur die eilandbewoners hebben; buitenlanders zoals zij, leken hen vreemd. Er heerste een slechte stemming onder de leden van de groep, mokkend boden ze om gratis op te treden. Ze veroorzaakten lawaai, naar het oordeel van de eigenaren van menig horecabedrijf, die hun muziek een te groot risico vonden voor hun klandizie.  Paul McCartney verdronk bijna tijdens het zemmen in de Oceaan onmdat hij de stroming van het water in het onbewaakte gebied niet kende.

Ze verveelden zich niet.Ze waren onderdeel van het toerisme; maar gebruikten een huis dat was verkregen door Astrid Kirchherr een haar toenmalige partner Klaus Voormann, die enkele opmerkelijke foto`ss maakten van hum verblijf op Canarias. Ze hadden deze Duitsers leren kennen tijdens een concert in Hamburg.

Ze raakten verbrand door de stralende Canarische zon, hoewel ze het zwarte zand van Puerto de la Cruz aangenaam vonden. Ze waren in Izaña en op de Teide. Op de Canarische Eilanden werden toen nog stierengevechten gehouden; en The Beatles waren op het plein in de hoofdstad van Tenerife waar die plaatsvonden. Van Tenerife ging het naar Agadir (Marokko)
zzzislas-canariaslogo-463.jpg


Winston Churchill op Gran Canaria

Winston Churchill was de eerste keer op Gran Canaria
in 1959; zijn belangstelling voor de eilanden werd gekenmerkt door de invasieplannen van de Britse Regering

CANARISCHE EILANDEN - vrijdag 14 oktober 2016 - Op zondag 22 februari 1959 was Winston Churchill voor de eerste keer op Gran Canaria. De kruisvaart, die hem naar de Canarische Eilanden bracht was niet de eerste keer dat Churchill op de eilanden was, maar in 1895 tijdens de Cuba Oorlog ging hij als waarnemer in het Spaanse leger en correspondent naar Cuba, maar heeft er toen ervoor gekozen om dit niet te doen via de route van de Canarische eilanden, maar via de Verenigde Staten, het land van zijn moeder.

Net zoals in 1899 toen hij als correspondent naar Zuid-Afrika ging om de Boerenoorlog te verslaan, en het schip waarop hij reisde was de DunottarCastle’ met een stop in Madeira en niet op de Canarische Eilanden de gewoonlijke route van de ‘Castles’. Maar Churchill had op dat moment referenties met Las Palmas omdat zijn moeder, Lady Randolph Churchill, begin 1900 in deze stad was op weg naar Zuid-Afrika, waar zij een ontmoeting had met haar zoon. Echter, de nauwere relatie van Churchill met de Canarische was vanwege zijn positie in de Britse Regering, in het bijzonder als Eerste Lord van de Admiraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog en als minister-president tijdens de Tweede Wereldoorlog waarbij Churchill zijn kaarten inzette op de Canarische Eilanden. Maar bovenal, werd de naam van de eilanden vaak genoemd en waren die in de gedachten van Churchill, vanwege de plannen van een Britse invasie op Gran Canaria via Gando en de haven van La Luz; een invasie, welke men nadien zou uitbreiden tot de gehele Archipel.”
2009-03-01_IMG_2009-02-22_23_37_51_chu.jpg
Churchill schrijft in zijn memoires: “ Het gevaar was zo groot, dat we al twee jaar voortdurend een expeditie aan het voorbereiden waren van 5.000 manschappen (commando’s, in totaal ruim 24.000) en hun schepen om de Canarische Eilanden in te nemen.

Maar uiteindelijk kwam Churchill voor de eerste keer naar de Archipel tijdens een plezierreis, als gast van de Griekse reder Aristoteles Onassis aan boord van diens jacht de ‘Christina O’. Churchill had Onassis ontmoet in 1956 en maakte in totaal acht cruises op zijn jacht tussen 1958 en 1963, waarbij Onassis - een zeer attente persoon - al het mogelijke deed voor de Britse staatsman om hem op zijn gemak te stellen en te laten genieten van de zeereizen.

De eerste van de drie reizen op de Atlantische Oceaan aan boord van de ‘Christina O’- een voormalig, gerenoveerd Canadees fregat, dat in de Tweede Wereldoorlog had gediend - was in 1959, op een kruisvaart naar de Canarische Eilanden. Churchill was toen 84, nog steeds lid van het Lagerhuis - voor de laatste keer in oktober van datzelfde jaar - en, hoewel hij merkbaar was verouderd verkeerde hij in goede gezondheid.

Vanaf 7 januari verbleef hij  met zijn vrouw, Clementine, een paar weken in Marrakesh in het ‘Mamounia’-hotel, een van zijn favoriete rustplaatsen die hij daarna niet meer zou bezoeken.

Op 18 februari ging Churchill naar de haven van Safi aan de Atlantische kust van Marokko, precies de plaats waar de Amerikanen begonnen met de invasie van Noord-Afrika in de Tweede en de ‘Christina O’ begon aan de kruisvaart naar de Canarische Eilanden.

Churchill werd op deze kruisvaart vergezeld door zijn familie; de gastheer Aristoteles Onassis en zijn vrouw Tina; diens zuster Artemis Onassis en haar echtgenoot; de arts Theodore Garofalides, voormalig ambassadeur van Panama in Londen; de advocaat van Onassis en echtgenoot van de beroemde danseres Margot Fonteyn, Roberto Arias, die anderhalve maand later een hoofdrol speelde in een poging tot staatsgreep in Panama; Churchill’s privé-secretaris, de ambtenaar van het Foreign Office, Anthony Montague Browne, en zijn vrouw, Nonie; Churchill's lijfwacht, Sergeant Edmund Murray van Scotland Yard; en de verpleegkundige Arthur Sheppard. Kapitein Costas Anastassiadis, een voormalig officier van de Griekse marine, voerde het commando over de ‘Christina O’.

Op 20 januari, bezochten de passagiers van de ‘Christina O’ Lanzarote en de volgende dag kwam Onassis’ jacht aan in Santa Cruz de Tenerife. Churchill bracht op Tenerife de ochtend door aan boord van het jacht, waar hij de lunch genoot in het gezelschap van de directeur van Miller & Cia, het cargadoorsbedrijf voor het schip in Tenerife, de heer William (Bill) Lucas en zijn vrouw, Mary; en in de namiddag bracht Churchill een bezoek aan Puerto de la Cruz, en vervolgens werd aan boord van de Christina het diner aangeboden aan de belangrijkste autoriteiten van het eiland.
Om ongeveer 01:00 uur verliet het jacht de haven van Santa Cruz de Tenerife op weg naar Gran Canaria.

Om acht uur op zondag 22 februari 1959 is Winston Churchill aangekomen in Puerto de La Luz aan boord van de ‘Christina O’, die voor het strand van Alcaravaneras voor anker ging.
De ‘Christina O’ werd toevertrouwd aan C. F. Staib & Company, waarvan de eigenaar de heer Kenneth Staib was. Om half vier in de middag - en net als zijn moeder bijna zestig jaar eerder deed - ging Churchill in een sloep aan wal bij de marquesina (overkapping) aan de Santa Catalina-kade. Gewend als Churchill was om historische gebeurtenissen te veroorzaken, kunnen we het niet nalaten erop te wijzen dat zijn gedachten op dat moment gevestigd waren op de plannen met Gran Canaria tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarvan een van de geplande landingen juist het punt op de kade was waar hij aan land ging.

Excursies
Churchill, die op Gran Canaria genoot van het zonnige weer, bezocht die dag de Caldera de Bandama, passeerde onderweg het nieuwe Hotel ‘Santa Catalina ’ de erfgenaam die zijn moeder nog had gekend, en het Commissariaat van waaruit Franco in 1936 zich naar de luchthaven Gando begaf en in een Engels vliegtuig naar Afrika ging om de rebellen leiden, tot het uitbreken van de Burgeroorlog, die door Churchill met bijzondere belangstelling werd gevolgd.
Op de Bandama verliet Churchill een kort moment de auto om de krater te bewonderen, om vervolgens naar de top van de berg te gaan. Onder de toeristen die zich op het uitzichtspunt bevonden was er één die Churchill zag aankomen en vroeg om hem te mogen begroeten. Hij deelde zijn naam aan hem mee aan, Doctor Seligmen, en Churchill was aangenaam verrast om hem te herkennen als een oude schoolvriend.

Na de uitleg van de cargadoor Kenneth Staib over de bezoeken welke worden genoten op de top van de Bandama, wilde Churchill zijn dorst  lessen en vertelde dat aan Mr. Staib, die zichzelf in moeilijkheden zag, omdat op die plaats niet aanwezig was waar Churchill om had gevraagd. De situatie overziend, zei hij tegen Staib: "Maak je geen zorgen", en vervolgens wees hij naar het bagagerek van de auto, waar Churchill had laten aanbrengen wat geen moment gemist kon worden in een tijd van benauwdheid, en dat was de gebruikelijke whisky.

Van de Bandama keerde Sir Winston terug naar Puerto de La Luz, via de weg van Atalaya naar Telde, en vervolgens naar Las Palmas de Gran Canaria.
Bij terugkeer in de haven op 22 januari, volgens het relaas van de dagbladjournalist Pedro González Sosa: "Op het moment dat Churchill uit de auto stapte en naar de Marquesina(Overkapping)  ging, verzamelde zich een grote groep mensen op de locatie. De Engelse kolonie applaudisseerde spontaan en juichte hem toe toen hij de trap afliep. Churchill nam zijn hoed af en zwaaide rustig, hij zei niets, maar met een vermoeid gezicht keek hij met veel plezier en dat was de eerste keer dat we hem hem zag lachen. Toen men op de wal het V-teken begon te geven, beantwoordde Churchill hen. Richtte zijn vermoeide hand op en herhaalde stevig met de vingers de beroemde V".

Die avond werden op de ‘Christina O’ cocktails aangeboden aan de belangrijkste autoriteiten en andere prominente gasten. De volgende morgen, maandag 23 januari,  kwam naar de ‘Christina O’ een delegatie van de Kamer van Koophandel, Industrie en Navigatie van Las Palmas. De voorzitter Luis Correa Viera, schonk namens de tabaksindustrie, aan Churchill verschillende sigarenkistjes en een speciale een meter lange sigaar voorzien van een sigarenband met artistieke allegorieën van Gran Canaria en Groot-Brittannië, waar de illustere bezoeker heel dankbaar voor was, die ook andere cadeautjes kreeg.

Op de middag van 23 januari bezocht Churchill de Montaña de Arucas. Hij keek er naar de bananenplantages, en was ook geïnteresseerd in welke richting men van daaruit de Teide kon zien. Het hoofd van de Operaties van de cargadoors van de ‘Christina O’, Francisco Correa Mirabal, wees op het silhouet van de vulkaan, die Churchill kwam waarnemen.

Van Arucas ging het gezelschap naar Teror waar Churchill het landschap en de bouwstijl van de huizen van het dorp bewonderde. Ook moet worden opgemerkt, dat zijn vrouw en de vrouw van Onassis in de twee dagen van zijn verblijf in Las Palmas de Gran Canaria naar het Las Canteras-strand gingen waar ze in zee zwommen.

Op de ochtend van de 23ste, hielden parachutisten van de Maritieme-Infanterie en van het Regiment Infanterie Canarias 50, een militaire oefening vanuit Junker-vliegtuigen boven de baai van Puerto de La Luz, met een landing en aanval op de zich verzettende troepen die zich op het Alcaravaneras-strand bevonden, welke vanaf de ‘Christina O’ werd waargenomen, en die ongetwijfeld een speciale betekenis had.

Emotie
Onder de schepen waren in de haven van La Luz tijdens de aanmonstering van de ‘Christina O’ de ‘Pretoria Castle’ en ‘Carnarvon Castle’, beide van de Union-Castle Line.
De kapitein van de ‘Pretoria Castle’ stuurde aan Churchill een ​​bericht ter begroeting, en de kapitein van de ‘Carnarvon Castle’, Wm. S. Byles, schreef Churchill een brief waarin hij vertelde: "Naast vele andere soldaten en matrozen zag ik u en hoorde de prachtige speech toen u de troepen in Inveraray bezocht," en hij verwijst dan naar operaties waarmee ze deelnamen aan de Oorlog, met inbegrip van de invallen in Vaagso en Dieppe.

Churchill kwam naar Puerto de La Luz met het bevel over een Brits schip naar een van de zeelieden die getraind waren voor de aanval op de Grancanarische haven tijdens de Tweede Wereldoorlog!

Vol emotie eindigt kapitein Byles zijn brief aan Churchill met de woorden: "Uw moed en persoonlijkheid blijft in elke molecule van onze machtige natie. Met hoogachting, gisteren, vandaag, en voor altijd."

Het jacht van Onassis vertrok van Gran Canaria in de vroege ochtend van 24 januari op weg naar La Palma, waar het aankwam om ongeveer drie uur in de middag, waarna Churchill diverse locaties bezocht waar hij de schoonheid van het eiland bewonderde, en hij eveneens werd begroet door de plaatselijke autoriteiten.
Om 19:00 uur die dag is de ‘Christina O’, met Churchill aan boord, naar de hoofdstad van La Palma gevaren en eindigde zijn bezoek aan de Canarische Eilanden, op weg naar Agadir , om van daaruit naar Tanger te gaan, waar de kruisvaart eindigde.

Churchill heeft Gran Canaria op Onassis’ jacht nog twee keer aangedaan, in 1960 en 1961, hoewel hij beide keren niet aan land is gegaan en de ‘Christina O’ afmeerde in Puerto de La Luz op wat Onassis de ‘Pullman-route’ noemde - vanwege de snelheid en het comfort, van de Canarische Eilanden naar het Caraïbisch gebied.

De laatste van deze kruisvaarten op de Atlantische Oceaan eindigde in New York, waar Churchill een grote ontvangst ten deel viel. Daar vond een afscheidsdiner plaats aan boord van de ‘Christina O’ dat werd afgesloten met een toespraak van de Amerikaanse ambassadeur bij de VN, de veteraan politicus Adlai Stevenson, die een toost uitbracht op Churchill met de woorden, die de historische waarde van de grote Britse staatsman samenvatten:
"Op de man die het geweten van de wereld was en de redder van onze vrijheid."
zzzislas-canariaslogo-448.jpg


De bezoeken van Onassis aan Gran Canaria

Het verblijf van de Griekse magnaat
werd steeds met grote belangstelling gevolgd

GRAN CANARIA - zondag 14 oktober 2016 - Het gloednieuwe jacht ‘Christina O’ wat eigendom was van de Griekse reder en multimiljonair Aristoteles Onassis, herbergt net zo veel verhalen als het aantal meters, dat het schip lang is. Het was in 1954 toen Onassis, de machtigste magnaat als scheepsuitruster van de 20ste Eeuw, voor slechts $34.000 een fregat van de Canadese Marine verwierf wat bestemd was voor het begeleiden van maritieme konvooien gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Fervent liefhebber van de zee, weelde en vrouwen, investeerde Onassis nog eens vier miljoen dollar in de uitgebreide hervorming van het legervaartuig, dat hij omgedoopte met de naam van zijn dochter Christina en wat hij maakte tot het meest luxe, luisterrijkste  en grootste privé-jacht van die tijd.


Na het overlijden van Onassis is het schip overgegaan in meerdere handen en het vlaggenschip wordt nu te koop aangeboden door de maatschappij Edmiston, specialisten in luxe jachten, met een startprijs van 25 miljoen euro (zie: http://www.edmistoncompany.com/luxury-yachts-for-sale), De 'Christina O', anno 2013 te koop voor 25 miljoen euro.


en:
http://www.edmistoncompany.com/sales/search/grid.htm?yacht_profile_type_id=1&page=1&vessel_type_id=&currency_code_id_price=1&min_price=30000000&max_price=120000000&vessel_length_id=1&min_length=99&max_length=100&min_guests=&max_age=&vessel_builder_id=&quick_jump_to_sales_profile= .

In de glorietijd waarin Onassis heerste, bevoer de ‘Christina O’ alle wereldzeeën en op de vele reizen op volle zee belandde het ook in Canarische wateren waarbij het tussen de jaren 50 en 70 meerde keren afmeerde in diverse Canarische havens. Hoewel het meerdere keren alleen het aanleggen betrof voor het ravitailleren, waarbij de passagiers niet van boord gingen, meerde het pompeuze jacht diverse keren af in Puerto la Luz, waarvan drie bezoeken indruk gemaakt hebben op de herinnering van Gran Canaria.


Aristoteles (Ari)  Onassis, zie:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Aristoteles_Onassis

De rijke Onassis bezocht het eiland voor de eerste keer met niemand minder aan boord van zijn privé-jacht, dan de voormalige premier van Groot Brittannië Winston Churchill, die eveneens voor de eerste keer voet aan wal zette op Canarias. Samen toerden ze langs de bezienswaardigheden van Gran Canaria, opwinding veroorzakend bij de autoriteiten en de bevolking, die de beweging van de beroemdheden bleven volgen tot het schip de ankers lichtte.


Kort na de huwelijksplechtigheid op het Griekse eiland Skorpios.

Enkele jaren later kwam Onassis terug aan de hand van de sopraan en operazangeres Maria Callas, met wie hij een turbulente romance had die breed werd uitgemeten in de media, vooral in de slotfase toen Jacqueline Kennedy, de echtgenote van de overleden Amerikaanse president, in beeld kwam en de tweede echtgenote werd van de scheepsmagnaat.

 

Onassis en Jackie hebben samen diverse bezoeken gebracht aan Gran Canaria aan boord van de ‘Christina O’. Een daarvan heeft plaatsgevonden op 16 maart 1969, toen de persfotograaf van het dagblad ‘La Provincia’,  Juan Antonio de Juan,  een passionele kus  van het beroemde paar wist te vereeuwigen aan dek van het glimmende schip, dat lag afgemeerd in de wateren nabij het Alcaravaneras-strand. Deze internationaal exclusieve foto ging de wereld rond en werd o.a, gepubliceerd in het Franse tijdschrift ‘Paris Match’ , evenals in diverse Britse en Noord-Amerikaanse glossy’s.


 



  
Het 99 meter lange en 600 ton wegende, krachtige schip met een witte romp bevatte toen 18 verfijnd ingerichte tweepersoons suites, twee ruime, vorstelijke salons en een bar waarvan de barkkrukken bekleed waren met de huid van walvis-testikels.

Overladen met weelderige en excentrieke stijl die haar eigenaar kenmerkte, huisvestte het jacht met capaciteit voor 36 passagiers, ook fitnessruimte, een kleine bioscoop, een boekhandel, een bibliotheek, een eetkamer met plaats voor 40 personen een bemanning van hetzelfde aantal, om tegemoet te komen aan de wensen van de gasten, maar ook een Piaggio-watervliegtuig en een zwembad, dat groot genoeg was om te kunnen worden ongevormd tot dansvloer.

Maar naast deze ongekende luxe in het interieur van de ‘Christina O’ bevindt zich ook de herinnering aan beroemde gasten uit de mondiale jetset die de oceaan overgestoken  zijn aan  boord van dit geavanceerde schip en die genoten van de ongebreidelde, private partijen in hun hutten. Over haar dekken paradeerden beroemdheden als John F. Kennedy, Marilyn Monroe, Frank Sinatra, Grace Kelly, het prinselijk paar van Monaco (prins Renier en prinses Gracia, geboren als Grace Kelly), Elizabeth Taylor, Greta Garbo en John Wayne.


Winston Churchill 
Voormalig Brits premier Winston Churchill maakte zijn eerste bezoek aan de Archipel in de late jaren '50 aan boord van de ‘Christina O’, hoewel deze bestemming al vele eerder en vaker zijn aandacht had getrokken. Toen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog de belangen van nazi-Duitsland in Spanje Churchill aanspoorde zich te fixeren op de eilanden, uit vrees, dat de Asmogendheden Gran Canaria zouden innemen met het strategisch belang van het vliegveld Gando en de haven van La Luz. Winston Churchill leerde het eiland Gran Canaria kennen tijdens een vakantiereis aan boord van Onassis-jacht, uitgenodigd door de Griekse tycoon, met wie hij in totaal acht cruises zou maken die gelardeerd werden met champagne en kreeft. (Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Winston_Churchill).

 

Op zondag 22 februari 1959 kwam Winston Churchill om 08.00 uur aan in Puerto de La Luz aan boord van de ‘Christina O’ - na een dag lang verbleven te hebben in de wateren voor Puerto de La Cruz op Tenerife - en hij de belangrijkste autoriteiten van het eiland uitnodigde voor een diner aan boord van het luxe schip.

Het schip lag in de wateren voor het Alcaravaneras-strand, maar Churchill ging van boord in een sloep naar de overkapping van de Santa Catalina-pier. Tijdens een tweedaags verblijf in het felle zonlicht, bezocht de ex-premier de Caldera de Bandama, de montaña de Arucas -van waaruit hij de bannenplantages bekeek zich interesseerde voor de nabijheid van de Teide, de huizen van Teror en Telde - en uiteraard, het Las Canteras-strand, waar hij een duik in zee nam, samen met zijn echtgenote. Bovendien werd de illustere bezoeker voorzien van diverse kistjes sigaren, waaronder een met een speciale, een meter lange, sigaar die voorzien was van en sigarenband(je) met allegorieën van Gran Canaria en Groot Brittannië.

Na twee dagen zette de ‘Christina O ‘ koers naar La Palma, waar hij verzot raakte op de prachtige landschappen van La Isla Bonita, om vervolgens door te varen naar Tanger waar de cruise ten einde liep.
article-1052774-0286ba4000000578-263-468x355_large.jpg
Churchill keerde aan boord van het jacht van Onassis nog twee keer terug naar Gran Canaria, in 1960 en 1961, maar ging beide keren niet van boord.


La Callas.

Maria Kalogeropoulos
De multimiljonair Onassis bezocht Gran Canaria voor de tweede keer, maar toen met de 'knappe' Maria Anna Sofia Cecilia Kalogeropoulos beter bekend als de opera-sopraan Maria Callas, eveneens aan boord van de ‘Christina O’. Men legde aan op 9 februari 1967 en maakte een tour in het Zuiden van Gran Canaria, met als gids de heer Correa, kantoor-chef van de schepen van de C.F. Staib.

 
Foto Rechts:Aristoteles Onassis en Maria Callas, aankomst in Las Palmas de Gran Camaria.
Men bezocht de stranden van San Agustín, Playa del Inglés en Maspalomas, waar de scheepsuitruster met belangstelling de hotelcomplexen in het gebied bekeek en men op de terugweg naar de hoofdstad van Gran Canaria verbleef in het legendarische hotel ‘Santa Catalina’, voor het genot van een drankje. Bovendien ontving men aan boord van het jacht bij meerde bezoeken autoriteiten en artiesten van het eiland, onder wie de timple-speler Totoyo Millares - die toen pas 16 of 17 jaar oud was - die aan boord ging, om hen enkele noten te leren spelen op de timple welke het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria het paar cadeau had gedaan, zoals men alleen doet bij bekende personen die het eiland aandoen. 

(Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Maria_Callas).
article-2353462-11fdc2a8000005dc-238-964x725_large.jpg

Jacqueline Lee Bouvier (Jackie) Kennedy Onassis
Na de geruchtmakende breuk tussen de scheepsmagnaat en de opera-diva, door velen gekwalificeerd als letterlijk een ‘Grieks drama’, zijn Onassis en Jackie in 1968 getrouwd en genoten van de aanvankelijk kortstondige passie van hun echtverbintenis aan boord van de ‘Christina O’. Sindsdien ging in de roddelpers het gerucht rond, dat Jackie het schip zou willen vervangen voor een moderner exemplaar.
(zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jacqueline_Kennedy_Onassis).

Op zaterdag 27 maart 1971 landde het paar in een luxe privévliegtuigje op de luchthaven Gando en werden ze opgewacht door een menigte Canario’s die hen verwelkomde vanaf de luchthavenpier. Jackie maakte haar entree in een elegante, zwarte japon en droeg een zonnebril, hoewel het laat in de avond was, terwijl de eerste woorden van Onassis bij deze terugkeer op Gran Canaria waren: “Maar, wat is het hier koud.” De volgende dag verliet het paar het eiland en ging aan boord van de ‘Christina O”, die naar de Caraïben is gevaren.
article-2353462-1aa06a4d000005dc-482-964x771_large.jpg
                                 9453-1044911251_large.jpg
                                Christina, de dochter van Ari Onassis.

Na de dood van Onassis in 1975 heeft zijn dochter wier naam het schip droeg, dit geschonken aan de Griekse Regering als presidentieel jacht, en later is het over gegaan in diverse private handen tot op heden, hoewel het niet de uitstraling van die gloriejaren heeft weten te bewaren en ook heeft het haar sfeer van grootsheid verloren.( zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Christina_Onassis).
kleurlogoCanarias.png


Toen 12.000 Spanjaarden illegaal zijn aangekomen in het voorspoedige Venezuela van de jaren ‘50

VENEZUELA  'HET ACHTSTE EILAND'- dinsdag 27 september 2016 -  Ruim 120 Canarische schepen zijn tussen 1948 en 1952 illegaal de Atlantische Oceaan overgestoken op zoek naar een voorspoediger leven. De laatste overlevenden vertellen over hun reis vol armoede, zonder drinkwater en zonder eten, overgeleverd aan de genade van de stormen. Ze moesten de quarantaine doorstaan in La Orchilla, maar in weinige maanden tijd verdienden ze ‘fortuinen’ en pasten ze zich met groot gemak aan, aan het land waar alles, “veel te voordelig was.”

