site teller
site teller
site teller
gran-canaria-actueel.jouwweb.nl

aaaaLOGOMETBANNERGranCanariaActueel-227.jpg

mapa-canarias2-67.jpg


Heeft Canarias haar Tabaibas te danken aan Kaapverdië?

CANARISCHE EILANDEN - maandag 16 januari 2017 - Voor de onderzoekers van de Canarische flora is het duidelijk, dat de inheemse soorten van de eilanden  in een ver verleden aangekomen zijn vanuit verre landen, op de meest dichtbij zijnde eilanden van de Afrikaanse kust,  en zich aangepast, gerevolutioneerd en uitgebreid hebben...  maar wat is er aan de hand als de oorsprong van sommige planten, net als op Kaapverdië, van veel verder weg komt?

Dat is wat vier Chinese onderzoekers, samen met een Mexicaanse onderzoeker, stellen in een artikel dat is gepubliceerd in een tijdschrift met wereldwijd veel uitwerking  ‘Sientific reports’ van de ‘Nature’-Groep,  waarin zij duiken in het DNA van veertien soorten tabaibas, een van de de meest karakteristieke planten van  Canarias, om uit te vinden waar hun oudste geslachten zijn.
img_38644.jpg                                           Tabaiba  (.Euphorbia regis-jubae)
800px-Euphorbia_regis-jubae_Cueva_del_Belmaco_04.jpg Yaiza_-_LZ-704_-_Euphorbia_regis-jubae_09_ies-1.jpg
Teguise_-_Guanapay_-_Euphorbia_regis-jubae_04_ies-1.jpg 1280px-Teguise_Caleta_de_Famara_-_Euphorbia_regis-jubae_02_ies.jpg
Dat onderzoek bracht hen ertoe, vast te stellen dat de meest afgelegen DNA van het geslacht ‘Euphorbia’ zich bevindt op de Canarische eilanden in de tabaibas op Tenerife en dat ze uit genetisch oudere rassen kunnen stammen van een andere archipel in dezelfde regio van Macaronesië, maar die dan 1.400 kilometer verderop is gelegen: Cabo Verde (Kaapverdië).
Macaronesia.png

Kaart van Macaronesië:
groen=Azoren;geel=Madeira; paars=Ilhas Selvagens;
blauw=Canarische Eilanden; rood=Kaapverdië.

De auteurs van dit artikel - verbonden aan de Landbouw Universiteit in Zuid China, aan de Botanische tuin van Guangzhou, en aan de  Nationale School voor Biologische Wetenschappen van Mexico - stellen dat de verspreiding van de tabaiba-familie op de Macaronesische eilanden drie belangrijke momenten heeft gekend: 9,34 miljoen jaar; 3,2 miljoen jaar; en 1 miljoen jaar geleden (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Macaronesi%C3%AB ).

“Men kent verschillende perioden van kolonisering van Canarias vanuit het westelijke Middellandse Zeegebied en vanuit het noorden van Afrika, samenvallend met de voornaamste golven van grote klimaatveranderingen en geologische veranderingen in de regio.

De kolonisering van eiland naar eiland, van het oudste tot het jongste (van oost naar west, van Fuerteventura naar El Hierro) is de eenvoudigste (...), maar de enige,” zo beargumenteert men.

Zo benadrukken ze , "dat in feite verschillende auteurs een ander dominant model voorstellen van de kolonisatie van de Canarische Eilanden, door de planten op de centrale eilanden als centra van verstrooiing," wat in overeenstemming is, met de weg die ze hebben afgelegd in het DNA van de tabaibas.
Fig-1-Simplified-geological-map-of-Tenerife-Canary-island-The-three-old-basaltic.png                                    Vereenvoudigde geologische kaart van Tenerife.
De drie oude basalt-reeksen zijn:
het
Anaga-massief (AM), het Teno-massief (TM) en het
Roque del Conde-massief (RCM).
De gedraaide rechthoek (Fig. 3) toont het studiegebied:
de caldera (het keteldal) Las Cañadas (LCC) met de vulkaan Teide (T). 
Zie:

https://www.researchgate.net/figure/222407454_fig1_Fig-1-Simplified-geological-map-of-Tenerife-Canary-island-The-three-old-basaltic ).
Hun analyse van de oudste lijnen van de Euphorbia verhoogt dit model van verspreiding: Van Kaapverdië tot aan die drie oer-eilanden die begonnen  te vormen wat nu Tenerife (Anaga, Teno en Roque del Conde) en La Gomera is, en vandaar naar Gran Canaria  en de rest van de Archipel, en van de Canarische Eilanden naar de naburige Islas Salvajes en Madeira.

