site teller
site teller
site teller
gran-canaria-actueel.jouwweb.nl

aaaaLOGOMETBANNERGranCanariaActueel-67.jpg

d-32.jpg

33 drachtige Friese koeien uit Duitsland verjongen de veestapel op Gran Canaria

De tweede partij Friese koeien van het jaar gaat naar twee melkveehouderijen in het Noorden en Zuidoosten

GRAN CANARIA - dinsdag 14 maart 2017 -  Gran Canaria verhoogt haar melkproductie. De Cooperativa de Ganaderos (Veetelers-coöperatie) heeft op maandag 13 maart 2017 in samenwerking met bedrijf Haricana  de meest recente zending van 33 zwangere Friese  koeien, afkomstig uit Duitsland, overgedragen  aan twee plaatselijke merkveehouderijen, een in het Noorden en een in het Zuiden van Gran Canaria, die zijn gesubsidieerd door de Canarische Regering.

Ondertussen verzoekt de sector om subsidie voor het in gang zetten van een fokkerij, om te vermijden naar de Europese markt te blijven gaan, zoals tot nu toe het geval was, voor het verjongen van de veeteeltbedrijven. De lokale ondernemers staan te popelen om marktaandeel te winnen, zoals ze momenteel  8% beheersen van alle zuivelconsumptie op Gran Canaria, en bijna alle merk bestemd is voor de kaasbereiding.
0000.jpg

In 2016 zijn in 15 zendingen 495 vaarzen (eenjarige koeien) uit Midden-Europa aangekomen. En op maandag 13  maart 2017 is in Arucas, op de  Granja Experimental (Landbouwschool) van het Cabildo (Eilandbestuur ), de tweede vrachtwagen van het seizoen aangekomen, met 33 dieren die gemiddelde 10.000 liter melk per jaar zullen gaan produceren, gedurende de eerste vijf seizoenen. Van deze koeien gaan er 25 naar melkveehouder Andrés Pérez, die zijn  bedrijf heeft in San Felipe (Gúía ); en de overige 8 gaan naar de jonge melkveehouders, de broers Benito, Daniel en Lorenzo López, in  Ingenio.
00-2.jpg
De vacas frisonas (Friese koeien) uit Duitsland op maandag13 maart 2017 na te zijn uitgeladen op de Granja Experimental (Lanbouwschool) in Arucas.
                                                                
VIDEO:
http://videos-cdn.laprovincia.es/multimedia/videos/2017/03/13/117107/cabana-gran-canaria-crece-vacas-frisonas-1_p.mp4

Het vee, dat in dit geval afkomstig is uit Duitsland, heeft zeven dagem gereisd in containers met airconditioning en automatische drinkvoorziening, met een tussenstop van een dag in het Noorden van het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje), waarna de reis is voortgezet naar Gran Canaria, waar ze - tussen de zes en achten maanden drachtig - zijn aangekomen.
2-39.jpg
3-41.jpg
4-35.jpg 5-33.jpgDe dieren kwamen en de gezondheid van goedkeuring dat de kwaliteit van de race en het product dat zij leveren certificeert hebben geïdentificeerd, aldus de raad.

Het Cabildo (Eilandbestuur) laat weten dat de dieren voorzien zijn van een stamboekcertificaat en gezondheidsverklaring.
6-90.jpg

7-26.jpg 9-23.jpg
9a.jpg

10-22.jpg

11-17.jpg 12-17.jpgDe aankoop van de drachtige, Friese koeien heeft kunnen rekenen op een subsidie van de Canarische Regering, die het mogelijk maakte het vee te kopen voor €1.300.= per koe, terwijl ze op de plaats van herkomst iets minder dan €2.000,= per koe kosten. En het doel is de lokale veestapel te verjongen, met vee dat zich steeds goed heeft aangepast aan de specifieke omstandigheden van de eilanden en een hogere productiecapaciteit heeft dan andere rassen.

De sector probeert nu een stap verder te gaan, en de afhankelijkheid van het aankopen van deze runderen  in het buitenland te verminderen. Om dat te bereiken, wil men  een programma opstarten om deze koeien te fokken, aldus de beheerder van de Cooperativa de Ganaderos van het eiland, Nicolás Pérez, wat aanvankelijk een grote investering vereist en een periode van bijna twee jaar totdat de eerste generaties leven in de brouwerij (kaasmakerij) brengen..
13-19.jpg 14-18.jpg 15-13.jpgMomenteel telt Gran Canaria 7.000 stuks vee, terwijl dat  een decennium geleden dat nog 12.000 koeien waren, wat een gewichtsverlies in de gehele economie betekent te zijn. Nicolás Pérez  verzekert dat een van de problemen in de sector het gebrek is aan weidegrond die het installeren van broederijen mogelijk maakt. Daarbij komen de ongelijke regels  in verschillende gemeenten, die kan variëren met een afstand van  stedelijke gebieden van 700 tot 1000 meter .

Het resultaat is, dat de sector momenteel  amper 8% levert van de zuivelconsumptie op Gran  Canaria, terwijl de rest van elders komt. En dat die hoeveelheid, bijna geheel terechtkomt in de kaasmakerijen, en er een minimale hoeveelheid melk verkocht wordt in de toeristengebieden.

“Er is een grote potentiële groei,” benadruk de beheerder, die zegt dat er veel jongeren zijn die van deze handel willen  leven. En onder de jongere generatie is er een als de ontvangers van deze laatste partij koeien. Benito Lopez is 24 en leidt een boerderij met 95 koeien in Ingenio, samen met zijn broers, de 23-jarige Daniel 23 en de 30-jarige Lorenzo 30.
16-15.jpg 17-15.jpg

18-10.jpgIn 2016 hebben ze al een partij koeien gekocht, en nu dus de tweede, en ze verwachten hun veestapel uit te breiden. "De Friese soort heeft een grotere melkproductie,” zegt hij.
 En wat betreft de Duitse koeien, die men normaal uit Nederland haalt, hebben meer vlees en zijn gewend om meer te lopen.

Momenteel heeft het familiebedrijf een gegarandeerde verkoop van de zuivelproducten aan een kaasmakerij in Valsequillo. En men ontkent niet, dat men in de toekomst zelf kaas gaat maken

Het meel- en veevoederbedrijf Haricana werkt al twee jaar samen met de import van de vaarzen (eenjarige koeien), die niet alleen uit landen als Nederland en Duitsland komen, maar ook uit Frankrijk en Italië, de voornaamste exporteurs van deze dieren naar de rest van  de wereld, “ na een selectieprocedure waarin de absoluut Friese exemplaren gekozen worden, en is  van grote waard voor de veehouderij op Gran Canaria,” aldus het Cabildo (Eilandbestuur).

ZZZIslas-canariaslogo-681.jpg


Dromelink
Canarische kamelenmelk

COSTA CALMA - zaterdag 21 mei 2015 -  Wat hebben Cleopatra, Napoleon en Popea, de vrouw van de Romeinse keizer Nero, gemeen? Wel, een ware voorliefde voor ezelinnenmelk, waarvan de goede eigenschappen al bekend waren bij de Egyptenaren en de Grieken vanwege de samenstelling, die nauw verwant is aan moedermelk, hoewel veel  lichter.

Deze belangstelling richt zich tegenwoordig op leche de camella (kamelenmelk), in het kader van het Dromelink’-project, dat wordt geleid door Canarische en Saoedi-Arabische onderzoekers, universiteiten en industriële bedrijven, die samenwerken in de bestudering en mogelijke commercialisering van de melk van deze kamelensoort op Fuerteventura; een onderzoek, dat in 2010 is begonnen door de Universidad Autónoma de Barcelona (UAB). Het voornaamste doel is het bestuderen van de bio-actieve bacteriën van kamelenmelk en de waarde van de nuttige eigenschappen voor het controleren van het glucose-niveau van personen met diabetes en de vetvorming.
camel_cabecera.jpg
dentro1.jpg
images-27.pngimagen_camella__318x216.jpg

Het Oasis Park-centrum nabij Costa Calma op Fuerteventura, dat een van de grootse dromedaris-boerderijen heeft van Europa, is begonnen met ‘Dromelink’, en het genoemde project is in 2015 vernieuwd met de deelname van de Universiteit van Las Palmas de Gran Canaria en de King Saud University van Saoedi-Arabië.
oasis-park-fuertventura-logo.jpg
oasispark39.jpg oasis-park3.jpg                                Melken moet meer op gaan leveren dan wandelen...

De meest vooraanstaande onderzoekers van dit project zijn de professoren Dr. Alshaikh, Dr. Aljumaah, Dr. Ayadi, Dr. Gerardo Caja,  Dr. Ahmed Salama en de vrouwelijke professor Elena Diaz-Medina van de Universidad Autónoma de Barcelona en namens de  Universidad de Las Palmas de Gran Canaria, de professoren Dr. Anastasio Argüello en Dr. Noemí Castro met hun onderzoeksgroep.