Het is hetzelfde verhaal maar dan verteld in tegenovergestelde richting. Het gebeurde 65 jaar geleden toen de Spanjaarden zee kozen, de alisios (de passaatwind) gebruikend, dezelfde winden die Columbus geholpen hebben, voor het bereiken van een beter leven.
                                   Telmaco_2-228x300.jpg

Ze zijn langs de Afrikaanse kust gevaren tot aan Kaap Verdië en vandaar staken ze te Oceaan over om te arriveren in Venezuela. Bijna altijd in La Guaira en Carúpuno, hoewel ze ook aankwamen op Margarita en Trinidad. Het was een maand reizen en kostte 5.000 pesetas (omgerekend €115,=), een fortuin in die tijd. Ze wisten dat ze zouden werken en dat er voldoende was voor iedereen, en dat ze zouden worden gearresteerd door de Venezolaanse politie als ze voet aan wal zouden zetten.
                    telemaco-1-300x225.jpg

Maar het risico was de moeite waard. De dictatuur in Spanje maakte haar zwaarste moment door en op Canarias was geen werk, en nog minder geld. Veel gezinnen leefden van een moestuintje en leden zelfs honger. Ver van deze werkelijkheid van depressie en ellende, was Venezuela toen een land waarin voorspoed gegarandeerd was. Dat zouden de eersten zeggen, wat de bewoners herhaalden op de zeven Canarische eilanden. Met amper een maand werken, verkregen ze hun 5.000 pesetas terug die ze voor de reis hadden moeten betalen. De bolivar van toen stond bijna gelijk aan de Amerikaanse dollar en de economie steeg op jaarbasis met 10%.

Venezuela was niets anders dan het beloofde land en daarom begonnen deze zeelieden en vissers van de eilanden handel te zien in het organiseren van trans-Atlantische reizen met 200 personen aan boord van hun zeil/motorvaartuigen. De reizigers gingen aan boord met eten en drinken dat was gecalculeerd op 30 dagen. Bijna allemaal hadden ze een kleine koffer bij zich. Na een overtocht van meer dan een maand, gedurende welke veel van hen gevaarlijkje stormen overleefden, kwamen ze aan in Venezuela, het land waarover iedereen sprak op Canarias, en het land van waaruit de emigranten grote sommen geld naar hun familie stuurden.

De Venezolaanse Regering begreep de voordelen van het Spaanse handwerk, bereid om te werken op het land wat de nationale boeren niet wilden doen. Daarom tekenden ze een convenant met de Regering van dictator Francisco Franco om vanaf 1952 legale immigratie mogelijk te maken. Maar tot aan die tijd, was de illegaliteit de enige weg om het Venezolaanse land te bereiken. Het waren ruim 120 schepen van de gearresteerden. Op Canarias becijfert men, dat, langs alle wegen, ruim 12.000 Canario’s illegaal in Venezuela zijn aangekomen.

“Komend uit de dorpen. Zoals gezegd: Passage naar Venezuela voor 5.000 pesetas. Vind je hier gemakkelijk werk en begin je al snel geld te sturen,” vertelt enkele jaren geleden José Hernández over de telefoon; een Canario, die op 9 augustus 1958 van La Gomera vertrok met het schip ’El Telémaco’ naar Caracas. Josér. slechts 17 jaar oud, reisde met zijn vader en nog 169 immigranten. “Mijn vader verkocht een goede boerderij die hij bezat, men betaalde hem 10.000 peseta’s. Hij gaf 5.000 voor zijn overtocht en 4.500 voor mijn passage, zo herrinert José zich als een van de jongste opvarenden van de ‘Telémaco’; in december 2015, in Lois Teques waar hij een groot deel van zijn leven heeft gewoond.

Santiago Jerez, schipper van de boot, accepteerde hen naar Venezuela te brengen ondanks dat hij nooit de Oceaan was overgestoken. Hij liet zich leiden door zijn instinct en door de weinige aanwijzingen die hij ontving van vissers die dezelfde overtocht al hadden gemaakt.

Zijn nichtje, Teresa García, was de enig vrouw onder de 178 mannen. Tien dagen na het begin van de reis, verraste, ’s nachts, een storm de bemanning. Teresa vertelt - ook via de telefoon vanuit Caracas - van het grote avontuur in haar leven waaraan ze al heel jong werd blootgeseld , zich weinig bewust van de gevaren die het oversteken van de Oceaan met zich meebrengt met zo weinig hulpmiddelen. Ze dacht dat de reis veel korter was en ze maakte het goed. Het was de grote naïviteit van hen aan boord van de ‘Telémaco’ met veel hoop en weinig angst.
                       telemaco3-300x168.jpg

“Die nacht verraste ons een woeste vloedgolf. Via de trappen liep water binnen. Door de storm, kon men de voorsteven van het schip niet zien , De mensen moesten schuilen in de hutten. De golven waren zo hoog, dat ze bijna Cristóbal Suárez bereikten, die de boot stuurde, omdat het roer in de open lucht was. De opvarenden moesten hem vastbinden, opdat de zee hem niet mee zou nemen terwijl hij het schip bestuurde,” zo herinnert Teresa zich in haar woning in Caracas.

De bemanning had vlees, aardappelen, rijst, bonen, gofio en bidons met zoet water meegenomen, maar bija niets overleefde de storm.. Toen werden de rantsoenen waaronder de opvarenden leden, nog kleiner. Een van de opvarenden van de ‘Telemaco’, Manuek Navatro, die jaren later een grote erkenning zou krijgen op La Gomera voor het verhaal van zijn avontuur., schreef enkele tientallen gedachten op tijdens de vele zomers voor zijn landgenoten die geïnteresseerd waren in dat avontuur:

“Seis patatas no muy buenas,
eran no bien contadas,
la comida destinada
para el almuerzo y la cena,
dejando profunda pena
cuando fueron terminadas,
pero en la desesperada
, comimos sin poner freno
gofio de gusanos lleno
y platos de agua salada.”

Na de storm, terende de tragedie zich af. De opvarenden werden ziek en veel van de reizigers kregen diarree en begonnen bloed op te geven. Dat waren de gevolgen van de slechte voeding en het drinken van zout water.

Toen de situatie een tragedie begon te worden zag de ‘Telémaco’ de redding. Men gaf waarschuwingssignalen en schreeuwde om hulp totdat men de aandacht trok van de boot die hen het leven redde. Men gaf hen diverse jerrycans water. Dat smaakte als schoon water, zuiver, niet zoals dat wat men van Canarias had meegenomen, dat naar benzine smaakte omdat men de bidons niet goed had uitgespoeld. De bemanning van het vrachtschip wees de schipper, verloren en gedesoriënteerd, de route naar de Antillen. Enkele dagen later kwam men aan op Martinique, waar de plaatselijke bewoners verrast waren door het avontuur van die uitgehongerde Spanjaarden, en kwamen om ze te helpen. “Die zwarten hebben ons het leven gered. Het verhaal deed al snel de ronde over het halve eiland, dat we bij doelloos waren aangekomen en dat we ontsnapt waren aan de ellende in Spanje en men overlaadde ons met fruit en water,” herinnert Teresa zich in Caracas.
noticia-de-el-universal-300x71.jpgHet einde van de reis leek gegarandeerd, en de ‘Telémaco’ voer op een veel rustigere zee tot men aankwam in Guaira, Daar, zoals vele al verwacht hadden, werd de bemanning gearresteerd. Men beschuldigde hen van mensensmokkel, terwijl de meerderheid van de passagiers in quarantaine werd gehouden op het eiland La Orchilla.

De Regering van Marcos Pérez Jiménez wilde ervoor zorgen dat geen van de uitgehongerde immigranten een of andere besmettelijke ziekte zou overbrengen. De pers bracht de berichten op de voorpagina, “112 Spanjaarden hebben 5.000 pesetas betaald aan een spookorganisatie om naar Venezuela te komen, publiceerde ‘El Nacional’ op 10 januari 1950 en; “Met het kompas naar de vrijheid, achtersteven naar Franco, en richting Venezuela,” schreef hetzelfde dagblad op 8 september 1948.

Na de kritieke periode doorgemaakt te hebben, bleek alles heel gemakkelijk te zijn in het Venezuela van die dagen. “Voor mij leek alles heel voordelig vanwege de hoeveelheid geld die men verdiende. Het land was onmetelijk rijk,. Ik spaarde in korte tijd 10.000 bolivares, dat was bijna 200.000 pesetas (omgerekend €4,540,=), een fortuin in Spanje,”vertelt Teresa. Een fortuin, waarmee haar reisgenoot José 20 boerderijen kon kopen op La Gomera.

‘Het achtste eiland’
Sommige reizigers van die schepen keerden naar hun land terug na veel geld gespaard te hebben. Na de terugkeer, slaagden ze erin een gemeenschappelijke bewondering op te bouwen op de Canarische Eilanden, en als iemand terugkeerde, moest deze alle huizen langs om over het avontuur te vertellen. Het waren de dagen, dat Venezuela werd gedoopt tot: ‘het achtste eiland’.

Maar veel anderen zoals José Hernández en Teresa García, besloten zich te vestigen in Venezuela, er hun gezinnen te stichten, en hun nieuw levens. Zij waren de veroveraars in dat moderne land, in volle ontwikkeling, en vol aangename mensen; een land dat, 65 jaar later, nog weinigen herkennen. Momenteel zijn het hun kinderen die de gelederen ontvluchten, de schaarste en de onzekerheid. In wezen, is het dezelfde zoektocht: naar vrijheid en voorspoed die ook hun grootouders nastreefden. Zij maken deel uit van de nieuwe generatie die terugkeert naar hun oorsprong, om te herinneren: dat het leven ook een heen- en terugreis is.
zzzislas-canariaslogo-417.jpg


Eilanden aan het eind van de wereld
in de Middeleeuwen

CANARISCHE EILANDEN - maandag 26 september 2016 - De geschiedkundige, gespecialiseerd in het Middeleeuwse Europa, Kevin R. Wittmann, richt zijn onderzoek op de voorstelling in de westelijke beperkingen van de wereld en de Atlantische Oceaan in de Middeleeuwse context.
De Universiteiten van La Laguna en van Lleida hebben zijn boek gepubliceerd: ‘Las islas del fin del mundo’ (‘Eilanden aan het eind van de wereld’).

 

De oorsprong van de studie van Wittmann ligt in een vraag: Hoe overleeft de mythe van de Islas Afortunadas (Gelukzalige Eilanden) buiten de klassieke context? De auteur zegt, “dat we deze eilanden kennen als iets wat heel nauw verbonden is met de klassieke cultuur, maar het interesseert mij, om uit te zoeken hoe men de Afortunadas (Gelukzaligen) voorstelde in de Middeleeuwen, in welke mate ze de erfenis zijn van klassieke bronnen en, tot aan welk punt ze in de Middeleeuwse voorstelling worden ondergedompeld. En dat is wat ik probeer duidelijk te maken in het boek.”
middeleeuws.jpg
De voorstelling van de Afortunadas (Gelukzaligen) op de landkaarten van het Middeleeuwse Westen.
Daartoe maakt de auteur een rondgang door de Westelijke Middeleeuwen, “een geografisch gebied waarvoor men niet veel belangstelling heeft getoond in de academische wereld,” als voornaamste instrument van onderzoek in de Middeleeuwse cartografie.

Een detail van een van de landkaarten die Kevin R. Wittmann gebruikt in zijn onderzoek.

Het academische werk, “mist het ingewikkelde en zwaarwegende karakter,” dat de bronnen van de kennis lijken te hebben die Wittmann benadert, die gaan van de Geschiedenis van de Cartografie, via de Cultuurwetenschap van de Geschiedenis, tot aan de Mentaliteitsgeschiedenis (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Mentaliteitsgeschiedenis).

Het begrip mentaliteit is niet eenduidig. Er zijn vele definities en omschrijvingen, zoals volgens de stelling:

Een mentaliteit is eigen aan een groep. Zij bestaat enerzijds uit de voorstellingen die een groep zich maakt van de wereld en van de maatschappij waarin zij leeft, en anderzijds uit collectieve gedragspatronen zoals rituelen, waarin deze voorstellingen worden uitgedrukt en aan volgende generaties overgedragen. Een mentaliteit heeft naast cognitieve ook affectieve componenten. De leden van een groep kunnen deelhebben aan een bij die groep horende mentaliteit zonder dat zij zich daar (geheel) van bewust zijn.

Een vroeg voorbeeld van toegepaste mentaliteitsgeschiedenis was Johan Huiizinga met zijn Herfsttij der Middeleeuwen, dat dan ook de passende ondertitel ‘Studie over levens- en gedachtevormen der veertiende en vijftiende eeuw in Frankrijk en de Nederlanden’ meekreeg.

Het boek ‘Las islas del fin del mundo’, heeft het over Las Islas Afortunadas (de Gelukzalige Eilanden) , wat niet de Canarische Eilanden hoeven te zijn, hoewel dit een controversieel en oud onderwerp is.
OrteliusWorldMap_jpeg_jpeg.jpg
                                    Kaart uit de Atlas van Abraham Ortelius
                          (zie:  https://nl.wikipedia.org/wiki/Abraham_Ortelius)

”Het is zeker dat men ze al snel identificeerde met de Canarische Eilanden, en op de landkaarten vanaf de 14de Eeuw wordt het steeds duidelijker. Maar dat hoeft niet zo te zijn, het blijft bij theorieën,” merkt Wittmann op, die op vrijdag 23 september 2016 zijn boek heeft gepresenteerd in het Instituto de Estudios Canarios (Instituut voor Canarische Studies) in La Laguna.

"We kunnen het niet wagen, om een directe relatie tussen de Islas Afortunadas en de Canarische Eilanden te leggen, in ieder geval niet in de eerste eeuwen van de Middeleeuwen. De geschiedkundige laat weten, dat de benaming Islas Afortundas (Gelukzalige Eilanden), “is ontstaan bij Pilatus en een Romeinse bijdrage is; wat niets anders is dan de toepassing van Islas Bienaventuradas (Gezegende Eilanden) waarvan de Grieken spraken,

In het boek interesseer ik me vooral voor de rol die deze eilanden hebben vervuld, de bekende grens van wereld die verandert tot een fundamentele verwijzing in de Atlantische opening van Europa die zich nadien zal gaan voordoen. Las Afortunadas (De Gelukzaligen) als uiterste gebied, gelegen in een enorme Oceaan-massa die een groot gevaar bevat.”
zzzislas-canariaslogo-413.jpg


El hombre lobo (de wolfman) in Parijs
was Canario

Pedro González had zes kinderen uit een door Catharina de Medici gearrangeerd huwelijk die ze cadeau gaf aan Europese aristocraten

EUROPA - zaterdag 24 september 2016- Zijn naam was Pedro González, hij werd geboren in 1537 op Tenerife en is overleden in 1618 Capodimonte, Viterbo, Italia. Hij was slachtoffer van een aandoening die men Hypertrichose noemt, veel gezichtsbeharing.

Hij is een nakomeling van de koningen van Tenerife van vóór de Conquista (Spaanse Verovering) en zijn ontdekking wordt toegeschreven aan Alonso Fernández de Lugo, een gezant die door het Hof van Castillië naar het eiland werd gestuurd. Pedro González werd gevangen genomen op het eiland en verkocht. Men weet niet hoe, maar hij kwam naar Parijs, misschien via Vlaanderen.
045861-000_gonsalvus_05.jpg
                          Schilderij van Lavinia Fontana de Zappi van de familie González. 
0_0_3394874_01_1250x326.jpg
Alle kronieken uit dat tijdperk zeggen dat hij een intelligente, gevoelige man was, die drie talen leerde en zes kinderen had uit zijn huwelijke dat was gearrangeerd door Catharina de Medici. Sommige van zijn kinderen werden als geschenk naar andere Europese Hoven gestuurd omdat ze waren geboren met deze erfelijke ziekte.

Het verhaal begint wanneer Hendrik II van Frankrijk leert over het bestaan van een man met problemen van ongecontroleerd gezichtshaar. Het was een niet bekende pathologie en bijgelovige legendes ontstaan. En zo ontstaat die van de wolfman in Parijs. Evenals duizenden angstverhalen.

Hij kan gekocht zijn als 10 of 12-jarige slaaf. En men vestigde hem in Parijs, Hendrik de Tweede gaf hem een adellijke titel. De Franse monarch spreekt Spaans en de Canario legt hem uit dat hij familie is van de Guanche-koningen van Tenerife. 
De Franse Koning had, net als veel andere Europese monarchen, aan het eind van de Renaissance,  het verzamelen van natuurlijke curiositeiten als hobby; en ze raakten geobsedeerd door dit  'weerwolf-'gezin.

800px-PetrusGonsalvus.jpg
De Franse Kroon beschermt hem vanwege het exotische dat verschijnt in de wandelgangen van het Hof. Als dan nog minderjarige beschermeling, woont hij  in Parijs tot op 44-jarige leeftijd. In de Franse hoofdstad leert hij vloeiend Latijn, Frans en Italiaans spreken en vermaakt hij de Hofhouding met een briljante conversatie. Hij is verfijnd, wat hem tot een snob maakt in dat tijdperk; afgewisseld met glamour en met gezalfde diplomatie

Vanwege zijn goede gedrag, kent Hendrik de Tweede van Frankrijk aan Pedro González de titel toe van Don (Edelman). Iets, waar in dat tijdperk, weinig mensen toegang toe hadden. Na de dood van Hendrik de Tweede , zocht koningin Catharina de Medici een echtgenot , die hij op de trouwdag leert kennen. Ze heet Catherine Raffeliny, en ze was de knappe dochter van een hofdiennaar.
Catherine vindt het idee afschuwelijk, maar het idee was een bevel van de koningin. Catharina de Médici wilde een experiment uitvoeren: Was het een erfelijke aandoening?
Pedroandhiswifearound1575fromaFlemishnaturalhistorybookvvv.jpg
                      Pedro en zijn vrouw omstreeks 1575, op een Vlaams document.
Uiteindelijk klikte het met zijn vrouw; en worden Madeleine, Enrique, Françoise, Antonietta, Horacio, en Ercole geboren . Van Antonietta bestaan schilderijen. Vier van de zes kinderen hebben net als hun vader hypertrichose. Sommige kinderen worden over Europa verdeeld als geschenk van het Franse Hof. Als Catharina de Medici overlijdt, biedt een graaf - die van Mayenne - het gezin aan, aan Ranunccio Farnese, de Hertog van de Parma.
cb4f98d221ce0a699983e90b0ea33c56.jpg
In de leeftijd van 80 jaar sterft in 1618 de Canarische wolfman in Capodimonte, Catherine Raffeliny is gestorven in 1623. Hun verhaal duurt 40 jaar. Gabrielle-Suzanne Barbot de Villeneuve heeft het sprookje ‘La Bella y la Bestia ‘ (‘The Beauty and the Beast’) op deze geschiedenis gebaseerd.

De aanwezigheid van deze Canario’s aan het Franse Hof kan men zien op schilderijen in de Nationale Kunstgalerij in Washington, en in het Kabinet voor Kunst en Curiositeiten in Wenen, dat is gesticht door Ferdinand de Tweede, Aartshertog van Oostenrijk.
ORF_0074309_S_04_XX_large.jpg
Een schilderij uit de collectie van Aartshertog Ferdinand de Tweede, gemaakt in de 16de Eeuw in Oostenrijk. Het maakte deel uit van zij collectie Schurken en Monsters (inclusief Vlad Dracula). De echt levende Wolfman (geen volle maan-verhaal, alleen veel haar) heeft in het paleis van de Aartshertog geposeerd voor dit schilderij, samen met zijn vrouw, en zijn eveneens behaarde kinderen.
Antoinetta.jpg
Het Harige Gezin en de Habsburgers
Het portret van Antonietta González, onlangs te zien op de MIA-kunstbeurs Madrid in: ‘De Habsburgers: Zelden geziene Meesterwerken van Europa’s grootste Dynastie”, dat is wat u kan achtervolgen en u naar Google doet sturen om uw nieuwsgierigheid te bevredigen. Ze is ongeveer acht of negen jaar oud, draagt een mooie lange jurk, een groot juwelen-kruis en heeft een kalme, zelfverzekerde uitdrukking. Ze zou kunnen worden verward met een aristocrate in opleiding, een Habsburgse misschien. Behalve dat ze in een grot staat , en haar gezicht is volledig bedekt met haar.

Het portret zou louter nieuwsgierigheid opwekken als het verhaal erachter niet zo expliciet van de Habsburgers en hun tijden was. Wij besparen u de Google-zoekopdracht. De vader van het meisje, Pedro, werd geboren met dezelfde ziekte. Niemand had iemand zoals hij gezien. En tegen de tijd dat hij kon lopen, is Pedro meegenomen naar Parijs, zodat de ‘weerwolf van de Canarische Eilanden’ zou kunnen worden gezien door de koning van Frankrijk.
Pedroandhiswifearound1575fromaFlemishnaturalhistorybookvvv-1.jpg                                               
Pedro González en zijn echtgenote,
                    afgebeeld onder dieren in een vroeg Vlaams boek over dierkunde.
Pedro zou nooit de koninklijke kringen verlaten. Hij kreeg de naam ‘Barbet’, een soort, ruige Belgische hond, en werd tentoongesteld aan het Hof als een huisdier. Tegelijkertijd kreeg hij rijke kleding en vooraanstaande docenten, als een experiment om te zien of de ‘wilde jongen’ kon worden opgeleid - en hij verraste de bezoekers door ze foutloos Latijn te spreken. Hij trouwde met een mooie (niet-behaarde) vrouw, had een handvol kinderen, en werd het grootste levende wonder in Europa.
HairyGirl.jpg
Op het etiket van Antonietta’s portret staat dat ze is afgebeeld in een grot, omdat veel Europeanen dachten dat mensen van de Canarische Eilanden troglodieten (holbewoners) zijn. Maar dat is niet het hele verhaal. Het was het tijdperk van de Exploratie, dat wil zeggen dat een groot deel van de wereld onontgonnen was. Europeanen leerden net genoeg, om aan te nemen dat de oude mythen waar waren. Eén van deze mythen was de wildeman, de aap-man, levend in grotten in Afrika en Azië en misschien zelfs in de diepe bossen van Europa. Zulke barbaren beschaven, zou de waarde van de adel, de handhavers van een hogere orde, bewijzen; en in de middeleeuwen veerscheen de reus vaak in hoofse symboliek. Met Pedro dachten de edelen dat ze eindelijk een echte hadden. Ze gaven hem een grot om in te wonen, in een koninklijk park.

Pedro bracht het grootste deel van zijn leven door in het koninklijke paleis in Fontainebleau, niet in de grot. En in 1581 werden hij en zijn gezin op een eindeloze reis gestuurd langs de Europese hofhoudingen.

De Habsburgse Keizer Rudolf de Tweede; een zonderling, meer geïnteresseerd in alchemie dan in geld, liet het gezin naar Wenen komen. Toen was het gezin al geschilderd en bestudeerd. Diverse schilderijen bevinden zich in het “rariteitenkabinet’ van Schloss Ambras in Innsbruck (Oostenrijk), waar Antonietta’s portret nog steeds wordt bewaard; andere waren opgenomen in vroeg wetenschappelijke werken, genaamd: ‘Animalia Rationalia et Insecta’, en zij zijn de enige mensen in het boek. De keizer heeft meer schilderijen laten maken voor zijn eigen collectie. Hij wilde de groep in een portret hebben, op een daarvan houdt een van de meisjes een uil in haar hand, met zijn dierentekeningen.

galerij.jpg       Gonzalez’ familieportretten in het voormalige Rariteitenkabinet in het Ambras-Paleis.

De kinderen González werden uiteindelijk weggeven aan aristocraten, als curieuze cadeaus. De Habsburgers dachten dat het zonderlingen waren en stelden ze ten toon, samen met andere exotische objecten als symbolen van hun wereldse macht, hun rijk waar de zon nooit onderging. Maar als gevolg van inteelt, een poging om de controle binnen de familie te houden, raakten de Habsburgers zonderling gemuteerd - hun kaken staken ui , hun intelligentie nam af, hun reproductieve capaciteit verwaterde. Op het einde, is de Habsburgse lijn - in ieder geval in Spanje - uitgestorven. De familie González, daarentegen, de eerste mensen gedocumenteerd met hypertrichose (soms weerwolf-syndroom, of Ambras-syndroom genoemd), ontsnapte uiteindelijk aan de Habsburgse hofhoudingen. Antonietta’s oudere broer had werk gevonden in het kasteel van een kardinaal in het kleine Italiaanse stad Capodimonte, en werd een machtig handelaar. Eén voor één verzamelde hij zijn familieleden in Italië, waar ze kinderen opvoedden en veel rustiger en normaler leefden dan de Habsburgse hofhoudingen.

Antonietta González (zowel als haar vader, twee zussen en andere familieleden) hadden hypertrichose (algemeen het ‘weerwolf-syndroom” genoemd). Dit een genetische afwijking welke een abnormale hoeveelheid haar op het lichaam laat groeien.