Bovendien stellen ze, dat in het concrete geval van de wilde tabaiba (Euphorbia regis jubae), de op de kust van Marokko aangetroffen exemplaren afstammen van die welke zich gevestigd hebben op Gran Canaria, in een nieuw geval van ‘retro kolonisatie’, waarbij de eilanden zijn opgetreden als reservoir van biodiversiteit en soorten teruggestuurd hebben naar het Continent.

De directeur van de Jardín Botánico Canario Viera y Clavijo, Juli Caujapé, een van de voornaamste gezaghebbers in Canarische flora, is van mening dat het laatste exemplaar wat zijn Chinese collega’s noemen in verbinding staat met een scriptie die sinds enkel jaren een aantal teams op de archipel steunen: Dat de eilanden geen doodlopende weg zijn.

De Canarische flora heeft altijd de belangstelling van botanici wereldwijd gewekt, door een groot aantal endemische soorten en omdat deze vertelt over de evolutie,  maar traditioneel  beschouwt men dat de Canarische Eilanden, als Oceaan-eilanden,  zijn opgetreden als ‘wastafels van  biodiversiteit ’die de soorten vingen die tot  ze kwamen en evolueerden tot rariteiten, of uitstierven.

De studies van de Jardín Canario hebben tot nu toe een twintigtal soorten vastgesteld waarbij eigen flora van het Continent de reis heen en weer tussen Afrika en de Canarische Eilanden heeft gemaakt, zodat de huidige exemplaren in Marokko afkomstig zijn van de Archipel.

De Canarische oorsprong van Marokkaanse kolonies aan wilde tabaibas komen overeen met dit model, maar Caujapé is er niet zeker van, dat de aanvankelijke stelling van de groep Chinese onderzoekers onweerlegbaar is: De eindconclusie van soorten van Kaapverdië naar Canarias.

"We hebben ook waargenomen bij andere planten, de cornicales (agave-soorten), dat de halotypes van Kaapverdië ouder zijn dan die van de Canarische Eilanden (zie: http://www.encyclo.nl/begrip/Haplotype),  maar we durven die sprong niet te maken zonder tussenkomst van het Continent, “zegt de directeur van de Jardin Canario, die jarenlang  verantwoordelijk is geweest voor de DNA-bank.

"Voor iemand die in China woont, liggen de Canarische Eilanden dicht bij Kaapverdië, maar dat kan misschien een steekproefbewijs als probleem hebben," voegt Caujapé eraan toe.
000islas-canariaslogo-510.jpg


De man die de drago redde

ICOD DE LIS VINOS - In 2016 is het een Eeuw geleden dat het landgoed waarop de drago  (drakenbloedboom) staat, onderdeel uitmaakt van het gemeentelijke erfgoed. Met die aankoop ging  de houtkap, waartoe die al was veroordeeld, niet door. De stad Icod heeft de redding van haar drago (drakenbloedboom) te danken aan Ramon Concepcion, die op zaterdag 3 december 20156, postuum, de Encomienda de la Orden de Isabel la Católica (is benoemd in de Orde van Elisabeth de Katholieke) ,