Op de Eilanden bestaan, momenteel, 1.200 exemplaren; een veerstapel, met eigenschappen die het Directoraat-generaal van Veeteelt, van de Canarische Regering, hebben gemotiveerd de aanvraag in te dienen bij het Ministerie van Milieuzaken , wat heeft geleid tot de goedkering van het dossier wat de erkenning heeft gekregen van de dromedaris van de Archipel als het enige inheemse kamelen-ras in Europa; een onderscheiding, die vermeld staat in de officiële catalogus van Spanje.
752-7.jpg  meisjes-die-kameel-canarische-eilanden-berijden-66043054.jpgIn 1405 zijn de eerste exemplaren op Canarias aangekomen vanuit Afrika, en gedurende deze vijf eeuwen hebben ze zich aangepast aan de specifieke eigenschappen van het klimaat en de orografie van de eilanden, een sterk dier vormend, van kleinere afmeting dan hun voorouders en goed gespierd.
Met een vergelijkbaar klimaat sinds hun aankomst op de Archipel heeft de camelus dromedarius zich ontwikkeld tot een fundamenteel gereedschap in de ontwikkeling van de kolonisering en nadien vestiging val het sociaal economische vlak, voornamelijk  in het Zuiden van Gran Canaria en Tenerife, op geheel Lanzarote en Fuerteventura, op de twee laatstgenoemde eilanden momenteel  de grootste veestapel vormend, met een  in beperkte mate toeristische exploitatie en sporadisch een agrarisch gebruik.

Met het bereiken van deze verklaring is het de beurt aan het ontwerpen van een programma voor verbetering van het ras, uitgaande  van de kwaliteit van genetisch materiaal van deze 1.200 exemplaren  die deel uitmaken van het gloednieuwe ras; een taak, die rust op de vereniging van ontwikkelaars en die deze bereikt heeft, na geconfronteerd te zijn geweest met verschillende institutionele valkuilen.

Maar de Canarische kameel (dromedaris) heeft, heel verrassend, ook een Nederlandse  invalshoek:
Kamelenmelkerij-Berlicum.jpgHé, kijk daar ‘ns! Daar loopt een dromedaris, bij Kamelen-melkerij Smits in het Noord-Brabantse Berlicum
Kom, denkt boer Frank Smits in 2006, ik koop drie dromedarissen op de Canarische Eilanden en begin een kamelen-melkerij.
Natuurlijk verklaart iedereen hem dab voor gek, maar dat maakte hem niet minder optimistisch. Boer Frank huurt een stukje stal naast zijn studentenflat in Den Bosch en kan een paar maanden later beginnen met melken.

kamelen-kamelenmelkerij-berlicum-bezoek-schoolreisje.jpg
kamelenmelkerij-1-sint-michielsgestel.jpgOndertussen is de kudde uitgegroeid tot achtenvijftig eenbultige kamelen (zeg maar: dromedarissen) die ongeveer 70 liter melk per dag produceren.
Zelf melken? Dat kan tijdens een twee uur durende groepssafari op de boerderij - Kamelenmelkerij Smits - in Nederland.
flesjes_kamelenmelk_nieuw.jpg r0-a4-600-450-79e-kamelenmelkerij_smits_berlicum_kamelen_stal_bezoek.jpeg
Zie ook:
http://www.kamelenboerderij.nl/joomla/index.php?option=com_content&view=article&id=48&Itemid=54 

shutterstock_231200389-vlad.jpg

Zie ook:
https://www.diabetesfonds.nl/over-diabetes/veelgestelde-vragen/is-kamelenmelk-goed-bij-diabetes?gclid=Cj0KEQjwjoC6BRDXuvnw4Ym2y8MBEiQACA-jWfXkY44OTByxxqhOahN-eM2_5CVka5pU9SUM5LSJz3oaAoji8P8HAQ
1aaaislas-canariaslogo-kopie-20.jpg


Lancering van het merk
Cordón negro canario’
als promotie van het cochino negro (zwarte varken)

CANARISCHE EILANDEN - woensdag 13 januari 2016 - De onderneming Autóctonas Cárnicas de Canarias (ACC) (Inheems Canarisch Vlees) heeft een merk gelanceerd voor het promoten van het vlees van het cochino negro (zwarte varken). ‘Cordón negro canario’, wordt op de markt gebracht met de bedoeling de primaire sector te verenigen met het toerisme en de horeca voor wat betreft een kwaliteitsproduct met een unieke smaak.

De voorzitter van de Asociación de Criadores de Cochino Negro de Canarias (Vereniging van Fokkers van Zwarte Varkens) en medeoprichter van ACC, Rafael Riera, heeft uitgelegd dat de onderneming sinds drie maanden proefnemingen uitvoert met restaurants en hotels op Gran Canaria;  men heeft momenteel een portefeuille met 30 klanten en men is in gesprek met andere, voor het uitbreiden van hun verkoopkanalen.
CordnNegro.jpgZo geeft  Riera - die ook dierenarts is -  aan, dat men bezig is met de introductie van hun producten in de ‘gourmet’-afdelingen van de grootwinkelbedrijven die zich inzetten voor lokale producten, bovendien wil men zaken doen met speciaalzaken in de verkoop van ibéricos (Spaanse hammen).
“Ook zijn er distributiebedrijven die contact met ons hebben opgenomen om de lokale markt te voorzien van ‘Cordón Negro Canario’-producten,  maar we verkeren nog in de onderhandelingsfase.”
cochino_negro_logo_2.jpg 6544162-perezoso-lech-n-negro-con-una-cinta-roja-sobre-blanco.jpg

                                                                                              Lekkurrrhhh..!!!

Rafael Riera heeft laten weten, dat ACC haar hoofdkantoor en een van de twee aangesloten boerderijen - Gestión Ganadera Canaria - heeft in de gemeente San Mateo (Gran Canaria), en dat de andere varkensfokkerij  gevestigd is in Telde, waarmee, men de controle heeft over  59 fokzeugen zuivere drie beren van het pure ras.

“We studeren op de aansluiting van meer boerderijen rond dit project en we inspecten al een bedrijf op Fuerteventura om samen te werken voor een kwaliteitsproduct,” zo benadrukt Riera.
images-91.jpg

                           'Solomillo Wellington de cochino negro canario'.
De voorzitter van de  Asociación de Criadores de Cochino Negro de Canarias  heeft laten weten, dat men in de eerste volle week van januari 2016 al 500 kilo aan diverse producten heeft verkocht, van speenvarken tot magere ribjes en koteletten, plus bewerkte producten zoals chistorra (worst), chorizos parrilleros (braadworst) en hamburgers.
Riera erkent, dat de producten van het cochino negro canario (Canarische zwarte varken), “niet voor iedereen zijn,” omdat de beperkte fokkerij zorgt voor een hogere prijs dan die van het cerdo blanco (vrij vertaald: roze varken), of dit nu van Europese, of nationale herkomst is.

cochino_negro.gif

“Dat is een nadeel in de verkoop van dit vlees en, ook steekt het, dat het op Gran Canaria door fraude omgeven wordt, omdat men producten verkoopt die geen certificaat hebben, of de als ‘cochino negro canario’ ongecontroleerde exemplaren zijn,” zo benadrukt de voorzitter.
2016-01-06002RoscndeReyesbijMura.jpg Pata-2Bcerdo-2Basada_003-2Bedi.jpg                                                       Pata de cerdo asada.
Hoewel het kan samengaan met de avant-gardistische fusion-keuken, raadt Riera de  consumenten aan om dit vlees niet te vervagen, of te ‘vermommen’ met sauzen of specerijen, maar moedigt aan, met inachtneming van de ‘intense kwaliteit‘, ten volle te genieten van de pure smaak.”
zzzzzzzislas-canariaslogo-37.jpg


Pluimveeboerderij in Moya is het 264ste
officieel geregistreerde veeteeltbedrijf

CANARISCHE EILANDEN - 31 oktober 2015 - De Canarische Regering blijft werken aan het registreren van veeteeltbedrijven op de Archipel. Tot op heden zijn op de Archipel in totaal 264 veeteeltbedrijven geregistreerd overeenkomstig het bepaalde in de Wet 6/2009 van 6 mei op de Medidas Urgentes (Noodmaatregelen).

Het gaat om bedrijven die voldoen aan wat de wet bepaalt betreffende juridische zekerheid, gezondheid, milieu en dierenwelzijn; waardoor zij voor subsidie in aanmerking kunnen komen die voor dergelijke boerderijen bestemd is.
liz-schilderij-kippen-in-overleg.jpg
terreno_en_venta_en_moya_las_palmas_3460038445803215481.jpg
                                     Granja avicola (pluimvee-boerderij) in Moya.
Het meest recente bedrijf dat  men in de Ministerraad van de Canarisch Regering heeft gereguleerd , bevindt zich in de gemeente Moya (Gran Canaria). Het gaat om een kippenboerderij met een bebouwde oppervlakte van 9.719 m²op een perceel van 25.422 m². Het bedrijf is eigendom van Fulgencio González Montesdeoca en telt 76.000 kippen, waarvan de eieren worden verkocht via een grote supermarktketen.

