site teller
site teller
site teller
gran-canaria-actueel.jouwweb.nl
'GRAN CANARIA ACTUEEL'... » ECONOMIE » LAND- EN TUINBOUW

aaaaLOGOMETBANNERGranCanariaActueel-66.jpg

d-31.jpg


De woestijnvorming van Canarias schrijdt voort vanwege slechte planning

De milieuorganisaties zijn van mening, dat de beste gereedschappen om woestijnvorming tegen te gaan in Spanje ,‘rationeel’ waterbeleid en landbouwbeleid zijn

SPANJE - dinsdag 20 juni 2017 -  De woestijnvorming, een vernietiging van vruchtbare grond die nagenoeg onomkeerbaar is, schrijdt voort via diverse ecosystemen die 70% van de oppervlakte van Spanje beslaan vanwege de slechte planning en overexploitatie van de natuurlijke hulpmiddelen, vooral het water; met Canarias op de tweede plaats van de ranglijst.

Bij gelegenheid van de ‘Wereld Dag Tegen Woestijnvorming’, jaarlijks op 17 juni, heeft de wetenschapper Jaime Martínez Valderrama, desakundige op dit gebied in het Estación Experimental de Zonas Áridas (Proefstation van Droge Gebieden) van de Consejo Superior de Investigaciones Cientificas (CSIC) (Hoge Wetenschappelijke Onderzoeksraad)  in Almería uitgelegd wat het verschil is tussen woestijn en woestijnvorming (zie: http://www.csic.es).
VERWOESTIJNIUNG.jpg
verwoestijning_dagenvanhetjaarnl_.jpg

desertificacion_mapa_Espaa.jpg

“De woestijnen zijn ecosystemen als gevolg van extreme systemen van droogte; woestijnvorming  daarentegen, is een proces dat zich voordoet door ongeschikt menselijk ingrijpen, dat niet reageert op pech, maar op de slechte planning van de natuurlijke hulpbronnen,” verduidelijkt  hij.

Terwijl natuurlijke woestijnen ecosystemen zijn die verrassend rijk zijn aan biodiversiteit door hun gevarieerde omstandigheden van temperatuur (tussen dag en nacht), en vochtigheid (tussen plaatsen van schaduw en zon), raast woestijnvorming voort op welvarend land en maakt de warmtebronnen onomkeerbaar.
Logo_pand_1_tcm7-26496.jpg ElProgramadeAccinNacionalPAND.jpg
Volgens de gegevens van het Programa de Acción Nacional contra la Desertificación (PAND) (Nationale Actieprogramma tegen de Verwoestijning) van het Ministerio de Agricultura y Pesca, Alimentación y Medio Ambiente (Mapama) (Ministerie van Landbouw en Visserij, Levensmiddelen en Milieu), lijdt ruim tweederde van de oppervlakte van Spanje aan woestijnvorming.

Het PAND erkent dat er processen van woestijnvorming bestaan die in gang zijn in vijf soorten ecosystemen. Een  daarvan doet zich voor in de gebieden van de kust land- en tuinbouwsystemen die een overexploitatie genereren van de water-toevoegende lagen, voornamelijk in  de  kweekkasgebieden van Granada, Almería, Murcía, en Canarias.

Andere zijn de struikgewasgebieden  en woestijnen van het platteland die zonder zorg heel snel verwaarloosd zijn, wat maakt dat ze zeer gevoelig zijn voor branden.
img_3231_1.jpg
“Met deze gebieden is heel Spanje bezaaid,” merkt Martínez Valderrama op.
index.jpg
Andere getroffen ecosystemen zij de houtachtige agrarische teelten, voornamelijk olijf- en amandel-boerderijen in de kom van de Guadalquivir, die ook door verdroging de bodembedekking vernietigen; weilanden; en andere gebieden met intensieve hooglandgewassen.

Hoewel de vlekken van verwoestijning op de landkaart van het PAND verdeeld zijn over het gehele grondgebied,  komen ze het meeste voor in Andalusië, op Canaria, in Castilla-La Mancha, en vooral aan de Levante (Middellandse zeekust).
best_dvhj-730x201.png
Het signaal voor het detecteren van grond die aan het verwoestijnen is, is meestal het uiterlijk van korsten op, en barsten in de grond, een ‘te laat’ gegeven dat de aarde uitgedroogd is; een indicatie die verschijnt,  wanneer de onderliggende water-toevoegende lagen al een onomkeerbaar dood hebben geleden.

De vijf types van de voortschrijdende woestijnvorming in Spanje zijn vooral te wijten aan de slechte planning van de landbouw - zo zijn de deskundigen het met elkaar eens - hetzij door braaklegging, of intensief gebruik op zoek naar winstgevendheid ten koste van alles, en overexploitatie van de water-toevoegende lagen voor irrigatie.

In het geval van de kustgebieden, neigen deze  water-toevoegende lagen bezet te zijn door zeewater, dat ze verzilt en ze voor altijd laat verwoestijnen, merkt de deskundige van de CSIC op.

“De verwoestijning is het gevolg van een overexploitatie die, net zoals gebeurt met de Oceanen, te maken heeft met de menselijke praktijk welke meer wil onttrekken dan er is,” benadrukt Martínez Valderrama.

De Boswoordvoerder van Greenpeace, Miguel Ángel Soto, benadrukt bovendien, dat de stijging van de temperatuur, minder neerslag, en meer blussen van bosbranden, ten gevolge van de klimaatverandering, “de processen van onomkeerbaar verlies van grond versnellen.”
visuel_worldday_desertification.jpg

“Deze Wereld Dag Tegen Woestijnvorming, met op 17 juni veel steden in Spanje met 40 graden,  moet voor ons  dienen om na te denken over de uitwerking van de beslissingen op het vlak van landbouw en het gebruik van water voor het milieu,” zo voegt Miguel Ángel Soto toe.

De milieuorganisaties zijn van mening, dat de beste gereedschappen om woestijnvorming tegen te gaan in Spanje ‘rationeel ‘ waterbeleid en landbouwbeleid zijn.

In het eerste hoofdstuk  eisen ze een geïntegreerd beheer van de vraag, daarbij alle veeleisende watersectoren betrekkend, rekening houdend met de ecologische beddingen, de jacht naar overmatig gebruik en de vervuiling van waterbronnen, de verspreiding van illegale waterputten en het misbruik van water.

Op het vlak van de landbouw, gaat strijden tegen de verwoestijning met het verminderen van het irrgeren vab de huidige vier miljoen hactare tot drie, of 3,2; evenals door een landbouw die meer gericht is op  kwaliteitsproducten dan op de hoeveelheid, bevestigt men vanuit Ecologistas en Acción.

Vanuit de laatstgenoemde Niet Gouvernementele Organisatie (NGO) animeert men de burgers, om het Europose burgerinitiatief  ‘People for soil’ (‘Mensen voor grond’) te ondertekenen, dat van de Europese Unie een richtlijn eist die , “gezonde en vruchtbare gronden garandeert  voor de toekomst.”
170614_desertification.jpg

Gelijktijdig met deze ‘Wereld Dag Tegen Woestijnvorming’, heeft de parlementariër van de Groene Partij  Equo, Juan López de Uralde, aan de Regering om een evaluatie gevraagd van het verwoestijningsproces waaraan Spanje lijdt.

 


Succes van de
ciruela (pruim) en de albaricoque (abrikoos)
van Tirajana

GRAN CANARIA - Pinksteren, zondag 4 juni 2017 -  De ciruela (pruim) van Gran Canaria is in 2017 ingelijfd bij de succesvolle promotiecampagne van de Albaricoque de Tirajana (Abrikoos van Tirajana) welke in voorgaande jaren heeft plaatsgevonden op initiatief van de Canarische Regering en het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria;  die hebben bereikt, dit fruit te introduceren in de grote distributiekanalen.

De campagne - welke is verricht  in coördinatie met de gemeenten van het Middelhoge Gebergte en de land- en tuinbouwers van het Eiland - werkt op twee manieren: enerzijds maakt deze de komst van de productie  in de grootwinkelbedrijven en supermarkten mogelijk; en anderzijds, doet men dat in een meer aantrekkelijk formaat, voor het doen toenemen van de aankopen door de consumenten; aldus de uitleg  van de  minister van Landbouw, Narvay Quintero, van de Canarische Regering; en  Miguel Hidalgo de minister van Voedsel-soevereiniteit, van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria.
PromocinAlbaricoque2.jpgOp de eerste plaats wil Narvay Quintero, “dank zeggen voor de bereidheid van minister Miguel Hidalgo en van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, voor het ontwikkelen van heel positieve initiatieven voor de primaire sector.” Eveneens heeft hij benadrukt , “dat het doel is, de  graad van de levensmiddelen-soevereiniteit te verhogen, en het gewicht van de sector, en het lokale product, in dit geval van Gran Canaria; opdat de land- en tuinbouwers, veetelers en vissers van de Eilanden betere opbrengsten hebben.”

img_38001.jpg
December 2016:  De Gemeente San Bartolomé de Tirajana geeft in het opleidingscentrum in El Tablero haar landbouwers een specifieke cursus voor het telen van albaricoques (abrikozen).
De uitbreiding van de campagne naar de ciruela (pruim) van het Middelhoge Gebergte, welke kan rekenen op een bijdrage van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria van €14.000,=; veronderstelt het feit te zijn - zo verzekert Miguel Hidalgo - van de revolutionaire  verandering  van het landschap en van de gemeenten in het centrum van het Eiland, waar de ciruelos (pruimenbomen) in overvloed staan welke, tot nu toe, veel landbouwers niet wilden hebben omdat men het fruit niet wilde plukken, omdat men zich niet inzette voor de commercialisering ervan.

Daarom kunnen land- en tuinbouwers die pruimenbomen bezitten in het Middelhoge Gebergte-  en die geïnteresseerd zijn in marketing - informatie opvragen bij het dichtstbijzijnde  Landbouwvoorlichtingsagentschap van het Cabildo (Eilandbestuur), om zich bij de campagne te aan te sluiten .
VisitaconsejerodeagriculturaCabildoypresentacincarteldelalbaricoquesdeTirajana10.jpg
20170602_111011.jpg

De minister van de Canarische Regering benadrukt, “het belang van de invoering van het afwisselende product en de hoge kwaliteit in de passende verkoopkanalen; door deze een waarde en specifieke aanwezigheid te geven, aangepast aan de gewoonten van de consument van vandaag de dag.

Eveneens waarderen beide ministers het werk van de gemeentebesturen, die betrokken zijn bij het promoten van de landbouwers in hun  gemeente.
ciruelo.jpg                                              Ciruelas (pruimen) van Tirajana
Zo is de verwachting, dat men in 2017 op Gran Canaria 2000.000 kilo fruit verkrijgt, het dubbele van dat in 2016, toen het weer het uiteindelijke volume vertraagde.

De productie heeft een grote acceptatie bij het publiek dankzij het vervoer en de commercialisering verricht door het nutsbedrijf  Gestión del Medio Rural (GMR) (Plattelandsbeheer), van de Canarische Regering;  en de promotie, verpakking, en etikettering , verricht door het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, samen met het beheer van de land- en tuinbouwers,  voor de aanpassing en voor het verkrijgen van een betere opbrengst van hun producten.
4130.jpg

Net als bij wijn, is er nu ook een officiële herkomstbenaming voor albaricoques (abrikiozen) van Tirajana (Gran Canaria).
Het nutsbedrijf GMR heeft een jaargemiddelde verkregen van 80.000 kilo albaricoques (abrikozen) in Tirajana; en in 2017 heeft men al 30.000 kilo ciruelas (pruimen) geoogst in het Middelhoge Gebergte van Gran Canaria;  twee  vruchten, die men oogst naast de overige soorten die dit nutsbedrijf verhandelt en die voor 70% worden gepresenteerd in de grootwinkelbedrijven op de Archipel.
421650-1g_CSN421650_MG1273227.jpg Albaricoque-de-Tirajana.jpg
DSC02153.jpg

De Canarische teelt van abrikozen vindt plaats op Gran Canaria
Gran Canaria produceert bijna de totaliteit van de Canarische abrikozen, men teelt deze op 73 van de 76 hectare welke men verbouwd op de Archipel, de helft in de bedding van de barranco (het ravijn) van Tirajana,  die een vrucht geeft welke al jaren verhandeld wordt door het nutsbedrijf GMR

Het Cabildo (Eilandbestuur) heeft zich sinds twee jaar gevoegd bij het initiatief van het nutsbedrijf GMR met een promotiecampagne voor de herwaardering van de vrucht tegenover de  buitenlandse concurrentie en heeft zijn  toevlucht genomen tot het aantrekkelijker maken van de vrucht met het veranderen van de verpakking en een aantrekkelijkere etikettering, kwaliteit, en informatie voor de consument. Daarnaast heeft het GMR codes toegekend  aan de kistjes en heeft het fruit geïntroduceerd op nieuwe verkooppunten,

Zodoende worden de albaricoques (abrikozen) verhandeld in kistjes van twee en drie kilo, waarvan men in 2016 maar liefst 8.500 kilo verkocht heeft; kistjes van een en anderhalve kilo, die goed waren voor 55.600 kilo, en ook als bulkgoed, waarvan men 30.000 kilo heeft verkocht.

De goede ontvangst van deze gezamenlijke actie heeft ertoe geleid dat dit jaar de ciruela (pruim) erin is opgenomen, omdat de producenten al een aanzienlijke toename hadden geregistreerd in hun verkopen en de consumenten hun voordeel hebben kunnen doen met de toegang van het fruit in supermarkten en grootwinkelbedrijven, iets waarvan de Canarische Regering en het Cabildo (Eilandbestuur) verwachten dat het zich zal uitbreiden tot de ciruela (pruim).
ZZZIslas-canariaslogo-1027.jpg


Plátano de Canarias (Canarische banaan):
Het imperium van de subsidies

De bananensector op de Canarische eilanden monopoliseert Europese landbouwsubsidies en is  beschermd door een politiek- en economisch netwerk

De grote produceren controleren het officiële gesprek over de sector en ontvangen 50% van de subsidies

Overproductie: Jaarlijks worden duizenden kilo’s gesubsidieerde bananen doorgedraaid

CANARISCHE EILANDEN - maandag 22 mei 2017 - De geschiedenis van Felix Santiago begint op het platteland als dagloner. Hij leerde pas lezen en schrijven toen hij volwassen was, terwijl hij de grote voordelen oppotte van zijn talrijke bedrijven in de bouw. Vervolgens besloot hij om opnieuw te investeren in de landbouw en koos voor de bananenteelt, een activiteit die gereserveerd leek voor grootgrondbezitters.

Momenteel is Felix Santiago de grootste bananenproducent van de Canarische Eilanden. De jaarlijks oogst van zijn ondernemingen bedraagt tien miljoen kilo bananen en zijn broeikassen koloniseren de kust die grenst aan de gemeenten Gáldar en Guía in het Noordwesten van Gran Canaria.

14503653898223.jpgDe bananen-broeikassen van Conagrican in de gemeente Santa María de Guía op Gran Canaria.
150 hectare van zich aaneenrijgende grijze en witte hekwerken van bananenplantages met betonnen muren van tot wel vijf meter hoog, vormen het imperium van Conagrican, het landbouwfiliaal van de Félix Santiago Melián-Groep.

Tussen 2012 en 2014 hebben twee van zijn bedrijven, Agrícola Costa Caleta en Conagrican,  bijna twee miljoen euro aan Europese subsidies ontvangen.

De bananensector op de Canarische Eilanden was tussen 2007 en 2013  goed voor twee van elke drie euro (68%) van de Europese steun voor de lokale productie op de Archipel, volgens de gegevens van de gerealiseerde EU-begroting voort de landbouwproductie van de Canarische Eilanden, (het POSEI-steunprogramma)

Op basis van de POSEI-regeling (verordening 247/2006 van de Raad van 30 januari 2006, specifieke maatregelen bevattend op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie) krijgen de betrokken lidstaten een algemeen bedrag toegewezen dat gebruikt kan worden ten behoeve van de ondersteuning van de landbouwproductie in de perifere gebieden.
De betrokken lidstaten kunnen in belangrijke mate zelf beslissen over de verdeling van de kredieten. In de POSEI-regeling geeft de Europese Commissie aan, dat de betrokken lidstaten steunprogramma's moeten opstellen die specifieke maatregelen bevatten ten gunste van de lokale agrarische productietakken. Daarnaast heeft de Raad voorzien in een ‘opt out’ voor de ontkoppeling in de perifere gebieden.

Geholpen door een invloedrijk politiek- en economisch netwerk dat dateert uit de Guerra Civil (Spaanse Burgeroorlog 1936-1939), is men erin geslaagd het grootste deel van de landbouwsubsidies te absorberen die naar de kustregio gaan voor de overige culturen.

De grote producenten, veel van hen zijn nakomelingen van  de Canarische adel, vertegenwoordigen 5% van  de sector, en strijken de helft van de subsidies op en en controleren de officiële onderhandelingen.

Dankzij een financiële balans van 141 miljoen euro per jaar, die de bananensector sinds 2007 ontvangt, zijn de Europese subsidies goed voor bijna de helft (46%) van de totale inkomstem van de  bananentelers.

Deze situatie contrasteert met de verhouding van subsidies ten opzichte van de markt-inkomsten van andere relevante gewassen op de eilanden, zoals: tomaat export (21%), aardappelen (16%), wijngaarden (20%) of agrarische sectoren zoals de  veehouderij (20%).

De Canarische Regering  verdeelt de Europese subsidies
Officieel zijn noch de Europese Commissie, noch het Ministerio de Agricultura, Alimentación y Medio Ambiente (MAGRAMA) (Ministerie van Landbouw, Voedsel en Milieu) van mening, dat de verdeling bestaat uit een "rechtvaardige" distributie; maar om het toewijzen van ‘passende hoeveelheden aan de diverse sectoren.

Het Ministerie van Landbouw, van de Canarische Regering,  verdedigt dat de subsidies aan de sector, “het resultaat zijn van de inspanningen van de bananenproducenten, die al jaren strijden om aan Europa ‘hun speciale omstandigheden’ duidelijk te maken.

Juan José Bonny, voorzitter van de Federación Provincial de Asociaciones de Exportadores de Productos Hortofrutícolas de la provincia de Las Palmas (FEDEX), bevestigt, dat de POSEI  slecht is verdeeld.”

Dezelfde mening is de journalist Román Delgado toegedaan, gespecialiseerd in de primaire sector:  “ ongetwijfeld, is die niet evenwichtig, en is die slecht verdeeld.”

Sinds 2006 is de Canarische Regering verantwoordelijk voor de ditributie van de POSEI, het specifiek EU-programma voor het compenseren van de  geografische situatie van de landbouwproducten van de regiones ultraperiféricas (buitengebieden) (de overzeese Franse gebiedsdelen, de Azoren, Madeira, en Canarias).

“De Canarische autoriteiten kunnen voorstellen een deel van de begroting voor de bananen over te hevelen naar andere bedrijvigheid zoals de tomaat, of de aardappelen,” verduidelijkt Daniel Rosario, woordvoerder van de Comisión de Agricultura y Desarrollo Rural (Commissie Landbouw en Plattelandsontwikkeling). De banaan is een van de weinige partijen in het programma waarvan  de registratie geen enkele wijziging heeft ondergaan sinds 2006.

Ondanks de afwezigheid van een voortdurende evaluatie van het subsidieprogramma, zijn er diverse Europese rapporten, die zich richten op deze verdeling, zoals een verslag van adviesbureau  Oréade Brèche voor de jaren 2008 en 2009, dat verzekert dat de banaan op Canarias ,“een van de weinige sectoren is waarvan de winsten, zonder subsidies, positief zijn.”

In dat verslag wordt met name rekening gehouden met de financiële uitvoering van de programma's tot het begrotingsjaar 2009, gegevens over de desbetreffende markten tot 2009 en het door adviesbureau Oréade-Brèche in opdracht van de Europese Commissie verrichte evaluatieonderzoek van de sinds 2001 in het kader van de POSEI-regeling uitgevoerde maatregelen (hierna "het evaluatieonderzoek" genoemd) dat in februari 2010 gepubliceerd is op: http://ec.europa.eu/agriculture/eval/reports/pose i/index_fr.htm.

Doordraaien van gesubsidieerd fruit
Het subsidiesysteem van de Canarische plátano (banaan) beloont de productie en vergeet onderwerpen zoals het milieu, zoals de Europese rekenkamer aangeeft in een verslag van 2010.
Het doel, de productie te behouden - die zich sinds 2006 handhaaft op 370.000 ton - is  om niet het marktaandeel te verliezen tegenover de banaan die afkomstig is uit Amerikaanse en Afrikaanse landen.

Deze formule,  in combinatie met de eigenschappen van de plant, die slechts produceert bij temperaturen vanaf 12 graden Celsius, veroorzaakt dat in perioden van  het jaar waarin er een overaanbod is, de prijzen dalen, waardoor het niet rendabel is de bananen te transporteren naar het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje).

Tot nu toe is de enige oplossing die de sector heeft gevonden, het zogenoemde  genoemde ‘pica’:  Dat is het teveel geproduceerd fruit (in perfecte staat) en nadat het verpakt is, door te draaien.
"Het is een economische dwaling,  maar dat is wat het is," betreurt Juan Nuez, een oude bananenteler en professor in de Economie.

Officieel aangegeven in het Boletín Oficial de Canarias (de Canarische Staatscourant) als, “teruggetrokken hoeveelheden onder uitzonderlijke marktomstandigheden,” zijn deze doorgedraaide kilo’s gesubsidieerd.
“Als men aan het eind van het jaar, van de 100 kilo er vijf doordraait, dan is dat niets, Hoewel het beleidsmatig niet correct is, is het dat wel financieel,” rechtvaardigt Domingo Martín, beheerder van  een van de organisaties van bananenproducenten.

Tussen 2009 en 2013 - met uitsluiting van 2010, het slechtste jaar - heeft men ruim 24.000 kilo  aan gesubsidieerde bananen doorgedraaid , aldus de gegevens van het Ministerie van Landbouw.

14503654269322.jpg
            Bananenplantages in de openlucht, in de gemeente Guía op Gran Canaria.
Een dicht netwerk om de banaan te verdedigen
Aan de kust van La Palma, het meest westelijke eiland van  de Canarische Archipel, beter bekend als La Isla Bonita (Het Mooie Eiland), overheersen de bananenplantages het landschap. Onder elkaar gelegen vanwege het ruige terrein, gaat het om percelen bananen van in totaal 3.000 hectare, wat overeenkomt met een derde van het gehele oppervlak van dit gewas op de Canarische Eilanden.

Voor Anselmo Pestana, president van het Cabildo (Eilandbestuur) van La Palma, is het duidelijk: "Er is eensgezindheid over het handhaven van de steun aan de banaan bij alle politieke partijen, vertegenwoordigd op La Palma".

Een consensus die tot uiting is gekomen in door het Cabildo (Eilandbestuur) van La Palma in mei 2014 overheidsverklaring ter verdediging van het cultiveren van het tropische fruit, waarin men bevestigt dat de banaan, de voornaamste economische motor is in de eiland-economie.”  De landbouw vertegenwoordigt slechts 4% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) van La Palma.

De plátano (banaan) op Canarias is een cultuur die bijna exclusief is op drie van  de zeven eilanden; La Palma, Tenerife en Gran Canaria tellen gezamenlijk 97% van de oppervlakte ervan. In 21 van de afgelopen 25 jaar ging de post van Minister van Landbouw naar iemand die afkomstig was van La Palma, of Tenerife.

La Palmas, dat 4% vertegenwoordigt van de Canarische bevolking, telde drie ministers tussen 1987 en 2014. Bijvoorbeeld, Gabriel Mato (1997-2000), die actief heeft deelgenomen aan de POSEI-onderhandelingen van de eurogedeputeerde voor de Partido Popular (PP); of Antonio Castro (1987-1995), recentelijk voorzitter van het Canarische Parlement, die een wezenlijke rol had in het inlijven van de banaan in het Europese systeem; zoveel, dat hem dit voor zijn werk de onderscheiding Oro de Plátano de Canarias (Gouden Banaan van Canarias) opleverde.

Men moet echter teruggaan tot voor de Guerra Civil (Spaanse Burgeroorlog 1936-1939) om de invloed te begrijpen van deze cultuur op de Canarische Archipel.

“De banentelers vormden een harde, rechtse lijn gedurende de República (Republiek) en steunden massaal de rebellen,” vertelt de Ricard Guerra  geschiedkundige en auteur van diverse studies over de Guerra Civil (Spaans Burgeroorlog) op Canarias. Hij bevestigt “dat de sector zich volledig bevoordeeld zag door het franquismo via de beschermende maatregelen voor de banenteelt.”

“Sinds 1936 zijn het de banentelers die het agrarische beleid van Canarias dicteren,” stelt de econoom Nuez Yánez.

Guerra en Nuez Yánez,zijn het er samen over eens, dat het geen toeval is dat Alonso Arroyo, nakomeling van bananentelers in het Noorden van Tenerife, sinds 1991 vrijwel overheersend  de post van viceminister van Landbouw bekleedde.

“Arroyo heeft zijn hele leven gewijd aan de banaan, zegt Juan José Bonny, vertegenwoordiger van de tomatenkwekers.

Arroyo heeft echter verklaard dat het Ministerie officieel zijn aanwezigheid verdedigde, “omdat die beantwoordde aan zijn brede kennis op agrarisch en communicatief vlak.”

De lobbygroep in Brussel en Madrid               
“Men moet zijn, waar men de beslissingen neemt,” antwoordde Adolfo Díaz, die - met 20 hectare banencultuur in broeikassen en een jaarproductie van ongeveer 900.000 kilo - behoort tot de 50 grootste bananentelers van Canarias.

De Asociación de Organizaciones de Productores de Plátanos de Canarias (Asprocan) (Vereniging van Organisaties van Canarische  Bananenproducenten) , was tot eind 2014 ingeschreven in het lobby-register van Europese Unie. Verdwenen uit het register heeft men nog steeds een bekende binnen de Europese structuur: Álvaro González de Cossío, gedelegeerde van de Canarisch Regering in Brussel, die voorheen vertegenwoordiger was van de bananenorganisatie in de Europese  Commissie.

“Ze hebben  een goede lobby en het beleid is steeds hetzelfde geweest; eerste te zijn in de regio,” legt  journalist Delgado uit.

 Coalición Canaria (CC) - de politieke partij die de Eilanden regeert sinds haar ontstaan in 1993-  is onder de grote verdedigers van  de belangen van de plátano (Canarische banaan).

In drie van de zes debatten over de Estado de la Nación (Regeringsverklaring) in het Congreso (de Tweede Kamer), heeft CC-afgevaardigde Ana Oramas, subsidies geëist voor het transport  van de plátano (Canarische banaan) naar het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje).

14503654370753-kopie.gif
Miguel Arias Cañete (voormalig minister van Landbouw) met Henry Sicilia, Santiago Rodríguez en Leopoldo Cólogan, vertegenwoordigers van de bananensector.
Deze politieke macht ziet men ook op het ondernemersvlak. Asprocan is de enige landbouw-entiteit die in de twee  grote Canarisch werkgeversorganisaties vertegenwoordigd is: CEOE-Tenerife en de Confederación Canaria de Empresarios (Confederatie van Canarische Ondernemers).   Beide hebben een rechtstreekse lijn met de president van de Canarische Regering via hun Adviesraad.

Henry Sicilia, is als voorzitter van de Asociación de Agricultores y Ganaderos de Canarias (Asaga) (Canarische Vereniging van Landbouwers en Veetelers) ook vicevoorzitter van Landbouw van de CEOE Tenerife. Een functie die hij combineert met zijn positie als een van de vijf bestuurders van Asprocan, als vertegenwoordiger van Coplaca, de grootste organisatie van bananenproducenten op de Canarische Eilanden.

Omstandigheden die zich verenigen met de publicitaire macht van Asprocan, eveneens gesubsidieerd door Europese fondsen. De investering voor de promotie van het merk Plátano de Canarias (Canarische Banaan), die meer is dan jaarlijks vier miljoen euro, zoals de vereniging van banentelers verzekert, heeft hen gebracht tot het zijn van sponsor van de ACB,  de  Spaanse  basketbalcompetitie.

In tegenstelling tot andere landbouwsectoren, is de volledige eenheid van bananentelers. afgedwongen door Europa, waaraan vijf organizaciones de productores (OPP) (producentenorganisaties ) deelnemen - zes in 2014 – als zijnde 100% van de Canarische bananentelers.

De OPP
Gevormd als de enige subsidieontvanger, is de OPP - Coplaca, Cupalma, Plataneros de Canarias, Agriten, Europlátano, en Asprocan - de bananenwerkgeversvereniging  op Canarias.

"Binnen Asprocan is er een domein van grote families bananenproducenten die niets te maken hebben met  kleine boeren", zegt de journalist Roman

De 438 grootste producenten op Canarias, 5% van het totaal, ontvangt de helft van de subsidies, aldus gegevens van de lijst van begunstigden in de bananensector van  2012 tot 2014.

Ondanks deze cijfers verzekert de beheerder va Cupalma en directielid van Asprocan , “dat de subsidies komen omdat er een groter sociale basis achter zit van agrarische bedrijven.”

Domingo Martín verdedigt “dat deze grote eigenaren ervoor zorgen dat de verpakkingskosten veel lager zijn en ten goede komen aan de kleinere eigenaren.” Cupalma is de OPP die het grootste aantal kleine bananentelers omvat, met gemiddeld het laagste aantal kilo’s per producent.’ Vanuit het Ministerie verzekert men dat de concurrentie met de Zuid-Amerikaanse banaan ‘absoluut noodzakelijk’ is om de concentratie van het bananenaanbod, “meer concurrerend te laten zijn door verlaging van de kosten en de verbetering van de kwaliteit.”

Een denkwijze die de kleine landbouwers niet delen. Jorge Hernández heeft 16 celemines (wat minder is dan een hectare) biologische bananen. Hij produceert 40.000 kilo per jaar en voelt zich achtergesteld door wat men, “officieel de bananensector noemt”. Hij geeft aan. Wat hen het minste interesseert zijn de kleine producente en de biologische landbouw.”

Javier Hernández García, met  2 hectare en jaarlijks 80.000 kilo, is het met Hernández eens: “De officiële sector is een sekte, er is geen rechtstreekse verbinding tussen de kleine produceten en Asprocan.”
14503634196409.jpg                      Bananenplantage in de openlucht  in 
La Puntallana, La Palma.
Een bananen-aristocratie 
Het is 5 oktober 2011. Alonso Arroyo  ondertekent een  besluit van de vergadering tot het inschrijven van La Fast, een landbouwonderneming met een ruim honderdjarige geschiedenis, als Sociedad Agraria de Transformación. Met in de Raad van Bestuur illustere namen van de Canarische Eilanden zoals Azero Rodriguez, Bravo de Laguna, Benítez de Lugo, Manrique de Lara en Cologán.

Momenteel bezit LA FAST - geassocieerd met een grotere OPP van Canarias - Coplaca ,  twee  verpakkingsbedrijven en verwerkt 20.000 kilo plátanos (Canarische bananen) per jaar.

“De plátanero-sector heeft het geluk te zijn gerelateerd aan de antieke veroveraars en grootgrondbezitters van deze eilanden,” zo weerspiegelt Jorge Hernández. Onder de 25 grootste producenten van Canarias bevinden zich sinds 1977 de nakomelingen van de edele sage van Del Castillo, onder wie, Alejandro del Castillo y Bravo de Laguna, Graaf van  La Vega Grande de Guadalupe.

Leopoldo Cólogan, voorzitter van de Asociación de Productores Europeos de Banana (APEB) (Vereniging van Europese Bananenproducenten) en penningmeester van LA FAST, is de eeuwige woordvoerder van de plátano (Canarische banaan). Hij komt al 20 jaar op voor zijn belangen op Canarias en in Europa. Nakomeling van de edele sage van de Ierse ridders, behoort het bedrijf dat hij deelt met zijn familie tot de twintig die de meeste subsidie ontvangen: 1,4 miljoen euro tussen 2012 en 2014.

"Dat een Cologán nog steeds een woordvoerder is van de plataneros (bananentelers), zegt veel", laat de historicus Ricardo Guerra weten.

14503655943005.jpg
                Het Bananenverpakkingsbedrijf van LA FAST in La Orotava op Tenerife.
De vergeten teelt
In het Oosten van Gran Canaria, in een kleine gemeente, geïsoleerd door de bergketens, rijst La Aldea op, een van de wiegen van de Canarische tomaat. Op de top van een van de heuvels die de kleine vallei bekronen, merkt Marcelo Rodríguez de landbouwpercelen op die het dorp omringen.

“In al  deze jarenlang verwaarloosde broeikassen  kweekt men tomaten,” laat Rodríguez weten die chef is van de technische afdeling van Coagrisan, de grootst tomaten-coöperatie van  Canarias.

In deze kleine gemeente, van amper 8.000 inwoners, telde men in 2004 nog  ruim 312 hectare aan tomaten, klaar voor de export. In 2012 was de oppervlakte met de helft afgenomen, aldus de gegevens van het Ministerie van Landbouw.

In tien jaar tijd is op Canarias  de productie van exporttomaten net 60% afgenomen, van 300.00 ton in 2001 naar amper 110.000 ton in 2011.

De sector wijt de situatie aan drie factoren:
- de plagen die in het eerste lustrum van de Eeuw verplichtten tot het wisselen van de soort;
- de concurrentie van de tomatenproducenten van het  Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje) en Marokko;
-  de betalingen die men niet heef verricht van de door de Staat toegezegde subsidies, bestemd als toegevoegde POSEI.

Deze aanvullende subsidies, zijn door de Europese Commissie goedgekeurd in 2009, als maatregelen van de POSEI via fondsen van de Spaanse Staat en de Canarische overheden. Sindsdien heeft men 77 van de 166 miljoen aan begrote subsidies betaald voor het compenseren van de agrarische sectoren.

"Het is als men tegen een werknemer zegt, die een investering heeft gedaan, dat die een aantal middelen krijgt, en men vervolgens zegt, nu niet, je krijgt de helft,",zegt Rafael Hernández, voorzitter van Coordinadora de Organizaciones de Agricultores y Ganaderos en Canarias (COAG) (Coördinator van de Canarische Organisaties van Landbouwers en Veetelers)  die laat weten dat het een ‘onacceptabele’  situatie is.

De wijnbouw, de veeteelt, en vooral de tomatenteelt zijn de culturen waaraan men voornamelijk deze subsidies toekent. Van de ruim 82 miljoen euro aan subsidies, begroot voor de tomatenexport, is slechts de helft van de toegevoegde POSEI-fondsen, 48 miljoen euro betaald. Op zijn beurt heeft de plátano (Canarische banaan) 99% ontvangen van de overheidsfinanciering, omdat die geheel van Europa afkomstig is.

Histoirisch
De exporteur van plátanos (Canarische bananen) Antonio Guerra Marrero had kantoren in Londen en Liverpool tussen 1927 en de jaren ’60.
Op de foto's de Britse Koningin Elizabeth II en de Spaanse ambassadeur(Primo de Rivera) bij een tentoonstelling van producten die Marrero vertegenwoordigde in 1952:
24099.jpg

24100-1.jpg 0-13.jpg
0a-3.jpg
0b.jpg
0c.jpg 0d.jpg
1-55.jpg
2-42.jpg
3-46.jpg 4-39.jpg
6-93.jpg
5-37.jpg
7-28.jpg
8-27.jpg
9-25.jpg
10-23.jpg 11-18.jpg
12-20.jpg 13-21.jpg
14-20.jpg
ZZZIslas-canariaslogo-948.jpg


Tuno Indio
gezondheidsparadijs Canaria

CANARISCHE EILANDEN - maandag 17 april 2017 -  De cactusvrucht wordt beschouwd als een voortreffelijk voedingsmiddel met een grote verscheidenheid aan eigenschappen die het organisme ten goede komen, dit fruit is beter bekend als tuno, de tuno indio en meer recent als pitahaya.

De tuno bevat een grote hoeveelheid aan voedingsstoffen, waardoor de cactusvrucht beschouwd wordt  als voortreffelijk fruit, tunos bieden meer kalium dan de plátano (Canarische banaan - Musa cavendishi) en evenveel als vijgen, kweeperen, guave, papaja, kiwi en ananas; bovendien  zij ze een bron van vitamine  B2, B8, B9, B10, E,K; magnesium, en een oneindige hoeveelheid mineralen.
87673.jpg tuno_indio__318x216.jpg                    Opuntia (vijgcactus).                                           Tuno Indio (cactusvrucht.)

Daarom is het belangrijk voor de Canario’s om dit voortreffelijke voedingsmiddel toe te voegen aan hun dieet, vooral als men er rekening mee houdt dat het groeit in barrancos (ravijnen) en op berghellingen in de gehele Archipel.

Maar ze zijn niet gemakkelijk te consumeren, het zijn vruchten met doornen,  ze geven vlekken , en zitten vol met pitten, wat het eten ervan bemoeilijkt. Daarom proberen we een recept te geven om het eten ervan te vergemakkelijken:

Salsa de Tuno (Cactusvijgen-sap)
Men neemt 30 eenheden tuno (ongeveer 1 kilo), schilt ze (belangrijk om dit te doen in de gootsteen, omdat het vruchten zijn die veel vlekken geven) en vervolgens pureert men ze  tot sap (heel makkelijk, omdat het erg waterig vruchten zijn) dat men zeeft om de pitjes uit  het sap te verwijderen, en giet dit gezeefde sap in een pan. Men kan een snufje zout toevoegen , en wat suiker, of honing, (of sacharine indien gewenst) voor de bestrijding van de zuurgraad, en men voegt een scheutje tequila, of witte rum toe; vervolgen laat men het ongeveer een uur op een laag vuur indikken.

Het is het een goed idee om het mee te koken als begeleiding van wat men wil, zoals kip, of kalkoen; en zo de smaak toe te voegen

Arroz de Tuno (Cactusvijgen rijst)
Men neemt een tiental tunos, en na het schillen en het zeven van de pul , om  de pitjes eruit te verwijderen, houdt  men een glas zumo de tuno (cactusvijgen-sap) over.
Vervolgens doet men dit in pan, voegt een beetje water toe en brengt het aan de kook met toegevoegd een kopje  rijst, men laat het op laag vuur inkoken, todat de rijst het sap volledig heeft opgenomen. Na ongeveer 10 minuten  heeft men dan een rijst met de eigenschappen van de tuno (cactusvrucht) die bijna tot onsterfelijkheid leiden.

Canarias analyseert het gebruik van de tunera (vijg-cactus) als bron van therapeutische substanties

Het Instituto Canario de Investigaciones Agrarias (ICIA)  (Canarisch Instituut voor Landbouwonderzoek) heeft een project in gang gezet dat zich richt op het bestuderen van het gebruik van de Opuntia (Vijg-cactus), de plant die traditioneel bekend is als tuna, of higo chumbo (Cactusvijg); en op de productie van vruchtensappen en andere dranken in de Vijfde sector, dat wil zeggen: Voorgesneden en vers aangeboden aan de consument, voor het binnenkrijgen van stoffen met therapeutische eigenschappen.

Het Ministerie van Landbouw, Veeteelt, Visserij en Water, van de Canarische Regering, heeft in  een communiqué uitgelegd dat het gaat om een van de in de tweede week van april 2017  vier goedgekeurde projecten door het Instituto Nacional de Investigación y Tecnología Agraria y Alimentaria (INIA), op voorstel van en de ontwikkeling ervan  door het Instituto Canario de Investigaciones Agrarias (ICIA), met overheidsfinanciering en de medewerking van andere instellingen en organisaties.

Dat onderzoek, waaraan deelneemt het Instituto de Investigación en Ciencias de las Alimentación (CIAL) - en dat men aanvult met een serie acties waaraan het Cabildo (Eilandbestuur) van Lanzarote deelneemt voor het vormen en ontwikkelen van de cultivering op het eiland - bestaat uit de fysiologische  karakterisering en de voedingssamenstelling van de autochtone Canarische soorten tuna, of  higo chumbo (cactusvijg).

Het doel is de meest geschikte te selecteren voor het verkrijgen van levensmiddelen, dat zijn, sap en vers voorgesneden producten, of functionele elementen voor gebruik als voedingsmiddel, door toepassing van innovatieve technieken.

Bovendien wil men vanuit dit fruit ingrediënten ontwikkelen  met antioxiderende, ontstekingsremmende, en anti diabetische eigenschappen, gebruikt in farmaceutische producten en voedingsmiddelen, en wil men de  extracten van de tuna vaststellen die het meest interessant zij voor het analyseren van hun gebruik in het verwerken van een levensmiddel op basis van sojamelk.

Andere nieuwe producten waaraan het ICIA al aan het werken is, richten zich op de bestudering van nieuwe methoden voor het integraal behandelen van de polilla guatemalteca Tecia solanivora (de Guatemalteekse mot); plagen, die momenteel grote verliezen veroorzaken in de aardappelteelt, en die zich richten op  het herstel van braakliggende, droge en halfdroge gebieden, door middel van het toepassen van Bituminaria bituminosa, of tedera, een vlinderbloemige plantensoort  die gebruikt wordt als veevoeder, samen met het gebruik van hongos micorrícicos (microscopische schimmels) en rizobios (rhizobia - wortelknol bacteriën; zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Rhizobium),  dat wil zeggen micro-organismen die aanwezig zijn in de landbouwgrond;  en voor landbouwpraktijken met het milieu, wat duurzaamheid garandeert in de ecosystemen.

Het meest recente  initiatief dat de goedkeuring valnet INIA heeft, richt zich  op de ontwikkeling van methoden voor controle en beheersing van Trioza erytreae (Eritrese (jawel!) c.q. Afrikaanse citrus-luis, een insect dat de ziekte huanglongbing,  greening, of brote amarillo (vergroening, of gele uitbraak) in de Citrus-knoppen veroorzaakt, deze luis is een van de grootste bedreigingen voor deze teelt.
ZZZIslas-canariaslogo-825.jpg


De exotische
plátanos rojos (rode bananen) van Canarias

CANARISCHE EILANDEN - vrijdag 20 januari 2017 -Tuinbouwers op de eilanden experimenteren met een fruit-ras, met een zure smaak en een gat in de markt
voor rijke fijnproevers.

Zoals de plátano (Canarische banaan) van altijd, maar in plaats van geel, met rode vlekken.
Op de eilanden zijn tuinbouwers die experimenteren met het kweken van rode bananen, tussen rood en paars.
platanos-rojos-canarias-k4IH--620x349abc-1.jpgZe hebben alle ingrediënten om smakelijk te zijn. Maar de smaak is apart. Op bepaalde  momenten  lijkt het gewas zelfs naar framboos te smaken. En de kleur kan veranderen naar paars tijden de groeicyclus.

Plátanos (bananen) naar ieders smaak.

Momenteel maken ze enkel deel uit van een onderzoek van het Instituto Canario de Investigación Agrícola (ICIA)  ( Canarisch Landbouwonderzoeksinstituut) dat - in samenwerking met enkele gespecialiseerde tuinbouwers - enkele experimenten heeft uitgevoerd.

Maar het is onmogelijk op deze momenteel op de markt te kopen. Dit ras rode bananen produceert men in gebieden zoals Jamaica en Martinique.

Deze  bananen lijken veel op de traditionele plátano van de eilanden omdat die hetzelfde AAA-genoom hebben hoewel met lichte afwijkingen Het is een banaan om te telen in de openlucht en niet in kassen. Dit wil zeggen, dat de prijs op de mark heel hoog zal zijn .

Het ICIA is in 1996 begonnen  met het experimenteren met de rode banaan, met enkele zaden die beschikbaar zijn gesteld door een Frans centrum dat gespecialiseerd is in landbouwonderzoek. Er zijn tuinbouwers die stellen dat ze wat betreft decoratie een kans kunnen hebben. Maar ook in  de consumptie; maar dat zullen dan rode Canarische zijn voor luxe smaken.
Rode-Banaan--300x225.jpgDe rode banaan - Genoomtype AAA - verse consumptie
Ook bekend als: Red Dacca, Morado, Pisang raja udang, Cuba banaan, Lal Kela., Pink Banana en Rosa Banane.
De rode banaan is van weinig belang in Nederland.  De import komt o.a. uit Indonesië, Thailand, Ivoorkust, Kenia en Mali.  Op kleine schaal komt de vrucht Nederland binnen.
De rode banaan heeft een lengte van ongeveer 12 cm De vrucht heeft een rood-groene tot rode schil Het vruchtvlees is crème tot lichtroze van kleur. De smaak lijkt sterk op die van de gewone banaan. De rode banaan wordt als bakbanaan gebruikt maar kan ook rauw gegeten worden.
Na het planten kan er na 18 maanden geoogst worden.  De rode banaan heeft een hoge resistentie tegen ziekten.  Een bekende mutant is de “Green Red”.
Zie: http://mssncs15.inhetweb.nl/product-info/fruit/fruit-met-een-b-f/fruit-bananen.
zzzslas-canariaslogo-kopie-3.jpg

Laboratorium voor het gehele land

CANARISCHE EILANDEN - vrijdag 13 januari 2017 - Het Instituto Canario de Investigaciones Agrarias (ICIA) (Canarisch Instituut voor Agrarisch Onderzoek) heeft zich op donderdag 12 januari 2017  de borst geklopt voor de directeur van het Instituto Nacional de Investigación y Tecnología Agraria y Alimentaria (INIA) (Nationaal Instituut voor Onderzoek en Agrarsche en Levensmiddelen Technologie), Manuel Lainez.  Men heeft hem de capaciteit van Canarias getoond, als laboratorium voor de rest van Spanje, en vooral gewezen op de studie en controle van plagen.

Manuel Lainez is op donderdag 12 januari 2017 vertrokken van het ICIA met een map vol informatie over de werkzaamheden welke men verricht binnen dit orgaan en, vooral, heeft hij ter plaatse kunnen vaststellen, dat het ICIA best wel zou kunnen veranderen in  een laboratorium waarin men nieuwe plagen en ziekten bestudeert en controleert die een bedreiging vormen voor de gewassen van geheel Spanje, en zelfs Europa, omdat die eerder op Canarias aankomen dan, voordat men die ontdekt op het grondgebied van het Spaanse vasteland.

landbw.jpgIn de afgelopen jaren, zo heeft de minister van Landbouw, Narvay Quintero, uitgelegd aan de directeur van het INIA, heeft men op Canarias ruim 80 nieuwe plagen en ziekten ontdekt die zijn binnengekomen via de havens en luchthavens van de Eilanden.

Het is Lainez zelf, die het belang benadrukt van de belangrijke samenwerking welke men ontwikkelt tussen het INIA en het ICIA, “met de identificatie en de kennis van de cyclus van plagen en ziekten welke de tropische en subtropische producties aantasten, en ook de traditionele die zijn aangeplant op de Eilanden, en ook in Zuid-Europa.”

In die zin heeft de directeur van het INIA de werkzaamheden positief beoordeeld welke men verricht in het ICIA voor het in gang zetten van nieuw controlebeleid, heel dicht bij de agro-ecologie, van de plagen en ziekten.

In die zin heeft hij laten weten, “dat het INIA drie van de vier projecten van het ICIA ‘positief’ heeft beoordeeld”, die zijn gefinancierd uit de betreffende staatsfondsen naar aanleiding van de oproep in 2015, die momenteel in behandeling is, (de vierde is in afwachting van  de beoordeling).

Twee van de projecten zijn feitelijk gericht op de controle van de Trioza erytreal. De Trioza erytreae, is een insect dat zorgt voor het uitbreken van ziekte in de gele knoppen van citrusbomen - wat al aanwezig is op het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje) - en van de Tecia solanivora, of polilla guatemalteca (Guatemalteekse mot) (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Tecia_solanivora) die de Canarische aardappelen aantast, en sinds kort ook die van het Península (het ICIA is een nationale referentie in haar vergelijkend onderzoek: zie ook benchmark:
http://claudiadegraauw.nl/een-benchmark-wat-het-en-waarom-het-zinvol.

De andere bestaan uit het ontwikkelen van een regeneratiebeleid voor landbouwgronden in droge en halfdroge gebieden door het gebruik van hongos rizosféricos (rhizosphere schimmels- weerbare paddenstoelen) en soorten voedergewassen,  en een integrale studie voor het benutten van de opuntia (een plant uit de cactus-familie) voor het verkrijgen van functionele ingrediënten.
zzzslas-canariaslogo-20.jpg


De export van
Canarische tomaten en komkommers,
rendabel door het slechte weer in Europa

Tesco verhandeld in het Verenigd Koninkrijk pepinos (komkommers) die geproduceerd zijn op de Archipel

CANARISCHE EILANDEN - vrijdag 16 decermber 2016 - Het boekjaar 2017 zal door de Canarische groenten- en fruitexporteurs ontvangen worden met uitstekende berichten. Het goede weer op Canarias en de  geleidelijke daling van de temperaturen welke men waarneemt in Nederland, heeft geleid tot de versterkte  Canarische uitvoer van tomaten en komkommers naar markten zoals het Verenigd Koninkrijk. Dit zal de Ebitda-cijfers positief beïnvloeden van bedrijven als Juliano Bonny en Coagrisan.
naamloos-312.png                                         Canarische versproducten in een Britse supermarkt.
Overeenkomstig de gegevens van Stephane Rion en Gert-Jan Slobbe, van Fortuna Frutos, partners van de Canarische firma Bonny in West-Europa, vertoont de Canarische tomaat goede prijzen en winstgevendheid op de markten van de bestemming.

De tomate redondo (ronde tomaat ) van  Canarias heeft in de afgelopen jaren zijn aanwezigheid verbreedt op de schappen van de Europese supermarkten.
Naast de tomates redondo (ronde tomaten), plaatsen de Nederlandse partners van de Canarische producenten de tomaten-soorten en klein formaat komkommer  op een tevredenstellende wijze.

De Canarische productie is winstgevend omdat de weersomstandigheden van de laatste jaren stabieler zijn geweest. Het weer veranderd niet op Canarias en het fruit dat men exporteert, hoewel het winstgevend is, veranderd niet van prijs. Dit in tegenstelling met de prijs van het transport. Alleen al in La Aldea op Gran Canaria, met 8.000 inwoners,  is een oppervlakte van 140 hectare aan tomaten en andere tuinbouwproducten.

Bart de Keizer ,van Continental Fruit Importers, merkt op in de gespecialiseerde publicatie van Fresh Plaza, dat na twee jaar van teruggang in de prijzen, de vraag naar Canarische komkommers goed is. Het gaat om de tomaten van  SAT Juliano Bonny Gómez, de Europese markleider met basis op Canarias.

Het verbeteren van de prijzen wordt toegeschreven aan het feit dat er op de Canarische Eilanden minder is aangeplant. Over de tomaten, zegt Bart de Keizer "De prijzen zijn ook behoorlijk goed." Bonny, de dochteronderneming in Nederland, gevestigd in Barendrecht, verwacht eerder dat  prijzen zullen stijgen dan dat ze dalen.

Overeenkomstig de gegevens welke Produce View waarneemt, ontvangen de Spaanse telers hoge prijzen voor hun producten, ze hebben nu een hoge vraag en het aanbod is laag vanwege het slechte weer in de afgelopen weken in Europa.
tesco-aldi-lidl-654914.jpgDit heeft veroorzaakt dat de Britse supermarkten zich nagenoeg in hun geheel bevoorraden met kerstomaten, paprika’s en komkommers van markten zoals de Canarische en van het Levante peninsular (oostelijke Spaanse schiereiland). Men verwacht dat deze situatie niet zal veranderen in de komende weken, zelfs niet met de eerste, bij kunstlicht geteelde Nederlandse komkommers, welke men spoedig verwacht, nog voor het einde van het jaar,” zo stond op woensdag 14 december 2016  te lezen in het economische tijdschrift Produce View.

En het is dat alle winkels in Sainsbury, Asda, Morrisons; Co-op, Marks & Spencer, Waitrose, Aldi en Lidl, Spaanse komkommers uit Andalusië verkopen, terwijl Tesco komkommers aanbiedt die zij geproduceerd op de Canarische Eilanden, zo merkt Market Intelligence Services op.
000islas-canariaslogo-364.jpg


De Canarische plátano-handel
gaat over in handen van Japanners

CANARISCHE EILANDEN - Sumitomo koopt Fyffes, en is met Eurobananascanarias, en deelname van het Canarische Coplaca, leider in de distributie van de plátano (banaan) van de Eilanden op het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje).

.De multinationale Ierse levensmiddelenketen Fyffes heeft op vrijdag aan haar aandeelhouders de verkoop van de maatschappij aanbevolen aan de Japanse handelscorporatie Sumitomo voor 751 miljoen euro. Fyffes controleert een maatschappij die men Eurobananascanarias noemt. Deze onderneming, geassocieerd met het Canarische bedrijf Coplaca, heeft het grootste marktaandeel in de fruithandel op het Península.
platanos.png               Een medewerker van Eurobananascanarias sorteert de bananen op grootte.
Sumitomo heeft op Canarias ook belangstelling voor de zonne-energie via de maatschappij Energia Verde de la Macaronesia en is de enige partner van Toyota Canarias.

De aanwezigheid van Fyfes op Canarias is historisch. De naam is met de eilanden verbonden vanaf een havenpier in Sardina de Gáldar, Noordwest-Gran Canaria, met een interneringscentrum op Tenerife in 1936 tijdens de Guerra Civil (Spaanse Burgeroorlog).

In 1902 heeft de oprichter, Charles McCann, een fruithandel opgezet in Dundalk en werd de eerste vertegenwoordiger van Fyffes in Ierland, dat in dat tijdperk de bannenfirma was in Londen, die in 1888 is opgericht door Edward Fyffes, een importeur van bananen uit Canarias naar het Verenigd Koninkrijk.

Fyffes heeft op vrijdag 9 december 2016 laten weten dat het Ierse filiaal van Sumitomo, Swordus Ireland Limited Holding, al 27% van de Fyffes-aandelen bezat.

Het akkoord tussen de beide partijen doet zich voor nadat Fyffes gedurende twee jaar, zonder succes, geprobeerd heeft de Amerikaanse multinational Chiquita te verwerven voor het verbeteren van een betere bananendistributie in de wereld.

Chiquita is, wat de handelsoorlog heeft veroorzaakt tussen de plátano Canaria en de Amerikaanse bananen-dollar. Een handelsoorlog; om de controle van de plátano (banaan), het meest geconsumeerde fruit in de wereld: jaarlijks 78m,4 miljoen ton.

De bananenmaatschappij heeft er bij haar overige aandeelhouders op aangedrongen het koopaanbod van Sumitomo te accepteren, dat voor elk aandeel €2,23 betaalt. De Fyffes-aandeelhouder krijgt uiteindelijk een dividend van €0,02 per aandeel, wat de definitieve prijs van elk aandeel brengt op €2,25, en dat is 49% meer dan de koers die het op donderdag 1december 2016 bereikte op de Ierse beurs.
000islas-canariaslogo-326.jpg


Spanje, nog steeds de grootste bio-producent van de Europese Unie

SPANJE - donderdag 17 november 2016 - In Spanje is veel land- en tuinbouw en er wordt steeds vaker op een verantwoorde manier met de productie van groente- en fruit omgegaan om deze zo biologisch mogelijk te telen. In 2015 was Spanje met een arsenaal aan biologische gewassen van ruim 1,9 miljoen hectare, de grootste bio-producent binnen de Europese Unie en had Spanje 22% meer aan biologische land- en tuinbouw bouwgronden dan in het afgelopen lustrum

Eurostat , het Europese Bureau voor de Statistiek , heeft situatie van de bio-productie in de EU-lidstaten onderzocht en daaruit is gebleken, dat Spanje nog steeds de grootste bio-producent in het Eurogebied is. In 2015 is het arsenaal voor biologische teelt bestemde grond gestegen van 1,6 naar 1,9 miljoen hectare. Spanje staat als eerste land op de lijst, gevolgd door Italië met 1,5 miljoen hectare, Frankrijk met 1,3 miljoen hectare en Duitsland met 1 miljoen hectare.
bio-2.jpgIn 2015 telde totaal telde de EU 11,1 miljoen hectare met biologische gewassen, 21,1% meer dan in 2010. Daarbij is Spanje het land met het grootste arsenaal aan biologische landbouwgrond, en Malta, Ierland en Roemenië zijn de landen met het kleinste aandeel. Zie ook: http://www.wikispanje.nl/2015/11/17/ecologisch-biologisch-of-organisch-spanje)

Het biologische akkerland- en tuinbouwoppervlak groeide het meest in Kroatië (+377%) en Bulgarije (+362%); gevolgd door Frankrijk (+61%), Ierland (+53%) en Litouwen (+49%). Anderzijds daalde dit areaal het meest in het Verenigd Koninkrijk (-29%), en in Nederland (-2,4%).
000islas-canariaslogo-203.jpg


De prijs van Canarische bananen is  toegenomen met 76%,
maar blijft nog ver van die in 2015

SPANJE - zaterdag 29 oktober 2016 - In week 42 (17-23 oktober 2016) is de gemiddelde prijs van de plátano (Canarische banaan) met 77,22% gestegen, tot €46,31/100kg ten opzichte van de zeven voorgaande dagen; maar ondanks deze stijging bevindt die zich nog steeds 37,67% onder die van de €74,31/100kg, wat de prijs was in dezelfde week in 2015.

Het bovenstaande kan men opmaken uit het recente Informe de Coyuntura Semanal (Wekelijkse Conjunctuur-rapport) en van de nationale prijzen, dat het Ministerie van Landbouw, Levensmiddelen en Milieu bekend heeft gemaakt.
pltanosprijs.jpg

Het Magrama (Overzicht) geeft over de gemiddelde prijs van de plátano aan, “dat na een lange periode waarin deze zich bevindt op een prijs van minder dan €0,30/kg, heeft de komst van lagere temperaturen en het eind van de campagnes van zeel zomerfruit, de gebruikelijke stijging in de herfst mogelijk gemaakt, hoewel in 2016 veel later.
images9B4NNKI2.jpg  imagesHA5989TP.jpg  imagesCE3NHMZR.jpg
006_boerderij-image-GFA132972I06.jpg slir-1.jpg
Na de plátano (Canarische banaan), hebben de grootste wekelijkse schommelingen in de gemiddelde prijzen voor groenten en fruit - in % ten opzichte van week 41 - zich voorgedaan bij de:
- berenjena (aubergine) met €24,95 /100 kg,  -/- 49,75%,
- pepino (komkommer) met €36,67 /100 kg,  -/- 29,36%,
- calabacín (courgette)  met  €35,77 /100 kg, +/+29,08 %,
- acelga (snijbiet)......... met €45,14 /100 kg,  +/+14,03 %.

Over de tuinbouwsector, spreekt het Ministerie van Landbouw van ‘heersende dalingen in de prijzen’, na drie weken opmerkelijke stijgingen in het geval van de aubergine en de komkommer; de laatstgenoemde is in prijs gedaald door de Alemeria-soort.

Bovendien benadrukt men de voortdurende prijsdaling van de aardappel (€21,70 /100 kg, -/-13,02 %) en de prijstoename van de ronde, gladde tomaat €68,33 /100 kg, +/+12,86 %.

citrus.jpg imagesVQ8FUHWV.jpgWat betreft de Citrus-sector geeft men aan, dat die gelijk is gebleven aan de prijs van een week eerder, wederom neemt men over het algemeen de gemiddelde prijzen waar met:
- €25,25 /100 kg, -/-11,54% voor de clementina (mandarijn),
- €61,00 /100 kg, -/-  5,49 % voor de limón (citroen),
- €17,31 /100 kg, -/-  3,53 % voor de naranja Navelina (navelsinaasappel).

Bij de pitvruchten wijst men op een lichte prijsdaling bij van de appel €39,94/100 kg -/- 4,43% bij de Golden Delicious, die in tegenstelling staat met de prijsstijging van de pera Blanquilla (peer) €52,01/100 kg, +/+3,07 %; en de meest opvallende, voor de uva de mesa (tafeldruiven) €72,76 /100 kg +/+9,05%.
zzzislas-canariaslogo-531.jpg


70% minder olijven in 2015 op Gran Canaria

Het Cabildo verleent subsidie van €40.000,=
aan de olijventelers die opnieuw
een moeilijk productiejaar doormaken op Gran Canaria

GRAN CANARIA - zaterdag 22 oktober 2016 - De producenten en bottelaars van de aceite de oliva virgen extra van Gran Canaria kunnen opnieuw de subsidie van €40.000,= ontvangen welke het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria beschikbaar heeft gesteld voor de sector (Carau /Epodrán) die een moeilijk jaar achter de rug heeft met het vooruitzicht op een slechte oogst, zo heeft de minister van Voedselsoevereiniteit, Miguel Hidalgo, opgemerkt.

Het Eilandbestuur is van mening dat het opnieuw verstrekken van deze subsidie vooral in dit jaar belangrijk is, vanwege de verwoestingen door het weer in de cycli van olijven op Gran Canaria, die in dit seizoen minder oogst zal opleveren.
Agroinformacion_com14012013_122715-696x464.jpg almazaras3.jpg
vari.jpgOok is het zo, dat de eerste schattingen ervan uitgaan, dat men slechts 30% zal oogsten van wat men in 2015 van het fruit heeft geoogst, toen de productie uitkwam op 50.000 liter olijfolie die verkregen was van 1000.000 kilo olijven.

De productie van olijfolie, waarnaar steeds meer vraag is bij de consumenten, hangt voor een groot deel af van de weersomstandigheden die inwerken op de olijf, zoals sterke wind en calimas (perioden met hete lucht waarin woestijnzand zweeft, afkomstig van zandstormen in de Sahara) in de afgelopen wintermaanden. Maar er zijn ook ‘oude’ olijfbomen’, zoals de tuinbouwers bovendien de soorten aanduiden die in overvloedige jaren voldoende oogst opleveren, samen met anderen die weinig fruit opleveren.
VERDIAL_pdf-AdobeReader.jpgOp Gran Canaria telt men negen almazaras (oliemolens) en twee bottelaars van aceite de oliva virgen extra welke verkregen wordt van de zogenoemde olijf van het land, een variant van de soort Verdial de Huévar die afkomstig is uit Andalusië, en die de neiging heeft om zwart te worden voor de oogst.
Verdial20de20Huevar.jpg Verdial_de_Huevar.jpgDe meest traditionele gebieden voor het cultiveren en produceren bevinden zich in het middelhoge gebergte van de gemeenten in het zuidoosten van Gran Canaria, waar men al een aanzienlijke productie heeft sinds de 18de Eeuw, hoewel men de laatste jaren initiatieven heeft genomen voor de verspreiding ervan in andere gemeenten, zoals Telde en Agaete.
Aceituna_Verdial_Jolca.jpgGran Canaria is de oorsprong van de wieg voor de productie van aceite de oliva virgen extra welke men traditioneel lokaliseert op de Archipel, met een productie van karakteristieke planteneigenschappen (smaak en geur) die op dit vlak benadrukt worden door internationale deskundigen.

Subsidieaanvraag
Het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria rondt in de komende dagen de formaliteiten af voor de publicatie van de aankondiging in de Staatscourant van de provincie Las Palmas, het moment waarop een periode van 20 kalenderdagen ingaat voor het aanvragen van subsidie voor projecten waarin tot € 20.000,= is geïnvesteerd met een subsidiebijdrage ie niet hoger mag zijn dan 75% van dit deze hoeveelheid.

De subsidieaanvragen kan men indienen bij de registers van de Agencias de Extensión Agraria en van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, evenals via de internetpagina: www.grancanaria.com
zzzislas-canariaslogo-497.jpg


De abeja negra canaria is perfect om te exporteren

GRAN CANARIA - La abeja reina negra canaria (de Canarische zwarte koninginnenbij), die veel voorkomt op het eiland Gran Canaria, is een soort die perfect geschikt is om te exporteren naar de veeleisende Europese markt,” zo merkt de bijenteelt-deskundige José Rafael Limón op, die in La Granja Experimental (de Landbouwschool) van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria een theorie- en praktijkcursus geeft over het telen van abejas reina negra (zwarte bijenkoninginnen).

De Grancanarische imkers hebben de neiging om hun eigen koninginnen te produceren, een feit dat wordt geprezen, want het is een activiteit die zeer weinig producenten verrichten, en dat maakt het José Rafael Limón mogelijk om zijn onderricht te richten op, hoe ze te telen; want wat zijn ervaring van 29 jaar aan het roer van een aanzienlijke bijenkwekerij in Mexico kan daaraan bijdragen.

apicultura_tiff_.png

Om een kwaliteitsvolk te bereiken is niet gemakkelijk. “De sleutel is, te weten hoe de bijenvolken te vermeerderen, ze te voeden, en de individuen goed te behandelen,” om een grotere productie te verkrijgen en betere bevruchtingsvolken, evenals kleine bijenkorven waarin men de koninginnen kan voortplanten, waarbij het voor Limón van belang is, te laten weten hoe een koninklijke cel te creëren in een broedstoof-bijenkorf.
abejas1.jpgEen andere praktijk die Limón leert is: traslarvar; dat wil zeggen, op het juiste moment een larve in een doorzichtige, plastic cel van een honingraat aan te brengen, met de juiste hoeveelheid vereiste uren opdat de koningin van goede kwaliteit is. Het proces wordt voltooid met goede voeding en een perfect dieet; aspecten, die ook worden behandeld in de cursus die gedoceerd wordt aan La Granja van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria.
abejas2.jpgDe cursisten leren ook grote bijen te selecteren, die langzaam vliegen en die weinig steken, want die zijn ideaal. Een techniek welke men gebruikt, bestaat uit het aanbrengen van een drempel in de bijenkorf, waaruit men rook laat komen om, bij vertrek, te zien of de bijen veel steken. Een ander facet van het selectiewerk bestaat uit een mitochondriale analyse, het bestuderen van het DNA van de Canarisch zwarte koninginnenbij om haar te onderscheiden van de overige rassen.