De komst naar Icod de Los Vinos van  notaris Ramón Feria Concepción in 1900, veroorzaakte een revolutie in de kleine stad in het Noorden van Tenerife. Hij werd onmiddellijk een vooraanstaand en actief lid van de samenleving van Icod in  dat tijdperk,  tot aan het punt dat zijn bemoeienis een sleutelrol vervulde bij  een van de belangrijkste gebeurtenissen in de moderne geschiedenis van de gemeente. Het is een Eeuw geleden dat Feria Concepción, zijn vriend Domingo Martínez de la Peñaq, en de toenmalige burgemeester, Felipe Guzmán, het bezit van de drago (drakenbloedboom) hebben gered, zodat die deel uit kon maken van het gemeentelijke erfgoed.
drago.jpgCarmen Feria (staand), de  dochter  van Santiago Feria, Ramón Feria, en de kleinzoon van  Ramón Feria, ontvangen uit handen van de burgemeester van Icod, Francisco Javier González (rechts),de titel en erkenning, namens hun vader en grootvadmr.
De aankoop ‘voor het dorp’ van de drago (drakenbloedboom) is officieel gedaan op 4 november 1916;  en ter gelegenheid van het honderdste jaar van de ‘redding’ ervan, heeft het  Gemeentebestuur  van Icod de Onderscheiding in de  Orde van Isabel la Católica aangevraagd voor Ramón Feria Concepción, die op zaterdag 3 december 28016 de titel postuum heeft ontvangen, tijdens een plechtigheid, waarbij- net als hij met zijn postume titel - ook zijn zoon Santiago Feria is benoemd, tot Commandeur in de Orde welke in 1815 is gesticht door koning Fernando VII.
dragogfyhtty.jpgDe vorige eigenaren van het terrein stonden op het punt de drago (drakenbloedboom),  die een ouderdom heeft van 1.000 jaar, om te kappen; omdat zijn diepe wortels verhinderden dat ze de boerderij konden cultiveren. De tussenkomst van Feria Concepción was cruciaal in  de bemiddeling tussen de eigenaren van het terrein en de Gemeente, om te voorkomen dat de drago (drakenbloedboom) zou en  die ondertussen ongeveer 17 meter hoog was, met een stam die aan de basis een omtrek had van 20 meter.
Drago_Icod_de_los_Vinos_Tenerife.jpgMet niet minder dan het inschrijven in het register van Gemeentelijk Erfgoed, werd de drago (drakenbloedboom) in 1917 verklaard tot Nationaal Monument bij gelegenheid van een reis van plaatselijke  generaal  Primo de Rivero in 1928 , waarbij  de bestuurders hem vroegen , aldus de kronieken, “dat men de omgeving ervan een goot park zou aanleggen”.

Het park werd aangelegd en bleef nagenoeg gelijk totdat men in 1975 een hervorming uitvoerde en in 1996 de omstreden muur bouwde die een tijdlang verhinderde dat de passanten  konden genieten van de drago (drakenbloedboom). “Ay, si don Ramón levantara la cabeza” “Oei, meneer Ramon, verhef uw stem”) zei men toen in het dorp.
000islas-canariaslogo-322.jpg


De invasie wortelt op Gran Canaria

Uitheemse soorten beslaan 25%
van de flora die groeit op het eiland

GRAN CANARIA - donderdag 8 december 2016 -De specialist in de plantkunde Marcos Salas Pascual beheert sinds 2010 een internetpagina, met de naam 'Biological Invasions', wat een soort dagboek is waarin de systematische toegang van buitenlandse planten op de Archipel wordt  bijgehouden, een van de weinige plaatsen in de wereld waar sprake is van open grenzen, tot aan het punt dat 25% van de plantensoorten die goed gedijen op de eilanden uit het buitenland komt. Honderd daarvan zijn invasief, die verspreiden zich  ongecontroleerd en wijzigen een uniek ecosysteem in de wereld dat duizenden jaren heeft geduurd om zich  te ontwikkelen.

Marcos Salas Pascual, specialist in plantkunde en een van de sprekers tijdens de XXIII Jornadas Forestales de Gran Canaria welk symposium onlangs heeft plaatsgevonden in de Paraninfo (Aula) van de Universiteit van  Las Palmas de Gran Canaria, bevestigt in geval van Canarias dat dit percentage betrekking heeft op de Archipel, samen met andere zoals Madeira en de Azoren, die de minste controle hebben op de binnenkomst van buitenlands, vegetarisch materiaal vanuit  de ontwikkelde  landen.
junajo.jpgMarcos Salas Pascual, specialist in plantkunde en een van de sprekers tijdens de XXIII Jornadas Forestales de Gran Canaria,
Ook geeft Salas Pascual aan, dat het probleem verergert omdat het, op zijn beurt, een van de locaties is de wereld die de meeste inheemse soorten heeft, waardoor het gevaar groter is voor unieke soorten die gedijen in zeer specifieke gebieden en vanwege het insulaire dat deze  kleine populaties hebben.

Het grootste deel van deze soorten van andere locaties op de wereld komt naar de eilanden voor het sieren van tuinen. Maar, daarentegen zijn er andere locaties met dezelfde eigenschappen aan kwetsbaarheid en eiland-singulariteit, zoals Hawaï en Nieuw Zeeland, die kunnen rekenen  op heel strikte voorwaarden bij hun grenzen en, “waar ze niets binnenlaten,” benadrukt Salas;  “Op Canarias zijn  deze grenscontroles minimaal, wat het mogelijk maakt soorten (ook dieren) te ontvangen voor tuinen  waarvan men vervolgens niet weet wat ermee gaat gebeuren.”
img_04571-2.jpg                                                          Lotus kunkelii.
lotus_kunkelii_.jpg Lotus20kunkelii.jpg
Salas citeert wat er gebeurt met Lotus kunkelii, als lid van een groep die al jaren achtereen deze endemische soorten bedreigd. En hoe een dergelijk volume dat het eiland gekregen heeft deze situatie illustreert in het kleine gebied van Jinámar waarin het unieke honderdtal Lotus-exemplaren gedijd; een  gebied, dat bovendien is verklaard tot Sitio de Interés Científico (Locatie van Wetenschappelijk Belang), “waarin elk jaar meer buitenlandse soorten verschijnen. Feit is, de we sinds enkele dagen twee nieuwe soorten hebben aangetroffen.”