Veel grote veehouderijen zijn traditioneel min of meer spontaan ontstaan en verkeren momenteel in een ongewenste situatie van onregelmatigheden. Bovendien heeft de snelle groei in de sector het in conflict komen veroorzaakt met het beleid dat nodig is voor het beheren en beschermen van de bodem en het milieu. Deze kwestie gaat de Canarische Regering aan, die werkt aan de legalisering van een groot aantal bedrijven, een procedure die zich vertaalt in veiligheid voor de boeren op de Archipel en die rust bevordert.
ZZZZZZAislas-canarias-84-99-kopie-117.jpg 


Stamboek fokschapen
voorbeeldig volgens het boekje

Ovino canario de pelo - Pelibuey

CANARISCHE EILANDEN -  maandag 19 oktober 2015 - Het fokken van de  ovejas canarias de pelo (Canarische kortharige schapen) is ongeveer twee decennia geleden begonnen en het is nu, dat de veehouders op de Eilanden kunnen bogen op een luxe ras aan fokschapen dankzij het in stand houden van het eerste, en enige, moderne selectieschema van fokdieren voor het stamboek dat is ontstaan op de Canarische Eilanden.

Oorsprong en geschiedenis van het Canarische kortharige schapenras
Verschillende auteurs merken op, dat het ras Ovino Canario de Pelo ontstaan is uit wolschapen in West- en Centraal-West Afrika. De kenmerken van het ras zijn: - het ontbreken van wol, - een lage melkproductie, - aangepast op de veehouderij van de oerbewoners van de Eilanden.
DSC_0238.jpgDit laatste gaf hen huiden en vlees. Deze functies waren niet zo nuttig voor de Castellanos (Spanjaarden) die vooral wol en melk nodig hadden. Zo zijn de kortharige schapen in de beginjaren van de Conquista (Spaanse Verovering) vervangen door wolschapen.
 Desondanks, is toch een aantal exemplaren van deze kortharige schapen meegenomen door Columbus op zijn tweede reis  naar Zuid-Amerika, waar het ras overleefde, de genen bewaard bleven, en ze zich perfect hebben aangepast aan de klimatologische omstandigheden.
imagesA8PNZZN9.jpg caracteristicas-2.jpg
canariapelo.jpg ph-5172012120428am-s-3953-black-berry-2012-103.jpg
Ovejas canarias de pelo
De ovejas canarias de pelo (ook wel Pelibuey genoemd) kunnen bogen op een aantal stamboekdieren. De  beste fokdieren (rammen/hengsten) van dit inheemse ras  maken sinds begin oktober 2015 deel uit van de Catálogo de Sementales Canario de Pelo, een selectie van stamboek-exemplaren die door hun genetica bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit en de productie van de soort.

Eigenlijk is nu het tweede catálogo de sementales (stamboek) vrijgegeven, het eerste stamt uit 2009 en was een mijlpaal in de ontwikkeling van de veestapel die vandaag de dag wordt onderhouden op de Archipel; want het is het voor eerst, dat dit inheemse Canarische ras, met de geteste dieren, kan bogen op een modern genetisch verbeterschema voor de fokkerij.

"Voor de Canarische Eilanden is het een luxe om een ras in deze omstandigheden te hebben", zegt Juan Vicente Delgado, onderzoeker bij de afdeling Genetica van de Universiteit van Córdoba en technisch directeur van de selectie schema (stamboek) van dit ras.
maxresdefault-9.jpg pelos.jpgDe selectie van de mannetjes doet men niet op basis van hun eigen fenotype (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Fenotype), maar op hun eigenschap om dit fenotype over te dragen op hun nakomelingen, dit wil zeggen: “Men selecteert ze niet op grote en schoonheid, maar op het feit dat ze goede fokdieren zijn; het is hun nageslacht dat aantoont hoe goed ze als fokdieren zijn,” zo vat Delgado samen.

De selectie-regeling heeft in dit verband een dubbele moraal, enerzijds, dat de nakomelingen een goed groeipotentieel hebben; en anderzijds, dat ze de  kwaliteiten van hun moeders overdragen op  de vrouwelijke nakomelingen. Het uiteindelijke doel, zegt Juan Vicente Delgado, is de Canarische veestapel te verbeteren en een groter concurrentievermogen te creëren voor deze veehouderij.

Op de Canarische Eilanden zijn tussen de 4.000 en 6.000 geregistreerde ovejas de pelo (Pelibueyes), waarvan 3.400 puur zijn,  verdeeld over 19 veehouderijen op Gran Canaria, Lanzarote, Tenerife, en La Palma.
pelibuey01_300x.jpg 967839500_27502f12df.jpgMeer weten over het  schapenras ovino canario de pelo  kijk dan op de  internetpagina, in het Spaans, van o. a.:
- OVICAN  
   http://www.ovican.com/asociacion/laasociacion.html

en van
- FEAGAS  
   http://feagas.com/index.php/es/razas/especie-ovina/canaria-de-pelo#.ViTY3TSZSfC

Of bekijk de videofilmpjes op YouTube:
- https://youtu.be/8rnfzk6iULI
- https://youtu.be/NdX7r8bHNLU
- https://youtu.be/XThgahsMIV8
- https://youtu.be/ylgLlNi4oNM

Culinair
Wenst u uitstekend, vers in het seizoen (herfst/winter), cordero te eten, dan kunnen wij u het 'Restaurante de Yolanda', -het voormalige restaurant ‘El Refugio’ - aanbevelen bij Cruz de Tejeda tegenover de Parador Nacional in de gelijknamige plaats.
ZZZZZZAislas-canarias-84-99-kopie-37.jpg


De dromedarisdrijvers willen
melk en vlees van hun dieren
gaan verkopen

Men vraagt aanpassing van de slachthuizen op de Archipel
om dromedarissen te slachten

 LANZAROTE - zaterdag 1 augustus 2015 -  De verkoop van melk en vlees van de dromedaris (op Canarias steevast ‘camello’ = ‘kameel’ genoemd) en de vereenvoudiging van de eisen die Europa stelt aan de geiten- en schapenfokkers voor wat betreft het ontvangen van subsidie, waren enkele van de kwesties die aan de orde zijn gekomen tijdens de ontmoetingen die de minister van Landbouw, Veeteelt, Visserij en Jacht, Antonio Morales, van het Cabildo (Eilandbestuur) van Lanzarote heeft besproken met leden van de ‘kamelen’-sector en veetelers op het eiland.

De leden van de Asociación de Criadores del Camello Canario (Fokvereniging van de Canarische Dromedaris) hebben de noodzaak aangegeven, dat men de abattoirs op de Archipel aanpast, om de camellos (dromedarissen) te kunnen slachten, om vervolgens het vlees te kunnen verkopen.
2011-04-08_IMG_2011-04-01_00_00_53__5500073.jpg FOTO_1_tcm7-298498.jpg                          De  inheemse camello canario, overigens een bedreigde diersoort.
Camel.jpg
In deze context heeft men ook gesproken over de noodzaak het ras ‘Camello canario’ (Canarische dromedaris) op te nemen in de Catálogo Oficial de Razas de Ganado de España (het Spaanse Stamboek voor Vee) op grond van hun economische, productieve- en sociale belang, waardoor het mogelijk zal zijn, overheidssubsidies te ontvangen welke men kan aanwenden voor de conservering van de autochtone rassen.
1-AAAAislas-canarias-kopie-308.jpg 


Vrouwen in het Zuidoosten
richten een coöperatie op  en
hechten waarde aan geitenmelk

GRAN CANARIA - zaterdag 16 mei 2015 - Plattelandsvrouwen die werkzaam zijn in de landbouw en veeteelt in de zuidoostelijke gemeenten van Gran Canaria leiden het project Nosotr@s, dat voedsel-eigenheid, lokale werkgelegenheid en een sociale economie bevordert.

Dit initiatief van de Unión de Pequeños Agricultores y Ganaderos de Las Palmas (Provinciale Unie van Kleine Landbouw- en Veeteeltbedrijven van Las Palmas) is via haar voorzitter, Antonio Suárez, gepresenteerd op vrijdag 15 mei 2015, die is vergezeld door de burgemeesters van Agüimes, Santa Lucía en Ingenio, respectievelijk: Antonio Morales, Dunia González en Juan José Gil.
img_28118.jpg
Aan de presentatie is ook deelgenomen door Matías González, van de afdeling Toegepaste Economische Analyse, van de Universiteit van Las Palmas de Gran Canaria en lid van de organisatie Economía del Bien Común (Economie voor het Algemeen Welzijn), waarvan de filosofie gedeeld wordt door dit coöperatieve project, dat gebaseerd is op: democratie, horizontale organisatie, gemeenschappelijke ondersteuning en solidariteit.