  “Op het Grancanarische platteland ontbreekt het: aan meer activiteit, het creëren van meer koninginnen, het vermeerderen van bijen, en het hebben van meer bijenkorven,” verzekert Limón, die het belang van de Grancanarische imker benadrukt voor het redden van de abeja canaria (Canarische bij) en deze te produceren om die te exporteren naar het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje).

De kwaliteit van de abeja reina negra canaria (Canarische zwarte koninginnenbij), zo legt Limón uit, zal veel helpen de bijenteelt-sector in Europa te verbeteren, omdat die snel reproduceert en het de kweker mogelijk maakt, te kunnen rekenen op bijen voor het maken van honing, en op andere individuen in de bijenkorven die zich kunnen wijden aan de voortplanting.

Bovendien is het de zwarte soort die de kwaliteit heeft voor het produceren van miel (honing), polen (pollen), propóleo (propolis =bijenhars), jalea real (koninginnengelei) en nog eens 80 derivaten in de meest veeleisende markten.

Gran Canaria telt 12.000 colmenas (bijenkorven)
Gran Canaria telt 300 geregistreerde imkers die hun werk verrichten in 12.000 bijenkorven, aldus de gegevens van de Asociación Canaria de Apicultores (Canarische Imkersvereniging). Haar voorzitter, Henry Muñoz, verzekert dat Canarias een groot potentieel heeft aan bijenteelt maar informatie nodig heeft. Hij benadrukt het voordeel, dat de bijen zich voeden met de spontane bloei, waardoor men geen bijenkorven moet brengen naar daar waar bloemen zijn, en eveneens het klimaat van de Eilanden en de uitstekende omgeving in het middelhoge gebergte van Gran Canaria.
000islas-canariaslogo-128.jpg

La vecería slaat toe op de majorero olijf

De oogst en verwerking van olijven daalt met 70%

FUERTEVENTURA - vrijdag 23 september 2016 - Vecería, of afwisseling; is het verschijnsel waarbij sterke oogsten van fruitbomen afgewisseld worden met jaren van weinig, of geen oogst, en dat is in 2016 van toepassing op de olijvenoogst van Fuerteventura die 60 tot 70% minder zal zijn, wat in kilo’s een afname is van 90.000 in 2015 naar 25.000 in 2016. In dit lafhartige jaar is de molen van het Cabildo (Eilandbestuur) gaan draaien.

Lafhartig jaar Vecería, of hoe men het ook noemt; het is een feit, dat de campagne van de olijvenoogst in Fuerteventura naar verwachting tussen de 60 en 70% zal dalen van de 90.000 kilo die in 2015 is geoogst, zal gaan naar ongeveer 25.000 kilo in 2016, en aan aceite de oliva virgen (extra vierge olijfolie = de beste kwaliteit) levert dat ongeveer 3.000 liter op.
olivaq.jpgDe mogelijke reden hiervoor is te vinden in de bloei - die plaatsvindt van februari tot april - en die is onderbroken door de koude, zo stelt Jacob  Negrín Carmona, Deze landbouw-technicus van het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij, van het Cabildo (Eilandbestuur) heeft sinds 5 september 2016 de almazara insular (eiland olijfpers) in werking gesteld met arbequinas, dat is de vroegste variëteit.

Deze onderbreking van de bloeiperiode van de olijven in 2016 door de weersomstandigheden is over het algemeen niet van toepassing op geheel Fuerteventura, zo geeft Negrín aan die doorgaat met zijn taak de molen vol te laden met 600 kilo aceitunas (olijven) per uur. De uitzondering heeft zich voorgedaan en heeft gezorgd voor een  toegenomen oogst, “omdat er in het westelijke deel van het eiland een microklimaat heeft geheerst waardoor men niet had te lijden van de kou in de maanden februari, maart en april.

Sinds 2006 functioneert de almazara (olijfmolen) van het Eilandbestuur op de boerderij van Pozo Negro gratis voor de tuinbouwers en doet dat op grond van tussen de vijf en tien kilo aceitunas (olijven) die nodig zijn voor het verkrijgen van een liter oliva virgen extra (extra vierge olijfolie = de beste kwaliteit).

Het malen begin dagelijks om 4 uur in de ochtend en strekt zich anderhalve maand uit, tot midden oktober. Vervolgens moet men de olie verdelen in de olijven-sector die op Fuerteventura in het geheel niet kan concurreren met die op het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje).

Na het Verdial-ras, gaan de picual en de hojiblanca door de molen, en verdial is degene die zich eeuwenlang heeft aangepast aan de bodem en aan de schaarse neerslag van La Maxorata (het land waar de stammen van het Maxorata-volk leefden = Fuerteventura).

“Historische verslagen geven aan de verdial-bomen op zijn minst aangeplant zijn sinds de 18de Eeuw en hebben overleefd door hun resistentie tegen het zoutgehalte en de droogte van het eiland,” merkt Jacob Negrín op.

‘Wat maakt de Majorero olie kostbaar?'
Bij de verminderde oogst aan olijven, moet men optellen dat veel tuinbouwers hebben gekozen voor molturación (maling) in almazaras privadas (private molens/olie-persen), waardoor de activiteit op de eilandboerderij van Pozo Negro afneemt waar, zo benadrukt de landbouwtechnicus, de aceite (olijfolie), “ niet de betreffende gezondheidsanalyses krijgt.”

De olijven-campagne op Fuerteventura beperkt zich in het malen van het fruit niet alleen tot het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij, maar is een taak van de sector in het bereiken van milieubewustzijn, wat zich erin vertaalt dat men, “een schone olie brengt en betere kwaliteit.”

Aan deze tuinbouwers - beroeps of hobbyisten - beveelt Negrín Carmona vooral aan, dat het goed is, “de plagen ervan, de behandeling, en de snoeitechnieken te kennen, “en tegelijkertijd laat hij weten, dat op Fuerteventura de olijf een nat gewas is dat veel water nodig heeft, wat de productiekosten verhoogt.

'Is de olijfolie van Fuerteventura duur? '
Voor mij is die niet duur en niet voordelig als lokale productie welke niet te vergelijken is met die van het Península waar olijven groeien zoals de tuneras (cactusvijgen) op Canarias en geen irrigatie nodig hebben, wat essentieel blijkt te zijn op het eiland.”
zzzislas-canariaslogo-389.jpg


De producenten oogsten
de helft minder amandelen dan in 2015

GRAN CANARIA - zondag 18 september 2016 - Op Gran Canaria worden dezer dagen de amandelen geoogst maar alles wijst erop, dat de campagne zwak zal zijn. Zo waarschuwen de producenten zelf, die al ervaren dat men nog niet eens de helft zal oogsten van wat men in 2015 heeft geoogst, toen men 40.000 kilo telde. Momenteel zal men nog niet eens aan 20.000 kilo komen.

De oogstperiode strekt zich uit van augustus tot en met oktober maar in 2016 is er niet veel werk. De vooruitzichten zijn niet goed. Het is voldoende om naar de bomen te kijken om zich te realiseren dat de oogst mager is.
De voorzitter van de Asociación Almendra (Amandelvereniging) van Gran Canaria, Javier Santana, die zijn amandelbomen in Valsequillo heeft, in de omgeving van de Era la Mota, heeft berekeningen gemaakt en denkt, dat men in 2016 amper komt aan het de helft oogsten van wat men heeft gedaan in 2015. Zo twijfelt hij, of men wel aan 20.000 kilo zal komen. In 2015, zegt hij was het eindresultaat 40.000 kilo. Wat in geen geval te vergelijken valt met de 400.000 kilo die men oogstte in de jaren ‘60 en ‘70.
almendras-1.jpgIván en zijn vader, Julián, schudden een amandelboom op hun boerderij in Valsequillo Het landschap voor dit fruit sterkt zich uit op 3.000 hectare van het Eiland.
“Er zijn bomen die geen amandel gegeven hebben, en voorts zijn er andere die niet goed verdeeld zijn, die alleen amandelen geven in het midden van de boom.” Santana wijt een zo schaarse oogst aan het feit, “dat het weer zo raar is geweest dit jaar.” Hij herinnert dat het amper winter was; de kou begon laat, pas in de lente; en tussendoor waren er diverse hittegolven. “Dat heen en weer geschommel heeft de productie benadeeld,” benadrukt hij net voor te verduidelijken, dat dit niet kan worden gekoppeld aan de daling die zich dit jaar voordoet in de amandeloogst vanwege de mogelijke gevolgen door de aanval van een nog nooit eerder vertoonde plaag in dit steenfruit; zwarte bladluis in het hout, welke aan het begin van 2016 werd ontdekt.

In elk geval, geeft Santana ook aan dat de gegevens welke men heeft, niet alleen de oogsten van de productieboerderijen betreft die geteld zijn. “Men moet niet vergeten, dat men op Gran Canaria amandelbomen plant en laat groeien op erg steile locaties , die nu niet toegankelijk zijn voor het met een bepaalde regelmaat handhaven van de teelt.” Bovendien laat hij weten, dat er duizenden amandelbomen in het wild overleven, zonder klaarblijkelijke eigenaar die zich belast met het verwijderen van de amandelen van de boomtakken.

Ruim 5.000 bomen In de vereniging die hij vertegenwoordigt, die bijna tien jaar bestaat, staan 80 producenten ingeschreven van allerlei soort, van de kleine landbouwer die beschikt over twee tuintjes en amper 20 bomen; tot leden zoals hij, op wiens boerderij men meer dan 2.000 amandelbomen teelt, hoewel hij er iets meer dan 500 in productie heeft, omdat de andere op de berghelling staan en op locaties waar men niet makkelijk bij komen kan.

Om al deze redenen merkt hij op, dat het moeilijk te meten is hoeveel amandelbomen er op Gran Canaria zijn. “Jaren geleden heeft de Canarische Regering een studie verricht waarin men spreekt van ruim 150.000 amandelbomen,” stelt Santana. De meest productieve zijn tussen de 40 en 50 jaar oud, maar er zijn er die ruim100 jaar oud zijn. Al met al, benadrukt Santana dat Gran Canaria niet eens kan dromen van te concurreren met de amandel van Californië, of met die van Alicante. “Hier moeten we inzetten op kwaliteit, we hebben een amandel met organoleptische kwaliteiten die beter zijn dan in de rest van de wereld,” zo besluit hij.
zzzislas-canariaslogo-351.jpg


De druivenoogst van 2016 is
met 500.000 kilo de slechtste sinds decennia

LANZAROTE - dinsdag 13 september 2016 - De druivenoogst die eind september 2016 voltooid zal zijn, is met amper 500.000 kilo, alle soorten bij elkaar opgeteld, de slechts campagne sinds tientallen jaren; aldus laten bronnen weten binnen de Consejo Regulador de Vinos de Lanzarote (Regelgevende Raad voor Wijn van Lanzarote).

Tot aan donderdag 8 september heeft men in 2016 slechts 400.000 kilo druiven geplukt, voornamelijk witte soorten, met als voornaamste de vulkanische malvezij. Van deze wijnsoort, die de basis vormt van de kwaliteitswijnen van Lanzarote, heeft men amper 300.000 kilo geoogst bij het sluiten van de campagne.
lanzar.jpg
               Het plukken van de druivensoort malvasía volcánica, tot aan eind september.
Tot eind september richt de campagne zich op de oogst van trossen moscatel, diego en listán negra, voornamelijk op de plantages van La Geria. Op locaties in de gemeente Haría oogst men bovendien clusters van witte soorten die laat rijpen ten opzichte van de gebruikelijke soorten, inclusief diego en listán blanca. Zo komt men aan een half miljoen kilo druiven, wat de slechte verwachtingen bevestigt die men in het voorjaar van 2016 heeft aangegeven, toen men nog dacht 700.000 kilo te kunnen oogsten.

Zodoende zal het eindresultaat het slechtste zijn sinds 1993; het jaar, waarin de Consejo Regulador is opgericht; en minder dan de 773.363 kilo in 2002; en de officieel geoogste 716.043 kilo aan het eind van de campagne in 2011. Dit met de toevoeging, dat deze oogst het tegengestelde zal zijn van 2015; met ruim 3,7 miljoen kilo aan geoogste druiven, de beste sinds de oprichting van de Consejo Regulador,.

Warme winter De teleurstellende oogst van 2016 is te verklaren door de warmte welke men heeft meegemaakt in de winter van 2015-2016. De hoge temperaturen in december 2015 en in januari 2016, van rond de 30 graden Celsius op bepaalde dagen, hebben de vegetatieve rust van de wijnstokken verstoord. En daarbij heeft men als bijkomende negatieve factor de schadelijke invloed waargenomen van de koude in februari en maart, evenals die van een groot deel van de maand april.

Deze klimaatveranderingen hebben verschillende kiemen in de wijngaarden veroorzaakt, verspreid over de geografie eiland. Bij deze oogst, hebben de druiventelers wijngaarden met rijpe trossen, sommige nog groen, en sommige zelfs in bloeifase aangetroffen. Daarom zijn er overvloedig wijnstokken in ten minste twee fasen van rijping.
zzzislas-canariaslogo-310.jpg


De eerste plátanos (bananen) met
sello canario (Canarisch kwaliteitszegel)

GRAN CANARIA - vrijdag 9 september 2016 - Alle plátanos (bananen) welke men kweekt op Eilanden kunnen erop bogen Canarisch te zijn, maar het ontbreekt ze aan een herkenningslabel in Europa; een merk, net zoiets al een denominación de origen (herkomstbenaming). Vandaar is het, dat de bananen van Costa Caleta SAT de eerste zijn om het certificaat te hebben van: Indicación Geográfica Protegida (IGP) (Beschermde Geografische Aanduiding): ‘Banana de Canarias’.

Ten minste op papier, kan elke kilo - van de 27 miljoen die op de markt gebracht worden door de Sociedad Agraria de Transformación (SAT) Costa Caleta, via hun merken: ‘Doramas’, ‘La Guancha’ en ‘Galdense’ - vanaf nu in de winkels rekenen op een aangeduide locatie.

12-14.jpg platano-de-canarias-1372-3262.jpg platano1.jpg
 Het is een van de gevolgen, dat men hun plátanos (bananen) heeft voorzien van het certificaat IGP Plátano de Canarias; het eerste dat men op de Eilanden heeft toegekend, en die op maandag 29 augustus 20916 officieel dit kwaliteitszetel hebben ontvangen in Gáldar, in aanwezigheid van de Canarische president, Fernando Clavijo; en de minister van Landbouw, Narvay Quintero.

trabajadores_del_platano.jpg Pltano-Eco2.jpg
Het centrum waar Costa Caleta haar bananen bewerkt, die volledig onder de
IGP geteeld zijn.

NUESTRAS_NOVEDADES.png

405x405_3_zps8b626c7c.jpg indicacian-geografica-protegida-platano-canarias-12_g.jpg                                   http://platanodecanarias.net/news/view/180/
Pltano-eco.jpg

Deze IGP (Beschermde Geografische Aanduiding) is door de Europese Unie goedgekeurd in 2013, maar geen enkele onderneming was er tot nu toe in geslaagd, bescherming te genieten onder dit kwaliteitsmerk, omdat het pas in juli 2016 was, dat men het eerste bedrijf heeft gecertificeerd wat erkend is door het Instituto Canario de Calidad Agroalimentaria (Instituut voor Agrarische Levensmiddelen), van de Canarische Regering, om dit certificaat toe te kennen.
platano_de_canarias_20140910_1069320352-1.jpg

Avanzó Quintero geeft te kennen, dat men nu alle producenten van bananen op Canarias heeft ingeschreven en dat binnenkort 100% van de 8.500 die bananen kweken, dit certificaat zullen ontvangen. Dat van Costa Caleta is op 26 augustus 2016 ondertekend en heeft een geldigheidsduur van een jaar. Technici van Costa Caleta leggen uit, dat deze SAT (Vereniging) het verkregen heeft, nadat hun plátanos (bananen) de keuring hebben doorstaan waaraan men die heeft onderworpen, wat te maken heeft met waar men deze accrediteert en, dat ze voldoen aan de organoleptische eigenschappen die de Canarische plátano onderscheidt en wel met de vereiste traceerbaarheid.

Bij Costa Caleta zijn 125 producenten aangesloten die op het gehele Eiland 450 hectare hebben aangeplant en waar tussen de 100 en 150 personen werken, met een topbezetting van 200 medewerkers. In de verpakkingshal wordt 3.000 kilo per uur bewerkt via 5 productielijnen.
zzzislas-canariaslogo-289.jpg


De canario betaalt meer dan de gaditano voor de plátano, ondanks de afstand en,
dat men die op de Eilanden teelt

SPANJE - vrijdag 2 september 2016 - In een fruitkraam op de markt in de Andalusische plaats Cádiz verkocht men eind augustus 2016 plátanos (bananen geteeld op Canarias) voor €1,20 per kilo; en in Santa Cruz de Tenerife voor maar liefst €1,69 voor dezelfde kwaliteit.

De plátano (banaan) welke men op de Eilanden oogst, exporteert men bijna geheel naar het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje), de Balearen ( en een kleine hoeveelheid naar Portugal); de voornaamste, en men kan zeggen de enige markt voor het ‘ster’-fruit van de Archipel, waar men in veel gevallen,  zoals eind augtustus 2016 het geval was- dat voordeliger koopt bij een marktkraam in de markthal van Cádiz, in de Deelstaat Andalusië, dan in een supermarkt in het centrum van de hoofdstad van Tenerife.
grootbanmaan.jpgHoewel dit verrassend lijkt, kan men dit echter ter plaatse vaststellen Eind augustus 2016 kocht men in de Andalusische stad (zie foto) een kilo plátano voor €1,20. Tweeduizend kilometer naar het zuiden, op Tenerife, in een detailhandelszaak in de hoofdstad Santa Cruz - hetzelfde fruit, bovendien lokaal geproduceerd en met gelijkwaardige kwaliteit - kon men die alleen maar mee naar huis nemen als men eerst de kassa passeerde en de betreffende €1,69 per kilo betaalde.

Zeker is, dat dit te denken geeft, en nog ongelooflijker is, omdat dit geen enkele logica heeft, maar het is wel realiteit. Er zijn plaatsen waar, momenten waarop, en conjuncturen waarin men zeker om onverklaarbare redenen de Canarische banaan verkrijgt tegen een veel hogere prijs dan waar men die produceert, bijvoorbeeld eind augustus 2016 in de genoemde winkel in Santa Cruz, dan 2.000 kilometer verderop, in het Zuiden van het Península. En dat is zo, omdat men moet toegeven, wat niet weinig is, dat naast andere diensten de transportkosten van deze handel het product duurder maken.

Het beschrevene, is zelfs als ernstig en zeer weinig te rechtvaardigen, hoewel het momenteel erger kan, of beter, in de campagne van 2016, waarvan de eerste acht maanden Asprocan, onder leiding van Henry Sicilië - waarin alle telers op de eilanden verenigd zijn, heeft bevolen deze uit de export-handel te nemen, niets minder dan ruim 15 miljoen kilo (4% van alle verkochte plátanos in 2015, met 375 miljoen kilo), waarvan ongeveer 12 miljoen kilo is doorgedraaid, naar het afval is gegaan (zoals men kan lezen); dat wil zeggen zeer weinig (want dat kost geld) en dus naar erkende veeteeltbedrijven en voedselbanken in de privésfeer, of naar illegale vuilstortplaatsen is gegaan (want het storten op een legale vuilnisbelt kost meer) op de Eilanden van overvloed waar deze landbouwresten niet gevaarlijk zijn. Het is, wat er gebeurt, en is vastgesteld op het eiland La Palma, maar waar nu niemand iets tegen doet.
herkomst.jpg

De bananenteler protesteert eind augustus 2016
Sommige van deze kwesties, samen net het verlies aan winst voor de lokale bananentelers, zijn, wat eind augustus 2016 tot protest geleid heeft in de hoofdstad van La Palma, het eiland waar vooral de kleine boeren, met een geconcentreerde uitval van fruit in de zomer, het zwaar te verduren hebben; zo zwaar, dat sommigen het water voor hun bananen moeten verkopen om wat liquiditeit in de portemonnee te hebben.

Geplande oplossingen om dit te bestrijden, of te verminderen, blinken momenteel uit door afwezigheid, zowel die van Asprocan, als die van de Canarische Regering, die, volgens veel bananenkwekers kritiseren, de ware schuldigen zijn van de acute prijzencrisis waaronder de plátano van de Eilanden lijdt sinds januari 2016, en waarvan tot in de laatste week van augustus het eerste fruit uit de handel is genomen, algemeen bekend als ‘pica.’ Sindsdien, heeft elke week de bananentelers op de eilanden dezelfde boodschap bereikt, dit keer met ruim 700.000 kilo aan pica in week 35, wat voorlopig nog niet voorbij is. (Pica: is de actie van het onnuttig maken van een partij plátanos voor de export, door een bepaalde beperking.)
zzzislas-canariaslogo-252.jpg


De Canarische bananenproductie vestigt een record, maar het is onmogelijk om alles te verkopen

CANARISCHE EILANDEN - dinsdag 30 augustus 2016 - Tot nu toe heeft de plátano canario (Canarische banaan) in 2016 een historisch record gevestigd, met 281 miljoen kilo tot aan week 33, hoewel het onmogelijk is 100% te verkopen, wat geleid heeft tot het uit de markt halen van 8,5 miljoen kilo gedurende het eerste kwartaal.

De Asociación de Productores de Plátanos de Canarias (Asprocan) (Vereniging van Canarische Bananenproducenten) heeft laten weten, dat de gunstige weersomstandigheden en de verbetering van de teelt ertoe hebben geleid, “dat de sector zich zonder precedenten geplaats ziet voor een boekjaar in productievolume van 282 miljoen kilo, 8 miljoen kilo meer dan het voorgaande record, dat van 2010.”
ASPROCAN-1.png

Naast het productie-record is er ook een verkooprecord, met ruim 279 miljoen verkochte kilo’s, waarvan 247 als bestemming het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje) hebben, 23 miljoen geëxporteerde kilo’s meer dan in 2015, en gemiddeld ruim 27 miljoen kilo meer over de afgelopen zes jaar.
E212147.jpg xlogo-asprocan-platano-canarias_png_pagespeed_ic_5gPM8VZl_F.png

De voorzitter van Asprocan, Henry Sicilia, heeft uitgelegd dat tegenover de onmogelijkheid de gehele productie te verkopen, men gebruik heeft gemaakt van , “het beheer-mechanisme van de agrarische markten,” om fruit uit de markt te halen.

Zo heeft men 3,2 miljoen kilo beschikbaar gesteld aan voedselbanken in geheel Spanje; 4,4 miljoen kilo voor veevoeder op de eilanden; en 900.000 kilogram is verwerkt tot compost.
platano_de_canarias_20140910_1069320352.jpg

Om deze situatie te corrigeren, zoekt Plátano de Canarias nieuwe markten te veroveren en de investering te vergroten in de promotie op het Península.
 photo-5.jpg Henry_Sicilia.jpg ins_p_512629.jpg
                                             Henry Sicilia Hernández.
Volgens Henry Sicilia Hernández, ”is de toename van de productie een heel negatief scenario, door de terugval van de consumptie met 10% in de Spaanse huishoudens in de afgelopen drie jaar.

Een ander nadeel is het prijsverschil voor de plátano-consument (€ 1,73 per kilo) tegen de banaan (€1,23).

Volgens Sicilia "zijn de marktprijzen in de groene bananen-sector gedaald tot een uiterst niveau en zal het niet mogelijk zijn de activiteit van het gewas te behouden, als men die niet herstelt op de middellange termijn.”

Het marktaandeel van de Plátano de Canarias (Canarische Banaan) op het Península en de Balearen bedroeg in juni 2016 maar liefst 75,6%.
zzzislas-canariaslogo-229.jpg


Tweede editie
Canarische Gofio-onderscheiding
voor het beste maalsel

TACORONTE - vrijdag 27 mei 2016 - Het Ministerie van Landbouw, Veeteelt, Visserij en Waterbeheer, van de Canarische Regering, heeft de inschrijving opengesteld voor de tweede editie valnet Concursus Oficial de Gofio Agrocanarias 2016 met het doel de beste bereidingswijzen van de Archipel te onderscheiden.

Men kan aan de wedstrijd deelnemen met gofio, bereid op verschillende wijze op Canarias en wel in vier verschillende categorieën, al naar gelang de gebruikte graansoort en bereidingswijze van het product, en dat zijn: trigo (tarwe), millo (gerst /maïs), of een mengsel van beide; of op basis van andere graan- en groentesoorten of mengingen daarvan, zoals: cebada (gerst), centeno (rogge), avena (haver), arroz (rijst), haba (bonen), garbanzo (erwten), of soja.
IGP_gofio_canario.jpg
goiio.jpgIn een communiqué laat het Ministerie weten, dat de gofios bereid moeten zijn met maalsels van molens op de eilanden die beschikken over de betreffende, sanitaire vergunning; die aanwezig zijn in de verkoopkanalen en, die beantwoorden aan de merken van de molenaar.

gofio.jpg gastronomia-Canarias-Japon-Tenerife-comercializar_EDIIMA20130425_0861_13.jpg
images-118.jpg
De deelnemende gofios worden in een blinde proeverij (zonder herkenbare etiketten) beoordeeld door een proefpanel, om een correcte analyse te garanderen tijdens de proeverijen die plaatsvinden in de Escuela de Capacitación Agraria (Landbouwschool) van Tacoronte op Tenerife op dinsdag 14 juni; en op La Gomera op vrijdag 17 juni 2016.

De hoogst gewaardeerde producties zullen strijden om de onderscheidingen voor
- Mejor Gofio de Canarias (Beste Gofio van Canarias),
- Mejor Gofio Ecológico  (Beste Ecologische Gofio),
- Mejor Gofio de Grano Local (Beste Gofio van plaatselijk graan),
en de deelnemers zullen ook strijden om de onderscheiding voor:
- Mejor Imagen y Presentación (Beste Uiterlijk en Presentatie)
waarvoor men de verpakkingen en de etiketten van de producten zal jureren.
Bovendien zal de gofio die het hoogste aantal punten behaalt, worden onderscheiden met de:
- Gran Medalla de Oro (Grote Gouden Medaille),
en de bereidingen die tussen de 80 en 90 punten behalen, ontvangen een:
- Medalla de Oro (Gouden Medaille),
en degenen die minimaal 75 punten behalen, zullen een Medalla de Plata (Zilveren Medaille) krijgen.
gofio_escaldado.jpg recetas-canarias-pella-gofio-L-tTuiHd.jpeg
 hqdefault-34.jpg  mousse-de-gofio-canario-postre.jpgIn het communiqué staat te lezen dat deze wedstrijd - georganiseerd door het Instituto Canario de Calidad Agroalimentaria (ICCA) - deel uitmaakt van de acties die in  gang zijn gezet door het Ministerie van Landbouw, van de Canarische Regering, voor het versterken van de productie, consumptie en verkoop van Canarische gofio en is ontworpen in het kader van het beleid van de Canarische Regering ter bevordering van gedifferentieerde kwaliteit van Canarische producten.
zzzzzzzislas-canariaslogo-544.jpg


In april 2016 heeft
el plátano,
de Canarische banaan,
76,3% marktaandeel bereikt

SPANJE -  donderdag 26 mei 2016 - In april 2016 heeft de consumptie van Canarische bananen (plátanos) in Spaanse gezinnen op het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje) en de Balearen ruim 34.800 ton bedragen, wat 76,% vertegenwoordigt van de totale consumptie aan bananen die in de maand april 45.700 ton heeft bedragen

Een bericht van Asociaciones de Organizaciones Productoras de Plátano (Asprocan) (Verenigingen van Organisaties van Bananenproducenten) geeft aan, dat de ontwikkeling van de consumptie een stijging betekent te zijn van 0,6% ten opzichte van de consumptie aan Plátano de Canarias (Canarische Banaan) in maart 2016, aldus de gegevens die verstrekt zijn door Kantar Worldpanel, de officiële verstrekker aan het gezinsconsumptie-panel van het Ministerie van Landbouw, Levensmiddelen en Milieuzaken.
Platano-03.jpg platanos-de-canarias.jpg

Men voegt toe, dat met de resultaten - waarin niet de consumptie op Canarias is meegeteld – het marktaandeel van de Plátano de Canarias in het eerste kwartaal van 2016 op het Península boven de 75% is uitgekomen.

Een cijfer dat 80% is als men het waarde-aandeel in dezelfde periode in ogenschouw neemt.
ASPROCAN.pngAsprocan is van mening dat de dit jaar behaalde hoge productievolumes  een zeer belangrijk middel zijn voor de producenten voor wat betreft  de prijzen op de herkomstmarkt.

Daarom is men van mening, dat de voortdurende activiteit van de sector om het product te differentiëren, de consument te informeren en commerciële samenwerking met de distributie en detailhandel te bevorderen, de sleutel zijn om te kunnen rekenen op de  steun van de consument, en men zo het hoofd kan bieden aan de uitdaging van de moeilijke en oneerlijke concurrentie welke de productieve sector van de Canarische banaan ervaart van bananen uit derde landen."
zzzzzzzislas-canariaslogo-540.jpg


De cochenille-telers vragen
200 hectare voor het
hernemen van de kweek

De
Denominación de Origen Protegida
(Beschermde Herkomstbenaming)
levert mogelijk 500 arbeidsplaatsen op

CANARISCHE EILANDEN - dinsdag 5 april 2016 - De Asociación de Criadores y Exportadores de Cochinilla de las Islas Canarias (Acecican) (Canarische Vereniging van Kwekers en Exporteurs van Cochenille) heeft op maandag 4 april 2016 aan de Canarische Regering en aan de Cabildos (Eilandbesturen) gevraagd, dat men zich inzet voor het herstel van minimaal 200 hectare verwaarloosd akkerland voor het doen herleven van de sector; met een plan, waarmee men over de gehele Archipel 500 arbeidsplaatsen wil genereren.

Nu eenmaal de Denominación de Origen Protegida (DOP) (Beschermde Herkomstbenaming) is verkregen, wenden de eilandproducenten zich tot de staatssecretaris van Landbouw, Abel Morales,  van de Canarische Regering , om hem te vragen dat men de kweek van de cochenille opneemt in de subsidies van het Plan de Desarrollo Rural 2014-2020 (Plan Plattelandsontwikkeling 2014-2020), zo heeft de voorzitter van de vereniging,  Lorenzo Pérez, laten weten die van mening is, dat de kwekers slechts een 'duwtje’ nodig hebben van de overheden voor het heropleven van de kweek en de export.

1445344108390p.jpg
                                                           Abel Morales.

28886dh.jpgLorenzo Pérez de woordvoerder van Acecican en de directeur van het Instituto Canario de Calidad Agroalimentaria (ICCA), Alfonso López Torres, op 20 april 2014 met de dossiermap voor het aanvragen van de: DOPCochinilla de Canarias, via het Ministerie van Landbouw.

criadores-cochinilla-1.jpgLorenzo Pérez legt uit, “dat 16 februari 2015 een vóór en een ná betekent te zijn voor de sector,” met de definitieve erkenning van de Europese Commissie, die de inschrijving heeft geaccepteerd van de Canarische Cochenille in het Europese Register van Herkomstbenamingen.

“Op die dag is een droom werkelijkheid geworden, de illusie van een project dat is geboren uit ondernemerschap, dat is veranderd in de hoop op definitieve heropleving van een historisch, traditionele kweek met een grot economische uitwerking op de Canarische Archipel,” zo verklaart de voorzitter van de Aceican, die laat weten, dat deze landbouwactiviteit volledig in het slop was geraakt  en alleen nog bedreven werd op sommige plantages op Lanzarote, Gran Canaria, Tenerife en La Palma.

Lorenzo Pérez, een jonge landbouwer uit de wijk ‘La Suerte’, heeft het beleid van de vereniging overgebracht aan de staatssecretaris van Landbouw, waarmee men de eilandproducties wil consolideren op de internationale markten, door enerzijds een product  aan te bieden det uniek in de wereld is; en dat anderzijds een potentieel genereert van minimaal 500 arbeidsplaatsen in de sector.”

599147_453746561364713_494409060_n.jpg

Kwekers
“Daarom,” zo voegt Pérez toe “moeten we onderdeel uitmaken van de fimanciële Posei-paraplu, waarbij onze Regering moet beginnen met het opstellen en beheren van een begroting, opdat elke kweker een waardig inkomen heeft per gecultiveerde hectare onder de Denominación de Origen (herkomstbenaming). Het beleid zoekt, ten minste 200 hectare  te revitaliseren in gelijke delen voor de zeven eilanden van de Archipel. Men wil de akkers doen herleven, voornamelijk die, welke in een verwaarloosde staat verkeren, en vandaar, dat de Cabildos (Eilandbesturen) ten tonele moeten verschijnen,” zo laat de voorzitter van de Acecican weten.

Na opgemerkt te hebben, dat het de eerste keer is dat het Ministerie van Landbouw de voorstellen van de sector aanhoort, “waardeer ik dit enorm,”, zegt Pérez, en laat weten, “dat zijn organisatie er ‘volledig van overtuigd is’, dat men met steun van de overheid de weg bewandelt die met deze DOP heel verwachtingsvol zal zijn voor Canarias en voor de definitieve consolidatie van de sector.”

De herkomstbenamingen, zo merkt Pérez op, vormen gereedschap voor het creëren van waarde in plattelandsgebieden.  Daarmee bereikt men bescherming van de landbouwkwaliteit en een betere informatie aan de consumenten met betrekking tot de productiemethode en de certificering van de herkomst van het product; maar  bevordert men ook de ontwikkeling van het platteland door de mogelijkheid de producten een betere toegang tot de markt te geven, het milieu te beschermen door het versterken van meer natuurlijke productiemethoden en de duurzaamheid in het gebruik van de productiefactoren. De herkomstbenamingen vormen ook een element van herverdeling van toegevoegde waarde in het verloop van de productieketen.

ACECICAN-1.png

Het schild en het logo van de DOP Cochinilla de Canarias, geregistreerd in het Officiële Kantoor van Patenten en Merken van het Ministerie van Industrie en Handel,  bevat de essentie van de kweek, een tunera (vijg-cactus) en zevencactusbladen met cochenille die verwijzen naar de zeven eilanden en op de achtergrond de kleuren van de Canarische vlag, wat verwijst naar de geografische ligging.
download-42.jpgAlles wat u altijd al wilde weten over de cochenille, 
maar wat u nooit durfde te vragen...

Hoe verkrijgt men de helderrode kleuren in sommige lippenstiften en andere cosmetica?
Het zal u misschien verbazen te weten,  dat de wijnrode kleurstof in sommige rouge en lippenstiften afkomstig is van de cochenille, een schildluis die, als een heel bijzonder insect, zich voedt met de schijfcactus. Laten we dit heel bijzondere beestje maar eens nader bekijken.

Schadelijk of nuttig?
De schildluis of cochenille (Caccus Cacti) is een insect dat als een parasiet leeft op de bladeren van de schijfcactus of de Nopal-cactus, op Canarias de Opuntia-cactus.
Het volwassen cochenille-wijfje heeft de vorm van een graankorrel, is roodachtig-zwart en bedekt met een soort wit stof, ongeveer drie millimeter groot, ongeveer de afmeting van een lucifer-kop.
Een mannelijke cochenille is slechts half zo groot als een wijfje. Maar laat u niet misleiden door de grootte van de cochenilles, want ze behoren tot de vernielzuchtigste insecten. Ondanks die reputatie zijn er echter enkele landbouwers die ze nota bene kweken. Waarom? Om karmijn (karmozijn) te verkrijgen, een prachtige rode kleurstof die wordt onttrokken aan de gedroogde, verpulverde wijfjes.

De schildluizen of cochenilles worden in doeken opgehangen in de schijfcactussen en vastgemaakt aan de toppen van de bladeren. Wanneer ze volgroeid zijn (ongeveer 8 mm) worden de schildluizen  met een borstel bijeengeveegd en in de zon gelegd of worden ze gedroogd in ovens.

Het eindproduct wordt gebruikt om stoffen te kleuren. De opkomst van de synthetische kleurstoffen zorgde voor een felle afname van de kweek. Daar het een natuurlijk product is, verkiezen veel consumenten het als alternatief voor de industriële kleurstoffen, die veel goedkoper zijn maar ook veel schadelijker.

Sinds de tijd van de Azteken en de oude Mixteken, die leefden in wat tegenwoordig de deelstaat Oaxaca in Mexico is, zijn cochenilles al voor verfstoffen gebruikt.
Spaanse veroveraars raakten gefascineerd door de wijnrode kleur van de cochenille en al gauw leefden veel Europeanen zich met deze natuurlijke kleurstof uit in hun voorkeur voor warme kleuren. Groot-Brittannië gebruikte altijd karmijn voor de traditionele scharlaken kleur van militaire uniformen.
Het gebruik van karmijn was zo wijdverbreid, dat het van 1650 tot 1860 - op goud en zilver na - Mexico ’s waardevolste exportartikel was.

Verdwijning en terugkeer
Halverwege de negentiende eeuw begonnen synthetische verfstoffen natuurlijke kleurstoffen te vervangen. Dit kwam door een aantal factoren. Chemisch geproduceerde kleuren waren eenvoudigweg makkelijker te maken, goedkoper en beter wat kleurende eigenschappen betreft. Binnen korte tijd namen synthetische kleuren de markt over als toegevoegde kleuren in voedsel, medicijnen en cosmetica. Maar met het toenemen van het gebruik ervan, namen ook de zorgen over de veiligheid toe.

Onderzoeken in de jaren ’70 suggereerden, dat bepaalde synthetische verfstoffen kankerverwekkend zouden kunnen zijn. Toen die mogelijke gevaren voor de gezondheid bekend werden, begonnen natuurlijke kleurstoffen aan hun terugkeer.
Peru bijvoorbeeld produceert tegenwoordig ongeveer 85% van het karmijn in de wereld.
De Canarische Eilanden en ook Zuid-Spanje, Algerije en landen in Midden- en Zuid-Amerika staan bekend om hun cochenille-oogst.
Maar de huidige vraag naar karmijn overtreft de beschikbaarheid en dus probeert de Regering van Mexico de productie ervan op te voeren.
OpuntiaEngelmanniiwithCochineal-1.jpg

Hoe karmijn wordt geproduceerd

De cochenille brengt zijn hele leven door op de schijfcactus. De luis beschermt zichzelf tegen natuurlijke vijanden door een witte poederige, wasachtige substantie af te scheiden. Dit pluizige spul omgeeft het insect en dient als woning voor de schildluis. Maar de witte kleur  zorgt er ook voor, dat de schildluis in de oogsttijd makkelijk te traceren is.
de-cochenille-en-heel-bijzonder-insect.jpgAlleen vrouwelijke cochenilles bevatten de rode kleurstof, karmijnzuur. Eitjes dragende cochenilles bevatten de hoogste concentraties. Om kleurstof van de beste kwaliteit te krijgen, letten de arbeiders er dus speciaal op, dat ze de cochenilles oogsten vlak voordat deze hun eitjes leggen.
In de Peruaanse Andes wordt er in een periode van zeven maanden ongeveer drie keer geoogst. De cochenilles worden met een stevige borstel van de plant geveegd, of met een stomp mes ervan afgeschraapt, vervolgens gedroogd, gereinigd en verpulverd, en daarna in ammonia,  of in een natriumcarbonaat-oplossing gedaan.
Door filteren worden de resten van de insecten verwijderd zodat er een gezuiverde vloeistof overblijft.
Er kan ook calciumoxide worden toegevoegd om verschillende tinten paars te verkrijgen.

Hoewel het idee om make-up te gebruiken die van insecten is gemaakt misschien niet echt aanlokkelijk lijkt, kan men er zeker van zijn dat natuurlijke kleuradditieven tot de meest nauwkeurig onderzochte kleurstoffen behoren.
Die kleuren zijn getest, getest en nog eens getest, soms tientallen keren. Dus wanneer men een compliment krijgt voor een stralend uiterlijk, komt dat misschien mede door de cochenille, een heel bijzonder insect!

De cochenille op Canarias
De cochenille-kweek op Canarias nam destijds uiteindelijk 90 % van de uitvoer voor haar rekening en veranderde aldus wezenlijk de economie.
Cochenille wordt veel gebruikt in voeding, bijvoorbeeld  in yoghurt (kleurstof E-120), in chorizo, in snoep, in textiel, in cosmetica of in de farmaceutische industrie (siropen, pillen…).

Cochenille-rood komt van de vrouwelijke schildluis op cactussen
We vatten het bovenstaande verhaal voor de duidelijkheid nog maar eens samen:
Cochenille of karmijn is een natuurlijke kleurstof. Men haalt de kleurstof uit de schildluis die in de natuur voorkomt op Opuntiasoorten, op Canarias Tunera, of Chumbera genoemd (ook bekend als cactusvijg), die oorspronkelijk afkomstig uit Peru.

De schildluis of Dactylopius coccus is en zeer klein insect dat men toch vrij snel opmerkt op de cactus omdat het wit is en zich onder een pluizig laagje verstopt. Op het groene onderdek van de plant valt de witte schildluis goed op. De schildluis is dan wel wit van buiten, binnenin heeft deze een rood pigment, cochenille genoemd. De benaming karmijn is ook af te leiden uit de rode kleur. Men spreekt over karmijnrood. De schildluis met cochenille werd voor het eerst beschreven in 1549, en is dus al zeer lang in omloop. 

E-nummer
Verderop wordt besproken dat cochenille wordt gebruikt in voeding. Omdat het geen hoofdbestanddeel is van de dagelijkse voeding, maar slechts in geringe mate in de voeding aanwezig is, spreekt men van additieven. Gewoonlijk duidt men additieven aan met een E- nummer.
Wil de stof een E-nummer krijgen, zal deze aan bepaalde eisen moeten voldoen voordat die de erkenning krijgt. Het E- nummer maakt het voor wetenschappers,  de voedings- en levensmiddelenindustrie, koks… gemakkelijk, omdat er slechts één mogelijkheid is.

Karmijn is de pure kleurstof en heeft een ander E-nummer dan het cochenille. 
- E-nummer  Karmijn    :  [E120(i)]
- E-nummer  Cochenille:  [E120(ii)]

WINNING VAN COCHENILLE
Cactussen
De schildluis bevindt zich vooral op schijfcactussen zoals Opuntia en Nopalea. Met name Opuntia ficus- indica var. splendidaen Opuntia tomentosa zijn twee van de Opuntia’s waar men de schildluis makkelijk op terugvindt. 
Cochenillifera is een cactussoort waar men schildluizen het vaakst op vindt. Den naam duidt ook al op de aanwezigheid van cochenille. De luizen leven als parasieten van het sap van de planten. In tegenstelling tot het mannetje heeft de vrouwelijke schildluis geen vleugels.

Teeltwijze
Bij het telen van deze luizen voor cochenille is het aanvankelijk het best om wijfjesluizen te hebben. De reden heeft verschillende oorzaken:
- Wijfjes zijn - zoals bij vele insecten - veel groter dan de mannetjes. Door hun groter lichaam, bevatten ze meer bloed. Omdat men cochenille uit het bloed van de schildluizen kan halen is het dus beter om vrouwtjes te nemen.
-  Een tweede oorzaak kan men vinden bij de eieren. Het vrouwtje legt de eitjes en bedekt ze met een schild. Vandaar de naam schildluis. In de eitjes zitten ook de rode pigmenten. Men kan ze ook gebruiken voor cochenillewinning.

Bij de oogst gaat men dus op zoek naar wijfjes schildluizen en haar eieren. De laatste zijn tevens wit gekleurd en zien er pluizig uit. Althans zo ziet de overkapping eruit. Net een plukje wol op een cactus. De eieren liggen onder het schild of kapje.

Omzetting tot kleurstof 
Als eenmaal de eieren en de wijfjes van de plant zijn geplukt, met de hand, kan men beginnen met de omzetting tot een poedervormige kleurstof. Eerst en vooral moeten de luizen worden gedood. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Ze worden meestal op brutale manier verpletterd door ze tussen de vingers te knijpen, er met een voorwerp druk op uit te oefenen, of door ze in mortier te vermalen met een stamper. Vervolgens gaat men de dode dieren en eieren drogen. Dit kan in de zon of in broedstoven. Daarna worden ze gemalen en gefilterd in een zeef, zodat enkel de fijnste stukjes overblijven die men kan gebruiken als kleurstof. Men kan de kleurstof ook verkrijgen door de dieren te extraheren met methanol of ethanol waarbij men dezelfde stof verkrijgt. 

GEBRUIK VAN COCHENILLE
Kleurstof 
Men gaat de rode kleur van cochenille vooral toepassen in luxeproducten. Karmijn werd reeds in de oudheid gebruikt om textiel te kleuren. Leder, wol en zijde lenen zich hier gemakkelijk toe. Dit wordt nu nog steeds toegepast in de textielindustrie waarbij men dieprode kledij bekomt. Ook in cosmetica-producten gebruikt men cochenille, waardoor een dieprode kleur bekomen wordt die men verwerkt in lipstick, nagellak,… In labo’s wordt het cochenillerood gebruikt om preparaten te kleuren bij microscopisch onderzoek. 

Voeding
Ook voedsel wordt gekleurd met behulp van cochenille. Denk hierbij maar aan de dieprode kleur bij vruchtengelei of confituur. Ook vruchten op sap, aardbeisiropen,… kunnen hoeveelheden cochenille bevatten.

IS COCHENILLE: NUTTIG OF SCHADELIJK VOOR DE MENS
ADI 
ADI is de afkorting van: “aanbevolen dagelijkse inname”, het is een maat voor de hoeveelheid van een stof welke men dagelijks mag innemen. Het wordt uitgedrukt in milligram per kilogram lichaamsgewicht. Voor cochenille bedraagt de ADI 5mg/kg lichaamsgewicht. 

Dieetbeperking 
Naargelang de ADI mag iedereen het cochenillerood innemen. Het is niet giftig en niet  schadelijk. Maar zoals bij elk product: overdaad schaadt. Sommige personen reageren allergisch. Voor hen geldt er een bepaalde regeling bij de opname van de stof. Tenslotte zullen sommigen om ethische redenen de stof niet consumeren. Vegetariërs of veganisten nuttigen immers geen producten afkomstig van dieren. 

Bijwerkingen
Sommige mensen reageren allergisch wanneer ze in aanraking komen met cochenille. Het zijn vooral cosmeticaproducten die allergische reacties uitlokken. Cochenille die oraal wordt opgenomen via voeding lokt amper reacties uit, omdat de hoeveelheid ervan zo laag is dat deze nauwelijks wordt opgemerkt. De concentratie is met andere woorden te laag om te reageren. Bij sommige kinderen is wel hyperactiviteit opgemerkt bij inname van het product, maar dit is slechts in enkele gevallen zo en zou ook te maken hebben met allergie.

Karmijnzuur

Structuurformule en molecuulmodel

kzarmijnzuur.png

Structuur van karmijnzuur

kleur.png

Kleur (bij benadering)

Algemeen

Molecuulformule
     (uitleg)

C22H20O13

IUPAC-naam

3,5,6,8-tetrahydroxy-1-methyl-9,10-dioxo-7-[(2R,3R,4R,5S,6R)-3,4,5-trihydroxy-6-(hydroxymethyl)oxan-2-yl]antraceen-2-carbonzuur

Andere namen

cochenille ; cochenillerood ; cochenille-extract ; cochenilletinctuur ; CI Natural Red 4 ; Sanred 1 ; Sun Red 1 ; Crimson Lake

Molmassa

492,39 g/mol

SMILES

CC1=C2C(=CC(=C1C(=O)O)O)
C(=O)C3=C(C2=O)C(=C(C(=C3O)O)
[C@@H]4[C@@H]([C@H]([C@@H]([C@H](O4)CO)O)O)O)O

CAS-nummer

1260-17-9

EG-nummer

215-023-3

PubChem

14749

Nutritionele eigenschappen

ADI

5 mg/kg lichaamsgewicht

Type additief

kleurstof

E-nummer

E120

Portaal    

Scheikunde

Karmijn, of eigenlijk karmijnzuur, is een natuurlijk organisch en dierlijk pigment dat in aquarelverf en olieverf wordt gebruikt, maar ook als kleurstof voor voedingsmiddelen, of in cosmetica zoals lippenstift. Het pigment heeft E-nummer E120[1]. In cosmetica heeft de stof nummer CI 75470. Karmijn heeft een naar paars zwemende rode kleur.

Karmijn schijnt al bekend te zijn geweest bij de Inca's en de Azteken. De Spaanse conquistador Hernán Cortés nam de stof waarschijnlijk mee naar Europa, maar deze werd voor het eerst beschreven door Mathioli in 1549.

Winning
liosd.jpg cochenille-1.jpg
De schildluis, links het vrouwtje, rechts het mannetje
Karmijn wordt gewonnen uit de Cochenilleluis, Dactylopius coccus Costa. Deze luis leeft op schijfcactussen, bijvoorbeeld de Opuntia coccinellifera of de Nopalea cochenellifera. De luis scheidt een witachtige waslaag af. Alleen de vrouwtjesluizen worden gebruikt. De mannetjes hebben vleugels en leven kort, net lang genoeg om de vrouwtjes te bevruchten zodat deze eitjes kunnen leggen. Ook uit de eitjes wordt karmijn gewonnen, ook wel karmijnextract genoemd.

De cochenille-luis wordt in grote hoeveelheden van de cactus afgeschept. Per hectare kan 300-400 kilo luizen worden gewonnen. Een kilo bevat ± 140.000 luizen. Om karmijn te winnen uit deze luis zijn enorme hoeveelheden van de vrouwelijke luizen nodig. Er bestaan dan ook in Peru, Mexico, Guatemala en Honduras plantages van de cactussen waarop de karmijnluizen worden aangebracht. Ook op de Canarische Eilanden vindt deze teelt plaats. Andere varianten komen uit Polen (Porphyrophora polonia) en uit Armenië (Porphyrophora hameli). Rond 2004 kwam 80% van de wereldproductie echter uit Peru.

De luizen worden geplet en het vocht wordt omwille van de kleurechtheid gemengd met andere stoffen: koningswater, tin of aluin. De ontdekking dat toevoeging van koningswater en tin de stof spectaculair roder en kleur-echter maakt, wordt toegeschreven aan de Nederlandse uitvinder Cornelis Drebbel in 1606-1607.

Toepassingen
Nogmaals: de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) van karmijn bedraagt 5 mg/kg lichaamsgewicht.

De kleurstof is vrij slecht lichtecht en heeft geen sterke kleurkracht. Daarom wordt tegenwoordig in de schilderkunst vaker de sterk op deze kleur lijkende kraplak gebruikt, dat uit steenkoolteer wordt gewonnen.

Bijwerkingen
Er zijn een paar gevallen beschreven waarbij een effect op activiteit bij kinderen is oogetreden. Daarnaast kan de stof contactallergie op de huid veroorzaken bij gebruik in cosmetica. Als kleurstof is karmijn bekend als oorzaak voor ernstige allergische reacties en anafylactische shock bij sommige mensen die er beroepsmatig mee werken.

Dieetbeperkingen
En zoals gezegd, E120 wordt uit insecten gewonnen. Consumptie ervan kan dus in strijd zijn met de principes van veganisten, vegetariërs en wellicht ook met aanhangers van sommige religies (o.a. joden en moslims).

Canarias
Als gevolg van het isolement van Canarias, ver verwijderd  van het vasteland van Europa en de extreem lage niveaus van regenval moesten lokale landbouwers uiterst ingenieus door de jaren heen, om de kost te verdienen. En door de eeuwen heen hebben producten zoals wijn, zout en zelfs korstmossen allemaal een lange tijd gehad als belangrijke exportproducten. Maar geen van deze kan zo intrigerend bogen op het productieproces als de cochenille-industrie.

De cactusvijg cactus speelt een belangrijke rol bij de landbouw vam Canarias, deze helpt om de grond vruchtbaar te maken en samen met terrassen en stenen muren is het een bekend gezicht in bijvoorbeeld het noorden Lanzarote. Gutaiza en Mala, vroeger het epicentrum van cochenille productie op Lanzarote, tellen vandaag de dag nog ongeveer 200 hectare aan cochenille-kweek,
Cochenille kweek is ongeveer 2.000 jaar geleden ontstaan door de Maya's en Inca's en werd in de 16de Eeuw ingevoerd in Spanje.
Tijdens de 17de en 18de Eeuw werd cochenille goede handel op met name Lanzarote en werd het geëxporteerd naar het vasteland van Europa, waar het een verscheidenheid had aan toepassingen, van het verven van de rode jassen van het Engels soldaten tot het blozen van de wangen van adellijke dames. Rond 1840 was cochenille in feite goed voor ongeveer 20% van het bruto binnenlands product van Lanzarote.

Echter, alle sectoren van dit type cochenille productie begon te vervagen in de tweede helft van de 19de eeuw wanneer synthetische kleurstoffen op de markt komen. En sindsdien is de prijs zodanig gedaald, dat het niet langer haalbaar was voor de lokale boeren om het in industriële hoeveelheden te produceren; ondanks het feit, dat het van veel hogere kwaliteit is dan Peruaanse cochenille.

logo-website-.png  hallall.jpg

Is karmijn halal?
Omdat moslims anno 2016 aardig op weg zijn hun streven te bereiken, wat is:
niet te rusten voordat de gehele wereld moslim is;
geven we hier wat achtergrondinformatie aan vooral de ‘ongelovigen’ die zich niet zo verdiepen in deze religie.

Over de halal-waardigheid van karmijn bestaat een meningsverschil onder moslims.
Halal Correct en de Islamitische geleerden achter deze organisatie, beschouwen deze kleurstof als niet halal, op basis van:

  1. Het verbod op het eten van insecten (hoewel hierover meningsverschil bestaat onder de geleerden).
  2. Het dierenleed dat gepaard gaat met de productie van karmijn. De luizen worden levend gekookt, gestoomd of gebakken.
  3. De gezondheidsrisico’s. Een aantal onderzoeken brengt karmijn in verband met astma, eczeem, hyperactiviteit en slapeloosheid.
    download-43.jpg halalorharam.jpg

Echter op : 

http://myhalalquest.blogspot.de/search/label/Additives

staat bijvoorbeeld te lezen dat karmijn wel halal is.

Het is aan de moslimconsument om hier zelf een eigen conclusie uit te trekken.

Halal Correct heeft de conclusie allang getrokken. E120 wordt bij door hen als niet halal beschouwd en producten die E120 bevatten worden niet gebruikt.


Ruim 19 miljoen kilo plátanos méér verkocht 
op het Península

CANARISCHE EILANDEN -  Goede Vrijdag 25 maart 2016 - De verenigingen van producenten van plátanos (Canarische bananen) hebben in de eerste drie maanden van 2016 in totaal 103.857.418 kilo naar het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje) geëxporteerd, dat is 19.118.301 kilogram (25%) méér dan in dezelfde periode van 2015.

De onvoorziene weersomstandigheden hebben gezorgd voor een flinke toename in de productie van plátanos (Canarische bananen), met in de eerste drie maanden van 2016 maar liefst 20.099.775 kilogram meer dan in dezelfde periode van 2015.
platano-canarias-asprocan--620x349.jpg
Het handelen van de producenten-verenigingen heeft het mogelijk gemaakt, dat de toename van de productie grotendeels verkocht is en daarmee heeft de Plátano de Canarias  een marktaandeel bereikt van 74,1% in januari 2016 en van 76,7% in februari 2016, aldus de gegevens die zijn verstrekt door Kantar Panel, de officiële bron van het Ministerie van Landbouw, Levensmiddelen en Milieu, voor de consumptie van fruit.

Productodecanarias.jpg

De voorzitter van de Asociación de Organizaciones de Productores de Plátanos de Canarias (ASPROCAN), Santiago Rodríguez, heeft benadrukt, “dat de bananensector, dankzij het organisatie-niveau en de dagelijkse inzet, erin is geslaagd om deze onverwachte, sterke productiegroei te kanaliseren.”
Hij geeft echter toe, “dat de verhoogde concentratie heeft geleid tot een onhoudbare prijs voor de producenten, want in veel gevallen hebben we te maken met verliezen, waardoor het ons niet mogelijk is geweest 981.474 kilo te verkopen in dezelfde periode.”

Santiago Rodríguez bevestigt, dat het onder deze omstandigheden  ‘oneerlijk” is van de sector te eisen, dat ze haar gehele productie verkoopt, hoewel daartoe producenten zich moeten ruïneren. Naar zijn mening  “toont dit aan  dat het noodzakelijk is om de werking van de consumentenmarkt te kennen en in het bijzonder die voor  zeer bederfelijke vruchten zoals bananen. Een complexe markt, waarin de bananenprijzen dalen en waarin wij onze concurrentiepositie elke dag van het jaar moeten zien te behouden.”

“Onder deze omstandigheden,” zo voegt hij toe, “laat de sector weer eens haar professionaliteit zien en werken aan de productie ruim 8.000 telers en 12.000 medewerkers.”

Hij laat weten dat geen Spaans landbouwproduct kan rekenen  op een binnenlands marktaandeel zoals dat van de  Plátano de Canarias en, dat de sector zich afvraagt of degenen die beweren dat de bananen een ongelijke behandeling krijgen, ook hetzelfde niveau hebben in: organisatie, werkgelegenheid, productie, marktaandeel en bijdrage aan de economie,  zoals de banaan dat heeft voor Canarias.

zzzzzzzislas-canariaslogo-341.jpg


De Hoge Raad stelt tomatenkwekers 
van Las Palmas de Gran Canaria
vrij van terugbetaling van 12 miljoen euro aan ontvangen subsidie

De Hoge Raad heeft de uitspraak herroepen die de tomatenkwekers in de provincie Las Palmas veroordeelde tot het terugbetalen aan de Spaanse Staat van bijna 12 miljoen euro welke men in 2002 en in 2003 heeft ontvangen als exportsubsidies. Eerder veroordeelde het Canarische Hooggerechtshof de Fedex, met het argument dat zij hun kosten zouden hebben opgeblazen voor het ontvangen van deze exportsubsidies.

Aldus annuleert de Hoge Raad de verordening welke in januari 2011 was opgelegd door de Gedelegeerde van de Spaanse Regering op Canarias, die van de Federación de Exportadores Hortofrutícolas de la provincie de Las Palmas (Fedex) de teruggave eiste van subsidies voor een bedrag van 8,3 miljoen euro, plus 3,5 miljoen euro aan rente.
retraso-zafra.jpg

Die resolutie van de Spaanse Regering had de steun van het Tribunal Superior de Justicia de Canarias (TSJC) (Canarische Hooggerechtshof),dat bewezen achtte, dat de Fedex onrechtmatig gebruik had gemaakt van staatssteun en door de kosten van vrachttarieven boven de marktarieven te  rechtvaardigen.

De Hoge Raad corrigeert nu dit vonnis van het TSJC,  omdat men van mening is, “dat men zich heeft laten leiden door een verkeerde beoordeling van de overheid.”

Al jaren gebruiken de Fedex en hun nevenknie in Santa Cruz de Tenerife, Aceto,  voor hun exporten een eigen rederij en contracteren rechtstreeks schepen voor het vervoer van hun producten.
logo-14.pngDe wetgeving die deze sector regelt, bepaalt:  dat de subsidies welke men toekent aan de Canarische producenten voor het compenseren van de afgelegenheid van de Archipel, worden vastgesteld aan de hand van het laagste  van deze twee bedragen: de daadwerkelijke  kosten voor de exporteur en de gemiddelde kosten van het vrachtverkeer.

Het laatstgenoemde bedrag wordt jaarlijks berekend door de Gedelegeerde van de Spaanse Regering. Feit is, dat de subsidies die de Fedex ontvangen heeft in 2002 en 2003, gebaseerd zijn op de gemiddelde vrachtkosten die zijn gepubliceerd door de Gedelegeerde in 2003.

Echter, zoals uit het arrest van de Hoge Raad is op te maken, vertrouwt  het Ministerie van  Fomento (Ontwikkeling) die berekening niet, omdat men denkt  deze het wordt bepaald door vrachtkisten van de rederij van de Fedex-Aceto, die verantwoordelijk is voor het grootste deel van het vervoer, en vermoedt, dat dit "stelselmatig" zendingen bevat die niet subsidiabel zijn.

Daarom,maakt Fomento (Ontwikkeling) gebruik van een onderzoek waarin de kosten van de rederij Fedex-Aceto met andere particuliere exploitanten worden vergeleken en concludeerde het  Ministerie dat de tomatentelers van Las Palmas 8,5 miljoen euro meer hebben ontvangen, dan wat hun rechtmatig zou toekomen in 2002 en 2003.

Deze studie concludeert dat de kosten die de Fedex/Aceto-rederij hanteert twee keer zoveel zijn als die van andere transporteurs in geval van de tomatenexport; en twee en een half keer meer voor de komkommers.

De Hoge Raad geeft toe, dat die rederij (de Fedex/Aceto-rederij) opereert  met feitelijke transportkisten die hoger zijn dan die welke men als referentie neemt in hun studie voor zaken zoals de gelegenheidstransportkosten, of de conserveringsvoorwaarden van de producten, of eenvoudigweg door, “slecht beheer”.

De rechters benadrukken echter,” dat in beide gevallen  aangetoond moet worden, dat de gesubsidieerde hoeveelheid groter is dan de wekelijke transportkosten waarmee die maatschappij hoe dan ook daadwerkelijk te maken heeft;” een zaak, die men niet bewezen acht.

In de uitspraak geeft men toe, “dat het kan zijn, dat de berekening van de gemiddelde vrachtkosten in 2003 niet correct was, omdat als referentie onbetrouwbare gegevens zijn genomen,” maar men geeft aan, dat de wettige waarde niet zonder meer in vraag gesteld kan worden in een subsidie-dossier.

De Hoge Raad benadrukt, dat als de Spaanse Regering van mening is dat de gemiddelde transportkosten van Canarias naar het Europese Continent in  2003 niet betrouwbaar waren, men een ‘officiële herziening’ aan had moeten vangen; maar stelt, dat die niet in vraag gesteld kunnen worden via een terugbetalingsdossier van een concrete subsidie aan een maatschappij.”

De Fedex-voorzitter, Juan José Bonny, heeft in een communiqué zijn teverdenheid laten blijken over deze uitspraak, “omdat die recht doet in een zaak waarin veel criminele opzet is geweest en er nu eerherstel is voor de tomatenexporteurs.”

“Deze uitspraak erkent, dat de exporteurs geen fraudeurs zijn, dat we geen vrachtkosten opblazen en, dat we geen enkel delict hebben gepleegd met betrekking tot hetgeen waarvan de Regeringsgedelegeerde ons beschuldigd, zo merk Bony op, met verwijzing naar het dossier dat in 2011 is geopend.
zzzzzzzislas-canariaslogo-228.jpg


De EU erkent het
Canarische cochenille (karmijnzuur)
als 'Beschermde Herkomstbenaming'

CANARISCHE EILANDEN - woensdag 17 februari 2016 - De Europese Unie heeft op dinsdag 16 februari 2016 in haar Publicatieblad de definitieve inschrijving gepubliceerd in het communautaire register van de Beschermde Herkomstbenaming 'Cochinilla de Canarias' (Canarisch Karmijnzuur), wat de Europese erkenning is voor dit product van de Archipel, momenteel wereldwijd het enige met die kwaliteitsonderscheiding.

Dit waarmerk is aangevraagd door de Asociación de Criadores y Exportadores de cochinilla de las Islas Canarias (Vereniging van Karmijn-kwekers en Karmijn-exporteurs van de Canarische Eilanden) en is behandeld door het Instituto Canario de Calidad Agroalimentaria (Canarisch Instituut voor Biologische Levensmiddelen); de instelling, die ressorteert onder het Ministerie van Landbouw, Veeteelt, Visserij en Waterbeheer, van de Canarische Regering, dat belast is met het behandelen van deze kwaliteitssoorten.
cochinilla.jpg                                                         Cochenille, ofwel: karmijn
Karmijn wordt gewonnen uit de Cochenilleluis (Dactylopius coccus Costa),  het zijn schildluizen die op schijfcactussen leven, bijvoorbeeld de Opuntia coccinellifera, of de Nopalea cochenellifera. Het vrouwtje levert de natuurlijk organische kleurstof karmijn (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Karmijnzuur).

De luis scheidt een witachtige waslaag af en, zoals gezegd, worden alleen de vrouwtjesluizen gebruikt. De mannetjes hebben vleugels en leven kort, net lang genoeg om de vrouwtjes te bevruchten zodat deze eitjes kunnen leggen.
Ook uit de eitjes wordt karmijn gewonnen, ook wel karmijnextract genoemd.

  cochenille.jpg  290px-Scale_insect.jpg cochenilleluis-op-cactus1.png
800px-Pjara_village_-_Calle_Terrero-FV-605_-_Cochenille_05_ies.jpg

 De cochenilleluis wordt in grote hoeveelheden van de cactus afgeschept. Per hectare kan 300-400 kilo luizen worden gewonnen. Een kilo bevat ± 140.000 luizen. Om karmijn te winnen uit deze luis zijn enorme hoeveelheden van de vrouwelijke luizen nodig. 