Beauty-2.jpgAntonietta’s vader, Pedro González, was de eerste persoon van wie bekend was, dat hij deze aandoening had. Gezien het vreemde van de aandoening, is het verrassend dat zoveel mensen binnen de González-familie waren aangedaan door hypertrichose. Een schrijver merkt op, dat in termen van pathologie, “de González-zussen een uit een miljoen zijn - alle drie.”

Gelukkig werden Antonietta en haar zussen niet gemeden door de samenleving , maar verwelkomd in de Hoven van Europa. En hoewel deze meisjes tot op een bepaalde hoogte werden beschouwd als een bezienswaardigheid, waren ze ook voorwerp van medische onderzoekingen en, klaarblijkelijk, ook voor portretsessies.

briefjegroot.jpg
                          Lavinia Fontana, Portret van Antoinietta González. plm.1595.
Antonietta legt een klein beetje van haar persoonlijke verhaal uit in een handgeschreven briefje dat ze op het portret in haar hand houdt: "Don Pietro, een wilde man die was ontdekt op de Canarische Eilanden, werd overgebracht naar zijne Doorluchtige Hoogheid Hendrik de koning van Frankrijk, en van daaruit kwam hij naar zijn Excellentie de hertog van Parma. Van wie ik [Antonietta] afstam, en nu aangetroffen wordt dichtbij de hofhouding van Vrouwe Isabella Pallavicina, de eervolle Hertog

WolfmanCanaryIslands.jpgPedro González
Het leven van Petrus Gonsalvus (Spaans: Pedro González), door  Ulisse  Aldrovandi , ‘de man van de bossen’ genoemd is goed gedocumenteerd omdat hij tijdens zijn leven beroemd werd door zijn toestand.
Gonsalvus_Doubloon.jpg
Gonsalves kwam eerst, in 1547, naar het Hof van Hendrik de Tweede, Koning van Frankrijk, en werd van daaruit naar het Hof gestuurd van Margaretha van Parma, Regentes in de Nederlanden. Toen hij daar was, trouwde hij. Later trok hij in bij het Hof van Alexander Farnese, de Hertog van Parma. Vier van zijn kinderen waren ook aangedaan door  hypertrichosis universalis en werden geportretteerd.
893a210ed45c305ffef6b77c48f7d18f.jpg
Zijn gezin werd voorwerp van medisch onderzoek door o. a. Ulisse Aldrovandi. Ondanks dat hij leefde als een edelman, werden in de ogen van veel van hun tijdgenoten, Gonsalves en zijn harige kinderen niet beschouwd als volledig menselijke soort.
Uiteindelijk vestigde Gonsalves zich met zijn vrouw in Italië. Het laats bekende gegeven over hem dateert van 1617, als hij wordt opgenomen in de lijst van mensen die de doop van zijn kleinzoon heeft bijgewoond . Aangenomen wordt dat het huwelijk van Petrus Gonsalvus en Catherine de insparatie is geweest voor het sprookje van ‘The Beauty and the Beast.'.

Rond 1595, ontmoet de vroeg Italiaanse wetenschapper  Ulisse Aldrovandi een acht jaar oud meisje dat zo een indruk op hem maakte, dat hij haar opneemt in zijn Monstrorum histolria (Geschiedenis van Monsters). Het kind was aan hem voorgesteld door Isabella Pallavicina, de Markiezin van Soragna. Hij schrijft later:

"Het gezicht van het meisje, met uitzondering van haar neus en lippen rond haar mond, werd volledig bedekt met haar. De haren op haar voorhoofd waren langer en peziger dan die van haar wangen, maar voelden zachter aan dan die op de rest van haar lichaam. Ze was behaard van top tot teen, en stekelig met geel haar tot op haar onderrug. "

dd.jpg
portret.jpg

j7dpf6p06ib9fsbxybxu_wdpff.jpg
Een houtdruk-illustratie toont het meisje als een mix tussen een wild dier en een verfijnde jonge dame. Haar krullend haar is versierd met wilde bloemen, maar ze draagt een extravagant geborduurde jurk en poseert  zedig. Afgezien van haar harige gezicht, kijkt ze zoals elke rijk meisje in de Italiaanse Renaissance. In de periode dat
Aldrovandi Antonietta ontmoette,  heeft de pionierende schilderes Lavinia Fontana een gekleurd portret van het meisje geschilderd.

De duivelse koningin Catharina de Medici
Catharina de Medici, is koningin van Frankrijk in een roerige tijd in de geschiedenis. De Medici’s zijn een uiterst machtige familie in het middeleeuwse Florence. In Catharina’s tijd zit een familielid op de pauselijke troon, paus Leo X. Catharina moet echter haar huis en stad ontvluchten. Tijdens haar vlucht ontdekt ze dat ze tot grote wreedheid in staat is, als de omstandigheden daar om vragen.
KatharinavonMedici.jpg
                                                              Catharina de Medici
Minnares
Paus Leo X weet Catharina uit te huwelijken aan Hendrik, de tweede zoon van de Franse koning. Zij moet aanvaarden dat zij niet zijn liefde krijgt. Catharina moet haar man delen met zijn minnares Diane de Poitiers. Een uiterst pragmatische aanpak zorgt ervoor, dat Catharina uiteindelijk ook Hendriks hart veroverd; Hendrik, die dan koning Hendrik II is.

Koningskinderen
Catharina heeft gezorgd voor nageslacht voor het koningshuis van Valois. Toch is dit niet zonder slag of stoot gegaan. Catharina heeft zich hiervoor overgegeven aan duistere machten. De astroloog Cosimo Ruggieri staat haar bij. Catharina is daadwerkelijk geboeid door astrologie.

Hugenotenoorlog
Als Hendrik II sterft, neemt Catharina’s invloed verder toe. Hoewel de koningen Frans II en Karel IX, haar kinderen, ook andere raadgevers hebben, drukt Catharina een stempel op hun regering. Het doel is, het huis van Valois op de troon te houden. En dat is niet gemakkelijk gedurende een tijd van burgeroorlog tussen katholieken en de Hugenoten. Een oorlog, die ook aan het hof is uitgevochten.

Catharina de Medici is een intrigerende vrouw en haar levensloop is zo boeiend dat men de geschiedenis maar hoeft te volgen om een verduiverd boeiend verhaal te hebben over een duivelse koningin.
zzzislas-canariaslogo-391.jpg


British West Africa,
de eerste bankinstelling die opende op Canarias

De dichter Alonso Quesada was jefe de cartera bancaria

CANARISCHE EILANDEN  -  zaterdag 17 september 2016 - De eerste financiële instelling die begon te opereren op Canarias, was Banco de la British West Africa (BBWA). De aktes van oprichting in het Verenigd Koninkrijk hebben de handtekening van Alfred L. Jones en van de vertegenwoordigers van rederij Elder. De filialen werden in 1909 geopend in de hoofdstad Las Palmas en in Santa Cruz de Tenerife, hoewel er voordien al correspondenten op de eilanden waren voor de koopvaardij.

De BBWA werd in maart 1894 opgericht in Liverpool, het was de bank van de vertegenwoordigers van de Britse Kroon in West-Afrika. Maar haar initiatiefnemers wilden niet alleen zaken doen met de publieke sector. De aanwezigheid oo Canarias dankt men aan hetzelfde wat tegenwoordig ook buitenlandse ondernemingen doen: Voor juridische garanties met het oog op Afrika.
banco.pngEen, in een British West Africa-bankfiliaal in Las Palmas, in het Engels uitgeschreven cheque.
Op Canarias kwam de bank na Nigeria, Sierra Leona, Ghana en Gambia. De Canarische dichter Alonso Quesada slaagde erin directeurstaken te krijgen in Las Palmas: onder andere, Jefe de cartera (Senior Portfolio Manager – degene de investeringsbeslissingen neemt met geld van anderen). De deskundige Carlos Tejada merkt op. dat in Spanje de operaties gedekt werden met een maatschappelijk kapitaal dat tegenwoordig €15.000 zou zijn.

De opening op Canarias was in de tijd dat men zich vestigde in Hamburg, Equatoriaal Guinea, Marokko, Egypte en Kameroen. In 1912 begon een agentschap in New York de belangen van de Canarische handelaren te vertegenwoordigen. Met moet niet vergeten, dat in 1915 de Haven van Las Palmas de op en na grootste handelshaven er wereld was (na die van New York). De eerse verzekeraar die zich vanuit het Verenigd Koninkrijk op de eilanden vestigde was Sun Insurance Office.

In dat tijdperk waren ondernemingen actief zoals:
- Blandy Bros,
- Coaling & Shipping,
- Compañía Carbonera de Las Palmas,
- Oceánica,
- Compañía
- Deutsche Kohlen Depot Geselschaft,
- Elder Dempster,
- Canary Coaling,
- Hespérides,
- Hamilton & Co.,
- Ltd., Miller y Cía,
- Tenerife Coaling,
- Wilson and Sons,
-Woermann-Linie
(Duits.)

Na de Britten kwam de Banco Hispano Americano (tegenwoordig de Banco Santander) naar Canarias, die in 1920 ook de Banca Dehese controleerde. Het is zeker dat Blandy Brothers toetrad tot de handel van in- en verkoop van geld sinds 1886, maar zij hadden formeel geen bankvergunning.

Iets soortgelijks gebeurde met de Banco Español del Río de la Plata, die op Canarias een correspondent had. In 1930 trad, slechts voor enkele maanden, de Banco de Cataluña toe, die de bouw financierde van de raffinaderij in Santa Cruz de Tenerife, zo laten in hun studies de professoren van de ULPG, Manuel Rebollo, weten die directeur van de BBV in Las Palmas was , en Miguel Suárez Bosa, professor Economische Geschiedenis aan de ULPGC.

Het was de Banco de Cataluña die de voorkeur van de Canario’s genoot. Een politieke beslissing van de socialist Indalecio Prieto deed de bankinstelling ten onder gaan , die eindigde in handen van de Banco de Vizcaya. Maar in 1931 komt naar Las Palmas de Gran Canaria en Santa Cruz de Tenerife, met 13 medewerkers, de Banco de Bilbao die op de Archipel een aanzienlijk leidende rol neemt, overeenkomstig de gegevens van het Historisch Archief van de BBVA zoals de studie 'Banca privada en Baleares y Canarias entre 1920 y 1935' (‘De Private Bank op de Balearen en Canarias (tussen 1920 en 1935’).

Vanaf de jaren dertig zijn er twee factoren die tot sluiting van de BBWA op de eilanden dwingen. De verandering kwam van het bewind in Spanje met de komst van Generaal Franco en wat tegenwoordig de Standard Chartered Bank is, die het kocht. Dit vertrek van de Canarische markt van de BBWA doet zich voor wanneer het Britse Pond Sterling waarde verliest, de goudhandel daalt als patroon, en de concurrentie. Hun sluiting bevoordeelt een entiteit die een sleutelrol had in de ontwikkeling op Canarias: El Banco Exterior de España, tegenwoordig BBVA.
zzzislas-canariaslogo-344.jpg


De familie Miller doneert voor herstel van de Anglicaanse kerk in Las Palmas de Gran Canaria

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - William Miller, een achterneef van de stichter van de kerk, heeft 10.000 Brits Pond Sterling gestuurd voor het herstel van het dak van de kerk. De lekkages ruïneren het interieur van de kerk.

De Britse zakenman James Miller (1839-1915) heeft ruim honderd jaar geleden, met de groei van de Britse aanwezigheid op het Eiland, de aanzet gegeven voor de bouw van de anglicaanse Holy Trinity Church  (Drievuldigheidskerk) in de hoofdstad van Gran Canaria in de Calle Rafael Ramírez voor de quasi parochie La Sagrada Familia in de stadswijk Ciudad Jardín.
WilliamMiller.jpg                      Donateur William Miller, achterneef van de Britse zakenman James Miller .
De geschiedenis van deze kerk begint met de komst  op 16 november 1887 van de Anglicaanse Bisschop uit Sierra Leone, de Eerwaarde Ernest Graham,  naar Las Palmas de Gran Canaria.
 In een ontmoeting  die de Bisschop had georganiseerd met de op het eiland gevestigde Britse samenleving, hebben de gelovigen van het Committee de eerste stappen gezet voor de bouw van de kerk en de verwerving van een nieuwe begraafplaats.
740s81lcvvv.jpg

Holy2.jpgTwee jaar later, in 1889, zocht  dit Comité een perceel voor de bouw van de kerk, wat zijn beslag heeft gekregen in de escritura (notariële koopakte), die getekend is in 1891.
Het gekozen terrein behoorde toe aan de firma Elder Dempster and Co. en is gelegen tussen de Haven en het Centrum van Las Palmas de Gran Canaria, wat later bekend is geworden onder de naam Ciudad Jardín dat destijds nagenoeg onbebouwd was. Het definitieve grondstuk voor de bouw van  het religieuze pand heeft een afmeting van 2.190 m² en is verleden door James Miller, bekend als Diego Miller, op 14 september 1891 voor notaris Agustín Millares. Als koper traden op John Turnbull en  Arthur Doorly,  en een vertegenwoordiger van Elder Dempster & Co als verkoper. De transactie kwam tot stand voor de redelijke prijs van 2.700 pesetas. 

Holy1.jpg                    Het altaar van de  Holy Trinity Church in Las Palmas de Gran Canaria
De eerste contacten voor  de plannen van het uit te voeren werk  werden toevertrouwd aan de Britse architect, woonachtig in Las Palmas, Norman Wright. Augustus 1889 is de datum van de eerste brief aan de commissie: “ Aan de Voorzitter en leden van de kerk-commissie." Het project betrof een kerk voor 255 mensen, van wie er 192 zouden  worden gevestigd in het middenschip, 39 in het  transept  en 24 in het koor.
De gekozen stijl zou gotisch Engels zijn. Het document geeft de geschatte kosten weer. Maar het project is ingrijpend gewijzigd, want de begroting is uit de hand gelopen.

Vooraanstaande personen in de eilandsamenleving
De leden van dit eerste Committee waren vooraanstaande personen uit het comerciële leven en/of de Britse samenleving in de eilandhoofdstad: de Eerwaarde Adolphus Lindon, James en Joseph Miller, Arthur Doorly, Richard Blandy en Charles Wigg.
Een korte biografie van hen is geschreven door Ann Ruddock in’The Story of Holy Trinity Church’, gepubliceerd in Las Palmas in 1987.
De Eerwaarde Adolphus Lindon was de kapelaan van de Bisschop van  de Sierra Leone, die al een week voor hun komst naar de hoofdstad van Gran Canaria een soortgelijke ontmoeting hadden op Tenerife.
Lindon verbleef enige tijd in de Britse Kerk op Madeira, waar hij later Aarts-deken werd van de eilanden en in die hoedanigheid bezocht hij diverse keren Las Palmas.

Wenst u meer te weten over de interessante geschiedenis van deze Anglicaanse kerk en over de Britse begraafplaats in Las Palmas de Gran Canaria, neemt u dan een kijkje op de (Spaanse) internetpagina:
http://complicesconlahistoria.blogspot.com.es/2015/03/holy-trinity-church-eje-social-de-la.html
zzzzzzzislas-canariaslogo-556.jpg


De raadselachtige verdwijning van de ‘Fausto’

CANARISCHE EILANDEN - maandag 16 mei 2016 - Een vissersboot verdween in 1968 drie keer, daarmee de grootste reddingsoperatie veroorzakend in de hele geschiedenis van de Canarische Eilanden

Sinds de mens zich aan het avontuur van varen heeft gewaagd, speelt de zee de hoofdrol in vele tragedies, bij verdrinkingen, ondergangen en verlies. Door de geschiedenis heen zijn in de oceanen duizenden schepen en levens verloren gegaan, zonder dat men hun verblijfplaats kent, raadselachtig de logica tartend, in vervloekte, of verboden gebieden om in te varen.
fausto_644x362__318x216.jpgEen afbeelding uit het boek: ‘De Fausto, geschiedenis en mysterie van een tragedie’, van de auteur José Luis Velasco.
Fausto_ElPaso.jpg

A13_DA_28-12-2014_Banner-620x255.jpgIn 1968 speelt een vissersboot, de ‘Fausto’, een hoofdrol in één van deze verhalen tussen de eilanden La Palma en El Hierro, en dat is vandaag de dag - bijna een halve eeuw later - nog steeds een mysterie.
fausto.jpg

El Hierro - La Frontera, zaterdag, 20 juli 1968 
Zoals de diverse kronieken verhalen, komt een 14 meter lange vissersboot, met een laadcapaciteit van 18 ton - genaamd ‘Fausto’-  aan bij de aanlegsteiger van Las Puntas in de gemeente La Frontera op El Hierro, waar men diverse handelswaar uitlaadt. De vier bemanningsleden varen die nacht rond 02.00 uur op zondag uit, om op dezelfde dag om 09:00 uur aan te komen in de haven van Tazacorte op La Palma.

Gezien de ongunstige weersomstandigheden en de vertraging van de kleine boot, waarschuwen familieleden en vrienden van de bemanning voor de verdwijning van het schip. Reddingsdiensten beginnen te zoeken.
Diverse vliegtuigen vliegen over een groot gebied naar aanleiding van de vermeende route van de Fausto, omdat men uitgaat van een motorstoring.
Geleidelijk aan wordt ratio van de  zoektocht uitgebreid, maar men slaagt er niet in het vaartuig te  vinden, of om via de radio in verbinding te komen met de  bemanning.

Na diverse dagen zoeken, lokaliseert een Brits koopvaardijschip - afkomstig van Zuid-Amerika, genaamd ‘Duquesa’- het vaartuig ten westen van La Palma en El Hierro, in een gebied waar niet gezocht is.  Volgens mededeling van het Engelse schip, bevindt de bemanning zich in goede staat en men vertrekt hen levensmiddelen , waarmee ze diezelfde middag kunnen aankomen op La Palma.
3362958159_bb1ffbc908_b.jpg

Het bericht wordt ontvangen in Tazacorte, waar men een welkomstcomité voorbereidt. Er verstrijken echter uren en de Fausto daagt niet op.

De volgende dag herneemt  de Mando Aéreo de Canarias (Canarische  Luchtmacht ) de zoektocht met diverse vliegtuigen die opstijgen vanaf de luchtmachtbasis Gando, en de Marine stuurt diverse schepen uit die - na de ontmoeting met het Britse schip ‘La Duquesa’ -nauwgezet de route volgen van het kleine vaartuig.

Na intense zoekactiviteiten, beëindigt men op 7 augustus de zoektocht naar het verdwenen vaartuig en de bemanning.

De zoektocht omvatte een groot gebied en was een van  de grootste reddingsoperaties in de geschiedenis van de Canarische Eilanden. Maar het schip bleef spoorloos. Er waren diverse speculaties, overpeinzingen, en veel geruchten over een mogelijke vlucht van de bemanning naar Venezuela vanwege de benarde situatie die de Archipel in de Franco-jaren doormaakte; toch  ontkennen deskundigen deze theorie omdat het zoekgebied voor het lokaliseren van de kleine vissersboot het gehele traject  omvatte, wat ook de route geweest mocht zijn.
desaparecidos.jpg                                           Ramón, Eliberto en hun neef Miguel.
Twee maanden later, op 9 oktober, treft een Italiaans schip een verlaten boot aan waarvan het kenteken overeenkomt met de vissersboot van La Palma. In het vaartuig treffen de Italianen een naakt lijk aan in de machinekamer. Zonder verblijfplaats van de andere drie bemanningsleden sleept men de boot naar Venezuela.

Bijna twee dagen later  melden de Italianen dat de vissersboot opnieuw verdwenen is. Zonder een concrete uitleg, wijst - ondanks de signalen van diverse schepen - alles op verdwijning van de Fausto voor de derde keer.

Bij aankomst in de haven, overhandigt het Italiaanse schip een boekje dat men naast het lijk heeft aangetroffen en waaruit enkel bladzijden zijn gescheurd. Daarop staat het einde van een verhaal dat, samen met het bootje, verdwenen is.
10952544_919384914752216_4317738680333791298_n.jpg 26-12-201477.jpg

                        Presentatie van  het boek, op donderdag 15 februari 2015.
Foto_1.jpg

Wat vertelde het? Wie heeft die bladzijden eruit gescheurd? en...waarom?
Het verdwijnen van de vissersboot heeft veel vragen opgeroepen, waarop Luis Javier Velasco Quintana, de auteur van het boek: 'El Fausto. Historia y misterio de una tragedia', na jaren van onderzoek, en het verzamelen van verschillende documenten, een antwoord probeert te geven op het enige geval in  de wereld waarin een boot drie keer verdwijnt; “wat te maken kan hebben, met de som van een reeks kleine ellendige voorvallen die geleid hebben tot deze tragedie,” zo zegt de auteur.
zzzzzzzislas-canariaslogo-493.jpg


DE TIJD VAN TOEN 1964:
Passagierende ‘jantjes’ 
in Las Palmas de Gran Canaria

Smaldeel 5 van de Koninklijke Nederlandse Marine op de Canarische Eilanden, in 1964

CANARISCHE EILANDEN -  woensdag 25 november 2015 - Over de tijd van toen en de reizen van het smaldeel 5 van de Koninklijke Marine krijgt u een goede indruk via de onderstaande (foto)paginá’s op het internet.

Hr.Ms. Karel Doorman vertrok uit Rotterdam als vlaggeschip van smaldeel 5 voor een reis naar de Canarische eilanden.  Het smaldeel 5 bestond deze reis uit de schepen:
- Hr.Ms. Karel Doorman,
- Hr.Ms. Amsterdam,
- Hr.Ms. Rotterdam,
- Hr.Ms. Drenthe,
- Hr.Ms. Dolfijn.
en voor de eerste keer de nieuwe aanwinst van de Koninklijke marine, het bevoorradingschip - - Hr.Ms. Zuiderkruis.
3936_las_palmas.jpg                        1964: Passagierende ‘jantjes’ in Las Palmas de Gran Canaria.
FOTO’S  Canarische Eilanden 1964
http://www.vlaggeschipsmaldeel5.nl/html/canarische_eilanden_1964.html
1932_las_palmas_strand.jpg
                           1964: Passagierende ‘jantjes’ in Las Palmas de Gran Canaria, 
                                                        
het Las canteras-strand
                                 met op de achtergrond het destijds schitterende hotel.
0139_las_palmas_1__faber_.jpg                                                 
Las Palmas de Gran Canaria.
Op donderdag 22 oktober 1964 ontmeerde de Karel Doorman in de haven van Den Helder en vertrok richting Rotterdam, waar het die zelfde donderdag arriveerde voor het laden van brandstof(fen).
2084_strand_las_palsmas__admiraal_.jpg                            1964 : Passagierende ‘jantjes’ in Las Palmas de Gran Canaria

Op maandag 26 oktober 1964, na het weekend in Rotterdam te hebben doorgebracht, voer de Doorman de Nieuwe Waterweg af richting open zee. De Doorman vertrok uit Rotterdam als vlaggenschip van smaldeel 5 voor een reis naar de Canarische eilanden. In die omgeving is er over het algemeen en zeker in deze tijd van het jaar, een aangenamer en zekerder vliegweer.
5872.jpg
                                         De Las Canteras-boulevard, anno 1964.
2773_strand_lp__mielard_.jpg
FOTO’S Las Palmas de Gran Canaria:
http://www.vlaggeschipsmaldeel5.nl/html/las_palmas_1.html

FOTO’S Santa Cruz de Tenerife: http://www.vlaggeschipsmaldeel5.nl/html/santa_cruz_1.html

OVERZICHT:
Op de onderstaande pagina staat een overzicht van de pagina-indeling. Vanuit deze tabel zijn er verwijzingen naar de index-pagina’s van de afzonderlijke onderwerpen. En kan men een verdere keus maken voor de betreffende pagina’s die men wil bezoeken: http://www.vlaggeschipsmaldeel5.nl/html/indeling_site.html
AAAAAAislas-canarias-84-99-96.jpg


Vijf opmerkelijke plaatsnamen op Canarias

CANARISCHE EILANDEN - maandag 9 november 2015 -  De lijst is eindeloos, overal op de eilanden is wel een opvallende naam van een plaats aan te treffen die verwijst naar de geografie of oude gewoonten. Wij stellen de vijf meest illustratieve aan u voor.

Tías
pueblo-curioso-tias--644x362.jpg

                                            Puerto del Carmen, gemeente Tías.
restaurant-in-old-town.jpg
De geschiedenis van de gemeente Tías begint met de vulkanische erupties in de 18de Eeuw die niet alleen 13 dorpen op Lanzarote hebben begraven, maar ook talloze akkers met voor het eiland typische graansoorten.

De oorsprong van de naam van de plaats, waar wijlen de Portugese schrijver José Saramago zich in 1993 vestigde, is onderwerp van diverse theorieën. Sommige zeggen dat het dorp Tías van oudsher ‘Las Tias de Fajardo’ genoemd werd, als eerbetoon en herinnering aan de twee matronas (heerseressen) van de voormalige señorío (Heerlijkheid): Doña Francisca en Doña Hernán Fajardo, vrijgezelle dames en familie van de Gouverneur van Gran Canaria, Alonso Fajardo.