Nosotr@s is een zakelijk opleidingsproject, dat unieke, ecologische landbouw- en dierlijke producten op de markt introduceert zoals lactose -(voornamelijk yoghurt ), kwark, smeerkaas, jam en ambachtelijk gebrouwen bier), die men nadrukkelijk wil positioneren vanuit een lokale thuisbasis, zo hebben de initiatiefnemers laten weten in een communiqué.

Het initiatief wil waarde hechten aan geitenmelk; zowel, omdat het een typisch Canarisch product is, evenals vanwege de voedingseigenschappen; en bovendien, streeft men naar de tewerkstelling van plattelandsvrouwen, een kwetsbare groep in deze economische crisis.

Met dit project zijn tien van de arbeidsmarkt uitgesloten vrouwen zonder opleiding, maar met enigerlei verbintenis met de caprino- en landbouwsector, een opleidingsproject begonnen in zakelijk ondernemerschap, dat gaat van het bewerken van producten die zich richten op een gat in de markt wat lokale en ecologische producten verlangt met een sociaal meer correcte productie.

Het opleidingsprogramma, dat een jaar duurt, bereidt zes meester-kaasmaaksters - twee per gemeente - vier bierbrouwers, drie verkoopsters en twee I+D-coördinatrices voor op de te bewerken producten.

De producten van het Nosotr@s-initiatief  verkoopt men rechtstreeks aan de consument, op gemeentelijke markten en via automaten welke men zal plaatsen bij officiële instanties.

Op deze producten staan de kosten en de verdiensten van de werkmeesters vermeld, evenals de productiedatum en de naam van de meester-kaasmaakster, of bierbrouwster, waarvoor men een ‘Q’-code (Kwaliteitscode) hanteert op de verpakking, die verwijst naar de internetpagina van de coöperatie.

Op deze internetpagina verstrekt men ook informatie over de eigenschappen van de producten, hun voedingswaarde, vitaminen, gezondheidsvoordelen en aanbevelingen die, zoals het geval is met geitenmelk; uiteenzetten, dat die veel vitaminen bevat, en vergelijkbaar is met moedermelk, want het helpt op een natuurlijke wijze cholesterol te verlagen en bevordert de opname van eiwitten en mineralen.

Eveneens recommandeert men, aan de van geitenmelk vervaardigde yoghurt zonder fruitsmaak, jam toe te voegen die volledig is vervaardigd door de deelneemsters aan het Nosotr@s-project.

1-AAAAislas-canarias-kopie-164.jpg


Slakkenboerderij in Agüimes, de grootste van Spanje, nu volop in bedrijf

AGÜIMES - vrijdag 28 maart 2014 - De grootste slakkenboerderij van Spanje, en de eerste private op Canarias heeft capaciteit voor het produceren van 60 ton per jaar.

Het bedrijf van eigenaar Carlos Ledesma, Caracoles Canarios S.L., is een jaar geleden opgestart met 500.000 slakken die afkomstig zijn uit Sevilla.

De weekdieren hebben nu hun eerste vruchten afgeworpen met de eerste partij die in de derde week van maart 2014 op de markt is gekomen, zo laat Ledesma weten.



                              De broers Carlos en Borja Ledesma.
De kwekers van Caracoles Canarios hebben met het opstarten van deze boerderij €100.000,= geïnvesteerd en verwachten hun grootste productie te bereiken aan het eind van 2014.
 
 
De granja helicícola (slakkenboerderij) in Agüimes heeft een oppervlakte van 13.500 m², waarvan 10.000 m² benut wordt voor het reproduceren en kweken, de rest is bestemd voor koelcellen en laboratoria.
 
           Hélix Aspersa Muller.                                         Otala Punctata
Ledesma kweekt in Agüimes twee soorten slakken, de Hélix Aspersa Muller en de Otala Punctata (ook wel cabrilla - glinsterende - genoemd), en ze worden levend verkocht in zakken van een, drie en vijf kilo.

1-AAAAislas-canarias-kopie-164.jpg


Lanzarote heeft de helft minder
geiten en schapen op de veeteeltbedrijven

LANZAROTE - zaterdag 8 maart 2014 - Een betere controle op de eisen van de Europese Unie voor het toekennen van subsidies zorgt voor een ‘vermindering’ met 12.000 geiten en 4.000 schapen. De recente vee-telling op Lanzarote, die het Cabildo (Eilandbestuur) heeft voltooid op 28 februari 2014, laat ten opzichte van 2013 een daling zien van ongeveer 50% van het aantal geiten en schapen.

Volgens de gegevens die op vrijdag 7 maart 2014 zijn verstrekt door de eilandminister van Landbouw, Francisco Fabelo, hebben de producenten het bestaan te kennen gegeven, “van omgeveer 12.000 geiten en naar schatting 4.000 schapen.
Deze lijsten werkt men bij, op basis van de door de veetelers zelf aangedragen informatie.

            Een kudde geiten op een veeteeltbedrijf in Guatiza, gemeente Teguise

Deze aantallen staan in schril contract met de balans die het Eilandbestuur eind 2013 heeft opgemaakt toen men 21.826 geiten heeft geteld en 7.269 schapen. Deze lijsten zijn opgesteld in overeenstemming met de informatie die verstrekt is door de veetelers zelf. Fabelo wijt de teruggang van het aantal geiten aan schapen aan diverse factoren

“Opgeblazen”
Een van de factoren is de strengere controle welke Europa heeft ingesteld voor de naleving van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de subsidies. Waarvoor in dit geval de eigenaren van de veeteeltbedrijven zich hebben moeten wenden tot de Granja Agrícola Experimental (Experimentele Boerderij = Landbouwschool) van het Cabildo, (Eilandbestuur), waar men de inschrijving registreert al naar gelang de oormerken van hun dieren, dit wil zeggen, volgens het verplichte identificatiesysteem voor exemplaren die bestemd zijn voor menselijke consumptie. “Zodoende,” legt Fabelo uit, “zijn de gegevens exacter en reëler en kunnen vanaf nu de veetelers ons geen gegevens meer vertrekken zoals die tot voor kort werden verstrekt, naar aanleiding van schattingen. In zeker zin, werd de telling “opgeblazen”.

1-AAAAislas-canarias-kopie-164.jpg


Op Canarias zijn 61 ecologische veehouderijen

EL HIERRO - dinsdag 21 januari 2014 - Héctor Febles is rond de veertig en is veehouder op El Hierro. Zijn biologische veeteeltbedrijf is het eerste, dat op de Eilanden de EKO-certificering heeft gekregen. Na zijn opleiding in La Laguna (Tenerife) keerde hij terug naar zijn eiland, naar zijn vader, om samen het familiebedrijf te leiden, maar dan onder ecologische paraplu. Op de Canarische eilanden zijn 61 biologische veeteeltbedrijven.

Pluimvee en schapen zijn de meest gehouden soorten in deze sector, gevolgd door de bijenteelt, geitenfokkerij, varkensfokkerij en rundsvlees, met slechts twee gecertificeerde, biologische bedrijven

Héctor Febles, met zijn biologische koeien in de wei van de biologische boerderij op El Hierro.

Van de 61 op de Canarische Eilanden geregistreerde, biologische veeteeltbederijven bevinden zich er 43 in de provincie Santa Cruz de Tenerife en 18 en de provincie Las Palmas.

Canarias telt in totaal 855 veehouderijen, aldus de gegevens die gehanteerd worden door het Instituto Canario de Calidad Agroalimentaria (ICCA), de instantie die het ecologische register beheert op de Eilanden.
1-AAAAislas-canarias-kopie-164.jpg


Vargas heeft  de grootste slakkenkwekerij van Spanje en  is pionier op Canarias
De 13.500 m²  grote boerderij in Agüimes
kweekt 350.000 chuchangos (slakken)

AGÜIMES - maandag 20 januari 2014 -  Het glastuinbouw-gebied Vargas herbergt de eerste granja de caracoles (slakken-boerderij) van Canarias - de grootste van Spanje.

De kwekerij in Agüimes is opgericht door het bedrijf Canarias Caracoles en de eigenaar, Carlos Ledesma, heeft gezegd tijdens de eerste chuchangos-proeverij - welk feest op zondag 19 januari 2014 heeft plaatsgevonden in de straten en restaurants in het centrum van Agüimes - dat men jaarlijks 60 ton slakken verwacht te produceren.

                         De slakkenkwekerij in Vargas (Agüimes).

“Twee jaar geleden is het idee ontstaan, een slakken-boerderij op te richten, omdat we hebben gezien, dat er op Canarias geen enkele slakkenkwekerij bestaat.