De luizen worden geplet en het vocht wordt omwille van de kleurechtheid gemengd met andere stoffen: koningswater, tin of aluin. De ontdekking dat toevoeging van koningswater en tin de stof spectaculair roder en kleurechter maakt, wordt toegeschreven aan de Nederlandse uitvinder Cornelis Drebbel in 1606-1607(zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Cornelis_Drebbel)

De minister van Landbouw, Veeteelt, Visserij en Waterbeheer, Narvay Quintero, van de Canarische Regering, heeft zijn tevredenheid laten blijken voor deze erkenning, “voor een product dat nauw verbonden is met ons grondgebied, onze tradities en gewoonten. Een product dat bijna geen water nodig heeft en alleen mogelijk is door de grote hoeveelheid cactussen die verspreid over de gehele Archipel groeien ".

“Dit waarmerk, dat men binnen een recordtijd heeft verkregen, als we rekening houden met de complexiteit van dit soort procedures, betekent ook een erkenning te zijn van de plattelandsvrouw, die traditioneel een sleutelrol vervult in het verkrijgen van deze productie;  een rol, die zij historisch gezien vervult op eilanden zoals Lanzarote, een belangrijke nevenactiviteit,” zo heeft Quintero benadrukt.

Teguise_Guatiza_-_Avenida_Garafia_-_Cochenille_02_ies.jpgOp Canarias bestaan diverse factoren die het specifieke karakter van dit product bepalen. Anders dan cochenille die in andere gebieden wordt verkregen, wordt op de Eilanden één soort gastheer gekweekt, de tunera (schijfcactus), voor één soort insect, en het drogen gebeurt  natuurlijk, dus zonder chemische bestanddelen, men gebruikt alleen zonnewarmte. Daarbij komt de perfecte aanpassing van zowel de plant, evenals van de parasiet aan de omstandigheden van het gebied,  die de karakteristieke kwaliteit van  het product kenmerken, wat komt door een lage luchtvochtigheid en een hoge concentratie aan karmijnzuur.
RTEmagicC_Cochenille_asiatique__5_JPG.jpg

De cochenilleteelt heeft men begin 19de Eeuw op de Archipel geïntroduceerd, toen, na het optreden van een van de cyclische crises in de landbouw, men deze aanplantte ter vervanging van de teelt van rietsuiker en wijnstokken. Dat viel samen met de opkomst van de textielindustrie in Europa, die kleurstoffen vroeg in  allerlei soorten, waarbij karmijn een vooraanstaande plaats innam. De beste productiejaren  waren van  1845 tot 1869  als dan de synthetische kleurstoffen verschijnen.
Cochenille_z02.jpg colorant-rouge-cochenille.jpg

Hoewel tegenwoordig de productie aanzienlijk is afgenomen op de Archipel, blijft op sommige delen van Canarias de productie een aandrijvende rol voor plaatselijke de economie spelen, waarbij het eigenlijke  productiewerk geleid heeft tot ambachtelijke kennis gebaseerd op een handmatige productiemethode, die van generatie op generatie is doorgegeven, en die heeft geleid tot het ontstaan van een eigen woordenschat gekoppeld aan de activiteit.
zzzzzzzislas-canariaslogo-184.jpg


De stuwmeren drogen uit

GRAN CANARIA - maandag 1 februari 2016 - Het regent niet. Het water in de stuwmeren, wat al weinig is, duurt niet eeuwen. Het platteland kijkt naar de hemel. Er wordt geen alarm geslagen maar er heerst wel bezorgdheid. Een denkbeeldige zandloper tikt de watervoorraden weg.

De land- en tuinbouwers zijn het eens over de becijfering, dat ze water hebben om te doorstaan tot aan de zomer van 2016, en als men water levert uit het stuwmeer Cuevas de las Niñas, in het ergste geval tot kort na de zomer.
sorrueda.jpg

              Het stuwmeer van Sorrueda, in de Zuidelijke helft van Gran Canaria.
De enigen die 2016 tegemoet zien met iets meer optimisme en gerustheid, zijn de regantes (irrigatie-verenigingen) onder in de barranco (het ravijn  van Ayagaures, in San Bartolomé de Tirajana.

Adolfo Gil, voorzitter van de buurtvereniging - en tot voor kort ook van de comunidad de regantes (irrigatie-vereniging) van dit gebied- voorziet, dat het opgeslagen water in  de stuwmeren van Ayagaures en Gambuesa zonder problemen voor hen voldoende is voor geheel 2016.
                                                              VIDEO:
http://www.canarias7.es/multimedia/videos/Presas_Gran_Canaria_x264.mp4


Presas_de_GranCanaria_clip_image002_0010.gif                  Aantal en capaciteit  van de stuwmeren per bergkom (waterwingebied).
190.jpg
Zeker is dat een simpele rondgang langs de grote stuwmeren van Gran Canaria - de meeste gelegen in de Zuidelijke helft van het Eiland - voldoende is, om zich er rekenschap van te geven dat de water voorraad schaarser wordt,

Behalve Gambuesa, dat voor 84% is gevuld en bijna een vloeibare oase is te midden van de droogte, zijn de stuwmeren Vaquero en El Mulato plus de overige op minder dan de helft van hun capaciteit.

Er zijn stuwmeren zoals dat van Las Niñas, die al vijf jaar te maken hebben met restricties (men bevloeit maar vraagt dat te doen met mate), De laatste opvulling dateert van 2011.

In Ayagaures Alto en in Lomo de Los Palmitos, van waaruit  het Cabildo (Eilandbestuur) de land- en tuinbouw amper van 5 uur water per maand voorziet, beleeft men bijna een landbouw-moratorium. “Men besproeit net voldoende om de boomgaarden in stand te houden, maar men beveelt aan geen groenten te kweken, wat dat vraagt meer water,” zo merkt Adolfo Gil op .

Het stuwmeer dat er op het oog het slechtst aan toe lijkt te zijn, is dat van La Sorrueda in Santa Lucia de Tirajana. De rots die zich opricht in het midden van dit reusachtige reservoir, die onder normale omstandigheden lijkt op een eiland in het midden van de lagune, wordt nu slechts omringd door zand. De 34 meter hoge stuwdam zorgt ervoor, dat als het vol is, het 2 miljoen m³ water kan bevatten (er zijn registraties die spreken van 3 miljoen m³) en dat is momenteel slechts 10 m³.

Al met al, is het José Pérez - van het acequiero (waterbevoorradingskanaal) van de heredad de aguas (het waterschap) Acequia Alta (Hoge Waterleidingen) van Sardina en Aldea Blanca, welke het water verdeelt van dit reservoir - die laat weten, dat de situatie nu beter is dan in 2015.
presas2.jpgDe toestand van de stuwmeren op zondag 25 oktober 2015 om 19:00 uur, na twee dagen van zware  stortregen. Niet afgebeeld zijn de stuwmeren van Lugarejos, Los Pérez, Cueva de las Niñas, Chamoriscan en Tirajana, omadat men op de bewuste zondag niet over gegevens beschikte betreffende de toestand van deze stuwmeren,<
“We doen het met de regen van oktober 2015.” Hij verwijst naar de stortbuien die de schade hebben aangericht aan de kust van Telde en in sommige wijken in de hoofdstad, maar die daarentegen een opluchting waren voor honderden landbouwers, ook voor die in Santa Lucía.

Het is niet verrassend, dat men nu zeggen kan, dat het Canarische platteland - vooral dat wat voorzien wordt van het klare water van zijn stuwmeren en reservoirs -  overleeft,  dankzij die twee grote stortvloeden aan regenwater.

Kleine stuwmeren zoals dat van Salto del Perro, van waaruit 130 aangesloten leden hun cultures mee bevloeien, hebben een half jaar regen uit de wolken nodig om gevuld te raken. Wat er ook voor zorgt, dat met kan besproeien tegen goede prijzen.

Manuel Pérez, bewoner van de Barranquillo Andrés in Mogán - met aandelen in wat sommigen het stuwmeer van San Antonio noemen - vertelt  dat het water hen, als leden, €3,= per uur kost. En dat, als men het aanlevert vanuit het stuwmeer van Las Niñas, waar veel bewoners eveneens water in eigendom hebben, kost  dat  €5,=
download-26.jpg                                                              Presa de Chira.
img_0028-1.jpg
Maar goed, op het moment dat zij verstoken blijven van dat van Salto del Perro en Las Niñas, zal men aan de deur van het Cabildo (Eilandbestuur) moeten kloppen, die het beheer heeft over het stuwmeer van Chira, en zal met iets meer moeten betalen:  €15,= per uur; wat - afhankelijk van het functioneren van de comunidad de regantes (irrigatie-gemeenschap),  die aan de landbouwers toebehoort, en die hun leverancier zal zijn - een of twee euro meer is

Zo zijn de zaken, maar  deze bewakers van het platteland liggen wakker over de toekomst, Die ziet er niet goed uit. Als de wolken niet wat meer geven, zal 2016 voor hen erg lang worden.
zzzzzzzislas-canariaslogo-116.jpg


De droogte kan de aardappelproductie
met 60% doen verminderen

CANARISCHE EILANDEN - woensdag 27 januari 2016 - De minister van Landbouw, Narvay Quintero, van de Canarische Regering, heeft in het Canarische Parlement laten weten, “dat deze ‘a-typische’ winter - die gekarakteriseerd wordt door de afwezigheid van regen - de landbouwproductie van de eilanden verstoort en deze op sommige locaties  kan doen verminderen met 50 tot 60%; maar is van mening, dat de landbouwsector pas gealarmeerd raakt, als de droogte aanhoud.

Op verzoek van de PP-afgevaardigde Cristina Tavío is minister Quintero in het Canarische Parlement verschenen om te informeren over het Programa de Opciones Específicas por la Lejanía e Insularidad (POSEI) (Programma met Specifieke Mogelijkheden voor de  Afgelegen Ligging en het Insulaire Karakter) in het bijzonder over de in 2009 door de EU goedgekeurde Staatssteun ter compensatie van de moeilijkheden in de diverse onderafdelingen.
Agroinformacioncom30012013_153724.jpg

Normaal gesproken oogst men op  Canarias - dankzij het beste klomaat ter wereld - drie keer per jaar aardappelen ..
Afhankelijk van subsidies
De minister heeft opgemerkt dat de Deelstaat in december 2015 heeft goedgekeurd, deze onderafdelingen te steunen met 2 miljoen euro extra, bovenop de drie miljoen euro uit de  begroting van 2015.

Als de Spaans Staat haar toezegging nakomt hetzelfde bij te dragen als de Deelstaat, kan de extra bijdrage van 2015- die eind 2016 wordt verrekend - voor het eerst sinds 2011, de steun in zijn totaliteit dekken.

Hoewel men de landbouwers sinds dat jaar nog steeds 26 miljoen euro verschuldigd is, en de minister heeft verklaard dat zijn departement begrijpt , dat dit fondsen zijn die volledig door de Spaanse Staat moeten worden bijgedragen,

Plaatselijke productie
Narvay Quintero heeft laten weten, dat volgens de communautaire regelgeving men geen enkel importproduct kan subsidiëren te laste van het Régimen Específico de Abastecimiento (REA) (Specifieke Toeleveringsbeleid),  dat rechtstreeks concurreert met de ‘plaatselijke productie op de wijze waarop  de vorige Canarische Regering dat heeft gedaan via de REA-fondsen die zij vastgelegd in de POSEI voor de primaire sector.

“Er zijn optredens geweest, maar niet op een wijze die iedereen bevallen is,” zegt Quintero,  die tegenover de parlementsleden heeft benadrukt dat het extra bedrag van de POSEI - omdat het subsidies van de Staat zijn - exclusief door de Staat zal moeten worden bijgedragen, zoals gebeurt in Frankrijk en Portugal; en niet met middelen van de Deelstaat, zoals gebeurt in Spanje.

De minister heeft uiteengezet dat sinds 2009 de Spaanse Staat 42 miljoen euro heeft bijgedragen aan het POSEI, naast de 59 miljoen euro van de Deelstaat.

Quintero Narvay heeft uitgelegd dat in 2016 de externe boekhouding van de gehele POSEI van de ultra-perifere gebieden van de EU- overeenkomstig  wijziging van de regelgeving  vanaf juli - afgesloten zal worden.

Voor de verandering van het reglement, heeft het Ministere ontmoetingen met alle onderafdelingen voor het bereiken van een gemeenschappelijk standpunt, dat Quintero ook wil bereiken met alle politieke partijen in het Parlement, om zodoende te bereiken dat de Europese Commissie het accepteert.

Quintero heeft gezegd dat zijn departement eraan werkt, dat de POSEI-subsidies op gelijke wijze terecht komen bij alle onderafdelingen en landbouwers, zodat ze heel individueel ingezet kunnen worden om de vooruitgang te versnellen in de meer reguliere producties.

Het PP-parlementslid  Cristina Tavío  stelt, dat voor het doen toenemen van de zelfvoorziening en voor het versterken van de plaatselijke levensmiddelenindustrie, et  nodig is de  REA-subsidies op de import gradueel te verminderen.

“De REA moet geen belemmering zijn voor de ontwikkeling van de primaire sector en van de  verwerkingsindustrie” heeft Tavío gezegd.

Het PP-parlementslid heeft opgemerkt dat het een leugen lijkt,  dat Canarias zoveel bevroren vlees blijf importeren terwijl men pluimvee-, varkensboerderijen en veeteeltbedrijven zou kunnen hebben op de gehele Archipel.

Cristina Tavío verlangt ook van de minister, dat hij onderhandeld met de vicepresident  van Canarische Regering voor het gebruiken van bedragen uit het Europese Sociale Fonds voor de agrarische sector, met het doel de werkgelegenheid te beschermen.

Met deze fondsen zou men de schulden van het POSEI kunnen betalen aan de Canarische landbouwers en veetelers, zegt Tavío.

“Geen worden maar daden, men moet een betalingsplan opstellen voor de verschuldigde subsidies” eist Cristina Tavío.

Discriminatie en geen garantie
Het Podemos-parlementslid  Concepción Monzón stelt, dat en het POSEI-geld op gelijke wijze verdeeld wordt  tussen de onderafdelingen, omdat er momenteel discriminatie is.

Het ontbreken van de garantie dat men de extra toegevoegde subsidies van het POSEI zal ontvangen, betekent een discriminatie te zijn van de producenten, zegt de Podemos-gedeputeerde.

"Ik wil geen oorlog ontketenen tussen de onderafdelingen,  maar men moet verdelen wat er is voor iedereen, want iedereen heeft op dezelfde wijzer maken met de ultraperifecicidad  (het zijn van buitengebied) ," zo heeft Monzón benadrukt.

Sluiting van veel bedrijven
Pedro Rodríguez, van Nueva Canarias - NC steunt, dat men de REA -bedragen wijdt aan het beschermen van de lokale productie en stelt heffingen voor op de import van vlees uit derde landen en een betere sanitaire controle op de importen.

Ventura del Carmen Rodríguez van de PSOE zegt, dat voor de zelfvoorziening het een realiteit is dat de extra-POSEI meer effectief is en heeft aangegeven, dat de schulden aan de landbouwers sinds 2011 hebben geleid tot de sluiting van veel bedrijven.

Evenwicht
“Men moet het evenwicht zoeken tussen de onderafdelingen, het gaat niet om de tegenstelling  maar wel, dat  dat ze allemaal dezelfde mogelijkheden  hebben” zegt de gedeputeerde,  met betrekking tot de onzekerheid in het ontvangen van de subsidies door enkele cultures die afhankelijk zijn van het extra POSEI, terwijl anderen altijd weten te innen omdat ze zijn opgenomen in het POSEI.

Overleven
David Cabrera, van Coalición Canarias - CC heeft overwogen, dat de subsidies snel toegekend worden, omdat het platteland niet kan wachten, om te kunnen overleven.
zzzzzzzislas-canariaslogo-90.jpg


In 2017 zal Gran Canaria
1.500 amandelbomenaanplanten

GRAN CANARIA - woensdag 6 januari 2016 - Gran Canaria heeft amandelbomen die op steile hellingen staan, wat vaak honderdjarige exemplaren zijn, maar het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria en de Asociación Almendra de Gran Canaria (Amandelvereniging van Gran Canaria) hebben voorgesteld, de teelt ervan te versterken en in 2017 zal men 1.500 amandelbomen aanplanten die, als ze volgroeid zijn, per jaar tot 63.000 kilo aan amandelen opleveren.

De huidige amandelbomen zijn niet alleen te vinden op hellingen die de oogst bemoeilijken,  maar ze zijn ook gehybridiseerd en soms verbitterd, zodat het Cabildo (Eilandbestuur) van  de Gran Canaria studeert op  de aanpassing van verschillende soorten die  bekend staan om hun hoge productie wanneer ze op volle capaciteit zijn, met ongeveer 42 kilo per boom per jaar, waarvan 10,6 kilo aan amandelen en 31,4 kilo aan schil die zeer gewaardeerd wordt vanwege de hoge waarde als brandstof.
almendra-en-flor.jpgWat men tot nu toe op het eiland produceert, wordt verbruikt in de ovens van Tejeda en de productie is niet hoog genoeg om verhandeld te worden, maar als eenmaal in de eigen consumptie is voorzien, doet zich tevens de mogelijkheid voor dat deze schillen verkocht worden om als biomassa te worden verwerkt tot tabletten.

De minister van de Primaire Sector, Miguel Hidalgo, van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria en de telers hebben daartoe al een vergadering belegd en zijn het eens over de noodzaak, om de teelt op het eiland te bevorderen - waar het aantal leden van de vereniging in amper een jaar tijd  is verdubbeld - en er momenteel 60 landbouwers zijn die dit fruit telen, die inzetten op de voedingswaarde ervan en op de mogelijkheden voor de bakkerijen.

Het gaat om een boom die wortelt in gemeenten in het middelhoge gebergte en het centrale deel van het eiland, zoals Santa Brígida, Tejeda, San Mateo, San Bartolomé de Tirajana en Valsequillo, hoewel ook in Ingenio en andere plaatsen, waar men in 2016 120 ton zal produceren, waarvan een deel bestemd zal zijn voor de banketbakkersindustrie van Gran  Canaria. Gegeven het potentieel ervan,  zal het Cabildo (Eilandbestuur) ook samenwerken  met de Agglomeratie van het Middelhoge Gebergte om te zoeken naar rendabele verkoopkanalen.

1.500 bomen van de meest productieve soorten
De fruittelers krijgen technische begeleiding van het Cabildo (Eilandbestuur), financiële ondersteuning en training om te leren  ongedierte te bestrijden, evenals de behandeling van het land en het verkrijgen van de maximale prestaties, zodat de vereniging hoopt, om volgend plantseizoen ruim 1.500 bomen aan te kunnen planten, niet alleen in de traditionele amandelbomen-gemeenten, maar ook in Agüimes, Ingenio, Agaete en Artenara.

Het Eilandministerie van Landbouw onderzoekt eveneens het vermogen tot aanpassing van  deze soorten aan het droge klimaat  van  San Bartolomé de Tirajana en het vochtige van   Valsequillo, waarvoor men diverse exemplaren heeft aangeplant van de soorten vairo, constantí en marinada op boerderijen die deelnemen aan het experiment in het kader van een samenwerkingsovereenkomst met het Cabildo (Eilandbestuur), dat dit eveneens zal bestuderen.
zzzzzzzislas-canariaslogo-6.jpg


Canarias zet 20.000 ton tomaten af in Europa,
5.000 ton meer dan tijdens de vorige campagne

CANARISCHE EILANDEN - Oudejaarsdag, donderdag 31 december 2015 - Sinds oktober 2015 - het begin van de tomatencampagne - heeft Canarias 5.000 ton tomaten  meer afgezet op de Europese markt dan in dezelfde periode  van 2014, zo hebben Fedex (provincie Las Palmas) en Aceto (Provincie Santa Cruz de Tenerife) laten weten, die de goede resultaten  benadrukken in de Noord-Europese landen

Tot aan de laatste week van 2015 heeft men - sinds het begin van de campagne in oktober-  20.000 ton aan tomaten naar het Europese Continent gestuurd, zo laat het  verslag weten dat is uitgegeven door  de Federación Provincial de Asociaciones de Exportadores de Productos Hortofrutícolas de Las Palmas(Fedex) en de Asociación Provincial de Cosecheros-Exportadores de Tomates de Tenerife (Aceto).
download-12.jpg

                                        ...kanariska tomaten op de Zweedse markt...
Bronnen binnen deze organisaties hebben tegenover de persmedia benadrukt, dat in de  afgelopen vier jaar men een aanzienlijke toename in de vraag heeft waargenomen in  Noorwegen, Zweden en Finland,  evenals, dat de voor Canarias traditionele markten tijdens deze campagne  goed gereageerd hebben: het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

In het verslag laat men weten, dat de campagne 2015/2016 , dat haar gemiddelde oogst  zich normaal ontwikkelt;  en dat de situatie op de markt wordt veroorzaakt door de fluctuerende prijzen, die in de afgelopen weken naar boven stabiliseren.

In het verslag geeft men ook informatie over een nieuwe promotiecampagne in Zweden voor de Canarische tomaat, waarin - naast Fedex en Aceto -  ook Proexca en het Cabildo (Eilandbestuur) van Fuerteventura  deelnemen, naar aanleiding van het succes van de vorige campagne welke men gevoerd heeft om deze markt aan te trekken; de Canarische tomaat heeft zich gepositioneerd onder de voorkeur van de Zweden, aldus het verslag. De promotie voor de Canarische tomaat,  voor penetratie in de Zweedse markt,  heeft plaatsgevonden  via het internet en de sociale netwerken. De slagzinwedstrijd over de kwaliteiten en verschillen van Canarische tomaten ten opzichte van de concurrenten, vormt de kern van de  campagne en bevordert bovendien het deelnamegedrag en de waardering.

De reclamecampagne, die op 15 december 2015 van start is gegaan en op 25 januari 2016 zal eindigen, vindt plaats in het  kader van de 130ste Verjaardag van de Canarische teelt van export-tomaten, met de slagzin: ”130 Jaar Teelt van de Beste Tomaat van Zuid Europa”.

Als beloning voor deze loyaliteit en creativiteit zal aan het einde van de campagne een reis voor twee personen naar het eiland Fuerteventura worden verloot onder de deelnemers; naast het reclame maken voor de stranden, laat men weten, dat daarin ook een bezoek is opgenomen  aan de faciliteiten en de gewassen van de Cooperativa Gran Tarajal, zo meldt men in het verlag.
00000AAAAAAAAAslas-canariaslogo-134.jpg 


Spar zet in op de Canarische aardappel

GRAN CANARIA - vrijdag 18 december 2015 - De supermarktketen Spar op Gran Canaria heeft op donderdag 17 december 2015  maar liefst 75.000 kilo pootaardappelen aan de landbouwers van het eiland beschikbaar gesteld, met het doel, dat men een productie haalt van ruim een miljoen kilo aardappelen, welke Spar het hele jaar te koop kan aanbieden in haar supermarkten op de Archipel.

De voorzitter van de Spar-Groep op Gran Canaria, Ángel Medina, heeft laten weten dat dit de vijfde keer is dat Spar pootaardappelen aanbiedt sinds het in 2013 overeengekomen convenant met de Organizaciones de Agricultores y Ganaderos (COAG) (Landbouw- en Veeteeltorganisaties), waarvan op Canarias Rafael Hernández de voorzitter is, en die de stabiliteit heeft benadruk welke men, “via alle mogelijke manieren” biedt aan de producent.
1450376302604.jpg
1450376301245.jpg
1450376301852.jpgDit vijfde aanbod is men overeengekomen met een nieuwe convenant die is ondertekend door Spar, COAG, Cosecha Directa, Unión de Consumidores de Las Palmas en de ministeries van Landbouw van de Canarische Regering en van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, die zorgen voor de uitvoering ervan.

1450376241087.jpg
1450376241028.jpg 1450376241032.jpgHet doel van Medina is, te bereiken dat de op Gran Canaria geteelde aardappel het hele jaar door in de verkoop is in de supermarkten op het eiland.
1-25.jpg
2-18.jpg 3-16.jpg
 6-74.jpg 4-15.jpg
5-15.jpgZowel de president van de Canarische Regering, Fernando Clavijo, evenals de president van het Cabildo (Eilandbestuur)  van Gran Canaria, Antonio Morales, beschouwen het akkoord, “als een te ‘volgen voorbeeld’ door andere ondernemingen voor het ondersteunen  van de lokale productie.”
7-15.jpg 8-14.jpg10-9.jpg
11-6.jpgClavijo heeft laten weten, “dat dit soort acties door het Canarische bedrijfsleven vitaal is, omdat het een duidelijke inzet is voor de toekomst en voor de werkgelegenheid; en  omdat naast dat welvaart die dit voor het land genereert,  ook voordeel oplevert voor de onderneming.”

De minister van Landbouw en Voedsel Soevereiniteit,  Miguel Hidalgo , van het Cabildo (Eilandbestuur),  heeft aangekondigd, in januari 2016 de belangrijkste levensmiddelen-ketens, landbouwers en vakbonden samen te brengen, om te bereiken dat de handel kan rekenen op meer producten van het eiland.

Hidalgo heeft laten weten, dat in het geval van de aardappel, de Provincie Las Palmas 15 miljoen kilo per jaar produceert, maar dat er vraag is naar 40 miljoen kilo, dus is het noodzakelijk om de productie te stimuleren.

De president van het Cabildo (Eilandbestuur) heeft benadrukt, dat op het eiland 30.000 hectare landbouwgrond braak ligt, waardoor het model dat vandaag is overeengekomen een voorbeeld moet zijn voor andere ondernemingen, omdat het de lokale productie garandeert, het de afhankelijkheid van het buitenland reduceert, het minder vervuilt, en het een sociaal vlak creëert.
12-4.jpg 13-5.jpg
14-5.jpg 15-5.jpgEen van de landbouwers die betrokken is bij dit akkoord heeft het belang ervan benadrukt, “omdat het probleem niet is te produceren, maar te verkopen, omdat het slecht betaalt,” en dit systeem zekerheid biedt en het mogelijk maakt de teelt te plannen, waardoor het als noodzakelijk wordt beschouwd om het te promoten.

Sinds 2013 heeft de Spar-Supermarktketen Gran Canaria ruim 187.000 kilo pootaardappelen geschonken aan de landbouwers op het eiland, hoewel de levering van vandaag de grootste is.

Over ongeveer vier maanden staan de geschonken aardappelen op het punt om verkocht te kunnen te worden, het betreft drie soorten: Cara, Rudolf en Picasso, zo laat de supermarktketen weten, die heeft aangegeven, dat de pootaardappelen zullen worden aangeplant op boerderijen in Arucas, Valsequillo, Arguineguín, San Mateo, Moya, en Las Palmas de Gran Canaria.
00000AAAAAAAAAslas-canariaslogo-75.jpg 


De beste olijf van Gran Canaria
heeft een dressing van venkel en lavendel

SANTA LUCÍA - zaterdag 12-12 -2015 - De eerste prijs van het VII Concurso de Aceituna de Mesa (de 7e Olijvenproeverij) - die is georganiseerd door het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria en waarbij tien monsters blind zijn geproefd, is gewonnen met de olijf die door de landbouwer uit Santa Lucia, Israel Torres, is gemarineerd met hinojo (venkel) en lavanda (lavendel).

Ondanks zijn jeugdige leeftijd, beschikt Israel Torres over ervaring, want sinds de eerste edities van deze proeverij staat hij op de eerste plaats, zo laat de minister van Landbouw, Miguel Hidalgo weten.
GestionNoticias_0aceitunademesa.jpg
imagengroot.jpg cata-aceitunas-de-mesa-iberovinac-2014.jpeg
transporte-internacional-nacional-aceitunas-de-mesa.jpgDe beste gemarineerde olijf is gekozen in een blinde proeverij  waarbij men de olijven beoordeelt op:
- uiterlijk;
- uniformiteit, van glans tot helderheid,
- de geur,
- textuur,
en, uiteraard, de smaak; waarbij die van de winnaar zich karakteriseert door het gebruik van hinijo (venkel) en flor de lavándula (bloem van de lavendel); vernieuwende ingrediënten die ,wat dat betreft , het traditionele aspect van het marineren respecteren.

Olijven bereid met mojo maken deel uit van de traditionele gastronomie van Gran Canaria; en met de wedstrijd, zo heeft Hidalgo uitgelegd, wil men bekendheid geven aan deze specialiteit voor een groot publiek, opdat men deze traditie niet verliest die een belangrijk deel uitmaakt van het dagelijkse menu in het Zuidoosten van het Eiland.
20151210_133022-640x384.jpg
gobiernos-bancos-agricultura-300x146.jpg Jacinto3-238x178.jpg
De jury - bestaande uit technici van het Cabildo (Eilandbestuur), van de Gemeenten Santa Lucia en San Bartolomé de Tirajana, samen met deskundigen van het Instituto Canario de Calidad Agroalimentaria (Canarische Intituut voor Levensmiddelenkwaliteit) - heeft tien monsters geproefd, die de deelnemers moeten aanleveren in hermetisch gesloten potten, zonder identificatie, en zonder informatie over de ingrediënten, of een beschrijving van de bereidingswijze
aceite_aceituna.jpg aceituna_de_mesa.jpgaceitunas_calorias.jpg hqdefault-17.jpg mejor-aceituna-aliada-Gran-Canaria-2015gied.jpg
7515.jpgDe tweede prijs is gegaan naar de oude rot in he vak, Rosario Almenta, uit Agüimes; en de derde prijs blijft in Santa Lucía, in handen van  Juan Luis Sánchez;  deze drie krijgen de prijzen uitgereikt tijdens het Fiesta de la Aceituna de Santa Lucía (Feest van de Olijf, van Santa Lucía),
cartel-aceituna-2010-21.jpgprograma-aceitunasb.jpgFLAYER1ACEITUNAS.jpg olivo.jpgHet Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria en de gemeenten  Agüimes, Santa Lucía en San Bartolomé de Tirajana, werken al jaren samen aan het herstel van de traditionele olivar (olijfboomgaard), met technisch advies aan de olijvenproducenten en landbouwers; en aan de promotie vam de olijf en de producten, met acties zoals deze eilandcompetitie.

00000AAAAAAAAAslas-canariaslogo-43.jpg


 

Avocado-Fair-Mogan-6dec.jpg

zzzzzzzislas-canariaslogo-5.jpg


De EU vraagt Spanje een miljoen euro subsidie aan plátanos (Canarische bananen) terug te betalen

CANARISCHE EILANDEN - vrijdag 20 november 2015 - Brussel heeft gewaarschuwd voor tekortkomingen in het beheer van deze fondsen uit het Posei-programma in de jaren 2008 tot 2012. De  EU heeft  dan ook op vrijdag 20 november 2015 Spanje verzocht een miljoen  euro te retourneren aan gemeenschappelijke  fondsen die bestemd zijn voor het kweken van de plátano (Canarische banaan) via het Posei-programma in de genoemde periode.

Brussel eist van 18 lidstaten  subsidies terug die ‘onterecht zijn verstrekt’ voor het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid, wat neerkomt op een terug te betalen bedrag van 276 miljoen euro.
Posdeican-1.pngGeen subsidie tot 2017
Naast Spanje gaat het om: Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Nederland, Portugal, Slovenië, Slowakije, Roemenië, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Griekenland; lidstaten, waarvoor de Europese Commissie heeft besloten de toepassing van haar Landbouwbesluit uit te stellen tot 2017.

In het kader van het goedkeuren van de rekeningen, is de EU van mening dat de diverse bedragen die zijn gedeclareerd door de Lidstaten, ten laste van het Landbouw Garantiefonds (FEAGA) en van het Europese Fonds voor Plattelandsontwikkeling (FEDER) ‘uitgesloten ‘ moeten worden in de financiering van de Unie.

In het geval van Spanje, geeft de Commissie aan, dat de financiële uitwerking in totaal €1.055.945,27 bedraagt.

De correctie heeft voornamelijk betrekking op het Programa Comunitario de Apoyo a las Producciones Agrarias de Canarias (POSEI) (Gemeenschappelijke Subsidiebeleid voor de Canarische Landbouwproductie), en meer concreet, op de tekortkomingen in het Sistema de Información Geográfica de Identificación de Parcelas Agrícolas (SIGPAC) (Geografische Informatie-systeem voor het Vaststellen van Landbouwpercelen) wat betrekking heeft op de extra subsidie voor de oppervlakte waarop plátanos (Canarische bananen) gekweekt worden.

Concreet gaat het voor deze tekortkomingen in de fondsen die bestemd zijn voor de plátano (Canarische banaan) om het terugeisen van Spanje van €1.000.914,98

POSEI Parallel daaraan, heeft de Raad van Europa laten  weten, dat men de Europese landbouwers 419 miljoen euro gaat retourneren die afkomstig zijn uit het reservefonds van het POSEI, waarvan Spanje €53.390.629,= zal ontvangen. POSEI staat voor: ‘Programma van Speciaal op Afgelegen en Insulair Karakter afgestemde Maatregelen).

Brussel laat weten, dat men - sinds de hervorming van   het Landbouwbeleid in 2013 -  jaarlijks een ‘relevant’ bedrag in mindering brengt op de rechtstreekse betalingen aan de landbouwers, voor het  creëren van jaarlijkse reserves welke bestemd zijn voor het opheffen van mogelijke crisis.

De Commissie merkt op, dat ondanks de moeilijkheden die men in sommige sectoren heeft doorgemaakt in het afgelopen jaar, “het niet nodig is de crisis-reserve in 2015 aan te spreken.”

Zo zal men de aanvullende steunmaatregelen, waartoe tijdens 2015 is beslist, financieren met de beschikbare bedragen in de begroting.

Op haar beurt, heeft de Europese Commissie bepaald, dat het in september 2014  aangekondigde steunpakket van vijf miljoen euro gekoppeld is aan de geplande uitgaven in de  landbouwbegroting voor 2016.

Het concept van ‘crisis-reserve’, evenals het mechanisme voor terugbetaling, is men in 2013 overeengekomen met de hervorming van het Landbouwbeleid en heeft men voor de eerste keer toegepast in de begroting van 2014.

De aftrek geldt alleen voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers boven € 2.000 en past men niet toe voor Bulgarije, Kroatië en Roemenië, waar de rechtstreekse subsidies nog steeds worden toegepast.

ZZZZZZAislas-canarias-84-99-kopie-210.jpg


Een deel van de Bodega Insular in Valleseco
vervaardigt appelcider

VALLESECO - zaterdag 31 oktober 2015 - Een deel van de machinerie in de Bodega Insular del Cabildo (Wijnmakerij van het Eilandbestuur) in Valleseco wordt gebruikt voor de vervaardiging van appelcider.

Dat kan men zien bij een bezoek aan de installaties van het merk ‘Granvalle’ van het gemeentelijke departement Landbouw, waar wethouder Miguel Hidalgo probeert de Bodega Insular te heropenen en de machinerie te herstellen die door het vorige Gemeentebestuur ter beschikking is gesteld; in gebruik genomen in 2005, na een investering van 5 miljoen euro, en buiten gebruik sinds 2006.
imagesB6W8M874.jpgappelciderazijn.jpg
sidra.jpgHet gaat om vijf roestvrijstalen fermentatie-silo’s met een capaciteit voor 13.000 liter, een 1.000 kilo-pers en een steeltjes-verwijdermachine die eigendom zijn van het Cabildo (Eilandbestuur) en die deel uitmaken van de schenking aan de Bodega Insular (Eilandwijnmakerij) die gevestigd is in San Mateo, en die op Lanzarote in bedrijf is sinds 2013 waar men cider bereidt van appels uit Valleseco.

Hidalgo wil de onderdelen van de Bodega herstellen zonder nadeel op te leveren voor de huidige productie van de fabriek in Valleseco, die momenteel de vijf fermentatie-silo’s bezet heeft en nog steeds appels perst van de recente oogst.

De wethouder van de Primaire Sector geeft aan, dat de toekenning van de hulpmiddelen aan de cider-fabriek niet openbaar is gedaan, wat de burgemeester van Valleseco, Dámaso Arencibia, toegeeft; die verduidelijkt, dat de onderdelen afkomstig zijn uit de industriehal van het Cabildo (Eilandbestuur) in San Mateo toen José Miguel Álamo (PP) het Departement Landbouw beheerde.

De nieuwe coalitie van NC-PSOE-Podemos wil het beheer van de Bodega toekennen voor dat gebruik, als vestiging van de activiteiten met de herkomstbenaming ’Wijn van Gran Canaria’ en een winkel me wijnen van het Eiland enerzijds, en als productiecentrum vam bijenwas anderzijds.

Voor het eerste onderhandelt men over een contract met Vinigran. Voor het tweede zoekt men een vereniging van apicultores (imkers) voor een formule om deze kleine industrie - die momenteel plaatsvindt op Tenerife - te voorzien van het passende laboratorium-instrumentarium.
ZZZZZZAislas-canarias-84-99-kopie-119.jpg 


Landbouwers  geven de illegale verkoop aan van geïmporteerde sinaasappels

Juan Pedro Dávila, weren uit vergaderingen

CANARISCHE EILANDEN -dinsdag, 20 oktober 2015.  De Canarische agrarische sector is gespannen, tenminste voor zover die vertegenwoordigd wordt door de agrarische beroepsorganisatie Palca (Plataforma Agraria Libre de Canarias), die op woensdag 14 oktober 2015 aangifte heeft gedaan bij het Ministerie van Landbouw, van de Canarische Regering, van frauduleuze verkoop van sinaasappels die door een importeur worden ingevoerd van buiten de Eilanden. De agrarische beroepsorganisatie verlangt scherpere controles door het Ministerie van Landbouw en door de Spaanse Douane.

Deze partijen sinaasappels worden verkocht in de detailhandel op tenminste Tenerife en La Palma, in dozen die niet voldoen aan de wettelijke regelgeving voor kartonnen verpakkingen en etikettering. Deze vertakkingen geven niet - zoals verplicht is - de herkomst weer van de boerderij waar ze geteeld zijn en ook niet de tussenhandelaar van de goederen.

img_30600.jpg

Het genoemde probleem - dat veel voorkomt op Canarias en vaak word aangeklaagd door de plaatselijke landbouwers en agrarische beroepsorganisaties die zijn vertegenwoordigd op de Eilanden - heeft geleid tot een explosieve reactie op woensdag 15 oktober 2015 bij de ingang van het gebouw ‘Usos Múltiples II’ in Santa Cruz de Tenerife, waar een groep landbouwers in opstand is gekomen tegen de illegale handel van dit geïmporteerde fruit. Men heeft tijdens de betoging luidkeels geprotesteerd tegen het Ministerie van Landbouw en er heerste en nerveuze spanning bij de ambtenaren, bij wie men vraagtekens plaatst voor de controle op de gebeurtenissen zoals die zich hebben voorgedaan.
index_clip_image002.jpg index_clip_image002_0000.jpg Agropalca.jpg
banner_union_def.jpg

edificiomultiplesII.png
                              Edificio ‘Usos Múltiples II’, Santa Cruz de Tenerife
Zoals Amable del Corral desgevraagd beweert inzake deze kwestie, heeft Palca serieuze verdenkingen, dat er een grote partij sinaasappels is geïmporteerd die afkomstig is uit Amerika, waarvan de herkomst - vanwege het gewas beschermende maatregelen die gelden op het platteland van de Eilanden (geregeld bij ministeriële verordening), op geen enkele wijze toegestaan had mogen worden: dus nooit geïntroduceerd had mogen worden op de Eilanden.

De partijen sinaasappels, die nog steeds  worden verkocht op de Eilanden, zijn geëtiketteerd met de naam van een bedrijf dat zegt, dat de herkomst van het fruit Valencia is. Noch het etiket, noch de gebruikte verpakking zijn legaal, wat voeding geeft aan de verdenking, dat het gaat om een zending die oorspronkelijk komt uit landen die de lokale markten op de Archipel niet kunnen voorzien.

Zowel de Canarische autoriteiten, evenals die van de Spaanse Staat op de Eilanden, zijn geïnformeerd over deze afwijkingen, waarbij Palca verwacht dat deze op snelle wijze worden opgelost, om grotere schade te voorkomen bij Canarische landbouwers, die nu verpletterd zijn door zoveel oneerlijke en frauduleuze concurrentie.
hqdefault-10.jpg
                      Juan Pedro Dávila - VIDEO zie: https://youtu.be/N3SGj-rTEDA

Juan Pedro Dávila, weren uit vergaderingen
De afgelopen dagen is in de Canarische persmedia volop aandacht besteed aan de terugkeer van Juan Pedro Dávila op het Ministerie van Landbouw (na benoemd te zijn tot adviseur van president Clavijo voor Landbouwzaken) en zijn relaties met de veeteelt, wat enorm veel stof heeft doen opwaaien bij dit Departement van de Deelstaat, waar een ware heksenjacht is ontstaan, om te achterhalen wie gelekt heeft over het ongenoegen van sommige directeuren-generaal over de omgangsvormen van Dávila en zijn nauwe betrekkingen met Henry Sicilia, de voorzitter van Asaga-Canarias, secretaris van Asprocan, bestuurslid van CEOE-Tenerife, bananenhandelaar, veeteler en mesthandelaar op Tenerife, die tevens zwager is van de genoemde adviseur en die in de vorige legislatuur de post bezette van directeur-generaal voor Veeteelt.
asaja_canarias.jpg ASPROCAN-logo.jpgcabecera1.jpg

Na het algemene ongenoegen van de agrarische sector over de terugkeer van Dávila op het Ministerie van Landbouw, waarbij men de verdenking heeft, dat hij ook zijn persoonlijke en zakelijke belangen verdedigt, heeft men nu de beslissing genomen, dat hij niet deelneemt aan vergaderingen en onderhandelingen met de lokale agrarische vertegenwoordigers; een maatregel , die men heeft toegepast in de algemene vergadering van woensdag 14 oktober 2015 op het Ministerie van Landbouw voor het voorbereiden van de tweede integrale ontmoeting voor het verbeteren van de verkopen van de lokale productie in de toeristische sector.
ECONOMA.jpg
                                                             Henry Sicilia.
Zoals diverse bronnen hebben laten weten, zijn verenigingen van veetelers en ondernemers van deze sector er voorstander van, dat men Dávila verwijdert van het overheidsbeheer in de Landbouw. Sommige instanties, waaronder zij die al een uitvoerig rapport hebben opgesteld over hoe bepaalde partijen en subsidiebedragen van het Posei (zie: http://www.europa-nu.nl/id/vjebcugguhj0/programma_van_speciaal_op_een_afgelegen ) zich hebben ontwikkeld die te maken hebben met de veeteelt en varkenshouderij; productieactiviteiten, waarin Dávila belangen heeft die men niet kan verbergen, en waarin Henry Sicilia de hand heeft.
ZZZZZZAislas-canarias-84-99-kopie-39.jpg 


Het Casa del Café verhuistin Agaetenog voordat het voor het publiek is opengesteld

AGAETE - dinsdag 15 september 2015 - Het Casa del Café - dat al gevestigd is op de modelboerderij naast het archeologische park Maipez en in afwachting van opening voor het publiek - zal gedeeltelijk naar de Vallei van Agaete verhuizen waar men de koffie teelt, waarbij het Gemeentebestuur en de cafeteros (koffie-telers) een ‘definitief’ pand zoeken voor de machinerie die verworven is en die welke in gebruik is.

Na diverse jaren bouwen, het in diverse fasen inrichten en voor de oprichting ervan 1,5 miljoen euro te hebben geïnvesteerd, is het Cabildo (Eilandbestuur) - op verzoek van de Gemeente Agaete en de plaatselijke cafeteros (koffie-telers) - aan het studeren op de verhuizing van het Casa del Café naar de Vallei van Agaete; tenminste, het bewerkingscentrum van dit gewas dat uniek is in Europa.
CasadeCafAgaete.jpg

  V.l.n.r.:
Víctor Lugo, burgemeester Juan Ramón Martín,
en
Miguel  Hidalgo Sánchez van het Eilandbestuur.
cafe-agaete-151219.jpg
  De modelboerderij 'Casa del Café', in de Vallei van Agaete.
cafe-agaete-151216.jpg cafe_agaete-1.png
Dat heeft de burgemeester van het vissersdorp, Juan Ramón Martín (PSOE), laten weten en die heeft verduidelijkt, dat de in Maipez aanwezige installaties gebruikt worden voor het promoten van de koffie van Agaete, als het nieuwe gebouw op het elektriciteitsnet zal zijn aangesloten.
Presentaci_n1_CAFE_DE_AGAETE.jpgVíctor Lugo, voorzitter van de Asociación de Agricultores y Ganaderos Agroagaete (Landbouw- en Veetelers-Vereniging Agroagaete) heeft benadrukt, dat de koffieproducenten in de gemeente van mening zijn, dat het Casa in Maipez niet beschikt over afdoende veiligheidsvoorzieningen voor het herbergen van de machinerie welke men heeft verworven voor het bewerken en het verpakken van de koffie.

“Het belangrijkste is, dat de machines in gebruik zijn,” heeft Lugo benadrukt, die laat weten dat de vestiging van het Casa del Café de Agaete ‘definitief’ is.

Binnenkort hernemen de Gemeente en de cafeteros (koffie-telers) de onderhandelingen met het Ministerie van de Primaire Sector en Warenautoriteit van het Cabildo (Eilandbestuur).
ZZZZZZAislas-canarias-84-99-52.jpg  


Oogst
eerste 1.000 kilo olijven
zet oliemolen in werking

SANTA LUCÍA - maandag 14 september 2014 - De El Ingenio-oliemolen van Santa Lucía is een kleine industrie die door de Gemeente is opgericht in 2005 in het huis van de voormalige meester, en is bestemd voor het ambachtelijk produceren van aceite virgen (extra vergine olijfolie)

Met in - het in het hooggelegen gedeelte van de gemeente - binnenhalen van de eerste 1.000 kilo is de oogst van olijven begonnen en daarmee is de gemeentelijke oliemolen in bedrijf gesteld voor het ambachtelijk produceren van de oliva virgen de Santa Lucía, die beschouwd wordt als een van de beste van de Archipel.
img_29963.jpgDe olijvenoogst en de bedrijvigheid in de molen duren voort tot februari 2016.

De wethouder van landbouw, Antonio Ordoñez, verzekert: “We weten, dat er dit jaar minder olijven zijn in het hooggelegen gedeelte, dat voornamelijk olijven van de soort Verdial de Huévar voortbrengt, welke men overwegend teelt in de bergkom van Tirajana en die afwisselend is, dit wil zeggen dat er het ene jaar een hoge opbrengst is en het andere jaar minder, maar dat het belangrijk is, door te gaan met het verbeteren van de kwaliteit en het steunen van de primaire sector".
aceite20de20oliva202b.jpgDe almazara municipal (gemeentelijke oliemolen) draait voluit in december. Gedurende de maanden september t/m januari is de molen in bedrijf al naar gelang de vraag van de landbouwers. De landbouwingenieur van het Casa del Agricultor van de gemeente, Manuel Pérez, heeft aangekondigd, dat deze week nog de tweede persing zal plaatvinden . En sinds het begin van de olijvenoogst zal men in de komende maanden gedurende enkele dagen per week persen.
Aceite-de-oliva-de-Santa-Luca-de-Tirajana.jpg
aceite20de20oliva20santa20lucia20de20tirajana20mejor20gran20canaria202012202b.jpgHet departement Landbouw regelt de toestroom van aanvragen die producenten in het hoge gedeelte richten aan de Gemeente Santa Lucía, voor het persen van hun olijven, door het gebruik van de molen te rationaliseren en voor het optimaliseren van de bewerking en de kwaliteit van de olie,” zo bevestigt Manuel Pérez.
7612301010_e7d27f00e4.jpg
iglesia-santa-lucia-de-tirajana.jpg Fiesta-de-la-aceituna-santa-lucia-de-tirajana.jpg
De oude dorpskern  van Santa Lucia,  waar op 13 december de feestdag van Santa Lucía gevierd wordt.
2008-08-01_IMG_2008-07-25_23_07_39_gc1.jpg
'
El Ingenio’, de gemeentelijke oliemolen van Santa Lucía produceert sinds 2005, in het huis van de voormalige meester, op ambachtelijke wijze olijfolie en doet dit ook voor de landbouwers van het middelhoge gebergte van Santa Lucía de Tirajana, voor die van San Bartolomé de Tirajana en voor die van andere gemeenten van het eiland, die zich ook bezig houden met de teelt van olijven.
ZZZZZZAislas-canarias-84-99-44.jpg


COAGRISAN  en
het Nederlandse GREENCO
sluiten een  handelsovereenkomst

COAGRISAN - donderdag 18 juni 2015 - Vandaag begint met een nieuwe teelt in de tomatensector en zal voor kweken van mini-pruimtomaten drie hectare bestemmen voor een breed scala aan rassen.

Het initiatief komt van het Nederlandse GREENCO (zie: http://www.greenco.nl), een internationale teler en verpakker van snackgroenten: snacktomaten, snackpaprika’s en snackkomkommers. Het is een innovatief bedrijf met een vernieuwende kijk op het telen en vermarkten van groente.

caogrianholanda.jpg

GREENCO heeft de COAGRISAN-coöperatie uitgekozen wegens bewezen betrouwbaarheid en de kwaliteit van tomaten in de Europese markt, zo benadrukt de directeur van GREENCO, Auke Smit. Die toevoegt, dat zijn bedrijf dit product nodig heeft voor het seizoen waarin in Nederland niet wordt geproduceerd.
Untitled-2-1.png

De voorzitter van COAGRISAN, Juan José del Pino, heeft opgemerkt, dat dit initiatief een nieuw doel is coor de coöperatie, omdat het om een tomatenspecialiteit gaat die, hoewel geproduceerd in eigen I+D+i, nog niet verhandeld is.

naamloos-47.png

Del Pino benadrukt echter, dat dit een grote kans is, om de uitbreiding van de productie voort te zetten voor de Europese markt, in een sector die telkens hoger reikt en waar we komen aan de hand van de meest vooraanstaande operator, zoals het geval is met GREENCO.
kleurlogoCanarias.png


Wijn die wordt geoogst via een  ‘teleférico’

TELDE - dinsdag 3 maart 2015 - In Telde zijn drie wijnen met de denominación de origen ‘Gran Canaria’ (oorspronkelijke herkomstbenaming ‘Gran Canaria’) en een daarvan is de productie die komt van een familiebedrijf, welke niet in de handel is en waarvan de oogst verplicht tot het gebruik van een eigen kabelbaan. Het betreft de wijn van de Señorío de Cabrera (het Cabrera-landgoed); een culinaire delicatesse, die geboren wordt uit de avontuurlijke wijnstokken die de zwaartekracht uitdagen in García Ruiz.

De steile berghelling waar het boerenbedrijf van Agustín Cabrera ligt, in de barranco (het ravijn) van García Ruiz, nabij de Bandama-vulkaan, is niet te benijden vanwege de steile hellingen vanwaar de wijnen stammen, net zoals de wereldberoemde wijnen uit Ribeira Sacra, in de zuidelijke helft van Galicië, in de nabijheid van de rivieren Sil en Minho. Het is niet gemakkelijk zich staande te houden zonder duizelig te worden bij een mogelijke val. Maar voor Agustín was dat geen de uitdaging, die zich daarover geen hoofdbrekens maakte, hij ging te raden bij de liftenmakers en die vervaardigden een opmerkelijke, heel effectieve kabelbaan voor de 125 lange, steile berghelling.
kabelbaanwijn.png

Met dat ding, dat zich al 15 jaar heeft bewezen bij de wijnproductie op advies van de wijnmaker Luis Molina Dolphin, is deze familie er in geslaagd een van die wijnen voort te brengen welke in de afgelopen tijd glans geven aan de Canarische wijnproductie, in het bijzonder, in dit gedeelte van het Eiland, tussen Santa Brígida, Las Palmas de Gran Canaria en Telde, het beste voor het cultiveren van de wijnstok. Men verkrijgt er witte wijn, rode wijn en ook een rode halfzoete wijn, wat het vaandel is van dit señorio (landgoed).
DSCN1924.JPG DSCN1906.JPG

Hoewel door de familie huisgemaakt, is Agustín Cabrera erin geslaagd, dat zijn wijn op het etiket kan bogen op appellation Gran Canaria (herkomstbenaming Gran Canaria). "We doen dit als een hobby, we willen deze zelfs niet verkopen, we drinken deze zelf, of we verdelen deze tussen onze plaatsgenoten die de afnemers zijn.
DSCN1931.JPGAlles hier is handgemaakt, tenzij het heeft te maken met de eisen waaraan moet worden voldaan, om een van de beste te kunnen zijn, zoals nu het geval is. Met hoeft niet ver te zoeken, de echtgenote van Agustín, Felisa Vega, maakt handmatig de etiketten en ook wordt de wijn handmatig verpakt. Een van haar dochters ontwerpt de elegante etiketten.

In de laatste week van februari 2015 hebben ze bezoek gehad van burgemeester Mari Carmen Castellano en van de wethouder van Landbouw, María Calderín, die wel eens willen weten waar de nectar wordt geboren waarover men zoveel lof heeft.
kleurlogoCanarias.png


De stuwmeren
verzamelen 17 miljoen m²
en garanderen de irrigatie
De zuidelijke kom blijft droog

GRAN CANARIA - maandag 19 januari 2015 - In januari 2015 bevatten de stuwmeren op Gran Canaria 35% van hun capaciteit, ofwel 16.995.799 m²; wat betekent, dat de waterreserve voor de irrigatie in de landbouw tot aan de zomer veilig is gesteld.

Het volume aan opgeslagen water is 126.520 m² minder dan begin december 2014; omdat het Cabildo (Eilandbestuur) meer water heeft verstrekt voor de gewassen, dan wat er in de afgelopen maand is bijgekomen.
presas-acumulan-1.jpg                          Overloop na recente regenval in het San Andrés-stuwmeer.
Deze hoeveelheid is geruststellend voor de directeur-beheerder van het Consejo Insular de Aguas (Waterschap) van Gran Canaria, Gerardo Henríquez. “De volumes zijn meer dan acceptabel, omdat we boven de 30% zijn. We zijn gerust, omdat we water hebben voor de oogst in de zomer. Bovendien zijn januari en februari de maanden waarin het gewoonlijk wil regenen, waardoor de watervoorraad nog kan toenemen.”

“De volumes die de stuwmeren verlaten, zijn telkens minder, omdat er steeds meer industriële productie (ontzilt water en gezuiverd afvalwater’) is voor de landbouw. We hebben alternatieve bronnen. Het water van de stuwmeren heeft de meeste betekenis voor de zuidelijke kom van San Bartolomé de Tirajana en Mogán, en op de hoge gedeelten van het Eiland; omdat men op de lage gedeelten, geregenereerd water gebruikt,” dat kende men voorheen als gerecycled: gezuiverd en ontzilt.

“De afhankelijkheid van water uit de stuwmeren van het Eiland, voor de landbouw, is steeds minder; gelukkig. Tegenwoordig kijken we minder naar de hemel, maar meer naar de elektriciteitsrekening. We besteden 8 miljoen euro per jaar aan elektriciteit, voor het laten draaien van de ontziltings- en zuiveringsinstallaties. De energie is heel duur; het water uit de stuwmeren kost niets. Het is het beste water, omdat het- naast het voordeligst- zuiverder is en natuurlijk;· zo benadrukt Henríquez.

De beheerder weet, “dat het geregenereerde water goed is voor de landbouw, omdat het behoorlijk wat voedingstoffen bevat. De stuwmeren in het Noorden zijn vol, maar ze zijn veel kleiner en gefinancierd met privaat kapitaal.” In het zuiden heeft het Cabildo (Eilandbestuur) Candelaria en Vaquero. “Ook laten we water overvloeien tussen de stuwmeren, daarom staat Fataga momenteel slechts op 11% van de capaciteit,” legt Henríquez uit; “in de zuidelijke bergkommen blijft het droog.”

De zeven presas (stuwmeren) die de Consejo de Aguas (het Waterschap) beheert - omdat ze eigendom van het Cabildo (Eilandbestuur) zijn - staan op 39% van hun capaciteit. Het gaat om Chira (28% =1,5 miljoen m²), Ayagaures (21% = 0,4 miljoen), Gambuesa (73% = een miljoen), Candelaria (86% = 0,34), Fataga (11% = 0,03), Vaquero (96% = 0,25) en El Mulato (65% = 0,5). Het totaal aan opgeslagen water in deze zeven stuwneren van het Cabildo (Eilandbestuur) is iets meer dan vier miljoen m²; om precies te zijn 4.097.989

Private Stuwmeren. Het stuwmeer van Soria is niet volledig eigendom van het Cabildo (Eilandbestuur) , maar wel voor 90%. Het is het grootste stuwmeer, met een hoogte van 120 meter en een maximum capaciteit van 12.924.960m². De stand is momenteel 1.338.315 m, wat 10% is. In werkelijkheid heeft het stuwmeer van Soria theoretisch , een maximum capaciteit van 32 miljoen m², maar de statistiek verlaagt dit tot bijna 13 miljoen; omdat, dat het maximale is, wat historisch ooit bereikt is.

De andere grote, private stuwmeren op het Eiland bevatten momenteel 26% van hun capaciteit, wat neerkomt op een volume van 12.897.810 m². In deze hoeveelheid is Soria inbegrepen. Siberio staat op 67% van de capaciteit, en heeft momenteel een volume van 2.899.662 m². Het stuwmeer van Parralillo (55% = 2,5 miljoen), Caidero de las Niñas (39% = 0,8), Cueva de la Niñas (18% = 0,95), Lugarejos (100% = 1,95), Las Hoyas (47% = 0,55), Los Pérez (58% = 0,95) en Las Garzas (70% = 0,4 miljoen m²).

Gran Canaria heeft 68 grote stuwmeren. Ze bevinden zich uitsluitend in barrancos (ravijnen) van meer dan 15 meter hoog, of met een capaciteit van meer dan 100.000 m².

Ook heeft men ongeveer 800 concessies met gebruikmaking van oppervlaktewater, bestaande uit grotere een kleinere stuwmeren en –meertjes, die water innemen uit de barranco (het ravijn) zelf, en er is inname via de andere stuwmeren en vijvers. Het Cabildo (Eilandbestuur) beschikt over een aanzienlijk erfgoed aan stuwmeren, wat toelaat 42,8 kubieke hectometer op te slaan.
kleurlogoCanarias.png


Aardappelhandelaren  vermoeden fraude bij  de subsidies voor de import van pootaardappelen
Pootaardappelen, of…. consumptieaardappelen?
dat is de vraag

GRAN CANARIA - maandag 22 december 2014 - De Asociación de Distribuidores de Papas de Gran Canaria (Adipa) (Vereniging van Aardappelhandelaren van Gran Canaria) vermoedt, dat er sprake is van fraude bij de aanvraag voor subsidie op de import van pootaardappelen bij het Régimen Específico de Abastecimiento (REA) (Specifieke Toeleveringsregeling).

De REA omvat een specifieke steun voor aardappelen uitsluitend bestemd voor het aanplanten, met een subsidie van €97,= euro per ton, voor de Archipel jaarlijks een bedrag van €600.000,=
adipalogo.jpg

Volgens gegevens waarover de Adipa beschikt, plant men op Canarias tussen 5,5 en 5,7 miljoen kilo per jaar; echter in 2013 is heeft men acht miljoen kilo geïmporteerd. Het gaat om een verschil van 2.300 ton met een geschatte waarde van €223.100,= aan subsidies per jaar.
2014_5_16_7wpwHwB9Ombu5vzobh3ks7.jpg                   Pootaardappelen, of…. consumptieaardappelen?” dat is de vraag

De Adipa heeft ondertussen ontdekt,  dat in 2012 het totale jaarlijkse bedrag van €600.000,= aan subsidie was vastgesteld op 28 december, dat dit in 2013 was op 20 december, en in 2014 op 5 december.
adipa-2.jpg

De Adipa verlangt van zowel het Ministerie van Landbouw, evenals van het Ministerie van Financiën, dat men deze pootaardappelen onderzoekt, welke men heeft bestemd en aan het bestemmen is voor de consumptie.
kleurlogoCanarias.png


De enige
Europese koffie
heeft
een
Canarisch aroma

AGAETE - zondag 23 november 2014 - De geschiedenis van de Café de Agaete (Koffie uit Agaete) reikt - anno 2014 - tot maar liefst 200 jaar terug in de tijd.

* De gemeente Agaete bezit de beste voorwaarden voor het telen van deze koffie die uniek is op het Europese Continent.
* Van de twee koffiesoorten wereldwijd - Coffee arabica  en Coffea canephora C  ( synoniem: Coffee robusta)* - wordt in Agaete de Arabica geteeld welke, van de twee soorten, de bonen oplevert met de beste kwaliteit.

* De rijpe bessen hebben een kersenrode kleur en worden met de hand geplukt.
* Anno 2014 bedraagt de jaarproductie van Café de Agaete 4.500 kilo; de tuinders krijgen slechts 10% van de opbrengst.
* Vooraanstaande personen uit de gehele wereld, zoals de wetenschapper Stephen Hawking,  tonen bij hun bezoek aan de Archipel belangstelling voor deze koffie.
Fase-tostado-granos-Foto-Agroagaete_EDIIMA20141108_0387_13.jpg                          Het roosteren van de koffiebonen, (foto: Agroagaete).
De beste klimatologische omstandigheden, met temperaturen die niet onder 18 of 17 graden Celsius komen en amper neerslag, samen met de unieke, vulkanische grond maken de gemeente Agaete in het Noordwesten van het eiland Gram Canaria, tot de ideale locatie voor het telen van koffie met een hoge kwaliteit. Dit product, dat uniek is in wat men in Europa cultiveert, wordt beschermd door de schaduw van avocado-, sinaasappel- en andere fruitbomen welke nodig is om te groeien en de koffiebonen te leveren.
7717935282_dd47fcc019_z.jpg cafe_agaete.png
Víctor Lugo Jorge nodigt uit tot een bezoek aan zijn finca, het familiebedrijf  'Bodega Los Berrazales'.Captura-de-pantalla-2014-03-18-a-las-1045231.png

"Aroma's van chocolade, zoethout en fruit, en een zachtheid die blijft hangen in de mond met een lage dosis aan bitter en zuurgraad ", zo omschrijft Víctor Lugo deze koffie.
Víctor is voorzitter van Agroagaete (Asociación para el Fomento y Desarrollo Agropecuario del Municipio de Agaete) (de Vereniging voor Opleiding en Agrarische Ontwikkeling van de Gemeente Agaete) welke is opgericht met doel de productie van dit traditionele product koffie niet verloren te laten gaan. De soort die men teelt is de Arabica Typica, maar waarmee men in veel koffieproducerende landen gestopt is om deze te telen.
De koffieplant komt van oorsprong uit Ethiopië, maar is ruim twee eeuwen geleden geïmplanteerd in de Vallei van Agaete en heeft zich perfect aan de hier heersende voorwaarden aangepast. En de plant kenmerkt zich door de vorm, de uitstekende kwaliteit van de bessen en de bedwelmende geur van de bloesem welke lijkt op die van jasmijn.
cafe_agaete_1.jpg
DSC01898.JPG cafe-200.jpg

Hoe de koffie wordt geteeld
De familie van Víctor Lugo kent een lange traditie in het cultiveren van dit product, en Víctor vertelt, dat het gaat om een uiterst bewerkelijk proces, want het heeft een nauwgezette zorg nodig, vooral bij het oogsten.
Wanneer de bessen van de koffieplant een kersenrode kleur hebben, worden ze een voor een met de hand geplukt, om de bladeren van de plant niet te beschadigen en, opdat het eindproduct de hoogste kwaliteitsgarantie verkrijgt.
Bovendien rijpen niet alle bessen gelijktijdig, waardoor men diverse keren de plant moet nagaan voor het verkrijgen van alle bessen met de kersenrode kleur.

Een van de andere bijzonderheden welke men moet weten over de correcte verzorging van de cafetos (koffieplanten) is, dat ze niet veel irrigatie nodig hebben en in de schaduw moeten staan in een vochtige omgeving en, dat ze niet te maken krijgen met bruuske temperatuurwisselingen; zowel kou, als extreme warmte kunnen de koffieplanten schade toebrengen. Het oogstseizoen begint in de lente en men oogst opnieuw in de daaropvolgende lente, met uitzondering van een kleine oogst welke men in november verkrijgt.
Bovendien begint de plant pas bessen te leveren, drie jaar na te zijn aangeplant.

De volgende stappen die men moet uitvoeren voor het verkrijgen van koffie, zijn de volgende: de bessen van hun schil ontdoen, de boontjes pellen, roosteren… en uiteindelijk malen.

De voorzitter van de vereniging benadrukt, dat men van elke zeven kilo aan kersenrode bessen, slecht een kilo geroosterde koffie verkrijgt (onder andere, omdat de bonen bij het roosteren 18% van hun gewicht verliezen); deze hoeveelheid is goed voor het zetten van 120 kopjes koffie. Deze fase van het roosteren gebeurt machinaal, en is hetzelfde voor alle tuinders die lid zijn van de vereniging Agroagaete. Op het moment van schoonmaken (= het pellen van de bonen) en verpakken gebruikt men een speciale techniek, die is overgekomen vanuit Zuid Amerika, zodat men het eindproduct beter kan bewaren.
dsc04735large.jpg cafe-agaete1large.jpg

De koffieproductie in Agaete
Víctor Lugo laat weten, dat de huidige koffieproductie (anno 2014) in de gemeente Agaete ongeveer 4.500 kilo bedraagt, daarbij is de productie van sommige tuinders niet meegerekend die hun koffieplanten benutten voor eigen consumptie.