Een andere versie, eveneens verdedigd door geschiedkundigen, merkt op dat het stadje is ontstaan na ontvolkt geraakt te zijn door de uitbarstingen van de Timanfaya in 1730. En een derde versie haalt een en notariële akte uit 1736 aan, waarmee het ontstaan van Tías verband houdt met de bouw van de kapel van Candelaria.

In elk geval is Tías, met Puerto del Carmen voorop, een van de meest toeristische plaatsen van het eiland.

La Matanza de Acentejo
5091470.jpg
                                                     La Matanza de Acentejo.
De naam van deze Tinerfense gemeente, in het Noordwesten van Tenerife, dankt haar naam aan de Slag die in dit gebied heeft plaatsgevonden tijdens de Conquista (Spaanse verovering), waarin de inboorlingen de Spanjaarden hebben verslagen. Volgens de officiële geschiedschrijving, gaat de herkomst van de naam terug tot 1494, toen in de barranco (het ravijn) van Acentejo de strijd heeft plaatsgevonden tussen de Guanchen en de conquistadores (veroveraars) de inboorlingen wonnen door hun kennis van de ruigheid van het terrein en de aanwijzingen van mencey Bencomo de Taoro.

Puntagorda
pueblo-curioso-puntagorda--644x362.jpg

                                                    Puntagorda, La Palma.
Punta Gorda is een naam die veelvuldig voorkomt in Latijns Amerika, maar het is ook de naam van het meest westelijke punt van het eiland La Palma. Puntagorda is in 1812 een gemeente van La Palma geworden en vandaag de dag is het een klein en aangenaam plattelandsdorp met een aanzienlijke traditie in landbouw en veeteelt. Vanuit deze bijzondere locatie kijkt men uit op de hoge toppen van de Caldera de Taburiente en tegelijkertijd op de onmetelijke Atlantische Oceaan.

Ingenio
gc0019.jpg
                Playa del El Burrero, het strand van de Grancanarische gemeente Ingenio.
pueblo-curioso-ingenio--644x362.jpg
De geschiedenis van Ingenio is nauw verbonden met de buurgemeente Agüimes, op Gran Canaria waar men gedurende de 16de Eeuw suikerriet teelde, wat het dorp tot een bron van welvaart en economische ontwikkeling maakte.

Tot 1816 was de gemeente Ingenio bekend als schatplichtig aan ‘La Candelaria’ door de kapel welke met die naam gesticht is door buren in de 16de Eeuw (tussen 1565 en 1573). Dankzij de pogingen zich af te scheiden van Agüimes die teruggaan tot 1735, met de bedoeling parochie te worden, is Ingenio pas in 1816 tot onafhankelijke gemeente verklaard. Een jaar later had men al een eigen gemeentehuis en een eigen burgemeester.

La Degollada de Artenara
horgazales035Ook.jpg
                                                Degolladas in Artenara
Etymologisch is -in het woordenboek van de canarismos (Canarische uitdrukkingen) - een degollada: een strottenhoofd als verzakte doorgang tussen twee nabij gelegen verhogingen. Bijvoorbeeld een weg die door een degollada gaat en twee gehuchten verbindt.

In Artenara, een prachtig dorp in het binnenland van Gran Canaria, bestaan veel orografische hoogteverschillen, de meeste doorgankelijk, die naam hebben gegeven aan een pago (bergpas): La Degollada de Artenara.
ZZZZZZAislas-canarias-84-99-kopie-156.jpg 


2015 Belén María 35 jaar geleden overleden

Het Gemeentebestuur van Las Palmas de Gran Canaria heeft bloemen gelegd op het naar Belén María vernoemde plein

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - zondag 26 juli 2015 - Op zaterdag 25 juli 2015, de dag waarop 35 jaar geleden María Belén tijdens een betoging is omgekomen na aangereden te zijn door een auto, hebben de wethouder van Fomento (ontwikkeling), Inmaculada Medina; de wethouder van Burgerparticipatie, Sergio Millares ; en de Wethouder van Sport, Adrian Romeo, de bloemenhulde bijgewoond ter herdenking van de 35 verjaardag van het overlijden van Belén Baría welke heeft plaatsgevonden op het gelijknamige plein; een herdenking, die georganiseerd is door de Vakbond van de Cargadoors van de Havens van Las Palmas.

De wethouders van de Gemeente Las Palmas de Gran Canaria hebben een bloemengroet gebracht tijdens de emotionele bijeenkomst die is bijgewoond door een honderdtal personen, van wie sommigen zich nog exact de gebeurtenissen tijdens de protestbijeenkomst van 35 geleden - op 25 juli 1980 in de haven - kunnen herinneren.
35aniversariodelfallecimientodeBelnMara.png                           Na de brengen van de bloemenhulde heeft men duiven losgelaten.
Tot de evenementen die op zaterdag 25 juli 2015 zijn georganiseerd door de Cargadoorsvakbond, behoorde ook het celebreren van een H. Mis die is bijgewoond door Inmaculada Medina en Aridany Romero, en later op de dag heeft een Latijnzeil-regatta plaatsgevonden.

De Voorzitter van het Havenbeheer, Luis Ibarra, heeft ook de bijeenkomst bijgewoond welke ie is beëindigd met een emotioneel applaus door de aanwezigen voor de herdenking van de jong gestorven Belén María.
belc3a9n-marc3ada.png

Belén María was de dochter van een van de cargadoors die heeft deelgenomen aan de havenstakingen in 1980, haar vader staakte tijdens een maandenlang durend valkbondsconflict. Tijdens een van die dagen van strijd, de 25ste juli, is tijdens een vreedzame betoging de 16 jarige Belén Maria aangereden door de chauffeur van een auto tijdens een voorval dat nooit is opgehelderd.
                                              mpaiac_large.jpg
De auto heeft, ondanks het gillen van de mensen om te stoppen, haar ruim 6o meter meegesleept. Ruim een dag later is María Belén overleden. Haar kist - die bedekt was met de vlag met de zeven sterren - is tijdens de uitvaart gevolgd door honderden personen.

De emotie na haar dood was zo sterk, dat er een ommekeer heeft plaatsgevonden in de vakbondsstrijd; het hele eiland rouwden, het rouwbeklag was massaal in geheel Spanje en de jonge Canarische is het symbool geworden van een gehele beroepsgroep en van sommige idealen. Het plein waar alles heeft plaatsgevonden draagt haar naam.
1-AAAAislas-canarias-kopie-252.jpg 


Het schoeisel van de fabriek in Agaete

AGAETE - vrijdag 13 februari 2015 - Bijna alle dorpen hebben geschiedenis welke de nieuwe generaties zijn vergeten; het lijkt alsof iemand het zwijgen ertoe doet over het verleden, wat waarschijnlijk te wijten is aan nalatigheid, tijdgebrek, of ongeinteresseerdheid; en dat, terwijl de geschiendenis van de schoenen en de schoenmakers in Agaete net zo spannend als ver terug in de tijd is, maar ongetwijfeld de moeite waard, om te lezen.

We spreken over de eerste schoenenfabriek die er bestond op Canarias, welke geopend is in 1936, totdat deze in 1975 ten grave is gedragen.

De historische schoenfabricage van oorlogsschoeisel, half hoge laarzen en schoenen, is in Agaete opgericht als een waardevol commercieel onderdeel van de Burgeroorlog en is gesloten in 1975.

Los Gofiones en andere lokale groepen bestelden voor hun optredens schoenen die in de mode waren.

Er werden 1.000 sandalen vervaardigd en toebehoren voor de speelfilm ‘Tirma’, welke opnames men draaide op het eiland.

De fabricage bereikte in 1948 een personeelsbestand van 46 medewerkers en drie ‘senoritas’ (juffrouwen).
De kinderen Armas herinneren zich de historie.
Het waren half hoge laarzen en ‘uitgaansschoenen’ vervaardigd uit leder. maar toen het plastic verscheen, werd de productie goedkoper en sloot de fabriek.

Het vissersdorp had de eerste schoenenfabriek op Canarias: Calzados Armas, tussen 1938 en 1975.
 fanileiarnaszapateros.png
                Broer en zus: Marina Armas Álamo (‘Nené’) en Valentín Armas Álamo.
De crisis welke in 1973 van start ging, heeft het einde ervan bespoedigd, de fabricaba botas de media caña, en cuero (de schoenenfabriek met hoog in het vaandel de ambachtelijke productie van hoge laarzen en lederen schoenen) speelde zelfs een rol tijdens de draaidagen van speelfims in dat tijdperk, welke men opnam op Gran Canaria. “Luister, men moet weten, dat Agaete een van de belangrijkste, ambachtelijke schoenfabrieken van de eilanden had; maar jongeren weten dit niet meer,” zo laten de kinderen weten van de eigenaar van ‘Calzados Armas’ - Valentín Armas Nuez - van het handelsmerk, dat in 1936 tijdens de volledige nationale omwenteling de beste winsten behaalde.
botas2.pngJuana Trujillo Álamo en haar echtgenoot, Valentín Armas Nuez, de eigenaren van de fabriek.
We spreken met Valentín Armas Álamo Nené’ (`Jongetje’- ‘Jochie’) en Marina, zijn zus. Een derde, Ana, heeft om gezondheidsredenen niet kunnen deelnemen aan het interview, maar haar dochter, Mari Pino Amadar, voert namens haar het woord: "Kijk; Calzados Armas was een sociaaleconomische revolutie die geschiedenis heeft geschreven. Men moet niet alleen de algemene geschiedenis ervan kennen, maar ook de economische, de boekhouding, het beleid voor het vestigen van een economische orde die een tijdperk markeert," zegt zij.

De drie kinderen Armas zijn ruim 890 jaar oud en elk hebben ze herinneringen aan de tijden van de fabriek van ‘pápa’. Toen hij slechts 14 haar oud was, heeft Valentín Armas Nuez - de vader van Nené en Marina - de schoenenhandel overgenomen na het overlijden van zijn vader, Valentín Armas Álamo.

“Wat men fabriceerde waren hoge laarszen en ‘uitgaans’-schoenen, sandalen en ook werklaarzen voor arbeiders en andere ontwerpen, waar meer van is overgebleven in de herinnering, dan fysiek.

“Alles werd vervaardigd uit leder, totdat het plastic kwam, de prijzen daalden en de schoenenfabriek haar deuren moest sluiten,” zo herinnert men.

Nené vertelt, dat de geschiedenis van het familiebedrijf nog in het geheugen van bewoners van het Noorden van Gran Canaria is en van veel andere bewoners van de Canarische Eilanden, en dat men nog steeds spreekt over de comfortabele en duurzame half hoge laarzen. “ik zeg alleen maar,” vertelt hij trots “ dat we midden in de Guerra Civil de meeste zakelijke activiteit hadden, wat dan goed is.”

Mijn vader was een man met een verbazingwekkend zakelijk inzicht wat tot niet minder dan in 1936 leidde tot een ambitieuze omvang; de sluiting volgde in 1973, waarbij het bedrijf ruim 30 jaar actief is geweest.”
grootgroot.pngDe medewerkers volop aan de arbeid; er waren er 48 en - zoals in een van de documentaires wordt verteld - fungeerden er drie ‘senoritas’ (juffrouwen).
bitas4-2.png
Mijn vader was - als zakeman, ondernemer, en werker - een uitstekend voorbeeld, en dat is net zo zeker als de zon waarnaar ik kijk,” vertelt Nené.

Niemand twijfelt eraan, dat zijn oudste zoon, een puber, een impuls heef gegeven aan de schoenenfabriek, die zoveel bedrijvigheid bereikte, dat die van acht arbeiders, werd uitgebereid tot 46 medewekers, “onder wie drie senoritas (juffrouwen).”

Het is 1950. “ Maar over wat voor soort schoenen praten we? Merkwaardig genoeg herrinert men zich in het huis van Nené, dat men - om geld te verdienen - werkte van zonsopgang tot zonsondergang.

"De industrie vorderde op een ongelofelijke manier; de vraag aan de fabriek was zo groot, dat mijn vader nieuwe machines moest kopen en uitbreiden, om te kunnen voldoen aan de vele bestellingen die we kregen; niet alleen van de eilanden, maar ook vanuit Afrika.”

De schoenen waarover we spreken, werden verhandeld om diverse redenen, voornamelijk omdat ze van leder waren, met de hand gemaakt en een lange levensduur hadden, “eeuwig, spectaculair.” Maar ondanks dat het sterke, stevige, wandelschoenen waren, “waren ze ook elegant en comfortabel.”.

De handel bereikte een zodanige omvang, dat vader Valentín regelmatig naar Barcelona reisde, om geschikt, eersteklas materiaal te verwerven, “omdat toen de gehele de Archipel, en ik overdrijf niet, bestellingen deed. Ik was 15-16 jaar oud toen ik begon als kantoormedewerker en ik herinner me, dat het een commerciërle arbeid en activiteit was die me verbaasde in dat tijdperk.”

Met de crisis in 1973 en de sterke concurrentie van de Spaanse schoenenindustrie - met plastic schoeisel, dat minder kostte, ten opzichte van de kwaliteitsschoenen - nam men beslissing de productiehal te sluiten en de overgebleven 11 werknemers te ontslaan.

Bijna het hele proces van de schoenenproductie was altijd handwerk. Met diverse specialisten die schoenen en laarzen vervaardigden uit leder; eersteklas materiaal, dat geïmporteerd werd uit Barcelona. Vanuit Igualada kwamen de gelooide huiden naar Agaete; klaar, om op maat gesneden te worden,volgens de patronen die door Valentín Armas Nuez zelf waren vervaardigd.
BOTAS1.pngWerknemers van de Fábrica de Calzados Armas, in Agaete, poserend op de trappen en in de vensters van het bedrijf.
Film en etalage
Over de crativiteit van zijn vader vertelt Nené Armas de anekdote, dat zijn vader voor de etalage van Calzados Quesada in de Calle Mayor de Triana stond en een vel papier en een potlood tevoorschijn haalde, en een van de ontwerpen van de geëtaleerde schoenen begon te tekenen.

Toen hij werd opgemerkt door Gregorio Quesada, de eigenaar, nodigde deze vader en zoon uit, om in de winkel plaats te mnenen, opdat ze door zouden gaan “en de ontwerper was helemaal niet nerveus.”

Nené lacht trots, omdat hij de zekerheid heeft, dat zijn vader een echte artiest was. Hij bewaart nog steeds enkele schoenen uit die tijd en het bewijs daarvan zijn de foto’s bij dit artikel.

Tegelijkertijd publiceerde zijn vader in een tijdschrift met de naam ‘Piel’ (‘Leder’) de nieuwigheden waarvoor zijn klanten wel interesse zouden hebben.
untitled-61.pngValentín -´Nene´- de zoon van de fabriekseigenaar, toont de daar vervaardigde schoenen; Meer trivia: In 1954 neemt de Fábrica de Calzados Armas deel aan het vervaardigen van schoeisel voor de opnamen van de speelfilm ‘Tirma’, de Spaans-Italiaanse productie, met in de hoofdrollen o.a. Silvana Pampanini en Marcelo Mastroianni, wat vele uren van hard werken opleverde, zelfs op zondag, om te voldoen aan de bestelling. “Stel je voor, wat dat was.”
ZapoatisArmas.jpg

                                   Schoenen gemaakt in de Fábrica de Calzados Armas.
Het meeste geld werd verdiend midden tijdens de oorlog
De geschiedkundige Felipe Enrique Martín Santiago, met een levendige belangstelling voor de schoenenfabriek in Agaete, zegt in een van de zovele documenten die de famile bewaart, “dat Calzados Armas het handelsmerk was in 1936, temidden van de nationale omwenteling, dat toen de beste winsten behaalde.”

En hij voegt toe, “dat vooral het onderzoekswerk, de mondelinge overlevering, een startpunt vormt wat ons een eerste indruk geeft over het onderwerp waarover we het hebben. Het veldwerk, de ontmoetingen, hebben een menselijke kant die ons werk verrijkt; niet op een wetenschappelijke manier, die moet men vasttellen met andere historoische bronnen, maar wel met genegenheid, vol leven, uit ervaring. Deze wil om te leven is de eerste les die we krijgen van de tachtigjarige don Valentín de Armas Álamo, met een middenstandsopleiding, nodig om de boekhouding van de fabriek van zijn vader te kunnen beheren, Calzados Armas, onderdeel van de geschiedenis van Agaete.

En hoewel niet allemaal, lijkt er gelukkig iemnd in de familie te zijn, van de nieuwe generatie, die aangemoedigd is werk te verichten, dat verslag doet van wat er toe leidde, deze zakelijke activiteit te verrichten.
kleurlogoCanarias.png


In de sporen van de Gotiek op Canarias

De Gotische architectuur 
heeft ruim twee eeuwen overleefd op Canarias

CANARISCHE EILANDEN . dinsdag 2 december 2014 - Terwijl in Europa de Renaissance triomfen vierde, was de wereld op de Archipel nog middeleeuws. La Gomera, Gran Canaria en Fuerteventura bezitten schatten als belangrijkste voorbeelden van deze artistieke taal. De twintigste eeuw herontdekt het middeleeuwse verleden en gaf daaraan vorm, zoals de kerk van Sint Johannes de Doper in Arucas.

De Canarische Eilanden, zou men kunnen zeggen, waren anachronistisch (fout tegen de tijdrekening) op artistiek niveau. Het is geen uitdrukking die ontstaan is door het gebruik; het is een realiteit. Na de Conquista (Verovering) van Lanzarote en Fuerteventura aan het begin van de 15de Eeuw tot aan de voltooiing van het proces op Tenerife in 1496, was er geen architectuur die schatplichtig was aan de Gotische wereld.  Terwijl men in Europa al wegen in een ander richting bewandelde: Bruneleschi had in Florence de koepel van de Santa María de las Flores al gerealiseerd en Leonardo da Vinci was een jaar eerder al begonnen aan zijn monumentale Laatste Avondmaal.
01Catedral-Santa-Vegueta-Canaria-Cirenia_EDIIMA20141119_0357_13.jpg
De Kathedrale Basiliek van Santa Ana in de stadswijk Vegueta (Las Palmas de Gran Canaria).
Gaat men terug in het verre verleden, dan is dat naar de wereld van de Normandiérs. Met de herbeleving van de epische reis, die in 1402 Jean de Bethencourt naar de kusten van Lanzarote bracht, doet men dit ook naar het zogenoemde gebied van de Rubicón en naar de eerste architectonische resten van de Eilanden, want de Gotische modellen zijn niet verdwenen, ze mengen zich vaak met de Mudejar-stijl die afkomstig is van het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje). Zo ook werken als de kerk van Santa María in Betancuria, San Juan in Telde, de Kathedrale Basiliek van Santa Ana, of de Torre del Conde op La Gomera die het bewijs zijn, dat op Canarias, het middeleeuwse verleden, op een dagelijks basis met de bevolking samenleeft.

En nu we praten over het verleden… de Gotiek herleefde midden in de 18de eeuw toen men de spiraalvormige toren in Teror bouwde, of de gewelven van de Concepción-kerk in La Laguna. Eeuwen later, midden in de 20ste Eeuw, zien beide bisdommen in deze middeleeuwse taal de beste manier om het verloren geloof te herwinnen in de nieuwe kerkgebouwen. Het is voldoende te herinneren, dat de San Marcos-kerk in Angulo, of de San Juan Bautista in Arucas ons er rekenschap van geven, dat de Gotiek op Canarias zich ruim 500 jaar gehandhaafd heeft.

Een reis die begon in 1402
De herontdekking van de mythische Fortunatae Insulae had een Normandiër in de hoofdrol: Jean de Bethéncourt. Dat was in het jaar 1402 en, destijds, leefden de Canarische oerbewoners in een nagenoeg neolithische maatschappij. Zonder architectonische kennis leefden de inboorlingen in grotten, of in hutten in de beschutting van hun eigen terrein. Het gebrek aan stabiele nederzetting en onderdak zorgde ervoor, dat de Franse veroveraars materiaal zochten in het gebied, om de eerste gebouwen van onze bekende geschiedenis te vestigen.

De traditie wil, dat het in het woestijnlandschap in de buurt van het Papagayo-strand op Lanzarote was, waar het eerste fort van Canarias werd gebouwd, wat door de roodachtige kleur van zijn grond Rubicon werd genoemd. Hier, op dit met lava doorspekte eiland, richt men het eerste religieuze bouwwerk op de Canarische Eilanden op: de San Marcial-kerk, in opdracht van de eerste bekende meester-metselaar op de Archipel, Jean le Maçon (Juan el Albañil = Jan de Metselaar).

Dit eerste kerkgebouw misschien amper een aangebouwde kapel of inbegrepen binnen het fort zelf, breidde men uit en het verkreeg de rang van Kathedraal toen in 1404, Rubicón tot bisdom werd verklaard, dat was onderworpen aan het Bisdom Sevilla. Echter, een groot aantal aanvallen van piraten en plunderingen in loop van deze eeuw putten de resten ervan uit en daarmee kwam er een eind aan het eerste Gotische gebouw van Canarias,

Het voortbestaan van de middeleeuwse wereld ademt echter nog steeds in Teguise, waar in het midden van de 15de Eeuw de Nuestra Señora de Guadalupe- kerk werd opgericht, net zoals zoveel ander kerken op Canarias, hebben branden en pirateninvallen deze diverse keren tot een ruïne gemaakt, en brandde deze voor het laatst in 1909.
02Santa-Maria-Betancuria_EDIIMA20141119_0361_5.jpg                                            De Santa María-kerk in Betancuria.
Na Lanzarote, reisde Bethéncourt naar het buureiland Fuerteventura, waar hij de eerste woonkern van Canarias vestigde: Betancuria. 

Het is in 1424, als Paus Martinus V bij bul dit nieuwe dorpje verheft in de rang van Diócesis de Canarias (Bisdom van Canarias), hoewel dit privilege slechts zes jaar duurde.
Dit was echter geen belemmering voor de Normandiër, om zijn trouwe metselaar Jean le Maçon opdracht te geven een puur Frans, Gotisch kerkgebouw te bouwen, voor welk doel men bouwvakkers uit Frankrijk liet overkomen.

Te lijden hebbend onder piratenaanvallen, lag het in 1993 nagenoeg in puin en begon men met de herbouw ervan, die werd beëindigd in het midden van de 18de eeuw. De sporen van de Gotische wereld kan men echter nog steeds waarnemen in de hoofdboog van de kerk evenals in de klokkentoren. Ook twee venstertjes overleven uit deze 15de Eeuw; misschien wel de enige delen die het vuur hebben overleefd.

Maar praten over Betancuria is ook praten over haar Franciscaner verleden en haar San Buenaventura-klooster, dat een belangrijke heilige als bewaker had: San Diego de Alcalá. Daar was dan de van onschatbare waarde zijnde Fray Juan de Santorcaz; de monnik, die op wonderbaarlijke wijze de patroonheilige van Fuerteventura ontdekte, de Virgen de la Peña, in het interieur van een grot. In de ruïnes van het klooster bewaart men nog steeds overblijfselen van baquetones (korte en lange, slanke gotische pilaren) evenals vensters met spitsbogen. Naast deze locatie is de kapel van San Diego een ander voorbeeld van deze archaïsche artistieke smaak, eveneens geërfd uit de Franse wereld.

Portugese wedren
De geschiedenis heeft bepaald , dat La Gomera Castiliaans (Spaans) werd en niet Portugees, hoewel het eerste uitstapje op het eiland werd gemaakt door Lusitaanse zeilers, ver terug in de vijftiende eeuw.
Het Verdrag van Alcáçovas begrensde het land van Castillië en van Portugal en daarmee bleef - mede om andere redenen - La Gomera in handen van een Heer, genaamd Hernán Peraza; wat het begin was van de zogenoemde Señorío (Heerlijkheid).

Tijdens het proces van samenleven tussen de oerbewoners en de Castillianen, streken veel Portugezen - vooral van Madeira - neer op de Eilanden, vooral landbouwers en, in mindere mate, steenhouwers.  In het geval van La Gomera, was het precies dit contigent, dat op de Archipel de beste benadering maakte met de Portugese kunst. De vormen van de Gotiek in Portugal waren niet bijzonder afwijkend van wat er onder de Reyes Católicos (het Katholieke Koningspaar) gebeurde op het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje). De taal was hetzelfde; de decoratieve motieven, verschillend. Vandaar, dat men deze vereniging - dit samengaan van smaken - gótico atlántico (Atlantische Gotiek) noemde; een benaming, die niet altijd door critici werd gerespecteerd.

Een simpel wandelingetje door de hoofdstad van het Eiland, San Sebastián, is voldoende om zich er rekenschap van te geven, dat in deze stad sommige van de beste exemplaren uit de Gotische Wereld op Canarias overleven.