We hebben een marktstudie verricht en hebben gezien, dat er een mogelijkheid bestaat, een chuchangos-boerderij (slakken-boerderij) te creëren,” zo laat de mede-eigenaar en technisch directeur Alberto Acosta weten, die van een Schoonmaakbedrijf afkomstig is.
“Vervolgens hadden wet het probleem van de omvang van de boerderij, want om die rendabel te maken, moest er een grote investering worden gedaan,” zo voegt Acosta toe.

Ledesma, die werkzaam is geweest in de metaalsector, heeft opgemerkt,  “dat de uiteindelijke investering tussen de €250.000,=  en €300.000,= heeft bedragen, omdat we de grootste slakken-boerderij van Spanje gaan krijgen.” “We zijn heel verwachtingsvol, want  we denken, dat er vraag is en, dat wat men niet op de eilanden consumeert, zullen we exporteren,” zo voegt hij toe.

De helix-boerderij (zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Helix_%28geslacht%29) in Vargas omvat 13.500m², waarvan 10.000 m² bestemd is voor de slakken-reproductie en de rest voor installaties, zoals koelcellen en laboratoria. Men is in mei 2013 begonnen met de bouw van de boerderij. Momenteel heeft men 350.000 slakken die eitjes leggen(*) voor de voortplanting. Ledesma laat weten, dat van de jaarlijks te produceren 60 ton, 30% bestemd is voor Canaria en  70% geëxporteerd word naar het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje).
  
Het bedrijf Caracoles Canarios voorziet, dat de productie in juli 2014 op de markt gebracht kan worden. “Het is een heel langzaam proces, maar alles gaat volgens onze verwachting,” zo zegt Ledesma.

Volgens Alberto Costa, “is het heel belangrijk te weten, dat de slak die men tegenwoordig op Canarias eet, verpakt is op het Península (vasteland van Spanje), maar afkomstig uit Marokko, wat de grootse slakkenexporteur is.”
 

Segrijnslak

“Wij gaan de beste slak op de mark krijgen, dat is de helix aspersa muller, Cornu aspersum ook wel segrijnslak, ofwel pata nagras (‘zwartvoet’) genoemd (zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Segrijnslak). Het zijn slakken die geselecteerd zijn op het Península (vasteland van Spanje). Onze slak heeft niets van doen, met die welke men nu eet. Die van ons wordt vers en levend verkocht; wat men tot nu toe op Canarias verkoopt, is ingevroren,” zo laat Carlos Ledesma Ruiz weten, die opmerkt, dat de op een na grootse slakkenboerderij in Alicante is gevestigd op een oppervlakte van 7.000 m².

Met de promotie van het afgelopen weekeinde, zal men in de toekomst, zeker in de culinaire wereld, steeds vaker de naam van Agüimes gaan horen, vooral op Canarias, want Canario’s zijn - net als de Fransen - liefhebbers van het eten van slakken. Het kweken van slakken als een kwaliteitsproduct is een noviteit op Canarias, waar deze veel gegeten worden, maar het succes van de productie in Agüimes zal toch af gaan hangen van de export naar het buitenland.
 
*
Slakken die eitjes leggen
De meeste slakken leggen eitjes waar dan de jonge slakjes uitkruipen (ongeveer zoals een kuikentje uit een vogelei komt). Die babyslakjes hebben dan al een huisje!
Nu zijn er ook slakken die hun eitjes in een soort ‘broedzak’ bij zich houden en die dus hun eitjes als het ware inwendig uitbroeden. Als de babyslakjes dan uitkomen, blijven ze voor een korte tijd in die ‘broedzak’ zitten en pas als ze al iets groter zijn, komen de babyslakjes uit de ‘broedzak’ van de moederslak naar buiten.

Levendbarend
Slakken die geen eitjes leggen, maar die hun jongen direct ter wereld brengen, noemt men levendbarend. Uiteraard hebben ook die babyslakjes dan al een huisje.

Zeeslakken
Sommige zeeslakken doen het nog anders: zij produceren eitjes die ze in het water laten rondzweven tussen het plankton..
Uit die planktonische eitjes kruipt dan een héél klein larfje, dat geen huisje heeft en eigenlijk ook helemaal niet lijkt op een slakje. Dat larfje noemt men de Trochophora-larve en het blijft tussen het plankton zweven, waar het zich zal voeden en groeien.
Als het larfje groot genoeg is (hoewel nog altijd microscopisch klein) ondergaat het een gedaantewisseling, waardoor een nieuw type larfje ontstaat, dat men de Veliger-larve noemt.
Die Veliger-larve heeft nu wel een huisje en naarmate dit larfje groter wordt, wordt het huisje zwaarder en zinkt de larve naar de bodem, waar deze zich verder zal ontwikkelen tot een volwassen slak.
1-AAAAislas-canarias-kopie-164.jpg


Vier beren
voor herstel van het
Canarische zwarte varken

Fokplan op Gran Canaria voor het Cochino Negro Canario

ARUCAS - vrijdag 27 september 2013 - Het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria stelt vier, genetisch perfecte varkensberen ter beschikking aan veeteeltbedrijven,om te proberen een ras te herstellen wat het risico loopt te verdwijnen.

Tamarán’, ‘Sansón’, ‘Tritón’ en ‘Neró’ zijn de vier cochino negro canario-beren waarvan het DNA het Cabildo van Gran Canaria de hoop geeft, dan men een varkensstal kan uitbreiden van een ras met een hoge culinaire waarde, maar wat op het punt staat te verdwijnen.
index100_large.jpg
De Cochino Negro Canario-beren (Sansón, Tritón en Nerón), die de komende tijd de diverse veeteeltbedrijven op het Eiland zullen aandoen; met het doel, het zuivere ras uit te breiden.

De drie varkensberen zijn ter beschikking gesteld van drie veeteeltbedrijven op het eiland, waarvan de speenvarkens het merk ‘Gran Canaria Calidad’ dragen; met het doel, dat men het aantal van naar schatting 800 exemplaren van het cochino negro canario (Canarische zwarte varken) in  de regio kan uitbreiden.

De eilandminister van Landbouw, Francisco Santana, heeft de resultaten bekend gemaakt die men verkregen heeft via het selectiecentrum van het cochino negro (zwarte varken) van Gran Canaria, dat in mei 2013 van start is gegaan op de Granja Agrícola Experimental (Experimentele Boerderij = Landbouwschool) in Arucas, om inteeltproblemen van het ras te voorkomen.

Santana heeft op donderdag 26 septermber 2013 tegenover journalisten laten weten, dat de Eilandregering inzet op een “Canarisch inheems dier,” dat beschikt over een karakteristieke voedingswaarde voor personen, vanwege hun rijkdom aan meervoudig verzadigde vetten en Omega-3 wat ervoor zorgt, dat hun vlees een heel specifieke smaak heeft en gezond is.”
cochino1_large.jpg

“De ontwikkeling van deze varkens zal worden bestudeerd, zodat deze informatie doorgegeven kan worden aan de veehouders; waardoor deze meer rendement uit het ras kunnen halen,” heeft de minister opgemerkt, die hier aan heeft toegevoegd, dat het Cabildo (Eilandbestuur) de vervolging heeft geïntensiveerd op de frauduleuze verkoop van vlees en producten van het cochino negro canario wat niet voldoet aan deze voorwaarde.

Tamarán’ was de eerse beer die de Granja Experimental (Experimentele Boerderij) van het Cabildo (Eilandbestuur) heeft verlaten voor het uitbreiden van de veestapel van Blas Alemán,  in de komende tijd zullen "Sansón", "Tritón" en "Neró, zwarte varkens van minder dan een jaar oud - en afkomstig van  Tenerife em Lanzarote - hun pure genen leveren aan de Grancanarische veestapel.

Santana heeft de ‘hoge kwaliteit’ van het vlees van het cochino negero canario bemadrukt en heeft erkend, dat - hoewel momenteel de jaarproductie uitsluitend toereikend is voor de lokale vraag - men de hoop blijft houden, dat export in de toekomst een feit zal zijn.

Ondanks de economische crisis, is in de afgelopen jaren het aantal exemplaren van dit ras op Gran  Carna Canaria toegenomen, “dankzij de goede kwaliteit van hun vlees, dat malser en sappiger is, dan dat van het geïmporteerde varken,” zo benadrukt de minister.

Op zijn beurt heeft de veearts van de Granja Experimental, Nicolás Navarro, laten weten, dat de aanwezigheid van deze beren die afkomstig zijn van Tenerife en Lanzarote het mogelijke maken, de problemen op de boerderijen met inteelt te verminderen door de genetische eigenschappen van het cochino negro canario (Canarische zwarte varken).

Omdat het een ras is, dat met uitsterven wordt bedreigd,, is dit een belangrijk werk en, hoewel er weinig dieren zijn, is het  nodig deze beren te laten rouleren.