Een opmerkelijk gegeven is, dat 90% van de koffie-opbrengst voor distributeurs en cafétarias is… en ongeveer slechts 10% is voor de tuinder. Daarom wordt de koffie momenteel verkocht tegen €60,= per kilo (eind anno 2014 kost een verpakking gemalen Agaete-koffie van 250 gram €15,=). In andere landen is het mogelijk de eindprijs te verlagen, naast andere aspecten, door het gebruik van goedkope arbeidskrachten voor het handmatig plukken van de koffiebessen.

In deze gemeente wil men echter het idee verbreiden, dat de koffie van Agaete van een exquisiete kwaliteit is, waardoor die het waard is, dat men er deze prijs voor betaalt.
Het is een natuurproduct, met bessen van een van de beste soorten ter wereld die men teelt zonder chemische producten.
Panoramica-cultiva-Agaete-Foto-Agroagaete_EDIIMA20141108_0388_13.jpg            Het uitzicht vanaf een van de koffieplantages in Agaete, (foto: Agroagaete).

Vanuit Agroagaete wil men, naast andere doelstellingen, de koffieteelt promoten, omdat- over het algemeen -men op Canarias en in de rest van Spanje weinig kennis heeft van dit product.

cafeagaete-1.jpg  download1-3.jpg

                                Gourmet-product: pakje 250 gram -  €15,=

Víctor Lugo vergelijkt dit met de wijn: “Als we willen betalen voor een goede wijn, waarom dan niet voor een goede koffie,” en hij voegt hier aan toe: “Er zijn steeds meer artsen die het dagelijks drinken van koffie aanbevelen, maar we moeten echter veeleisend zijn met wat we drinken en een soort zoeken die goed is voor de gezondheid.” 

Víctor benadrukt, dat de koffie van Agaete een veel lager cafeïne-gehalte heeft dan andere, commerciële merken. Om die reden windt deze koffie ons niet op en maakt, dat men ’s nachts goed kan slapen.

Dankzij het waarderingsproject voor de Café de Agaete (Koffie van Agaete), waarvoor deze verenging is opgericht, is het mogelijk, dat men Café de Agaete tegenwoordig verkoopt als een product voor fijnproevers, of voor hen die een uitstekende drank willen proberen.
cafe_aga76.jpgMen heeft tegenwoordig de mogelijkheid Café de Agaete in ambachtelijke winkels te kopen, en in toeristenwinkels, of deze te bestellen bij de producerende boerderij.

Als anekdote verlet Víctor Lugo, dat een van de bekendste patissiers van de Archipel bonbons vervaardigt met deze koffie. Naast, dat het verkocht wordt als een kwaliteitsproduct kan Café de Agaete ook dienen als cadeau, voor een speciale gelegenheid….

Een extra toeristenattractie voor de Archipel
Agroagaete wil van Café de Agaete geen exportartikel maken, want dan zouden de voorraden heel snel uitgeput raken. Een van haar doelstellingen is, het te vestigen als een extra attractie, opdat bezoekers naar het dorp Agaete komen, om de cafetales (koffieplantages) te bezoeken, de koffie te proeven en te genieten van de natuur en de rust die deze gemeente biedt. Het is een manier, om dichter bij de Canarische cultuur te komen en een andere kijk op de Archipel te krijgen.
                             Secado-granos-cafe-proceso-dias_EDIIMA20141108_0389_14.jpg             
              Het drogen van de koffiebessen; een proces, dat tussen de 25 en 30 dagen duurt.
Tegenwoordig organiseren diverse boerderijen - voornamelijk in de Vallei van Agaete - geleide bezoeken aan de koffieplantages. De boerderij van de familie van de voorzitster van Agrogagaete is daarvan een voorbeeld. Dagelijkse bezoeken tientallen toeristen deze locatie voor het beleven van een magische ervaring: het wandelen tussen de fruitbomen, het bekijken van de cafetales (koffieplanten), de geur ervan opsnuiven en van het leren kennen van de koffie-traditie welke deel uitmaakt van de geschiedenis van het dorp.

Dit biedt ook de mogelijkheid kennis te maken met de producten van het land, zoals wijnen, kazen, vruchten en, uiteraard, een goede kop Café de Agaete te proeven, de hoofdrolspeler bij dit bezoek. Vooraanstaande personen uit de gehele wereld hebben een bezoek gebracht aan deze finca (boerderij), die onlangs nog bezocht is door de wetenschapper Stephen Hawking, die ook interesse had voor dit product, en die hen heeft gefeliciteerd met het grote werk dat men heeft verricht.

Víctor Lugo benadrukt, dat een van zijn wensen voor de toekomst het opleiden van tuinbouwers is die steeds vaker trots op hun werk kunnen zijn, omdat zij eraan bijdragen, dat deze traditie nog jarenlang  wordt voortgezet.

Víctor verzekert, dat het voor hem een eer is, dat personen uit de wereld van de koffie, afkomstig uit grote productielanden zoals Colombia, hem hebben laten weten, dat de Café de Agaete een uitstekend product is. Bovendien bevestigt hij, dat tegenwoordig veel gezinnen in de gemeente leven van de koffieteelt; maar  als men meer in deze productie zou investeren, dit veel meer werkgelegenheid oplevert.

Korte geschiedenis van de komst van de koffie
De traditie van de Café de Agaete (Koffie van Agaete) omvat ruim tweehonderd jaar. Zo zegt de officiële geschiedenis, dat er al uit de 18de eeuw gegevens dateren over het bestaan van  koffieplanten op Canarias, om precies te zijn op Tenerife waar de Jardín Botánico (Botanische Tuin) van La Orotava zeker een referentie is in de verspreiding van de nieuwe, exotische planten over de eilanden.

Toen men nog niet de autoweg vanuit Las Palmas naar Agaete had aangelegd, was de voornaamste verbindingsweg met deze gemeend de maritieme. Om die reden vestigde men in Agaete handelsbetrekkingen voornamelijk met Tenerife; reden, waarom men aanneemt, dat de eerste koffieplanten welke men in deze gemeente heeft aangeplant, daar vandaan kwamen.

Ondanks, dat men de cafeto (koffieplant) teelt op boerderijen die het dichts bij de kust liggen, verkrijgt men de beste kwaliteit en de grootste productie in de Vallei van Agaete, waar men het tegenwoordig het grootste deel van de plantages aantreft. Er moet benadrukt worden, dat de koffie destijds slechts een bijproduct was, dat men teelde aan de rand van boomgaarden met guava’s, sinaasappelen, mango’s en bij bananenplantages.
Variedad-Arabica-Typica-parecida-Jazmin_EDIIMA20141108_0386_14.jpg         De soort Arabica Typica, die een veel op jasmijn lijkende bloesem voortbrengt.
De oogst werd handmatig verkregen en men bewerkte die met de ’droge procedure’, om de schil van de koffiebessen te verwijderen, vervolgens stelt men de koffiebonen op een schone ondergrond bloot aan de zon; en eenmaal gedroogd, gaat men over tot het schillen ervan. Na het pellen van de bonen, door ze te wannen met een houten zeef, is de volgende stap het roosteren van de koffiebonen; een klus die men ook klaarde door middel van een ‘tostador’ van klei die in elke woning voorradig was. Een ander, onmisbaar instrument was het koffiemolentje voor het bereiden en het bewaren van het volledige aroma en, dit wordt nog steeds aanbevolen om te doen. Deze gehele procedure werd handmatig verricht tot aan de jaren zestig, toen men de machinerie invoerde.

Agroagaete (Asociación para el Fomento y Desarrollo Agropecuario del Municipio de Agaete) 
Deze verenging is opgericht in 2002 met de bedoeling, dat men de koffieproductie in de gemeente niet zou verliezen. Voor die datum waren er bij elke tuinder aanzienlijke verschillen in productiecapaciteit, irrigatie en systemen van cultiveren… Deze situatie leverde diverse koffiekwaliteiten en -smaken op, wat het aanzien van dit product in het gebied geen goed deed.

Met het oprichten van deze vereniging wilde men, dat de tuinders daar lid van werden en de neuzen allemaal een kant op gingen staan voor het creëren van een gemeenschappelijk merk (Café de Agaete), dat waarde zou geven aan dit unieke product in Europa. Men wilde dit project beheren met als einddoel te werken voor de kwaliteit ervan. Daartoe zorgde men voor de opkomst van nieuwe productieprocessen, ontwikkelde men diverse reclameacties en toeristische initiatieven…

Momenteel is Agroagaete de actiegroep voor het presenteren van de tuinbouw in de gemeente. Haar doel is op te komen voor de belangen van de landbouwsector in het algemeen  en voor de mogelijkheden van de boerderijen als toeristische voorlichtingscentra, opdat dit systeem nog jarenlang gehandhaafd kan blijven.

*Coffea Aarabica en Coffea canephora (synoniem Coffea robusta)
Koffie wordt gezet van de ontvelde, gemalen, gedroogde, en geroosterde zaden van de koffieplant. Deze zaden worden koffiebonen genoemd. Botanisch gezien is de vrucht van de koffieplant echter geen boon maar een steenvrucht, en het zaad dus een pit. Bonen in de plantkundige betekenis van het woord zijn vruchten en geen zaden. Tijdens het roosteren van de koffiebonen - ook wel branden genoemd - ontstaan ongeveer 700 verschillende chemische stoffen. De gebrande koffiebonen worden gemalen en ongemalen verkocht.

De koffie die wordt verkocht, is meestal een mengsel van gebrande zaden van twee (botanische) koffiesoorten: Coffea arabica en Coffea canephora (synoniem: Coffea robusta)*.
Sommige Nederlandse fabrikanten geven hun verschillende mengsels de namen ‘goud-merk’, ‘zilver-merk’ en ‘rood-merk’, waarbij goudmerkkoffie meestal voor 100% uit Arabica-bonen bestaat, zilver-merk uit 80% Arabica-bonen en 20% Robusta-bonen, en rood-merk uit 70% Arabica-bonen en 30% Robusta-bonen.
Het verschil tussen de twee soorten koffiebonen zit voornamelijk in de smaak en het cafeïnegehalte: Arabica-bonen hebben een mildere smaak en bevatten ongeveer 70% minder cafeïne dan de Robusta-bonen, die voor een pittigere smaak kunnen zorgen, ( zie o.a. ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Koffie).
kleurlogoCanarias.png
 


Regen
geeft verademing
voor wat betreft de stuwmeren
op
Gran Canaria

GRAN CANARIA - zondag 23 november 2014 - De regenwolken van de afgelopen dagen hebben 144.402 kubieke meter aan water achtergelaten in de zeven grote stuwmeren op Gran Canaria welke beheerd worden door het Consejo Insular de Aguas (CIA) (Waterschap).

Het CIA-stuwmeer wat het meeste regenwater heeft opgevangen, is dat van Gambuesa - dat is aangelegd in de gemeente San Bartolomé de Tirajana en wat voornamelijk dient voor irrigatie van de landbouw, maar minder dan de hoeveelheid welke is opgevangen door de stuwmeren in La Aldea.
Presa-Soria-isla-Gran-Canaria_EDIIMA20140407_0578_19.jpg                                   Het stuwmeer van Soria, op Gran Canaria.

De zware regenval die gepaard is gegaan met onweer heeft in de afgelopen dagen 144.402 m³ water achtergelaten in de zeven grote stuwmeren die beheerd worden door het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, zo laat het Consejo Insular de Aguas (CIA) weten op haar internetpagina.

Volgens het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria hebben de stuwmeren in de bergkommen van Chira, Ayagaures, Gambuesa, Candelaria, Fataga, Vaquero en El Mulato op donderdag 20 november 2014 maar liefst 135.031 m³ aan regenwater opgevangen, terwijl dit op vrijdag 21 november 204 ‘slechts’ 9.331m³ heeft bedragen.

Het stuwmeer dat het meeste regenwater heeft opgeslagen is dat van Gambuesa, dat een maximaal volume heeft voor 1.348.000 m³. Dit stuwmeer heeft 135.071 m³ ontvangen op donderdag 20 november 2014 en op vrijdag 21 november nog eens 9.331 m³.

Het stuwmeer, dat op een na het meeste water heeft opgeslagen is dat van Vaquero, met 20.105 m³ en wordt gevolgd door Candelaria (15.994), Fataga (14.708), Chira (13.472), El Mulato (10.282) en Ayagaures (8.416).

Het totaal wat met heeft ontvangen in de zeven stuwmeren die het CIA hoofdzakelijk bestemt voor irrigatie van de landbouw, is minder, dan het volume dat de stuwmeren van La Aldea erbij hebben gekregen. Zo heeft men in deze laatstgenoemden 288.000 m³ opgevangen in de stuwmeren van Siberio, Caldero de Las Niñas en Parralillo.

Het water, dat in de afgelopen dagen is opgeslagen, heeft het niveau in de belangrijkste stuwmeren op de eilanden een weinig doen toenemen, tot iets boven de alarmerende 23% van hun capaciteit. Iets, wat men gemerkt heeft bij veel gewassen op Canarias.
kleurlogoCanarias.png


Elke dag naar de hemel kijken

GRAN CANARIA - maandag 17 november 2014 - Het waterniveau in de stuwmeren op Gran Canaria is lager dan 23%
* Het Aemet verwacht, dat de neerslag in het najaar van 2014 niet zal afwijken van de hoeveelheid in andere jaren.
*De meest zorgwekkende gemeente is La Aldea, dat voorzien wordt dankzij ontzilt water.
*Het enige stuwmeer dat Santa Lucia de Tirajana van water voorziet, staat droog.
* Industrieel afvalwater zou een alternatief kunnen zijn voor de schaarste aan neerslag.

De situatie van de stuwmeren op Gran Canaria is alarmerend. De stuwmeren bevatten 23% van hun capaciteit en veel gewassen ondervinden daarvan de gevolgen.
Als het in de winter van 2014.-2015 niet regent, zal het Consejo Insular de Aguas (Waterschap) zich verplicht zien, de toelevering te rantsoeneren.
Ondertussen kijken de land- en tuinbouwers naar de hemel in de hoop, dat de langverwachte regenbuien zullen komen.
1Imagen-presa-grancanaria.jpg                                                  Een stuwmeer op Gran Canaria
De herfst van 2014 is veel warmer begonnen, dan gebruikelijk. De hoge temperaturen van de afgelopen weken hebben de vrees versterkt, dat binnenkort de stuwmeren zonder water komen te staan. 

Vanuit het Consejo Insular de Aguas (Waterschap van het Eiland) erkent men, “dat de situatie om aandacht vraagt, maar op korte termijn men verwacht men geen rantsoenering,” zo bevestigt Gerardo Henríquez, de beheerder van dat organisme.
Maar het is een feit, dat het waterniveau in de stuwmeren snel afneemt. Het stuwmeer van Chira bevindt zich op 27% van zijn capaciteit, dat van Ayagaures op 25% en, dat van Soria op 12%. En er is er zelfs een, dat van Fataga, wat met 0% droog staat.

En de neerslag komt niet, daarom geeft Gerardo Henríquez aan, dat als het in de winter van 2014-2015 niet regent, men maatregelen zal moeten nemen en rantsoenering zal moeten instellen. Bij dit vooruitzicht heerst onrust bij de land- en tuinbouwers.

La Aldea, een gemeente die afhankelijk is van land- en tuinbouw
Als er een gemeente is, die men met zorg het begin van het regenseizoen bekijkt, is dat La Aldea. Land- en tuinbouw is nagenoeg haar enige middel van bestaan en de meerderheid van haar inwoners is ervan afhankelijk; incluis die, die actief zijn in de noodzakelijke dienstensector.

La Aldea heeft ruim 200 hectare aan gewassen, waarop het grootste gedeelte van haar economie is gebaseerd: de export van tomaten. De dorpelingen hebben geen andere keuze, dan om rond te komen met het water dat resteert. Tot op heden hebben ze geen beperkende aanwijzingen gekregen, hoewel elk lid van de coöperatie een bepaald aantal uren heeft voor irrigatie.

Tachtig procent van de irrigatie-gemeenschap in de gemeente wordt voorzien door drie stuwmeren die momenteel op een laag niveau staan (Caidero de Las Niñas op 13%, Siberio op 38% en Parralillo op 16%). Dat is niet voldoende, waardoor het merendeel van de land- en tuinbouwers zich verplicht ziet ook te irrigeren met ontzilt water, wat de productiekosten verhoogt. Maar misschien is dit wel, wat het redt.
In elk geval, zijn er land- en tuinbouwers die aarzelen om dit water te gebruiken, vooral die met fruitbomen.
Zo erkent de wethouder van landbouw in de gemeente ook, dat de zorg onder hun land- en tuinbouwers een algemene teneur is; en hij hoopt, dat de winter van 2014-2015 hen een verademing zal geven,

Santa Lucía, zonder stuwmeer dat de landbouw van water voorziet
“We kijken uit naar regen.” De land- en tuinbouwers in deze gemeente wachten nerveus, dat er wat regen komt die hun situatie redt.
Santa Lucía de Tirajana heeft ruim 200 hectare aan groente en tomaten, hoewel men met 5% niet volledig afhankelijk is van de land- en tuinbouw: Maar dit neemt niet weg, dat er mensen zijn die zo in hun levensonderhoud voorzien.
2Presa-Gran-Canaria.jpg                                                Een stuwmeer op Gran Canaria.
Domingo Alvarado, voorzitter van de Coöperatie van Sardina del Sur, betreurt de pijnlijke realiteit waaronder men lijdt, “als het niet regent, weet ik niet waar de landbouw mee te maken zal krijgen.” Het enige stuwmeer van Santa Lucía staat droog. Voor hen is dit de grootste beperking. Gedurende de dag kunnen de boerderijen hun tanks vullen voor een paar uur; zodanig, dat men gedwongen is gereinigd afvalwater te gebruiken. 

“Wij houden er niet van, te irrigeren met gereinigd afvalwater, het is van slechte kwaliteit, het is niet ideaal voor de land- en tuinbouw en bovendien is het duur,” zo oordeelt de voorzitter van de Coöperatie. In Santa Lucía kijken de land- en tuinbouwers elke dag naar de hemel.

De wethouder van Landbouw, Ofelia Alvarado, van de gemeente Santa Lucía weet, dat de zuiveringsinstallaties het overleven van veel gewassen mogelijk maken, maar ze is van mening, dat dit een heel duur mechanisme is. “Het ontbreekt aan een watergarantieplan waarbij men niet afhankelijk is van neerslag, die vaak ook niet voldoende is,” zo bevestigt Alvarado. “Telkens als het regent herademt het platteland, maar men moet voor lucht zorgen voor de rest van het jaar.”

De landbouw is al jaren niet meer de motor van de economie in de gemeente. Momenteel leeft het merendeel van de inwoners van de dienstensector. Ofelia herinnert er echter aan, dat Santa Lucia geboren is uit de landbouw en, dat de plaats daaromheen is gevormd. “De inwoners van Santa Lucía waarderen de landbouw als een sociaal onderwerp, het maakt deel uit van hun cultureel erfgoed en velen willen hun eigen gewassen telen.”
Ook in andere gemeenten bestaat bezorgdheid. In Mogán heerst geen alarmfase, maar de wethouder van landbouw herinnert eraan, “dat de primaire sector ‘de tweede economische motor’ in de gemeente is.”

Ook de Asociación de Jóvenes Agricultores (Vereniging van Jonge Landbouwers) van Gran Canaria kennen heel goed de ongerustheid. Er zijn gewassen die kunnen overleven dankzij de ontziltingsinstallaties, maar andere niet. “De stuwmeren verkeren momenteel in een waarschuwingsfase; als het niet regent, zullen de gewassen in het middelhoge gebergte het zwaarst de dupe zijn.

Alternatieven voor water van de stuwmeren
Vanuit het Consejo Insular de Aguas (Waterschap) probeert men de zaak gerust te stellen. “gelukkig, veroorzaakt het beleid wat men volgt, minder afhankelijkheid van het water van de stuwmeren.” In 2013 heeft men 12 miljoen m³ voor de landbouw bestemd, waarvan een miljoen m³ water uit de stuwmeren was. De rest komt van industrieel water, dit wil zeggen gezuiverd en ontzilt water.
Gerardo Henríquez erkent, “dat het industriële water duurder is; de kostprijs is hoger, maar het voordeel is, dat het een garantie is voor zijn activiteit.” Feit is, dat tegenover de €0,41 per m³ water van de stuwmeren, de €0,59 staat voor ontzilt water. Zo kost herwonnen water net zoveel als het water uit de stuwmeren. Gezuiverd water is zelfs nog voordeliger (€0,25 per m³), maar is van mindere kwaliteit.

Vanuit het Aemet (Spaanse Agentschap voor Meteorologie) merkt men op, dat er geen significante aanwijzingen zijn, dat het in de herfst en in de winter van 2014-2015 veel anders zal zijn dan in andere jaren. Het is zeker, dat in het eerste deel van het seizoen - gedurende de gehele maand oktober - de temperaturen hoog zijn geweest; maar, men verwacht geen atypisch seizoen voor wat betreft de neerslag.
3Gran-Canaria-capacidad-.jpg             De stuwmeren van Gran Canaria staan - eind 2014 - op 23% van hun capaciteit.>
Maar als het in het winterseizoen 2014-2015 niet regent, zal het Consejo de Aguas  (Waterschap) een serie maatregelen nemen voor de toekenningen aan de irrigatie-gemeenschappen. Men zal prioriteit verlenen aan de fruitbomen. Men zal beperkte consumptie vaststellen en men zal zich beperken tot het leveren van water uit de stuwmeren van de hoogstgelegen gebieden; en de lager gelegen gebieden irrigeren met gezuiverd afvalwater. “ Dit zal gebeuren als er een geheel droge winter is,” zo verklaart Gerardo Henríquez.

Bij het Cabildo (Eilandbestuur) heeft men momenteel geen instructies ontvangen voor rantsoenering. Ook heef men geen bezorgdheid van de land- en tuinbouwers ontvangen; maar bij het Waterschap heeft men wel kennis van de ongerustheid onder de bewoners van La Aldea, “ telkens als de niveaus in de stuwmeren dalen, geven zij blijk van hun bezorgdheid; maar men zal niet zonder water geraken, omdat men kan putten uit de ontziltingsinstallaties, maar dat is duurder,” zo bevestigt Henríquez.

De lichte regens in de tweede week van november 2014  hebben ook niet echt bijgedragen aan de meest getroffen gebieden. De neerslag is grotendeels in het Noorden gevallen, zoals in Valleseco, Teror, Vega de San Mateo en Tejeda.

In de winter van 2013-2014 heeft men regen geregistreerd boven het gemiddelde. Echter de meeste neerslag is geregistreerd in het noordelijke deel van het eiland en niet in de zuidelijke barrancos (ravijnen), die hun water verkrijgen uit de stuwmeren. Telt men daar de hoge temperaturen bij op, dan verklaart dat de huidige situatie van de stuwmeren op Gran Canaria. “Daarom moet men de duimen drukken, opdat het gaat regenen;” zo klagen de landbouwers.

De stuwmeren op Gran Canaria
Gran Canaria is wereldwijd de regio met de grootste dichtheid aan stuwmeren, er is er een per elke 25 km². In totaal zijn er 68 grote stuwmeren die worden beheerd door het Consejo Insular de Aguas (Waterschap). Feit is, dat deze slechts 10% van de vraag naar water leveren, en in sommige gebieden, zoals in La Aldea, men volledig van deze stuwmeren afhankelijk is.
Het merendeel bevindt zich in het zuidelijke gedeelte van het eiland, vanwege de weinige doorlaatbaarheid van het terrein wat het filteren van water bemoeilijkt en het bestaan van stuwmeren bevordert.

Het grootste stuwmeer van het eiland, is dat van Soria, dat een capaciteit heeft van ruim 32.000.00032.000.000 m³. Het is nog nooit overgelopen en is slechts tot de helft van de capaciteit gevuld.

Het stuwmeer van Soria wordt gevolgd door dat van Chira met een capaciteit van 4.030.000 m³ ; en daarna door Ayagaures met 1.700.000 m³, Gambuesa, Candelaria, Fataga.
kleurlogoCanarias.png


Overheidsgeld
voor ontwikkeling van de landbouw
“wordt over de balk gegooid”

CANARISCHE EILANDEN - dinsdag 4 november 2014 - De provinciale voorzitter van de Unión de Pequeños Agricultores (Vereniging van Kleine Landbouwbedrijven) wijt het aan “een gebrekkig systeem”, dat jongeren de landbouw de rug doet toekeren

Juan Luis Pulido, voorzitter van de Vereniging van Aardappelimporteurs, bevestigt dat zijn Vereniging niet de schuldige is aan de lagere, tot een minimum gedaalde, kiloprijs voor de tuberkels en beschuldigt rechtstreeks de supermarkten en coöperaties

De gegevens van het Ministerie van Financiën, van de Canarisch Regering, laten zien, dat in de zomer van 2013 op Canarias ruim acht miljoen kilo aardappels is geïmporteerd

Alle overheidsinitiatieven die gericht zijn op de ontwikkeling van de landbouw, voor de opleiding van nieuwe landbouwers en voor de ontwikkeling van de landbouwsector, opdat deze een sleutelrol speelt in de economie, “worden jaar na jaar over de balk gegooid.” Zo bestempelt de Unión de Pequeños Agricultores (UPA), “ het ‘gebrekkige systeem’, dat  verhindert, dat alle overheidssteun die bestemd is voor de primaire sector, nergens toe dient.”
               
De verkoop van aardappelen en uien in een supermarkt.

Antonio Suárez, de voorzitter van deze vereniging in de provincie Las Palmas geeft als voorbeeld de aardappelsector. Volgens de berekeningen die hij hanteert, zou men met de betrijding van de ‘wilde import”’ ongeveer 1.000 arbeidsplaatsen kunnen creëren in de sector en bovendien welvaart in het milieu.

De gegevens van het Ministerie van Financiën, van de Canarisch Regering, laten zien, dat in de zomer van 2013 op Canarias ruim acht miljoen kilo aardappels is geïmporteerd, waarbij de UPA-voorzitter verzekert, “dat met deze cijfers het onmogelijk is, dat de plaatselijke landbouwer ‘een correcte beloning’ kan krijgen voor zijn werk”.

Als voorbeeld van de overheidsinitiatieven welke “weggegooid geld zijn”, noemt Antonio Suárez het plan van de Canarische Regering voor het intensiveren  van jonge landbouwers, dat kan rekenen op een miljoen euro, van de ruim 20 miljoen euro die van het POSEI vanuit Europa  komen, of d ruim €600.000,= van het Leader-programma voor de ontwikkeling van het platteland.

Volgens de UPA, “is men geld over de balk aan het gooien” met dit soort initiatieven als men ondertussen het systeem niet verandert. “Het kan niet zo zijn, dat in de maanden waarin men op Canarias aardappelen oogst, importeurs 8 miljoen kilo aardappelen van buiten, op de Archipel binnenbrengen; dit zorgt ervoor, dat de prijzen dalen onder de kostprijs en de landbouwers uitsluitend kunnen leven van het POSEI (Programme d'Options Spécifiques à l'Éloignement et l'Insularité" - Het Speciale Programma voor Afgelegen en Insulaire Regio’s, van de Europese Commissie.

Al dit soort situaties heeft ertoe geleid, dat de jonge landbouwer eindigt in het verlaten van de akkers en probeert een bestaan te zoeken in een anderesector,” zo voegt Antonio Suárez toe.

De importeurs beschuldigen de supermarkten en de landbouwcoöperaties van de lage prijzen
De daling van de kiloprijs van aardappelen in de Canarische suikermarkten heeft de controverse vergroot tussen importeurs, landbouwcoöperaties en landbouworganisaties.
De
Asociación de Distribuidores de Papa de Gran Canaria (Adipa) (Vereniging van Aardappelhandelaren op Gran Canaria) beschuldigt sinds enkele weken de diverse landbouwcoöperaties, waaronder de Cosecha Directa, en de UPA ervan, “dat ze met hun initiatieven de aardappelsector ‘aan het ruïneren’ zijn.”

De Adipa-voorzitter, Juan Luis Pulido, verzekert, dat zijn Vereniging niet schuldig is aan het dalen van de kiloprijs voor aardappelen tot het minimum en beschuldigt rechtstreeks de supermarkten en de landbouwcoöperaties ervan, verantwoordelijk te zijn voor deze prijsdalingen.

“Het beleid van de grootwinkelbedrijven en de prijzen die de landbouwcoöperaties opleggen -  samen met de aardappelimport - is, wat de prijsdaling voor de lokale aardappel veroorzaakt.”

Prijzenslag voor aardappels in twee Canarische supermarkten
Volgens Pulido, zijn voor de prijs voor een kilo van deze tuberkel - die in sommige gevallen is gedaald tot € 0,25 per kilo, de landbouwcoöperaties zijn verantwoordelijk; die - zoals hij bevestigt - deze per kilo verkopen tegen €0,20 aan de grootwinkelbedrijven.

Antonio Suárez voegt echter toe, dat Adipa de verkoop aan deze supermarkten monopoliseert, “omdat ze 75% van het de totale oogst kopen."

De Adipa-voorzitter levert ook harde kritiek op de regionale minister van Landbouw, Veeteelt, Visserij en Territoriale Wateren, Juan Ramón Hernández, door hen niet te ontvangen toen men elf maanden geleden een onderhoud heeft aangevraagd.
Pulido, voorzitter van de importeurs, bevestigt,dat de bedoeling die de vereniging heeft,” het bereiken is, dat de Canarische landbouw sterk zal zijn.”
kleurlogoCanarias.png


'Wijn van Lanzarote’
staat op het spel bij de verkiezingen

ARRECIFE - zaterdag 11 oktober 2014 - Ruim 1.700 viticultores (wijnboeren) en 29 bodegas (wijnmakers) kiezen op dinsdag 14 oktober 2014 acht leden van de Consejo Regulador de la Denominación de Origen de los Vinos de Lanzarote (Raad van Toezicht op de Herkomstbenaming van wijnen van Lanzarote).
De verkiezing van vier wijnmakers en vier telers is in het belang van een van de meest dynamische sectoren van de economie van het eiland, deze leden van de Raad van Toezicht op de DO worden gekozen voor een periode van vier jaar.
                                                               
Het gaat om de verkiezing waarin twee  kandidaten uit de wijnmakerij en twee uit de  wijndruiventeelt meedingen. Deze verkiezing is bedoeld, om het overgangsbestuur van het Instituto Canario de Calidad Agroalimentaria (Canarisch Instituut voor Voedselkwaliteit) te beëindigen, na de ontbinding van het vorige Bestuur vanwege  de confrontatie tussen de wijnmakers en wijnboeren.
 
José Rafael Morales benadrukt dat hij dezelfde aandacht krijgt als de andere primaire sectoren in de verdeling van de Europese steun POSEI. Ook is hij van mening, dat er meer belang gegeven moet worden aan de teler en de bevordering van communicatie tussen de telers en de wijnhuizen voor het vaststellen van druivenprijzen en het  versnellen van de betalingen. Een van zijn ander doelstellingen is, om een generatiewisseling te bevorderen, zodat nieuwe generaties ingelijfd kunnen worden in de wijnbouw en het landschap niet verlaten word; evenals de promotie van de wijnen.
 
Valentín Hernández, woordvoerder van de andere tak van de wijnmakers, benadrukt dat een van de hoekstenen van zijn groep, het zich inzetten zal zijn binnen de Consejo Regulador (Raad van Toezicht) om de uitbetaling van de communautaire subsidies, waartoe hij bereid is juridisch actie te ondernemen, om op te eisen wat deze sector toekomt. 
Hij acht dit belangrijk voor de eenheid tussen de telers en de wijnmakers en hij zet zich in voor het professioneler maken van de Consejo Regulador (Raad van Toezicht) met het aanstellen van een beheerder.

 
Op zijn beurt is Ginés González - van Bodegas ‘La Florida’ en een van kandidaten als vertegenwoordiger van Igualdad y Transparencia (Gelijkheid en Transparantie) - van mening, dat het fundamenteel is eenheid in de sector te verkrijgen, onafhankelijk van het eindresultaat.
  
González ziet de noodzaak in van het promoten van de wijnen van Lanzarote en vooral ook van de samenwerking met de instanties op het eiland, voor het beschermen van de sector en de steun aan de jonge wijnboeren. 
“We moeten een gezamenlijk beleid realiseren dat op gelijke wijze de bodegas (wijnhuizen) behandelt, ongeacht hun grootte,” zo heeft hij opgemerkt.
 
Voor Fermín Otamendi, van Bodegas ‘El Grifo’, en lid voor de nominatie van de Malvasía Volcánica (Vulkanische Malvezij), is een van de hoekstenen voor zijn kandidatuur, de verdediging van de Europese subsidies voor de wijnbouw “met een correcte en evenwichtige verdeling. ” Een van zijn andere doelstellingen is de promotie van wijn in en buiten Spanje.
“We willen benadrukken, dat onze kandidatuur 80% vertegenwoordigt van het productievolume aan wijn van Lanzarote dat wordt gevormd door zowel grote als kleine bodegas (wijn huizen),” zo zegt hij.

kleurlogoCanarias.png


Wijn kopen in Ciudad Real
en deze verkopen als:
‘Canarische’,
“is legaal, maar niet esthetisch”

De minister van Landbouw verzekert dat het nutsbedrijf van het Cabildo (Eilandbestuur) van Tenerife, 
“de wet niet heeft overtreden”

TENERIFE - donderdag 9 oktober 2014 - Het kopen van wijn die afkomstig is van het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje) door Bodegas Insulares de Tenerife , het nutsbedrijf van het Cabildo (Eilandbestuur) van Tenerife, om deze te mengen met de Canarische most en deze als landwijn te leveren, “is wettelijk, hoewel men erkent, dat dit niet een heel esthetische praktijk is.”

Dit heeft minister van Landbouw, Veeteelt, Visserij en Water, Juan Ramón Hernández, van het Cabildo (Eilandbestuur) verzekerd. Hij moest verschijnen voor een controlecommissie, en heeft drie vragen moeten beantwoorden over het landbouwschandaal, dat zich in de afgelopen week heeft voorgedaan op Tenerife.
 
                                           Juan Ramón Hernández. 
“Het kopen van wijn van het vasteland van Spanje door Bodegas Insulares is niet gepaard gegaan met nalatigheid, of gebrek aan controle; omdat er geen enkele wettelijke beperking op rust, “ zo heeft Hernández verzekerd.

De minister heeft eraan herinnerd, “dat men de aankoop bestemd heeft, om te verkopen als zijnde: niet beschermde tafelwijn.”

Tegenover de kritiek die hij van de afgevaardigde Cristina Tavío (Partido Popular - PP) en van Román Rodríguez (Nueva Canarias - NC) heeft gekregen, heeft Hernández benadrukt, dat de wijnen niet verkregen zijn op de plaats van de herkomstbenaming en, dat dit een wettelijk kader heeft, wat de uitgevoerde praktijk mogelijk maakt.

'Dubieus' 
Tavío heeft de aankoop van de wijn als ‘dubieus’ gekwalificeerd, “door een nutsbedrijf, dat geleid wordt door Coalición Canaria (CC);” omdat de verwerving van 300.000 liter wijn in Ciudad Real, “het bedriegen is van de consumenten, door deze te verkopen als tafelwijn van het Eiland.”

“Men koopt 300.000 liter van buiten, terwijl er 800.000 liter onverkochte Canarische wijn is.  " Men vertelt de toeristen, dat men hen wijn aanbiedt die zondermeer Canarisch is, zonder dat dit zo is,” zo drong Tavío aan.

De afgevaardigde heef erop aangedrongen, “ dat men wijn heeft verkocht met een DO (Herkomstbenaming) door een bodega (wijnhuis) dat een nutsbedrijf is; zonder, dat de Canarische Regering daar iets tegen doet.”

“En hield de minister zich afzijdig in die periode?” zo vroeg Tavío zich af.

Hernández heeft dit tegengesproken, door te verzekeren “dat hij als minister van Landbouw schuld heeft,” en hij heeft eraan herinnerd, “dat het Instituto Canario de Calidad Agroalimentaria (ICCA) (Canarische Instituut voor Lamsbouwkwaliteit) al enkele dagen eerder een onderzoek heeft ingesteld, nog voordat men ervan kennis heeft genomen via de persmedia.”

Ondanks deze uitleg van de minister, heeft Román Rodríguez (NC) verzekerd, dat hoewel de praktijk legaal is, dit de wijnhuizen van het Eiland schaadt en, dat dit schade toebrengt aam de promotie van de Canarische wijnen.

In soortgelijke bewoordingen heeft de nationalistische Flora Marrero zich uitgelaten, die zich tegenstandster toonde van het kopen van wijn op het vasteland van Spanje; en zij heeft verlangd, dat deze zaak zo snel mogelijk wordt opgehelderd.
kleurlogoCanarias.png


Wijnbouwers van Las Tirajanas
voorspellen een goede oogst

SAN BARTOLOMÉ DE TIRAJANA - woensdag 27 augustus 2014 - De landbouwers in San Bartolomé de Tirajana stevenen af op de wijnoogst van 2014 met een productie van wel meer dan 100.000 kilogram aan gezonde druiven van heel goede kwaliteit.

De wijnoogst van 2014 in de gemeente San Bartolomé de Tirajana is goed op scheut en, zoals men kan opmaken uit de voorspellingen welke de landbouwers doen aan het Ministerie van Landbouw en Veeteelt, wijst alles erop, dat de druivenoogst in 2014 zal uitkomen op rond de 100.000 kilogram.


                         http://www.vinosdegrancanaria.es/consejo.php
De viticultores (wijnbouwers) zijn tevreden, want de druivenoogst tot nu toe, laat goede verwachtingen zien, zowel in kwaliteit als in productievolume, die hetzelfde, of groter zal zijn dan in 2013, toen men met 104.607 kilogram aan geoogste druiven deze gemeente tot de grootste producent heeft gemaakt van de op Gran Canaria gereguleerde druiventeelt.

                                                      Las Tirajanas.

Hoewel de Consejo Regulador (Regelgevende Raad) nog niet over officiële gegevens beschikt wat betreft het volume omdat de campagne met een, tot twee weken wordt verlengd, benadrukken de wijnbouwers in de bergkom van Las Tirajanas al wel de enorme hoeveelheid en de goede gezondheidsstaat van de druiven die men aan het plukken is.

“Deze twee indicatoren beantwoorden aan het feit, dat de druiven een lang en juist rijpingsproces hebben, wat begunstigd wordt door het uitblijven van grote hittegolven en de uiterst milde temperaturen gedurende de zomer,” zo merkt de wethouder van Landbouw, José Carlos Álamo, op.

Als op het eind van de campagne aan de verwachtingen wordt voldaan, zal de gemeente San Bartolomé de Tirajana ook dit jaar weer de ranglijst aanvoeren in de productie van druiven op het eiland Gran Canaria, samen met de gemeenten Vega de San Mateo, Las Palmas de Gran Canaria, Santa Brígida en Tejeda.

Groeiende productie
De productie van druiven in deze gemeente is gestaag toegenomen sinds 2011 door het opstarten en het in productie nemen van nieuwe wijngaarden in de wijken Fataga, Hoya Grande, Los Sitios, La Florida en Manzanilla.

In deze gemeenten oogst men vulkanische malvezij, albillo, verdello, verijadiego, listán blanco en moscatel als de belangrijkste witte druivensoorten; en listán negra, castellana, vijariego negra, baboso negro en tintilla als de belangrijkste blauwe druiven.

De kwaliteit en de grote productie hebben ervoor gezorgd, dat de gemeente San Bartolomé de Tirajana momenteel kan rekenen op vijf bodegas (wijnhuizen), waarvan er vier behoren tot de Consejo Regulador van de denominación de origen de Gran Canaria, (Originele Herkomstbenaming Gran Canaria) (zie: http://www.vinosdegrancanaria.es/consejo.php) die een breed gamma aan wijn produceren, en waarvan de jonge rode en die op vat (cuve’s), de rosé’s, de witte droge en zoete, maar ook de mono-soorten malvezij, verkregen van slechts één druivensoort, de belangrijkste zijn.

Onder deze bodegas (wijnhuizen) is Bodega Las Tirajanas vooraanstaand en diverse keren onderscheiden voor de kwaliteit van haar wijnen. Bij de XIX Cata Insular de Vinos de Gran Canaria (19de Proeverij van Eilandwijnen van Gran Canaria) heeft men drie onderscheidingen gekregen:
- een eerste en een derde prijs in de categorie droge witte,
- een derde prijs voor op vat gefermenteerde rode.
kleurlogoCanarias.png


Fuerteventura behaalt in 2014 een verdubbeling in de productie van olijfolie

PUERTO DEL ROSARIO - zaterdag 23 augustus 2014 - Tot in de derde week van augustus 2014 heeft men net zoveel olijfolie geproduceerd als in het gehele seizoen van 2013. Dat maakt, dat het Cabildo (Eilandbestuur) van Lanzarote erop vertrouwt, de productie in 2014 te kunnen verdubbelen ten opzichte van 2013 en men kan komen tot 6.000 liter. De doelstellingen zijn momenteel de productie verhogen, deze op de markt te brengen, en, dat die winstgevend zal zijn.

De olijvencampagne is in volle gang. Het maalproces, dat men verricht in de oliemolen op de Granja Experimental (Proefboerderij = Landbouwschool) van Pozo Negro die het Cabildo (Eilandbestuur) van Fuerteventura beschikbaar stelt aan de landbouwers, is begin augustus van start gegaan en zal tot eind oktober voortgang vinden. De verwachtingen van het Ministerie van Landbouw, dat wordt geleid door Rita Díaz, zijn ‘heel positief’ ten opzichte van de vorige olijvencampagne. In die zin, schat men, dat de productie van virgen olijfolie in de oliemolen van het Cabildo ten minste 6.000 liter zal opleveren, “het dubbele van vorig jaar.”

Aan het werk in Pozo Negro op donderdag 21 augustus 2014 in de oliemolen van het Cabildo (Eilandbestuur) van Lanzarote.
Het werk vordert gestaag in het centrum voor de bewerking van olijven in Pozo Negro. Bewijs daarvan is, dat in de eerste twee weken van deze campagne al 59 landbouwers naar de oliemolen van het Cabildo (Eilandbestuur) zijn gekomen. Hun olijven, tot nu toe ongeveer 13.000 kilogram, zijn in de shredder van de oliemolen vermalen, telkens in partijen van 1.000 kilogram.

Vanuit het Cabildo (Eilandbestuur) van Fuerteventura benadrukt men, dat men in vergelijking met de campagne van 2013, waarin men  in totaal 22.000 kilogram 3.000 liter olie heeft verkregen, “ de huidige campagne de helft daarvan al heeft opgeleverd in slechts twee weken, terwijl er nog twee maanden te gaan zijn in het oogsten en behandelen.”

Het proces kent vier stappen. Op de eerste plaats worden de olijven in de machine gedeponeerd waar ze met pit en vruchtvlees worden gemalen.
Vervolgens wordt de verkregen pasta onderworpen aan een scheidingsproces van vaste stof en vloeistof via een centrifuge.
Op de derde plaats wordt de ruwe olie in tanks opgeslagen, om gedecanteerd te worden, dit wil zeggen, dat de vaste resten en ongerechtigheden naar de bodem dalen en zo een deposito vormen waardoor de olie een beter aanzien krijgt.
Uiteindelijk wordt de olijfolie, als deze de gezondheidsanalyses in het laboratorium heeft doorstaan, gebotteld en kan geconsumeerd worden.
(Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Olijfolie).
kleurlogoCanarias.png


Sanctie van 8,5 miljoen euro  brengt de tomaten-sector in de provincie Tenerife
tot aan de rand van de afgrond

Het TSJC is van mening dat de tomatentelers 
de gesubsidieerde transportkosten
met 100%  hebben opgeblazen

SANTA CRUZ DE TENERIFE - zaterdag 2 augustus 2014 - De Provinciale Vereniging van Exporterende Tomatenkwekers in Tenerife (Aceto) moet 8,5 miljoen euro aan subsidies terugbetalen welke men heeft ontvangen ter compensatie van het luchtvracht- en zeetransport.
Dit heeft het Tribunal Superior de Justicia de Canarias (TSJC) (Hoogegerechtshof) van Las Palmas de Gran Canaria bepaald; de situatie zal zodanig zijn, dat als de sanctie bevestigd wordt door het Tribunal Supremo (TS) (de Hoge Raad), de tomatenkwekers op Tenerife aan de rand van de afgrond staan, zoals ze bij verschillend gelegenheden hebben aangegeven.

De Delegación del Gobierno en Canarias (Delegatie van de Spaanse Regering op Canarias) heeft destijds een inspectie verricht en geconcludeerd, dat Aceto en die van de Federación Provincial de Asociaciones de Exportadores Hortofrutícolas de Las Palmas (Fedex) (Federatie van Verenigingen van Groenten- en Fruittelers in de Provincie Las Palmas) verplicht zijn, de subsidies terug te betalen.
De voornaamste reden is het niet hebben voldaan aan de verplichting de subsidies te rechtvaardigen, of dat men dit onvoldoende heeft gedaan. (Een vermoedelijk gevalletje fraude van de eerste orde).


De tomatenkwekers op Tenerife hebben al aangekondigd, dat ze aan de rand van de afgrond staan.

“Zoals besproken, is het inderdaad moeilijk vast te stellen, dat het tomatentransport het dubbele heeft gekost, en dat van de komkommers twee en een half keer zoveel, dan met onafhankelijk rederijen.”

Het TSJC heeft alle studies, rapporten en becijferingen welke de Asociación heeft gepresenteerd, afgewezen; en echter dit collectief beschuldigd van "mala fe" (“kwade trouw”), om geen inzage te hebben gegeven in de boekhoudingen, wat het mogelijk maakt, dat de diverse partijen de kosten nagaan. Ook heeft men later de transporten niet gerechtvaardigd door middel van documenten die de werkelijkheid van de operaties weergeven en die de betaling van de kosten aantonen, “vooral wanneer men de overheid verantwoordelijk houdt, te handelen op grond van alleen maar vermoedens.”

Het TSJC is van mening dat het rapport van de Landsadvocaat opereert met redelijke parameters en voldoende brede veiligheidsmarges op fouten.
Daarom denkt men met zekerheid te kunnen concluderen, dat de verkregen subsidies voor transportkosten zijn verhoogd met 100% van de werkelijke kosten, of van de marktprijs voor het subsidieerbare transport, dat de vloot omvat, de havenbelastingen en de brandstoftoeslag.
kleurlogoCanarias.png


Het Cabildo erkent
dat op Gran Canaria
de watervoorraad
is gegarandeerd tot aan de winter

GRAN CANARIA - woensdag 16 juli 2014 -Vanuit het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria erkent men, dat als het in het winterseizoen 2014-2015 niet voldoende regent, er maatregelen zullen moeten worden genomen, waaronder het in gebruik nemen van de ontziltingsinstallatie ‘Roque Prieto II’ in Sant María de Guía, “die al acht jaar niet gebruikt is.”

De minister van Landbouw, Veeteelt, Visserij en Waterschap, van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, Francisco Santana, heeft op woensdag 16 juli 2014 verzekerd, “dat de ‘watervoorraad’ gegarandeerd is tot aan de komende winter.”

                 Archieffoto: de gevolgen van droogte op Gran Canaria.
De minister heeft tijdens een persconferentie opgemerkt, dat men moet inzetten op alternatieven, zoals het creëren van ontziltingsinstallaties die het niveau in de stuwmeren kunnen aanvullen, of voor waterbergingssystemen in reservoirs.

Kunstmestfabriek
Anderzijds - voor wat betreft de ingebruikname van de kunstmestfabriek van het Centro Agroganadero in Los Corralillos, heeft hij laten weten, dat alleen nog het juridisch rapport ontbreekt.

Wijnbodega van San Mateo
Eveneens heeft Francisco Santana laten weten, dat men eraan werkt, dat de wijnbodega van San Mateo kan functioneren; in die zin, is het de concessiehouder, die het voorstel van de Gemeente San Mateo niet heeft geaccepteerd, om dit in een waterbottelarij te veranderen.
De eilandminister heeft gezegd, “dat  dit afhangt van een project met een ‘prijskaartje’, wat ‘haalbaar’ zal zijn.”
kleurlogoCanarias.png


De lange lijdensweg van de tomaat

AGÜIMES - zaterdag 12 juli 2014 - In dit artikel laten we Antonio Morales Méndez, de burgemeester van Agüimes, aan het woord:

“Het is het moeilijke van de mono-cultures op Canarias. Ze komen op, groeien en verdwijnen. En ze beginnen weer. In de loop van de eeuwen hebben we niets anders gedaan dan vallen en opstaan. We vallen en we staan weer op, maar laten steeds een spoor na van werkloosheid, armoede en ellende. Dat is gebeurd met de cochenille, met de suiker, met de tabak… en alles wijst erop, dat - als we geen maatregelen nemen - dit ook gaat gebeuren met de tomaat.

                 De burgemeester van Agüimes, Antonio Morales Méndez.
Het kweken van tomaten is op deze Archipel begonnen in 1885. Daarom maakt dit al ruim 130 jaar deel uit van het Canarisch erfgoed. De mogelijkheden van ons klimaat - waardoor men het hele jaar rond kan produceren,  zelfs gedurende de wintermaanden -  en de activiteit van onze - belastingvrije  havens , heeft het  heel wel mogelijk gemaakt, dat men krachtige exportmarkten heeft geopend, eerst met Engeland en later met andere locaties in Europa.

                               ↑ 1960: Cruce de Cucañas, Agüimes.

De tomatenproductie heeft in weinige decennia het agrarische en stedelijke landschap veranderd in grote gedeelten van  Tenerife, Fuerteventura en Gran Canaria. Op het laatstgenoemde eiland, is de demografie en de sociale en economische ontwikkeling van plaatsen zoals La Aldea, het Noorwesten, het Zuidoosten en het Zuiden, nauw verbonden met de ontwikkeling van de tomatenteelt.
 
              Tenerife.                                                           Gran Canaria.
Diverse generaties zijn opgegroeid op deze plaatsen, te midden van het opbinden van tomatenscheuten, wind-beschutte plaatsen, als en fluitje van een cent fanegadas land omploegend, sleuven openend, zaden plantend, onkruid wiedend, het gebruiken als veevoer voor de runderen, de vruchten verzameld in de buidels onder de rokken naar de verkopers brengend, om ze daarna naar de verpakkingsmagazijnen te brengen…

Ze beleefden heel zware tijden, met de emigratie naar andere eilanden en de binnenlandse migratie, naar Las Majoreras, Las Puntillas, Montaña de los Vélez, Las Rosas, Cruce de Arinaga, Cruce de Sardina, Doctoral, El Tablero en El Castillo del Romeral.  
Tijden van slechte leefomstandigheden, in logementen, van bloed, zweet en tranen, van bijna feodale omstandigheden, met de sociale strijd slaagden ze erin de productie te democratiseren en zelfs te bereiken, dat bij de aanvankelijke, dynamische ondernemers - eerst buitenlanders en vervolgens Canario’s - zich met de jaren kleine en middelgrote, lokale ondernemers voegden, in meerderheid kinderen van de pachters, die het landschap bevolkten van de ontluikende landbouwcoöperaties…

Gedurende vele jaren beleefde men op Canarias glorierijke momenten rond de productie en de export van tomaten, die zijn hoogtepunt bereikte met de oogst van 1995/1996, met banen voor bijna 40.000 mensen, zonder de indirecte werkgelegenheid te rekenen, zoals de productie van kunststof, netten, pallets, kunstmest, irrigatiesystemen, enz.

Daarna zet de daling is. Jaar na jaar is de uitvoer gestaag gedaald tot het punt, dat men in de afgelopen tien jaar van 240.000 ton bij de campagne 2000/2001, is gegaan naar amper 60.000 ton in de afgelopen campagne.

En hetzelfde is gebeurd met de in cultuur gebrachte oppervlakte; van de 4.500 hectare in het midden van de jaren negentig, is nog minder dan 1.000 hectare overgebleven in het afgelopen jaar.
 
 
Een zee aan vernield plastic
Tegenwoordig getuigt een door de wind vernielde zee aan plastic van  de teloorgang van een sector welke op sterven na dood is en die - vanwege het gebrek aan controle door de douane - heeft gezien, hoe men de binnenkomst van meedogenloos, schadelijke virussen heeft toegestaan voor het fruit en de opbrengsten van de oogst; evenals de concurrentie van Marokko (vraatzuchtig en ongecontroleerd), de export van het Spaanse vasteland (die haar volume achtvoudig heeft vermeerderd ten opzichte van Canarias) en de achterstallige betaling van subsidies, die hun concurrentievermogen en toekomstverwachtingen hebben gebroken.

In de afgelopen jaren heeft sociale, politieke en zakelijke druk geprobeerd, om de situatie te verhelpen door het creëren van financiële mechanismen en instrumenten ter bescherming voor het verkrijgen van een gezonde bedrijfstak, maar alles is uitgegroeid tot een dode letter.

De akkoorden tussen de Europese Unie en Marokko, voor het respecteren van specifieke invoerquota,  zijn jaar na jaar geschonden (in sommige gevallen wel tot 140%); de transportsubsidies voor de handelswaar met afkomst van, en bestemming voor de Canarische Eilanden, heeft men beperkt en leeft men systematisch niet na, de ondersteuning zoals is voorzien in het POSEI * voor exporterende tomatenproducenten zijn slechts betaald tot het jaar 2009 en de jaren daarna moeten nog uitgekeerd worden; de overeengekomen subsidies in het Programa de Desarrollo Rural de Canarias 2007-2013 (Canarische Landbouwontwikkelingsprogramma 2007-2013) zijn afkomstig door te weinig ondersteuning; diverse aanvullende hulpplannen van de Spaanse Staat en van de Canarische Regering, vastbesloten om de Canarische sector te ondersteunen, zijn door de mand gevallen.

En ondertussen zijn er ongelijkheden in behandeling van gebieden en productie. Terwijl begin 2002 men 3.000 hectare aan tomaten gepland heeft en 9.500 aan bananenplantages, is er momenteel amper 1.000 ha aan tomaten, terwijl men dezelfde hoeveelheid grond heeft gehandhaafd voor het telen van bananen.

En de sectoren hebben, dat is zeker, dezelfde hoeveelheid aan arbeid nodig. Het mag duidelijk zijn, dat terwijl de voor 2013 geplande EU-subsidies voor de tomaat plusminus 20 miljoen euro bedroegen; die, welke voor de plátano (banaan) bestemd waren, ruim 160 miljoen euro bedroegen.

Dus is het niet zuiver toeval, dat bij zijn recente bezoek aan Canarias, in september 2013, Dacian Ciolos, de Europese commissaris voor Landbouw en Plattelandsontwikkeling, uitsluitend Tenerife heeft bezocht; en eilanden zoals Gran Canaria, Lanzarote en Fuerteventura heeft genegeerd. Hoewel, helaas, ook de bananenteelt begint te rammelen.

We zullen de plátano (banaan) en de tomaat gaan verliezen als we die verwaarlozen en bovendien zullen we ons moeten verdiepen in onze broedermoord-strijd.

Om het hoofd te bieden aan die situatie, heeft men in de afgelopen week in vereniging een platform voor de verdediging van de tomaat, groenten en fruit op Canarias gepresenteerd, wat gevormd is door ondernemers en werknemers in de tomatensector. Voor hun promotoren (vakbonden, werknemers, Fedex, Asaja en Aceto) loopt de komende oogst serieus gevaar.

Men is de ruim 20.000 arbeidsplaatsen op het spel aan het zetten die nog restten in de sector (daarbij komen dan nog eens de duizenden indirecte banen) door de nalatigheid van de Spaanse Regering en de Deelstaatregering in het nemen van hun verantwoordelijkheden en beloften, wat zich vertaalt in een heersende schuld, van 2010 tot nu, aan POSEI-subsidies* en transportsubsidies, van ongeveer veertig miljoen euro.

                 Zuidwest Gran Canaria: tomatenkassen in La Aldea.
En helaas gebeurt dit niet alleen met de tomaat. De situatie heeft ook rechtstreeks uitwerking op de duizenden landbouwers en veetelers die zich verplicht zien, en dit ook willen, door te gaan met hun productie, terwijl we 90% - en meer - van de producten die we in dit land consumeren, importeren.

We zijn getuige van de langzame dood van de vis op het droge; zonder dat iemand de situatie kan verhelpen. Een gevaarlijk cocktail van besluiteloosheid, incompetentie en onverantwoordelijkheid is het verdwijnen aan het veroorzaken van duizenden arbeidsplaatsen, van de diversifiëring van onze economie, van de nodige inzet voor de voedselsoevereiniteit van Canarias, van de herinnering aan generaties die het land hebben bewerkt voor een betere toekomst voor hun kinderen…

We dragen bij aan een, al jaren geleden aangekondigde, dood; zonder, dat de verantwoordelijken oplossingen zoeken, of ook maar een vinger bewegen, om dit te voorkomen.

“Waarom accepteert men, onbewogen een nieuwe productiesector op Canarias op te offeren? Is dat, omdat we amper werklozen hebben (een percentage van 34% moet blijkbaar een fata morgana zijn) en, we naast het toerisme beschikken over een gediversifieerde economie die gesubsidieerd wordt in de industrie, de I+D+i, hernieuwbare energie, de nieuwe technologieën en de informatiemaatschappij…?

Of zou het zijn, dat op ons de vloek rust die we verdienen wegens onderdanigheid, of voor het onverschillig zijn, voor al het slechte wat ons overkomt?

In onze handen is de bezwering, of we in staat zijn al die acties te volgen welke ons toestaan het voortbestaan te ondersteunen en te verdedigen en, zoals het platform bevestigt: de waardigheid van de sector.”

* POSEI
Programas de Opciones Específicas por la lejanía y la Insularidad (POSEI) =  Specifieke regelingen voor ondersteuning van de landbouw in de ultra perifere regio’s van de Europese Unie
kleurlogoCanarias.png


Overleden
de oprichter van
Los Nicolases’
In Memoriam
Antonio Pérez
(1927-2014)

De exporteur wijdde zich,
samen met zijn twee broers
aan de tomatenteelt

De Sociedad Los Nicolases
heeft 180 personen in dienst
op de plantages van het bedrijf

VECINDARIO - maandag 7 juli 2014 - De tomaten-exporteur en medeoprichter van de Sociedad Agrícola de Transformación (SAT) Los Nicolases Antonio Pérez Hernández is op 28 juni 2014 overleden in de leeftijd van 87 jaar en is de dag daarop begraven op de begraafplaats San Rafael in Vecindario, nabij de locatie waar hij zijn tomatenplantages had.

“Men kan het niet over Antonio hebben zonder tegelijkertijd te praten over zijn broers Cristóbal en Salvador, omdat deze drie eerst werknemers waren en daarna ondernemers die werk hebben gegeven aan veel mensen die honger leden,” aldus de voormalige burgemeester van Santa Lucia, Silverio Matos.
                                           
                                                    IN MEMORIAM
                                           Antonio Pérez Hernández
                                                        (1927-2014)

Zijn toewijding en nabijheid bij de werknemers heeft men kunnen waarnemen tijdens de uitvaart die heeft plaatsgevonden op vrijdag 4 juli 2014 in de parochie San Rafael. Antonio is een jaar en acht maanden na zijn broer Cristóbal overleden die, samen met Salvador, begonnen met het kweken van alfalfa (de spruitgroente luzerne - zie: http://www.groentenenfruit.nl/veggipedia/product/alfalfa.html) en die putten aanlegden.

Vervolgens wijdden zij zich in 1986, als de Sociedad Los Nicolases, aan de tomatenteelt.

Ondanks, dat hij gepensioneerd was en het bedrijf is voortgezet door zijn kinderen en kleinkinderen, bezocht Antonio Pérez, samen met zijn broer Salvador, nog tot voor kort de tomatenkwekerijen en het magazijn.

“Van de drie broers was mijn oom het meest open en was hij op de hoogte van de delicate situatie van de tomatensector, “ merkt Salvador Pérez op. Zowel hij evenals zijn broers hebben bijna hun hele leven gewijd aan het werken in de tomatenkwekerijen.
Feit is, dat Cristóbal Pérez tijdens de oogsten - van 1963 tot 1975 - naar Londen ging, waar hij, net als andere Canarische exporteurs, zich bezig hield met de verkoop van hun vruchten.

"Hij was vriendelijk, betrokken, een strijder en een harde werker, net zoals zijn twee broers," zegt Salvador Pérez.

Na tientallen jaren gewerkt te hebben als export-ondernemers, hebben de drie broers de SAT  Los Nicolases opgericht, de naam die afkomstig is van hun vader Juan Nicolás Pérez Tejera.

Momenteel is deze landbouwmaatschappij een van de weinigen die nog actief is: als Bonny y Framape.

In de SAT Los Nicolases zijn tien vennoten opgenomen die 40 hectare bewerken in het laaggelegen gedeelte van Vecindario, naast het parochiekerkhof San Rafael. Zij neefje en directeur van de maatschappij, Salvador Pérez, merkt op, dat er momenteel op de tomatenplantages en in het magazijn 190 personen werkzaam zijn.
“Tien jaar geleden hadden we 250 medewerkers en werd er meer gecultiveerd. Nu hebben we 25 hectare waarop niets geteeld wordt.”

Generatiewisseling
In die zin waardeert de voorzitter van de Asociación Agrícola de Jóvenes Agricultores (Asaja) (Landbouwvereniging van Jonge Landbouwers), Roberto Góiriz, de generatiewisseling als positief, “het is plezierig verder te kunnen gaan met de SAT Los Nicolases; een voorbeeldig familiebedrijf, dat heel belangrijk is in de sector. Hun kleinkinderen zijn heel verstandig en leiden het bedrijf goed,” zo heeft hij toegevoegd.

Op dezelfde wijze heeft de voorzitteer van de Cooperativa Agrícola Yeoward (Landbouwcoöperatie Yeoward), Francisco López, uitgelaten; die in hun bedrijf gewerkt heeft als medewerker toen hij jong was: “Hij en zijn broers zijn heel goede mensen. Vaak ging ik weg bij een ander bedrijf, omdat men me beter betaalde; en als het contract ten einde liep, ging ik weer terug, men nam mij aan en gaf me werk.”
“Het waren goede werkers en ondernemers die hun bestaan zochten en ze groeiden ondanks de moeilijkheden.”

Voor López zijn, zowel de broers evenals hun opvolgers, steeds geliefde mensen geweest. Tijdens hun leven gaven ze werk en te eten aan veel mensen.

Op zijn beurt heeft de voormalige burgemeester, Silvio Matos, laten weten, “dat de broers Pérez Hernández ondernemers geweest zijn die opgetreden zijn als een dicht front en hebben bijgedragen aan de economische ontwikkeling van Santa Lucía.

"De SAT Los Nicolases is altijd heel creatief geweest, met het in gang zetten van nieuwe technologieën. Het zijn heel begaafde mensen, op wie wij allemaal heel trots zijn,  want het waren heel eenvoudige en betrokken personen.”

Als laatste spreker heeft de kleinzoon va Antonio Pérez, Salvador Pérez zich heel dankbaar getoond, “want van hém heb ik geleerd, te werken, om voortdurend aan het werk te zijn; om te weten, dat niet alles om geld draait, hoewel men de zaken moet behartigen. Hij heeft ons geleerd goede mensen te zijn, ook met het personeel en de medewerkers. Geheel een voorbeeld om te volgen.”
Que descanse en paz (dat hij ruste in vrede).
 kleurlogoCanarias.png


Gran Canaria
gaat een warme zomer tegemoet
met de stuwmeren op 1/3 van hun capaciteit

De embalses (stuwmeren)
hebben 14,2 miljoen m³ opslagen,
om
de landbouwirrigatie te garanderen tot aan de herfst

GRAN CANARIA - zaterdag 10 mei 2014 - De stuwmeren op Gran Canaria beschikken over 14,3 miljoen m³, een derde van hun totale capaciteit, om het hoofd te bieden aan een van de warmste zomers van de afgelopen decennia. Hoewel de situatie zorgwekkend is in de stuwmeren in het Zuiden van het Eiland, garanderen de reserves de landbouwirrigatie voor geheel 2014 zonder dat er beperkingen opgelegd hoeven te worden, zo heeft de beheerder van de Consejo Insular de Aguas de Gran Canaria, (Waterschap-Raad van Gran Canaria), Gerardo Henríquez, laten weten op vrijdag 8 mei 2014.

Het volume, dat is opgeslagen in de zeven stuwmeren van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria bedraagt momenteel 4,6 miljoen m³, 44% van hun totale capaciteit; waarbij nog eens 9,67 miljoen m³ komt van de private stuwmeren (32%). Deze hoeveelheid is 4,1 miljoen m³ minder, dan in mei 2013, volgens de gegevens die zijn verstrekt door de Consejo Insular de Aguas.

Bernabé Rivero bij het
presa (stuwmeer) van Los Pérez na de neerslag die in februari 2014 is gevallen.

Volgens het nieuwe tekensysteem beschikt het stuwmeer van Soria over 20% van zijn capaciteit, maar met de oude berekening kwam het amper aan 8%.

Met de vorige meetmethoden, zou het huidige volume van de stuwmeren op geheel Gran Canaria uitkomen op 21% van het totaal.
kleurlogoCanarias.png


Meer tomaten met minder water
Duurzame landbouw levert meer op

GRAN CANARIA - donderdag 10 april 2014 - Een Nederlandse Onderzoeker in kasklimaat en energie legt op Gran Canaria de besparing in broeikastechniek uit welke men in Nederland toepast.
Feije Zwart - onderzoeker aan de Universiteit van Wageningen -  zegt, “dat deze technieken ‘gemakkelijk zijn over te brengen”’ op de tuinbouwsector van Canarias.”