Van het samenstel aan fortificaties, dat men op Canarias bouwde gedurende de 15de Eeuw, bewaart men alleen nog de Torre del Conde als levende getuige van het middeleeuwse verleden. Opgericht rond het jaar 1450 door Hernán Peraza, was de bouw ervan meer gedacht als bescherming tegen binnenlandse revoltes, dan als bescherming tegen mogelijke maritieme aanvallen. De vierkante vorm, verdeeld in drie secties, bewaart raampjes die verpakt zijn in imposant, dikke muren.
Niet voor niets wordt deze toren omgeven door een palissade. De muren, al ruim 500 jaar intact, hebben piratenaanvallen, plunderingen en rellen overleeft. En niet voor niets beleefde men hier een van de belangrijkste perioden uit de eilandgeschiedenis: de Rebelión van de Gomero’s in 1488, waarbij de opgewonden oerbewoners, na Peraza vermoord te hebben, ook zijn vrouw, Beatriz de Bobadilla, wilden doden, die naar het interieur van de toren vluchtte, en alleen maar de veroveraar Pedro de Vera kon waarschuwen.
De rest van de geschiedenis heeft alleen maar bloedige herinneringen voor de bevolking van La Gomera.

De Nuestra Señora de la Asunción-kerk in San Sebastián is misschien wel het beste model voor het waarnemen van de van oorsprong Portugese Gotiek op Canarias; de gevel - die niet voor 1520 is geconstrueerd - is een duidelijk voorbeeld van de zogenoemde gusto manuelino (Manuel-stijl), of - anders gezegd - afgeleid van vormen uit de tijd van de Portugese koning Manuel I. Als liefhebber van de maritieme wereld waren zijn kransen, ankers en leger-elementen, de esthetische hulpmiddelen welke men hanteerde in enkele specifieke gebouwen zoals het Monasterio de los Jerónimos in Lissabon.  

In mindere mate, maar beantwoordend aan deze smaak, gebruikt de hoofdkerk van La Gomera ook deze maritieme stijl, en wel in de vorm van een spitsboog. De façade completerend met enkele kapitelen, bewerkt in de vorm van bladeren en mensvormen die misschien wel het beste bewijs zijn van de middeleeuwse gevels van Canarias,
03Iglesia-Senora-Asuncion_EDIIMA20141119_0358_13.jpg                                   Iglesia de Nuestra Señora de la Asunción.
Ook aan deze Portugese smaak beantwoordend, zijn de kapitelen van de San Sebastián-kapel  welke in het midden van de 16de Eeuw is gebouwd, maar waar men koorden en kragen kan zien die een herinnering zijn aan de aanwezigheid van Portugese steenhouwers op het Eiland. Daarnaast de spitsbogen die overleven en die een origineel gebouw vormen, dat volgens de traditie is opgericht, om de bevolking tegen mogelijke epidemieën te beschermen en, dat niet voor niets gewijd is aan Sint Sebastiaan, die men aanriep voor het bestrijden van de pest en andere ziekten.

En dan verplaatst de Gotiek zich naar Gran Canaria
Het veroveringsproces van Gran Canaria eindigt in1483 en daarmee begint een snelle verbreiding van de religieuze aanwezigheid, zowel seculier als op reguliere wijze. De kappelletjes, gelegen in bewoonde gehuchten, begonnen vormen aan te nemen zoals die door zowel Andalusiërs, evenals Portugezen, waren meegenomen uit hun landen van oorsprong. Een voorbeeld van deze vorm treft men aan in Telde.

Het is vrijwel zeker, dat waar tegenwoordig de imposante San Juan Bautista-parochiekerrk zich verheft, een kleine kapel van steen en klei stond, en men met de bouw van de nieuwe kerk begonnen moet zijn rond 1520 en bovendien weet men, dat daar de bouwmeester van de kathedraal, Juan de Palacios, werkzaam was.
Spitsbogen, gesneden boogramen, zuilen en kapitelen dompelen de toeschouwer onder in een van de beste voorbeelden van Gotiek op Canarias, waaraan ongetwijfeld het spectaculaire, Vlaamse sculptuur-drieluik moet worden toegevoegd.

Maar er is ook de ingang, met zijn Elizabethaanse bollen; met slangen, minotaurussen, een pelikaan en een koe met een mensenlichaam; maar ook baquetones en kolommen. Vergeet niet het belang van de suiker en de suikermolens waar Telde getuige was van de economische privileges die het zogenoemde oro dulce (‘zoete goud’) opleverde.

Het was uitgerekend de suikerriethandel, onder de Genovees Antonio Cerezo, die de kapel en het drieluik van Las Nieves in Agaete heeft doen ontstaan. Gesticht in 1484 corresponderen de spitsboog, evenals het plafond van de oorspronkelijke constructie, en waar nu nog steeds deze middeleeuwse elementen bewaard zijn gebleven.

Van der Does
Maar keert men terug naar de hoofdstad, naar dat beginnende Real de Las Palmas, dan staat nog steeds het eerste stichtingsmonument overeind; en,met de uitbreiding, het aanbreken van de middeleeuwse wereld.
Voorbeelden daarvan kan men zien in de kapel van San Telmo, vooral in de gevel ervan; en hoewel het zeker is, dat deze beantwoordt aan vroegere modellen, is het idee duidelijk Gotisch.

Eenzelfde voorbeeld treft men aan in de Santo Domingo de Guzmán-kerk, waarvan met de bouw begonnen is in de tweede helft van de 16de Eeuw. Met dit godshuis zag men de piraten komen van de oorlogsvloot van Van der Does, terwijl dat in daaropvolgende Eeuw herbouwd moest worden. Van deze eerste kerk overleven nog steeds enkele gotische baquetones (ranke pilaren) evenals enkele boog vensters. Opnieuw, getuigen uit de tijden van de stichting van de stad.

Wandelend door Vegueta, staat daar als stille getuige van het leven in Las Palmas de Kathedrale Basiliek van Santa Ana, het Opus Magnus van de Gotiek op Canarias, de grote artistieke schat van de Archipel. Binnen haar muren, in het interieur, kan men zich verplaatsen naar het middeleeuwse verleden van enkele, op artistiek en misschien wel op sociaal niveau, anachronistische Eilanden (als fout legen de tijdrekening, voorstelling die niet in een bepaald tijdvak thuis hoort).
Een Kathedraal, gebouwd in opdracht van Bisschop Muros door architecten van de destijds al Sevilliaanse metropool. Voor de Eredienst geopend in 1570 - hoewel nog steeds niet afgebouwd - kan men zeggen, dat de bouw ervan, met haar bogen en ribben opkijkend naar de hemel, nog minstens vijftig jaar in beslag neemt.
04San-Juan-Bautista-Arucas_EDIIMA20141119_0359_13.jpg                            De Sint Johannes de Doper-parochiekerk in Arucas
Santa Ana wilde als jongste dochter van het Sevilliaanse hoofdkwartier, in omvang de meest glorieuze van de Spaanse kathedralen zijn. Zo had zelfs Koningin Juana aanbevolen, die naar dit Real de Las Palmas talrijke steenhouwers en bouwmeesters van Sevilliaanse oorsprong stuurde. 

Na via haar neoclassicistische gevel het interieur betreden te hebben, maakt men een reis in de tijd, terug naar de 16de Eeuw. De drie even hoge beuken, de afwezigheid van een rondgang haar tien cilindervormige pilaren met een veelhoekige basis die de aangrenzend pilaartjes ten Hemel verheffen en die eindigen in grote geribde drieledige koepels, voegen een groeiende staat van extase toe die men ongetwijfeld voelt bij het bewonderen van de warmte van de kleuren van licht dat op elk moment van de dag speels door de vensters valt.

Herinnerd moet worden, dat in 1599 de aanval van de Hollandse Viceadmiraal Pieter van der Does catastrofaal was voor de Kathedraal, want men verloor diverse kunstwerken evenals een groot deel van de archieven. Men moest wachten tot de 18de Eeuw om de bouwwerkzaamheden hervat te zien worden met Diego Nicolás Eduardo aan het hoofd, die de kruisvorm, het hoofdaltaar en de koepel ervan voltooide; terwijl de beeldhouwer Luján Perez de opdracht kreeg de neoclassicisme gevel uit te voeren. Zo is het grote religieuze gebouw van Canarias een compendium van verschillende stijlen, maar vooral, het interieur is een ware lofzang op de late Gotiek.

Het overleven van de Gotiek in de 20ste Eeuw
Als de 20ste Eeuw de verdeling brengt van het toenmalige enige Diocees, had elk Bisdom de volledige vrijheid opdracht te geven tot het bouwen van haar toekomstige godshuizen. Ze gaan echter allen iets gemeenschappelijks hebben. Men zet in op de terugkeer naar de middeleeuwse wereld, welke men in Frankrijk de Revivals gaat noemen en die Canarias bereikt als Neogotiek.

Dat is de uitleg waarom Arucas een van de meest spectaculaire godshuizen van Canarias heeft, de San Juan Bautista (Sint Johannes de Doper) parochiekerk.

Gebouwd tussen 1908 en 1977 is de kerk een ware lofzang op de middeleeuwse wereld vervaardigd uit grijs basaltsteen verkregen uit de nabijgelegen steengroeven. Vier imponerende gevels bewegen zich tussen veelhoekige torens met zuilengangen.
Het is alsof plotseling een grote Franse, gotische kathedraal op Gran Canaria herleeft. Een van de beste voorbeelden van deze bouwstijl die ook geluk had op eilanden zoals Tenerife (in Icod) en op La Gomera (Hermigua, Agulo en Vallehermoso).

Deze bouwwerken zijn opgedragen in het eerste decennium van de 20ste Eeuw aan Antonio Pintor, architect van het Bisdom. Hij was niet erg enthousiast over deze eclectische smaak, maar realiseerde echt interessante oplossingen, zoals in de Neo-Byzantiinse koepels van de San Marco-kerk in Agulo. Ook de gotische stijl van de 20ste Eeuw kan men traceren in de kerk van San Isidro in Arucas, die gebouwd is tussen 1923 en 1928.

Deze rondgang langs de Gotiek op Canarias is een retourreis die ruim 500 jaar in beslag neemt, van 1402 tot 1977, pinakels, luchtbogen, spitsbogen en geribde gewelven hebben overleefd op de Archipel in lijn ment andere, artistieke talen zoals de Renaissance en het Barok.

De Canarische Eilanden, genesteld in het hart van de Atlantische Oceaan, zijn een teken, dat de middeleeuwse geest misschien wel geen onbekende is in onze tijd, de eeuwen overlevend zijn het tegenwoordig sporen om te bezoeken op een denkbeeldige reis langs hun godshuizen.
kleurlogoCanarias.png


Van de feesten naar de kantoren

De driekleur met de zeven groene sterren geboren in ballingschap in Algerije, viert zijn 50-jarig bestaan

CANARISCHE EILANDEN - maandag 27 oktober 2014 - “Un mar azul que brille/con siete estrellas verdes/el amarillo en tus trigales/ y el blanco en tus rompientes” (“Een blauwe zee /met zeven groene sterren/ het geel van je tarwe/ en het wit van je golven in de branding”), zingt Taburiente in ‘Ach-Guañac’, een van hun meest bekende nummers. Een hymne, als eerbetoon aan de driekleur met de zeven groene sterren, icoon van de Canarische onafhankelijkheidsbeweging en het embleem, dat een halve eeuw geleden is geboren in ballingschap in Algerije.

De vlag - sinds haar ontstaan een symbool van rebellie en, ‘antikoloniale strijd’ - wordt eindeloos gehesen tijdens volksfeesten op de Eilanden en heeft zelfs de officiële kantoren weten te bereiken van de Canarische Regering. De afgelopen week wapperde deze bij diverse instanties en, dat wel, ontstak de controverse.
 
De manifestatie op zaterdag 25 oktober 2014 in de straten van San Cristobal de La Laguna, op Tenerife.
  
                        MPAIAC.                   Cubillistische Onafhankelijkheidsvlag:
                                                          (een vlag bevlekt met onschuldig bloed)
                                                                                  Zie:
http://grancanariadoramas.wordpress.com/2010/08/02/un-juzgado-de-tenerife-avala-el-calificativo-de-terrorista-a-cubillo
.
Op 22 oktober 1964 heeft de van Tenerife afkomstige advocaat Antonio Cubillo in Algerije de Movimiento por la Autodeterminación y la Independencia del Archipiélago Canario (MPAIAC) (Beweging voor Zelfbeschikking en Onafhankelijkheid, van de Canarische Archipel) opgericht en heeft de driekleur aangenomen welke geïnspireerd is op de die van de organisatie Canarias Libre, hoewel in de blauwe baan in het midden zeven groene vijfpuntige sterren zijn opgenomen. Ze zijn cirkelvormig geplaatst, om de gelijkheid van de eilanden te duiden op een ondergrond van blauwe zee.
 
                 Antonio Cubillo (* 3 juni 1930 -  10 december 2012).
 
Gedurende vijftig jaar heeft het embleem ‘gedanst’ op romerías (offerandeprocessies) en volksfeesten, zoals dat van La Rama in Agaete, van El Charco in La Aldea en van zovele andere op de Archipel, met het lied: ‘Me gusta la bandera’ (‘Ik mag de vlag’).

De vlag heeft, niet zonder controverse, de sprong gemaakt naar de kantoren van de overheid en heeft gewapperd op openbare gebouwen. Deze vlag is ook gebruikt als teken van protest bij elke manifestatie en men heeft deze gezien, vooral, op protestbijeenkomsten tegen de beslissing van de Spaanse Overheid de proefboringen naar aardolie goed te keuren in de wateren nabij Fuerteventura en Lanzarote.

Op woensdag 22 oktober 2014 heeft men de 50ste verjaardag van de driekleur met de zeven groen sterren gevierd. 500 onafhankelijken hebben deelgenomen aan een mars door het centrum van La Laguna - aldus de Policía Local (Gemeentepolitie), terwijl een groep personen zich verzamelde bij Playa Chica op de zeeboulevard van Las Canteras in Las Palmas de Gran Canaria.
 
De omstreden driekleur op het Gemeentehuis van Arrecife, op donderdag 22 oktober 2014.
De 50ste verjaardag van de vlag met de zeven sterren  is ook enkele dagen eerder al herdacht door andere demonstranten in El Reducto, in de Marina de Arrecife, waar men ook een  herinneringsplaquette heeft aangebracht ter ere van Secundino Delgado, die bekend staat als ‘el padre de la patria canaria’ (‘de vader van het Canarische vaderland’). Het hoofdstedelijke Gemeentebestuur heeft zich aangesloten bij de Día de la Bandera (Dag van de Vlag) en heeft op donderdag 22 oktober 2014 de officiële stadsvlag, de Spaanse en die van de Deelstaat gestreken, om de met sterren voorziene driekleur te hijsen.

De beslissing van de burgemeester, Manuel Fajardo, van Coalición Canaria (CC), heeft ongenoegen opgeroepen bij zijn collega’s van de PSOE in het Gemeentebestuur, die de nationalisten beschuldigen van het zich “eenzijdig en grillig” gedragen, terwijl ze tegelijkertijd hun respect betuigen aan de grondwettelijke vlaggen.

Eenzelfde beeld was te zien in het Cabildo (Eilandbestuur) van Lanzarote, waar deze week de nationale vlag werd uitgestoken uit een venster van de tweede verdieping aan de voorzijde, net achter de officiële vlaggenmasten van het Eilandbestuur, die Pedro San Ginés, van CC, regeert met de steun van de socialisten.

Een andere vertegenwoordiger van CC, de burgemeester van Tinajo, Jesús Machín, heeft verordonneert jaarlijks de vlag met de zeven sterren te hijsen midden op het stadhuisplein tijdens de Marcha Blanca (Witte Mars), “om alle bedevaartgangers te ontvangen,” ter gelegenheid van de festiviteiten.

Maar dit zijn niet de enige geschillen geweest met betrekking tot de vlag. Al in november 2007 zag een publicatie het licht over de toenmalige directeur-generaal Sportzaken, Álvaro Pérez Domínguez, van de Canarische Regering, die trots de onafhankelijksheidsvlag toonde in zijn kantoor aan de Calle Muga, samen met de grondwettelijke en het institutionele wapenschild.

Het bericht veroorzaakte een revolutie in het politieke landschap van de Eilanden. Het bereikte zelfs het Parlement wegens het schenden van de wetgeving, die het gebruik van de vlaggen regelt, namelijk die van:
- de Spaanse Grondwet,
- de Vlaggenwet.
- het Statuut voor Zelfbestuur van Canarias.
          

 'Cubillo is met zijn MPAIAC verantwoordelijk voor de vliegramp op Los Rodeos': 
Een leugen duizend keer herhaald... wordt waarheid.
In rood: Een stelling, waarmee de nabestaanden van de slachtoffers van de KLM/American Airways-vliegranp op de luchthaven 'Los Rodeos'  (Noord Tenerife) het absoluut oneens zullen zijn. (Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vliegtuigramp_van_Tenerife).

 
Achtergronden
Wat is de oorsprong van de onafhankelijkheidsvlag? Die vindt zijn oorsprong in de driekleur welke is verschenen in de straten van Teror op de vooravond van de feestelijkheden ter ere van de Virgen del Pino op 7 september 1961. Men heeft toen tussen de twee- en drieduizend van deze papieren vlaggetjes laten maken en die werden door de Movimiento Canarias Libre (Beweging Canarias Vrij) te kennen gegeven, als symbool voor de Eilanden. Onder de protestanten bevonden zich die avond o.a. Armando León, Manuel Bello, Arturo en Jesús Cantero Sarmiento; en  Manuel Vizcaíno, die zich met hun actie blootstelden aan gevangenisstraffen tot wel 15 jaar, zoals de geschiedkundige en 80-jarige Rafael Delgado herinnert, die auteur is van een boek waarin hij het protocol en het gebruik van het insigne vastlegt.

Het ontwerp van die vlag komt overeen met de familie Cantero Sarmiento, de moeder, María del Carmen Sarmiento Valle en twee van haar zonen, Arturo en Jesús.

Volgens Delgado dankt men de verticale plaatsing van de banen aan republikeinse vlaggen, zoals de Franse, die deze positie hebben, opdat er geen kleur boven de andere staat, en zijn ze overgenomen uit de provincievlaggen van Santa Cruz de Tenerife en Las Palmas.

De eerste keer dat de onafhankelijkheidsvlag wapperde, was in 1976, tijdens een manifestatie in Santa Cruz de Tenerife. Gedurende ruim een decennium daarna, was het dragen of het ontvouwen van de vlag reden tot vervolging. Aanvankelijk was het vervaardigen ervan, hetzij van papier, hetzij van stof, een grote inspanning, het werk van de, van La Gomera afkomstige, José Miguel Ramos Noda, die hielp met de verspreiding ervan, men begon de op canvas gedrukte vlag in 1980 in te voeren, dankzij enkele nationalistische Catalaanse vrienden.

                        Het officiële wapen van de Canarische Eilanden
In de geschiedenis van de Eilanden zijn er in totaal zes vlaggen geweest, die geprobeerd hebben het gevoel van canariedad (Canarische eigenheid) te verenigen; todat men in 1982 het wapen erin opneemt, in het kader van de goedkeuring van het Estatuto de Autonomía (Statuut voor Zelfbestuur).



                                 
                              De ontwikkeling van de Canarische vlag(gen). 
Daarom zou men terug  moeten gaan tot 1907, toen het Atheneum van Agure een marineblauwe vlag hees met zeven witte sterren geplaatst in de ligging op de kaart van de eilanden. Deze is ‘onder druk’ teruggetrokken, maar men heeft die hersteld in 1925, bij het oprichten van de Partido Nacionalista Canario (PNC), zo legt de geschiedkundige José María Rivera uit. 
                                    
                                ↑ República Independiente del Atlántico ↓ 
    
In de jaren 50 hebben de Movimiento Independencia de Canarias en de República Independiente del Atlántico twee vlaggen geprojecteerd maar zonder succes.

In 1961 voert Canarias Libre een vlag in Teror, “die het volk zich al snel eigen maakt,” en vervolgens, in 1964, lijft Curbillo de groene sterren in, “vanwege Afrikaanse invloed.”

Politieke partijen zoals Nueva Canarias en CC voeren deze vlag op hun congressen, waardoor het embleem er in is geslaagd, om van instrument van enkele politieke organisaties, “een symbool van het volk te worden, die dit geaccepteerd heeft als eigen,” zo is José María Rivera van mening.

Om een einde te maken aan de versnippering van de collectieven, wil Frepic-Awanyak samen met MPAIAC en Congreso Nacional de Canarias de onafhankelijkheidsbeweging hergroeperen en zal men in het eerste kwartaal van 2015 een congres houden, zo heeft de algemene secretaris van Frepic, Tomás Quintana, laten weten, in de overtuiging, dat in de peilingen, “de oppositie het gevoel van onafhankelijkheid’ heeft wakker gemaakt,” en het gebruik van de vlag die de ‘antikoloniale strijd’ belichaamt. 
Soortgelijke taal, die president Rivero uitkraamt, als hij het heeft over de:
- ‘koloniale behandeling door de Spaanse Regering’, 
- ‘verdediging tegenover de Staat,
- ‘gedeelde soevereiniteit’. 
kleurlogoCanarias.png


Zarapito, Crónicas de Canarias

Een vermakelijke manier om  kennis te maken
met de geschiedenis van de Eilanden

CANARISCHE EILANDEN - maandag 8 september 2014 - De auteur Luis Pérez Aguado heeft zijn boek ‘Las aventuras de Zarapito, Crónicas para Canarias’ gepresenteerd, dit is een vermakelijke manier voor de allerjongsten, om kennis te maken met de geschiedenis van de Canarische Archipel.

De tekst gaat vergezeld met illustraties die getekend zijn door Justo Pérez Aguado en wordt soms begeleid door een anachronisme (zonde tegen de tijdrekening), wat als doel heeft, via humor de geschiedenis dichterbij te brengen, en tegelijkertijd belangstelling voor de inhoud te wekken.
 
De tekst - die pretendeert serieus te zijn - prikkelt ook de fantasie via een parodie op de illustraties die deel uitmaken van goed gecombineerde didactiek (onderwijskunde), waarmee men wil bereiken, dat de kinderen de ware geschiedenis van de Eilanden leren kennen en deze zich eigen maken.

Het boek van uitgeverij Anroart ligt in de boekhandels. 
kleurlogoCanarias.png


Amaro Pargo
een 
Tinerfense en internationale piraat

LA LAGUNA - zondag 10 augustus 2014 - Ondanks dat hij een vooraanstaande kaper was, is het leven van Amaro Pargo relatief weinig bekend. Een bedrijf dat videospelletjes ontwerpt heeft een DNA-studie gefinancierd naar de corsair die geboren is in La Laguna. De navigator is erin geslaagd om grote stukken land te nemen in en rond La Laguna. Men zegt, dat de piraat uit La Laguna altijd aan de armen dacht, aan wie een deel van zijn buit schonk.

Het unieke leven van de corsair Amaro Pargo, dat in de vergetelheid is geraakt, verdient het herinnerd te worden, het gaat om een van de plaatselijke historische personen die door de tijd uit het geheugen zijn geraakt en verbannen naar de achtergrond, hoewel hij in zijn tijd een grote populariteit genoot en als sociaalvoelend werd beschouwd. Een vooraanstaand bedrijf in video-spelletjes heeft bijgedragen aan de herlancering van een steeds internationaler bekend wordende Lagunero.

                                     Een geschilderd portret Amaro Pargo.

Dat de figuur van Amaro Pargo in vergetelheid is geraakt, is bijna net zo gewoon als die van plaatselijke historische personen, slechts doorbroken door enig onderzoekswerk, een verjaardag, een krantenpagina, of een cultureel of educatief project.

Maar veruit gaat het om een van de in zijn tijd meest bekende Spaanse kapers. De avonturen van dit personage uit de 17de en de 18de Eeuw zijn weinig bekend.

Sinds enkele maanden is, geheel onverwacht, het videospelletjes-bedrijf Ubisoft, de ontwerper van het populaire ‘Assassin’s Creed’ (zie: https://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=wzBJPOcmke0) overgegaan tot het bekostigen van het opgraven en bestuderen van de stoffelijke resten van de Tinerfense zeeman, die begraven ligt in de Santo Domingo de Guzmán-kerk in La Laguna.

Het klinkt raar, maar het doel is, het verrichten van DNA-onderzoek en het maken van een getrouw portret; om hem, waarschijnlijk, te introduceren als personage in deze legende die wereldwijd kan rekenen op ruim 50 miljoen spelers.

Deze onverwachte wending in het verhaal van Amaro Pargo - wiens naam in werkelijkheid Amaro Rodríguez Felipe was - doet zich voor als de ontwikkelaars van de Ubisoft-videospelletjes, bij onderzoekswerk en documentatie, stuitten op een corsair en zakenman met aanzienlijke invloed tijdens de zogenoemde “Gouden Eeuw van de piraterij”.

Amaro Pargo had een bewogen leven, roem en rijkdom, en was misschien wel net zo belangrijk als de piraten Blackbeard en Francis Drake, maar de tijd heeft hem naar de achtergrond verdreven.

Amaro Pargo werd geboren in La Laguna op 3 mei 1678 en overleed op 14 oktober 1747.  Hij behoorde tot een gezin, dat gevestigd was in de stad en woonde aan het Plaza de San Cristóbal en dat veel eigendommen bezat. De adel in zijn omgeving kon niet voorkomen, dat het einde van zijn jeugdjaren werd gemarkeerd door sterk groeiende piraterij op Tenerife, dankzij de ligging van Canarias en de steile rotskusten. Dat leidde er uiteindelijk toe, dat hij begon als leerling (piraat).