De veeteeltbedrijven die hun voordeel doen met dit programma, hebben toegezegd als tegenprestatie, een jonge fokbeer aan het Cabildo (Eilandbestuur) af te staan voor de voortgang van het selectie-werk en de verbetering van het ras.

Het cochino negro canario is een dier wat gehouden moet worden in een semi-extensieve veehouderij, ver van  ongezonde fok-stallen, met een dieet wat licht afwijkt van dat van het roze varken, omdat het zwarte varken langzamer groeit, net zoals het cerdo ibérico (Iberische varken).

Navarro heeft benadrukt, dat ook het Cabildo (Eilandbestuur) van Tenerife een grote inspanning levert voor de genetische verbetering van het cerdo negro canario, en wel op de boerderij ‘El Helecho’; en dat de samenwerking tussen de eilanden  - het Grancanarische Eilandbestuur heeft fok-beren ter beschikking gesteld- kan zorgen voor het voortbestaan van dit varkensras.

Tijdens de presentatie heeft  Francisco Santana de eerste medailles van het Marca de Garantía Gran Canaria Calidad uitgereikt aan Antonia Rosa García (Arucas); aan de Granja (Boerderij) el Tío Isidro (Telde) en aan de veehouderij van Blas Alemán (Agüimes), die voldoen aan de voorwaarden van vrije  uitloop in de open lucht, gepaste voeding en het vastgestelde prototype voor het ras.
1-AAAAislas-canarias-kopie-164.jpg


Benedicta Ojeda
Een leven vol opoffering

Ruim twintig jaar toewijding aan ambachtelijke vervaardiging van queso de flor de Guía

SANTA MARÍA DE GUÍA - woensdag 21 augustus 2013 - De queso de flor (bloemenkaas) van Guía staat ongetwijfeld bekend als een van de meest waardevolle gastronomische schatten van de Canarische Eilanden en Benedicta Ojeda wijdt zich al ruim 20 jaar aan de ambachtelijke vervaardiging ervan.

Wat waarschijnlijk weinig mensen zullen weten, is, dat deze merkwaardige naam helemaal niets van doen heeft men een romantische bijnaam die iemand gegeven heeft aan dit lekkere melkderivaat, maar, dat die in werkelijkheid afkomstig is van de bloem van de artisjok (de flor de la alcachofa de la penca, zoals ambachtelijke meesters de bloei van deze distel noemen) die men aan de melk toevoegt, om deze te laten stremmen, of beter gezegd, de paarse stampers ervan, die als extra werk ook moeizaam met de hand worden verkregen.


                   Beni in de droogkamer voor de kazen van haar woning.
Met het werk op de achtergrond, is het niet moeilijk om te ontdekken hoe zwaar het leven van Beni is, zoals haar man Cristóbal het noemt, eigenaar van een kudde van 300 schapen, die gezamenlijk zorgen voor de melk waarvan de kaas gemaakt wordt. En hoewel deze hardwerkende vrouw van haar opmerkelijke beroep houdt, geeft ze ook toe, dat  - met het toenemen van de leeftijd - het steeds moeilijker wordt dit uit te oefenen, “want men moet leven voor en door de kaas, het zijn  vele uren werk en dat merkt men aan de gezondheid,” betreurt zij

Beni is al heel jong begonnen met werken, omdat toen ze  - amper 13 jaar oud - van de lagere school kwam, men haar als dienstmeisje naar een huis in Guía stuurde; en hoewel zij verzekert, dat zij toen al haar moeder hielp met het maken van kaas, dit pas  serieus werd toen zij - op amper 19-jarige leeftijd - trouwde met Cristóbal en zij zich beroepsmatig begon te wijden aan de kaasbewerking.

De feitelijke eigenaar van de kudde was de vader van Cristóbal, maar die is overleden kort na het huwelijk van zijn zoon met Beni; en sindsdien zijn de schapen in handen van het echtpaar en is zij begonnen zich geheel te wijden aan het volledig ambachtelijk vervaardigen van de quesos de flor (bloemenkazen). “Dat is nu twintig jaar geleden,” herinnert Beni zich, “en het begin was heel zwaar, omdat we toen ook nog koeien hadden waar ik me mee bezig hield, terwijl mijn man bezig was met la trashumancia (de verweiding).”

"Hacer la trashumancia" (“verweiden”), zo noemen de veehouders het verplaatsen ervan, waartoe men zich verplicht ziet, in de zoektocht naar grazige weiden voor het voeden van hun dieren, wat Beni en haar man minstens twee keer per jaar doen, van de kust naar de bergen, en terug.
Zodoende nemen zij, als het moment daar is, al hun bezittingen op en wandelen samen met schapen en honden vier uur lang over de caminos reales (herders-paden) van het eiland, totdat zij bij hun huis aankomen, wat gedurende het gehele seizoen hun verblijfplaats is.

Zo heeft Beni al haar meubels en bezittingen verdeeld over twee woningen, voor het maken van kaas. “Zelfs mijn vogeltjes en de telefoon gaan met me mee op de trashumancia (verweiding),”grapt ze, altijd glimlachend; ondanks de ernstige rugpijn die het product is van de hardheid van het dagelijkse bestaan, een leven van opoffering, dat alleen geschikt is voor geharde mensen die gewend zijn te werken van zonsopgang tot zonsondergang en die niet bang zijn voor ziekte, of droogte. “Want we hebben levende dieren die afhankelijk zijn van het weer; zegt Beni. “maar al dat werk heeft ook zijn voordelen. We hebben twee jaar op rij de prijs gewonnen voor de beste Canarische kaas,” zegt ze met een glinstering van trots in haar ogen. En geen wonder, want hun kazen zijn een ware delicatesse.
1-AAAAislas-canarias-kopie-164.jpg


Trans-oveja exprés
Het vee van Cristóbal Moreno onderneemt de trashumancia (verweiding)
vanafde hoogten van Gáldar  naar de weiden van Ayacata

GRAN CANARIA - dinsdag 20 augustus 2013 - Het is drie uur in de ochtend op de westelijk van Tamadaba gelegen Cortijo del Caidero (boerderij). Beneden, heel, heel diep weg, de lichten van een stukje wat lijkt op Agaete, een stukje Sardina en een lichtschijnsel wat Gáldar is. Daarboven een sterrenhemel met een enkele vallende ster. De lucht is nog steeds warm, 27 graden en de 300 schapen op de rand, alsof ze in afwachting zijn van de komst van de Driekoningen.

De herder, Cristóbal Moreno, ontwaakt. Deze nacht vertrekt hij naar Ayacata, voor hem ligt het Trasierra (achterliggende gebergte). En de schapen weten dit. Ze blaten al weken over dit onderwerp. Elk jaar, behalve vorig jaar vanwege de intense hitte en de droogte, komt men dan in augustus van de dan droge gronden van de hoogten van Gáldar naar hier, waar in de zomer een tapijt van bloemen en klaverveldjes ligt. Ayacata, en alle bergtoppen van het eiland zijn voor een schaap in de zomer West Indië, of een soort van Polynesië, waar ze vrij en ontspannen rond kunnen lopen. Daar, in de schoot van Ayacata, gaat ieder schaap naar een eigen dansfeest, zonder vaste melktijden, zonder vervelend gedoe, naar het luchten, verse blaadjes en twijgjes knabbelend daar waar ze maar zin hebben en in te dutten al ze hun maag overladen hebben. Uiteindelijk kan men rekenen op schapen in de schaduw van de amandelbomen.
1142_large.jpg

Cristóbal Moreno heeft zich deze nacht aangesloten bij een groepje van een dozijn herders en hun herdersjongens die, met gedoe, grappen en ‘leugens’, beginnen aan de trashumancia (verweiding). De expeditie vereist logistiek. Een aantal bestelautootjes met een assortiment aan bijeengebonden zakken met voornamelijk gofio voor de honden, medicijnen voor het geval een schaap iets overkomt, water in overvloed, wat dekens, enkele landkaarten, de knuppel… Benedicta Ojeda, zijn echtgenote, heeft ook rijst, kip en varkensvlees meegegeven. Het zijn spullen om de route mee af te leggen.



 
 Het vee staat op het punt het kookpunt te bereiken. Men verwijdert de hekwerken van de weg: het gerammel van grove, Canarische cencerras (halsbellen) en de hoge vijgenbomen, zijn de twee die het meeste geluid maken. Dit geroezemoes is voor een schaap, “alsof er twee gitaren zijn en er een mandoline bijkomt.” Of, “wanneer men een kind zijn pyjama aantrekt, om vervolgens uit te gaan.”
 