De tuinbouwers in Nederland hebben broeikastechniek ontwikkeld die het mogelijk maken 800 ton tomaten per hectare te kweken, het viervoudige van wat hun collega’s op Canarias produceren en is daarmee een grootmacht in Europa in de export van dit gewas. Hoe ze dit bereiken? Door te besparen op water en energie.

            dr.ir. HF de Zwart.

De zuidoostelijke Agglomeratie van Gran Canaria heeft in 2014 besloten haar jaarlijkse seminar voor de landbouw te wijden aan het debat over hernieuwbare energie en water; twee beleidslijnen, die de Gemeenten Ingenio, Agüimes en Santa Lucía de Tirajana in het vaandel voeren.

De professor onderzoeker in de glastuinbouw aan de Universiteit van Wageningen, Fije Zwart, en deskundige in hoogwaardige broeikastechnologie, heeft in dit forum uitgelegd, hoe men in Nederland water- en energiebesparingstechnieken toepast voor dit soort gewassen; technieken, die gemakkelijk zijn over te brengen op de tuinbouwsector van de Canarische Eilanden (zie: dr.ir. HF de Zwart: https://www.vcard.wur.nl/Views/Profile/View.aspx?id=1276).

                                                       "Zon als bron"
 
Vijfentwintig jaar ervaring in dit soort gewassen onderschrijven de vooruitgang in Nederland op dit terrein en jaarlijks bezoeken 2.000 personen de duurzame Nederlands broeikassen, om te weten hoe deze functioneren. Trefwoorden daarbij zijn: Duurzaamheid, Klimaatregeling, Simulatie, Computer software, Kassen, Regeltechniek, Energie. Programmeren.
kleurlogoCanarias.png


De tomatenkweeksters van La Aldea
eisen van de Regering
dat men
de toekomst van de sector garandeert

De zeven tomatenkweeksters
die in november 2013
een werk lang in hongerstaking waren,
herinneren de Canarische Regering aan haar belofte

LA ALDEA - maandag 24 maart 2014 - De zeven tuiniersters in de Grancanarische gemeente La Aldea, die in november 2013 een week lang in hongerstaking waren op de stoep van de Canarische Regering, hebben op maandag 24 maart 2014 geëist, dat de regionale overheid haar toezegging nakomt en de toekomst van de sector garandeert.

Wat dit betreft, geven ze in een communiqué aan, dat de minister van Landbouw op de Eilanden, Juan Ramón Hernández, zijn inzet voor de sector - met als horizon 2012-2020 - niet heeft meegedeeld aan de werknemers, noch bijeenkomsten heeft georganiseerd, “om te praten over de toekomst van de sector en, dat in het licht van de gebeurtenissen, zich alleen maar meer onzekerheid aftekent.”

De hongerstaking van de tomatenkweeksters van La Aldea, in november 2013.

Anderzijds vertrouwen de tomatenkweeksters erop, dat de Canarische Regering nog in maart 2014 de schuld van 2013 voldoet, zoals de Regering onlangs heeft laten weten. In een persbericht heeft de Canarische Regering verzekerd, om in de loop van de maand maart 2014 de schuld van 9,25 miljoen euro aan subsidies afkomstig uit de Europese Fondsen, bestemd voor de Deelstaat, aan de tomatensector te zullen betalen, binnen de termijn van de betalingskalender zoals die is overeengekomen met de werknemers in La Aldea.

 Het Ministerie van Landbouw heeft uitgelegd, dat men aan de begunstigden van deze subsidies, uit de fondsen van de Deelstaat twee miljoen euro heeft overgemaakt voor de tomatenexport, wat behandeld is via het Programma Comunitario de Apoyo a las Producciones Agrarias de Canarias (Posei) (EU-programma voor Ondersteuning aan Canarische Landbouwproducenten).

 Stillegging van het Posei
De vrouwen uit La Aldea verzekeren, de houding van Canarische PP-Eurogedeputeerde, Gabriel Mato, niet te begrijpen; de beslissing van de commissaris voor Landbouw en Plattelandsontwikkeling, Dacian Ciolos, te prijzen: om de hervorming van het Posei stil te leggen, in de overweging, dat de geprojecteerde wijzigingen nadelig zouden kunnen uitpakken voor de belangen van de Canarische producenten.

“We zouden willen weten, naar welke sector men verwijst; zo laten zij weten. In die zin verzekeren ze, dat de in het herzieningsdocument vervatte voorstellen waartoe men toegang geeft verkregen, men “nooit eerder” met subsidies heeft gerekend in het kader van een sociaal karakter.

Op dat punt, verduidelijken ze, dat de subsidies te maken hebben met het creëren van werkgelegenheid, het belonen van het in dienst nemen van jongeren in de agrarische sector, evenals voor de bescherming van het milieu en de minderbedeelde gebieden.

 “Na het document in zijn geheel te hebben bestudeerd, blijven we niet begrijpen op welke manier dezer voorstellen Canarias zouden kunnen schaden, wanneer de werkloosheid het voornaamste probleem blijft dat Canarische gezinnen raakt,” zo bevestigen zij.

Met verwijzing naar de Canarische Regering, benadrukken zij hun voorkeur voor het verrichten van een studie die de effecten van de nieuwe hervorming van de Posei nagaat, “of die werkgelegenheid voorop stelt” en anderzijds, vraagt men hetzelfde voor de handelsakkoorden tussen de Europese Unie en Marokko,” die op alarmerender wijze de Canarische tomatensector getroffen hebben vanwege de verschillen in transportkosten.
kleurlogoCanarias.png


Paddenstoelen
gekweekt op Gran Canaria

SANTA LUCÍA DE TIRAJANA - maandag 10 maart 2014 - Ze waren werkloos, hebben in december 2013 de cursus tuinbouw voltooid en in januari 2014 verkochten ze al in Vecindario en in Bañaderos de eerste setas (paddenstoelen/champignons) die men gekweekt heeft op Gran Canaria, dit alles dankzij een project van de coöperatie ‘Cosecha Directa’,  die zich gespecialiseerd heeft in het bedenken van initiatieven voor het herstel van de tuinbouw en die worden geïnterneerd in opleidingen en lidmaatschap van de vereniging  als formule voor het creëren van werkgelegenheid.

Antonio García woont in Vecindario, in de Grancanarische gemeente Santa Lucía, was werkeloos en zijn werkloosheidsuitkering zou binnenkort worden stopgezet. Hij ontdekte, dat de landbouwcoöperatie ‘Cosecha Directa’ een cursus gaf voor het kweken van oesterzwammen, hij schreef zich in, en volgde zes maanden de cursus, die hij in december 2013 voltooide en sinds januari 2014 heeft hij al 120 kilo van deze delicatesse verkocht tegen een prijs van €10,= per kilo aan klasse-restaurants, die het waarderen, dat tussen het plukken van de oesterzwam en het presenteren op het bord van de gast, slechts drie uur tijdsverschil zit.

 Antoni , bewerkt samen met Juan R het stro, waar ze dagelijks balen van maken.

“Ze rukken ze uit mijn handen. Ze zijn ecologisch, ambachtelijk en wezijn  nog maar net begonnen,” zo laat een trotse en verwachtingsvolle, nieuwe tuinbouwondernemer weten, die uitlegt “ dat men langzaamaan doet, want dit is meer, dan zomaar een project.” Voor het opstarten van de handel heeft García het relatief lage bedrag van  €150,= geïnvesteerd, de sporen geplant en bijvoorbeeld, zijn kosten verlaagd, door deze in te kopen bij de coöperatie voor €3,= in plaats van €10,=.

Net als hij, zijn er nu 30 champignonkwekers over het gehele Eiland; bovendien is er een tweede kwekerij in Santa Lucia, in Taidía.  Ook zijn er paddenstoelenkwekers in Valsequillo, La Aldea, Gáldar, Teror, en Arucas die ook de opleiding hebben gevolgd en die nu gelukkig de vruchten plukken en geld verdienen met de verkoop van de eerste paddenstoelen, die afkomstig zijn van het eerste experiment van deze omvang dat men heeft uitgevoerd op Gran Canaria en wat gerealiseerd is via de coöperatie ‘Cosecha Directo’, die de cursus voor opleiding in de tuinbouw bedacht heeft; een initiatief, waarbij het Cabildo (Eilandbestuur) zich heeft aangesloten met een nieuwe cursus vanwege de vele belangstelling.

Een van de problemen waar Antonio García mee te maken heeft, is gelegen in de bureaucratie door het ontbreken van een gezondheidsetiket, om de paddenstoelen en gros te kunnen verkopen aan supermarkten, wat een klein beetje de productie tegenhoudt, maar hij verwacht, dat de Gemeente zal meewerken in het verkrijgen van dit etiket.

Het delicate product wordt verhandeld in de delicatessenwinkels op het Eiland, maar men kan het ook kopen op de mercados agrícolas (boerenmarkten) die het Cabildo (Eilandbestuur) tweewekelijks organiseert in Vecindario en in Bañaderos.
kleurlogoCanarias.png


 “We kunnen niet toestaan
dat onze restaurants
geen Canarische wijn op de kaart
hebben staan”

GRAN CANARIA - donderdag 6 maart 2014 - De onlangs nieuw benoemde beheerder van de Denominación de Origen Protegida (DOP) (Beschermde Herkomstbenaming) voor wijnen van Gran Canaria, Vanessa Santana, verzekert, dat de bodegas (wijnhuizen) van het Eiland kunnen rekenen op goede beoordelingen en ze betreurt het, dat sommige producenten  een restaurant benaderen en, dat men hen zegt, “dat hun wijn er niet toe doet .”

Vanessa Santana richt zich op het positioneren van het merk ‘Gran Canaria’ op de markt en ze laat zien, “dat we bestaan en, dat men ons kent.”


V.l. n.r.:  De vice-voorzitter van de
consejo regulador Sandra Armas; Laureano Roca lid van de DOP en de voorzitter Vanessa Santana.
De nieuwe beheerder van de DOP voor wijnen van Gran Canaria, Vanessa Santana, is zich ervan bewust, dat de kwaliteit van de bodegas (wijnhuizen) van het Eiland jarenlang een slechte naam hebben gehad, wat ertoe heeft bijgedragen, dat hun producten de kwalificatie ‘peleón’ (‘goedkoop en zuur’) kregen toegeschreven.

Santana verzekert echter, “dat we momenteel grote wijnen hebben, die goede beoordelingen hebben gekregen van erkende wijnschrijvers die de Archipel hebben bezocht en die zeggen, dat we afwijkend zijn, uniek zijn; en, dat men ons niet kan vergelijken met een Rioja, want we zijn onvergelijkbaar.”

De beheerster van de DOP bevestigt, dat de slechte naam van de op Canarias bereide wijnen ertoe bijdraagt, dat consumenten hun aandacht vestigen op vergelijkingen, wat - naar haar oordeel - een vergissing is. Wat dat bederft, voegt zij toe, dat bij blinde proeverijen deze steeds goede noteringen krijgen.

De DOP kent diverse soorten wijn die bereid worden door de 64 bodegas (wijnhuizen) op diverse locaties op het Eiland,  die men aanmoedigt op een markt te komen die, op een andere wijze moeilijk te bereiken zou zijn.
Santana betreurt het, dat deze ondernemingen rechtstreeks aan het Península (Schiereiland = het vasteland van Spanje) verkopen, of aan het buitenland, “want zich introduceren bij bedrijven op het Eiland, lijkt hen een enorme opoffering te zijn; ze benaderen een restaurant en met zegt hen, dat hun product er niet toe doet.”
“Ga naar een restaurant en bestel een Canarische wijn; het eerste wat men u zegt is, dat men die niet op de kaart heeft staan,” aldus Santana.

Santana is dan ook van mening, “dat we niet kunnen toestaan, dat de eigen restaurants op ons eiland geen Canarische wijn op de kaart hebben staan,” iets wat naar haar mening bij wet geregeld zou moeten zijn. Ze merkt echter op, dat het ontbreken ervan niet te wijten is aan, “kwade trouw”, maar aan het gebrek aan kennis bij de eigenaren van etablissement over de manier waarop de Canarische wijnen zich in het afgelopen decennium hebben ontwikkeld.

Om die reden zijn haar pijlen gericht op het positioneren van het merk ‘Gran Canaria’ op de markt, om aan te tonen, “dat we bestaan en, dat men ons kent.” De diverse wijnjaren zijn afkomstig van firma’s zoals Bodegas Ventaiga, Los Berrazales, Los Lirios, Mondalón, La Montaña en La Higuera Mayor.

         Viñedos de La Higuera Mayor, gevestigd in Telde, Gran Canaria.

Ze maken allemaal deel uit van de proeverij die door de DOP gehouden zal worden in de Salón de Gourmets in Madrid, die plaatsvindt van 10 tot en met 13 maart 2014. Een deel van het aantal flessen van La Higuera Mayor zal bovendien aanwezig zijn op een delicatessenbeurs die dezer dagen gehouden wordt in Japan, en een derde deel van hun productie wordt geexporteerd naar Kazachstan.



De wijnen van de DOP hebben een aantal proeverijen doorstaan die verklaren, dat ze geen defecten vertonen en, dat hun wijnjaren gecontroleerd zijn en voldoen aan bepaalde normen. Santana geeft aan, ””het is mijn doel, de naam ‘Gran Canaria’ te verkopen,” waarvoor ze een aantal acties heeft geland op eilandniveau, en ze bovendien de laatste hand legt aan een overeenkomst met een onderneming in Madrid, die het mogelijk maakt, de wijnen van Gran Canaria te laten zien op de Mercado de San Antón.

kleurlogoCanarias.png


Van Duitsland
naar
de olijfolie van Agüimes

AGÜIMES - zondag 23 februari 2013 - Kurt Fischer verliet veertig jaar geleden zijn werk in Lindau, om zich te vestigen op Gran Canaria, waar hij zijn hoofdpijn kwijtraakte.

“Hier kreeg hij zijn verloren gezondheid terug, en dacht er niet meer aan. Hij begon kleine boerderijtjes te kopen totdat hij 86 percelen had en de grootste olijvenproductie van Canarias.” Zo vertelt de zoon van Thomas Fischer trots op zaterdag 22 februari 2014, die langer in het buitenland verblijft dan in Duitsland.

“Ik voel me hier zo goed thuis, dat ik niet eens naar de bruiloft van mijn broer Gerhard ben gegaan;” zo voegt de beheerder van de fincaFalcon Cresta’ toe, die hij samen met Ana María García beheert in het gebied van Loma Alcón de El Milano, in het middelhoge gebergte van Agüimes. Zij ouders Monica en Kurt Fischer wonen tegenwoordig in Maspalomas.

Pedro Santana, Ana Isabel García en Thomas Fischer op de boerderij ‘Falcón Cresta’.

Zijn vriend Pedro Santana, die hij leerde kennen tijdens zijn bezoek aan Agüimes in de voormalige bar ‘El Yugo’, is degene met wie de familie Fischer veertig jaar geleden begon te werken. Eerst waren er sinaasappels, maar al na korte tijd begon men olijfbomen te planten, waarbij men nu beschikt over een omheinde boerderij van 920.000 m². “Het Cabildo (Eilandbestuur) heeft ons gezegd, dat dit de grootste van Canarias is,” zo merkt Ana Isabel García op.

 “We hadden een goede oogst in 2002 met een productie van 5.000 kilo olijven, maar we konden slechts 3.000 kilo verkopen, omdat de markt verzadigd was en de rest hebben we weggegooid,” zo merkt Thomas Fischer op. “Daarom hebben we in 2003 een pers gekocht en benutten we alle olijven, om er virgen extra olijfolie van te maken,” zo merkt hij op.
kleurlogoCanarias.png


hagelbuien
beschadigen de boeikassen
maar het water wordt 60% voordeliger

GRAN CANARIA - donderdag 20 februari 2014 - De kweek van tomaten, groenten en aardbeien heeft te lijden van de hagel en harde wind. Gestaag vallende regen maakt het voorbereiden van de akkers mogelijk voor nieuwe aanplant.

De temperaturen stijgen licht na het overtrekken van een lagedrukgebied, dat geladen is met regen, hagel en sneeuw. De  land- en tuinbouwers beginnen de gevolgen te merken van de ruim 100 liter per m² die de afgelopen dagen gevallen is in de plattelandsgebieden. De prijs van het water is 60% voordeliger geworden, waardoor de agrarische sector heel tevreden is, maar de land- en tuinbouwverenigingen maken ook melding van aanzienlijke schade aan de gewassen in het Noorden, vooral in Gáldar en La Aldea.

Martín Déniz, bekijkt zijn akkers op dinsdag 18 februari 2014.

Het winterweer van het afgelopen weekeinde is gunstig geweest voor het Canarische platteland, want de regen was gematigd en ging niet vergezeld van harde wind in de plattelandsgebieden. Op sommige locaties heeft de hagel lichte schade toegebracht aan de oogst, maar de land- en tuinbouwers in het middelhoge gebergte zijn over het algemeen, tevreden.

De voorzitter van de Coordinadora de Organizaciones de Agricultores y Ganaderos (COAG) (het Overkoepelende Orgaan van Landbouw- en Veeteeltverenigingen) van Canarias, Rafael Hernández, toont zich verheugd met de neerslag van de afgelopen dagen, net zoals de voorzitter van deze organisatie op Gran Canaria, Juan Hernández. “Dit is een zegen geweest,” zo benadrukken zijn. En inderdaad zijn de akkers in het middelhoge gebergte van Gran Canaria goed doorweekt, maar niet overstroomd. “Als het nog enkele dagen langer geregend zou hebben, zou het schadelijk geweest kunnen zijn,. Het heeft voldoende geregend,” zo merken de woordvoerders van de verenging op.

 "Het water is geleidelijk gevallen en het land is zeer dankbaar. We profiteren van deze neerslag die de water-opslagbassins heeft gevuld. Het enige dat licht schadelijk kan zijn is, dat de aardappelen die al gepoot zijn gaan rotten door het overvloedige water op de akkers,” zo laat Juan Hernández weten

De eerste neerslag van betekenis van het jaar
Dankzij de afgelopen regen, is het water aanzienlijk voordeliger geworden voor de landbouwers. “De waterprijs in bijna met 60% gedaald;  van €23,= per uur naar acht euro,” zo laat Hernández weten. Elke seconde is tien liter water en; dat totdat het uur vol is
(36.000 liter).”Het heeft het land goed gedaan,” zo bevestigt een landbouwer tussen Santa Brígida en San Mateo.

De gewassen in Santo Pino staan er schitterend bij op dinsdag 18 februari 2014.Ook de vijvers in het gebied zijn nagenoeg gevuld, nadat ze veel water verzameld hebben in weinig uren.
Martín Déniz Quintana, een landbouwer die akkers heeft in twee gemeenten in het binnenland van het eiland, heeft zojuist aardappels gepoot, om precies te zijn, op vrijdag 14 februari 2014, “We hebben ze gepoot, omdat we wisten, dat het zou gaan regenen,  Ze zijn net gepoot.  Aangezien het geen kleigrond is, maar zwarte aarde, zal de oogst beter zijn,” zo legt hij uit.

Hij heeft ruim vijf fanegadas* in Hoya Troya, in San Mateo; en nog eens 20 in Santa Brígida in Los Olivos en La Calazada. Zijn aanplant deze winter bestaat voornamelijk uit aardappels, hoewel hij ook groente aanplant in de zomer. De wind was niet overdreven, waardoor er bijna geen schade is ontstaan aan de gewassen in het middelhoge gebergte van het eiland; het zou kunnen zijn, dat er een klein beetje schade is, maar gelukkig is dit het geval.”

In het gebied van Hoya Troya zijn andere akkers met kool en prei. “Er rest mij nog een beetje om aan te planten, want vrijdag had ik niet genoeg tijd. “Ik heb 250 zakken zaad aangeplant; daarvan zal 10% uitkomen en veranderen in papas del país (aardappelen van het land). "Als het goed gaat, afhankelijk van het weer en de ondergroei in april en mei."
De aarde is doorweekt en dus waren de landbouwers op dinsdag 18 februari 2014 niet aan het telen. "Men moet een paar dagen wachten, zodat het land tot rust komt, om te oogsten, afhankelijk van de bodem, of die van klei of zand is. In de zomer is kleigrond beter, omdat dit minder water vasthoudt, al naar gelang de tijd van het jaar.

Martín Déniz is lid van de Cooperativa Agrícola del Centro (Coacen), die een 100 tal landbouwers als lid telt.” De jonge planten kunnen beschadigd raken door de hagel. Gelukkig heb ik onlangs geplant.· Hagel en wind zijn schadelijke elementen voor de landbouw, zeker als de jonge aanplant aan het groeien is. Niet altijd is 2x2 vier, soms is het zes en soms is het minder. Men weet  pas hoe het geweest is, als men het geld kan tellen.”

“Momenteel is de landbouw ‘benadeeld’ als gevolg van de crisis. Dat merkt men. Mensen eten minder en, dat heeft invloed op de grondstoffenprijzen, die worden overal lager, zelfs onder de kostprijs. Mensen eten voordeliger, of eten andere dingen, vooral junk food. Men eet veel voordeliger en vooral wordt er import geconsumeerd. Dat is schadelijk voor de Canarische landbouwproducten.

“Met zoveel werklozen en gepensioneerden, plant tegenwoordig iedereen. Er zijn mensen die hun groentetuintje hebben voor eigen consumptie en ook die concurreren. Wij, die legaal zijn, hebben last van deze oneerlijke concurrentie, Als je illegaal bent, gaat het goed, maar legaal landbouwer lijdt je eronder, omdat de bekistingen moordend zijn. De Staat vreet je op met belastingen,” zo voegt de landbouwer toe.

Hij is van mening, “dat de volkstuintjes in Las Palmas de Gran Canaria ‘onbetekenend’ zijn, goed voor hen die niets te doen hebben. Kijk eens, men kan niet leven van 50 meter. Goed, om iets mee naar huis te nemen. Voor de eigen consumptie, maar niet, om van te leven. Je oogst vijf kilo aardappels, en dat is het. Hij verzekert, “dat wat wel degelijk schade veroorzaakt aan het Canarische platteland, de import is van landbouwproducten. Dat is het ergste… dat wat van buitenaf komt. Dat is veel voordeliger, omdat men goedkope arbeidskrachten heeft en illegaal, zoals in Marokko; van daar komt veel handel via het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje). Denkt u, dat de sinaasappels die u eet van het Península komen? Mooi niet; ze komen uit Marokko, wat er gebeurd is, dat men ze etiketteert in Spanje en men u zodoende misleidt.”

“In Marokko betaalt men €3,= voor een dag werken, en hier betalen we zestig euro. Daar kan men niet tegen concurreren. Het ontbreekt aan controle door de autoriteiten tegen deze situatie, die legaal zou zijn. Zei zeggen, dat het de vrije markt is. Kijk eens: we accepteren de vrije markt, maar dan wel onder dezelfde voorwaarde, zonder de werknemer uit te buiten,” zo voegt Martín Déniz Quintana toe. Men klaagt, dat de landbouwers tegenwoordig minder verdienen, dan tien jaar geleden.” Alles wordt duurder. We verdienen minder, dan tien jaar geleden, omdat alles duurder wordt en wij e twee keer zoveel betalen dan voorheen. De benzine is veel duurder geworden in vier jaar tijd en de aardappel, die ik het meest poot, is het minst waard sinds tien jaar. En als men je betrapt, als je met en illegaal werkt, dan ben je de klos,” zegt hij boos.

Maar niet alles is voorspoed in de sector. De wind en de regen van het afgelopen weekeinde hebben veel schade aangericht in het Noorden van Gran Canaria, voornamelijk in de Gemeente Gáldar, maar ook in La Aldea. In tegenstelling tot het Zuiden waar de schade te verwaarlozen is, zo laat de voorzitter van Asdaja, Roberto Góiris weten, net zoals de agrarische ingenieur van de Cooperativa Agrícola Yeoward, Jordi Olivares.
”In het Zuiden is geen schade van betekenis, maar regen is nooit goed voor de tomaat, omdat die ziekten voortbrengt,” zo laat Góiris weten. Bovendien veroorzaken zowel in het Noorden, als in het Zuiden de lage temperaturen een vertraging in het rijpen van het fruit, zo geeft hij aan.
“In Gáldar heeft men sinds 8 januari 140 liter per m² geregistreerd,,” zo merkt hij op. Hoewel de hagel  geen schade aan de broeikassen heeft aangericht, omdat die van doek zijn, hebben de aardappelen de groente, wel schade opgelopen.”

De gewassen in La Aldea hebben de meeste schade opgelopen, ‘vooral in broeikassen”. Om precies te zijn, volgens de voorzitter van Asdaja “heeft de wind snelheden bereikt van 198 km per uur waardoor 13.000 m² aan broeikassen is teruggebracht tot 3.000 m³. Vier kassen in La Aldea hebben schade aan het dak opgelopen en een aan de structuur,

De gemiddelde windsnelheid is 112 km/uur geweest en heeft de jonge aanplant van de coöperatie Coagrisan aangetast, van de 14.000 m² aan kassen is 8.000 m² beschadigd. Anderzijds heeft de sterke wind korte metten gemaakt met de teelt van aardbeien in Valsequillo die op het punt stond geoogst te worden

*fanegada
Een fanegada was oorspronkelijk een zaaimaat voor de hoeveelheid akkerland welke ingezaaid kon worden met één fanega (schepel) graan.
In 1801 is deze maat in heel Spanje wettelijk vastgesteld op ongeveer 6.425 m².

In Spanje waren nog drie andere, kleinere, fanegadas (schepels) in gebruik.
Een daarvan werd
aranzada, of arançada genoemd en werd gebruikt voor wijngaarden en voor akkers met haver en gerst = 400 vierkante estadeles (wat in Venezuela een lengtemaat is van 4.18 meter, ongeveer 3.57 yards).
In Valencia was een veel kleinere
fanegada gebruikelijk, ongeveer 962 m².

Voor de onderverdeling van deze maten en dit soort (ingewikkelde) maatverhoudingen in Zuid-Amerikaanse landen, kunt u een kijkje nemen op het internet bij Wikipedia: http://www.sizes.com/units/fanegada.htm
kleurlogoCanarias.png


De Agglomeratie 
van het Middelhoge Gebergte
wil het herstel
van
100.000
verwaarloosde amandelbomen

Tejeda, Valsequillo en San Bartolomé de Tirajana
starten het project ‘Almendractiva’
voor het planten van amandelbomen
en
het creëren van nieuwe arbeidsplaatsen

GRAN CANARIA  - donderdag 23 januari 2014 - De Mancomunidad de Municipios de las Medianías de Gran Canaria (Agglomeratie van het Middelhoge Gebergte van Gran Canaria) is in samenwerking met de Servicio Canario de Empleo del Gobierno de Canarias (het Canarisch Arbeidsbureau) gestart met het project ‘Almendractiva’, voor het genereren van meer arbeidsplaatsen in de amandelsector. Het doel is verwaarloosde amandelbomen te herstellen. Op Gran Canaria staan ongeveer 100.000 verwaarloosde bomen.

De keuze voor ‘Almendractiva’ als nieuwe kans op werkgelegenheid beantwoordt aan de vraag van de sector die georganiseerd is via haar vereniging Almendra de Gran Canaria. Deze eisen zijn vervat in het ‘Plan de Dinamización de la Almendra de Gran Canaria 2011-2021’ (‘Stimuleringsplan voor de Amandel van Gran Canaria 2011-2012).

                            Almendro en flor (amandelboom in bloei) in Ayacata.


De doelstellingen van dit plan zijn het herstellen van de gebieden met verwaarloosde amandelbomen op het eiland (ongeveer 100.000 amandelbomen, aldus statistische afschattingen van de Canarische Regering), het organiseren van de productie met het doel een coöperatie, of bedrijfsorganisatie te creëren soortgelijk aan de SAT (sociedad agraria de transformación); het ontwerpen van experimentele boomgaarden, voor het bestuderen van soorten; en het aanplanten van kwaliteits-amandelbomen.
Met dit plan erkent men de noodzaak, gespecialiseerde krachten op te leiden voor het onderhouden en het cultiveren van amandelbomen, tegenover het algemene gebrek, dat de sector vertoont en de afwezigheid van kennisoverdracht voor deze werkzaamheden. Zo schetst men een nieuwe vindplaats voor werkgelegenheid in de primaire sector.

 
 
Werkgelegenheid
De agglomeratievoorzitter van het Middelhoge Gebergte en burgemeester van Valsequillo, Francisco Atta, heeft opgemerkt, “dat het doel van dit project zich richt op het verschaffen van kennis en basisvaardigheden aan 18 personen, voor de behandeling van de fruitboomgaarden die bestemd zijn voor de productie van amandelen en, om deze personen vervolgens op te nemen in de arbeidsmarkt, door het coördineren van de taken van de diverse vertegenwoordigers in de sector die een arbeidsplaats garanderen.”

Deze vertegenwoordigers zijn het Departement van Landbouw, Veeteelt en Milieuzaken van de Agglomeratie, de Vereniging ‘Almendra de Gran Canaria’, de agglomeratiegemeenten en de bedrijven die zich bezig houden met de verwerking van amandelen en hun bijproducten.

Atta Pérez heeft te kennen gegeven, “dat men in het middelhoge gebergte van Gran Canaria de hoofdrol en het leiderschap op zich moet nemen in de amandelsector, gegeven het feit, dat in het gebied de meeste amandelbomen van het eiland staan en vanwege het werk, dat in al deze jaren is ontwikkeld in deze sector”
Het begin van het ‘Almendractiva’-project valt samen met het Fiesta del Almendro (Amandelfeest) in de gemeenten Tejeda, Valsequillo en San Bartolomé de Tirajana.
kleurlogoCanarias.png


Afdak 
Bodega Insular
ingestort

SAN MATEO - zaterdag 18 januari 2014 - Het pand is eigendom van het Cabildo (Eilandbestuur), heeft negen miljoen euro gekost, maar is al jaren buiten gebruik.

Een deel van het afdak van de Bodega Insular de Gran Canaria (het Wijnhuis van Gran Canaria), eigendom van het Cabildo (Eilandbestuur) in San Mateo is ingestort door gebrek aan onderhoud. De instorting van een deel van het afdak is te wijten aan de verwaarlozing van het pand, die een verval heeft veroorzaakt omdat het wijnhuis niet in gebruik is.

                 Een deel van het afdak van de
Bodega Insular is ingestort.
Het gebouw heeft in de afgelopen maanden ook scheuren in de muren opgelopen en vertoont beschadigingen aan de deuren. Omdat het pad onbewaakt is en leegstaat, is het een ideale locatie voor groepen hangjongeren die er bottelones (openbare zuipgelagen) houden. Het pand heeft diverse bouwkundige problemen, vooral het dak, dat waterdicht gemaakt moest worden vanwege regelmatige lekkages.

Dit gebouw, dat het paradepaardje had moeten worden van de bodegueros (wijnboeren) van het eiland, is 13 jaar geleden begroot op 250 miljoen pesetas, maar tot nu toe heeft dit het Eilandbestuur ruim drie keer meer, negen miljoen euro, gekost.

De Gemeente San Mateo heeft herhaaldelijk het Cabildo (Eilandbestuur) verzocht, het pand over te dragen, om het te gebruiken voor ander doeleinden, omdat het al ruim een decennium lang niet gebruikt wordt waarvoor het gebouwd is: het bijeenbrengen van de druivenoogsten van het gehele eiland, vooral van die uit het Centrale deel, omdat San Mateo en Santa Brígida de gemeenten zijn met de meeste wijngaarden op Gran Canaria die de meeste wijn bottelen.

De burgemeester van San Mateo, Antonio Ortega, heeft zelfs een project gepresenteerd voor een waterbottelarij voor deze ongebruikte installatie, maar hij heeft nog steeds geen bevredigend antwoord gekregen van de gemeenteraadsleden. Ortega heeft ontmoetingen gehad met de president van het Cabildo (Eilandbestuur), José Miguel Bravo de Laguna, en met de eilandminister van Landbouw, Francisco Santana.

Toeristische trekpleister
De socialistische fractie in het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria en de socialistische fractie in de Gemeenteraad van San Mateo zijn het niet eens met het alternatief van een waterbottelarij en hebben het Eilandbestuur verzocht de Bodega Insular in gebruik te nemen, zowel om de wijnbouw te stimuleren, evenals toevoeging aan de toeristische trekpleisters in het middelhoge gebergte van het eiland.

San Mateo, op Santa Brígida na, de grootste gemeente in de uitgestrektheid van wijngaarden op het eiland, “wil overheidssteun, om door te gaan met de groei van die productie en de wijnverkoop uitbreiden,” aldus de socialistische woordvoerster van het Cabildo (Eilandbestuur), Carolina Darias.

“De ingebruikname van de Bodega Insular zal belangrijk zijn, niet alleen voor de bodegueros (wijnboeren) van Gran Canaria, maar ook als toeristische trekpleister in het middelhoge gebergte van het eiland,” aldus Darias.
Een deel van het afdak van de Bodega Insular ligt al enkele dagen tegen de grond, zonder enigerlei reactie van het Cabildo (Eilandbestuur).
kleurlogoCanarias.png

 


Kippenboerderij
met
40.000 hennen
gaat werk opleveren
voor
25 mindervaliden

PUERTO DEL ROSARIO - donderdag 2 januari 2014 - Een kippenboerderij met 40.000 hennen zal werk op gaan leveren voor 25 personen met een lichamelijke, of geestelijke handicap, het project wat in zijn soort op het Eilanden in gang gezet wordt, dit keer in de gemeente Antigua en waarvoor men nu de vergunningen in behandeling heeft, zal eveneens beheerd gaan worden door Adisfuer.

De Asociación de Discapacitados de Fuerteventura (Adisfuer) (Vereniging Mindervaliden van Fuerteventura) werkt nu aan het bouwproject voor de exploitatie van een kippenboerderij van 40.000 hennen die gebouwd zal worden op een door de Gemeente ter beschikking gesteld perceel in Antigua.
De vereniging is momenteel bezig met het verkrijgen van de benodigde vergunningen voor het in gang zetten van deze boerderij die ten minste 25 arbeidsplaatsen zal gaan opleveren voor personen met een lichamelijke, of geestelijke handicap.

Het tuinbouwbedrijf in Casillas del Ángel - met werk voor vier personen - is sinds tien dagen in gebruik, dankzij een convenant tussen het
Cabildo (Eilandbestuur) en Adisfuer-beheer.


Sinds enkele jaren bestaat er al een soortgelijke exploitatie, hoewel veel kleiner dan, wat men nu projecteert in Casillas del Ángel in de gemeente Puerto del Rosario. Deze kleine boerderij, die eveneens beheerd wordt door Adisfuer, telt bijna 16.000 hennen en geeft werk aan acht personen.

Sinds deze in gebruik is genomen, is dit een succes voor de sociale integratie van een groep mindervalide personen, en men kan zeggen, dat dit een referentiepunt is geworden voor het ontwikkelen van soortgelijke, kleinschalige projecten op andere locaties.
Het succes van deze eerste ervaring heeft het initiatief doen ontstaan voor het in gang zetten van een soortgelijk project, hoewel op grotere schaal in de gemeente Antigua.
 
 
“Deze boerderij is het meest prestigieuze project dat we momenteel hebben. We zijn er zeker van, dat het voortgang zal vinden. Momenteel zijn we bezig met het verkrijgen van de vergunningen, we hebben een probleem met de grond in Antigua, maar we vertrouwen erop, dat dit wordt opgelost. Vervolgens zal er gezocht moeten worden naar de benodigde financiering,” zo laat Carmen López weten, de voorzitter van Adisfuer en manager van het Centro Especial de Empleo Granja Adisfuer (Speciaal Werkgelegenheidscentrum Adisfuer-boerderij).

Nu meer dan ooit, met een kippenvel bezorgende graad van werkloosheid, zal iedereen begrijopen, dat een arbeidsplaats niet alleen zorgt voor financieel inkomen op de bankrekening, maar die ook zorg, dat personen zich nuttiger voelen. In die zin, “is dit werk fundamenteel voor iedereen, ook voor mindervalide personen, omdat het de sociale integratie bevordert. “Als je begint te werken veranderd je leven, je ontvangt je eerste salaris, je richt je leven in, je bent onafhankelijker, het zijn zaken die je helpen en die je motiveren door te gaan met verbeeldingskracht,” legt Carmen López uit.

kleurlogoCanarias.png


Apis melifera
uniek in de wereld

CANARISCHE EILANDEN - maandag 16 december 2013 - De imkers op Gran Canaria zijn ervan overtuigd, dat de Abeja Negra Canaria (Zwarte Canarische Bij), een soort is, die uniek in de wereld van de apis melifera  (honingbij) (zie: http://nl.wikipedia.org/wiki),  zal verdwijnen, als men niet snel maatregelen neemt.

Het zuiver houden van het ras vraagt meer controles en daartoe is het nodig, zo verzekert men, dat de Canarische Regering het eiland Gran Canaria verklaart tot Reserva Integral de la Abeja Negra (Beschermd Gebied voor de Zwarte Bij).

                 Een groep imkers op Gran Canaria bij hun bijenkorven.

Albert Einstein zou gezegd hebben, dat als de bij van de Planeet verdwijnt, de mens nog slechts vier jaar te leven zou hebben. Deze uitspraak krijgt steeds meert betekenis als men er rekening mee houdt, dat in wereldwijd verband, de situatie tragisch is, omdat er telkens minder bijen zijn, “en zonder bijen is er geen bestuiving, en zonder bestuiving is er geen vermeerdering van planten, en zonder planten zijn er geen levensmiddelen,.” Op de Canarische Eilanden zijn bijen; en die hebben zich aangepast en evolueren in functie met de ecosystemen van elk eiland afzonderlijk, maar ze worden met uitsterven bedreigd, net als in de rest van de wereld; hoewel, om andere redenen.
 
             Abeja  Negra Canaria.                                         Apis melinera carnis
“Hun raszuiverheid maakt ze tot een schat, ze zijn uniek in de wereld,” zegt Manuel López Martel,  woordvoerder voor het project Territorio Abeja Negra Canaria: Gran Canaria,” daarom hebben ze bescherming nodig, om te voorkomen, dat ze zich kruisen met andere bijen waardoor de soort verzwakt en uiteindelijk zal verdwijnen.”

Manuel López Martel, die imker is en kweker van bijenkoninginnen, is daarnaast lid van een beweging waar alle imkers van Gran Canaria lid van zijn die, “heel bezorgd zijn voor het binnenkomen van bijen van buitenaf.” Ze verzoeken, om dringende maatregelen, “voor het  behoud en het overleven van de Abeja Negra Canaria,” in het bijzonder op Gran Canaria, maar ook op de rest van de Archipel.

De  Canarische Regering heeft in 2011 een order doen uitgaan met speciale beschermingsmaatregelen voor het behoud, herstel en de selectie van de Abeja Negra Canaria.
Deze  regelgeving verbiedt de exploitatie en het houden van elke bij van buiten La Palma, Fuerteventura en Lanzarote, maar paradoxaal genoeg blijft deze bescherming afwezig voor de overige eilanden, hoewel men subsidies ontvangt uit het subsidieprogramma POSEI (Programa comunitario de apoyo, a las productioneel agrarias para Canarias) van de Europese Unie voor de productie van honing met de Abeja Negra Canaria.

“Wat we vragen is, dat men meer inspecties verricht, omdat dit een betere bescherming inhoudt,” zegt López Martel, die het betreurt, dat men al twee jaar in afwachting is van een ontmoeting met de minister van Landbouw, om daarom te vragen, “maar men heeft zelfs niet eens de moeite genomen, om te antwoorden,” zo verzekert hij.
kleurlogoCanarias.png


Nationaal project
Agropaisajes Insulares’
(Agrarische landschappen van de Eilanden)

De voortreffelijke amandel
van het Noordwesten van La Palma
verovert de smaakpapillen
van de
meest veeleisende klant

SANTA CRUZ DE LA PALMA - dinsdag 26 november 2013 - De Asociación para el Desarrollo Rural (Ader) (Vereniging voor de Ontwikkeling van het Platteland) van La Palma heeft op basis van deze vrucht een exclusief product op de markt gebracht wat men als delicatesse verkoopt in souvenirwinkels en in de gourmet-afdeling van het warenhuis ‘El Corte Inglés’ (‘Engelse Snit’). Aan dit initiatief - dat het behoud van het natuurlijke landschap nastreeft en inkomsten wil garanderen voor de landbouwer - nemen ook La Gomera, Ibiza en Formentera deel.

De Vereniging voor de Ontwikkeling van het Platteland (Ader) van La Palma vindt het de moeite waard deze voortreffelijke kwaliteit van deze gedroogde vrucht te onderscheiden, door het in een exclusieve verpakking te verkopen in souvenirwinkels op het eiland en in de delicatessenafdeling van ‘El Corte Inglés’.

Vrijdag, 22 november 2013: presentatie van de delicatesse op La Palma.

Luis Hernández, Vicente Martín, David Pérez en Esteban Ferraz tojdens de presentatie van het product.

De voortreffelijke amandel van het Noordwesten van La Palma is begonnen met het veroveren van de smaakpapillen van de meest veeleisende klant.

Dit initiatief vindt plaats in het kader van het nationale project ‘Agropaisajes insulares’ (Agrarische landschappen van de Eilanden) waaraan La Palma, La Gomera, Ibiza en Formentera deelnemen.
 
“We hebben de amandel gekozen op basis van culturele, economische en milieutechnische redenen, omdat de amandel net is als een boom in de tuin, die men verzorgt en verwent; en het is ons doel, het landschap te herwaarderen en een marktsegment te zoeken voor de landbouwers,” zo geeft Luis Hernández aan, de technicus van de Ader-projecten, tijdens de presentatie van het product, die heeft plaatsgevonden in het Casa Salazar in Santa Cruz de La Palma.

La Palma Delicatessen’ is een vernieuwd product, dat zich richt op de toeristen en wat als aperitief bestaat uit 100% natuurlijke amandelen, “waarbij men met een ‘weinig conventionele’ verpakking maximale zorg heeft besteed aan de presentatie ervan,” zo legt Esteban Raffaz uit, de creatieve directeur van het project.

De zakjes waar men de - zonder kunstmatige toevoegingen - geroosterde en gezouten amandelen in verpakt, zijn vervaardigd van een speciaal materiaal, waardoor de smaakeigenschappen van de amandelen bewaard blijven tot het moment waarop zij geconsumeerd worden.
 
Almendro en flor (amandel in bloei).
Luis Vicente Martín, voorzitter van Ader, heeft eraan herinnerd, “dat de amandel een basisproduct was in de voeding van de Palmeros; en we willen de amandel dan ook het belang teruggeven wat deze had.”

De 2.500 verpakkingen ‘La Palma Delicatessen’ die men op de markt heeft gebracht zijn afkomstig van de oogst van 2.200 kilo amandelen, die eenmaal gepeld, resulteert in 350 kilo pipas (pitjes = nootjes).

 De gedachte achter dit project is, in de woorden van Luis Hernández, “gebaseerd op idyllische, economische en milieutechnische gronden.”
“ Het landschap drukt een belangrijk stempel op de amandel die zeer belangrijk is in het noordwestelijke deel van het eiland, waar we meer jeugd willen betrekken in het op een moderne manier herstellen van de sector,” zo benadrukt Hernández.

Dit product zal het mogelijk maken, dat de landbouwers in de noordelijke agglomeratie hun oogst kunnen verkopen tegen een juiste prijs en zodoende het natuurlijke landschap in stand kunnen houden, dat praktisch verwaarloosd is vanwege de lage opbrengst welke de amandel de laatste tijd heeft gehad; maar, die echter in voorbije tijden een belangrijke economische motor was, waarbij men zelfs naar Engeland exporteert voor de vervaardiging van de prestigieuze ‘Cadbury’-chocolade.

                     El Almendro en flor (amandelbomen in bloei) op La Palma.

Het project wil zowel het landschap behouden en beschermen, evenals het plattelands-erfgoed en de traditionele, duurzame methoden behouden. Het gaat om het ontwerpen van formules voor het compenseren van de eiland-landbouwers, opdat zij het landschap in stand houden, wat een hoge agrarische en toeristische waarde heeft en het aanzien ervan herstellen, met het bijdragen van activiteiten voor de beheerders ervan,” zo legt men uit in het project.
  
Agropaisajes Insulares’, waarmee men in 2010 is begonnen, heeft de waardering tot doel van de rationele landbouw op de eilanden met toeristisch activiteit. “Deze optie van werken op het land zal in de komende jaren van cruciaal belang zijn als antwoord op de gevolgen van de crisis op het platteland,” waarop Ader vastbesloten is, in te zetten met dit soort landschapsbeheer.

‘Oude wijn in nieuwe zakken’
In het kader van dit initiatief heeft productiebedrijf ‘La Tarjeta” een korte film gemaakt waarin men het verhaal van de amandel-oogst vertelt van de generaties landbouwers die zich hiermee bezig hebben gehouden. Zo heeft de technicus Rafael Lorenzo een andere documentaire gemaakt waarin getuigenissen zijn opgenomen van diverse landbouwers uit het Noordwesten van La Palma, dat het sociaaleconomische belang aantoont, wat dit product heeft gehad in vroegere tijden.
kleurlogoCanarias.png


De toekomst wordt geschreven in groen: Dactylopius coccus
een
goede (rode) plaag
tegen
een slechte pla
ag

CANARISCHE EILANDEN - dinsdag 26 november 2013 - Canarische Cochenille-kwekers verenigen zich voor het verkrijgen van de officiële herkomstbenaming. Een nieuwe generatie luizen-kwekers probeert het exportniveau naar Europa te verhogen, Lorenzo Pérez rekent voor, dat er haalbaarheid is voor duizenden gezinnen.

In de overtuiging, dat de karmijnzuur-productie een grote toekomst heeft op de gehele Archipel, heeft een nieuwe generatie landbouwers zich verenigd, om de Denominación de Origen Protegida (DOP) de la Cochinilla de Canarias (Beschermde Officiële Herkomstbenaming van de Cochenille van de Canarische Eilanden) aan te vragen.

Lorenzo Pérez (rechts op de foto), met familieleden in het magazijn voor de cochenille in de wijk 'La Suerte' (op Gran Canaria).

Deze jongeren zijn van mening, dat het kwaliteitszegel het prestige zal teruggeven aan de eilandcultivering en, dat men zelfs zal kunnen concurreren met Peru, of Mexico op de groeiende internationale mark van natuurlijke kleurstoffen (zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Karmijnzuur).

Lorenzo Pérez, een ondernemer op Gran Canaria, is deze strijd in 2010 aangegaan en heeft nu - anno 2013 - bereikt, dat men, een kwaliteitsnorm heeft vastgesteld voor de teelt van de cochenille met het merk: van de Gebieden aan de Buitengrenzen van Europa’ (Regiones Ultraperiféricas europeas).

De volgende stap is het verkrijgen van de betreffende Herkomstbenaming (Denominación de Origen) en daartoe heeft hij de Asociación de Criadores y Exportadores de la Cochinilla de las Islas Canarias (Vereniging van Kwekers en Exporteurs van Cochenille van de Eilanden) nieuw leven ingeblazen. De aanvraag is al in behandeling bij de Canarische Regering. Op 4 december 2013 zullen de kwekers een vergadering beleggen met de verantwoordelijken voor het Instituto Canario de Calidad Agroalimentaria (Canarisch Instituut voor Landbouwkwaliteit), om te beslissen welke stappen nog ondernomen moeten worden.

Lorenzo Pérez twijfelt er niet aan, dat de cochenille rendabel is en, “een economische uitweg kan zijn voor ‘duizenden’ Canarische gezinnen, zoals het geval was in de 18de en 19de Eeuw.” In zijn voorstel merkt hij op, dat dit insect op de tunera (opuntia = schijf- of vijgcactus; zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Opuntia) “op de Eilanden een  historisch product was en is ,” maar dat nu waarschijnlijk ook gewenst is in de Europese Unie. Feit is, dat de Canarische cochenille geen concurrentie heeft, want er zijn geen Europese lidstaten die deze luizen cultiveren.”
 
De Asociación (Vereniging) is het in principe eens met de aanbeveling die de Europese commissaris voor Landbouw, Dacian Ciolos, gedaan heeft tijdens zijn recente bezoek aan de Archipel. “De Canarische teelt moet niet concurreren in kwantiteit, maar in kwaliteit,” zo heeft hij laten weten. Wat dat betreft heeft de cochenille van de Eilanden al een gerenommeerde naam, maar een samenloop van omstandigheden heeft vanaf 1996 een terugval in de productie veroorzaakt, tot de sector bijna geheel verdwenen was. In het afgelopen decennium is men doorgegaan met de teelt, maar niet voortdurend. De producenten bewaren hun oogsten, soms wel gedurende twintig jaar, in de hoop, dat de prijzen stijgen, of dat er geen toelevering is vanuit Peru, dat momenteel 85% van de wereldmarkt aan cochenille in handen heeft.
 

Dactylopius coccus op de opuntia
.
 
De aanvraag voor de toekenning van de Denominación de Origen (Herkomstbenaming) gaat vergezeld van een uitgebreide studie  over de kenmerken en de eigenschappen van de Canarische cochenille, waarin wordt benadrukt, dat de kwaliteit niet alleen ligt in het hebben van een  hoog gehalte aan karmijnzuur (ruim18%), maar, dat men die te danken heeft aan het feit, dat men alleen op de Archipel een unieke soort van dit karmijnrode insect aantreft: de Dactylopius coccus.

Op die manier verzekert men, dat de tunera (opuntia - vijgcactus) van Canarias niet geparasiteerd, of aangevallen kan worden door andere soorten van cochenille, zoals is gebeurd in landen zoals Peru en Mexico, waar veel meer soorten gekoloniseerd zijn op de plantages.

Wetenschappelijke studies die zijn uitgevoerd op grond van geruchten die willen, dat natuurlijk karmijn kanker zou kunnen verwekken, onthullen, dat de autochtone cochenille niet alleen geen kanker veroorzaakt, maar eerder een antivirale en antibiotische tumor-werende werking heeft. Het karmijnzuur kan daarom rekenen op de certificatie van de Europese Unie (E120), om gebruikt te worden in o.a.: levensmiddelen, dranken en farmaceutische producten.
 
De rode kleurstof in voeding en cosmeticaproducten (lippenstift!) is meestal afkomstig van cochenille.

                                  Lekkere  luizenlippen.

“Als u een supermarkt binnengaat en om u heen kijkt, bevat bijna alles wat u ziet met een rode kleur, karmijnzuur,” zo laat de stimulator van de Denominación de Origen (Herkomstbenaming) weten, om het belang te benadrukken van dit product.

En als dit zo is, waarom heeft men dan niet eerder het kwaliteitszegel goedgekeurd? Lorenzo Pérez bekent, dat hij een “zeker misverstand” is tegengekomen bij de overheden en ook bij enkele instanties die zich bezighouden met het kweken van cochenille.

                                           Cochenille-teelt op Lanzarote.
Een coöperatie op Lanzarote is ruim een decennium geleden begonnen met het aanvragen van de Denominación de Origen (Herkomstbenaming), maar alleen voor de productie van dit Eiland. Men heeft echter niet doorgezet en nu toont men zich terughoudend, om de zich in te lijven bij de certificering van geheel Canarias.

Tegenover de organisatie op Lanzarote, die beweert, dat hun cochenille van een betere kwaliteit is, dan die op de rest van de Eilanden; merkt Pérez op, dat het insect overal op de Archipel hetzelfde is, waardoor ook de kwaliteit hetzelfde is. De verschillen, zo die er al zijn, kunnen zitten in het verzamelen en het opslaan, vandaar het belang, dat er een goede regulering is.
 
                       Rechts, Amerikaanse cochenille-luizen gedroogd.
Feit is, dat Tenerife en Gran Canaria de grootste exporteurs waren in de hoogtijdagen van deze teelt, met ruim duizend ton per jaar. Aan het begin van de 21ste Eeuw is de verkoop teruggelopen tot jaarlijks 20 ton. De terugval is begonnen in de jaren 80, toen men voor een kilo cochenille 15.000 peseta’s betaalde (omgerekend €90,=)

Momenteel levert een kilo ongeveer €30,= op, waardoor de eilandproducenten er de voorkeur aan geven hun oogst op te slaan en men alleen in kleine hoeveelheden verkoopt.
 
                                                       Opuntia en cochenille.
Voor het kweken van een kilo cochenille van goede kwaliteit heeft men ongeveer vier emmers aan vrouwelijke luizen nodig die afkomstig zijn van de tunera (cactus), dit geeft een idee van de complexiteit van het proces en verklaart de progressieve verwaarlozing van de teelt, omdat er geen continuïteit in de export is. Echter in 2012 is er een sprankje hoop ontstaan voor de sector, want de internationale prijzen voor karmijn zijn de pan uitgerezen in Peru; en de grote Duitse en Deense importeurs zijn naar Canarias gekomen, waarbij ze nagenoeg de gehele opgeslagen voorraad hebben opgekocht.

Lorenzo Pérez, de 34 jarige ingenieur technische-informatica bekent, dat hij ‘de kastanjes uit het vuur heeft moeten halen’ met een andere activiteit, maar door het gebrek aan vooruitzichten in zijn beroep, gekozen heeft voor wat hij thuis heeft.
Zijn ouders zijn sinds 1980 cochenillekwekers, met cactussen in La Aldea en El Hormiguero. Na samen te zijn gegaan met José Sanahuja Armengol, de grootse producent op Tenerife en de voornaamste exporteur naar Europese landen, houdt zijn familie zich bezig met de cochenille-teelt op Gran Canaria.
zzzzzzzislas-canariaslogo-344.jpg


San Bartolomé de Tirajana
is in 2013
de grootste wijndruivenproducent
van
Gran Canaria

Cursus composteren met abrikozen

SAN BARTOLOMÉ DE TIRAJANA - dinsdag 26 november 2013 - De gemeente San Bartolomé de Tirajana is in 2013 met in totaal 91.697 kilo de grootste druivenproducent van Gran Canaria. Zo bevestigen de gegevens die zijn gepubliceerd door de Consejo Regulador (Raad voor Vaststelling van de Herkomstbenaming) van Gran Canaria.

In 2013 is er 35.620 kilo meer geoogst, dan in 2012, wat de Tirajaanse gemeente tot de voornaamste producent maakt van druiven met officiële herkomstbenaming van het gehele Eiland tijdens deze campagne die daarmee Vega de San Mateo voorbijstreeft, waar de druivenoogst 88.827 kilo heeft bedragen, evenals Las Palmas de Gran Canaria (55.209 kilo), Santa Brígida 42.457 (kilo) en Tejeda (26.507 kilo) als gemeenten met de grootste productie aan wijndruiven.

Naast de oogst voor de regulering voor de Consejo Regulador is er in de gemeente San Bartolomé de Tirajana nog eens 13.000 kilo druiven geoogst zonder de officiële herkomstbenaming, waarmee men in 2013 in totaal 194.607 kilo druiven heeft voortgebracht, wat globaal neerkomt op een toename van 65% ten opzichte van 2012, toen men 63.260 kilo heeft geoogst.

Ondanks de verliezen - die zich vanwege de hittegolf in de maand augustus 2013 bij sommige boerderijen in de gemeente hebben voorgedaan - heeft de toename van de druivenproductie in 2013 dit gecompenseerd dankzij de toetreding van nieuwe boerderijen tot de productie, waar de landbouwers diverse soorten wijndruiven hebben aangeplant.

Het Ministerie van Landbouw heeft bevestigd, dat de wijndruif - over het algemeen - een goede gezondheid vertoont, wat uitmond in een goede kwaliteit.

Blancos y tintos (witte en rode wijn)
De belangrijkste soorten wijndruiven die men in de gemeente produceert voor witte wijn zijn:
-  volcánica,
- albillo,
- verdello,
- verijadiego,

- listán blanco,
- moscatel,
en de  soorten voor de productie van rode wijn zijn:
- listán negra,
- castellana,
- vijariego negra,
- baboso negro,
- tintilla.
In 2011 beschikt San Bartolomé de Tirajana over ongeveer 20 hectare die bestemd zijn voor de druiventeelt, op locaties zoals: Fataga, Hoya Grande, Los Sitios, La Florida en Manzanilla.

De gemeente telt vijf bodegas (wijnhuizen), waarvan er vier gerekend worden tot de denominación de origen Gran Canaria (officiële herkomstbenaming Gran Canaria). De bodegas (wijnhuizen)min de Tirajaanse gemeente zijn:
- ‘Las Tirajanas’,
- ‘Vega Grande de Guadalupe’, niet ingeschreven bij de Denominación de Origen de Gran Canaria;
 - ‘Tirajana SL’,
- ‘El Caserío
- ‘El Rincón’.

In de gemeente produceert men een breed scala aan wijnen, waaronder jonge rode wijnen en rode op fust, rosé wijnen, de droge witte wijnen en zoete witte wijnen, maar ook cuvee van één druivensoort, zoals de malvasia.
 

                 Abrikozenbloessem.                                                  Abrikozen.
Cursus compost maken van gesnoeide takken en twijgen van abrikozenbomen

Samenvallend met de snoeitijd van de albaricoqueros (abrikozenbomen) organiseert het Departement van landbouw, van de Gemeente San Bartolomé de Tirajana op vrijdag 29 en zaterdag 30 november 2013 een specifieke cursus voor het composteren van deze plantaardige resten. Op vrijdag wordt van 17.00 tot 20:00 uur theorieles gegeven in de raadszaal van de Casas Consistoriales (het Gemeentehuis) in Tunte (het oude centrum van San Bartolomé de Tirajana) en op zaterdag van 09:30 tot 13:00 uur volgt dan praktijkles op een privé-boerderij.

Geïnteresseerde landbouwers kunnen informatie verkrijgen en zich inschrijven via de internetpagina: http://www.grancanaria.es/portal/formulario­_ext_agraria.px
Er is plaats voor maximaal 20 deelnemers en de cursus richt zich voornamelijk op landbouwers die voldoen aan de vereisten voor deelname en die abrikozenplantages hebben in de hooggelegen gebieden van Santa Lucía en San Bartolomé en die beschikken over plantaardig afval.
kleurlogoCanarias.png


Dit jaar zijn er geen spruitjes
Werklozen zijn fortuinzoekende boeren geworden

SAN MATEO - zaterdag 16 november 2013 - Dit jaar zijn er geen spruiten. En ook geen bloemkool, plus nog een of twee soorten gewassen meer niet. Tenminste niet op de bijna 30 fanegadas* (192.750 m²) die de 47-jarige Martín Déniz Quintana cultiveert in Vega de San Mateo. Waterschaarste, de nieuwe concurrentie van werklozen als fortuinzoekende boeren en de import, hangen de professioneel landbouwers de keel uit.

Martín heeft in zijn geboortedorp en in Santa Brígida een behoorlijk assortiment aangeplant: wortelen, paprika’s, kalebassen, courgettes, tomaten… en nog meer lekkers, maar zijn grote kracht is aardappelen en zijn zwakte betreft: de geïmporteerde producten, de prijs van de zaden, de bestrijdingsmiddelen, de sociale lasten, de salarissen van de werknemers en een hele reeks aan achterstallige rekeningen die je niet zomaar even wegschoffelt.

 

  
 
Déniz is een van de grote boeren in het middelhoge gebergte, “maar ik word

kleiner”, vanwege al deze factoren en door een landbouwjaar, dat eerder droger, dan nat was. Het afgelopen jaar heeft het nauwelijks geregend, legt hij uit, terwijl hij wat aarde loswoelt onder enkele tomatenplanten die verwijderd worden, om plaats te maken voor het aardappelseizoen. De vijf liter neerslag per m² die er op vrijdagochtend 15 november gevallen is, betekenen bitter weinig. Een ook niet de twaalf die bij elkaar opgeteld de afgelopen weken zijn gevallen: “de stuwmeren staan droog.”

Déniz produceert jaarlijks 400.000 kilo aardappelen. “Een ‘fabriek’ met een uitgave van €50.000,= aan zaden;  €40.000,= aan mest en alleen al €20.000,= aan water, zodat ik altijd aan het rekenen ben.” De man verzekert ‘oprecht’ dat hij pas weet wat hij verdient, “als er afgerekend wordt;” iets wat nooit in één keer gebeurt, waardoor hij ‘op de pof ‘ leeft en moet wachten tot men hem betaalt.

 
 
 
 
Op de loonlijst staan Erwin Hugo Felipe, Lino Ever Marañón en Salif Diambo, die al een aantal jaren bij hem werken. Die nu bijeen zijn voor het regelen van het dak van het huis, zegt hij lachend. Deze drie zijn de enigen die een vast salaris ontvangen. Maand, na maand, “warm of koud”. En ook de enigen die in vaste dienst zijn.

Martín staat om 6:00 uur op, ontbijt met zijn mannen en neemt ‘s middags afscheid van ze. Hij gaat nog door en het is ongeveer 22:00 uur als hij gaat slapen: “en in bed blijf ik werken, want ik droom van wat ik schuldig ben,” opnieuw tot aan 06:00 uur.
 
 

Als hij wakker wordt komt de andere puinhoop. “Men plant spruiten. Brengt ze naar de veiling, eerst tegen €0,30, dan tegen €0,40, vervolgens een beetje meer en als de prijs goed is druk je af bij wat je toestaat de kosten te dekken en een winst te maken met containers aan spruitjes, en als ze goedkoper verkocht worden, moeten we er met de tractor overheen.

“En als de Regering,” zegt hij “ nu niets doet, zodat de landbouwers en de importeurs kunnen samenleven, maken ze een eind aan de beroepsmatige landbouwers, “omdat het nieuwe gilde aan  boeren toeneemt, en zodoende een hoofdpijndossier vormen voor de ‘normale’ landbouwers. Zij zijn het, die naar de veiling  komen zonder etiketten, zonder gezondheidsgaranties; met twee, of drie kistjes, drukken de prijzen en keren stilletjes terug naar huis.

*fanegada
Een fanegada was oorspronkelijk een zaaimaat voor de hoeveelheid akkerland welke ingezaaid kon worden met één fanega (schepel) graan.
In 1801 is deze maat in heel Spanje wettelijk vastgesteld op ongeveer 6.425 m².

In Spanje waren nog drie andere, kleinere, fanegadas (schepels) in gebruik.
Een daarvan werd
aranzada, of arançada genoemd en werd gebruikt voor wijngaarden en voor akkers met haver en gerst = 400 vierkante estadeles (wat in Venezuela een lengtemaat is van 4.18 meter, ongeveer 3.57 yards).
In Valencia was een veel kleinere
fanegada gebruikelijk, ongeveer 962 m².

Voor de onderverdeling van deze maten en dit soort (ingewikkelde) maatverhoudingen in Zuid-Amerikaanse landen, kunt u een kijkje nemen op het internet bij Wikipedia: http://www.sizes.com/units/fanegada.htm
kleurlogoCanarias.png


Op Fuerteventura
geproduceerde partij olijfolie
 niet geschikt voor consumptie

De in het magazijn
van het
majorero Cabildo
in
Pozo Negro
opgeslagen olijven
zijn doorgedraaid

POZO NEGRO - vrijdag 15 november 2013 - De olijvenoogst op Fuerteventura heeft opnieuw te maken met tegenslag. Men heeft niet alleen de productie met ruim de helft zien verminderen, maar men heeft bovendien ontdekt, dat enkele van de partijen olijven die geperst zijn in het magazijn van de Granja Agrícola van Pozo Negro, eigendom van het Cabildo (Eilandbestuur) van Fuerteventura, niet geschikt zijn voor menselijke consumptie.  Men heeft een hoge mate van vergiftiging geconstateerd door behandeling met niet toegestane insectenbestrijdingsmiddelen voor dit soort cultivering.

Het Eilandministerie van Landbouw heeft een contra-expertise aangevraagd, om de genoemde resultaten te verifiëren. Anderzijds, heeft een groep tuinbouwers zich ontevreden getoond over de vertraging in de aflevering van olijfolie die geperst is met de door hen aangeleverde productie.

Aanlevering van olijven in de opslagruimte van het majorero Cabildo (Eilandbestuur van Fuerteventura ) op de Granja (Boerderij = landbouwschool) in Pozo Negro.

Bronnen binnen het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij, van het majorero Cabildo (Eilandbestuur van Fuerteventura) hebben op donderdag 14 november 2013 tegenover de persmedia bevestigd, dat er diverse partijen bestaan, zonder dat men er in  is geslaagd het exacte aantal aan te geven, zo wordt opgemerkt, “na de eerste analyse waarbij ontdekt is, dat deze niet goed zijn en waarom men opdracht heeft gegeven tot een nieuwe analyse van elke productie, om na te gaan welke tuinbouwers in gebreke zijn gebleven.”

Het is niet de eerste keer dat een dergelijk geval zich voordoet op de boerderij van het Cabildo (Eilandbestuur), want bij de eerste oogsten heeft men duizenden liters van de gezamenlijke olijfolie moeten doordraaien omdat deze waren aangetast door besmette olijven die de rest van de productie hebben aangetast. Na deze situatie heeft men besloten, de behandeling per partij te verrichten.