 Volgens de uitleg van Manuel Fariña, professor Amerikaanse Geschiedenis aan de Universiteit van La Laguna, in zijn boek: 'La evolución de una fortuna indiana: d. Amaro Rodríguez Felipe' (‘De ontwikkeling van een Zuid Amerikaans fortuin, don Amaro Rodríguez Felipe’), wist de uit La Laguna afkomstige kaper grote winsten te behalen uit de Canarisch-Amerikaanse handel, aangezien hij zich niet alleen beperkte tot het vervoeren van alleen maar emigranten, of vracht met bestemming Las Indias (Zuid Amerika), maar zijn winsten herbelegde in de landbouwproductie van het eiland via zijn talrijke landerijen in Tegueste, Tejina, Geneto en El Rosario.

Daar plantte hij malvasia-wijnstokken, stookte hij brandewijn en produceerde er graan, fruit en grasland. Men becijfert, dat hij kon rekenen op 800 fanegadas aan droog land verspreid in en rondom La Laguna.

In de parochiekerk Santo Domingo de Guzmán bevindt zich het graf van Amaro Pargo.

Het begin van Amaro Pargo in de zeilvaart wordt gemarkeerd door een beetje intelligentie en anderzijds door geluk.

Het is in 1701 als het schip ‘Ave María’ - waarop hij was ingescheept als luitenant - wordt geënterd door piraten. Niet gehinderd door zijn jeugdigheid, raadt Rodríguez Felipe aan, dat het beste is een overgave te simuleren; een plan, dat uiteindelijk perfect werkt.
Het gevolg daarvan was het begin van zijn onafhankelijke activiteit, want als teken van dank, schenkt de kapitein hem zijn eerste schip, waarmee hij begint met koopvaardij en rijk worden.

De kunstgeschiedkundige Antonio Francisco Regalado twijfelt er niet aan, het belang van dit personage te benadrukken, die hij kwalificeert als ‘de grote weldoener’ van de gewijde kunst en de Semana Santa (Goede Week) in La Laguna: “Amaro Pargo speelde een grote rol in de koopvaardij aan het eind van de 17de en het begin van de 18de Eeuw, wat maakte, dat hij een fortuin verwierf, dat hij deels besteedde aan het artistieke mecenaat. Twee goede voorbeelden daarvan zijn een zilveren urn met een afbeelding van de Overleden Christus en de draagbaar in de processie van La Soledad van de Santo Domingo-kerk, twee heel goed vervaardigde stukken,” zo bevestigt hij.

“Deze donaties zijn het resultaat van zin religieuze devotie, dezelfde die hem goddelijke hulp doet vragen tijdens storm op volle zee. In die zin moet de goede relatie benadrukt worden die hij heeft met Sor María de Jesús (de non, Zuster María van Jezus)", merkt de deskundige op.

Met het ontvangen van de kaperbrief, van de toenmalige koning, wordt hij corsair (kaper/piraat) wat hem toestaat zich te mengen in zeeslagen en vijandige schepen te enteren, zoals de Engelse en Hollandse schepen die hij tegenkomt op zijn handelsreizen naar La Habana (Havanna-Cuba).

Ondanks het uitoefenen van een dergelijk twijfelachtig beroep, was Amaro Pargo een vriendelijk persoon die altijd aan de armen en de achtergestelden dacht, aan wie hij een deel van zijn buit gaf. Niet voor niets kwam hij ertoe, om tijdens een vergadering van het Cabildo (Eilandbestuur) van Tenerife, te vragen om een nieuwe munt, voor het verbeteren van de situatie in de samenleving.

 Eigendommen
Amaro Rodríguez bezat een vijftigtal huizen, de meeste in La Laguna en Santa Cruz, hoewel hij ook eigenaar was van verpachte panden en landgoederen.

In 'El corsario Amaro Pargo' - het boek van de schrijver en journalist Domingo Barbuzano over dit personage, staat, dat zijn woonadres was gevestigd in de Calle Real (tegenwoordig de Calle San Agustín), het meest adellijke van Aguere destijds; “in deze straat, met andere aangrenzende woningen, heeft op 6 oktober 1724 de luitenant kolonel Matias Bosa de Lima zijn woonplaats gekozen welke hem bij akte is toegekend die verleden is voor de notaris Juan Antonio Sánchez de la Torre.
De woning grenst aan de voorzijde aan de Calle Real en aan de achterzijde aan de Calle del Tambor - tegenwoordig Calle Bencomo - […]
Het huis is verworven voor 50.000 reales via zijn gevolmachtigde, de kapitein Cayetano de Espinosa y Torres, zo staat het in dit onderzoekswerk; met afstand, het meest complete over het leven van de zeeman.

Een van de meest aan Amaro Pargo gelieerde panden, is het huis, dat staat in de Machado-wijk, in de gemeente El Rosario; slachtoffer van voortdurende, hedendaagse plunderingen voor het ontdekken van een veronderstelde schat, die nooit gevonden is, en waarvan sommige stemmen opgaan, dat die zich zou bevinden in het gebied rond de cueva (grot) van San Mateo, in Punta del Hidalgo; of in de buurt van Los Roques de Anaga.

De verhalen tussen realiteit en fictie helpen bij het samenstellen van een nog typische karakter van de kaper en maken, dat het niet vreemd is, dat het bedrijf van videospelletjes Ubisoft een onderzoek heeft gestart, hoewel Rodríguez Felipe wat tijdperk en geografie betreft, niet past in de legende 'Assassin's Creed', die zich enkele jaren na de dood van de kaper afpeelt en uitsluitend in de Caraïben (terwijl de Tinerfeño dit gebied verbindt met Cádiz). Hoe dan ook, de studie, samen met de echtheid van deze navigator, nodigt uit te denken, dat die zal worden opgenomen in het video-spel.

Deze grafsteen is verwijderd door de onderzoekers van de
Universidad Autónoma van Madrid.

Dit onderzoek is uitgevoerd door een team van de Universidad Autónoma van Madrid (UAM), die in november 2013 de grafsteen hebben verwijderd in de nabijheid van de toegangsdeur van de Santo Domingo-kerk.

Dit project heeft geresulteerd in een video waarin men de eerste stappen van het proces laat zien.
”We staan op het punt te beginnen met het herstellen van Amaro Pargo. Het is veel meer dan het herstellen van zijn stoffelijk overschot; het gaat om het herstellen van de herinnering aan een personage, een zeeman, een kaper aan het eind van de 17de, begin 18de Eeuw; een buitengewoon personage, dat veel verder gaat dan zijn stoffelijke resten,” zo wordt in de video aangegeven door de directeur van het laboratorium voor forensische archeologie van de UAM, Ángel Fuentes,  die o.a. wordt vergezeld door de mededirecteur en archeologe van Arqueomedio, de voor Erfgoed verantwoordelijke van het Bisdom Tenerife en, een van de nakomelingen van Amaro Pargo. 

Bij de impuls die het spel heeft gebracht, heeft zich een initiatief van het Ministerie van Toerisme van de stad van La Laguna aangesloten, dat een paar maanden geleden heeft besloten , toeristen in het VVV-kantoor van het Casa de los Capitanes welkom te heten met  de opvoering van een theaterstuk met Amaro Rodríguez als hoofdpersoon.

 Ook een groep studenten van de Technische Architectuurschool van de Universiteit van La Laguna richt hun afstudeerproject op het huis in Machado, en men heeft een klein boekwerk gepresenteerd, getiteld ‘Amaro Pargo, el pirata de Tenerife’ (‘Amaro Pargo, de piraat van Tenerife’) dat Balbina Rivero heeft gepubliceerd. Een soort wedergeboorte van de

corsair, die nog waardevoller zou kunnen zijn als, uiteindelijk, dit personage opgenomen zou worden in het video-spel.

El Rosario vraagt, dat men actie onderneemt in het huis van Amaro Pargo
Het Gemeentebestuur van El Rosario heeft op 4 februari 2014 een motie aangenomen waarin men het Cabildo (Eilandbestuur) van Tenerife - de bevoegde instantie voor het conserveren en onderhouden van het historisch erfgoed van het Eiland - verzoekt, dat men de nodige actie onderneemt voor het conserveren van het huis, dat Amaro Pargo had in de omgeving van Machado. Het gaat om een pand, dat in juni 2003 is verklaard tot Interés Cultural (BIC)  (Cultureel Erfgoed) in de categorie Historisch, gelijktijdig met de ermita (kapel) van Nuestra Señora van El Rosario en de oude weg naar Candelaria.

De Calle Obispo Ruiz Cabal, voorheen Calle Nueva, is gebouwd door de kaper.
In die raadsvergadering, heeft de wethouder van Cultuur, Werkgelegenheid en Lokale Ontwikkeling, Ana María Hernández, opgemerkt, dat de Gemeente heeft voldaan aan de bevoegdheden welke men heeft gedelegeerd voor wat betreft erfgoed.

In feite is deze kwestie aangekaart door de wethouders van El Rosario via een voorstel, dat is gepresenteerd door de woordvoerder van de Partido Popular-fractie (PP), José Manuel Medina, wat unaniem is aangenomen. Het voorstel van de PP stelt versterking en reparatie van daken en muren voor, evenals controlemaatregelen bij de toegang, om de voortdurende plundering te voorkomen.
kleurlogoCanarias.png


De geschiedenis van een kindertehuis

Het Santa Rosa-weeshuis, dat het eerste hotel van Telde wil worden, is 100 jaar in gebruik geweest 
als hospitaal en kindertehuis

TELDE - maandag 7 juli 2014 - De geschiedenis van nummer 4 in de Calle Licenciado Calderín houdt rechtstreeks verband met de jongste bewoners van Telde; met een groep kinderen, die bescherming van de overheid nodig had. Maar voordat het een casa hogar (opvangcentrum) was, was het zelfs een hospitaal. Dit is de geschiedenis ervan.

Op de gevel van het herenhuis prijkt een gedenksteen die op 4 juli 2001 is aangebracht door de Gemeente Telde, nu 13 jaar geleden. Daarmee herinnert men het intellectuele karakter van een van de bekendste notabelen van de stad. Dr. Gregorio Chil y Naranjo, schrijver, mecenas en onderzoeker van het verleden van de Eilanden die, om maar iets te noemen, een filantropisch en charitatief karakter had. Maar de gedenksteen meldt niet, dat het pand een van de vele eigendommen is van de wetenschapper en wat hij bij testament heeft nagelaten als kindertehuis Santa Rosalia, waarvan zijn weduwe de voogdes was, totdat het - in 1913 -is opgeheven.

Casa Hogar Santa Rosalía, waarvan de gevel in de jaren 70 is hersteld door het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria

Het pand in de Calle Licenciado Calderín is tegenwoordig van betekenis, omdat de huidige eigenaar - het Museo Canario, de wetenschappelijke maatschappij die door Chil zelf is opgericht - het wil herstellen, en men in het pand een eerste hotel van Telde wil vestigen. De culturele instelling is er, geteisterd door de crisis, in geslaagd een investeerder te vinden die bereid is hier een project van te maken dat haalbaar lijkt.

Maar voordat het zover is, zal men moeten wachten totdat het Departement van Sociaal Beleid, van het Cabildo (Eilandbestuur), het pand vrijgeeft en overgaat tot de verhuizing van het Centro de Acogida Inmediata (CAI) (Nood-Opvangcentrum) voor jongeren, dat daarin gevestigd is. En vervolgens zal de Gemeente de arena betreden, voor het bevorderen van de verandering van het gebruik van het complex, met de wijziging van het Algemene Bestemmingsplan.

Oorspronkelijke zou het ‘casa cuna’ (‘kindertehuis’) niet als zodanig in gebruik zijn. Gregorio Chil wilde dat in zijn geboortehuis - waar hij op 13 maart 1831 ter wereld kwam - na zijn dood en die van zij echtgenote, een ziekenhuiscomplex zou worden ingericht. De arts is in 1901 gestorven en 12 jaar later is zijn echtgenote overleden.

Het Museo Canario erfde het eigendom en vroeg het Gemeentebestuur, de wil van deze grote man uit te voeren.
De lokale overheid weigerde, zwaaiend met een unaniem genomen Raadsbesluit, wat belette, dat men deze taken ging uitvoeren. Het meest opmerkelijke is, dat de begunstigden in de erfenis van Chil een veiling organiseerden voor het uitvoeren van de laatste wil van de wetenschapper en, om onverklaarbare redenen, de stad voor hetzelfde koos.

Gedurende tien jaar heeft de Gemeente het huis - gedoopt met de naam Santa Rosalia, ter ere van de moeder van de arts - beheerd, “hoewel men er geen peseta voor heeft betaald,” zoals op dinsdag 1 juli 2014 in herinnering is gebracht door de conservator van het museum, Diego López.

In 1923 - een decennium na het ontstaan van de Cabildos (Eilandbesturen) - is het, dat het Grancanarische Bestuur besloten heeft, deze taak op zich te nemen, waaraan een einde kwam, toen in 1969 dit Orgaan zich wendde tot de eigenaar van de voorziening en meedeelde, dat het niet langer nodig was een dergelijk hospitaal te hebben in de stad van de faycanes, rekening houdend met de aanstaande opening van het Hospital Insular.

Het Cabildo was toen voorstander van de mogelijkheid, om in het pand - dat geen bescherming geniet - een weeshuis te vestigen. De beheerders van het Museo Canario vonden dit verzoek aanvaardbaar, “omdat het niet in strijd was met het sociale doel wat Gregorio Chil y Naranjo aan zijn bezittingen wilde geven.”

Zo vindt in 1979 een ingrijpende verbouwing van het pand plaats en begon het te functioneren als weeshuis en opvoedingsgesticht, totdat het in 1979 de bestemming kreeg die het nu heeft; een nood-opvangcentrum voor jongeren in de leeftijd van 0 tot 15 jaar.

Het eilandbestuur heeft in 2013 het Museum met een bedrag van €100.000,= gecompenseerd voor het gebruik, dat men bijna een halve eeuw gegeven heeft aan dit pand. Nu gaat het een andere toekomst tegemoet.
kleurlogoCanarias.png


Overleden:
Francisco Pérez Sánchez,
de aimabele en populaire 
Kiko Gelina’

SAN BARTOLOMÉ DE TIRAJANA - woensdag 26 maart 2014 - In de leeftijd van 81 jaar is Francisco Pérez Sánchez, beter bekend als ‘Quico Gelina’, verleden, en met hem verdwijnt een van de meest populaire en aimabele persoonlijkheden uit het sociale stadsbeeld van Maspalomas.

Onder grote belangstelling van buren en belangstellenden uit de wijde omgeving heeft de uitvaart van Kiko plaatsgevonden op woensdag 26 maar 2014, om 16:45 uur vanuit het drukbezochte Tanatorio (Rouwcentrum) van Maspalomas, naar de Parochiekerk van San Fernando, waar men de rouwmis heeft opgedragen en van daaruit naar de Pedrazo-begraafplaats. Wij betuigen onze deelneming en condoleren zijn familie.


IN MEMORIAM
Francisco Pérez Sánchez, 
Quico (Kiko) Gelina
'
1933 - 2014

De aimabele Kiko was en is een beetje van iedereen, volksbezit, en vormde een onlosmakelijk onderdeel in de totstandkoming van de geschiedenis van Maspalomas.

Talloos zullen de anekdotes en gemeenschappelijke verhalen zijn die dezer dagen de ronde zullen doen over Kiko, met de zekerheid, dat na zoveel jaren, iedereen deze zal vertellen met een glimlach en grote toegenegenheid.

De bijnaam ‘Gelina’ heeft Kiko gekregen vanwege de voornaam van zijn moeder en van een van zijn zussen, Angelina. We weten, dat om de kleintjes uit elkaar te houden, men vroeger de naam van de moeder toevoegde, in dit geval: “Kiko el de Angelina” (“Kiko, hij van Angelina”).

Vanaf vandaag kan men beginnen met het schrijven van het verhaal van Kiko en van anekdotes die velen zullen proberen zich te blijven herinneren, omdat Maspalomas personages nodig heeft die nooit helemaal door iemand vergeten worden.

 Hoewel men jarenlang vertrouwd was met Kiko en zijn grappen, zeker op hoogtijdagen, vooral tijdens de  Patroonsfeesten van Maspalomas, ter ere van San Fernando; is het paradoxaal genoeg, dat het de jeugd en de kinderen van tegenwoordig zijn die hem het meest zullen missen, want ze droegen hem een warm hart en veel genegenheid toe.

Persoonlijkheden
Aan het gezegde, “door de bomen kun je het bos niet zien,” kan men in dit verband een wending geven en dit veranderen in “het bos laat je de bomen niet zien”.  En dit, omdat het grote bos waarin Maspalomas sociaal en cultureel demografisch is veranderd, de mensen verhindert de bomen-personages te zien die de fundering hebben gelegd voor deze veelkleurige samenleving, waarvan men tegenwoordig geniet.


En als men spreekt over ‘Persoonlijkheden’, dan mag men hen niet vergeten die dit voor het volk geweest zijn en die de genegenheid van iedereen genieten; die - zonder jaloers op ze te zijn - worden geëerd met standbeelden, vernoemingen van straten en pleinen en ander eerbetoon; zoals: Pepe Caña Dulce, Francisco Castellano (Pepe Monagas), Andrés el Ratón, Lolita Pluma, enz.
kleurlogoCanarias.png


Bravo vraagt overbrenging stoffelijk overschot 
van Fernando Guanarteme
naar Gran Canaria

GRAN CANARIA -  maandag 30 december 2013 - De president van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, José Miguel Bravo de Laguna, heeft de Bisschop van Tenerife, Bernardo Álvarez, gevraagd, zich te willen uitspreken over de bestudering van het stoffelijk overschot van Fernando Guanarteme, voorheen Tensor Semidán genoemd, en de overbrenging naar het eiland waar hij geboren is.

Bravo de Laguna  heeft dit verzoek officieel per brief gedaan, waarin hij  benadrukt, dat de overbrenging naar  zij geboorte-eiland van de stoffelijke resten van  de laatste Koning van Gran Canaria, Fernando Guanarteme, “een verzoek is, dat kan bogen een lange traditie, hoewel men de stappen, om  dit te bereiken, nooit heeft kunnen zetten.”
 
                   José Miguel Bravo de Laguna.                        Tenesor Semidán,
                                                                                       (
Fernando Guanarteme),
                                                                                        (Fernando el Católico),

Het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria heeft een verzoek ontvangen, “de procedure in gang te zetten voor het bestuderen, en in het geval dat, de overbrenging van de stoffelijke resten,” van Fernando Guanarteme, voorheen Tenesor Semidán genoemd. Hij was de laatste Guanarteme (Koning) van Gáldar tijdens de Conquista (Spaanse Verovering) en werd gedoopt met de naam Fernando el Católico (Ferdinand de Katholieke).

                                                 Tenesor Semidán.
“Dit personage, van unieke, historische betekenis en geboren op Gran Canaria,” zou zijn begraven in de oude La Concepción-kerk en nadien zou zijn stoffelijke resten zijn overgebracht naar de Ermita de San Cristóbal (Sint Christoffel-kapel) in La Laguna, op Tenerife, “waar deze klaarblijkelijk tot op de dag van vandaag verblijven,” zo laat Bravo de Laguna weten in zijn brief; zo heeft het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria laten weten in een communiqué, dat is uitgegeven op maandag 30 december 2013.
 
     De
conquista (verovering) van het Guanartemato (Koninkrijk) Galdár.

Om deze reden, en als “eerste stap”, heeft de president van het Cabildo van Gran Canaria uitgelegd, dat het Eilandbestuur “graag kennis zou nemen van de mening van het Bisdom om vervolgens, als dit zo is, de toepasselijke procedures te volgen die zijn vervat in de Ley Canaria de Patrimonio Histórico (Canarische Wet op het Historisch Erfgoed), waaronder het voorleggen van dit verzoek aan de Comisión Mixta (Wederzijdse Commissie)."

De lijnen waarlangs het voorstel van het Cabildo van Gran Canaria moeten worden uitgewerkt en voor het vragen van toestemming aan het Diócesis Nivariense (Bisdom Tenerife), betreft de opening van het graf en het herstel van de skeletresten die daarin worden aangetroffen, om vervolgens bio-antropologisch geduid te worden.

In het geval men skeletresten aantreft, zou men - na het verkrijgen van relevante documentatie -DNA-monsters moeten nemen en deze vergelijken met het genetische profiel van nog levende nakomelingen van deze historische figuur.

Als de stoffelijke resten van Fernando Guanarteme zouden zijn, “zou men uiteindelijk kunnen gaan zoeken welke formules het meest toepasselijk zijn,” opdat men, “toestemming geeft,” deze over te brengen naar Gran Canaria.

Jose Miguel Bravo de Laguna verduidelijkt in zijn brief, dat de werkzaamheden zullen worden uitgevoerd in overeenstemming met de geldende wetgeving op het culturele erfgoed en met wetenschappelijk protocollen die worden gebruikt in de opgraving en de forensische identificatie.

De kosten die dit met zich mee zal brengen, zullen worden gedragen door het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria.
kleurlogoCanarias.png


Leonardo Lantigua:
een heel leven in dienst van Fontanales

De Gemeente Moya vernoemt de toegangsweg
naar Aguas de Fontanales naar Leonardo Lantigua

MOYA - zaterdag 29 december 2012 - José Cristino Lantigua Lantigua, beter bekend als Leonardo Lantigua, is een 90-jarige inwoner van Fontanales die verantwoordelijk is voor het nemen van initiatief voor, en het uitvoeren van, talrijke werkzaamheden in het openbaar belang die zijn gerealiseerd in de gemeente Moya.

Na als vrijwilliger in Ceuta verrast te zijn door de Guerra Civil (Spaanse Burgeroorlog 1936-1939), versterkt hij zijn karakter in de voorste linies van het slagveld, dat hij in opdracht van de Generale Staf verlaat, omdat hij de jongste is van drie broers. Hij keert terug naar huis en hervat zijn werkzaamheden op het land een wordt met een enorm charisma een leider is de buurt, op voorspraak bij de Gemeente, om zijn buren te helpen.


José Cristino Lantigua Lantigua.

Nu gaat de toegangsweg naar het gebied Aguas de Fontanales zijn naam dragen, ter ere van het vele werk, dat hij voor de gemeenschap heeft verricht.


Aguas de Fontanales.

Geboren op 25 december 1919 in het gebergte van La Villa de Moya, is Leonardo het tiende kind van de elf kinderen die Juan en Jacinta hebben gekregen. Hij is opgevoed in El Tablero, op een boerderijtje van honderd fanegadas (een eenheid in landmaat welke varieert van 0,50 tot 0,70 hectare) in Montaña Pajaritos, in het gebied, dat bekend staat als Lomo El Marco, een van de mooiste landschappen in de gemeente Moya en van heel Gran Canaria. Op deze afgelegen plaats woonde voor hem zijn vader, en zijn vaders vader, en de vader van de vader van zijn vader, enzovoorts tot zover het geheugen van de stamboom reikt.

Het leven in Pajaritos tijdens de eerste helft van de Twintigste Eeuw is een hard bestaan, met honger en ellende. De familietraditie volgend, wijdt Leonardo zich aan het hoeden van koeien en schapen, het planten van aardappelen en millo (maïs) en sorribar (het bouwrijp maken van akkers c.q. bouwgrond) voor de landbouw en de veeteelt, om te voorzien in het eigen levensonderhoud in dat tijdperk. Hij heeft nauwelijks een school bezocht. Het enige onderwijs dat hij heeft genoten, is gegeven door José Mateo, een buurman uit de herinnering, bij wie hij, als het vee eenmaal op stal was en de jonge herder vrijaf had, ’s avonds lessen volgde in de beginselen van lezen en schrijven.

Zijn leven speelde zich af op het platteland en tussen het vee, als hij op zijn 17de besluit zich aan te melden as vrijwilliger bij de militie, een nuttige manier in die periode, om de toekomst tegemoet te zien en te ontsnappen aan de honger. En daar, in 1936, als vrijwilliger in Ceuta, wordt hij totaal verrast door het uitbreken van de Guerra Civil Española (Spaanse Burgeroorlog).

desmotivaciones-mx-guerra-civil-espanola-enfrentamiento-entre-los-partidarios-de-la-r-espaola-contra-los-militares-133583245285.large.jpg

Net als zoveel ander jongeren uit Moya, belandt Leonardo Lantigua in de frontlinies. In de strenge winter in Aragón, in de loopgraven van de Borgeroorlog, waar zijn persoonlijkheid is gevormd, onder nationalisten en roden, met de kou, de honger, de angst en het gevaar van de dood dichtbij, smeedt men waarden zoals broederschap en solidariteit, die hem tijdens die verschrikkelijke ervaring vergezelden, en sindsdien, voor de rest van zijn leven.

“Als ze me vermoorden, ben ik maar een dood schuldig,” zegt hij tegen zichzelf, om zich moed den dapperheid in te spreken. De voorzienigheid haalt hem uit de oorlog. Zijn broers Juan en Eulogio strijden ook aan het front en de Generale Staf van het Leger vindt het niet goed, dat de drie broers daara gelijktijdig aanwezig zijn en hun leven in de frontlinie op het spel zetten. Teveel risico voor het moreel van de troepen. En, omdat hij de jongste van de drie is, wordt hij naar huis teruggestuurd.