 
Het is 04:00 uur. Benedicta schenkt koffie in. Over twintig minuten begint de tocht. Men verlaat El Cortijo en even later is er de eerste ontmoeting op de route. Plotseling duikt er op de Lomo del Palo een andere schaapskudde op. Niet, dat de ene kudde samengaat met de andere, want dat is behoorlijk gevaarlijk. Maar als de eerste zich bij de tweede heeft gevoegd, gaan ze op de automatische piloot en door naar het feest. De herders ‘splitsen’ de kudde in tweeën met een mengelmoes van kreten aan herderstaal en ze slagen er in, zonder verstekelingen aan boord Las Montañetas te passeren.

Kort daarop, de vuurproef: een indrukwekkende eilanddrempel voor de herder. De Cuesta de Los Pinos, berucht om de combinatie van een picón-bodem op een helse afdaling met een duivels hoogteverschil.

 
De poten van de dieren zakken erin weg. Hun onderkaken raken de grond en de herders met hun metgezellen zakken er tot aan hun laarzen in weg. Als een dier mager is, bloedarmoede heeft, of apathisch is, wordt het hier overgezet. En zelfs het individu. “Hij die dit overwint, kan over het gehele eiland wandelen,” zo oordeelt Moreno.

Van daaruit gaat het om tien voor zeven langs de Montaña del Capitán, onder twinkelende sterren met het gerammel van de cencerras (halsbellen) en omgeven door stofwolken die veroorzaakt worden door het gewicht van 1.2000 poten. Daar verschijnt de Degollada de Las Palomas en de Corral de los Carneros, op een steenworp afstand van de Mirador de Artenara. Nog een beetje verder en nog wat hoger.

De kudde klimt naar het noorden en de zon komt op in het oosten. Ze raken elkaar bijna. Het is iets over zeven uur en men ziet Cruz de Tejeda.

Bergaf komt de dageraad op en daalt af in de enorme bergkom, om weer op te klimmen via Hoyeta Las Piedras, de hoogten van Cuevas Caídas, la Degollada de Becerra, el Andén del Toro, tot boven aan de flirtende Culata de Tejeda en vervolgens El Garañón waar in de verte het dennenbos een pas geïrrigeerd grasgazon lijkt.

 
 
Zeven uur na het vertrek, trekt men over de stuwdam van Los Hornos, of van La Cumbre. Het stuwmeer ligt rechts naast het pad wat naar de Roque Nublo leidt. Het vee komt aangelopen tussen de bomen. Vanaf de atalaya (uitkijktoren) ertegenover hoort men, op kilometers afstand, het verzamelde bel-geklingel. En de vermiljoenrode stofwolk die uit het groen opstijgt,  geeft aan welke richting het opgaat. Het is een show die zenuwachtig maakt.

Tijdens de wandeling trekken de herders en de herdersjongens bij toerbeurt het verkeer. Sommigen lopen vooruit om een doorgang te regelen. Anderen blijven achter de kudde aanlopen, net als de schapen. Een groep ervaren schapen gaat aan kop, “om de wereld te verkennen en nieuwe dingen te ontdekken,” en die wordt vervolgens afgelost door de volgende rij schapen, die net zo nieuwsgierig is naar nieuwe dingen. Het resultaat is, als dat van een wielercours. Ze gaan op volle snelheid. Net zo snel bergop, bergaf. Ze houden ervan. Het geval wil, dat ze met zijn tachtigen ontsnappen uit het winterverblijf, en uit zichzelf op weg zijn naar Ayacata, in het verlangen naar de zomermaanden en men hoeft ze niet te gaan zoeken, om ze te overtuigen, dat dit niet het moment is, om van de kudde weg te lopen.

Een chuchango cojo
Carmelo Quintana, vilten hoed met paarse band, geruit overhemd dichtgeknoopt tot aan het voorlaatste knoopje, een mes van het formaat sabel, voor het korten van de pitas (agaven) zonder de vingers open te halen en met een korte stok voorzien van een metalen punt, is afkomstig van Alguacilejo, in Guía. Hij is geen herdersjongen. Hij ís de herder, in de volle betekenis van de zes letters van het woord, en Spiderman, met een chuchango cojo (landslak/wijngaardslak) naast hem.

Quintana vliegt, met grote bokkensprongen over het rotsgesteente, langs de wanden van de barranco naar boven, met een snelheid die niet is aangepast op het menselijke oog. “Ik ben licht,” dat is het enige wat zijn hoedanigheid van persoonlijk luchttransport rechtvaardigt. Het ene moment is hij aan de rand van het uitzichtspunt van de Roque Nublo, om daar zijn zaakjes te regelen en het volgende moment daalt hij af naar de hel. Naar het begin van de damwand van het stuwmeer. “Dat is, opdat de schapen niet te water geraken,” dat is een van zijn grootste zorgen wanneer het vee zeven uur onderweg is.

 

De processie passeert het cement van Los Hornos, tien schapen breed, met een luid klingelende kudde als een uitgestrekte spoorweg, met Pedro Moreno, de broer van Cristóbal, als machinist aan kop. Pedro komt met Paco González, Paco ´die van Tejeda´, heel kalm aan. Hij heeft met zijn 43 een krachtige tred en is kaarsrecht, een zweetdruppel, een verschijnsel van de warmte. Hij is net zo koel als het kerkportaal voor de aanvang van een mis.  “Ze zijn tevreden. Ze zijn los, ze gaan op hun doel af. Ze grazen.”
 
Pedro kijkt achterom, naar het snoer van driehonderd wollige parels op het reusachtig lange zigzaggende pad; een lang lint vormend met het componeren van muziek van ruwe bellen. Een grote man die wegsmelt. Zijn oogappels. “Kijk ze eens. Ze zijn blij, omdat er nu weinig wrijving is met het personeel.”

 
  
Bij het passeren van de Nublo wacht een ander groep mannen, om hen te zien passeren en waar mogelijk te helpen. Ze zijn met de auto gekomen. Sommigen komen alleen, maar om te kijken. Hoewel men de trashumancia (verweiding) al uitvoert van voor de komst van de Europeanen, blijft dit een gebeurtenis, een verleden, iets wat de moeite waard is om te bekijken, een waar feest.
 
  
Het duurt nog een uur om aan te komen in Ayacata. De schapen ruiken de nabijheid van:

- los relinchones (Erucastrum canariense - behorend tot de kruisbloemenfamilie, mogelijk raapzaad en knolraap),
- las malvas, (kaasjeskruid),
- los "tasagastes" (Chamaecytisus palmensis - luzerne), zoals men ze daarboven noemt,
- los cardos (distels), las tederas (Hedera klimop),
- el hinojo (venkel);
een smakelijke salade van bloemen die, volgens Cristóbal, dit jaar beter is dan ooit. Het heeft precies goed geregend, niet teveel, niet te weinig.


Cristóbal en Benedicta hebben alles geregeld in een woning die voorzien is van alle hulpmiddelen om er goed te kunnen wonen tot november, of december. Als het vee komt is dit een groot moment. Ze dansen van vreugde. Men drijft ze in de kraal, voor het verwijderen van de grote cencerras (halsbellen), zodat die niet verpletteren tegen de stenen; en men voorziet 20% van de schapenkoppen van lichte bellen: habaneras, grillotas en esquilones, met een veel aangenamer geluid. Daarna laat men ze begaan. “Na vijf dagen komen we kijken, of het goed met ze gaat.”
2301_large.jpg
Benedicta heeft de kip en het varkensvlees in de oven staan. Ze serveert dit met rijst. Ze openen: ‘Canarische bieren’. Het is een heel voorspoedige dag. Er zijn geen botbreuken, geen verloren schapen. Ook heeft men geen last gehad van loslopende jagershonden, een nachtmerrie voor een goede overtocht van het vee en, vooral, heeft men rustig kunnen lopen, zonder haast, en niet over wegen wanneer de schapen zich verspreiden en overreden kunnen worden.

 

Men weet dat er arroz caldoso (risotto) is. Bovendien ‘Canarisch bier’. En in de boerderij begint men met een partijtje zanga (een van oorsprong Spaans kaartspel, voor vier personen). Dat is wat iemand mag verwachten die ruim acht uur onderweg is geweest over sommige van de nog steiler, dan steil zijnde paden van dit eiland die tot teleurstelling kunnen leiden. Aquí no ha pasado nada (Hier is er niets voorgevallen).
1-AAAAislas-canarias-kopie-164.jpg


Diverse verwaarloosde en mishandelde paarden aangetroffen op Tenerife

ARONA - vrijdag 9 november 2012 - De  Servicio de Protección a la Naturaleza (Seprona) (Dienst Natuurbescherming) van de Guardia Civil heeft op een boerderij in het Zuiden van Tenerife diverse, extreem magere en verwaarloosde paarden aangetroffen, zozeer zelfs, dat een van de paarden zo zwak is, dat het dier niet rechtop kan staan.

De Guardia Civil laat in een communiqué weten, dat de inspectie heeft plaatsgevonden op een kleineboerderij in Cabo Blanco, in de gemeente Arona, waar men diverse paarden heeft aangetroffen in stallen waarin geen licht was en de deuren en ramen gesloten waren.