Een groep land- en tuinbouwers heeft het Cabildo (Eilandbestuur van Fuerteventura gekritiseerd vanwege de vertraging in de aflevering van olijfolie die vervaardigd is met de door hen aangeleverde olijven.
“We hebben deze in augustus 2013 aangeleverd bij de opslagruimte van Pozo Negro en drie maanden later weten we nog steeds niet, wanneer we die in de vorm van olijfolie kunnen ophalen. Onze verdenkingen zijn erop gebaseerd, dat er partijen olijven zijn aangeleverd die chemische problemen hebben, omdat men olijven behandelt met heel sterke bestrijdingsmiddelen die de vruchten beschadigen,” zo heeft een tuinbouwer opgemerkt, die liever anoniem wil blijven.

Vanuit het Eilandbestuur verzekert men, dat in de derde week van november 2013 de aangeleverde partijen olijven geperst zullen worden. Zoals te doen gebruikelijk, organiseert men in de vergaderzaal van de Granja ( Boerderij = landbouwschool) in Pozo Negro de uitreiking van de karaffen met de groene vloeistof, die leden van het Eilandbestuur overhandigen aan de producenten.

De land- en tuinbouwers eisen een betere controle op de aanklevering van de olijven bij de opslagruimte van het eiland, ”om dit soort problemen te voorkomen, zal men een analyse moeten verrichten, om de olijven die niet in orde zijn, niet te persen. Nu betalen we allemaal vanwege de onverantwoordelijkheid van enkelen. Dat is niet juist.”

Bovendien verlangt men, dat de veroorzakers van deze schade niet langer gebruik kunnen maken van de opslagruimte van het eiland, “omdat er rotte appelen zijn die uit de mand verwijderd moeten worden en in deze sector zijn er diverse.”

Markt
De op Fuerteventura geproduceerde olijfolie is een topproduct van allerhoogste kwaliteit, wat bijzondere plantaardige kenmerken biedt als buitengewoon levensmiddel. Aldus stellen specialisten in de olijventeelt vast, die zich zorgen maken in deze jaren van opleiding van de majorero landbouwers bij de diverse initiatieven welke in gang zijn gezet door het Cabildo (Eilandbestuur).

De Land- en tuinbouwers hebben ook gekritiseerd, “dat de vertraging in de aflevering van de olijfolie van deze oogst, ons heeft verhinderd, het product op de markt te brengen, met de daaraan verbonden financiële schade. Daarom, moet men alle maatregelen nemen, om dit soort toestanden te voorkomen.”
kleurlogoCanarias.png


Barista Kim
Buen Barista, Buen Café!”  

Een interview
met
Kim Ossenblok
“Een voortreffelijke barista = voortreffelijke koffie!”

AGAETE - maandag 11 november 2103 - Naar aanleiding van de aanwezigheid in Agaete van barista Kim Ossenblok op 7, 8, 9, en 10 november 2013 op de Finca ‘Los Castaños’, besteden we aandacht aan het interview wat Jorge López, een bekend culinair-journalist in Spanje, heeft gemaakt met deze in Barcelona gevestigde koffiekenner bij  uitstek, die als meester-barista niet alleen wereldwijd bekend en gelauwerd is, maar die ook een referentie is in de verspreiding van de koffiecultuur en die - zonder ook maar een moment, dat karakter uit het oog te verliezen - toch geheel zichzelf is gebleven: heel gewoon en vooral een goedlachse Vlaming. 

Op de internetpagina van Jorge López kunt u het interview nalezen in de taal waarin het is geschreven - het Spaans -  http://soygourmet.es/entrevista-conkim-ossenblok-barista-kim-buen-barista-buen-cafe/963/ en uiteraard hieronder, speciaal voor onze lezers door de redactie van ‘Gran Canaria actueel’  vertaald in het Nederlands, “Este es ‘El Barista’ Kim!!!” (“Dit is ‘de Barista’ Kim!!!”): www.baristakim.es



- VRAAG:
Waar komt uw voorliefde voor koffie vandaan?”

- ANTWOORD: “Voor het eerst heb ik kennis gemaakt met het concept van speciale koffies & barista’s in de koffieshop ‘Caffénation’ van een vriend in Antwerpen.
Na mijn komst naar Spanje, heb ik in diverse horecabedrijven gewerkt, waarbij ik me er rekenschap van heb gegeven, dat een beetje beter schoonmaken van de koffiezet-apparatuur en het maken van een betere opgeschuimde melk, men betere koffie verkrijgt.
De klanten merkten dit en het rechtstreekse gevolg was, dat de we in een paar maanden tijd de koffie-omzet verdubbeld hebben.
Vervolgens  heeft een grote koffiebrander me aangeboden, hun klanten te instrueren en nu, zes jaar later, heb ik mijn eigen koffie-laboratorium en opleidingscentrum in Barcelona.

 
http://www.baristakim.es
- V.:Welke moeilijkheden heeft u ondervonden op de weg naar uw carrière in de koffie?
- A.:  “Voor mij zijn de momenten van aanpassen op een nieuwe situatie moeilijk. Zo was het voor mij interessant onderricht te geven aan personen die aanvankelijk niet gemotiveerd waren en tot op de dag van vandaag te zien, dat sommigen verslaafd geraakt zijn aan de barista-wereld.

Het is moeilijk mensen te helpen die geen verandering , of verbetering willen; de uitdaging is, dat je  jouw oplossing zodanig presenteert, dat de barista meer wil weten; daarom begint elke opleiding met een ‘latte art’- show, als voorproefje op de cursus”
 
                                                               Arte latte.

- V.:
Wat mogen we verwachten van een goede espresso?

- A.:  “Over het algemeen is een goede koffie zonder gebreken in smaak, zoals een overdreven bitterheid, of zuurgraad. Een goede espresso moet zacht zijn zonder de noodzaak suiker, of melk toe te voegen. Dit is heel gemakkelijk te bereiken, als je elke onderdeel in acht neemt zoals: de herkomst van de koffiesoort, de smaak, de verpakking, het water, de maling, het onderhoud van de koffiezet-apparatuur en de barista-technieken. Dat lijkt veel, maar het is de sleutel tot het verkrijgen van een goede espresso!”

- V.:Waaraan is het te danken, dat gebrande koffie veel gedronken wordt door een groot publiek?”
- A.: “Ik hang de filosofie aan van praten over de positieve zaken in de koffie en dit product is voor mij niet zomaar koffie… maar…  ik ontken het bestaan ervan niet en ik weet, dat dit jarenlang een geldige optie was: maar nu is de tijd gekomen, om te praten over andere zaken…  ik wil graag vermelden, dat deze  smaak afkomstig is van consumenten; omdat die bitter is, naar verbrande gom en verbrand plastic ruikt… en dat zijn uiteraard niet bepaald de smaken die ons goed bevallen.”
 
                Kopi luwak-koffie.                                       Luwak = Civetkat.
- V.:
Wat is uw mening over de beroemde kopi luwak-koffie)? Wat geeft deze koffie ons die een andere koffie niet geeft? En is de prijs ervan gerechtvaardigd?” (zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kopi_Loewak)
.
- A.: “Dit soort koffie is een duidelijk voorbeeld, dat marketing met een verhaal functioneert, (glimlacht). Het oorspronkelijke idee is: dat de Kopi Luwak (Civetkat) de rode bessen uitzoekt, de boon eruit drukt en deze “verteerd” als een natuurlijk proces van deze in het wild levende dieren.
Het is begrijpelijk, dat men een dergelijk hoge prijs voor een koffie met zulke karakteristieke eigenschappen betaalt, maar dan niet vanwege de smaak, maar om de exclusiviteit.
De mens wil nu eenmaal graag geld verdienen en dit heeft de meeste koffieproducenten ertoe aangezet deze soort te fabriceren met dieren die in slechte omstandigheden leven. Het concept is te vergelijken met ‘legbatterijen voor kippen’ en met de manier waarop men ganzen voedert voor het verkrijgen van foie gras (vette lever). Dit zorgt ervoor, dat de koffie-industrie, eens te meer verstoord wordt door de perceptie en het imago van wat kwaliteitskoffie is.”

- V.:Wat beveelt u iemand uit de horeca aan die wil leren een goede espresso te bereiden?
- A.: “Vanmorgen heb ik de eerste koffie van de dag gedronken in een restaurant wat net de deuren had geopend, gisteren waren ze gesloten, en ze hadden geen besef van koffiezetten… ze gebruikten koffie die een, of twee dagen geleden gemalen was. Dit is hetzelfde als een biertje, of een mousserende wijn twee dagen open laten staan, waarvan men zich dan de smaak kan voorstellen. Daarom is het belangrijkste wat iemand uit de horeca moet leren… de koffiemolen goed in te regelen, de espressomachine schoon te maken en de eigen gezette koffie te proberen. Na enige tijd koffie geprobeerd te hebben, zal men weten wat men kan veranderen, als men wil. Deze wens zal komen vanuit de eigen ervaring en niet, “omdat men de beste koffiesoort ter wereld verkoopt, (glimlacht)”

- V.:Wat is de invloed op de omzet van een horeca-bedrijf van wel, of geen goede espresso?
- A.: “Heel belangrijk. Horeca is handel… daarom denk ik, dat - zonder veel geld te investeren -  de manier van werken en de kwaliteit kan verbeteren; plus, dat een goed evenwicht tussen product, machines en barista-gewoonten daaraan bijdraagt.

In een studie die is verricht door de online opleiding voor gastronomische marketing, staat goede koffie in de top tien van wat de klant het meest waardeert in een horecabedrijf. Betere koffie = meer tevreden klanten = meer omzet!”

http://www.baristakim.es
- V.:
Kunt u ons trucs aan de hand doen, om thuis een betere espresso te bereiden?

- A.: “Koop ongemalen koffie, met bonen die een officiële herkomstbenaming hebben, die niet lang geleden gebrand zijn; en investeer in een koffiemolen waarmee u  de mogelijkheid heeft, de grofheid  van het maalsel te bepalen.

- V.: “Hoe overtuigt u iemand die tot op heden nog geen gelegenheid heeft gehad een goede espresso te drinken?”
- A.: “Door ee koffiesoort te gebruiken met eigenschappen van een heel zachte karakter en speciale aroma’s zoals van rijp fruit, of bosvruchten… deze smaken bevallen iedereen! Het is niet moeilijk dergelijke koffie te kopen, maar als men deze koffiesoorten eenmaal geproefd heeft, wil men nooit iets anders meer!” Men hoeft niemand te overtuigen, speciale koffiesoorten overtuigen vanuit zichzelf door de smaak en de speciale aroma’s!”
 
                                                            Keurmeester Kim.
- V.:
Wat moet een consument vragen, om koffie te bereiden zoals u die voorschrijft?

- A.: “ Om thuis goede koffie te kunnen drinken moet men de plaatselijke koffiebrander vragen om vers geroosterde bonen, die een officiële herkomstbenaming hebben. In de horeca is dit ingewikkelder, omdat elk merk zijn eigen ‘premium’-collectie heeft.
Het probleem is, dat veel koffiemerken hun ‘hoge kwaliteit’ promoten, door te zeggen, dat dit 100% Abrabica is; maar binnen deze familie bestaan honderden kwaliteiten al naargelang de hoeveelheid onvolkomenheden van de variëteit.
Daarom spreekt men in de wereld van speciale koffie niet zozeer over merken, maar over soorten koffieplantages, producenten, hertkostbenamingen enz. Net als bij wijn, heeft elke producent zijn soorten voor de grote consumptie en de speciale die ambachtelijk geselecteerd en vervaardigd zijn  en met meer zorg behandeld worden, waarvan het resultaat aan aroma’s en smaken voor zich spreekt!
Helaas kan ik geen koffiemerk aanbevelen aan de koffieshop. Wat ik wel kan aanbevelen, is, dat men een koffie van de Arabica-variëteit koopt met een officiële herkomstbenaming… hoe meer details over de koffiesoort gegeven worden, hoe groter de kans, dat deze goed is.
Als het minder dan een maand geleden is, dat de hele bonen gebrand zijn, hoe beter het resultaat. Binnenkort zijn er meer mogelijkheden, om een goede koffie te kopen via het internet, omdat de barista’s in Spanje hun eigen micro-tostadores (koffiebranderijtjes) beginnen te krijgen; een tendens, die in de rest van wereld al heel populair is!”

- V.:Kunt u ons iets vertellen over uw volgende projecten?
- A.: “ Jawel. Wereldwijd hebben veel mensen er zin in, om meer te leren, naar cursussen te gaan en koffiebeurzen en congressen over koffie te bezoeken, maar niet iedereen heeft de tijd en de middelen om te reizen. Daarom organiseren wij op het Internet de eerste ‘Internationale Conferentie voor Koffieproducenten’.  Zo wil ik aan vakmensen in de hele wereld de kans bieden te leren van de beste conferentiegangers en koffiedeskundigen van het universum en…. met de mogelijkheid dit gratis bij te wonen.

In ben heel blij met de zin die alle vakmensen en koffieliefhebbers hebben, om de internetpagina www.barista.es te bezoeken Men kan er allerlei vragen stellen, want ik verheug mij erop hen te helpen een betere kop koffie te produceren.”

¡Buen Barista, Buen Café!” ( “Een voortreffelijke  barista = voortreffelijke koffie!”), aldus Kim http://www.baristakim.es .
kleurlogoCanarias.png


Barista’s
verzameld
op de
Finca ‘Los Castaños’
in de
Vallei van Agaete

AGAETE - zondag 10 november 2013 - Alvorens verslag te doen van een interessante middag koffie-voorlichting (jawel!) in Agaete, de enige plaats in Europa waar koffie geteeld wordt, leggen we eerst maar even uit wat een barista is.

Een barista is een vakman of -vrouw die zich toelegt op het bereiden van espresso en een aanverwante drank als cappuccino. De barista is als de kok in de keuken; hij/zij weet daarnaast vrijwel alles van de techniek van de espressomachine en de processen bij het bereiden van de espresso. Veelal worden ook  'Lattte art'-technieken beheerst (zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Barista).

 
Een deelnemer aan het World Barista Championship in 2006
Jaarlijks worden er wereldwijd diverse wedstrijden voor en door barista's georganiseerd: de Nationale Barista Kampioenschappen, de ‘Latte art’-kampioenschappen, de ‘Cuptasting’-kampioenschappen en ‘Coffee in Good Spirits’- kampioenschappen.

Tijdens een Nationale barista-wedstrijd bereidt de deelnemer vier espresso's, vier cappuccino's en vier koffiespecialiteiten. Voor het bereiden van deze drank krijgt de barista 15 minuten. Gelet wordt op technische beheersing van de machine, het maken van een perfecte drank en creativiteit (zie o.a. ook: http://www.baristacompany.com/koffie).

SCAE
Zoals gezegd is koffie de absolute basis van barista’s (koffie-fijnproevers). De oprichters van de SCAE (Specialty Coffee Association of Europe) (in het Spaans: Sociedad De Cafés Especiales de Europa, zie: http://www.scae.es) stonden aan de wieg van de ontwikkeling van top-koffie in o.a. Spanje. Passie, kennis en gastheerschap, daar kunt u de leden van de SCAE aan herkennen.

Koffie catering
Op elke door u gewenste locatie verzorgen deze gecertificeerde barista’s de koffie.

Zij bereiden espresso, cappuccino (voorzien van unieke ‘latte art-figuren) en andere koffiespecialiteiten voor uw gasten.

Workshops
Deze workshops zijn leuk, leerzaam en een absoluut onmisbare basis voor de thuis-barista, of beginnend barista.
In een 3 uur durende sessie krijgt u les van een gecertificeerde barista en leermeester.
U leert eerst de juiste procedures voor het afstellen van de machine en bonenmaler en voor het zetten van de beste espresso.
Daarna gaat u leren hoe men het perfecte melkschuim maakt en hoe men daar de melkvarianten van koffie mee bereidt.
Men is als cursist vooral veel aan het oefenen, heel interactief dus.

Trainingen voor personeel van koffiemerken, horeca bedrijven
Deze kunnen in de basis gelijk zijn aan de hierboven beschreven workshops.
Men verzorgt deze trainingen op de locaties waar het personeel werkzaam is.
Hierdoor kan men snel inventariseren wat het huidige niveau is kan men gezamenlijk de logistiek rondom de machine optimaliseren.
Gegarandeerd, dat er direct na afloop van de training kwalitatief veel betere koffie geschonken gaat worden!
Hierdoor zal men ervaren wat het met de gasten doet als men op deze manier met koffie bezig is.
Het neemt meestal niet meer dan een halve dag in beslag om deze basis neer te zetten.
 
          'Arte Latte'
                                                                                ↑ Axel Simon .↑

 
                       'Arte latte'

Masterclasses
Een boeiend vervolg, men duikt dieper in de wereld van koffie, leert smaken en herkomst van koffie te herkennen door te gaan ‘cuppen’, of men leert de beginselen van ‘latte art’: het vormen van unieke figuren in het melkschuim.





Open dag op FincaLos Castaños’ in Agaete

Wij bezochten op zaterdagmiddag 9 november 2013 de open dag op Finca ‘Los Castaños’ in San Pedro in de Vallei van de gelijknamige gemeente Agaete, een van de wijndruiventelers en sinaasappel- bananen- en koffieplantages die men kan aantreffen in deze vruchtbare vallei, die een van de mooiste barrancos (ravijnen) is op Gran Canaria, die voor de landbouw ook nog eens gezegend is met een geheel eigen, gunstig microklimaat.

Hier hebben we tijdens de eerste van de twee open dagen (op 9 en 10 november 2013) nader kennis gemaakt met o.a de eigenaren/beheerders van de Finca en met de barristas die afkomstig zijn van het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje):
 
- Don Severino, de eigenaar van Finca 'Los Castaños'.

De dochter van don Severino en haar echtgenoot Antonio, samen zijn zij  verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op Finca 'Los Castaños'.

                        VIDEOFILMPJE:
"Buen Barista - Buen Café":
http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=Uhb9sjQX0p4

 
- Kim Ossenblok,

een goedlachse Vlaming, die woont en als barista-instructeur werkt in Barcelona en die derde geworden is in de competitie ‘Mundo de Cata’ (‘Proeverijwereld’),
zie: www.baristakim.es

- Axel Simón,
afkomstig uit Bilsa Barakaldo (Baskenland) en ‘Sub-Kampioen Barista 2013’ van Spanje,

zie: www.baristakim.es



 - Honorio Garcia
barista in Vitoria-Gasteiz (Baskenland)
,
die zichzelf en zijn beroepsgenoten ‘micro-tostadores’ noemt,
zie: www.cafetaza.es).

- Junajo  Barquilla
een uit Baskenland afkomstige Sommelier de Té (Thee-sommelier),
zie binnenkort: www.infoaguaembrujada.com,
of neem contact met hem op via: 
info@aguaembrujada.com).

                                  De thee van  'Agua Embrujada'
Na op 7 en 8 november 2013 onderling ervaringen en kennis uitgewisseld te hebben tijdens het besloten tweedaagse symposium, dat gehouden werd op de Finca  ‘Los Castaños’, was het tijd voor de deelnemers aan dit seminar, om hun kennis met het grote publiek te delen tijdens de twee open dagen van deze finca in de Vallei van Agaete.  En uiteraard ook de cata (proeverij) in goede banen te leiden en toe te lichten, waarbij aan belangstelling geen gebrek was, en zelfs Nederlandse, Oostenrijkse en Roemeense toeristen acte de présence hebben gegeven.

www.ginomaccanti.com

Video-verslag
Op verzoek van de organisatie van dit meerdaags symposium heeft Gino Maccanti een videoreportage gemaakt met daarin o.a. interviews met zowel de barista’s als ook met bezoekers van de open dagen (zie: www.ginomaccanti.com).
En omdat foto’s meer zeggen, dan duizend woorden, plaatsen we hierbij een serie die de sfeer van deze aangename en leerzame middag op de Finca ‘Los Castaños’, de wijndruiven-, sinaasappel-, bananen- en koffieteelt, in de Vallei van Agaete goed weergeeft:
 
 

 
 
Dit echtpaar neemt een pakje koffie van 250 gram á raison van €15,= als origineel souvenir mee terug van vakantie naar Nederland; een gourmet-cadeautje voor hun thuisgbleven ouders in Tilburg.
  
 
 Aan het eind van de middag is het publiek -  tevreden over de voorlichting en over de diverse geproefde koffie-specialiteiten - huiswaarts gekeerd.

Kortom, een cata (proeverij) die voor herhaling vatbaar is.
kleurlogoCanarias.png


Open dagen
op
koffieplantage
'Los Castaños'
in
Agaete



kleurlogoCanarias.png


Koffieteelt breidt zich uit
naar
Guía

Een landbouwbedrijf zal
met de merknaam ‘Lupita’
binnen een jaar de eerste oogst binnenhalen
van de
7.000 koffiestruiken tussen de banenplanten

SANTA MARÍA DE GUÍA - zaterdag 9 november 2013 - De koffieteelt breidt zich uit naar Guía. Een landbouwbedrijf in de wijk La Atalaya verwacht binnen een jaar te kunnen beginnen met de productie voor de lokale markt met het merk ‘Lupita’, na de goede resultaten die men geboekt heeft met hun 7.000 koffiestruiken tussen bananenplanten.

Om inzicht te krijgen in de koffieteelt in de regio Gran Canaria hebben elf Zweedse uitwisselingsstudenten van het voorgezet onderwijs in Santa María de Guía op vrijdag 8 november 2013 een bezoek gebracht aan de boerderij ‘El Calvario’.

Agaete is het enige gebied in Europa met koffieproductie. Tot nu toe; want, een landbouwer in Guía is al twee jaar aan het proberen, zijn eigen merk te creëren, met de Caturra-soort*, waarvan hij verwacht die binnen een jaar op de markt te kunnen brengen, omdat de eerste proefnemingen al genomen zijn.
 
De landbouwer Óliver Reyes merkt op, dat men in principe aan het telen is tussen bananenplanten. Maar, dat als ze een grote hoeveelheid vruchten geven, hij plannen heeft meer ruimte te geven aan dit alternatief. Onder andere , om reden, dat hoewel men  vocht toedient,  de koffieplanten ook zon en eigen ruimte nodig hebben om te groeien.
 
“De start was moeilijk vanwege de heersende wind, maar we verwachten het komende jaar koffie voor de verkoop te hebben,” merkt Reyes op, die zegt, dat de merknaam waaronder zijn koffie verkocht zal worden Café Lupita is.

Reyes erkent, dat er belangstelling bestaat bij een ondernemer, om rechtstreeks de productie af te nemen, met het doel deze te branden en te verpakken.

Een groter volume dan Agaete
Het bedrijf heeft de teelt geconcentreerd op de boerderij ‘El Calvario de La Atalaya’ waar men een zaaibed heeft en 3.200 planten, hoewel men deze ook heeft verspreid over andere percelen in nabijgelegen gebieden, zoals Llanos de Parra. In het geheel, gaat het om 7.000 eenheden die volop in het rijpingsproces verkeren. Hoewel men zich niet waagt aan de verschillen met Agaete, merkt men in elk geval wel op, dat men in Guía een groter volume aan kilo’s zal oogsten, omdat de koffiebes veel groter is.
 

 
Ondertussen bezoekt een groep van 17-jarige leerlingen van de Väggaskilan-school uit de Zweedse stad Karlshamn op vrijdag 8 november 2013 deze met de aangrenzende terreinen 13.500 m² grote boerderij, waar men bananen en koffie teelt. Samen met hen zijn er elf jongeren van het IES Santa María de Guía (de School voor Voortgezet Onderwijs) en die in 2004 een reis zullen maken naar het Scandinavische land. Docente María Borrás, geboren in Catalonië en in 1965 geëmigreerd, merkt op, dat de etenstijden en de tafelgewoonten binnen het gezin sommige van de culturele verschillen zijn.

 
 

Het gewas koffie wordt gebruikelijkerwijs opgedeeld in 2 hoofdgewassen: Arabica en Robusta.
Bourbon

Dit gewas dankt zijn naam aan het Franse eiland Bourbon, het tegenwoordige Réunion, midden in de Indische Oceaan.
In het begin van de 18e eeuw hebben de Fransen hier de eerste koffieplant geplant, waarschijnlijk afkomstig van dezelfde plant die ze van de ‘Hollanders’ hadden gekregen. 
Ondanks geringe mutatie, bleek dit gewas veel smaak-technische overeenkomsten te hebben met de Typica variëteit, maar dan wel met een 20 tot30% hogere opbrengst. Hierdoor is dit in de late 19e eeuw verspreid door Brazilië en Latijns Amerika.
Ondanks deze verhoogde opbrengst behoort Bourbon nog steeds tot de zogenoemde "low yielding cultivars".
De bessen kunnen, afhankelijk van het sub-gewas, rood, oranje, of geel rijpen en zullen boontjes afleveren die redelijk klein zijn.
Smaaktechnisch staan ze hoog aangeschreven door hun goede balans en bijzonder evenwichtige zuren.

* Caturra
Caturra is een afgeleide van de Bourbon en is een soort die minder koffiebessen levert maar een veel betere kwaliteit heeft.
Deze Arabica-variatie vindt zijn oorsprong in Braziliaanse koffievelden en is een directe aftakking van het geliefde Bourbon gewas.
Caturra is, met een beperkte groeihoogte, ook een zogenaamd dwerggewas, dat wat betreft productie toch hoger scoort dan pappa Bourbon.
Tegenwoordig vinden we deze bessen vooral in Costa Rica, Colombia en Nicaragua. Belangrijk element van dit gewas is, dat naarmate de groeihoogte toeneemt de opbrengst daalt, maar de kwaliteit toeneemt. Zoek dus vooral uw heil in hoger groeiende Caturra ‘s. Caturra die op traditionele wijze is gewassen en gedroogd, is een heerlijke frisse, zomerse koffie met een complex karakter. Lekker fruitig en zacht, met zoete rode vruchten.
Een exclusieve koffie speciaal voor de ‘Roast’-liefhebbers.

Meer informatie over koffiesoorten treft u aan op http://www.dutchbaristacoffee.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=48&Itemid=53
kleurlogoCanarias.png


De enige koffieteelt in Europa
verzet zich
tegen
het verliezen
van
haar 200-jarige geschiedenis

AGAETE - zaterdag 9 november 2013 - Temperaturen die niet onder 18 graden Celsius komen, tropische omstandigheid en oogsten op ambachtelijke wijze, drukken een eigen stempel op hun koffie, maar dit is niet de Sierra Santa María in Colombia, noch Jamaica, dit is Agaete, in een kleine vallei op Gran Canaria die strijdt voor het bewaren van haar 200-jarige traditie als koffieplantage.

De koffie van Agaete, de enige koffie die verbouwt wordt in Europa is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de meest uitgelezen producten van de primaire sector in het Noordwesten van Gran Canaria en de grote etalage voor de acties van de Asociación para el Fomento y Desarrollo Agropecuario del Valle (Vereniging voor Agrarische Opleiding en Ontwikkeling van de Vallei).

               Koffiebonen plukken op een boerderij in de Vallei van Agaete.

De voorzitter van deze vereniging, Víctor Lugo Jorge, legt tegenover de persmedia uit, dat de Archipel en vooral, “dat de mensen de plant, het drogen van de bonen, het branden en het malen, kunnen leren kennen, doordat men van nabij het productieproces kan meemaken, tot aan het genieten van een goede kop koffie.”

              Víctor Lugo Jorge, wijn- en koffieproducent in de Vallei van Agaete.

Lugo Jorge stelt, ”dat Agaete de enige locatie in Europa is waar men koffie verbouwt en, dat dit mogelijk is, dankzij de speciale tropisch omstandigheden van ‘zijn vallei’, waar de thermometers nooit onder de 17 à 18 graden komen; een bevorderlijke temperatuur voor de koffieplanten.”

“De sleutel tot het verkrijgen van een koffie met zoveel kwaliteit is de gecondenseerde warmte van de vallei, het acclimatiseren van de plant en de omstandigheden van het terrein waar de koffieplanten omgeven zijn door sinaasappelplantages, avocadobomen en mango’s, naast andere tropische fruitsoorten. Hier telen we koffie op slechts 400 meter hoogte, terwijl ergens anders in de wereld 800 tot 1.300 meter nodig heeft,” zo benadrukt Lugo Jorge.

Hij voegt toe, dat Agaete al ruim twee eeuwen ervaring heeft in de teelt van koffie, maar sinds de late jaren zeventig, na het bereiken van de productie van 5000 kg, de agglomeratie probeert dit gewas te  herwaarderen met het tweeledige doel : een toeristische attractie voor Agaete en een extra inkomen voor de landbouwers.
 
Victor Lugo Jorge benadrukt de inzet en het werk van Agroagaete voor een koffie van "grote kwaliteit, een uitstekend 'gourmet'- product en 'delicatesse', waarin het aanbod in lijn ligt met de vraag."
 
Sinaasappelen, wijndruiven en koffie, Finca 'La Laja' is voor geen kleintje vervaard.
De huidige koffieproductie in Agaete ligt ronde de drie ton, maar het doel van de landbouwers is, om dit cijfer op korte termijn te verdubbelen zonder de ‘selectie en de kwaliteit’ uit het oog te verliezen, “omdat wij landbouwers steeds aan het kopje koffie denken.”

We willen, dat het eindresultaat een heel aromatische en aangename koffie is, eigen aan de soort die men in de Vallei teelt, het type Arabica, dat een aroma van chocolade, drop en fruit biedt, met een zeer lange afdronk, waarbij de smaak 30 tot 45 minuten blijft aanhouden in de mond,” zo benadrukt het bestuurslid van Agroagaete.

Lugo Jorge, die koffie teelt op zijn boerderij 'La Laja' , benadrukt, “dat de producenten ‘extra kwaliteit’ nastreven, opdat de consument de koffie van Agaete waardeert; en bovendien is deze standaard bedoeld, “om een cultuur te creëren welke vergelijkbaar is met die, welke in Spanje met wijn bestaat.”

Agroagaete werkt er ook voor, dat de koffie van Agaete een toeristische trekpleister is voor het gebied. “We zijn de enige koffieproducent in Europa en de noordelijke landen zijn wereldwijd de beste consumenten.” Zij zijn het van waaruit jaarlijks de meeste toeristen Gran Canaria bezoeken,” zo merkt Víctor Lugo Jorge op.

“We werken ervoor, dat onze bezoekers kunnen genieten van een uniek en typisch landschap van de eilanden; waarin men, naast koffie, een breed scala aan producten kan proeven,” zo merkt de voorzitter van Agroagete op.
kleurlogoCanarias.png


Slaaf van het land

SAN MATEO - donderdag 5 september 2013 - “Het werk op het land staat geen vakanties en geen vrije weekeinden toe,” legt Francisco Perdomo uit; in feite twijfelt hij er niet aan, ronduit te bevestigen, dat als de omstandigheden anders waren geweest en het leven hem dit mogelijk gemaakt zou hebben, hij zich aan iets anders gewijd zou hebben.

Waarschijnlijk om dezelfde reden, beweert deze eenvoudige man met een verweerd gezicht van het werken in de buitenlucht, dat hij niet wil, dat zijn kinderen - die hij nog niet heeft - de generatielange familienalatenschap van hem en zijn broers overnemen.
 “Ik zou wel willen, dat deze kennis maakten met wat het is, om op het land te werken, dat wel,” zo legt hij uit, “maar om zich aan de landbouw te wijden als middel van bestaan, is in werkelijkheid iets waar ik geen voorkeur aan heb gegeven.”


                                                   
Francisco Perdomo

Men hoort steeds weer zeggen hoe hard en opofferend het leven van de landbouwer is. Werken in weer en wind, warm of koud; de rug breken voor het verzorgen en oogsten van een gewas, dat verloren kan gaan door de grilligheid van hagel, regen en sterke wind. om vervolgens amper terug te verdienen wat men financieel geïnvesteerd heeft. Dit is allemaal waar.


Baron Pierre-Narcisse Guérin:
Morpheus en Iris.

Drie nachten in de week, als de meerderheid zich nog eens omdraait in de armen van Morfeo (Morpheus, zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Morpheus_%28mythologie%29), staat Paco om 01:00 uur op, na amper drie, of vier uur geslapen te hebben, om zijn handel naar Mercalaspalmas te brengen, waar hij probeert de grootst mogelijke hoeveelheid van zijn tuinbouwproducten te verkopen tegen de beste prijs; een onderneming, die anderzijds, niet gemakkelijk is, “omdat we met velen zijn die aanbiedingen doen van de dezelfde producten; en de prijzen die de grootwinkelbedrijven bepalen, worden steeds lager en verplichten ons deze ook te verlagen,” zo betreurd Paco.
1267016478-pag-117-publi-43-mercalaspalmas_large.jpg
Daardoor slagen de land- en tuinbouwers er soms niet in, hun handelswaar te verkopen en keren ze met een vrachtwagen vol naar huis terug, om het product door te draaien waarvoor ze zoveel inspanning en toewijding hebben geleverd die tenminste dient voor het te gelde maken van de volgende oogst. “En als dit gebeurt, dan is dat duidelijk heel teleurstellend,” legt de plattelandsbewoner met droefheid uit.

Veel later, bij het aanbreken van de ochtend, keert Paco terug naar zijn geboortedorp, San Mateo, waar hij een winkel beheert waarin hij probeert een deel van  wat hij oogst, te verkopen; aardappelen, sla, wortelen, kalebassen, prei en nog een hele hoop meer. Daar verblijft hij tot sluitingstijd, om 20:00 uur, met slechts een middagpauze waarin hij, na de  lunch. een paar uur probeert in te halen van zijn gemiste nachtrust. Daarna eet hij nog een lichte maaltijd en gaat naar bed.

Indien men Paco naar zijn vrije tijd vraagt, dan lacht hij ironisch. “Werken op het land staat geen vakantie, of vrij weekeinde toe. De oogst kent geen vrije dagen,” legt hij uit, “er zijn snel bederfelijke groenten en die kan men dan niet meer verkopen.”


Gevraagd ,of het nodig is, dat er tussenpersonen zijn, is het antwoord overtuigend. “in feite kan men die missen, want zij zijn het, die de zaken regelen en de handel bepalen. Bovendien zijn het de grootwinkelbedrijven die de producten werklelijk duurder maken met marges van wel 200%”

Voor Paco zou het een ideale wereld zijn, waarin de winst van de sector evenredig verdeeld is, “want als we allemaal dezelfde marge zouden hebben, daalt uiteindelijk ook de consumentenprijs.”
“Het is niet rechtvaardig, dat ik een krop sla verkoop voor twintig tot dertig eurocent en, dat de supermarkt dit doet voor een euro.”
kleurlogoCanarias.png


Landbouw
verdubbelt
de importbelasting
voor de
op Canarias
geïmporteerde
consumptieaardappelen

Het nieuwe accijnsvoorstel
verhoogt de belasting
op de geïmporteerde
tuberkelknollen
tot
10%

CANARISCHE EILANDEN - maandag 22 juli 2013 - Missie: bescherming van de lokale productie.  Het beleid van de Canarische Regering: verhoging van de importbelasting, waaronder men studeert op een verdubbeling - van 5 naar 10% - van de importbelasting op aardappelen, waarvan de consumptie op de Archipel is gestegen vanwege de crisis.

Waar voorheen de Archipel zelfvoorzienend was in dit gewas en zelfs een overschot had, is men begonnen met de import van dit gewas, maar nu beleeft men laagtij. Vandaar, dat de landbouwers de armen ten hemel heffen en om hulp schreeuwen van de Regering die in de vernieuwing van de Arbitrio a la Importación y Entrega de Mercancías (AIEM) (Accijnzen op Binnenkomende Goederen = Importbelasting ) de kans ziet, de primaire sector te redden; de Deelstaat ontvangt jaarlijks ongeveer 130 miljoen euro aan accijnzen.

  

De AIEM (importbelasting) is men - met voor- en tegenstanders - gaan toepassen in 2002, hoewel er voorheen in de jaren 1991-2001 een soortgelijke belasting was. Dankzij deze accijns, die rechtstreeks van invloed is op de prijzen van de boodschappenmand, incasseert de Deelstaat jaarlijks 130 miljoen euro.


Accijns.

Momenteel zijn er 115 accijnsgroepen. Het voorstel van de Canarische Regering is in  Brussel ingediend, met het voornemen van de Deelstaat, een accijnsverhoging van tussen de 5 en 10% door te voeren, waardoor in veel gevallen er een verdubbeling, of verdrievoudiging plaatsvindt van de oorspronkelijke accijns, bovendien wil men de nieuwe accijns gaan toepassen op in  totaal 141 goederen, dit is een toename met 26 artikelen.

 

´Chips´ en consumptie-ijs
In die lijn verhoogt men op verse, of diepvries-aardappelen uit het buitenland de accijns tot 10%, terwijl de nieuwe AIEM ook een accijns van 5% introduceert op  frites en aardappelschijfjes, inclusief gezouten en gekruide in hermetisch afgesloten verpakkingen, de bedoeld zijn voor onmiddellijke consumptie (chips).

Nieuw op de lijst is importbelasting van 5% op pinda’s; vers en diepvries geitenvlees, schoonheidsproducten, make-up en huidverzorging; meel van granen, anders dan tarwe; geroosterde amandelen en pistachenoten, druivensap (inclusief most) en ook 5% op rollen keukenpapier. Eveneens wil men de accijns op mineraalwater - met, of zonder prik - verhogen naar 10%, en tevens wil men de accijns naar 15% verhogen op o.a. de import van consumptie-ijs , uien, knoflook en prei, evenals op natuurlijke bouwsteen die bewerkt is en afkomstig uit andere gebieden.

Met deze wijziging van de AIEM (accijnsheffing) wil de Canarische Regering een herziening voor de bescherming van de industrie en productie, vooral van de landbouw - op de Eilanden, waarvan de belangen botsen met buitenlandse goederen. Vandaar, dat dit ten goede zal komen aan bijvoorbeeld de aardappeltelers, wijnboeren, uienkwekers en aan de steenhouwerij van Arucas. Hoewel dit met zich meebrengt, dat de prijzen de pan uitrijzen voor niet alleen de geïmporteerde productie, maar ook voor de eigen producten van de Eilanden, zo bevestigen diverse bronnen.


Papas del pais.
 

Maar, is die lokale productie voldoende voor de toeleveringsvoorziening van de Archipel?  De statistische gegevens laten zien van niet, het paradoxale geval is, dat van de tuberkels (aardappelen).  Op de Eilanden bereikte men in de jaren 70 het cultiveren van aardappelen op 20.000 hectare wat maakt, dat men de eilandbewoners kon bevoorraden en 30.000 toy 40.000 ton kon exporteren. In de afgelopen jaren is de oppervlakte afgenomen tot 3.858 hectare en geeft dit aan 15.000 personen werk (direct en indirect), men produceert 61.994 ton (51,37%) aan aardappelen, terwijl men 48,63% importeert, dit wil zeggen, 58.695 ton, aldus de meest recente gegevens van het Istac (Canarisch Bureau voor de Statistiek).


                                                                       Rafael Hernández.

Nu wil de omstandigheid, dat in Spanje, op Canarias de aardappelconsumptie per hoofd van de bevolking het hoogst is: 40 kilo per inwoner/per jaar. Een consumptie, die gestegen is door de crisis, “want het is een toevlucht-product en de basis voor alle gerechten die de eilandhuishoudens bereiden,” zo benadrukt de voorzitter van de Coordinadora de Organizaciones de Agricultores y Ganaderos (COAG) (Coördinator van Verengingen van Landbouwers en Veehouders), Rafael Hernández.
 De importen van aardappels vanuit Cyprus, het Verenigd Koninkrijk en Israël, schaden de verkoop van de lokale producten.


                                            Roberto Góiriz.

De voorzitter van de Asociación de Agricultores de Las Palmas (Asaja) (Landbouwvereniging van de Provincie Las Palmas), Roberto Góiriz, stelt, dat de AIEM (accijns), “een beschermende belasting is voor bepaalde traditionele producten.

“De aardappelen komen uit het buitenland tegen belachelijk lage prijzen, met een belastingtarief wat verwaarloosbaar is en men beschermt de lokale aardappel dus niet.” Zo merkt Góiriz op, wiens organisatie zich samen met de Asaja sterk maakt, voor het overbrengen van hun voorstel aan de Canarische Regering, om de AIEM (accijns) te actualiseren, die de primaire doet herleven.

De vertegenwoordiger van Asaja erkent, dat de lokale aardappelproducten nu niet voldoende is om te voldoen aan de interne vraag, op grond van de onbeschermde situatie. “Als men deze niet méér beschermt via de AIEM (accijns) dan blijft er geen hectare aardappel meer over op de Eilanden. Aanvankelijk zullen we niet iedereen kunnen voorzien, maar dit zal ertoe leiden, dat de landbouwers terugkeren naar de akkers en gaan aanplanten.” Zo overweegt Góiriz, die ervan overtuigd is, dat als men in Brussel de komende accijns zegent, dit de eerste stap zal zijn in het uitwissen van de berichten onder de burgers, dat 90% van wat wij consumeren, van buitenaf komt.”
kleurlogoCanarias.png


San Bartolomé
oogstt
ruim
240.000 kilo
abrikozen

Het goede weer
en
de vliegenbestrijdingscampagne
zijn dit jaar van invloed geweest
op
de grote oogst van dit fruit

SAN BARTOLOMÉ DE TIRAJANA - dinsdag 16 juli 2013 - De campaña del albaricoque (abrikozencampagne) van Tirajana 2013 is afgesloten met een goede oogst van ruim 240.000 kilo fruit, wat 20% meer is dan in 2012, vooral dankzij het gezegende klimaat, dat heeft bijgedragen aan de voortreffelijke rijping.

 In vergelijking met de oogst van 2012 is de abrikozenproductie van Tirajana overvloedig en van uitstekende kwaliteit dankzij drie weersomstandigheden:
- er zijn geen rukwinden geweest die het fruit van de bomen hebben gerukt,
- er was geen gebrek aan koude dagen in de winter,
- gedurende de lente hebben zich ook geen grote hittegolven voorgedaan die het fruit doen uitdrogen, of beschadigen.
asbrikizen_large.jpg

 “De abrikoos heeft het dit jaar goed gedaan, omdat ze veel koele uren heeft gehad gedurende de winter; iets, wat in jaren niet is voorgekomen toen de Coöperatie slecht 30.000 kilo oogstte; of, zoals het geval was in 2013, met slechts 60.000 kilo vanwege de sterke wind,” zo bevestigt de voorzitter van de Heredad de Aguas (het Waterschap) en tevens voorzitter van de Sociedad Cooperativa de la Zona Alta de San Bartolomé de Tirajana (Coöperatieve Maatschappij van het Hooggelegen Gebied San Bartolomé de Tirajana), Vicente Santana Sánchez.

 Alleen al de Landbouwcoöperatie oogstte 135.000 kilo, welke men verkoopt in klein kistjes van 3 kilo die beschikbaar zijn gesteld door het nutsbedrijf Gestión del Medio Rural (GMR, voorheen: Mercocanarias) van de Canarische Regering.

 De minister van landbouw, José Carlos Álamo, heeft benadrukt, dat naast het gunstige weer, “ook de goede zorg van de landbouwers tijden de fruitvliegjesbestrijdingscampagne van beslissende invloed is geweest op de kwaliteit en de grotere oogst,” welke het Ministerie van  landbouw sinds april 2013 heeft ontwikkeld op de plantages in het middelhoge gebergte.

Die campagne, waarbij 725 vliegenvallen zijn gedistribueerd, maakt onderdeel uit van de diverse acties die geprogrammeerd zijn door de Gemeente en het Eilandministerie van Landbouw, via haar Agencia de Extensión Agraria de Sardina (Agentschap voor Uitbreiding van de Landbouw van Sardina), voor het bevorderen van de abrikozenteelt in het middelhoge gebergte van de gemeente.

Dat programma omvatte in 2013 een specifieke promotiecampagne voor de diverse soorten abrikozen welke men produceert in de bergkom van Tirajana en het geven van diverse cursussen over snoei-systemen, plagen, ziekten, irrigatiesystemen en bemesting; inclusief het gebruik en de verwerking van dit fruit in levensmiddelen. Rest alleen nog een theorie- en praktijkcursus over het composteren van het snoeiafval van de abrikozen welke geprogrammeerd staat in de maand november 2013.

Bovendien omvat het bevorderingsprogramma voor dit fruit in Tirajana ook een experimentele studie op een finca (boerderij) in Manzanilla, over de aanpassing van het fruit in gebied van vier nieuwe soorten, wat zou kunnen resulteren in een interessant front voor de verkoop op het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje). Onder deze soorten bevinden zich de vroege Mogador, Colorado en Madison, waarvan men als studieobject een dertigtal exemplaren heeft aangeplant.

 De landbouwers in het middelhoge gebergte van de gemeente hebben op vrijdag 12 juli 2013 een samenkomst gehad in de vestiging van de Coöperatie voor het evalueren van de recente abrikozenoogst. Dit was tevens de gelegenheid, om opnieuw aan het Cabildo (Eilandbestuur) te vragen, dat men komend jaar doorgaat met de plantenverzorgingscampagnes en met de specifieke promotie van dit zo kenmerkende product van Tirajana.
kleurlogoCanarias.png 


Canarias
studeert
op
de toekomstperspectieven
van
gofio

Conferenties
op
Tenerife en Gran Canaria

CANARISCHE EILANDEN - zaterdag 15 juni 2013 - Het ministerie van Landbouw, Veeteelt, Visserij en Watervoorziening, van de Canarische Regering, organiseert via het Instituto Canario de Calidad Agroalimentaria (ICCA) (Canarische Instituut voor Voedselkwaliteit ) conferenties over Canarische gofio - geroosterd (maïs)meel - die zullen worden gehouden op 17 juni in Tacoronte (Tenerife) en op 18 juni 2013 in Arucas (Gran Canaria). 

Volgens de Canarische Regering zullen deze sessies - die kunnen rekenen op de medewerking van de Producentenvereniging - diverse stellingen bevatten over de positie en de perspectieven van de Indicación Geográfica Protegida (IGP) (Beschermde Geografische Aanduiding), praktische aspecten over de etikettering van dit product in overeenstemming met de huidige wetgeving, de gebruiksmogelijkheden van de lokale granen en hun verwerking, en de sensorische analyse van de gecertificeerde gofio’s.



De bijeenkomsten op Tenerife zullen plaatsvinden om 10:30 en 14:30 uur in de Escuela de Capacitación Agraria (Landbouwschool) van Tacoronte, die zullen eindigen met een ronde-tafelconferentie over de huidige situatie van de sector, welke geleid zal worden door de directeur van het ICCA, Alfonso J. López.

Dit initiatief is bedoeld voor alle beroepskrachten in  de sector en voor personen die geïnteresseerd zijn in de materie, zij die meer informatie willen, kunnen deze verkrijgen via het EMail-adres:
icca.cagpa@gobiernodecanarias.org

Dit Canarische product kan rekenen op een nationale bescherming die voorafgaat aan de Indicación Geográfica Protegida (IGP) (Beschermde Geografische Aanduiding) 'Gofio Canario',  wat betekent,  dat  deze een nationale onderscheiding zal genieten,  waarvan het dossier momenteel in  behandeling is bij de Europese Unie en, waarvan men binnenkort verwacht, dat die tot de definitieve registratie ervan zal overgaan.
kleurlogoCanarias.png


Aardappeloogst via SPAR-convenant
zal
ongeveer
200.000 kilo
gaan bedragen

GRAN CANARIA - zondag 26 mei 2013 - Eind juni 2013 zal men de eerste aardappels beginnen te oogsten die zijn voortgekomen uit de samenwerkingsovereenkomst welke is gesloten door SPAR Gran Canaria met de COA, Cosecha Directa, UCONPA en de Ministeries van Landbouw van de Canarische Regering en het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria.

In de periode eind juni tot eind augustus 2013 zal men ongeveer 200.000 kilo aardappels oogsten van de 1.400 kilo aan pootaardappels die door de SPAR-supermarktketen aan de landbouwers ter beschikking zijn gesteld.


De eerste resultaten van de 'SPAR-aardappelen' (Lady Balfour-soort) op Gran Canaria.

De presentatie van de beschikbaarstelling van 1.400 kilo pootaardappelen, op woensdag 30 januari 2013.

In totaal verwachten de landbouwers tussen de 150.000 en 200.000 kilo aardappels te kunnen produceren, waarvan de SPAR-keten heeft toegezegd deze te zullen verkopen in de 150 supermarkten van de CENCOSU-Groep op het eiland Gran Canaria.



Sinds de SPAR de 1.400 kilo pootaardappels van de soort ‘Lady Balfour’ ter beschikking heeft gesteld aan de 15 landbouwers die deelnemen aan dit convenant - al naar gelang de capaciteit van hun akkerland, die verdeeld is over 11 gemeenten van het Eiland - hebben technici van de COAG de teelt gevolgd en gecontroleerd; met het doel, dat het productieproces adequaat zal zijn en, om zich te oriënteren op de diverse aspecten van sommige landbouwers.

Met deze overeenkomst streeft SPAR Gran Canaria naar bevordering van de productie en verkoop van de lokale kwaliteitsaardappel, bovendien houdt deze impuls in de ondersteuning van de lokale producenten het creëren van 60 aan de landbouw gerelateerde arbeidsplaatsen in.

Naast het financieren van de pootaardappel voor de oogst van de landbouwers, heeft men de gegarandeerde verkoop van de productie toegezegd, die bij deze eerste partij pootaardappelen tussen de 150.000 en 200.000 kilo aan consumptieaardappelen zal opleveren, met de belofte de productiekosten van de landbouwers op zich te nemen, zonder de marktprijs aan te geven op het moment van verkoop in de SPAR-supermarkten.
9adesco-asoc-econom-a-social-y-comunitariag_large.jpg
Een ander opmerkelijk aspect van deze overeenkomst is, dat sommige landbouwers die aan het project deelnemen, behoren tot de vereniging ADESCO, wat wil zeggen, dat zij werkloos waren en nu, met de inbreng van de pootaardappelen door SPAR, een start maken binnen te treden  in de wereld van de landbouw, in  de sector die is aanbevolen door deskundigen op dit gebied.
kleurlogoCanarias.png


15 miljoen euro
aan landbouwsubsidie
over de balk gegooid

GRAN CANARIA - maandag 20 mei 2013 - De vier voorzieningen waarin op Gran Canaria bijna 15 miljoen euro aan landbouwsubsidie is geïnvesteerd, liggen er momenteel onbenut bij. Gesloten wegens onvoltooid, nutteloos, of buiten werking, de meeste als persoonlijke inzet van achtereenvolgende presidenten van het Cabildo (Eilandbestuur), of hun landbouwadviseurs. Dure projecten, die voor onbepaalde tijd stilliggen.

De meest dure, gesubsidieerde installatie voor de landbouw die gesloten is, betreft de tweede fase van de desalinizadora (ontziltingsinstallatie) met de naam ‘Roque Prieto II’ voor de bevloeiing van het akkerland van Guía, waarin men 8 miljoen euro subsidie heeft gestoken voor een dagelijkse productie van 5.000m³ en waar in het afgelopen lustrum tot op de dag van vandaag geen druppel ontzilt water is geproduceerd. Het beheer ervan is door de Canarische Regering toegekend aan het Gemeentebestuur van Santa María de Guía, maar het Consejo Insular de Aguas (CIA) (Waterschap) eiste de redding ervan op, en heeft deze installatie overhandigd aan het Cabildo, dat interesse had deze installatie in gebruik te nemen.


                                       Bodega Insular van San Mateo.

Meer dan de helft van deze landbouwsubsidie, ongeveer 4,2 miljoen euro, is opgegaan aan de Bodega Insular van San Mateo. Een industriehal van drie verdiepingen, die minder dan een jaar geopend is geweest. Deze aanvankelijk aan Vinigran toegekende installatie is in september 2005 geopend en in 2006 buiten werking gesteld vanwege het lekken van water in de rijpende wijn. Sindsdien is de bodega gesloten en is de machinerie zwaar verroest. Al jaren kondigt men ‘de komende winter’ het waterdicht maken van het dak aan, maar de zaak staat er renteloos bij en blijft buiten gebruik. Het gemeentebestuur van San Mateo heeft het beheer ervan gevraagd, om er een waterbottelarij in te beginnen en een kaasmakerij, maar het Cabildo (Eilandbestuur) ziet deze transactie niet duidelijk zitten.


Opening in maart 2011 van de veevoederfabriek in Los Coralillos.
Als derde op de ranglijst van de landbouwsubsidiebegroting die in het geheel niet benut is, prijkt de veevoederfabriek van Los Corralillos; een project, dat gepresenteerd is voor de verkiezingen van 2011 als de installatie die het voer voor het vee op het eiland goedkoper zou maken. Kosten 4,5 miljoen euro maar er is nog geen korrel uit gekomen. Deze veevoederfabriek staat naast het fokcentrum van baifos (geiten), dat het Cabildo daar begonnen is te bouwen in 2002 voor €885.000,= en dat nooit is afgebouwd.


Casa del Vino in Santa Brígida.

Casa del Vino eind zomer 2012: opening proeflokaal/restaurant.

‘Faraonisch’
Met het Casa del Vino in Santa Brígida en het Casa del Queso in Santa María de Guía, beide door het Cabildo (Eilandbestuur) gefinancierd ter ondersteuning van de landbouw op het eiland - en dagelijks geopend zijnde - voorlichtingscentra/musea is het op en af gegaan

Het Casa del Vino stond op het punt gesloten te worden tijdens het vorige regeringsmandaat maar het aan het eind van de zomer 2012 geopende proeflokaal/restaurant heeft de activiteit doen herleven.


Casa del Queso, in Montaña Alta -  Santa María de Guía.

Het Casa del Queso, in Montaña Alta, heeft men onlangs heropend na enkele onderhouds- en kleine renovatiewerkzaamheden. Het heeft ruim acht jaar gekost, om het te realiseren en er is bijna een miljoen euro in geïnvesteerd.


Francisco Miguel Santana Melián.

De minister van Landbouw, Veeteelt, Visserij en Waterbeheer, Francisco Santana, van het Cabildo (Eilandbestuur) heeft laten weten, “bezorgd te zijn, dat er zoveel inactieve openbare voorzieningen zijn,” en heeft toegezegd “deze rendsbel te maken voordat men andere, faraonische (megalomane) investeringen meent te moeten doen.”
kleurlogoCanarias.png


Abrikozenteelt:
San Bartolomé
start
bestrijding fruitvliegplaag

SAN BARTOLOMÉ DE TIRAJANA - donderdag 18 april 2013- De fruitvlieg (Ceratitis capitata), die oorspronkelijk uit West-Afrika komt, is de plaag in een gematigd tropisch klimaat die het gevaarlijkst is voor abrikozenteelt. De wormen tasten het fruit aan, ze eten het vruchtvlees, bevuilen de vrucht veroorzaken rotting. De Gemeente en het Cabildo (Eilandbestuur) hebben 725 vliegenvallen gedistribueerd in het kader van het actieprogramma, om de teelt van deze vrucht te versterken.

Met het doel dit fruit te redden, zijn de Gemeente San Bartolomé de Tirajana en het Cabildo (Eilandbestuur) een bestrijdingscampagne begonnen tijdens het rijpingsproces van dit fruit, op het moment dat men met de oogst gaat beginnen.
13079614564df5e8707c0a8_large.jpg

In totaal heeft men 725 vliegenvallen en landbouwbestrijdingsmiddelen gedistribueerd bij een vijftigtal fruittelers. De verdeling heeft plaatsgevonden op de vestiging van de Landbouwcoöperatie van Tirajana, met ongeveer 40 vliegenvallen per hectare abrikozenbomen.


De fruittelers zullen de vliegenvallen uit de bomen verwijderen, om deze schoon te maken en te bewaren voor de volgende campagne eind juni, wat samenvalt met het einde van de oogstperiode.

De wethouder van Landbouw, José Carlos Álamo, laat weten in een communiqué, dat het gekozen systeem voor deze campagne die ‘captura masiva’ (‘massale vangst’) is genoemd, bestaat uit het op de abrikozenboerderijen installeren van een serie vliegenvallen die voorzien zijn van lokvoedsel.

 

“Dit systeem, samen met het gebruik van landbouwbestrijdingsmiddelen maakt een effectieve bestrijding van de plaag mogelijk en zorgt voor een aanzienlijke beperking van de aantasting van het fruit,” aldus de wethouder.

Promotie van de teelt
Deze campagne vindt plaats in het kader van een actieprogramma, dat de Gemeente en het Cabildo (Eilandbestuur) een jaar geleden hebben opgestart voor de promotie van de abrikozenteelt van Tirajana, waarmee de gemeente verandert in de grootste producent van dit fruit op de Archipel

Het abrikozen- areaal in Tirajana is ongeveer 200.000 m2, en levert een productie op van ongeveer 300.000 kilo abrikozen per jaar, vooral voor consumptie op het eiland Gran Canaria en ook export van deze verse vruchten naar de overige Eilanden.
kleurlogoCanarias.png


Tuinbouwers
in La Aldea
maken Rivero verwijten
vanwege
de Roemeense kwestie

LA ALDEA - zondag 17maart 2013 - Men verdedigt het contracteren van werknemers uit Oost-Europa, door te zeggen, dat Canario’s niet in de land- en tuinbouw willen werken. Men beschuldigt de burgemeester ervan de president te bedriegen.

Een harde reactie van een van de belangrijkste Canarische tomatencoöperaties, Coagrisan, na enkele uitlatingen van de president van de Canarische Regering, Paulino Rivero, waarin hij het betreurt, dat de plannen voor de ontwikkeling van de landbouw ertoe leiden, dat werkgevers in La Aldea Roemenen contracteren.


Tomatenkassen in La Aldea.

In een vlammend communiqué heeft de voorzitter van Coagrisan, Juan José del Pino, de uitlatingen van de Canarische president afgedaan als vals en demagogisch die bijdragen aan de bevooroordeelde informatie die verstrekt wordt door de burgemeester van La Aldea, José Miguel Rodríguez, die door de coöperatie ervan beschuldigd wordt, “gegevens over de werkgelegenheid in de land- en tuinbuow te vervalsen,” met het risico, “een heel gevaarlijke spiraal te veroorzaken.”
004084621_large.jpg

Coagrisan herinnert eraan, “dat men in 2003, vanwege de weigering van de Canario’s, om in de land- en tuinbouw te werken vanwege de hausse in de bouwsector, men naar Roemenië en Polen is gegaan, om er arbeidskrachten te zoeken voor het binnenhalen van de oogst, met de zegen van de Canarische autoriteiten van Arbeidszaken, na vastgesteld te hebben, in een massale peiling, dat de plaatselijke werklozen weigerden dit werk te doen.”


Sinds 2006, “met de stabilisatie van het personeel dat nodig is," wanneer de coöperatie in La Aldea, "geen spoor van bitterheid heeft bij  de beslissing over het inhuren van arbeid in het dorp,” is men doorgegaan met  het afsluiten van arbeidscontracten en uiteraard heeft men ook de Roemenen - die burgers zijn van de Europese Unie - in dienst gehouden. “Velen van hen,” zo benadrukt Coagrisan “behoren tot het dorp en vormen gemengde gezinnen met Canarische personen.”
425_large.jpg
Volgens de door Coagrisan aangeleverde gegevens telt deze coöperatie 747 medewerkers. Van de 140 rechtstreekse arbeidskrachten van de firma, is 5% buitenlander en, van de werknemers van de coöperatie-leden is 65% Spanjaard en de overige 35% bestaat uit andere nationaliteiten.

Juan José del Pino herinnert de Canarische president en de burgemeester van La Aldea eraan, “dat men in deze sector de welvaart  vanonze economie genereert,” en, “dat de Canarische tomatensector een van de weinige activiteiten is, die de export handhaven.” Vandaar, dat Del Pino eist, “dat de sector onmiddellijk verschoond zal zijn van dit valse debat en deze gevaarlijke discussie.”
4366891895-6b80e981df-z2_large.jpg

In haar verklaring nodigt Coagrisan president Rivero uit, “om de subsidies te betalen die zijn vervat  in het Plan Estratégico del Tomate van de jaren 2010, 2011 en 2012”,  en “ voor het bereiken van hulpmiddelen op het gebied van compensatie in het transport zoals dit is gepubliceerd in de staatscouranten en te strijden voor een verhoging van deze compensatie, totdat dit  aandeel  overeenkomt met 70%.”

'Vreemdelingenhaat'
Ook levert men een behoorlijke dosis kritiek op de burgemeester van La Aldea, die door Coagrisan rechtstreeks verantwoordelijk wordt gehouden voor de gevolgen die deze valse en onverantwoordelijke uitspraken - die neigen naar vreemdelingenhaat - met zich mee kunnen brengen.

Tegelijkertijd verlangt men zijn aanwezigheid in een vergadering met de land- en tuinbouwers, om hen deze verklaringen van Rivero te duiden, die volgens hun oordeel zijn gefundeerd op foute gegevens die door de burgemeester van La Aldea zijn verstrekt.
kleurlogoCanarias.png


Waterniveau
in de stuwmeren
op Gran Canaria

Met de storm
is
ruim 134 miljoen liter water
in de stuwmeren gekomen

GRAN CANARIA - woensdag 6 maart 2013 - In een opzicht brengt de storm ook iets positiefs. De neerslag die gevallen is op Gran Canaria gedurende zondag 3 een maandag 4maart 2013 heeft een totale bijdrage geleverd aan het waterniveau in de grootste stuwmeren van het eiland; waar, volgens de gegevens van het Consejo Insular de Aguas (Waterschap) van het Cabildo (Eilandbestuur) de Gran Canaria, ruim 134 miljoen liter water is bijgekomen, vooral in de grootste stuwmeren in de zuidelijke kom.

De gegevens, hoewel niet spectaculair, geven reden tot optimisme en veronderstellen een kleine adempauze te zijn voor de land- en tuinbouwers, die sinds 2010 te kampen hebben met ernstige droogte: De Grancanarische stuwmeren blijven echter onder de 20% en minder.”


Het waterniveau in de stuwmeren op Gran Canaria.

Tot aan zondag 3 maart 2013 was dit percentage teruggelopen tot een povere 17%, hoewel het instromen vanuit de bergen, de barranco-beddingen in, ervoor gezorgd heeft dat er op dinsdag 5 maart 29013 een bescheiden 19% genoteerd kon worden.

Zo staan de zaken ervoor, vanwege de neerslag als gevolg van het overtrekken van de storm, die - op weg naar het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje) en die op dinsdag 5 en woensdag 6 maart 2013 hier een daar een buitje regen kan veroorzaken - in de tien belangrijkste stuwmeren ongeveer 15 miljoen m³ regen heeft achtergelaten. Gegevens over de stuwmeren Cueva de las Niñas,

Tirajana en Chamoriscán, samen met die van nog een tiental kleinere stuwmeren, waren op dinsdag 5 maart 2013 nog niet in het bezit van het Cabildo, vandaar, dat deze niet zijn opgenomen in het bovenstaande overzichtskaartje.

De wand van Soria wordt ‘vochtig’
Per instroom heeft - tijdens deze dagen van onstandvastig weer en met sterke windvlagen - het stuwmeer Chira er het meeste water bijgekregen met een instroom van 415.169 m³ in amper 48 uur. Met deze bijdrage staat de waterspiegel op de damwand anderhalve meter hoger en is het volume van de inhoud toegenomen tot 48%.
Het stuwmeer van Soria, mijn zijn spectaculaire 120 meter hoge stuwdam heeft 397.541 m³ erbij gekregen, wat zich laat vertalen in een niveau van 19%.

Aardappeloogst
Ook de stuwmeren Gambuesa, Ayagaures, Fataga, El Mulato, Candelaria en Vaquero hebben ook een beter aanzien gekregen. In totaal is er in deze acht stuwmeren bijna 210 liter water gevloeid, wat neerkomt op 32.772 uur water, dat naar de behoorlijk door droogte geteisterde agrarische sector sijpelt waar in de zomer van 2012 - na zes hittegolven - 40% van de aardappeloogst verloren is gegaan.

€0,47 per m³ 
Na verkoop van dit opgeslagen water zou het Cabildo  een bedrag kunnen ontvangen in de orde van grootte van €600.000,= omdat de publieksprijs al jarenlang  onveranderlijk op €0,47 per m³  (1.000 liter) staat. “Dit, met het doel de primaire sector te ondersteunen, ondanks, dat dit ons  jaarlijks een  tekort oplevert van twee miljoen euro, die we dekken met eigen overheidsmiddelen,” zo heeft de eilandminister, Francisco Santana, uitgelegd op dinsdag 5 maart 2013.

Het Waterschap is er ook in geslaagd nieuwe volumes aan instroom te ontdekken in Siberio, met 135.443 m³ meer en in Paralillo, waar een kleine 32.157 m³ zijn bijgekomen. Het beeld wat deze beide stuwmeren in het Grancanarische landschap vertonen is, dat van een discrete 63% in het ene en een schamele 10% in het andere.

Privé eigendom
Tot op dinsdag 5 maart 2013 was bij het Cabildo nog niet bekend, wat de effecten van de storm zijn geweest op stuwmeren zoals Caidero de la Niña, Cueva de las Niñas, Lugarejos, Las Hoyas, Los Pérez, Las Garzas, Tirajana, La Umbría, Satautejo, Aríñez, Lechucilla, Chamoriscán, Los Hornos, Antona, Lomo Gordo en Lomo Perera. " Die zijn privaat bezit en er zijn Waterschappen en boeren die niet meten en anderen die ons niet hebben kunnen bereiken,” zo laat een woordvoerder van het Eilandbestuur weten.