Als de oorlog voorbij is, keert hij terug in het leger, om de dagen vol te maken die ontbreken, om af te kunnen studeren. Opnieuw in Noord-Afrika, dit keer in Larache. Zijn ervaring met dieren en het beheersen van het mennen van paarden levert hem een positie op als voerman en als zodanig doet hij Tetuan, Tanger en andere steden aan in het toenmalige Spaanse protectoraat in Marokko. Een heel avontuur voor een eenvoudige zoon van het gebergte op Gran Canaria.

moyapanoramica.large.jpg

Op een vrije dag in 1942, trouwt Leonardo Lantigua met Isabel María Arencibia Montesdeoca, een meisje uit Valsequillo en wonend in Aguas de Fontanales, dat hij kort daarvoor heeft leren kennen tijdens een van de wandelingen in de imposante barrancos (ravijnen, met torenhoge rotswanden en kliffen) van het gebied. “Meisje,  met die mooie jurk die je draagt, zal je op een dag van mij zijn;” zo herinnert hij zich, gezegd te hebben toen hij haar voor het eerst zag. Ze hebben acht kinderen gekregen, allemaal geboren en getogen in Fontanales.

Want zodra hij in staat was om de milities te verlaten, is Leonardo als boer teruggekeerd naar het land. Koeien houdend, akkers bewerken, grotten en waterbassins uithakkend heeft Leonardo onophoudelijk gewerkt; tot voor kort, omdat zijn spieren en gewrichten het niet meer mogelijk maken.

Als een eerbaar, respectvol man van zijn woord - zoals een groot deel van de bevolking op het platteland van Moya hem kent - is Leonardo decennia lang een trouw dienaar van zijn dorp. Vanwege zijn grote reputatie, verworven tijdens zijn verblijf in het Leger, heeft hij kunnen bemiddelen bij de burgerautoriteiten, de militaire leiding en de kerkelijke overheid voor het oplossen van problemen van zijn buren, hij heeft bemiddeld voor contracten, bij het verkrijgen van hulp en subsidies en bij het oplossen van conflictsituaties. Hij is een buurtleider met een enorm charisma.

De ervaring en moed in extreme situaties die hij heeft opgedaan in de oorlog, zijn ook nuttig in tijden van isolatie en gebrek aan medische zorg. Zo wordt Leonardo vijftig jaar geleden bij toeval verpleegkundige en zelfs verloskundige en heeft hij bij meer dan een geboorte assistentie verleend op dit platteland van Gran Canaria. Hij omarmt als eerste veel kinderen die nu grijze haren krijgen in Fontanales en omgeving.

Leonardo is vooral iemand die zich interesseert voor het algemeen belang. Hij neemt deel in de collecte voor de bouw van de nieuwe kerk in Fontanales, die gebouwd wordt in 1974 ter vervanging van de honderden jaren oude kapel, die tegenwoordig bewaard wordt als Cultureel Erfgoed. Hij schenkt eigen grond aan de Gemeente, om de weg te kunnen aanleggen die toegang geeft tot La Montañeta en tot Agua de Fontanales, die nu nog dienst doet voor tientallen buren. Hij schenkt grond voor de uitbreiding van de begraafplaats van Fontanales met 60 nieuwe nissen; en ook staat hij stukken land af die zij eigendom zijn, voor het oplossen van problemen met overstromingen op de begraafplaats, of voor het aanleggen van een nieuwe toegangsweg.

José Cristino “Leonardo” Lantigua, is een nobele, hardwerkende en gulle man, geliefd in heel Fontanales. Een voorbeeldige zoon van La Villa de Moya, met wiens naam, als eerbetoon aan zijn levenswerk, de Gemeente besloten heeft de hoofdweg te vernoemen welke toegang geeft tot het gebied van Aguas de Fontanales.
kleurlogoCanarias.png


6 december Nationale Feestdag
Día de la Constitución

SPANJE - donderdag 6 december 2012 - 6 december is als de Día de la Constitución (Dag van de Grondwet) een Nationale Feestdag in Spanje. Op deze dag wordt herdacht, dat in 1978 de huidige Grondwet is opgesteld, een belangrijk feit, dat elk jaar herdacht wordt. De grondwet, ook wel Carta Magna genoemd, is opgesteld nadat dictator Franco 1975 is overleden en er in Spanje een nieuwe democratie is gevormd.

Het is de eerste Día de la Constitución voor Mariano Rajoy als premier van Spanje. Op 21 december 2011 is Rajoy ingehuldigd als opvolger van José Rodríguez Zapatero, die daarvoor zeven jaar de regeringsscepter heeft gezwaaid. Onder het PP-leiderschap is de ene bezuiniging de andere opgevolgd en veel Spanjaarden merken dit in hun portemonnee, maar hoe dan ook, 6 december is een datum die nog lang gevierd zal worden, omdat dit een mijlpaal is in de Spaanse geschiedenis.

cfinst.large.jpg

Grondwet
De Spaanse grondwet is in 1978 door maar liefst 92% van de Spanjaarden goedgekeurd in een referendum. De nieuwe Grondwet voorziet in een constitutionele monarchie en erkent de multiculturele samenleving in Spanje. Tegelijk stelt deze, dat Spanje ondeelbaar is. Er ook al is er snel kritiek gekomen op de vaagheid en dubbelzinnigheid ervan, is deze Grondwet toch het uitstekende raamwerk gebleken voor de overgang naar de democratie zoals die momenteel in Spanje is gevestigd.
kleurlogoCanarias.png


Simón Bolívar had Guanche-bloed

SANTA CRUZ DE TENERIFE - Simón Bolívar is een universeel personage. Zijn betekenis gaat veel verder dan zijn eigen leven. Hij is overleden in  1830 maar alle landen in Latijns-Amerika zijn doordrongen van zijn ideeën. Er is veel geschreven over zijn heldendaden. Hij was de architect van de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog tegen het Spaanse Rijk en, zoals gezegd, er stroomde Guanche-bloed door zijn aderen. Een genealogische studie wijst uit, dat de Liberator (Bevrijder) twee Canarische oerbewoners onder zijn voorouders heeft gehad en, dat hij rechtstreeks afstamt van de stichter van La Villa de Garachico.

Men zou al eens gesproken hebben over zijn Canarische afkomst. Maar nu, dankzij een studie, die is verricht in opdracht van het Instituto Genealógico van Venezuela, is het duidelijk, dat onder de voorouders van de bekende Libertador, minimaal, twee vrouwelijke, Canarische oerbewoonsters geweest moeten zijn.


Simón Bolívar (1783-1830) : portret en wassenbeeld
 

De directeur van het Centro de Documentación de Canarias y América (Cedocam), Manuel Hernández, heeft recentelijk vanuit Venezuela de resultaten meegebracht uit het complete genealogische rapport van de Venezolaanse militair en politicus. “Het is de eerste keer, dat men met duidelijkheid spreekt over de voorouders van Bolívar. “In de Geschiedenis zijn  perioden geweest, dat men voorbij is gegaan aan de natuurlijke kinderen, en vandaar ook, dat men geen bekendheid heeft gegeven aan deze Guanche-afstamming,” zo legt te Tinerfense geschiedkundige uit.

Volgens het rapport heeft de held van de Amerikaanse nationalisten via de familielijn van zijn moeder ten minste twee vrouwelijke afstammelingen van Canarische oerbewoners. Want Bolivar was, op de eerste plaats, net als de meerderheid van de Venezolaanse bevolking, een mesties, waarin sporen zijn terug te vinden van Portugal tot Italië.

Men moet tien generaties terug in de tijd gaan, tot aan de periode van de Conquista (Spaande Verovering), om in de stamboom van de bekende Venezolaanse politicus Canarisch oerbewoners- bloed te vinden

Simón Bolívar stamt rechtstreeks af van de stichter van La Villa de Garachico: Cristóbal de Ponte, die, ondanks dat hij gehuwd was met Ana de Vergara, een buitenechtelijke relatie had men de oerbewoonster  Juana Gutiérrez. Het was gebruikelijk, dat de Guanchen Castiliaanse namen  kregen, nadat ze katholiek gedoopt waren.

De andere Guanche-lijn plaats zijn herkomst op het eiland Lanzarote. Het gaat om Maciot de Bethencourt,  neef van de conquistador (veroveraar) van Lanzarote, Fuerteventura en El Hierro, Jean de Bethencourt.

Maciot, uiteindelijk de eerste gouverneur van het eiland, huwde met de beeldschone prinses Teguise, wat een van de verhalen is die het best is bijgebleven uit de periode van de Conquista. Opnieuw en afstammelinge van de oerbewoners in de stamboom van de bevrijder.

“Maar er zijn misschien zelfs nog wat meer onbekenden, geeft  Manuel Hernández te kennen. In de door de Venezolaanse geschiedkundigen bestudeerde documenten komen diverse voorouders voor, die heel goed overeenkomst zouden kunnen hebben met de Canarische oerbewoners. “Dit is het geval met een zekere Inés die in 1525 in La Laguna (Tenerife) verbleef en die getrouwd was met Domingo Pérez de Soto, maar van wie men de voor- en achternaam niet heeft kunnen verifiëren.,” zo voegt de directeur van Cedocam toe.

Deze uit de oertijd afstammende familieleden van  Bolivar zijn, wat men in de genealogie noemt, de achtste generatie voorouders. De volgorde van voorgangers begint met padres (ouders), abuelos (grootouders), bisabuelos (overgrootouders), tatarabuelos, (over overgrootouders),  vierde generatie grootouders, vijfde generatie grootouders, enzovoorts.

STAMBOOM

N
= Geboortejaar
F
= Jaar van overlijden

Vanaf de vierde generatie grootouders van Bolivar beginnen Canarische namen te verschijnen. Van Francisco de Rebolledo y Villavicencio, een van de eerste burgemeesters van  Caracas, tot de uit La Laguna afkomstige Juan Ascanio y Guerra.

Met elke voorgaande generatie vermenigvuldigt zich de Canarische aanwezigheid in de stamboom van Bolívar, enkele voorbeelden zijn:
- Juan de Ponte (1540, Garachico),
- Tomás de Ponte (1547, Garachico),
- Agustín de Herrera y Rojas (Gáldar),
- Martín Ascanio y Nieves (Tenerife)
- Diego Sarmiento de Ayala (Lanzarote)

"Feit is, dat de tweede achternaam van zijn voorvaderen Canarisch zijn: De Ponte en Blanco", zo concludeert de historicus die in dienst is van het Organismo Autónomo de Museos y Centros de Tenerife.

Het boek ´El nudo deshecho´ (‘De knoop ontwart’) volgt de volledige genealogie van de Liberator
Alle gegevens over de voorouders van de Liberador (Bevrijder) van wat tegenwoordig Bolivia, Colombia, Ecuador, Panamá, Perú en Venezuela is, zijn verzameld in het enkele maanden geleden in Venezuela gepresenteerde  boek  ‘El nudo desecho’ (‘De knoop ontwart’), van Antonio Herrera. Maar  men heeft niet gesproken over de resultaten op Canarias, ondanks de belangrijkheid van zijn conclusies voor de geschiedenis van de  Archipel. “Ik heb  de  studie van Venezuela amper tien dagen geleden meegenomen,” zegt Manuel Hernández, de directeur van Cedocam.


De presentatie in Venezuela van het boek 'El nudo deshecho´
.

Dit rapport bevat akten van overlijden en notariële protocollen uit het Provinciaal Historisch Archief van Santa Cruz de Tenerife, die men afwisselt met spectaculaire verhalen over de voorouders van de voormalige president van Gran Colombia, de door hem bedachte ideale natie voor een militair en politiek verbond, dat het huidige Colombia, Ecuador, Panamá en Venezuela omvatte.

“Er zijn altijd theorieën geweest die gebaseerd zijn op racistische basis, over de afkomst van Bolivar,” legt de Tinerfense geschiedkundige ui. Met deze studie, zo bevestigt hij, “ heeft men vastgesteld, dat de enige Afrikaanse voorouders die hij  had,  Canarische zijn.”

Zijn tegenstanders hebben altijd gespeculeerd over zijn zwarte afkomst en zijn supporters beroepen zich op zijn Baskische naam ter verdediging van de puurheid van zijn bloed. De Guanche-afkomst van de bevrijder is niet meer, dan een voorbeeld, maar wel significant voor het belang, dat de Canarische emigratie heeft in Latinoamérica (Latijns Amerika).
kleurlogoCanarias.png


De wonderlijke Guanche-namen

CANARISCHE EILANDEN - vrijdag 20 juli 2012 - Steeds vaker geven Canario’s hun zonen en dochters de namen van hun verre  voorouders. Het is niet vreemd, dat de bewoners van de Canarische Archipel hun zonen en dochters dezelfde namen geven als die, welke de Guanchen* tot voor 500 jaar geleden droegen.  In Canarische gezinnen komt men namen tegen zoals Aíram, Guayarmina, Iballa, of Romen. Zonder, dat daar tegenwoordig niemand meer van opkijkt, omdat het mooie namen zijn die telkens meer gebruikelijk zijn.

*Het verdient de voorkeur het beter geschikte woord - Guanche - te gebruiken om een volk en een taal te duiden, dan een ander woord te bezigen zoals “aborigen” of “oerbewoner”. Daarom gebruiken wij hier het woord Guanche in dezelfde zin als men Nederlander in Nederlander gebruikt, of Italiaan in Italië. Per slot van rekening, heeft men dit al eeuwenlang gedaan.


                  Guanche-koningen ten tijde van de Spaanse Verovering.



G

ALFABETISCHE LIJST VAN GUANCHE-NAMEN:

Abenaura
Vrouwennaam - Gran Canaria.

Abentahar
Mannennaam - Gran Canaria.
Naam van een krijgsman.

Abian
Mannennaam - Gran Canaria.
Edelman, of guayre van Telde die zich bezig hield met de strijd tegen de conquistadores. Voor de conquista was hij beroemd om zijn opstandigheid en zijn aanvallen op de bezittingen die de Castillianen hadden veroverd op de Guanchen.

Acaymo
Mannennaam - Tenerife.
Mencey van de Tacoronte-stam. Zoon van Rúmen en neef van Tinerfe el Grande. Leefde ten tijde van de reconquista van Tenerife. Zijn volledige naam luidde Acaymo Daniaga en, na gedoopt te zijn, werd hij Fernando Tacoronte genoemd.

Acerina
Vrouwennaam - La Palma.
Was de vrouw van rey (koning) Duarte.

Adargoma
Mannennaam - Gran Canaria.
Deze naam betekent: “ rotsrug” (“adarg” = rug risco = rots) en men noemde hem  zo, omdat zijn kalmte wist te bewaren, Hij was een beroemde guayre (edelman) van het guanarmato (koninkrijk)  van Gáldar, streed tegen de conquistadores (veroveraars)  en nadien nam hij deel aan de verovering van Tenerife, samen met Alonso Fernández de Lugo.

Afache
Mannennaam - Lanzarote.
Wordt genoemd als een man van Lanzarote die ging praten met Gadifer de la Salle, om Heer van het Eiland te worden. In plaats van Guadarfía. Toen hij dit eenmaal had bereikt, vocht hij tegen de Europeanen, die uiteindelijk werden verslagen. Onderzoeker Sabino Berthelot noemt hem “Atche”, of “Atchen”, terwijl onderzoeker Chil y Naranjo hem “Ache” noemt.

Afur
Mannennaam - Tenerife.
Naam van een kapitein van de Bencomo. Ook bestond er een man genaamd Afur, van het menceyato (koninkrijk) Anaga, die de naam had, een grote dief te zijn. Hij wordt nu nog steed genoemd door M. A. Fariña, vandaar het gezegde: “Hij is een grotere dief dan Afur.” Momenteel bestaat er een gehucht in Anaga met de naam Afur.

Agoney
Mannennaam – La Gomera.
Naam van een krijgsman. Op Tenerife bestaat een man genaamd Agona en op La Palma een mencey (koning) genaamd, Aganeye wat wil zeggen: “Afgehakte arm”.

Airam
Mannennaam - La Palma.
Het enige bekende gegeven is, dat hij een man van La Palma was die gedoopt is in de stad Sevilla.

Alguin-arguin
Mannennaam - Gran Canaria.
Koning van Zuidelijk gebied van Gran Canaria. Nig steeds draagt een dorp zijn naam (Arguineguín) in de gemeente Mógan.

Ancor
Mannennaam - Tenerife/Gran Canaria.
Kapitein die familie was van mencey (koning) Bencomo, heel waardig vanwege zijn moed. Ook wordt hij genoemd als naam die afkomstig is van Gran Canaria.
 
Andamana
Vrouwenhand - Gran Canaria.
Deze naam is de licht gewijzigde naam van een van Tenerife stammende vrouw.


Añaterve
Mannennaam - Tenerife.
Neef van Tinerfe el Grande en zoon van Acaymo, was mencey (Koning) van Güimar in 1494. Bencomo, de mencey (koning) van Taoro, vocht tegen hem, op beschuldiging, dat hij zichzelf verkocht aan de conquistadores (de Spaanse veroveraars) die hem “Añaterve el Bueno” noemden.

Arafo
Mannennaam - Tenerife.
Was een kapitein van Bencoma, maar er bestond ook een andere Tinerfeño met dezelfde naam, die woonde in de vallei van Güimar en hij was beroemd, om zijn weerstand en omdat hij snel kon hardlopen.

Arecida
Vrouwennaam - La Palma.
Volgens onderzoeker F. Duarte: “Een inheemse prinses van het kanton Tiglate, vermoord door een avonturier die afkomstig was van El Hierro en genaamd Jacomar.”

Aridani
Mannennaam - Tenerife.

Armiche
Mannennaam - El Hierro.
Hij was de koning van de Herreños (bewoners van el Hierro) aan het begin van de 15de Eeuw. Hij werd bedrogen door Juan de Bethencourt, die tegen hem zei, dat als hij zich zou overgeven, hij als vriend behandeld zou worden, maar hij werd gevangen genomen en tot slaaf gemaakt.

Arminda
Vrouwennaam - Gran Canaria.
Dochter van Ganache Semidán en nicht van Fernando Guanarteme, de Spanjaarden noemden haar Almendrabella. Zij werd op 8-jarige leeftijd wees in 1472.

Artemy/Artemys
Mannennaam - Gran Canaria.
Hij was faycán van telde en broer van de guanarteme. Toen hij werd gedoopt kreeg hij de naam Diego.

Atidamana
Vrouwennaam - Gran Canaria.
Inheemse Koningin. Onderzoeker Berthelot noemt haar ook: “een vrouw van Tenerife.”

Augerón
Mannennaam - El Hierro.
Broer van koning Armiche van El Hierro die, slaaf geweest zijnde van de Andaluciërs en van de Vizcaïnos, in handen viel van Juan de Bethencourt. Deze gebruikte hem als tolk bij zijn overeenkomsten met Armiche.

Ayoze
Mannennaam - Fuerteventura.
Hij was de koning van Gandía, een van de koninkrijken van Fuerteventura, hoewel onderzoeker Castillo zegt, dat hij de koning van Maxorata was, het Noordelijke deel van het eiland.

Belicar
Mannennaam - Tenerife.
Hij was de zoon van Chincanayro en mencey van Icod ten tijde van de conquista. Hij vocht tegen de conquistadores in een alliantie met de menceyatos (koninkrijken) van Daute, Adeje en Abona. Toen men hem doopte, gaf men hem de naam Juan Martín de Icod en zijn echtgenote noemde men Catalina Machado. Uit dit huwelijk werd een zoon geboren, Sebastián Imoba.

Belmaco
Mannennaam - La Palma
Naam van een vorst op het eiland, die men niet kan dateren en van wie men niet weet tot welke stam hij behoorde. Deze naam komt overeen met die van een barranco (vallei/ravijn) op La Palma en met die van een grot welke nabij het dorp Mazo ligt welke overvloedig inheems gesteente bevat.

Benartemi
Mannennaam - Gran Canaria.

Bencomo
Vrouwennaam - Gran Canaria.

Bencomo
Mannennaam - Tenerife.
Zijn volledige naam was Imoba Bencomo en hij was koning van Taoro, ten tijde van de conquista verzette hij zich heftig tegen de conquistadores, waarbij hij erin slaagde deze diverse malen te verslaan. Tijdens zijn koningschap regeerden er negen menceyes, die hij de titel van Quehevi de Tenerife toekende.
De dichter Antonio de Vaina schreef over hem: “Van lichaamsbouw was hij elegant/robuust, corpulent en reusachtig/zeven el lang en men zei zelfs, dat hij tachtig tanden en kiezen had….”

Hier een opmerkelijke guanche-uitspraak, welke is aangeleverd door D. Gregorio Chil y Naranjo: “achit guanoth mencey reste bencom.” Dit wil zeggen: “Leve Bencomo, onze heer en onze steun.”

Bencomo was de broer van de gewaardeerde Tinguaro en had drie kinderen die een lange lijn van opvolging vormden: Ben Tahod (Bentor), Dácil en María Bencomo.

De naam was ook al enkele jaren populair bekend als “Benhomo”, voor welke naamgeving voor- en tegenstanders te vinden zijn. In de toekomst zal mogelijk duidelijk worden, welke keuze de beste naam is.

Beneharo
Mannennaam - Tenerife.
De twee laatste koningen van Anaga droegen deze naam en de jongste van hen streed tegen de Castillianen. Hij had drie kinderen Enrique, Guajara en Guacimara. Bij Ossasuna en Saviñon lezen we: “Men zag het koninkrijk Anaga bezet door Bencaharo, virtuoos en liefdadige prins.” Hij werd gedoopt als Pedro de los Santos, als dit echter goed is opgetekend door Rosendo García Ramos.

Beneharo
Mannennaam - Gran Canaria.
Daarvan zegt Abreu Galindo: “Een versterkte plaats genaamd Bentayga, naar welke de moedige Canario Bentayga werd vernoemd. Het mag duidelijk zijn, dat dit niet de Bentayga is (de naam van een rots), maar Bentagay, hij die prins, of guayre (edelman) was en een beroemde, moedige strijder.

Bentejuí
Mannennaam - Gran Canaria.
Toen de guanarteme van Gáldar zich overgaf aan de Spanjaarden trok Bentejuí, zoon van de guanarteme van Telde, zich met de zijnen terug tot aan het Fortaleza de Ansite om daar de ultieme slag te leveren. Eenmaal daar, zag hij, dat elke tegenstand zou leiden tot de dood van allen, daarom koos hij ervoor, om zich in de diepte te werpen, onder het uitroepen van: Atistirma! Hij verkoos liever het leven te verliezen, dan de vrijheid.

Tomas Marín y Cubas zegt, dat de Spanjaarden de gewoonte opgevat hebben, om Tasartico naar Bentejuí te vernoemen. Moderne historici zijn teruggekeerd, om het bij de oorspronkelijke naam te noemen.

Bentor
Mannennaam _ Tenerife.
Zoon van Bencomo, werd mencey van Taoro toen zijn vader stierf, zette de strijd voort met de indringers. Men zegt, dat hij heel sterk was, behendig en immuun, net zoals tijdens de spelen die gehouden werden in Anaga, bij het springen met een stok van een lengte van twaalf palmos, dat wil zeggen ongeveer 3 meter. Hij trad in huwelijk met de zuster van de mencey van Abonioa, met wie hij twee kinderen kreeg. Men weet niet met zekerheid, of hij zichzelf het leven heeft willen benemen, door van de kliffen van de Tigaiga af te springen (Los Realejos) of, dat hij dit overleefde en werd gedoopt met de naam Cristóbal Hernández de Toaro, of Tahodio.

Chaxiraxi
Vrouwennaam - Tenerife.

Chimbaya
Mannennaam - La Gomera.

Cathaysa
Vrouwennaam - Tenerife.
Zij werd in het jaar 1494 verkocht als slavin naar de stad Valencia en verder heeft men geen gegevens.
Opmerkelijk is, dat de bekende Canarsiche zanger Pedro Guerra een mooi lied heeft opgenomen met de titel: “Cathaysa.”

Chavender
Mannennaam - Gran Canaria.
Was een faycán of priester van Gáldar.

Chimboyo
Mannennaam - La Gomera.
Deze naam is terug te vinden in de Archieven van het Vaticaan (Registratura Vaticana).
De naam komt voor in een manuscript als naam die toebehoort aan een man van La Gomera. Dit is de zinsnede: “Petro Chimboyo duci in Insula Gomere commoranti.”

Chincanayro
Mannennaam - Tenerife.
Hij was de zesde zoon van Tinerfe el Grande. Hij kwam in opstand tegen zijn broers en stichtte het koninkrijk Icod. Zij zoon Belicar (of Pelicar) volgde hem op.
In het dorp Icod de Los Vinos heeft men een folkloristische groep opgericht met de naam: “Los Chincanaryos”, er bestaan enkele plaatopnamen van deze groep.

Dácil
Vrouwennaam - Tenerife.
Prinses, dochter van de mencey Bencomo en zuster van Bentor. Zij trouwde met Adxoña, mencey van Abona en kreeg een dochter genaamd Catalina Bencomo en er volgde nog een lange lijn van opvolging. Haar naam werd vervolgens omgedoopt tot Mencía Bencomo.