                                   Foto vrijgegeven door de Guardia Civil.
Men heeft ook kunnen zien, dat de paarden niet over water, noch over voer beschikten, de ruiven waren helemaal leeg en, de vloeren van de stallen zaten zwaar onder de mest en schimmel, zo geeft d e Guardia Civil aan, de laat weten dat de paarden verwaarloosd zijn, waarbij het ernstig heeft ontbroken aan hygiënische omstandigheden.

Toen men de eigenaar van de paarden gevraagd heeft naar de deplorabele staat van de dieren, antwoordde de man, dat hij gezondheidsproblemen heeft en daarom de dieren niet kan verzorgen, maar wel, dat zijn zoon hem helpt wanneer hij kan.

Anderzijds beschikt de uitbater van de boerderij over geen enkele vergunning voor het houden van dieren en voor het bedrijven van welke activiteit dan ook die te maken heeft met veehouderij en voedselproductie, zo laat de Guardia Civil weten.

De Benemérita heeft de feiten ter kennis gebracht van de bevoegde autoriteiten, met het doel, dat men zal overgaan tot het weghalen van de dieren.
1-AAAAislas-canarias-kopie-164.jpg

 

Waterschap stuurt patrouille
voor vaststellen schade
in Las Tirajanas

De herder die zijn kudde weidt in de barranco
heeft een oneindige vergunning

SANTA LUCÍA DE TIRAJANA - donderdag 11 oktober 2012 -  De klacht die de bewoners van Ingenio de Santa Lucía hebben geuit tegenover het Consejo Insular de Aguas (Waterschap) wegens de schade die veroorzaakt wordt door een kudde geiten, houdt aan. Deze instantie, die vergunning heeft verleend aan de herder voor het hoeden van zijn geiten, die het riet eten in het waterstroomgebied, heeft de schriftelijke klacht ontvangen van bewoners in het gebied, over het aanvreten door de dieren van op het eiland  beschermde plantensoorten.

De beheerder van het Waterschap, Gerardo Henríquez, heeft uitgelegd, dat het zeker is, dat deze herder over een oneindige vergunning beschikt voor het weiden van zijn kudde en, dat die toestemming altijd de goedkeuring nodig heeft van het Ministerie van Milieuzaken.


              Overzichtsfoto van het barranco (ravijn) van Las Tirajanas.
Wegens de  klacht uit de buurt, zal het Waterschap een week lang  een bewakingspatrouille naar het gebied sturen, om te zien, of deze herder zich heeft begeven buiten de hem toegewezen terreinen en, of er ernstige schade is toegebracht aan de watervoorziening. In het geval, dat men milieuschade constateert,  zal het Ministerie van Milieuzkane partij moeten worden, opdat zij de schade evalueert en een ander gespecialiseerd team stuurt.


Barranco de Las Tirajanas.

Olijfbomen snoeien is strafbaar
De bewoners van het barranco (ravijn) hebben ook andere klachten. De olijfbomen op de landerijen in de omgeving, waarvan  vele 700 jaar oud zijn, worden vanaf de stam gesnoeid door de landbouwers die deze onderhouden op hun terreinen. Op het Península ( Schiereiland - vasteland van Spanje) is dit strafbaar, het is ondenkbaar, dat men dit doet, maar hier lijkt het erop, dat het niemand wat kan schelen. Deze bomen hebben 200 jaar nodig om te herstellen,” zegt Salvador Román, bewoner van Ingenio.
1-AAAAislas-canarias-kopie-164.jpg


 Dreigend failliet van Sialsa
brengt 25% van de veeteelt in gevaar


GRAN CANARIA - donderdag 15 maart 2012 - De surseance van betaling voor het bedrijf Servicio Insular de Abastecimiento de Leche SA (Sialsa) doet, zonder waarschuwing vooraf, ruim 25% van de veeteeltbedrijven op Gran Canaria in onzekerheid verkeren.
Nicolás Pérez, de voorzitter van de Cooperativa de Ganaderos de Gran Canaria (Coöperatie van Veeteeltbedrijven op Gran Canaria) , geeft de slechte situatie van de sector aan en vraagt om steunmaatregelen.


                                      Een veeteeltbedrijf op Gran Canaria.
De Grancanarische melkveehouders die hun melk verkopen aan Sialsa hebben al twee maanden geen geld ontvangen, “en het ergste is, dat we niet weten wanneer dit gaat gebeuren, en we hebben het geld niet alleen nodig, om de  gezinnen eten te geven die van deze inkomsten afhankelijk zijn, maar ook de dieren, merkt Nicolás Pérez op.
Het bedrag dat men voor de boerderij verschuldigd is varieert van €20.000,= tot 40.000,= euro per maand aan melkleveranties en treft, aldus de uitleg van Pérez,  ruim 25% van de veehouderij op het eiland.

“De sector verkeert in een kritieke situatie,” verzekert  Pérez, die op dinsdag 13 maart 2012 een gesprek heeft gehad met de minister van landbouw, José Miguel Álamo, van het Eilandbestuur van Gran  Canaria, om te bezien welke maatregelen men kan treffen, om te voorkomen, dat de extensieve veeteelt op Gran Canaria verloren gaat. Gelijktijdig heeft Pérez de Canarische Regering verzocht, om te handelen en, “komt met een noodplan waarmee men in staat is de primaire sector te bevorderen, de meest vergeten  grootheid in  de Canarische economie,” zo oordeelt de veeteler.

De beslissing van de Handelskamer van de Rechtbank van Las Palmas, om Sialsa, dat eigendom is van de  Kalise-Menorquina Groep, uitstel van betaling te verlenen, zal eindigen in een  doodsteek voor de Grancanarische veehouders. Ze hebben nog steeds niet een deel van de melksubsidie van de Spaanse Staat en van de Canarische Regering over het jaar 2010 ontvangen. “We hebben slecht 60% van deze subsidie ontvangen,” legt Pérez uit, “en dat geld komt uit de kas van de Europese Unie, het restantbedrag hebben we nog niet gezien en men zegt ons ook niet wanneer dit komt,” zo voegt hij toe. “Op grond van de subsidies heeft men de melkprijs verlaagd,” benadrukt Pérez, “maar als we die pas na twee jaar ontvangen, dan is de bedrijfsvoering onmogelijk.” zo beweert hij.

Bij dit alles moet men dan nog de prijs van het stro optellen, van de alfalfa en de soja die dienen als veevoeder. “Dit is een voorbeeld van nalatigheid in het beleid van de Regering wat betreft de primaire sector, “ geeft Pérez aan, “op Canarias plant men bijna niets en daarom zien wij ons genoodzaakt het dierenvoedsel  te importeren; iets, wat onze kosten enorm verhoogt,” zo verzekert de voorzitter van de coöperatie van veehouders.

De melkveehouders denken, dat het heel moeilijk zal zijn, de melk die Sialsa niet koopt, kwijt te raken, omdat de overige melkfabrieken nu  zullen proberen bodemprijzen te bedingen.
1-AAAAislas-canarias-kopie-164.jpg


Surseance van betaling voor Sialsa             
met 9 miljoen euro schuld

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA  - zondag 11 maart 2012 –  De Handelskamer van de Arrondissementsrechtbank van Las Palmas heeft surseance van betaling  uitgesproken voor het bijna failliet zijnde bedrijf Servicio Insular de Abastecimiento de Leche S. A. (Sialsa), dat eigendom is van de Groep Kalise-Menorquina.

Het uitstel van betaling voor de fabrikant van de producten ‘Sandra’, brengt de Grancanarische melkveehouderij aan de rand van de afgrond. De Handelskamer  van de Rechtbank heeft op 15 februari 2012 de aanvraag van de surseance van betaling gehonoreerd van het bedrijf Sialsa, de voormalige melkcentrale van het merk Sandra. Met deze stap wil de Groep Kalise-Menorquina het faillissement proberen te voorkomen van een van de  meest prestigieuze levensmiddelenmerken van de Archipel


Een protestdemonstratie in 2010 vanwege de beslissing van het Eilandbestuur van Gran  Canaria, om niet langer deel te nemen in  Sialsa.

Het Eilandbestuur van Gran Canaria heeft in  2010 afstand gedaan van  de 5% van het sociale kapitaal die het nog bezat van dit nutsbedrijf, dat José Manuel Soria, in 2005, privatiseerde voor 12 miljoen euro.


  1. Kort daarop, in juni 2010, heeft Kalise-Menorquina een expediente de regulación de empleo (ERE) (werktijdverkorting) toegepast, om zodoende bijna de helft van het personeelsbestand te ontslaan, dat werd teruggebracht van 87 naar 39 werknemers.
    1-AAAAislas-canarias-kopie-164.jpg

e-36.jpg

aaaaLOGOMETBANNERGranCanariaActueel-2--108.jpg