In elk geval was het beeld wat ze tot 26 februari 2013 vertoonden armzalig. Het beste aanzien boden de stuwmeren van Lugarejos en Los Pérez, waarin meer dan 600.0000 m³ water is opgeslagen, maar dit cijfer is nog geen 40% van hun capaciteit. Slechter zijn La Umbría en Satautejo er aan toe (1%).

€40,= per uur
Het stuwmeer van Cueva de las Niñas, een icoon voor veel Canario’s, bevatte tot een week geleden, slechts 7%. Twee jaar geleden - in maart 2011 - bevatte het eiland 44 miljoen liter in stuwmeren opgeslagen water; momenteel is dit amper 15 miljoen liter. Het water dat  uit de private stuwmeren komt heeft  in het middelhoge gebergte en in het Noorden van Gran Canaria een verkoopprijs bereikt van €40,= per uur.
kleurlogoCanarias.png


De tomaat
verliest terrein
in
het Verenigd Koninkrijk
en

Nederland,
maar wint veld
in
Zweden

De Canarische banaan
stelt zijn aanval
op de Duitse markt
uit
en
richt zich op
de Spaanse markt

CANARISCHE EILANDEN - dinsdag 26 februari 2013 - De Canarische tomaat verliest terrein op zijn traditionele markten in het buitenland, het Verenigd Koninkrijk en Nederland, vanwege een verminderde oogst en de concurrentie met Marokko. De tomatentelers hebben echter de recente publiciteitscampagnes benut, om terrein te winnen in Zweden en zich te vestigen op een strategische markt, die de Scandinavische is.

De plátano (Canarische banaan) echter heeft de recente pogingen, om verkocht te worden op de Duitse markt, niet kunnen bestendigen; desondanks hebben beide producten een belangrijke rol gespeeld tijdens de editie van de ‘Fruit Logistica 2013’. De Archipel heeft in Berlijn – op de belangrijkste internationale beurs voor versproducten - geprobeerd de subsidiekortingen te compenseren met de buitenlandse distributie van hun producten.


Rivero (links) op de ‘Fruit Logística 2013’ die gehouden is in Berlijn.

Volgens studie van de Canarische Regering, heeft de tomatensector te kampen gehad met de recente slechte weersomstandigheden (sterke wind en kou) en daardoor de rekening gepresenteerd gekregen. Bovendien is in een decennium de tuinbouwgrond op de Eilanden teruggelopen van 3.200 tot 1.200 hectare, terwijl Marokko geprofiteerd heeft van de akkoorden welke men met de Europese Unie heeft gesloten voor het op de markt brengen van hun productie.
Zo is de Canarische export - becijferd op 95,5 miljoen euro in 2008 - teruggelopen tot 51 miljoen euro in 2011.

Roberto Góiriz, voorzitter van de Asociación Agraria de Jóvenes Agricultores de Las Palmas (Asaja) (Landbouwvereniging van Jonge Landbouwers in de Provincie Las Palmas) heeft bevestigd, dat men 2012 heeft afgesloten met eenzelfde productie. Góiriz betreurt de “herhaaldelijke overtredingen’ van Marokko wat betreft de contingenten en prijzen welke men heeft toegekend voor de tomatenverkoop binnen de Europese Unie. Dit is ook aangeklaagd door Gabriel Mato, afvaardigde van de Partido Popular in het Europarlement, de rapporteur van het opnieuw goedgekeurde Programa de Opciones Específicas por la Lejanía y la Insularidad (Posei) (Programma voor Specifieke Opties vanwege de Afgelegenheid en het Eilandwezen ). De regelgeving  omvat, als belangrijke nieuwigheid waaraan de landbouwers op de eilanden zich vastklampen, de evaluatie van de uitwerking welke de bereikte akkoorden met derde landen kunnen hebben op de ultra-perifere regio’s zoals Canaria

Nieuwe markten
Zeker is, dat de Canarische tomaat 50% van zijn waarde in het transport naar de havens van Southampton in het Verenigd Koninkrijk en Rotterdam in Nederland heeft verloren.
In de afgelopen jaren heeft de sector zich echter sterk gemaakt, om ruimte op nieuwe Centraal Europese markten te winnen, in de Oostbloklanden en vooral, in Scandinavië.
Op de laatstgenoemde bestemming heeft men sinds het begin van de Eeuw belangrijke campagnes ondernomen. De voorlaatste, in 2011, is gehouden door ICA, de belangrijkste levensmiddelen-distributeur in Zweden, en door Ewerman, een van de grootste fruit-importeurs in het gehele gebied.

Sinds 2004 is de omzet van de tomaat van de Archipel op de Zweedse markt met 63% toegenomen, aldus de gegevens die het Ministerie van Landbouw, van de Canarische Regering, hanteert.

Een recente campagne, voor 2012 en 2013, is nu in gevaar. De overheidsinstelling  ICEX (España Exportación e Inversiones) heeft aangekondigd €40.000,= niet te zullen bijdragen van een eerder overeengekomen bijdrage van €80.000. Ondanks, dat organisaties zoals Proexa en de producenten zelf al €70.000,= hebben bijgedragen aan het initiatief, dat men als onhaalbaar beschouwt als men deze korting toepast.

In dit verband heeft de Canarische Regering aangekondigd, dat men het strategische plan voor de tomaat zal hervatten wat men in 2009 heeft goedgekeurd, “om de gestelde doelen bij de tijd te houden,” namelijk: een concentratie van het aanbod te bereiken, de promotie van het imago van het product en de verhoging van de overheidssteun.
De president van de Canarische Regering, Paulino Rivero, heeft in Berlijn tijdens de ‘’Fruit Logistica 2013’ - waar de Canarische producenten al 20 jaar vertegenwoordigd zijn - verklaard, “dat de primaire sector ruimte heeft, om te groeien op de Eilanden.” En hij herhaalde zijn belofte, “van de Spaanse Staat te eisen, dat men het transport tot aan Cádiz voor de volle 100% subsidieert.”

Uitgerekend het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje) neemt 90% af van de plátano-productie op de Archipel, die op de markt van de stierenvechters een marktaandeel heeft van 65%

De Asociación de Organizaciones de Productores de Plátanos de Canarias (Asprocan) (Associatie van Organisaties van Bananenproducenten op de Canarische Eilanden) heeft 2012 afgesloten met 371.400 ton aan verkochte bananen, 7,2% minder dan in 2011, hoewel de omzet (300 miljoen euro) is gedaald met 9%.
kaisers-tengelmann_large.jpg

De banentelers hebben in het afgelopen boekjaar geprobeerd zich te vestigen op een gecompliceerde bestemming, de Duitse markt -  op de gemeentelijke markten van Berlijn en Keulen, maar ook via de  warenhuizen Karstadt, Kaufhof en de keten Kaiser’s Tengelmann. Maar logistieke problemen - transport een rijping - hebben het initiatief doen mislukken. Bovendien heeft ICEX €500.000,= aan toegezegde steun ingetrokken.


Banaan versus plátano
Santiago Rodríguez, de voorzitter van Asprocan, heeft tijdens de ‘Fruit Logística 2013’ toegegeven; “dat men het moeilijk heeft, om een gaatje te zoeken in Duitsland, waar het publiek gewend is aan het uiterlijk van de banaan en ons product (de plátano) niet kent.”

 

 


Rodríguez heeft hier aan toegevoegd, “wij zullen de Duitse markt niet afwijzen, maar we moeten de fouten die we gemaakt hebben analyseren, om het opnieuw te proberen.” Dat zal veel later zijn.
De woordvoerder van de banantekers heeft opgemerkt, “we kunnen daar geen grote hoeveelheden verkopen, omdat we de markt op het Peninsula niet kunnen onttrekken, die heeft onze prioriteit,”

Bovendien kunnen we niet op de subsidie van de Staat rekenen, “omdat men bij ICEX zegt, dat er geen geld is,” bevestigt Rodríguez. De lokale markt is meer stabiel: “de Canari@ is een grote consument,” zo verzekert de voorzitter van Asprocan, om een publiek te prijzen, dat bijna 10% van de productie consumeert. In vergelijking met de plátano en de tomaat zeggen de landbouwers zelf, dat de export van komkommers dit jaar is verbeterd.
dfgrfg1_large.jpg

De voorzitter van de Asociación de Organizaciones de Productores de Plátanos de Canarias (Asprocan), Santiago Rodríguez, kwalificeert het gebruik van het grafisch symbool (logo) van de ultra perifere regio’s van de Europese Unie op de plátano die men vanaf de Eilanden exporteert  als: “van vitaal belang”.
platano-y-banana_large.jpg

Rodríguez benadrukt dat men met dit kwaliteitszegel een erkenning bereikt van de kwaliteit van het product, tegenover de concurrentie: de bananen welke men importeert vanuit de niet lidstaten. De Canarische plátano onderscheidt zich op de winkelschappen van de andere lidstaten, net zoals men dit nastreeft voor de tomaat.
De sector is volop bezig met de invoering van wat men noemt de Indicación Geográfica Protegida (IGP) (beschermde herkomstaanduiding). Dit is het merk voor het ultraperifere product van de Unie, met inachtneming van alle kwaliteitseisen.  
Het gebruik van deze  onderscheidende tekens op de levensmiddelen wordt door de producenten zelf beschouwd als een toets waardoor de consument ermee vertrouwt raakt in wat men hem/haar verkoopt.
De belangrijkste Canarische landbouwproducten staan in deze zin voorop.

‘De belangrijkste concurrent van de Canarische tomaat bevindt zich vooral in Almería’
Domingo Peñate is een van de directeuren van Anaco Greeve (Poeldijk), een van de maatschappijen die de import beheert van Canarische tomaten in Nederland en de omliggende landen. Gevraagd naar wie de grootste concurrent is van de Canarische tomaat, antwoordt hij, dat dit het Peninsula (Schiereiland = het vasteland van Spanje ) is.

Iedereen spreek over Marokko, maar in werkelijkheid is het, het Peninsula, dat de prijzen bepaalt, vooral de afslag op de veiling in Almería. De kopers kijken daar, of het hen meer, of minder kost, om naar de ene, of de andere markt te gaan.

Het hangt ook af van de klanten. De Scandinavische landen en een deel van Duitsland hebben hun vaste klanten die niets anders dan Canarische tomaten willen. Maar de landen in Oost Europa kijken meer naar de prijs…



Domingo Peñate, bij Anaco Greeve in Poeldijk (Nederland).
De Canarische tomaat onderscheidt zich als een kwaliteitsproduct, maar vooral ook door de smaak. Dat is het grote verschil. Daarom verlangt men in sommige supermarkten alleen maar Canarische tomaten.

De belangrijkste marken op het Continent zij de Scandinavische landen en Duitsland. Vooral het Zuiden van Spanje concurreert met de Canarische tomaat. Marokko is goed vertegenwoordigd in Duitsland, maar is ook weer niet een zo grote concurrent.
21-agosto-2012-17-02-00-tomates-detalle-media_large.jpg

Canarias heeft de afgelopen twee, drie jaar een goede productie gehad, omdat het echt niet geregend heeft tijdens de oogst en Marokko blijft problemen houden met de kwaliteit.
292276-1g_large.jpg
Het is waar, dat de  sector behoorlijk klaagt over de Marokkanen, die zich niet houden aan de met door de Europese Unie overeengekomen quota, maar het grootste negatieve effect voor Canarias is en blijft het Península.
img-11045_large-1.jpg

Ik geloof niet, dat de promotiecampagnes in de Scandinavische landen veel effect hebben gesorteerd, als ik het eerlijk moet zeggen. Iedereen heeft daar al jarenlang zijn klanten en zijn supermarkten. Zeker is wel, dat veel bedrijven die zich bezig houden met de import van de Canarische tomaat zijn verdwenen, er zijn er slechts weinig overgebleven.

Bij het binnenkomen in de Oostelijke landen is de prijs van belang en men concurreert er bijvoorbeeld met de tomaat uit Turkije.
Er zijn enkele maanden, dat men er binnen kan komen, maar men moet bedenken, dat het transport vanuit Canarias vijf dagen duurt, en dat dit vaak nog vijf dagen extra vraagt. Men moet vragen als rijping en logistiek in overweging nemen, hoewel de mensen blijven denken, dat we werken als machines…

Het is behoorlijk moeilijk, om toegang tot Rusland te krijgen, maar men kan het proberen met de aangrenzende landen, zoals Belarus en Polen. Er is vraag naar tomaten, hoewel men erg op de prijs let. Soms is men bereid iets meer voor de Canarische te betalen, maar niet veel.
Als het in het Oosten maar een beetje koud wordt is er niet veel consumptie, we spreken dan van temperaturen van min15 graden. In die periode verkoopt men geen enkele tomaat. Als we een rechtstreekse verbinding hadden, zouden we ze alleen maar opstapelen op de havenpier.

Engeland blijft voor Canarias de belangrijkste markt, het publiek en de supermarkten zijn gewend aan dit product en daar zal men dan ook niet veel verliezen.

Over het algemeen consumeert het publiek overal hetzelfde, in de salade, of gewoon zo. Men zegt, dat elk land een voorkeur voor de kleur heeft. Duitsland wil meer rode tomaten, de Spanjaarden zien ze liever wat groener en de Scandinaviërs willen meer oranje. Elke locatie heeft zo zijn voorkeur, dat geldt ook voor de afmetingen.

ESYRCE: Onderzoek naar Land- en Tuinbouwgebieden en Gewasopbrengsten in Spanje
Sinds 2008 heeft Canarias 26 % van de tuinbouwgrond voor tomaten verloren en 31% van de akkers voor de teelt van papas (aardappelen). Aldus de gegevens van de Encuesta sobre Superficies y Rendimientos de Cultivos en España (ESYRCE) van het Ministerie van Landbouw.

Het onderzoek waarbij men observaties op locatie heeft verricht zonder de landbouwers te raadplegen, onthult, dat de cultuur waar men in 2012 de meeste grond aan besteedt op de Eilanden de plátano was, met10.268,87 hectare, ofwel 0,76%.

Na de plátano is de meeste landbouwgrond  besteedt aan de wijngaarden, met 8.379,92 hectare,  wat 329,24 minder is, dan vijf jaar geleden, ofwel een afname met 3,78%.

Dan volgt in 2012 de aardappelteelt met 3.375,71 hectare op de Eilanden, wat1.562,44 hectare minder is dan 2008 (-31,63 %); en de tomaat, met 1.820,11 hectare, 643,01 minder (-26,10 %)

Andere gewassen
Zo is de teelt van andere gewassen toegenomen, zoals de avocado die van 844,57 naar 1.092,46 hectare is gegaan (+29,35 %); de sinaasappel van 544,93 naar 1.023,15 hectare (+78,03 %); de mango van  288,81 naar 400,31 hectare (+38,60 %); en het kweken van sierbloemen van 313,51 naar 471,69 hectare (+50,45 %).

Vooral de teeltt van amandelen is met de factor 52 toegenomen, van 7,96 naar 416,43 hectare; en de olijvenproductie is bijna met de factor 14 toegenomen, van 7,58 naar 104,03 hectare.

Minder braakliggende land- en tuinbouwgronden
De gegevens uit het onderzoek van het Ministerie van Landbouw laten zien, dat sinds het begin van de crisis vijf jaar geleden, de oppervlakte van braakliggende land- en tuinbouwgrond op Canarias met bijna de helft is afgenomen van 4114.2 hectare in 2008 naar 251,09 in 2012 (-39,37 %).
kleurlogoCanarias.png 


Verkoop
Canarische bananen
ondanks crisis
met
7% toegenomen

CANARISCHE EILANDEN - dinsdag 5 februari 2013 - Ondanks de economische crisis is de verkoop van plátanos (Canarische bananen) in 2012 toegenomen met 7,2% (van 346.400 ton in 2011, naar 371.400 ton in 2012). Hoewel in het afgelopen jaar de verkoop is toegenomen, is er toch minder geld verdiend.

Het aantal verkochte en geëxporteerde bananen nam weliswaar toe, maar de omzet is met 9% gedaald tot ongeveer 300 miljoen euro. Met andere woorden, er zijn meer Canarische bananen verkocht maar de prijs daarvan is gedaald. De Spanjaarden geven over het algemeen de voorkeur aan de Canarische banaan boven de voordeliger in aanschaf zijnde bananen uit Zuid-Amerikaanse landen.


                                   Voor hem voorlopig nog geen ontslag!

                                  Bananenplantages in Arucas (Gran Canaria).
De hogere productie heeft er gelukkig voor gezorgd, dat er in de bananensector geen banen verloren zijn gegaan en, dat ruim 15.000 werknemers hun werk hebben kunnen behouden.
kleurlogoCanarias.png


De tomaat, in het getuigenbakje
Oorlog: zowel intern, evenals tegen de controle van de Staat

TENERIFE - maandag 4 februari 2013 - De Tinerfense tomatenkwekers strijden in de Rechtbank tegen de dreiging tot terugbetaling van 8,5 miljoen euro vanwege veronderstelde fraude in het ontvangen van communautaire transportsubsidies.

De Tinerfense tomaat zet zijn toekomst op het spel in het getuigenbankje van de Rechtbank. Onlangs heeft in Las Palmas de Gran Canaria het mondelinge getuigenverhoor plaatsgevonden voor het Tribunal Superior de Justicia de Canarias (TSJC) (Gerechtshof), waarbij vertegenwoordigers van de sector op Tenerife hun ongenoegen hebben geuit over de order van het Ministerie van Fomento (Ontwikkeling), die hen verplicht 8,5 miljoen euro aan - over het jaar 2002 - ontvangen transportsubsidies terug te betalen.
aceto_large.jpg
De voorzitter van de Asociación de Cosecheros del Tomate (Aceto) (Tomatenkwekersvereniging), Domingo Mendoza, zou om verdaging hebben gevraagd, omdat twee getuigen verklaringen kunnen afleggen die hij van groot belang acht voor de verdediging van hun belangen. Het argument van de landbouwers is gebaseerd op het feit, dat de Staat een misrekening heeft gemaakt door geen rekening te houden met de specifieke eigenschappen van dit gewas en het transport.

Daartoe nodigt men de technicus uit die het rapport van het Ministerie van Fomento heeft opgesteld, waarin men opmerkt, dat er een kloof is tussen de ontvangen subsidie en de werkelijke prijs. Tijdens het verhoor zou men kunnen aantonen, dat de taxateur de details van dit gewas niet kent. “Hij zou niet weten hoe men het transport moet verrichten, hij zou gegevens van een rederij gehanteerd hebben die niets met ons te maken heeft omdat die gebrek aan laadruimte heeft en tenslotte heeft hij sommige van zijn conclusies van het internet geplukt.”

Ook Pedro Suárez, vertegenwoordiger van de zogenoemde ‘gelegenheidsrederijen’ was door de tomatenkwekers als getuige opgeroepen. De voornaamste argumenten van de tomatenkwekers, om het  rapport van Fomento te weerleggen, richten zich op het aantonen, dat de cijfers voor het berekenen van de transportkosten genomen zijn van dit soort scheepsvervoer en niet van die van de lijndiensten, welke men gebruikt heeft gedurende het grootste deel van de campagne.

Zo maakt men gebruik van eerstgenoemde schepen als deze op tijd met een bepaalde capaciteit de eilanden passeren en die voordeliger blijken te zijn, de laatstgenoemden moeten perfect geschikt zijn en zijn duurder.
images363_large.jpg

Volgens de berekeningen van Fomento kost het transport van een kilo tomaten vanaf de eilanden naar Cádiz €0,07 terwijl het transporteren van een kilo tomaten vanaf Canarias naar Rotterdam €0,08  kost steeds als men gelegenheidsschepen gebruikt.

Maar volgens Mendoza zijn  deze prijzen geheel irreëel en bovendien heeft men tijdens het grootste del van de campagnes schepen gebruikt die perfect zijn ingericht voor dit transport en zodoende zijn de kisten  twee keer zo hoog als die, welke door de taxateur zijn geschat.

“Wij moeten een gecompliceerde logistiek op gang brengen en kunnen ons niet gedurende de gehele campagne richten op gelegenheidsschepen. Dit soort rederijen kan ons alleen van dienst zijn aan het begin en aan het eind van het seizoen. En we kunnen alleen over ze beschikken als ze tijdig de eilanden passeren en ons laten weten, dat ze over laadruimte beschikken,” zo geeft Mendoza aan.

Naast de strijd tegen de Staat, ziet de sector zich ook verplicht een interne oorlog aan te gaan. Momenteel hebben slechts 14 van de 34 bedrijven die in 2002 subsidie hebben ontvangen, de crisis overleefd. Maar de 4 tomatenkwekerijen die nog steeds bestaan, zien zich echter verplicht 8,5 miljoen euro terug te moeten geven.

Daarom voert men vanuit de Aceto nog een andere strijd, opdat iedereen die destijds subsidie heeft ontvangen, dit geld moet terugbetalen, als de rechtbank daartoe besluit. Het meest opmerkelijke is, dat het Ministerie van Financiën exact weet wie de subsidies hebben ontvangen en wie niet, daarom begrijpen wij niet, waarom men het volledige gewicht van het terug te vorderen bedrag probeert te laten rusten op de schouders van slechts enkelen. Op dinsdag 5 februari 2013 presenteren de Tinerfense tomatenkwekers hun conclusies op schrift aan het TSJC en dan rest hen alleen nog, het oordeel van de Rechtbank af te wachten.
fedex_large.jpg
Tot nu toe heeft deze sector zowel die op Tenerife, evenals die op Gran  Canaria, nul op rekest gekregen. Asceto en de Federación de Exportadores Hortofrutículas de Las Palmas (Fedex) (Federatie van Groenten- en Fruitexporteurs in de Provincie Las Palmas)  hebben zich tot het Gerechtshof gewend met de vraag, dat men uit voorzorg de betaling wil stilleggen van de 8,5 miljoen euro die Tenerife moet terugbetalen en de 14 miljoen die Gran  Canaria verschuldigd is - hoewel de vonnissen, inclusief rente, spreken van respectievelijk 6 en 11 miljoen - totdat er een oordeel zal zijn; maar, het antwoord is ronduit nee geweest.

In het geval van de Fedex heeft het TSJC al een ander vonnis geveld, waarin men de procedures tot terugbetaling voor recht verklaart. Fomento is onvermurwbaar als men wijst op o.a. de lacunes in het laden en lossen en de huurprijzen van de schepen. Bovendien voert men ook als bewijs aan, aldus een eerder vonnis van het TSJC, “van het niet aangeven van de kortingen tussen Canarias en Cádiz; het meegeven met vracht die als bestemming landen heeft van buiten de Europese Unie (EU), alsof het vervoer zou betreffen naar het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje) en het aangeven van een lager aantal kilogrammen, dan wat er werkelijk is getransporteerd, wat de gemiddelde kostprijs per kilo tomaat, of komkommer, verhoogt.

Volgens het TSJC zijn de onregelmatigheden aan het licht gekomen, omdat de rederij van beide verenigingen geen facturen had overlegd met specificaties van de diverse diensten, wat deze ontkennen, door op te merken, dat men hen daar zelfs niet om gevraagd heeft, of niet heeft willen raadplegen.
kleurlogoCanarias.png


 

De vendimia (wijnoogst)
van 2012
is
met 8%
toegenomen

Het totaal aan geoogste druiven
in
San Bartolomé de Tirajana
bedraagt

63.260 kilo

SAN BARTOLOMÉ DE TIRAJANA - zondag 2 december 2012 - De viticultores (wijnverbouwers) van San Bartolomé de Tirajana zijn er in 2012 in geslaagd, de wijnoogst met 8% te verhogen, zo staat te lezen in een rapport, waarvoor de gegevens zijn aangeleverd door de Consejo Regulador de la Denominación de Origen de Gran Canaria (Raad van Toezicht op de herkomstbenaming ‘Gran Canaria’), voor wat betreft de Denominación de Origen (DO) van dit gedeelte van het eiland.

Eren studie van dit orgaan laat zien, dat de druivenproductie in San Bartolomé de Tirajana 60.260 kilo bedraagt, waarbij de 3.000 kilo aan druiven moet worden opgeteld, die niet bestemd zijn voor wijnen met de DO. Waardoor het totaal aantal geoogste druiven 63.260 kilo heeft bedragen (ongeveer 32.068 aan witte druiven en 31.192 aan blauwe druiven).

Dit komt neer op een toename van 8% ten opzichte van de vendimia (wijnoogst) van 2011; dit, ondanks de vermindering van de productie op diverse boerderijen in de gemeente, de hittegolven in het voorjaar en in de zomer, evenals de droogte. Dat verlies heeft zich echter gecompenseerd gezien door het in gebruik nemen van nieuwe plantages op sommige percelen.

Gezien de staat van gezondheid waarin deze verkeren, is de kwaliteit van de druiven goed, ten gevolge van het droge weer, waardoor er nagenoeg geen ziektes zijn opgetreden in de druivencultuur. Momenteel is, na San Mateo, de gemeente San Bartolomé de Tirajana de grootste druivenproducent op Gran Canaria.
kleurlogoCanarias.png


De water-rekenkunde

ARUCAS - zaterdag 1 december 2012 - De verdeling van de waterstromen door het Waterschap van Arucas en Firgas geschiedde tot op de milliliter nauwkeurig via een kanalisatie-systeem, dat uniek is in de wereld. De Heredad de Aguas de Arucas y Firgas (het Waterschap van Arucas en Firgas), dat dezer dagen het 100-jarig bestaan viert van het oorspronkelijke kantoorpand, heeft met een waterleidingnetwerk van ruim 70 kilometer, een nog curieuzer bezit, dan deze vestiging.

Kort na de Conquista (Verovering door de Spanjaarden) is men begonnen met de aanleg ervan, met een tiental diepe putten en galerijen en, vooral, een immateriële rijkdom aan hogere rekenkunde en fysica, die tegenwoordig nog steeds vertegenwoordigd zijn in hun beroemde cantoneras (hoekige verdeelputten); in het jaar 1800 geperfectioneerd, voor de distributie van enorme stromen water onder hun 24 oorspronkelijke eigenaren, met een tot op de millimeter nauwkeurig, gekalibreerde precisie.

Een foto uit het eerste decennium van de vorige Eeuw, met het grote acequia (irrigatiekanaal) van Cerillo en de Heredad op de achtergrond.

“Al het  water, dat vanaf de bergtoppen naar zee vloeit, werd tegengehouden en van koers veranderd voor het vruchtbaar maken van het land langs de kust en, wat teveel was liep af in zee…” zo vatte de kroniekschrijver Teodoro Rosales het in 1977 samen, het proce waarmee men tussen Arucas en Firgas een nog steeds wonderbaarlijk systeem van sloten, putten, tunnels, waterbassins en cantoneras (hoekige verdeelputten) heeft aangelegd, om te voldoen aan het  mandaat van de Reyes Católicos (het Katholieke Koningspaar) uit het jaar 1480, voor de verdeling van land en water onder hun  manschappen van de Conquista.

Uit naam van de heredamientos de agua (waterschappen), ving men de waterstromen op die van bijna het hoogste punt op het Eiland kwamen in Los Moriscos en het gehele middelhoge gebergte, leidde dit om en distribueerde het via de meer dan 70 kilometer aan irrigatiekanalen, leidingen en tunnels tot aan San Andrés, in Arucas, tot aan de kust van Moya in het westen en Tamaraceite in het oosten.

 
 

Het is een werk van eeuwen, dat begon met de irrigatiekanalen van aarde en stenen, om vernietigd te worden in het zogenoemde Año del Temporal (Jaar van de Storm),  toen op 6 en 7 december 1826  een modderstroom alles meesleurde, sindsdien heeft men jaar na jaar de irrigatiekanalen opnieuw aangelegd, maar nu met metselwerk, zoals men dit heden ten dage kent en, men ging ze perfectioneren, door een waar leidingnetwerk aan te leggen, dat alle boerderijen afzonderlijk bereikte van de in aantal toenemende herederos (‘erfgenamen’, hier gebezigd als: waterverbruikers).

“En voor de bevloeiing van de landerijen trok men sloten en richels, maakte men almatriches (geulen/irrigatiekanalen/) voor het bevloeien van land van droge steen; zo sterk, dat ze nu voor het grootste deel nog steeds bestaan,” zo vertelt Pedro Agustín del Castillo in 1739.

Pedro Santiago Henríquez is de algemene manager (watergraaf) van de Heredad de Aguas de Arucas y Firgas, die dezer dagen het 100-jarig bestaan van het pand viert waarin het zo karakteristieke hoofdkantoor is gevestigd. Santiago beschrijft de mechanica van het verdelen van waterhoeveelheden als “zuivere rekenkunde”, via een uniek systeem wat nergens anders op de Archipel, “noch in de wereld” bestaat en wat zich manifesteert in de rigoureuze precisie van de cantoneras die hier, in de Heredad, tot op de millimeter plaatsvindt, tegenover elders waar, men dit tot op de centimeter doet.

 
 

“Het is zelfs zo,” aldus benadrukt Pedro, dat men in het examen Bouwkunde, het bouwen van een cantonera eist, om te kunnen promoveren.” Nog steeds herinnert hij zich - en die staat op het punt om terug te keren -  een specialist van de Universiteit van Oxford, waarvan hij zich alleen nog weet te herinneren, dat hij Bryan heet, “die maandenlang het systeem heeft bestudeerd vanwege zijn proefschrift, om te concluderen, dat hij nog nooit iets soortgelijks heeft gezien.”

 

Om het proces - dat uit 1800 dateert - uit te leggen heeft men een schoolbord nodig; maar in grote lijnen, gaat het om het verdelen van water onder de 24 oorspronkelijke eigenaren. De cantonera madre (moeder-verdeelput) heeft aldus 24 inlaten voor 24 azadas (de hoeveelheid water die gedurende een bepaalde tijd via een in hoogte verstelbare opening van vaste breedte in een cantonera komt). Deze azada noemt men dula, dit wil zeggen, een turno (beurt). Van daaruit slaat men aan het rekenen: “Elke azada”, zo merkt Santiago op, “heeft een inlaat van 25 millimeter, die - als deze gedurende 12 uur open staat - 166.08 liter geeft. Niets meer en niets minder. Dat staat als een paal boven water,” zo concludeert hij.


De galería en cantonrea van La Colomba.

Bij dit verhaal vergeet men de kleine details, die eigen zijn aan de opwinding over de  de irrigatie, maar die van een complexiteit zijn, als gevolg van het wantrouwen -  zo niet van een woedeaanval -  wat zich voordoet onder de diverse eigenaren door de eigen gevoeligheden, van wie het beste deel krijgt; een puinhoop, die meer dan een alcalde de aguas (watergraaf) te verduren heeft gehad, zo noemt men hen die de macht hebben, om te stoppen en zelfs hen te beboeten die zich bezig houden met het omleiden van waterstromen naar de eigen tuin. Aan dit voortdurende gekissebis dankt men zelfs het uurwerk wat men heeft aangebracht in de kerk die er stond, voor die van de huidige Juan Bautista (Johannes de Doper), “om het zipizape (gekibbel) te vermijden, dat zelfs bedreigend kon worden als het erop aankwam, dat iedereen de tijd toegemeten kreeg die hem geschikt leek.

 Met dit officiële uurwerk vestigde men de juiste tijd die de millimeterverdeling van de cantonera regelde, wat zelfs zo lang duurde, dat de voormalige kerk meer geschikt was voor de sloop, dan voor missen. “Zo is Francisco Gourié in 1906 overeengekomen, om het uurwerk aan te brengen op een windmolen, zodat Arucas niet zonder tijd kwam te zitten. En misschien zonder mensen.”
kleurlogoCanarias.png


15.000 gezinnen in het Zuiden
leven
van de
tomaat
en de
komkommer

GRAN CANARIA - zondag 11 november 2012 - De tomaten- en de komkommerplantages van Gran  Canaria liggen in het zuiden van het Eiland, waar 15.000 gezinnen leven van de tuinbouw  die het afgelopen jaar 155.000 ton aan product heeft geëxporteerd naar Europa, aldus Roberto Góiriz, de woordvoerder van de Federación Provincial de Asociaciones de Exportadores de Productos Hortofrutícolas de Las Palmas (Fedex) (Federatie van Verenigingen  van Producenten en Exporteurs van Tuinbouwproducten in de provincie Las Palmas).

Góiriz heeft uitgelegd, dat de afgelopen campagne de prijzen heel grillig waren vanwege de concurrentie van de Marokkaanse tomaat; een probleem, dat breed is uitgemeten door de sector die door blijft gaan zonder er een echte oplossing voor te hebben.
img-11045_large.jpg

Tot mei 2012, toen het seizoen eindigde, is  er147.000 ton tomaten en 18.000 ton komkommers naar het Verenigd Koninkrijk en naar Nederland gegaan.

Het huidige seizoen is begonnen met het eerste schip naar het Verenigd Koninkrijk en, hoewel men 60 hectare minder heeft aangeplant, dan in het seizoen 2011-2012, verwacht de sector, dat als de weersomstandigheden niet tegenwerken en er geen virussen opdoemen, men eenzelfde productie kan behalen als in het vorige seizoen, of zelfs meer, “hoewel dit niet te voorspellen is en men moet wachten  tot het eind van de campagne,” zo bevestigt Góiriz.

In totaal heeft men 700 hectare aan tomaten en 80 hectare aan komkommers aangeplant in de gemeenten Santa Lucía, San Bartolomé de Tirajana en La Aldea.

 
De woordvoerder van de
Federación Provincial de Asociaciones de Exportadores de Productos Hortofrutícolas de Las Palmas, Roberto Goiriz.

"Een ander probleem van de sector," zo gaat Góiriz verder, "is de bezuiniging op de Rijksbegroting, want het afgelopen jaar heeft men de subsidie met de helft verminderd, tot 20 miljoen Euro, maar dit jaar komt daar nog eens een korting bovenop van 2 miljoen euro," hoewel men momenteel met de Partido Popular (PP) in onderhandeling is, om hetzelfde subsidiebedrag te handhaven als in 2011 via de omleiding van twee miljoen euro die waren voorzien voor de trein.

Daar komt dan nog het schrappen van de  bedragen uit de Programas de Opciones Específicas por la lejanía y la Insularidad (POSEI)  (Speciaalv ingestelde Programma’s met Afgestemde Maatregelen op het Afgelegen en Insulaire Karakter) die  medegefinancierd worden door de Spaanse Regering en door de Canarische Regering. Het vooruitzicht was, dat deze subsidie vanaf 2009 trapsgewijze zou worden afgebouwd; het jaar, waarin men  een subsidie ontving van €17.500,= per hectare, tot 2015. “Maar deze is nu geheel geschrapt en de sector maakt ernstige financiële problemen door,  want ook de bank verstrekt niets,” zo verzekert Góiriz.

De Marokkaans concurrentie en de korting op de subsidies hebben ervoor gezorgd, “dat veel tuinbouwers slechte campagnes hebben gehad en de activiteit hebben gelaten voor wat die is,” betreurt Góiriz, die hier aan toevoegt, dat de tuinbouwers die verwacht hadden hun tomaten in januari te kunnen exporteren, de markten overspoeld zien met de Marokkaanse tomaat.

Deze activiteit is bijzonder belangrijk voor het zuiden van het Eiland, want hier leven 15.000 gezinnen van, onder wie pachters en verpakkers en de overige banen die gecreëerd worden door een tiental familiebedrijven en een  aantal tuinbouwbedrijven dat lid is van de zes op het eiland bestaande coöperaties. Alleen al Coagrisan, van La Aldea, telt 700 tuinbouwers als lid, om maar een voorbeeld te noemen.

Roberto Góiriz benadrukt, dat men met de gemeentebesturen altijd al een goede relatie heeft en, bestuurlijk gezien, helpen zij de sector, hoewel ze niet de capaciteit, noch de bevoegdheid hebben, om andere subsidies aan te bieden.

Zo is de huidige vraag in de sector, dat men de subsidies niet verliest, opdat de sector niet verdwijnt en vooral, dat men de Marokkaanse tomaat controleert, opdat die zich houdt aan het contingent wat is overeengekomen met de Europese Unie, omdat dit tot op de dag van vandaag, “nog steeds een maas in de wet is.”
kleurlogoCanarias.png

 


Canarische bananenkwekers
lanceren
de campagne
'Sonrisas'

MADRID - dinsdag 6 november 2012 - De Asociación de Organizaciones de Productores de Plátano de Canarias (Asprocan) (Vereniging van Organisaties van Canarische Bananentelers) heeft op maandag 5 november 2012 bekendheid gegeven aan de campagne ‘Sonrisas’ (`Glimlach’), waarmee men in de komende twee maanden (tot 27 december 2012) de groenten-en fruitzaken in geheel Spanje wil vullen met ‘positieve energie’.

Tijdens een persontbijt op maandag 5 november 2012 in het gemeentehuis van Madrid heeft de voorzitter van Asprocan, Santiago Rodríguez, uitgelegd, dat men met dit initiatief ‘de gemoedsstemming van consumenten en detailhandelaren wil verbeteren en tenminste gedurende een ogenblik ‘positieve energie’ wil overbrengen in ‘moeilijke tijden voor iedereen’: “niets beters, dan de glimlach van een kind.”


“3.700 Canarische kinderen hebben ons willen helpen; door, via tekeningen, hun visie op de plátanos (bananen) van de Canarische Eilanden te delen en zo uiteindelijk duizenden personen te laten glimlachen, door de bananendozen te veranderen in een lachende verpakking. Vanaf nu blijven we met de plátano van Canarias niet alleen smaak, kwaliteit en gezondheid brengen via ons fruit, maar proberen we ook vreugde over te brengen met de glimlach van onze kinderen,” zo heeft Rodríguez beargumenteerd.

 

Zo heeft Asprocan in de maanden juni en juli 2012 aan 3.711 Canarische kinderen - merendeels kinderen van landbouwers en bananen-inpakkers van haar coöperaties, gevraagd, datgene te tekenen wat hen het meeste doet glimlachen Via deze tekeningen op de dozen van de Canarische plátanos, bezorgt Asprocan de glimlach van al deze kinderen in de groente- en fruitwinkels van geheel Spanje.

Onder de titel 'Sólo hace falta una sonrisa para que salga el sol' (‘Het ontbreekt alleen aan een glimlach, om de zon te doen opgaan’), zoekt de reclame ook het antwoord van de groenteboeren en de consumenten. Daartoe heeft Asprocan een afdeling op haar internetpagina geopend, waarop men een dankwoordje, of felicitaties aan de Canarische kinderen kan achterlaten, die Asprocan dan via postkaarten naar de kinderen zal sturen: www.platanodecanarias.net
00057999-constrain-498x355_large.jpg
Opvolging
De bedoeling van de campagne is gemakkelijk te begrijpen door het publiek en is opgezet, om de continuïteit van de bananensector te waarborgen. De voorzitter van Asprocan laat weten, dat ‘de vooruitgang van de generaties niet is zoals men zou willen en, ondanks, dat er altijd mensen zijn die voor het werken in de primaire sector kiezen, deze in geheel Spanje moeilijkheden ondervindt.” Rodríguez hoopt dan ook, dat naast meer belangstelling voor de consumptie van bananen, deze actie ook enkele, toekomstige bananenkwekers zal opleveren.
kleurlogoCanarias.png

Een pikante handel
De productie van

ecologische guindillas
van
José María Guerra
wekt
als culinair bijgerecht
de belangstelling
van
Europese landen

TEGUISE / TÍAS - zondag 4 november 2012 - José María Guerra  heeft nooit kunnen denken, dat zijn ecologische productie van scherpe pepers, ook bekend als chilipepers, of guindillas, die hij met  hart en ziel kweekt op zijn boerderijen in Muñique en Madache, zoveel waardering zouden oproepen in de Europese gastronomie.

De productie van José María wordt door het Duitse bedrijf ‘The love of Chilis’ verkocht via het Internet en wordt gebruikt voor het verhogen van de smaak en het pikant maken van gerechten zoals pizza. José María is de enige landbouwer op het eiland die dit product in voldoende hoeveelheden oogst voor de export en denkt erover, om nog meer in te zaaien van deze zo pikante handel.



 
De ecologische guindillas, of chilipepers, die José María Guerra cultiveert op zijn boerderij La Sarantontona, op percelen in Muñique (Teguise) en Masdache (Tías), heeft de interesse gewekt van  horecabedrijven en particuliere klanten in diverse landen op het Europese Continent, die deze pepers gebruiken voor het verhogen van de smaak en het toevoegen van een vleugje pikant aan hun kookrecepten. Zie: http://www.sacre-e-profane.de/2012/05/scharf-scharfer-chilis-fuer-echte-liebhaber-the-love-of-chilies/




Het bedrijf ‘The Love of Chilies’, dat gevestigd is in Berlijn, houdt zich via de internetpagina www.theloveofchilies.com bezig met de verkoop en distributie van dit product. De directrice, Josefina Petrus, ontdekte het product tijdens een van haar bezoeken aan Lanzarote; het eiland, waar zij de surf-sport beoefent, en waar zij een groot liefhebster van is. Haar smaak voor pepers kreeg ze als kind, op een van de reizen met haar ouders naar India, het land waar de pikante specerij een onmisbaar element is in de keuken.

 

Bij de voorbereidingen van een van haar uitstapjes naar Lanzarote heeft Josefina contact opgenomen met La Tanganilla, de op Lanzarote gevestigde Vereniging voor ecologische Landbouw en Veeteelt; en via de voorzitter, Klaus Gutenberger, maakte ze kennis met de producten van José María en zijn guindilla-plantage, waar ze “verliefd” op raakte. En  zo is het, dat Josefina enkele maanden geleden begonnen is met haar eerste avontuur als ondernemer in de gastronomie; een ervaring, waarvan ze zegt, “erop verliefd te zijn geraakt.”.

Josefina verzekert, dat zij altijd al gedacht heeft, “dat het eiland fantastisch zou zijn voor het kweken van chilipepers en van meet af aan was zij onder de indruk van het vakmanschap en de toewijding die José María, zijn echtgenote Dominica en hun dochter María, hebben op hun boerderij, die gecertificeerd is door de Consejo Regulador de Agricultura Ecológica (CRAE). (Regklgevende Raad voor Ecologische Landbouw).

Elke maand exporteert José María, “tussen de 10 en 15 kilo verse, pikante pepers,” naar het bedrijf van Josefina in Berlijn,  Die, voordat die verkocht worden, ”eerst onderworpen zijn aan een vriesdroog-proces met vloeibare stikstof, om hun smaak, scherpte, textuur en sappigheid te kunnen garanderen, zegt deze landbouwer. Bij het drogen verliest elk exemplaar 70% van zijn oorspronkelijke volume.


Vriesdrogen

Wetenschappers van de Universiteit van Berlijn hebben Josefina geadviseerd, toen zij op zoek was naar de beste conserveringsmethode voor chilipepers; zonder, dat deze hun kwaliteit verliezen.

De grootste vraag van de guindillas van La Sarantontona ontvangt Josefina via haar internetpagina, die ondergebracht is bij een communicatiemaatschappij in Duitsland, hoewel ze ook bestellingen krijgt uit Frankrijk, Engeland, België, Zweden en Zwitserland.


Josefina verkoopt de chilipepers in twee formaten verpakking. In design-blikken van negen gram en in navulzakken van 2x20 gram. De prijs is in beide gevallen €14,= per stuk, zo laat het Duitse bedrijf weten.



De vermaarde Biergarten ‘Café am Neuen See’, nabij de Berlijnse dierentuin, biedt de conejero chili aan zijn gasten die hun  pizza’s en ander gerechten pittig willen maken.

José María herinnert eraan, “dat bureaucratische belemmeringen voor het bouwen van een drooginstallatie van chiles, die een Duitser op Lanzarote als eigen bedrijf wilde opzetten, hem zodanig de keel uithingen,dat hij uiteindelijk heeft afgezien van het idee.”

 

  
José María, die lid is van La Tanganilla, is een landbouwer met meer - ongeveer 25 -  gecertificeerde hectaren voor ecologische landbouw op Lanzarote, waarvan ruim de helft van de huidige oppervlakte aan plantages staat ingeschreven bij de CRAE van het Eiland. Hij verdedigt de ecologische landbouw, “omdat die authentiek is voor het gehele leven en de akkers levend houdt zonder chemische producten, die achterblijven in de vruchten.”


 

Hij voegt hier aan toe: “Ik wil, dat men ze verkoopt, zoals ik ze kweek.” Naast de chilipepers teelt José María andere producten. Aardappelen, aardbeien, uien en sla maken deel uit van de productie die voorziet in zijn levensonderhoud, er zijn ook wijngaarden en boomgaarden met guayaves, citroenen, managas, papayas en vijgen. Een ook ontbreekt het op zijn boerderij niet aan kippen, ezels, schapen, koeien en paarden.
kleurlogoCanarias.png

Gran Canaria
diversifieert de landbouw
met
nieuwe,

tropische fruitsoorten

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - zaterdag 3 november 2012 –  De Granja Agricola Experimental  del Cabildo (de Agrarische Proefboerderij van het Eilandbestuur = Landbouwschool) cultiveert met succes een tiental soorten en bevordert de productie ervan. De carambola (stervrucht), de lychee en de pitaya hebben de grootste afzetmarkt.

Gran Canaria beschikt over en landbouwgrond en een ideaal klimaat voor de productie van nieuwe soorten tropisch fruit zoals de guanábana (zuurzak), de carambola (stervrucht), de pitaya (drakenfruit), de tamarindo (tamarinde) en de lychee; een kans, om  de plantages te diversifiëren en de terreinen te benutten die verwaarloosd zijn door waterschaarste. Hetzelfde is het geval met de argán (arganboom) die voorkomt langs de Marokkaanse kust en die gebruikt wordt voor verwerking tot kostbare arganolie en voor de vervaardiging van cosmetische producten.


José Manuel Rodríguez, Santiago García en José Miguel Álamo, op vrijdag 2 november met een doos carambolas (sterfruit).
 

De studies worden verricht op een perceel van de Cardones-boerdrij, op enkele meters van de Noordelijke autosnelweg, waar ook - op het eiland onbekende - soorten groeien zoals: de lúcuma, Masdonische walnoten, de feijoa, de moringa, de mamey, het jack fruit, de Japanse mispel en de broodvrucht.

 

De meerderheid van deze soorten (zie de verwijzingen onderaan dit artikel) heeft wortel geschoten en draagt vrucht, waardoor het mogelijk is, met de productie ervan te beginnen op terreinen langs de kust, op minimaal 200 meter boven de zeespiegel, zo leggen directeur van de Granja Agrícola Experimental, José Manuel Rodríguez, en Santiago García, chef van de afdeling tropische gewassen, uit op vrijdag 2 november 2012.

Beiden late weten, dat sommige van deze soorten zich zouden kunnen verbreiden op het eiland, zoals destijds ook is gebeurd met de avocado, de mango, de papaja en de ananas.

 

De minister van Landbouw en Veeteelt, José Miguel Álamo, van het Cabildo (Eilandbestuur) laat weten, dat zijn departement de aanplant van nieuwe soorten bevordert, hoewel hij erkent,” dat het een werk van lange adem is.” Op de eerste plaats moet men de eetgewoonten van de eilandbewoners veranderen, ze moeten wat minder plátano (banaan), sinaasappel, of appel eten.

Het succes hangt ook af van de export van deze vruchten, want de lokale markt is klein en garandeert de winstgevendheid van deze producten niet. Wat dit betreft, zijn de verantwoordelijken voor de Granja Agricola (Agrarische Boerderij = Landbouwschool) van mening, dat de tropische soorten goed ontvangen zullen worden door de toeristen die het eiland jaarlijks bezoeken en die staan te popelen om exotische producten te proberen die worden aangeboden in hotels en restaurants.

 
 
 

Sommige van deze vruchten worden al geconsumeerd in Europese landen, wat de mogelijkheid tot exporteren opent. De carambola bijvoorbeeld, die oogst men het hele jaar door en de op de Granja Agricola aangeplante bomen hebben uitstekende oogsten opgeleverd, zo merkt Santiago García op, terwijl hij een volgeladen tak toont. Ook bekend als sterfruit, wordt de carambola bijzonder gewaardeerd om de helende eigenschappen en als decoratie in salade en desserts.

 
 

José Manuel Rodríguez is van mening, dat de carambola (stervrucht), de lychee en de pitaya (het drakenfruit) de meeste mogelijkheden bieden voor massa-export en een alternatief kunnen zijn voor verlaten tomatenverleden. Het Zuidoosten en sommige laaggelegen gedeelten in het Noorden van het Eiland bieden de ideale condities voor dit soort cultures, benadrukt de directeur van de proefboerderij op, die opmerkt, dat men in het eerstvolgende tijdschrift van dit orgaan men gedetailleerde informatie zal geven aan geïnteresseerde landbouwers.


Een argan, of arganie, in Marokko.

Rodríguez heeft ook goede verwachtingen van de arganolie die men op nagenoeg het gehele droge grondgebied van het eiland kan produceren, omdat de arganboom (http://www.anthemis.nl/aromabasis/argan.htm) in Marokko wortel heeft geschoten in semi-woestijngebieden. De vruchten lijken op olijven en de olie ervan is veel duurder dan olijfolie. Arganolie viert ook triomfen in de cosmetica-industrie,

- Sterfruit: http://nl.wikipedia.org/wiki/Carambola
- Lychee: http://nl.wikipedia.org/wiki/Lyche>

- Drakenfruit: http://www.naturespride.nl/onze-producten/product-detail/gele-pitahaya/
- Zuurzak: http://nl.wikipedia.org/wiki/Zuurzak
- Tamarinde: http://nl.wikipedia.org/wiki/Tamarinde
- Argan: http://nl.wikipedia.org/wiki/Arganolie
- Lucuma: http://www.morgenisnu.nl/products/Lucuma-poeder-227-gram.html
- Ananasguave: http://nl.wikipedia.org/wiki/Feijoa
- Moringa: http://nl.wikipedia.org/wiki/Moringa
- Mamey: http://nl.wikipedia.org/wiki/Mamey_sapota
- Nangka : http://nl.wikipedia.org/wiki/Nangka
- Japanse mispel: http://www.houtwal.be/vakartikels/pitfruit/eriobotrya.htm
- Broodvrucht: http://nl.wikipedia.org/wiki/Broodboom

kleurlogoCanarias.png


De 'onmogelijke' most van Agala

TEJEDA - zondag 28 oktober 2012 - Het is het wijngebied, dat men Agala noemt en, waarvan de gelijknamige wijn het product is van twee onmogelijkheden: de subtropische breedtegraad en het cultiveren van wijndruiven op een hoogte van 1.300 meter boven de zeespiegel.

In de antieke tijden hebben de Fransen al geschreven, dat er onder de 28ste breedtegraad geen wereld voor most bestaat; een oordeel, dat al lang is achterhaald in de tweede helft van de vorige Eeuw; maar de tweede bewering, dat men wijnstokken in de bovenste delen van de atmosfeer moet laten gedijen, voor het verkrijgen van kwaliteitswijnen, doet nog steeds opgeld als een onverbrekelijke wet.
8b475858d1418b41e14c028dcd26103a_large.jpg

1351175221931-bodegas-bentayga-9_large.jpg
1351175221931-bodegas-bentayga-11_large.jpg
De Agala in kwestie, komt voort uit een oude praktijk in Tejeda, die van het aan de kust planten van wijnstokken, zoals de vader van Juan Armas deed en ook zijn grootvader, om de bevloeiing van de tuinbouw te benutten en naasten bij een glaasje wijn te hebben in de garage, om het lichaam te verwarmen tijdens de winternachten en hartje zomer.
1351175221931-bodegas-bentayga-12_large.jpg

Juan staat aan de vooravond van 80 jaar en wandelt nog vitaal naar het struikgewas. “Daar hangt een tros,” zegt hij wijzend met een stompe vinger, nog voordat zij dochter die kan zien, die aan het hoofd van de bodega en van de verkoop staat.
1351175221931-bodegas-bentayga-13_large-1.jpg

1351175221931-bodegas-bentayga-14_large.jpg

Het is dit land, waar voorheen courgettes, aardappelen en wortelen groeiden, waar nu de wijnstokken in een perfecte slagorde staan opgesteld. Het is 10 hectare; 31.000 kilo druiven en 20.000 flessen die men machinaal verwerkt in een bodega die ligt ingebed in een grot welke voorheen voor het vee was bestemd en die nu werk oplevert, een merk en een uitstraling.
1351175221931-bodegas-bentayga-10_large.jpg

 

De wijngaarden van Agala zijn de hoogstgelegen van Spanje, na die van Vilaflor op Tenerife en, zoals Sandra Armas en Agustín Lorenzo, assistent in de bodega en specialist in oenologie en ecologisch toerisme, laten weten, zijn ze bedacht met een gemiddelde van 13 uur zon per dag en een verschil in temperatuut die op een zonnige winterdag 10 graden Celsius bedraagt als goede koelte tijden de winterstop en een maximale temperatuur in de zomer, waarbij het niet warmer wordt dan 33 graden Celsius.

Bovendien, zo merkt Juan Armas op, voorkomt de grote hoogte plagen die elders op het eiland gebruikelijk zijn, maar die hier niet is staat zijn een dergelijke omvang te bereiken, wat niet alleen een besparing oplevert in bestrijding-programma’s’, maar ook zorgt voor lekkerdere druiventrossen, zoals de heel verwende Baboso negro.

1351175221931-bodegas-bentayga-16_large.jpg
1351175221931-bodegas-bentayga-15_large.jpg
De teelt ervan is vooruit gegaan,” merkt Sandra op, nadat zij de moeilijkheid ervan heeft aangegeven, die gebaseerd is op het oogsten van 1 kilo tegenover 20 kilo Listán negra.

Tijdens de laatste beurs, ‘Canaria me gusta’,” was en niet één fles over en die hebben we aangeboden voor €100,= per fles.” Maar naast deze, vormen de witte wijnen nog steeds een groot bestanddeel van BodegaBentayga’.

 

De Nariz de Oro  (Gouden Neus) en sommelier van restaurant ‘El Bulli’, David Seijas, bevestigde, dat van de oude veestal van de familie Armas, “de witte Canarische de beste van de wereld zijn,” terwijl hij van een Agala aan het genieten was.

De koningin van de bodega is ongetwijfeld de Vinariego, zowel in rood als in wit, die in gezelschap verkeert van de Listán blanca en negra, de Tintina, Castellana, Moscatel en Albillo.

1351175221931-bodegas-bentayga-18_large.jpg
Vanuit de ramen, met een panorama waar wijn en mensen stil van worden, ziet men rijen wijnstokken naar de bodem van het keteldal afdalen, die van onder naar boven worden onderhouden en geoogst. “Het is een heel werk,” benadrukt Sandra, “het kost veel inspanning, dat wel, maar zolang men zich ervoor inzet, bereikt men kwaliteit.”
kleurlogoCanarias.png


Canarias
heeft
29 wijndruivensoorten
die
nergens anders in de wereld bestaan

50 druivensoorten op Canarias
worden
met uitsterven bedreigd

CANARISCHE EILANDEN - vrijdag 19 oktober 2012 - Uit diverse onderzoeken van het Instituto Canario de Investigaciones Agrarias (ICIA, (Canarisch instituut voor landbouwonderzoek), die zijn uitgevoerd in opdracht van de Canarische Regering, blijkt, dat op het archipel 50 druivensoorten met uitsterven worden bedreigd, en ook, dat er 29 druivensoorten voorkomen die nergens anders in de wereld bestaan; iets wat, tot nu toe, onbekend was.

Sommige van deze unieke druivensoorten zijn ontstaan uit spontane kruisingen tussen verschillende rassen, maar 50 ervan  worden helaas zo weinig verbouwd, dat ze met uitsterven worden bedreigd. Volgens de deskundigen zijn dit druivensoorten die in Europa al lang uitgestorven zijn.  Daarom is de bestudering ervan een prioriteit voor het bewaren van het erfgoed en de diversiteit van de druiven die aanwezig zijn op de eilanden en het uitbreiden van de opties aan  cultvering waarover de Canarische landbouwers beschikken.
img-8828_large-1.jpg

Wijn is, na plátanos (bananen), het grootste exportproduct van de Canarische Eilanden. De wijngaarden op het archipel beslaan 8.786 ha.

De enorme variëteit van de druivensoorten op de Canarische Eilanden is een gevolg van het feit dat de Spaanse ‘conquistadores’ druivenstokken uit heel Spanje en ook uit andere Europese landen naar de Canarische Eilanden brachten om er wijngaarden mee aan te planten. In de 16de eeuw waren de Canarische Eilanden de laatste aanleghaven voor de Spaanse vloten op weg naar Zuid-Amerika. Ook op hun terugreis naar Spanje legden de vloten er aan.

Het ICIA heeft deze druivensoorten nu allemaal gecatalogiseerd en hoopt ze blijvend te kunnen beschermen. Diverse bodega’s hebben al interesse getoond voor sommige ervan, die ze willen gebruiken voor het maken van wijnen met een nieuwe smaak.

Deze onderzoeken, waarvan de resultaten zijn gepresenteerd tijdens een forum en wijnproeverij die georganiseerd is door het ICIA, hebben tot doel het rijke Canarische wijn-erfgoed te kennen, herstellen en te conserveren en de landbouwer nieuwe mogelijkheden te bieden die ervoor zorgen dat de eilandwijnen benadrukt worden op de buitenlandse markten, die steeds veeleisender worden.

Van de 231 geteste inzendingen behoren er 142 tot de Collectie van Soorten Wijnstokken van de ICIA die afkomstig zijn van alle eilanden en waarvan de herkomst stamt uit de jaren 80 en , van 89 die verzameld zijn op de Archipel - waarvan men heeft ontdekt, dat er 29 rassen bestaan zonder synoniemen op het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje) en die tot geen enkele Denominación de Origen Canaria (Canarische Herkomstbenaming) behoren. Dit wil zeggen, dat ze totaal onbekend zijn en, dat hun aanwezigheid op Canarias daarvan een getuigenis is.

Eveneens kan men uit deze analyses afleiden, dat er voldoende synoniemen bestaan -  als, afhankelijk van de locatie waar dit gecultiveerd wordt, eenzelfde ras benoemd is met twee, of meer verschillende namen - tussen de op Canarias, het Península, in Portugal, op de Azoren en Madeira gecultiveerde rassen. Maar, dat er ook een  breed aantal soorten is, dat men exclusief cultiveert op de Canarische Eilanden, wat door mideel van de variëteiten-kennis kan worden bewaard als plantmateriaal voor verspreiding onder de landbouwers.

De fylloxera /(druifluis)
Aan het eind van de 19de Eeuw heeft de fylloxera (druifluis) een deel van het in Spanje  en in Europa bestaande wijnbouwgebied verwoest, maar de afstand tot het Europese Continent was groot genoeg, om als rem te dienen voor de verspreiding van de druifluis op de Canarische Eilanden, waardoor men mag aannemen, dat er op Canarias rassen bestaan die in de rest van Europa verloren zijn gegaan.

Deze onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op de identificatie van de proefmonsters, door gebruikmaking van diverse methoden van moleculaire en morfologische karakterisering, wat een examinering en evaluatie inhoudt van het plantenmateriaal, waarbij rekening is gehouden met alle organen van de plant: de jonge scheut; de kweeklocatie; het jonge en het volwassen blad; de stam; de bessen - ofwel vruchten van de wijnstok, evenals het zoeken naar synoniemen onder variëteiten die geteeld worden op  de Archipel, het Península en in andere Europese landen

Eenmaal deze overeenkomsten te hebben gedetermineerd, heeft men geprobeerd hun potentiële agronomische en oncologische gedrag vast te stellen, om de viticultor (druiventeler/wijnboer) te adviseren over de geschiktheid van elk ras in elk teeltgebied.

Ten slotte, hebben deze onderzoeken platsgevonden in  het kader van het Project 'Caracterización, identificación y unificación de las Colecciones de Variedades de Vid de Canarias' en zijn ze gefinancierd door het Instituto Nacional de Investigación y Tecnología Agraria y Alimentaria (INIA) en het project AGRICOMAC MAC/1/C074 para la Transferencia de Tecnologías al Sector Agrícola de la Macaronesia - wat geleid wordt door de Asociación de Agricultores y Ganaderos de Canarias (ASAGA) en waarin het ICIAen de Eilandbesturen van Tenerife en La Palma hebben deelgenomen - samen met andere verenigingen en instituten op Madeira en de Azoren -  en het programma VITIS MAC/3/C197, dat  bestemd is voor de redding van de wijndruivensoorten van Canarias, Madeira en Kaap Verdië.
kleurlogoCanarias.png


Olijventelers
leren omgaan
met
mechanisch oogsten

SAN BARTOLOMÉ DE TIRAJANA -  donderdag 11 oktober 2012 - Trilmachines leveren een betere opbrengst als het op oogsten aankomt, omdat deze in staat zijn dit intensiever en veel sneller te doen. D olijventelers in de gemeente San Bartolomé de Tirajana en de gemeenten die behoren tot de zuidoostelijke agglomeratie van Gran Canaria, hebben deelgenomen aan een demonstratie over de mogelijkheden die het mechanisch oogsten van olijven biedt.

Georganiseerd door het departement Landbouw en Veeteelt is een demonstratie gehouden in  samenwerking met het Agencia de Extensión Agraria (/Agendtschap voor Agrarische Uitbreiding) van Sardina del Sur op een olijvenboerderij op Lomo de Los Azules, nabij Salobre, Met het doel de olijventelers te laten  kennismaken met de voordelen van mechanisch oogsten.
img-10407_large.jpg
De demonstratie is bijgewoond door een vijftigtal landbouwers, producenten van over het gehele Eiland, voornamelijk leden van de Asociación de Olivicultores de Gran Canaria (ASOLIGRAN) (Vereniging van  Olijventelers van Gran Canaria), die zich bezighouden met het zoeken naar beter rendementen voor hun boerderijen en olijvenplantages.
img-10405_large.jpg
Bij de demonstratie heeft men diverse trilmachines gebruikt. Deze bieden een beter oogstrendement, vanwege hun vermogen, dit intensiever en veel sneller te kunnen doen.

Het departement Landbouw is voornemens een nieuwe demonstatie te houden met dit soort voor de olijvenoogst toepasbare machines in het hooggelegen gedeelte van de gemeente. Die zal plaatsvinden ergens rond 15 oktober 2012 in het hooggelegen gedeelte van de gemeente.
img-10406_large.jpg
Men becijfert, dat er in San Bartolomé de Tirajana momenteel ongeveer 4.000 productieve olijfbomen staan; een cultuur, die elk jaar toeneemt, dankzij het grote aanpassingsvermogen aan de  grond en het heersende klimaat in het binnenland van de gemeente.

Men verwacht, dat de olijvencampagne van dit jaar minder zal zijn, dan die in 2011, voornamelijk door de droogte waar deze oogst dit boekjaar onder te lijden heeft en, omdat de olijfbomen al heel productief zijn geweest bij de vorige campagne.
img-10408_large.jpg

De eerste olijfolie van de gemeente uit de afgelopen campagne is in juli 2012  tijdens de Eerste Beurs voor de Landbouwer, in het Casa-Museo Los Yánez, gepresenteerd door burgemeester Marco Aurelio Pérez en de wethouder van Landbouw, samen met de technicus van de gemeente van dat Departement .

De aceite virgen extra uit het Zuiden en Zuidoosten van Gran  Canaria, waarvan men de productie becijfert op ongeveer 20.000 liter, is voortreffelijk vanwege de buitengewone kwaliteit.
kleurlogoCanarias.png


De nieuwe landbouwovereenkomst
tussen
de
EU en Marokko
treedt in werking

Het akkoord is in Spanje gekritiseerd
vanwege importconcessies voor groenten en fruit,
zoals de tomaat

SPANJE - woensdag 3 oktober 2012 - Sinds maandag 1 oktober 2012 passen de EU en Marokko een nieuw landbouwprotocol toe, dat de wederzijdse handel liberaliseert, wat beroemd en berucht is in Spanje vanwege  de importconcessies voor groenten en fruit, zoals de tomaat, vanuit het Magreb-land.

De convenant, die ongeveer drie jaar geleden (in november 2009) is gesloten tussen Europeanen en Marokkanen, treedt na een lange en controversiële behandeling door de EU-instanties, gedurende welke men veel klachten heeft gehoord van Spaanse land- en tuinbouwers die zich het meest bedreigd zien, in gebieden zoals Canarias, Andalusië. Murcia en de Comunidad Valenciana.
                                         mareutomaat_large.jpg

De Landbouw is bovendien een van de belangrijkste economische sectoren in de bilaterale betrekkingen tussen Spanje en Marokko, die vandaag - woensdag 3 oktober 2012- worden versterkt tijdens een top in Rabat.

 

De Spaanse minister-president Rajoy en zeven ministers, onder wie de minister van Landbouw, Miguel Arias Cañate, wonen de topontmoeting bij; de eerste in zijn soort, die sinds vier jaar plaatsvindt.

De zware overstromingen in zuidwest Spanje leiden misschien de media-aandacht af van het in werking treden van het protocol.
13197117894ea9342d04642-groot_large.jpg
Maar de Spaanse verenigingen, van tuinbouwexporteurs, die zijn aangesloten bij Fepex en de landbouworganisaties hebben de uitwerking aangegeven die het nieuwe akkoord met het Noord-Afrikaanse land kan hebben.

Feitelijk treedt er een nieuw “landbouw-protocol” in werking van het Verenigingsakkoord tussen de EU en Marokko.

Onder de Europese concessies voor de Marokkaanse producten, zijn de meest controversiële die toename van de quota aan groenten en fruit die dat land via een voordelig verdrag mag verkopen in de EU.

In het geval van de tomaat, gaan de quota die kunnen worden geïmporteerd tegen lage importheffingen van de huidige 223.000 ton naar 285.000 ton, een uitbreiding met 3 seizoenoogsten.