Over haar vertelt men het volgende:

“Prinses Dácil, of Dácila, was het favoriete kind van Bencomo. Zij was waanzinnig verliefd op Duriman el Montañes. Maar met de komst van de Spanjaarden, raakte kapitein Gonzálo del Castillo verliefd op haar en had de gelegenheid haar alleen te spreken.

Duriman was achterdochtig, jaloers en wanhopig tegelijk en vroeg, of men de Raad bijeen wilde roepen, die werd voorgezeten door Bencomo en de hogepriester.

- “Zeg wat je wilt zeggen,” zei de koning tegen Duriman.

-“ Ik vraag u, wat voor straf is er voor de vrouw die  in haar eentje praat met een man?

- “Die wordt ingemetseld,” antwoordde de vorst.

- “Wel, die straf verdient uw dochter vanwege het in haar eentje praten men een man, die
   bovendien ook nog eens de vijand van het vaderland is.”

En Bencomo, die nooit aan de wet tornde, metselde zijn dochter in: En als zij nadien in vrijheid is gesteld, dan is dit te rechtvaardigen, omdat er ter plaatse ooggetuigen waren van de conversatie.”

Dadarmo
Mannennaam - Tenerife.

Dafraoramas
Mannennaam/Vrouwennaam - Lanzarote

Doramas
Mannennaam - Gran Canaria.
Hij was een edelman van Gáldar en zijn naam betekent ‘brede neus’. Aan het hoofd van zijn manschappen bood hij weerstand aan de troepen van Pedro de Vera (de veroveraar van Gran Canaria), maar hij wilde een bloedvergieten voorkomen, daarom daagde hij de sterkste soldaat van zijn tegenstanders uit, om man tegen man te vechten. Er meldde zich een edelman, genaamd Juan Hoces, die hij doodde. Vervolgens reed Pedro de Vera op zijn paard furieus op Doramas in en doorboorde hem met een lans. Vervolgens brak er spontaan een afslachting uit.

In de Gemeente Moya (Gran Canaria) is een Beschermd Natuurgebied genaamd Montaña de Doramas, wat is afgeleid van de naamgeving aan die plaats. Tot in de 19de Eeuw  bestond er in het Noorden van Gran Canaria ook het schitterende Dormas-bos, dat nu geheel vernietigd is.

Echedey
Mannennaam - La Palma.
Hij was koning van de stam van Tihuya, een gebied in het Zuidwesten van La Palma.

Egonayga
Mannennaam - Gran Canaria.
Hij was de zoon van Artemy. Toen zijn vader was gestorven, verdeelde hij met zijn broer Bentagoihe het eiland in twee guarnatematos, te weten Gáldar, dat toekwam aan Egonaiga en Telde, dat toekwam aan zijn broer. Hij had 4.000 manschappen onder zijn bevel staan tegenover de 14.000 manschappen van zijn broer.

Eiunche
Mannennaam - La Gomera.
Hij was een waarzegger die voorspelde, dat, na zijn dood, er nieuwe mannen naar jet eiland zouden komen die een harige god vereerden en die de vijand van de Gomero’s zouden zijn.

Faican
Mannennaam - Gran Canaria.

Fanganana
Vrouwennaam - Tenerife.

Fayna/Faina
Vrouwennaam - Lanzarote.
Zij was de vrouw van Zonzamas, koning van Lanzarote. Ze had een dochter, Ico genaamd. De natuurlijke vader van Ico was de Spanjaard Ruïz de Asvendaño die als gast in de Koninklijke Familie was opgenomen.

Gara
Vrouwennaam - La Gomera
Dit de naam van een legendarisch jong meisje, dat een romance had met een Tinerfeño, genaamd Jonay. Maar haar familie was tegen deze relatie. Het paartje vluchtte naar de hoogste berg van het eiland en pleegde daar zelfmoord. Door, terwijl ze elkaar omarmden, elkaars borst te doorboren met twee puntig geslepen stokken. Deze Berg draagt nog altijd de naam Garagonay.

Gazmira
Vrouwennaam - La Palma.

Guachioche
Mannennaam - La Gomera.

Guamert
Mannennaam - La Gomera.
Hij was koning van La Gomera en toen hij werd gedoopt kreeg hij de naam Sebastián.

Geronte
Mannennaam - Gran Canaria.
De zoon van Thagoter Semidán.

Guacimara
Vrouwennaam - Tenerife.
Prinses van Anaga, dochter van Beneharo II, die trouwde met Ruymán.

Voor hen die de Spaanse taal machtig zijn, raden wij aan het boek: “Los Guanches o la destrucción de las Monarquías de Tenerife,” van Manuel de Ossasuna y Saviñon te lezen. Zij geven  een  romantische beschrijving van het leven van deze vrouw.

Guajara
Vrouwennaam - Tenerife.
Er twee zijn vrouwen van Tenerife die deze naam droegen: een koningin die onderdeel uitmaakt van de legende, en een prinses, dochter van mencey Beneharo II van Anaga, Deze laatste trouwde met Tinguaro (de broer van Mencey Bencomo)  en uit dit huwelijk werden drie dochters en een zoon geboren.

Guanarteme
Mannennaam - Lanzarote.

Fr. A. de Espinoza beweert, dat hij de zoon van Zonzamas was en koning van het eiland Lanzarote, die in het huwelijk trad met zijn zuster Ico.

Op zijn beurt vertelt Galindo ons het verhaal van een eerdere Guanareme, die geplaatst wordt in het jaar 1385, precies toen de er vanuit Cádiz een expeditie van Sevillianen en  Vicaïnos naar Canarias vertrok, Toen deze op Lanzarote aankwamen, werd Guanareme gevangen genomen, samen met zijn vrouw Tinguefaya en 166 eilandbewoners. Vervolgens werden zij als slaven verkocht.

Guayasen
Mannennaam - Gran Canaria.
Vanwege zijn goede inborst noemde men hen “El Bueno” (“De Goede”), hii was de zoon van Thagoter Semidán, broer van Soront Semidán, vader van Doña Catalina Semidán, die de echtgenote was van Fernán Pérez de Guzmán. Hij is geboren in Gáldar.

  
Guayarmina
Vrouwennaam – Gran Canaria.
Prinses van Gáldar, dochter van Thenesor Semidán (Fernando Guanarteme), op 18-jarige leeftijd zou ze trouwen met prins Bentejuí van Telde, echter de gebeurtenissen aan het eind van de conquista verhinderden dit. Toen men haar doopte, gaf men haar de naam Catalina en ze trouwde met Fernando de Guzmán. Hoewel Jean de Bethencourt zegt, dat men haar de naam Margarita gaf en dat ze in het huwelijk trad met Miguel Trexo Carvajal; en hij voegt hieraan toe, dat ze een dochter was van Añaterve, koning van Güimar, op Tenerife.

Guayanetona
Vrouwennaam - Tenerife.

Guetón
Mannennaam - Tenerife.
Prins van Gúimar, zoon van mencey Añaterve. Toen Bencomo met zijn stamleden de strijd verloor, werd hij gevangen genomen. Toen men hem doopte, gaf men hem de naam Antón Alberto. Hij stierf in een duel met een Guanche genaamd Alonso González.

Guize
Mannennaam - Fuerteventura.
De laatste koning van Maxorata met de roem van een verschrikkelijke krijger die in het bezit was van een grote kracht. Hij gaf zich over aan Jean de Bethencourt op 18 januari 1405 en werd gedoopt met de naam Luis.

Gumidafe
Mannennaam - Gran Canaria.
Volgens Torriano (die hem Gomidafe noemde), was hij de eerste koning van Gran Canaria. Onderzoeker Abreu Galindo zegt, dat hij trouwde met Atidamana en, dat het hen beide lukte zich de heerschappij over het eiland eigen te maken. Ze hadden een zoon, genaamd Artemis, een tijdgenoot van Juan de Bethencourt.

Hacomar
Mannennaam - El Hierro.

Haridian
Vrouwennaam - La Palma.
Een vrouwe die gedoopt is in de stad Sevilla.

Hupalupo
Mannennaam - La Gomera.
Een tijdgenoot van de Heer van La Gomera, Fernán Peraza El Joven (De Jongere), hij slaagde erin de Gomero’s tegen hem op te zetten (1488) nadat hij had geprobeerd hem en zijn vazallen van hun wreedheden te onthouden. Hupalupo (men zegt ook wel Hupalupu, Hupalupa enz.) werd beschouwd als een wijs en rechtvaardig man. De traditie wil, dat hij ontroostbaar, huilend stierf vanwege de grote slachtpartij die Pedro de Vera aanrichtte op het eiland, als wraak voor de opstand.

Iballa
Vrouwennaam - La Gomera.
Volgens Tomás Marín y Cubas “… bezat Iballa veel schoonheid. Ze wijdde zich voornamelijk aan haar ceremoniën, zoals op Gran Canaria maagden, de Harimaguas, hun slotklooster beheerden. Ze leefde alleen met haar moeder in de grotten van Guanchedum, het gebied waar Hernán Peraza zijn hofhouding en zijn bezoeking in vermomming waren voor de Gomero’s een schandaal, omdat het niet paste dat een man met haar verkeerde. Dat hield niet op toen een  wijze oudere man onder hen, genaamd Pablo Chupalupu, hem  vertelde hoe slecht hij deze verhouding met zijn nicht vond …” Er zijn echter diverse, versies over de relatie van Peraza met Iballa, maar ze eindigen uiteindelijk allemaal erin, dat de jonge Gomeraanse deelnam aan een hinderlaag waarbij de Heer van het eiland het leven liet door toedoen van een inboorling genaamd Hautacuperche. Deze naam is de titel van een historische roman van M. Mora waarin men de heldendaden van deze en andere personages op La Gomera beschrijft.

Ico
Vrouwennaam - Lanzarote.
Dochter van Fayna - en mogelijk - van de Spanjaard Ruíz de Aveandaño, ze huwde met haar broer Guanarema, met wie zijn Guadarfía kreeg. Toen deze op het punt stond, om tot koning benoemd te worden. Twijfelde men, of Ico de dochter van Zonzama was en men voerde een rituele proef uit, die eruit bestond, om haar op te sluiten in een grot vol met rook, waarbij dan de zuiverheid van haar bloed bewezen zou zijn, als zij deze kwelling zou overleven. Ico kwam levend en triomfantelijk uit de grot tevoorschijn, dankzij het ademen door een bevochtigde spons die zij van een oud vrouwtje had gekregen voordat zij de grot binnenging.

Igalgan
Mannennaam - La Gomera.
Hij was een legendarische held die zijn roem te wijten had aan zowel zijn kracht als aan zijn waardigheid. Men noemde hem ook Igalgún.

Iruene
Mannennaam/Vrouwennaan - La Palma.

Izora
Mannennaam - Tenerife.
Afkomstig van het koninkrijk van Adeje en broer van mencey Pelinor, woonde hij in - de tegenwoordige gemeente - Guía de Isora, in het Zuiden van Tenerife. Vijf jaar na het einde van de conquista (verovering) van het eiland werd hij ervan beschuldigd deel te hebben genomen aan een samenzwering tegen Alonso Fernández de Lugo en bracht hij een tijd door in de gevangenis van La Laguna.

Imobach
Mannennaam - Tenerife.
Imobach (ook: Imobac) was de eerste naam van mencey Bencomo de Taoro. Zie: bencoma.

Volgens Bethencourt Alfonso, was er nog een Imobach voor Bencomo en die was de zoon van Tinerfe el Drande. Hij stierf voordat zijn vader kwam te overlijden en liet een zoon na, genaamd Betzenuhya.

Ione
Mannennaam - El Hierro.
Abreu Galindo schrijft:  “… er was een waarzegger die zich Yone noemde; en toen zijn dood naderde, riep hij alle plaatsgenoten bijeen en zei hij hen, hoe hij zou  sterven en waarschuwde hij hen, dat na zijn dood, het vergaan van zijn vlees en wanneer zijn botten tot as verbrand zouden zijn, dat er over zee een Eraoranzan zou moeten komen, hij was het, die ze zouden moeten vereren, hij zou moeten komen in een wit huisje; men zou geen slag mogen leveren en niet weg hoeven te vluchten, want dit was Gods voorzienigheid.”

Jaabs
Vrouwennaam - Tenerife
Verkocht als slavin in Valencia in 1984, toen zij tien jaar oud was.

Jacomar
Mannennaam - El Hierro.

Jagua
Vrouwennaam - Tenerife.

Jonay
Mannennaam - La Gomera, Tenerife
Dit is de naam van een legendarische jongeling die van Tenerife naar La Gomera zwom, op opgeblazen geitenhuiden, Daar beleefde hij een romance met een meisje genaamd Gara. Omdat haar familie tegen deze relatie was, vluchtte het paartje naar de hoogste berg van het eiland en pleegde er zelfmoord. Door, terwijl ze elkaar omarmden, elkaars borst te doorboren met twee puntig geslepen stokken. Deze Berg draagt nog altijd de naam Garajonay.

Mahay
Mannennaam - Lanzarote
Men leest in Le Canarien: “Een man genaamd Mahy die wist te ontsnappen.”

Malagua
Mannennaam - Tenerife.

Maninidra
Mannennaam - Gran Canaria
Hij was lang van gestalte en onderscheidde zich als krijger tegenover de Castillianen, hij was knecht in de Toren van Gando. Hij kwam van Telde, woonde in de grotten van Tufía en was, aldus Nuñez de la Peña, “broer van Koning guanarteme de Canarias.” Vervolgens werd hij gedoopt met de naam Pedro en hij vocht tegen de Tinerfeños aan de zijde van de troepen van Alonso Fernández de Lugo. Aansluitend vestigde hij zich op Tenerife en stierf hij als een rat in de val in Berbería aan het begin van de 16de Eeuw.

Mati
Vrouwennaam - Tenerife
Een zeven jaar oud meisje, verkocht als slavin in Valencia in 1495.

Mayantigo
Mannennaam - La Palma.
Koning van de stam van Aridane, zijn naam betekent: “stuk van de hemel”

Moneyba/Moneiba
Vrouwennaam - El Hierro.
Dit is de naam van een godin van de Herreños, die uitsluitend werd vereerd door de vrouwen van het eiland. “En deze verering uitte zich in bezweringen, vragen en smeekbeden die zij deden.” Ook schrijft men: Moneiba. Opmerkelijke is, dat na de conquista (verovering) toen de Herreños gekerstend waren, zij de H. Maagd María de naam Moneyba gaven en haar zo gingen noemen.

Nauzet
Mannennaam - Gran Canaria.
Naam van een krijger.

Nira
Vrouwennaam - La Palma.
Betekent. Zwaluw zonder nest

Nisa
Vrouwennaam - El Hierro.
Refererend aan deze vrouw, zegt Fructuoso: “Ossinissa tu leyva Nisa (que leive em islenho reffenho quer dizer filha e Nisa ero o nome propio da filha) manta por ti.”

Orchena
Vrouwennaam - El Hierro.

Ossinissa
Mannennaam -El Hierro.
Hij was koning van El Hierro en zijn naam betekent: “Koning die gerechtigheid bewaakt.”


Pelicar

Mannennaam - Tenerife.


Pelinor
Mannennaam - Tenerife.
Zoon van Atbitocazpe, was mencey van Adeje aan het eind van de 15de Eeuw en wilde geen alliantie aangaan met Bencomo, om tegen de Spanjaarden te vechten. Toen men hem Diego doopte in Adeje, toen de conquista ten einde was, genoot hij een uitstekende behandeling.

Ramagua
Vrouwennaam -Tenerife.

Rayco
Mannennaam - Tenerife.
Men duidde hem aan als sigoñe (kapitein) en ambassadeur van de mencey van Anaga.

Romen
Mannennaam - Tenerife.
Zoon van Caconaymo, was mencey van  Daute  te tijde van de conquista (verovering) van het eiland.  Hij trouwde met Barbola Garcia, nadat hij, het lijkt erop dat hij met haar in het huwelijk was getreden, weduwnaar geworden was van Juana González  “La Hidalga de Anaga”(“De Edelvrouwe van Anaga”). Zijn doopnaam was Juan Gonzálo.

Rosalva
Vrouwennaam - Tenerife
Dochter van mencey Bentor de Taoro en zijn echtgenote Sañagua, Toen men haar doopte, noemde men haar Isabel del Castillo. Ze trouwde met Antón Martín de Abona en kreeg een zoon, Cristóbal Sánchez, die zijn testament maakte in 1546 en geen directe afstammelingen had. Het lijkt erop, dat de werkelijke naam van Rosalva, Ramagua was. Volgens sommige auteurs, koos Antonio de Viana voor zijn boek de naam Rosalva, misschien wel, omdat die veel poëtischer is.

Ruyman
Mannennaam - Tenerife.
Was de zoon van Bencomo de Taoro en trouwde met prinses Guacimara, dochter van mencey Beneharo de Anaga.

Saguahe
Mannennaam - La Palma.

Sasa
Vrouwennaam - Tenerife.
Werd op 5-jarige leeftijd als slavin verkocht in Valencia in het jaar 1497.

Sañagua
Vrouwennaam - Tenerife.

Sibisse
Vrouwennaam - Tenerife.
Komt voor in het Centrale Register van Bailía, dat zij verkocht was als slavin in Valencia in het jaar 1495.

Soront
Mannennaam - Gran Canaria.
Zijn volledige naam was Soront Semidán, guanarteme, vader van Thenesor Semidán en van Maninidra.

Tamanca
Mannennaam – La Palma.
Hij was de Heer van Guehevey (tegenwoordig wordt dit Jedey genoemd). De naam Tamanca komt ook overeen met die van een locatie in de gemeente El Paso.

Tamonante
Abreu Galindo zegt ons. “Er waren op dit eiland twee vrouwen die met de duivel spraken, de ene noemde zich Tibíatin en de ander Tamonante, dit wil zeggen, dat zij moeder en dochter waren, de ene diende om de verdeeldheid weg te nemen welke zich voordeed onder de koningen en kapiteins, voor die vrouw had men veel respect…”

Tanausú
Mannennaam - La Palma.
Heer van Aceró (Caldera de Taburiente), was de laatste Palmero-chef die weerstand bood aan de conquistadores (veroveraars). Hij werd in de val gelokt door de Castilliaanse troepen. Tanausú bereikte een wapenstilstand maar kort nadat ze hun wapens hadden ingeleverd, werden hij en de zijnen gevangen genomen en verscheept, richting Hof. Tanausú kon zijn ketens echter niet verdragen en stierf de hongerdood onder het uitroepen van Vacaguaré, dat in inboorlingentaal betekent: “Ik wil sterven.”

Tasarte
Mannennaam - Gran Canaria.
Hij was guayre (edelman) in het menceyato (koninkrijk) Gáldar, hij was een lange man van veel faam en vriend van Bentejuí. Abreu Galindo zegt over hem: “Schreeuwend liet Tasarte zich van de rots vallen, onder het uitroepen van “Atistirma, atistirma,” (wat een aanroep voor God is).
Tegenwoordig bestaat er een dorp, dat behoort tot de Gemeente La Aldea, met de naam Tasarte.

Tasirga
Vrouwennaam - Gran Canaria.
Zij was de dienstmaagd van prinses Tenesoya toen die verkracht werd, ook Tasirga werd gevangen genomen en gedoopt, zij kreeg de naam María. Zij slaagde erin, dat de Spanjaarden haar opnieuw naar Gran Canaria bracht. Men schrijft ook wel: Tazirga.

Tauco
Mannennaam - Tenerife.
Hij was een van de kapiteins van Bencomo de Taoro.

Tegueste
Mannennaam - Tenerife.
Tegueste I was de zoon van Tinerfe El Grande en mencey van Tegueste, dat ressorteerde onder het menceyato Taoro.

Tejina
Prinses, dochter van mencey Acaymo de Tacoronte, trouwde met koning Tegueste. De aardrijkskundige benaming Tejina is gegeven ter ere van deze prinses.

Temiaba
Mannennaam -La Palma.
Hij was de heer van Tagaragre, hij was niet bepaald een vastberaden man, want hij liet zijn regering over aan een krijger, genaamd Autinmara.
Leonardo Torriani noemt hem met de naam: Teniaba.

Tenesoya
Vrouwennaam -Gran Canaria.
Nicht van de guanarteme en dochter van Aymedeyacoan, zij stond bekend als een knappe vrouw. Op een dag ging zij baden aan het strand met haar dienstmaagden. Daar werden zij gevangen genomen door de Spanjaarden, die hen naar Lanzarote brachten. Op dat eiland doopte Doña Inés Peraza haar tot Luisa, ze trouwde met de Spaanse aristocraat Maciot Perdomo Bethencourt.

Thenesor
Mannennaam -Gran Canaria.
Zoon van Soront Semidán en broer van Maninidra, was guanarteme van Gáldar, werd gedoopt als Fernando Guanarteme toen hij zich overgaf aan de conquistadores (veroveraars). Vervolgens  trok hij met Alonso Fernández de Lugo op naar Tenerife om hem te helpen, het eiland te veroveren.

Tibiabin
Vrouwennaam -Fuerteventura.
Priesteres die grote invloed had op de zaken van haar eiland (zie: Tamonante).

Tigayga
Mannennaam - Tenerife.
Kapitein van Mencey Bencoma de Taoro, stond bekend als moedig krijger.

Tindaya
Mannennaam/Vrouwennaam -Fuerteventura.


Tinerfe
Mannennaam -Tenerife.
Zoon van Sunta, leefde vele jaren als enige regeerder over het eiland. Men kent hem als de Gran Tinerfe (Grote Tinerfe) of Tinerfe el Grande (de Grote Tinerfe). Hij had negen kinderen.

Tinguanfaya
Mannennaam - Lanzarote.
Zoon van Zonzamas en broer van Guanarteme, hij was koning van Lanzarote.

Tinguaro
Mannennaam - Tenerife.
Broer van mencey Bencomo de Taoro, hij had een grote gelijkenis met hem. Hij was chef van de regio Acentejo en kwam om in de slag bij Aguerre.

Utindana
Mannennaam - Gran Canaria.

Ventacayce
Mannennaam - La Palma.

Ventomo
Mannennaam -Tenerife.

Vinque
Mannennaam - Tenerife.
Hij was de vader van Betzenuriga, de mencey die vocht tegen Armeñime, een oom van hem die hem de macht wilde ontnemen. Beiden kwamen om op dezelfde dag tijdens een strijd waaraan zij deelnamen.

Xerach
Vrouwennaam- Tenerife.

Xitama
Vrouwennaam - Gran Canaria.

Yeray
Mannennaam - Onbekend van welk eiland.

Ymobad
Vrouwennaam- Tenerife.

Yone
Mannennaam – El Hierro.

Zebensuí/Zebenzuí
Mannennaam -Tenerife.
Hij was de Heer van het gebied, dat tegenwoordig Punta del Hidalgo wordt genoemd, in het Noorden van het eiland. Men kende hem als de “Hidalgo Pobre” (“Arme Edelman”), vanwege zijn eenvoud.

Zonzamas
Mannennaam – Lanzarote.
Hij was koning van Lanzarote in het jaar 1377, getrouwd met Faina. Hij was vader van Guanareme, van Tinguanfaya, en misschien ook wel, van Ico. Tegenwoordig bestaat er een berg welke zijn naam draagt.

VERANTWOORDING:
Bovenstaande  Guanche-namen is men tegengekomen in o.a. het werk “Monumenta Linguae Canarie)van Dominik Josef Wölfel; in de diverse “Historia de Canarias”,  welke we te danken hebben aan Fray Juan Abreu Galindo, Tomas Marín y Cubas, Agustín Millares Tiorres enz.; in de manuscripten van Juan de Bethencourt Alfonso, of in de eerste kronieken, zoals “Le Canarien”. Maar ook in “Datas de Tenerife IV amn.9”. Men heeft links en rechts van alles doorgespit: manuscripten, essays, wetenschappelijke werken enz.  Dit, in universiteiten, in musea, in bibliotheken, in het Archief van Gáldar en zelfs in het Vaticaan heeft men niet stilgezeten (Zie: Chimboyo). Informatie komt o.a. uit geschriften van de navolgende hoogleraren, wetenschappers, geschiedkundigen, kroniekschrijvers en romanschrijvers, hun namen volgen hier in alfabetische volgorde:
A. Alvarez Rixo,
J. Abreu Galindo,
Sabino Berthelot,
L. Buch (Zie: Tinguafaya),
P. Bontier.
Bory de Saint Vincent.
P. A. del Castillo.
G. Chil y Naranjo,
C. Cortés,
D. Darias y Padrón
Félix Duarte,
P. Escudero,
Fr. A. de Espinosa,
G. Glas,
T. Marín y Cubas,
A. Millares Torres,
F. Navarro Artiles,
J. Nuñez de la Peña,
P. de Olive,
M. de Ossasuna y Saviñon,
D- quezada y Chavez,
Lorenzo Rodríguez,
Sedeño,
J. Sosa,
Díaz Tanco,
L. Torriani,
Ulloa,
A. de Viana,
J. Le Verrier,
J. Viera y Clavijo,
D. Wölfel.
kleurlogoCanarias.png 


 

kaart_canaria-5-11.jpg

aaaaLOGOMETBANNERGranCanariaActueel-2--193.jpg

zon-4.jpg