Ook verhoogt men de import-contigenten met een voorkeursbehandeling voor producten zoals aardbeien, courgettes, komkommers, knoflook en mandarijnen.

Over het algemeen, opent de EU haar markt onmiddellijk met 55% voor de Marokkaanse zendingen; de verbetering in de tuinbouw-toekenningen veronderstelt 80% van de importen uit dat land te zijn naar de communautaire markten.

Als tegenprestatie liberaliseert Rabat onmiddellijk 45% van de Europese agrarische importen en na een overgangsperiode, zal de opening van deze handel, in tien jaar stijgen tot 70%.

Het akkoord biedt voordelen voor de Europanen, vooral voor behandelde producten, want over tien jaar liberaliseert Rabat de importen, inclusief behandelde vis (met uitzondering van pasta, zoete amandelen en tomatenconcentraat).

De Marokkaanse markt zal ook geopend gaan worden voor het grootste deel aan communautaire melkproducten, oliehoudende zaden en granen, die kenmerkend zijn voor de landbouw in het midden en noorden van de Eurpese Unie.

Spanje is, na Frankrijk, de grootste exporteur naar Marokkanen als men praat over Spaanse buitenlandse verkopen naar Afrika, is dit land in de Magreb de belangrijkste bestemming.

De ratificatie van het nieuwe landbouw-protocol was moeilijk en de Spaanse producten hebben medestanders gevonden in het Europese Parlement, dat voor de eerste keer een beslissing heeft moeten nemen over dit soort speciale akkoorden en in het bijzonder tussen de stelling van de EU-voorzitter betreffende het deze zaak, de Fransman José Bové (van de Groenen), bekend leider van de anti-globalisering.

Dit heeft een zekere vertraging veroorzaakt in de goedkeuring van het protocol, maar uiteindelijk heeft het Europese Parlement er goedkeuring aan gehecht.

In juli 2012 heeft de EU wetswijzigingen goedgekeurd in de regulering van het systeem van de zogenoemde “invoerprijzen” die, over het algemeen geheven worden op de invoer van groenten en fruit, om te garanderen, dat men een minimum quorum verkoopt op de Europese markt.
calendar-small_large.jpg
De organisaties in de tuinbouw hebben herhaaldelijk het bespottelijke aan de kaak gesteld van dit systeem, dat overspoeling van de Europese markt veroorzaakt met Marokkaanse groenten en Marokkaans fruit, wat samenvalt met de exportkalender van die van Canarias, Almería en Murcia.
kleurlogoCanarias.png


Oliemolen
perst de eerste 1.000 kilo olijven
van het seizoen

SANTA LUCÍA - dinsdag 11 september 2012 - De oliemolen in Ingenio, in het hooggelegen gedeelte van de gemeente Santa Lucia, is op dinsdag11 september 2012 begonnen met het malen van de eerste 1.000 kilo olijven van het seizoen. Men verwacht hier in 2012 ruim 40 ton olijven te kunnen verwerken.

De wethouder van Landbouw, Ofelia Alvarado,  heeft verzekerd, “ dat men weet, dat dit een jaar is met minder olijven, vanwege de toestand van de olijfboomgaard,  die al eerder geoogst is, dit wil zeggen, dat deze het ene jaar meer produceert en het daaropvolgende jaar minder, maar we blijven werken, opdat de kwaliteit van het product beter zal zijn dan de vorige oogst, die al superieur was.”


De oliemolen ‘El Ingenio de Santa Lucía’.

De aceite de oliva virgen extra (extra virgine olijfolie) (*) die men in Santa Lucía produceert, is in 2012 uitgeroepen tot ‘De Beste Olie van Gran Canaria’ vanwege de kwaliteit en de smaak, zoals de jury heeft erkend tijdens de eerste editie van de Cata Insular de Aceite  (Eiland Oliekeuring) van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, en deze onderscheiding heeft gezorgd voor een grotere omzet  van dit culinaire product.

De oliemolen is sinds december 2110 volledig  in bedrijf, toen de Verdial de Huévar-olijf - een soort die men voornamelijk cultiveer in de Tirajana-bergkom – volop  in productie is genomen. Geduende  deze maanden was de molen open, al naar gelang de vraag van de landbouwers. De landbouwkundig ingenieur van het Casa del Agricultor van de Gemeente,

Manuel Pérez heeft laten weten, “dat de volgende maling - van 800 kilo olijven -,  zal plaatsvinden op donderdag 13 september 2012 en in de week daarop, de molen opnieuw gedurende enkele dagen olie zal persen.”

De wethouder van Landbouw, heeft bevestigd, “we blijven werken zowel op het land, als met de landbouwers en in de productie van de molen, opdat de kwaliteit verbeterd blijft worden en men door kan gaan met het aanbieden van dit eersteklas kwaliteitsproduct aan  iedereen die dit wil proeven.”

De oliemolen ‘El Ingenio de Santa Lucía’ is een kleine industrie, die in 2005 door de Gemeente in  het leven is geroepen in het oude huis van de meester, en houdt zich bezig met de ambachtelijke productie van olijfolie en honing. De Gemente staat in dienst van de landbouwers van het middelhoge gebergte van Santa Lucía en San Bartolomé,  en aan die van andere gemeente op het Eiland, die zich wijden aan het cultiveren van olijven.

(*) Extra virgine olijfolie  
Extra virgine (vierge) olijfolie is de beste kwaliteit olijfolie. Het bevat een hoge concentratie aan onverzadigde vetzuren, polyfenolen en een aantal andere stoffen, die mogelijk een gezondheid bevorderend effect hebben.
Een aantal van deze stoffen is hittegevoelig en gaat dus verloren bij verhitten van deze olie.

Wanneer vetten verhit worden, kunnen ze deels afgebroken worden  of geoxideerd raken. Dit kan uiteindelijk resulteren in schadelijke stoffen. Vetten met een hoog percentage onverzadigde vetzuren zijn hier meer gevoelig voor, dan vetten met meer verzadigde vetzuren. Olijfolie bevat nogal wat onverzadigde vetzuren en is dus meer geschikt voor éénmalige verhitting en niet voor langdurig gebruik als bijvoorbeeld frituurolie.

Het gebruik van extra virgine olijfolie voor bakken en braden wordt dus afgeraden. Niet, omdat er giftige stoffen gevormd zouden worden, maar vooral, omdat de gezondheid bevorderende eigenschappen verloren gaan. Deze olie is dus meer geschikt voor dressings en andere toepassingen  waarbij ze niet verhit hoeft te worden. (zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Olijfolie )
kleurlogoCanarias.png


De olijfolie van Santa Lucía,
de beste van Gran Canaria
in
kwaliteit en smaak

SANTA LUCÍA  - zondag 26 augustus 2012 - De aceite de oliva virgen extra (extra vierge olijfolie) die men produceert in het hooggelegen gedeelte van de gemeente Santa Lucía is gekozen tot de beste van het Eiland, vanwege de kwaliteit, de smaak en het aroma.

Dit heeft men erkend in de eerste editie van de Cata Insular de Aceite (olijfolie-keuring/-proeverij) die georganiseerd is door het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, die de handel moet bevorderen in dit gastronomisch zo gewaardeerde product, dat men op ambachtelijke wijze verkrijgt.
img-9331_large.jpg

Het 'oro líquido'  ('vloeibare goud'), dat men in Santa Lucía produceert, is afkomstig van de soort Verdial de Huévar, “een weinig gebruikelijke olijf, die men niet gemakkelijk tegenkomt,” zo verzekert Manuel Pérez, de ingenieur agronoom van het Casa del Agricultor van de gemeente; die uitlegt, “dat het eindproduct een zachte vloeistof is, met een licht bittere, intense fruitsmaak. De olijfolie smaakt naar groene tomaat en ris gras, en heeft een karakteristieke eigenschap en aroma, wat de smaak versterkt van de producten die deze vergezelt.”

Pérez benadrukt, “dat de evenwichtige smaak een van de belangrijkste eigenschappen is, dit wil zeggen, dat er geen groot verschil is tussen bitter en pikant; met een lange nasmaak die  ongeveer hetzelfde blijft, waardoor men spreekt van evenwichtige oliën.”

Erkenning
De wethouder van Landbouw en Veeteelt, Ofelia Alvarado, laat weten, dat deze erkenning welke verkregen is tijdens de  I Cata Insular de Aceites de Gran Canaria 2012 , “voor ons een bevestiging is, dat men goed werk verricht, niet alleen in het beheer van de molen, maar ook in het veld, waarbij ik de landbouwers feliciteer; bovendien ben ik dankbaar voor het initiatief van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, omdat dit de kwaliteit van onze producten aantoont en de consumptie ervan bevordert”

Alvarado heeft benadrukt,  “dat het ‘Plan Estratégico Santa Lucía 2020’ onder andere de diversifiëring ten doel heeft in de productie van de landbouw en het beheer van de molen van de Ingenio de Santa Lucia. De Gemeente zal doorgaan met de ondersteuning, zowel met het uitlenen van de molen, evenals met het beheer, dat gegeven wordt aan de olijfboeren, om door te gaan met het produceren van een kwaliteitsolie die afkomstig is van een uitstekende  vrucht.”
kleurlogoCanarias.png 


De stuwmeren drogen in 2013 volledig uit als het
in de winter van 2012-2013
niet regent

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - dinsdag 7 augustus 2012 -   De langste droogteperiode sinds vijftig jaar zorgt voor een versnelde afname van de watervoorraad in de stuwmeren. Het huidige niveau, wordt geschat op 13 miljoen m³, dat is 50% van de maximumcapaciteit. Voor het Consejo Insular de Aguas (Waterschap) reikt dit voor nog een jaar waterleverantie.

Als het in de winter van 2012-2013 nier regent, hebben de stuwmeren die rechtstreeks onder controle staan van  het Consejo Insular de Aguas (Waterschap) slechts een voorraad voor alleen dit jaar en 2013.



Het Presa van Candelaria in Artenara, een van de stuwmeren die het minste water bevatten.

Volgens de beheerder van het Waterschap, Gerardo Henríquez, is het volume van de opgeslagen watervoorraad in de stuwneren van Chira, Ayagaures, Gambuesa, Candelaria, Fataga, Vaquero en El Mulato, plus een deel van dat van Soria, omdat dit niet geheel van het Cabildo (Eilandbestuur) is, ongeveer 13.000.000 m³. Hij verzekert, dat men met deze hoeveelheid gedurende 2012 en 2013  het hoofd kan bieden aan de huidige vraag, “maar dan ook niet meer”, zo geeft hij aan.


De locaties waar grote stuwdammen zijn gebouwd.

Wat betreft de maximumcapaciteit die is voorzien voor de stuwmeren van de overheid, merkt Gerardo Henríquez op, dat die bij elkaar 22 miljoen m³ bedraagt, waarbij men dan nog eens de 10,5 miljoen m³ mag optellen van de eigen stuwmeren van het Waterschap, plus de 11,5 miljoen m³ in het Soria- stuwmeer. Waarbij hii verduidelijkt, dat alleen al in het laatstgenoemde stuwmeer, op het piekniveau`, gemiddeld 32 miljoen m³ opgeslagen kan worden. De  hoogste stand  die in Soria is bereikt, was in 2011 met 90,58 meter en 12.924.960 m³.

Henríquez herinnert eraan, dat er nog steeds water in  deze stuwmeren voorradig is, omdat dit ‘sombere jaar’ gelukkig is voorafgegaan door en uiterst regenrijke periode in 2011, waarbij, met uitzondering van  Soria, alle stuwmeren volledig gevuld raakten.

Restant
De beheerder van het Consejo Insular de Aguas (Waterschap) merkt op, “dat de zo belangrijke regens van 2011 gezorgd hebben voor een watervoorraad waarvan het overblijfsel nu toereikend is, om adequaat te kunnen voldoen aan de vraag, zowel voor 2012 als voor 2013.”

Wat betreft de verliezen door verdamping, laat hij weten, dat dit niet alarmerend is, maar volgens verwachting.“Elk jaar hebben we in de ene maand, of de andere de weerwaarschuwing ‘Oranje’ vanwege hoge temperaturen en, dit zorgt ongetwijfeld voor verdamping, maar daar is rekening mee gehouden.”
kleurlogoCanarias.png


Agüimes
bereidt zich voor
op
de wijnoogst van 2012

AGÜIMES - zaterdag 7 juli 2012 - In deze periode van het jaar bezoeken technici van  het Ministerie van Desarrollo Rural (Plattelandsontwikkeling) de landerijen van de wijnboeren en wijnboerinnen in de Gemeente Agüimes, om uit eerste hand te vernemen hoe de wijngaarden er bijstaan, en om adviezen te geven, om de wijngaarden te behandelen tegen mogelijke ziekten en, om binnenkort de druiven te kiezen, die naar de gemeentelijke bodega (wijnkelder) zullen gaan.

Een exacte planning van het begin van de wijnoogst is van cruciaal belang voor het uiteindelijke resultaat van de wijn. Daarom is het noodzakelijk, uitgebreide controles te doen tijdens het rijpingsproces, waardoor het mogelijk is, te voorspellen welk type most men zal verkrijgen en, om  te bepalen wat het meest geëigende moment is voor het plukken van de druiven.

img-8828_large.jpg

Het zomerseizoen is de ideale tijd, waarin we de druiven geleidelijk aan in grootte zien toenemen, waarbij de kleur varieert van smaragdgroen tot bleekrood - voor de rode wijn - en heldergeel voor de witte soorten. Als een druif eenmaal voldoende rijp is, tegen het midden van de zomer, gaat men over tot oogsten.
vino_large.jpg

De wijngaarden van Agüimes worden beïnvloed door factoren zoals bodemgesteldheid, druivensoorten en klimaat, dat een groot gedeelte van het jaar een temperatuur heeft van gemiddeld 20 tot 22 graden Celsius, wat samen met de alisios (verkoelende winden) het unieke van de vrucht bepaalt die geboren wordt op grond die in een ander tijdperk gebruikt werd voor het telen van graan en die de wijn het etiket “Señorio de Agüimes” verleent met zijn eigenaardige karakter.



De kerk van Agüimes en. als u denkt "...dit plaatje heb ik toch vaker gezien, maar ik ben mog nooit in Agüimes geweest   - "shame on you" -  weet dan, dat Gran Hotel' Villa del Conde' in Meloneras hetzelfde uiterlijk heeft.

In Agüimes begint de wijnoogst eind juli, het proces duurt ongeveer anderhalve maand, maar er zijn wijngaarden in de gemeente waar de druivenpluk in de maand september eindigt.
kleurlogoCanarias.png
 


Gemeente en Eilandbestuur
zetten zich in
voor
onderscheid van de
albaricoque
(abrikoos)
van
San Bartolomé de Tirajana

SAN BARTOLOMÉ DE TIRAJANA - donderdag 21 juni 2012 - Beide overheden willen, dat de abrikoos uit dit hooggelegen gedeelte van de gemeente, op Canarias gaat figureren als  de belangrijkste producent van dit fruit, dat zich onderscheidt van  dat van de markten van buitenlandse concurrenten.

De Gemeente San Bartolomé de Tirajana en het Eilandbestuur van Gran Canaria hebben op vrijdag 15 juni een aantal acties ondersteund, die worden ondernomen, om bekendheid te geven aan en, het bevorderen van de consumptie van, de abrikoos uit het hooggelegen gedeelte van de gemeente.
img-8447_large.jpg

Met dit doel, evenals voor het meedelen van de spoedige aanvang van een serie herstelwerkzaamheden aan diverse landbouwwegen, heeft de minister van Landbouw en Visserij, José Manuel Álamo, van het Cabildo Insular (Eilandbestuur),  een werkbezoek gebracht aan de Gemeente. Vanuit Maspalomas en, begeleid door de burgemeester en diverse wethouders en technici, heeft hij het Villa de Tunte (historische stadscentrum van San Bartolomé de Tirajana) bezocht, in de Casas Consistoriales (het Gemeentehuis) heeft hij een ontmoeting gehad met de landbouwers uit dit gebied en hen een aantal toezeggingen gedaan en heeft hij een project voor ogen voor het ster product van de Caldera de Tirajana (het Keteldal van Tirajana) , de abrikoos.


Bezoek van de minister van landbouw aan Fataga.

Minister José Manuel Álamo heeft de belangstelling van het Eilandbestuur overgebracht voor de landbouwproductie van de streek en een actieprogramma, om te proberen de producten van Gran  Canaria winstgevend te maken. Hij heeft verwezen naar twee cursussen voor de landbouwers van Tunte en hij had lof voor het  nieuwe promotieaffiche met de vijf abrikizensoorten die voorkomen in Tirajana, we willen onze producten verkopen via het merk ‘Gran Canaria-Calidad’.
“Vanaf nu zal de abrikoos meer bekendheid hebben,”  heeft de minister  gezegd.

De gemeente San Bartolomé de Tirajana, waar men in de jaren 50 van de vorige Eeuw begonnen is met de teelt van abrikozen, heeft een gemiddelde jaarproductie van ongeveer 350.000 kilo. Dit fruit, waarvan de productie bijna verwaarloosd was in de jaren 90, beslaat een akkerbouwland van ongeveer 20.000 m² en bezorgt een honderdtal producenten werk. De bestemming van de Tirajaanse abrikozen is, voornamelijk, vers gegeten te worden; of, verwerkt worden tot huisgemaakte  jam. In de toekomst hoopt men op industriële productie.

De vijf voornaamste soorten zijn:
- Currot temprano, ofwel mayero (de vroege Currot, ofwel de mei-abrikoos),
- Currot tardío, ofwel Rojo (de late Currot, ofwel de Rode),
- Sayeb, anaranjado (de oranjekleurige Sayeb),
- Canino precoz, ofwel carricero (de vroege Canine, ofwel  zanger),<
- Rojo tardío (de late Rode).

De acties die het Cabildo (Eilandbestuur) onderneemt, richten zich op het verbeteren van het onderricht en het experimenteren met nieuwe productiemethoden, eveals op het verbeteren van de soorten en  op het waarderen van het product zelf.

Wat betreft het experimenteren, probeert men op de twee grootste boerderijen in het gebied nieuwe vallen uit voor het controleren van de fruitvlieg, nadat dit insect een jaar eerder grote verliezen heeft veroorzaakt in de plaatselijke productie. Eveneens voert het Eilandbstuur een grootscheepse controle uit op deze plaag, met het uitdelen van dit soort vallen.

Dit, samen met het verbeteren van de soorten, waarvoor men op een boerderij in  Tunte vijf soorten uitprobeert die weinig nodig hebben tijdens de koele uren. Dit is van belang, als men  er rekening mee houdt, dat in warme jaren de abrikozen amper bloeien.

Tot slot wil men de productie verbeteren en men werkt toe naar het inlijven van het merk ‘Gran Canaria Calidad’) (‘Kwaliteit Gran  Canaria’) (wat zich laat vertalen in een verhoging van de kwaliteitseisen aan de producenten), daartoe  ontwerpt men een informatie-poster over de in Las Tirajanas geteelde soorten, waardoor de consumenten het product keren kennen. Ook stelt men een brochure samen over de protocollen voor het controleren van de fruitvlieg, welke men in juli 2012 zal uitreiken aan de producenten.

Verbeteringsprojecten van ruim  €500.000,=
De minister van Landbouw, van het Cabildo, heeft op donderdag 14 juni 2012 in  Tunte laten weten, dat het Eilandbestuur in de komende maanden, versneld, diverse werkzaamheden aan landbouwwegen zal verrichten en in gebieden die van belang zijn voor de Landbouw in deze gemeente, met een begroting van ruim €500.000,=.

 Deze werkzaamheden betreffen o.a. de wegen van Risco Blanco naar Las Arenillas; van El Almogarén;  van El Sequero naar El Hormigón;  een waterreservoir en het hek eromheen van  El Sequero.
img-8566_large.jpg

'Fiesta del Albaricoque 2012' - Abrikozenfeest in Fataga
De buurtvereniging Arteara van Fataga organiseert ook in 2012 weer het 'Fiesta del Albaricoque'  ('Abrikozenfeest') van 26 juni t/m 1 juli.

Gedurende deze feestweek vinden er diverse activiteiten plaats, o.a. workshops voor kinderen, die georganiseerd worden door de bewoners en waarbij men de Canarische gastronomie kan proeven en kan genieten van de wijn van Fataga.


De openingsrede  voor de ‘Fiestas del Albaricoque 2012’, die op 29 juni om 22.00, plaats zal vinden, wordt gehouden door Adolfo Moreno Calvo en aansluitend vindt er een groot Artiestengala plaats.

Onder de activiteiten die zeker genoemd moeten worden, is de Romería Canaria die op 30 juni  zal plaatvinden welke van het Plein vertrekt,  er zullen diverse Canarische muziekgroepen optreden en aansluitend  vindt het  Verbena de Amanecida (Dansbal tot Zonsopgang) plaats met de muziekgroepen Los peques en K-Libre.
kleurlogoCanarias.png


In de voorhoede
van
de
olijfolie

AGÜIMES - zondag 10 juni 2012 - Caserío de Temisas is de eerste extra virgen-olijfolie die geproduceerd wordt op de Canarische Eilanden. De sinds een decennium in het Zuidoosten van  Gran Canaria gelegen gemeente Agüimes geproduceerde extra virgen-olijfolie bezit eigenschappen  die deze uniek maakt in Spanje. De Caserío de Temisas is o.a. karakteristiek door de olijven waar deze uit vervaardigd wordt, evenals door de manier van oogsten en de productie van oliezuur.

Alles is begonnen toen het departement Plattelandstoerisme, samen met de Agentschap voor Plattelandsontwikkeling, van dezelfde Gemeente Agüimes, in 2001 een machine van de modernste generatie hebben aangeschaft voor het slingeren van olijfolie. Zeker is, dat de olieproductie al eerder heeft plaatsgevonden, omdat er  oliemolens in het gebied staan die dateren uit de 16de Eeuw.
p1010310_large.jpg

Ondanks dat, raakte de olieproductie verwaarloosd. Toen werden de olijfbomen op het eiland alleen nog gebruikt als afrastering, om o.a. de gewassen tegen de wind te beschermen. Bovendien hadden de vruchten van deze olijfbomen slechts een bestemming: Als olijven met mojo, die men op Canarias als aperitief gebruikt.

Zich echter bewust van de eigenschappen van Gran Canaria, vanwege de temperatuur, hoogte, wind, aarde… heeft het Agentschap voor Plattelandsontwikkeling besloten een plantaardig monster van de olijfbomen op te sturen naar de Banco Mundial de Germoplasma (Wereld Zaadbank) van de Universidad de Córdoba, die naar analyse verzekerde, dat de afmetingen van deze olijfbomen uniek zijn in de wereld  en behoren tot de soort Verdiel de Huévar.

Aanvankelijk kwamen de olijven die men maalde in de gemeentelijke molen uit Agüimes en het dorp Temisas. Opmerkelijk is, dat men te werk ging volgens het traditionele maalsysteem, dit wil zeggen, de landbouwer geeft de olijven aan de Gemeente, die 15% van de productie achterhoudt, en 85% teruggeeft aan de landbouwers. Dit percentage is gaan variëren en  in 2010 gaf men 80% aan de boeren. Bovendien produceerde men sinds 2009 niet alleen extra virgen-olijfolie van de plaatselijke olijven, maar verwerkte men ook olijven die afkomstig waren uit andere delen van het eiland (uit het Zuidoosten, inclusief de gemeenten Santa Lucia en San Bartolomé en, uit gebieden zoals Valsequillo) en zelfs van andere eilanden. Dit, onder de allerhoogste kwaliteitscriteria bij het sorteren van de olijven.

Ambachtelijke bewerking
Vanwege de eigenschappen van het Canarische terrein geschiedt het oogsten van de olijven geheel met de hand, omdat het onmogelijk is trilmachines, of parachutes achter tractoren te gebruiken zoals men in andere gebieden doet. Een andere reden voor het met de hand plukken is, zoals gezegd, dat men ze gebruikte om te eten en niet voor de olie, waardoor het oogsten veel selectiever geschiedde.

De oogst begint veel vroeger, dan in de rest van Spanje, eind augustus, begin september en eindigt in november/december. Luis Sánchez, de landbouwkundig ingenieur die verbonden is aan het Agencia de Desarrollo Rural van Agüimes, legt uit, “dat men dit te danken heeft aan het  ‘speciale microklimaat’ van het eiland, zodanig, dat olijfbomen op grote hoogte hun vruchten veel later geven, terwijl de dichter bij zee gelegen bomen de eerste zijn die geplukt worden.”

Pas als de olijf op het juiste punt van rijping staat, wordt deze geplukt en brengt men deze naar de oliemolen. Tussen het plukken en het verwerken tot olie zit amper 24 uur, dit wordt het “proceso mecánico en fresco y frío” (mechanische proces van vers, koud persen genoemd). Daardoor verkrijgt men, dat de olie gecatalogiseerd wordt als virgen extra. Het rendement van de verdiel-olijven is 16,5%, dit wil zeggen, dat men van elke 100 kilo olijven 16,5 liter olie verkrijgt.

Een delicatesse
Het eerste wat men doet als de olijven bij de oliemolen aankomen, is het uitvoeren van een kwaliteitscontrole en het toepassen van een selectie. Als eenmaal de beste kwaliteit is geselecteerd, worden ze gewassen en droog geblazen waarbij men de resten van blaadjes en aarde verwijdert. Vervolgens, gaan de olijven in een hamermolen die ze plet tot een pasta waaruit de olie sijpelt. Deze fase noemt men estrujado (verpletteren)

Deze pasta passeert een verticale mixer die het sap van de pulp scheidt. Na het slingeren verschijnt de extractie die wordt geproduceerd door een schroef, die de pasta in de centrifuge duwt, waar het slingeren van de olie begint. Als de olie eenmaal is verkregen, wordt deze vervolgens opgeslagen in depots waarna door decanteren de bezinksels worden verwijderd.

Men bottelt de olie in flesjes van 100 milliliter (hoewel men voor de landbouwers 85% ervan in  karaffen doet). Deze flesjes worden verhandeld door het departement  Plattelandstoerisme van  de Gemeente Agüimes in het plaatselijke VVV-kantoor, maar ze worden ook verkocht in restaurants, bars en in de musea van het dorp. Dit is de reden waarom het een moeilijk te verkrijgen product is, omdat de productie al beperkt is en men deze verkoopt in kleine flesjes. Bovendien, is de prijs behoorlijk hoog, in vergelijking met ander oliën, wat de olie van Caserío de Temisas tot een delicatesse maakt.

Succes verzekerd
Zeker is, dat wat als een experiment is begonnen, in de loop van de jaren bewezen heef, dat de olie van Gran Canaria een handel is met toekomst. Bewijs daarvan is, dat er nu zeven oliemolens op het eiland zijn, sommige - zoals die van Santa Lucía – volgen het model van Agüimes en zijn gemeentelijk, maar er zij er ook die privaat zijn, wat laat zien, dat deze activiteit winstgevend is. Er bestaan zelfs oliemolens die Canarische aceite (olijfolie) produceren en deze exporteren naar Duitsland. Een denominación de origen (originele herkomstbenaming) onder de naam ‘Gran Canaria’ zal zeker helpen, om de olie van het eiland bekender te maken.
kleurlogoCanarias.png


De Plátano van Canarias
wordt verhandeld
als
Europees product

CANARISCHE EILANDEN - zaterdag 9 juni 2012 -  De Asociación de Organizaciones de Productores de Plátanos de Canarias (Asprocan) (Verenigde Producenten van Canarische Bananen) heeft op donderdag 7 juni 2012 een nieuwe campagne gepresenteerd aan het Ministerie van Landbouw, die dit product wil identificeren met de Regiones Ultraperiféricas (RUP)  (Ultra perifere regio’s), om de consumptie ervan te doen toenemen.

Deze campagne wordt gefinancierd door de Europese Unie, het Ministerie van landbouw, Levensmiddelen en Milieuzaken en Asprocan en, vindt plaats in het kader van het Plan de promoción transnacional sobre el símbolo gráfico de las RUP (Transnationale Promotieplan voor het RUP-logo) waaraan Spanje, Frankrijk en Portugal deelnemen.


Bananenpakkerij in Gáldar.

Het doel van dit plan, wat in juli 2011 in  gang is gezet, is de waarde aan te geven die levensmiddelen hebben welke specifiek komen van de Canarische Eilanden, Martinique, Guadeloupe en Madeira, waarbij men inzet op het versterken van de diverse markten.

Daartoe heeft de Europese Unie willen helpen, zodat deze producten gemakkelijk door de consument herkend kunnen worden,  er vooral rekening mee houdend, dat het gaat om tropische- en subtropische gewassen die rekening moeten houden met de concurrentie van andere landen, tegelijkertijd wil men benadrukken, dat deze producten voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen, in lijn met de overige Europese producties.

In het geval van Canarias, legt men de nadruk op de Plátano de Canarias (Canarische Banaan), het belangrijkste gewas op de Archipel, dat in deze regio unieke eigenschappen aantreft voor de productie ervan.

De genoemde campagne is erop gericht, dat de Canarische plátanos (bananen) nummer één worden bij de consumenten op de interne markt van de Europese Unie die hun voordeel doen met zijn consumptie;  een aspect, waaraan men al zes maanden werkt via acties die men heeft ontwikkeld in Duitsland en België.
kleurlogoCanarias.png


La Aldea
verliest 1 miljoen kilo tomaten
door
hitte

LA ALDEA - vrijdag 18 mei 2012 - De tomatenkwekers in La Aldea hebben een miljoen kilo tomaten verloren,  dit is duidelijk geworden bij  de recente telling van de verliezen na de hittegolf  waaronder de Canarische Eilanden te lijden hebben gehad in de afgelopen dagen. Het schip, dat op donderdag 17 mei 2012 is vertrokken naar de Europese markten, heeft de haven verlaten met 20% minder lading dan was geprogrammeerd.

De woordvoerder van de Federación de Exportadores Hortofrutícolas de Las Palmas (Fedex) (Federatie van Groente- en Fruitexporteurs), Roberto Góiriz, verzekert, “dat het gaat om een  ‘verbazingwekkende hoeveelheid’ aan verliezen in zo weinig dagen, waarbij in de komende dagen de werkelijke uitwerking nog vastgesteld moet worden, als het beschadigde fruit aan het licht komt, na geleden te hebben onder temperatuurpieken van 50ºCelsius in de kweekkassen, wat de werknemers verplichtte naar omliggende gebieden te gaan.


Donderdag 17 mei 2012 in El Tablero: Juan Ramírez toont zijn door de hittegolf aangetaste tomatenplantage

De landerijen in het Zuidoosten die gewijd zijn aan hetzelfde fruit, hadden meer geluk, omdat daar de oogstcampagne op maandag 14 mei 2012 ten einde is gelopen. Daarentegen moet men, aldus dezelfde bron de ongewone cijfers van La Aldea verveelvoudigen..

Bovendien, aldus de Cooperativa Cosecha Directa, is bij de 120 aangesloten boerenbedrijven rond de 40 tot 50 % van de aardappeloogst tijdens deze rooicampagne verloren gegaan.

Naar de vuilnisbelt
Antonio Suárez,  voorzitter van  de genoemde coöperatie, verzekert dat de hoger gelegen percelen zwaarder getroffen zijn, dan die aan de kust; “dit, na een jaar van ontzaglijke droogte, waarin de productiekosten de pan zijn uitgerezen en, eindigend in een hittegolf die de financiële positie van de land- en tuinbouwers heeft aangetast.”

“Met de groenteteelt is voor driekwart van de teelt hetzelfde voorgevallen,” zo gaat Suárez verder. Het betreft de andijvie, de sla en de bloemkool die afkomstig is van de hooggelegen percelen van Moya, zoals Fontanales, een compleet land- en tuinbouwgebied, of van de hoogten van Santa María de Guía in de gemeente  Gáldar,  behalve in de kustgebieden.

In het Zuiden is de oogst ook minder, zo zag een enkele tuinbouwer zich op donderdag 17 mei 2012  verplicht, ongeveer 20 ton calabaza (courgette) “weg te gooien”.
kleurlogoCanarias.png


Hittegolf
fnuikt
800.000 kilo
aardappels

GRAN CANARIA  - vrijdag 18 mei 2012 - De Confederación de Agricultores y Ganaderos de Canarias, COAG, (Verenigde Landbouwers en Veetelers van de Canarische Eilanden) gaan dezer dagen na, wat de effecten zijn van een week met temperaturen van boven de 30º Celsius in het middelhoge gebergte van het Noorden, voor de productie van aardappels en groenten op de binnenlandse markt van Gran Canaria; dit, in een droogteseizoen , dat al voortsleept vanaf de lente van 2011, waardoor 60% van de gewassen niet is aangeplant. De hoge temperaturen waaronder het Middelhoge gebergte heeft te lijden, zijn  de doodsteek voor de groentegewassen na een jaar zonder regens.

Juan Hernández, eilandsecretaris van de organisatie van de primaire sector, klaagt dit keer niet over de prijs van het water: “Dat is er niet,” zo oordeelt hij; vooral niet, op de hoogste delen van Gran Canaria, daar is het veel moeilijker water te verkrijgen wat is gegenereerd door de Consejo Insular de Aguas (het Waterschap van het Eiland).


Martín Déniz Quintana, op donderdag 17 mei 2012,  wanhopig voor zijn aardappelteelt in San Mateo.

Zij, die geprobeerd hebben halverwege het seizoen de aardappelen te redden door watervoorraden te kopen, hebben een groot deel van de begroting besteed die bestemd was voor het gehele seizoen. Zo heeft een landbouwer in Santa Brígida met zeven hectare tuberkels dezer dagen €6.000,=  moeten betalen, om aan de droogte te ontsnappen. Dit voor bevloeiing die men gedaan heeft ’s morgens in alle vroegte en in de nachtelijke uren.

En het is nog niet gedaan met het geluk. Voor de lokale producent staat een tweede droogteperiode voor de deur, met een importaardappel uit Cyprus en Israël die de prijzen heeft opgedreven. Zo betaalt men een lokale producent €0,30 terwijl door de gestegen waterprijs en de grotere hoeveelheid water welke nodig is, om het gebrek aan regen op te vangen, de productiekosten de pan uit zijn gerezen, met €050, per kilo. “Daar heeft men ons mee omgebracht” klaagt Hernández. Maar dit is slechts een voorbeeld. De rest van de bladgroenten, zoals de lechuga (sla), de escarola (andijvie), de wortelen, de prei, de sperziebonen, zijn verbrand.

De ramp is van invloed op een duizendtal landbouwers en veetelers op de eilanden.  De laatstgenoemden hebben te lijden onder de aankoop van veevoeder, bij gebrek aan weidegrond. En uiteraard door de aankoop van water, om de dieren te drinken te geven.

Hierbij moet men dan nog optellen,  zoals ook de landbouwer Martín Déniz Quintana-  een van de belangrijkste telers van aardappelen en groenten - bevestigt,  een markt die telkens minder groenten koopt en meer import aantrekt; de toekomst van de primaire sector op het eiland, doet momenteel het ergste vrezen.
kleurlogoCanarias.png


Duizenden tonnen tomaten doorgedraaid: Export Canarische tomaten
daalt
met 70%,
dankzij
Marokko

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA -  donderdag 3 mei 2012 - De export van tomaten is met 70% gedaald sinds de Europese Unie (EU)  in1995 het Verdrag met Marokko heeft ondertekend. Fedex heeft op woensdag 2 mei 2012  aan de tuinbouwgemeenten van Gran  Canaria een van de meest complete dossiers van de afgelopen jaren overhandigd, waarin men verzoekt, om politieke ondersteuning, om de crisis te lijf te gaan.
16004_large.jpg
Tuinbouwkassen in de nabijheid van Los Vélez,waar duizenden tonnen tomaten zijn doorgedraaid.

De Canarische  tomatenkwekers trotseren de crisis feller, dan in andere jaren. Moe, van het ‘verkondigen’ van de commerciële verliezen van het Verdrag tussen de EU en Marokko, doen ze een stap voorwaarts voor het garanderen van een pakket maatregelen dat de ultraperifere conditie dekt zoals is vervat in het Régimen Económico y Fiscal (REF) (Fiscaal Economisch Beleid)  en in het Verdrag van Europa.

In het dossier, dat men aan de burgemeesters heeft overhandigd, staat te lezen, dat het akkoord van de Europese Unie een verlies heeft veroorzaakt van 79% van het quorum, dat Canarias in Europa verkocht in de jaren 1995 en 1996.
kleurlogoCanarias.png


San Bartolomé
de grootste abrikozenproducent
van
Canarias,
geeft voorlichting
aan
landbouwers

San Bartolomé de Tirajana  - woensdag 18 april 2012 - Het belang van deze opleidingsdagen betreft het feit, dat San Bartolomé de Tirajana aan haar potentieel van toeristengemeente, de eigenschap toevoegt van 'gemeente met de grootste abrikozenproductie van geheel Canarias'.

De Gemeente San Bartolomé de Tirajana organiseert, in samenwerking met het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij, van het Cabildo (Eilandbestuur), via de Dienst Landbouwontwikkeling, in het centrum van La Villa de Tunte oriënteringscursussen voor landbouwers in het middelhoog een hooggelegen gedeelte van de gemeente,  in het bijzonder voor de versterking van de teelt van de abrikoos.
img-6915_large.jpg
img-6916_large.jpg
De oppervlakte die bestemd is voor de teelt van dit fruit, bedraagt ongeveer 15 hectare (150.000 m²) met een jaarproductie van ongeveer 300.000 kilo aan abrikozen, die voor het merendeel als vers fruit  gedistribueerd wordt over de gehele Archipel en, in sommige gevallen, geëxporteerd wordt naar het buitenland. Dit , omdat er weinig industrie is die dit product verwerkt, hoewel er inspanningen worden gedaan, om beter gebruik te maken van dit bederfelijke  fruit, door er  conserven en jam van te maken.

Deze omstandigheden hebben ertoe geleid, dat zowel het Eilandbestuur, evenals het Gemeentebestuur, ondersteund door agrarische agentschappen, zich voorgenomen hebben om periodiek de theoretische kennis en praktijkervaring betreffende  de teelt van abrikozen te delen. En zo vinden er opleidingsdagen plaats voor landbouwers  met cursussen die zich richten op de uitleg, over hoe plagen en ziekten te herkennen en te bestrijden die dit fruit aan de boom aantasten. Op 18, 19 en 20 april 2012 organiseert men een ander cursus over irrigatie en bemesting van steenfruit, zoals de abrikoos.

Zowel de Gemeente, evenals het Eilandbestuur, beogen hiermee de waardering voor dit fruit te verhogen door het realiseren van diverse acties, waaronder die voor deze vrucht die al 40 jaar lang in de gemeente wordt geteeld,  waardoor men zich met recht het predicaat  heeft toegeëigend, op Canarias, de grootste producent van abrikozen te zijn.
kleurlogoCanarias.png


Een heel leven
tussen
de tomaten

GRAN CANARIA - zondag 4 maart 2012 - De economie in gebieden zoals Zuidoost Gran Canaria en het dorp La Aldea drijft voornamelijk  op de tomaat. De tomatenteelt levert op Canarias werk aan ongeveer 20.000 personen. Tuinders, plukkers, verpakkers , vervoerders… ze maken allemaal deel uit van de productie van deze vrucht. Het grootste deel zet het werk voort, dat door hun ouders al van kindsbeen af is aangevangen,  “je kan zeggen, dat ik mijn melktandjes kreeg in een tomatenkistje,” zo zegt Marcelo Rodríguez, lachend. Hij is de technische chef van Coagrisan, de coöperatie van La Aldea...

Maar het zijn geen goede tijden voor de sector op Canarias, dit vindt ten minste een groot deel van hen, dat daar deel van uitmaakt. De meest recente tegenslag voor de Canarische tuinders is de ratificatie van het landbouwverdrag , op 16 februari 2012 , tussen de Europese Unie (EU) en Marokko. 

Een groot deel van de kwekerijen is in handen van pachters, die met hun gezinnen leven van de tomaat.
“Dit verdrag geeft Marokko dezelfde rechten die elk ander Europees land zou kunnen hebben voor wat betreft de export, want het staat Marokko toe, om in Europa elke soort groente en fruit te verhandelen, “ zo legt de woordvoerder van de Federación de Asociaciones de Productos Hortofrutícolas (Fedex) (De Federatie van Tuindersverenigingen) van Las Palmas, Roberto Góiriz, uit.

Feit is, dat het exportseizoen van tuinbouwproducten van Marokko samenvalt met dat van Canarias wat het Zuiden van het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje) op zijn  grondvesten doet schudden met de aanvoer van de laatstgenoemde producten. “We zijn het enige land, dat van invloed is op  de Marokkaanse export, want ook wij exporteren van oktober tot en met mei, waarbij december een van de beste maanden is,”  zo merkt de Fedex-woordvoerder op.

Goedkope arbeidskracht en het gebrek aan controle op de aan Marokko toegekende contigenten, maken dit land  tot een geduchte concurrent. “Zij betalen een uurloon van €0,60 en wij €7,=, zodoende is het onmogelijk te concurreren; daar komt nog bij, dat men de controles omzeilt en men veel meer producten  exporteert, dan in het verdrag is toegestaan.” zo bevestigt Góiriz.

Met de ratificatie van het akkoord is bovendien een verhoging van het Marokkaanse contingent overeengekomen , waardoor ze  nu van een export van 220.000 ton naar een export van 285.000 ton gaan.

Om op de been te blijven, moeten de Canarische producenten  de verkoopprijs van de tomaten verlagen; een strategie, die op de lange duur niet winstgevend is en die het productie-volume op de Eilanden doet afnemen. “ Voorheen, tot voor acht jaar geleden en nog voordat  de crisis begon, was de  jaarlijkse tomatenproductie op de Canarische Eilanden al teruggelopen van  400.000 ton naar de huidige 200.000 ton,” zo laat Roberto Góiriz weten.

Wanhopig en overvallen door een onzekere toekomst, vrezen ondernemers en werknemers, dat de  tomatenproductie op de Canarische Eilanden geleidelijk aan verdwijnt.

“Ik begrijp niet hoe het mogelijk is, terwijl men aan Canario’s zoveel exporteisen stelt, er vervolgens een derde land komt waar de arbeidsvoorwaarden en de cultuur beklagenswaardig zijn, dat er niets gebeurt,” zo bevestigt Rogelio Rodríguez, producent in  La Aldea. Net zoals hij, zijn velen van mening,  dat de oplossing bij de EU ligt, die zoveel voorwaarden aan de Canarische Eilanden oplegt. “Men kan ons ondersteunen met de transportkosten  tot aan Cádiz, of, dat de subsidies op tijd arriveren,” zo merkt Rogelio op.

Andere werknemers echter, zoals de gezusters Martina en Carmen Quintana, denken,” dat de subsidies  helemaal niets uithalen, omdat ze slechts een oplossing  zijn  voor een paar jaar. Deze pachters in het zuiden van Gran  Canaria eisen, “ dat de Canarische Regering de kaarten voor hen opneemt in deze zaak en vecht voor de land- en tuinbouw op de Eilanden,” om de verdwijning ervan te voorkomen.

 ‘Met wat we in de tomaten verdienen, houden we de familie op de been’
De familie Quintana Bolaños telt vijf kinderen. Momenteel werken alleen Martina en Carmen als pachters op de tomatenplantages in het zuiden van Gran  Canaria, “maar in deze familei waren we met zijn  vieren die zich hiermee bezig hielden,” laat Carmen weten.


De gezusters Martina (links) en Carmen zijn pachters.

De 56-jarige Martina houdt zich het langst bezig met het kweken van tomaten. “Ik begon op mijn 14de, want mijn vader was ziek en ik moest meehelpen in het huishouden, “ herinnert zij zich.  Maar ook de 47-jarige Carmen bleef niet achter. “Ik zit al 30 jaar in de tuinbouw,” zegt ze,. Beiden verzekeren, dat het een sector is waar ruimschoots vrouwen aanwezig zijn. “ Vroeger werkten de mannen in de bouw en wij vrouwen gingen , om een beetje meer gekd in het laatje te brengen, het land op, om te planten", legt Martina uit.

Gezinshoofden
Met het uitbreken van de crisis en het afremmen van de bouwexplosie, werden deze vrouwen de enige bron van inkomsten  in hun gezinnen. “Er zijn veel gezinnen die tegenwoordig afhankelijk zijn van de pachters. In mijn geval, heeft mijn echtgenoot geen vast werk en ben ik het, die een salaris mee naar huis brengt,” zegt Martina.

In de loop van de jaren hebben deze gezusters in hun beroep de arbeidsomstandigheden zien verbeteren. “Nu werkt men beter dan voorheen, wij vrouwen bijvoorbeeld, hadden veel rug- en schouderklachten, omdat we tomaten vezamelden in een schort dat om onze nek was bevestigd, tegenwoordig, gebruikt men wagentjes en is er meer machinerie,” zo herinnert Carmen zich.

Het bericht over de liberalisering van de Marokkaanse landbouwmarkt in Europa geeft hen echter te denken, dat de toekomst er niet beter op zal worden. Het akkoord is aangekomen als een ijskoude douche, “want het leven van de tomaat zal eindigen, omdat we nu niet kunnen concurreren met hun lage kosten,”zegt martina. Noch zij, noch hun collega’s begrijpen waarom men een dergelijke beslissing genomen heeft, die zoveel Canarische gezinen benadeelt. “Hier is controle op alle producten  die we gebruiken; iets, wat men niet doet in Marokko,” merkt Carmen op.

Om te voorkomen, dat deze overeenkomst hen nadeel zal berokkenen, zijn ze van mening, “dat de politici hun borst nat moeten maken en niet moeten  toestaan, dat men zo de Canarische tuinbouw verkwanselt.”

‘Ik heb nooit gedacht me met iets anders bezig te houden, dat niet met het kweken van tomaten te maken zou hebben’
Sinds zijn 16de heeft Rogelio Rodríguez gewerkt in de tomatenkassen, daarmee het voorbeeld van zijn ouders volgend. “ Destijds wilde hij niet verder studeren en heeft hij  voor de tomatenkassen een en beetje voor de traditie gekozen,” zo merkt hij op. Ondanks de zwaarte van het beroep, verzekert  deze 41-jarige  inwoner van La Aldea , “Ik heb nooit gedacht me met iets ander bezig te houden.”


Rogelio Rodríguez, eigenaar en landbouwer.

Na verloop van jaren is Rogelio met het werken op de ene en op de ander plantage erin geslaagd,  zijn  eigen perceel te verwerven binnen een coöperatie. “ Ik werk al  acht jaar voor Congrisan en ben eigenaar van een plantage van 25.000 m².” Hij heeft 13 medewerkers in dienst die gemiddeld 25 kilo per m² oogsten.”

Zonder toekomst
De recente vernieuwing van het landbouwakkoord tussen Marokko en de EU heeft gezorgd voor een enorm onzekere toekomst voor Rogelio. “Ik heb steeds willen groeien en me willen ontwikkelen in deze sector, maar nu zie ik een moeilijke toekomst, want deze kan elk moment ophouden te bestaan,” zo merkt hij op.

Rogelio bevestigt, dat een van zijn aspiraties de uitbreiding van zijn perceel is en door te gaan met de technische innovatie van het product. “Ik heb hierin veel geld geïnvesteerd, want tot voor acht jaar, zag ik, dat ik waardig kon leven van de tomaat, maar nu blijkt, dat met vanuit Europa ons het eten uit de mond stoot,” zegt hij verontwaardigd.

Voor hem, en net als voor bijna alle andere landbouwers, veronderstelt het landbouwakkoord  tussen de EU en Rabat ,“een oneerlijke concurrentie” te zijn, waartegen men zich moeilijk kan verweren en het hoofd boven water kan houden. “Vanuit Europa eist men van ons een serie certificaten en kwaliteitscontroles, om de tomaten te kunnen exporteren en, daarnaast eist men waardige arbeidsvoorwaarden. Deze eisen stelt men niet aan Marokko, waarbij een werknemer hier €700,= per maand verdient, ontvangt een werknemer daar €150,= ” zo legt Rogelio uit,

Radeloos
Rogelio geeft toe,  pessimistisch geworden te zijn. “Ik heb een gezin met twee kinderen dat ik moet onderhouden, voor wie ik de studie moet betalen en bovendien, zijn er meer gezinnen van mij afhankelijk. “Wat ga ik doen, als ik niet kan verkopen,” ik moet er niet aan denken,”  zo merkt hij op.

 “40% van onze kosten betreft arbeid, in Marokko is dit 5%"
Van kindsbeen af aan opgevoed tussen de tomatenkassen, zag Marcelo Rodríguez het weekeinde tegemoet, “want terwijl mijn vrienden gingen uitrusten, wist ik, dat het mijn beurt was, om met mijn ouders naar de boerdeij te gaan,” herinnert hij zich met weemoed. Na voltooing van zijn  lagere schoolopleiding,  zo geeft Marcelo toe, “wist ik niet goed wat te gaan studeren; en, geleidt door de familietraditie, “besloot ik uiteindelijk landbouwdeskundige te worden.”


Marcelo Rodríguez, technisch chef van een cooperatie.

Na 11 jaar gewerkt te hebben voor de coöperatie Coagrisn van La Aldea, waar hij technisch chef is,  zal Marcelo met zijn 45 jaar zijn vak voor geen ander beroep inruilen. “Ondanks alle opoffering, kweek ik graag tomaten, omdat dit is wat ik mijn hele leven heb gezien. In La Aldea kun  je jezelf nergens anders mee bezig houden, want we zijn omgeven door natuurparken en onze economie bestaat geheel uit landbouw, zo legt hij uit.

Minder bedrijven
Na het uitbreken van de crisis, is Marcelo er getuige van hoe de landbouw en de tomaat het levensonderhoud is geworden  voor veel gezinnen. “We hebben veel mensen opgevangen die uit de bouwsector zijn  gekomen en van andere tomatencoöperaties die failliet zijn gegaan en hebben moeten sluiten. Momenteel houden we in La Aldea nog twee ondernemingen op de been met ongeveer 1.300 werknemers,” zo laat hij weten

Marcelo vreest, dat de nieuwe voorwaarden in het landbouwakkoord tussen Marokko en de EU, op de Eilanden het verdwijnen betekent van de sector. “Dit heeft niet alleen betrekking op de tomaat, maar op alle groenten, fruit en tuinbouwproducten. En hier leven we niet alleen van de tomaat, maar men teelt ook aardappelen en kweekt  papayas (papaja’s),” zo bevestigt hij.

 Ondersteund door zijn ervaring, legt Marcelo uit, dat de concurrentievoordeel van Rabat tegenover de  Canarische producenten en tegenover die op het vasteland van Spanje, zit in de goedkope  arbeidskracht. “40% van onze productiekosten  gaat naar handwerk, terwijl dit in Marokko slechts 5% is,” “We hebben de boerderijen een beetje gemechaniseerd, om een betere winst te verkrijgen, maar dat kan noot zoveel zijn als zij behalen.” Aan dit alles, voegt Marcelo de kosten toe, die het naleven van de EU-regelgeving met zich meebrengt, om maar te kunnen exporteren.
kleurlogoCanarias.png


Aardappelen
met
officiële herkomstbenaming

Kwaliteitslabel van de EU

CANARISCHE EILANDEN - vrijdag 17 februari 2012 - De klassieke Canarische aardappel is de eerste van deze tuberkel-soort in  Spanje die meedingt in deze categorie. De  aloude aardappelen van Canarias zijn weer een stapje dichter bij het verkrijgen van het Europese kwaliteitslabel, dat deze productie van de Eilanden onderscheidt.

Op zaterdag 18  februari 2012 zal men in de Officiële  Europese Staatscourant de aanvraag voor inschrijving in het communautaire register van de Officiële Herkomstbenaming publiceren van deze tuberkelknollen zoals die is aangevraagd door de aardappeltelers en is voorgedragen door het Ministerie van Landbouw. Veeteelt, Visserij en Watervoorziening, van de Canarische Regering, via het Instituto Canario de Calidad Agroalimentaria (ICCA), (Canarische Instituut voor Kwaliteitsvoeding).
00_large.jpg
00a_large.jpg
Daarmee gaat een periode van 6 weken van start, waarin andere producenten in derde landen en in de lidstaten (met uitzondering van Spanje) bezwaren kunnen indienen tegen deze aanvraag. Na het verlopen van de bezwaartermijn zal, als er geen bezwaar komt, de EU het definitieve register publiceren.
aaa-papas-antiguas-canarias-4_large.jpg

Deze erkenning houdt in, dat alleen eilandproductie die is verkregen onder de vereiste controle,  verkocht mag worden met het certificaat, dat bevestigt, dat deze van de Archipel afkomstig is, waardoor oneerlijke concurrentie wordt voorkomen. Deze eerste reeks van DOP (Denominación de Origen Protegida = Beschermende Herkomstbenaming) die men in Spanje verkrijgt voor deze tuberkel, bestaat al voor beschermde aardappelen van het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje), maar dan via een  ander keurmerk, de IGP (Identificación Geográfica Protegida = Beschermede Geografische Herkomstbenaming).
aa-papa-2_large.jpg

zzz-icono-libro-papadop_large.jpgMomenteel bestaat er een voorlopige, nationale bescherming, de: DOP ‘Papas Antiguas de Canarias’, wat wil zeggen, dat deze tuberkels al een nationaal kwaliteitslabel hebben in  afwachting van de definitieve opname in het EU- register.
aaapapas-antiguas-300x225_large.jpg
De Europese registratie van de Denominación de Origen Protegida Papas Antiguas de Canarias (Originele Herkomstbenaming van Klassieke Canarische Aardappelen) betekent een erkenning voor een onbetwist Canarisch kwaliteitsproduct, waarmee de producenten hun voordeel kunnen doen en acties kunnen plannen die voorzien zijn voor de Europese normering van de kwaliteit van levensmiddelen, “ zo merkt de minister van Landbouw, Juan Ramón Hernández, op.


Colorada.

De specificaties van de DO (Officiële herkomstbenaming) zullen betrekking hebben op beschermde aardappelrassen waaronder o.a. de Colorada (‘Gekleurde’), de Negra Yema de Huevo (‘Zwarte Eierdooier’), de Azucena Negra (‘Zwarte Lelie’), de Bonita Ojo de Perdiz (‘Mooie Patrijsoog’), en de Terrenta (‘Aardse’), en hun fysisch-chemische kenmerken, eiwitgehalte, droge stof, morfologische vorm, grootte, kleur van de schil en het vruchtvlees en o.a. hun uiterlijk, geur, smaak en textuur evenals de afbakening van het geografische gebied waar men deze produceert. Men zal ook de  manier van telen, oogsten en transporteren vaststellen, evenals regels geven voor het verpakken en bewaren.


Negra Yema de Huevo.

In dit document verwijst men naar het geografische milieu van het product, naar de geschiedenis, de bodem, het klimaat en de topografie van de Eilanden, en tevens wijst men het ICCA aan als autoriteit die verantwoordelijk is voor de certificering van het product en of men aan de vereisten daartoe voldoet . Via het Instituut beheert men tevens de Europese bescherming voor andere landbouwproducten zoals de plátano (Musa Cavendishii, ofwel = ‘Canarische banaan’), gofio (geroosterd maïsmeel) en de honing.
03-azucena-negra1_large.jpg

                                                               Azuncen Negra
Zoals wordt opgemerkt in de tekst van het gepubliceerde document, zorgen het bergachtige terrein, de bodem en het klimaat van de Archipel - samen met de traditie van het telen en de ervaring van de landbouwers-  ervoor, dat de klassieke Canarische aardappelen zich wat kenmerken betreft onderscheiden.
“De vulkanische grond, die gekenmerkt wordt door de afwezigheid van organisch materiaal en de aanwezigheid van grote hoeveelheden mineralen van het basalttype, zorgen voor een uniek product, met enkele specifieke eigenschappen die een unieke morfologie bepalen,” zo benadrukt men in het document.


Bonita Ojo de Perdiz.

Ook verduidelijkt men, dat terwijl in Europa de soorten zich ontwikkeld hebben tot de aardappel die vandaag op de markt te verkrijgen is - die weinig doet denken aan het oorspronkelijke herkomstmateriaal - men op de Archipel meerdere lokaal geteelde soorten kan tegenkomen die de praktijk en de cultuur bezitten van de primitieve tuberkels die vanuit Amerika de Canarische Eilanden bereikten en die - zoals studies op de Archipel hebben laten zien - zich hebben aangepast aan de omstandigheden van het microklimaat van de eilanden en die nu unieke, andere eigenschappen bezitten.


Papas andinas.

De lokale, oude Canarische aardappelrassen, “zijn niet alleen een genetisch erfgoed van onschatbare waarde, maar ook een belangrijke  etnografische en  sociaaal-economische erfenis , en zijn  nauw verbonden met een veelheid aan  gebruiken en tradities van de traditionele landbouwsystemen van de eilanden, bovendien dragen ze bij aan het levensonderhoud van de landbouwers die deze hebben weten te bewaren, zo besluit het document.
zzzz-pellagofio-semanal-049_large.jpg
agricultura-papas_large.jpg

Hieronder de bijzonderheden over de klassieke, Canarische aardappelrassen:

1.TERRENTA
Synoniemen: Torrenta, Turrenta, Sietecueros, Bonita Terrenta.
Eigenschappen: Gewaardeerd om zijn smaak en lange houdbaarheid, kan maanden na de oogst nog gegeten worden.

2. AZUCENAS
Eigenschappen: worden gewaardeerd om hun uitstekende smaak.

2.1 Azucena Negra
Synoniemen: Azucena Roja, Azucena Pintada, Azucena Oscura, Negra.
2.2 Azucena Blanca
Synoniemen: geen.

3. NEGRA YEMA DE HUEVO.
Synoniemen: Negra, Negra Herreña.
Eigenschappen: Goede kwaliteit in samenstelling. Goede kwaliteit droog materiaal
Kleur van het vruchtvlees:
geel.


4. BONITAS
Eigenschappen: Hogelijk gewaardeerd om de smaak.

4.1 Bonita Negra
Synoniemen: Marrueco Negro
4.2 Bonita Blanca
Synoniemen: Blanca Marrueca, Marrueca, Marroquina.
4.3 Bonita Colorada
Synoniemen: Marrueco/a, Colorado/a, Bonita de Color, Bonita Roja.
4.4 Bonita Llagada
Synoniemen: Bonita Ojo Perdiz.
4.5 Bonita Ojo (de) Perdiz.
Synoniemen: Bonita de Ojo Rosado, Ojo (de) Perdiz.

5. COLORADA DE BAGA
Synoniemen: Colorada, Moruna, Londrera.
Eigenschappen: Kan lang bewaard worden zonder uit te lopen. Na verloop van tijd wordt de smaak beter, heeft manden na de oogst een betere smaak.

 6. BORRALLA
Synoniemen: Melonera, Montañera.
Eigenschappen: Goede kwaliteit in samenstelling. Kan tegen droogte.
zzz-papagrande_large.jpg
Papas’ worden ‘papas’ genoemd en niet ‘patatas’, want dat is Castiliaans voor aardappel, en de Canarische ‘papa antigua’ is duidelijk iets geheel anders en is ook zeker niet te verwarren met de  ‘batata’ (zoete aardappel = Ipomoea batata.)
                                   fhrfghrg_large.jpg
Wilt u meer weten over de Solanum tuberosum - alles wat u altijd al heeft willen weten over de aardappel, maar nooit durfde te vragen -  neem dan een kijkje op:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Aardappel
kleurlogoCanarias.png 


De plátano van Canarias
voor het eerst
te koop
in
Duitsland

Dankzij de inzet van
Proexca en Asprocan

CANARISCHE EILANDEN -  vrijdag 3 februari 2012 - De Sociedad Canaria de Fomento Económico (Proexca) (Canarische Maatschappij voor Economische Ontwikkeling), ressorterend onder het Ministerie van Economie, Financiën en Veiligheid, dat geleid wordt door Javier González Ortiz, minister in de Canarische Regering en, de Asociación de Organizaciones de Productores de Plátanos de Canarias (Asprocan) (Vereniging van Organisaties van Bananentelers van de Canarische Eilanden) hebben voor het eerst een promotiecampagne in gang gezet voor de verkoop van dit fruit buiten de nationale grenzen van Spanje.

Zoals de Canarische Regering heeft laten weten in een communiqué, is het doel, de verbreding van de afzetmarkt en daartoe heeft men Duitsland gekozen als locatie voor de ontwikkeling van dit pioniers-experiment.


Zo heeft men, dankzij de samenwerking met Asprocan en Proexca, het afsluiten bereikt van diverse contracten met de belangrijkste, grote Duitse supermarktketens, om precies te zijn met Karstadt en Kaufhof, evenals met de stadsmarkten van Keulen en Berlijn.

De campagne op de verkooppunten gaat op vrijdag 3 februari 2012 van start, en zal vier weken duren.

Wat dit betreft, heeft de gedelegeerde van Proexca, Pablo Martín-Carbajal, er aan herinnerd, dat het opstarten van dit initiatief is voortgekomen uit een voorstel, dat is gedaan op de Feria Fruit Logística (Logistieke Fruitbeurs) van  2011, waar deze ontmoeting een sleutelrol vervulde in de  belangrijke stap, te besluiten toe te treden tot de Duitse markt, terwijl hij uitlegde, dat het doel is, de positionering van het merk ‘Plátano Canario’ te verbeteren ten opzichte van de banaan, waarbij men dit fruit bekendheid wil geven als een product van premium-kwaliteit.

Promotie op de Fruit Logística 2012 in Berlijn
Op zijn beurt heeft de voorzitter van Asprocan,  Francisco Rodríguez, uitgelegd, dat er promotie voor het product is gemaakt op de Fruit Logística van 2011, waarbij tijdens talrijke ontmoetingen geprobeerd is, diverse klanten  te werven,  met als resultaat, dat de Duitse supermarktketens een grote belangstelling tonen voor de Canarische banaan.

Eveneens heeft men contacten gelegd met belangrijke  Duitse distributeurs op de Duitse markt, die ervoor verantwoordelijk zullen zijn, dat het product op de verkooppunten terecht komt.

Op de vakbeurs ‘Fruit Logística 2012’, die in Berlijn gehouden zal worden van 8 t/m 10 februari,  zal de Canarische platanero-sector opnieuw aanwezig zijn via Asprocan, evenals de tomatensector, die in handen is van Fedex-Aceto.

Bovendien zal men kunnen rekenen op de aanwezigheid van de president van de Canarische Regering, Paulino Rivero, en de minister van Landbouw, Veeteelt, Visserij en Watervoorziening, Juan Ramón Hernández, die vergezeld worden door het gedelegeerde bestuurslid van Proexca.

Al met al, zullen Paulino Rivero, Juan Ramón Hernández en Pablo Martín-Carbajal een ontmoeting hebben met  Fedex-Aceto  waarbij men de strategie zal bespreken voor commercialisering op de Europese markten in het algemeen en op de Zweedse markt in het bijzonder. In Zweden ondersteunt Proexca de promotie van de Canarische tomaat via de supermarktketen ICA en de distributeur Everman.
fruit-logistica-logo_large.jpg

Ontmoeting met internationale operateurs
In het kader van dit bezoek zal men een ontmoeting hebben met internationale operateurs die de tomaat in Europa verhandelen, evenals met ketens en operateurs die betrokken zijn bij de commercialisering van de plátano canario.
platanos_large.jpg

De keuze voor de Duitse markt, voor het - voor de eerste  keer - in gang zetten van een specifieke strategie voor de commercialisering van de Plátano de Canarias buiten de Spaanse markt, dankt men aan het feit, dat Duitsland de voornaamste importeur is van groenten en fruit, zowel voor wat betreft de productie die afkomstig is uit Europa in het algemeen en, de Spaanse in het bijzonder.

Bovendien is Duitsland, op een na, het land met de grootste fruitconsumptie  per hoofd van de bevolking, met een hoeveelheid die ligt tussen de 10 en 15 kilo per jaar.
Ook heeft men er rekening mee gehouden,dat de Duitse consument een grote koopkracht heeft en bereid is, om tot 30% meer te betalen voor gecontroleerd en gecertificeerd fruit.
00048741-constrain-500x375_large.jpg
In totaal 21.000 kilo per week tijdens de eerste handelsfase
Dit is de eerste handelsfase en men verwacht, wekelijks 21.000 kilogram te kunnen exporteren.
platano-lateral-10_large.jpg

Op hun beurt, zijn zowel Fedex evenals Aceto van mening, dat hun deelname aan de Fruit Logística  een sleurtelrol vervult in de ontwikkeling van het exportbeleid. Met name legde de algemeen secretaris van Fedex, Araceli Valladares , uit, dat de ceremonie die men in aanwezigheid van de Canarische president zal houden in KaDeWE een unieke kans is, om in de loop van het jaar nieuwe klanten te winnen op de Europese markten in het algemeen.

Valladares heeft aangegeven, dat het bovendien essentieel is, de contacten aan te houden met de gebruikelijke ondernemers en klanten op het Continent, evenals met de belangrijkste, traditionele markt voor de Canarische tomaat en, dat is het Verenigd Koninkrijk.

In die zin, bevestigde zij, dat de ontvangstcomités die gevestigd zijn in zowel Southampton, UK, evenals in Rotterdam, Nederland,  deze datum op de kalender vastleggen, als sleutel voor het handelsbeleid in hun respectievelijke, geografische gebieden.
kleurlogoCanarias-7.png


 

e-35.jpg

aaaaLOGOMETBANNERGranCanariaActueel-2--106.jpg