De bioloog kan geen exacte aantallen aangeven, maar schat in dat het ritme ligt op rond de drie tot vier buitenlandse soorten per jaar, hoewel hij zich haast te verduidelijken het verschil aan te geven tussen plagen en invasieve soorten.
“Zo verwijst ‘plaag’,  naar een levend organisme dat wordt geïntroduceerd in de landbouw, of veeteelt en een directe economische schade produceren," terwijl het de invasieve soorten zijn die schade veroorzaken aan ecosystemen door hun  invloed op de inheemse soorten,” wat immers ook een financieel verlies vertegenwoordigd op de lange termijn, maar niet zo direct."

Daarom gaat het, concreet op Canarias, “om een groot verantwoordelijkheidsprobleem , omdat men een grote diversiteit heeft om in stand te houden.” En de vorm die dit land heeft om zich teweer te stellen tegen deze overdracht is, in zijn zienswijze, niet erg effectief.ç

“In Spanje,” zo legt hij uit, “bestaat een zwarte  lijst van soorten die niet mogen worden doorgelaten. Zoals bijvoorbeeld gebeurt met de culebras (slangen) die allemaal verboden zijn,  maar die niet op deze zwarte lijsten voorkomen, maar op een ‘witte lijst’, dit wil zeggen in een catalogus waarmee ze mogelijk zouden zijn voor tuinieren, zodat zowel de stedelijke planners als de beroepskrachten zich zouden moeten beperken  tot die welke geïmporteerd mogen worden, wat veel gemakkelijker is."

Een te genereus klimaat
“Zo werkt het in andere landen, “ mekt Salas op “omdat een zwarte lijst onuitputtelijk is en de witte precies toegestane grenzen beperkt, met het aangeven van die waarvan men weet dat ze niet asilvestrando (in het wild) gaan eindigen.”

Bovendien heeft Canarias, vanwege haar milieuomstandigheden, andere toegevoegde risico’s zodat deze planten wortel schieten op de Archipel. Zoals een genereus klimaat, dat - in tegenstelling tot koude plaatsen - het uitbreidingsgebied beperkt, evenals het bestaan van enkele verlaten bio-ecologische nissen, een karakteristiek die eigen is aan de Atlantische eilanden, wat de toegang van een groot aantal planten vergemakkelijkt; zodanig, dat deze met door Marcos Salas genoemde 25% veruit het percentage buitenlandse soorten overschrijdt welke men waarneemt op het Europese Continent
GonospemumoshanaaniiIMGP4380.jpg imagesTUQ5TU5U.jpg
Tanacetum oshanahani (Moederkruid, zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Composietenfamilie).
Pennisetum20setaceum3b.jpg H302-03.jpg
                                          Pennisetum setaceum (Kattenstaart).
“Maar niet alle buitenlandse planten hebben eenzelfde invloed. Op het hoogtepunt van dwaasheid staat el rabo de gato (de kattenstaart),  als een symbool van wat er kan gebeuren," zo benadrukt Marcos Salas. “Pennisetum setaceum”, zo voegt de deskundige toe, “brengt momenteel aanzienlijke schade toe  aan inheemse soorten op locaties  zoals op de rotswanden van Guayedra, of op de berghelling van Tamadaba", met uitwerkingen op inheemse  soorten zoals Tanacetum oshanahani (Moederkruid)  en Magarza oshanahani Guayedra, en die met zijn gulzige agressiviteit bovendien moet concurreren  met  vraatzuchtige  geiten.”
maxresdefault-49.jpgAnderen plantensoorten zijn al zo  lang op de eilanden, dat ze niet alleen een deel van het eilandlandschap vormen, maar uitgegroeid zijn tot symbolen, zoals het geval is met de Strelitzia (Paradijsvogelbloem), waarvan het imago gebruikt wordt door de Canarische Regering, om het toerisme te bevorderen, of de eigen tunera (cactusvijg) en de piteras (agaven), deze laatstgenoemden met populaties op de eilanden van ruim 300 jaar geleden en die verhinderen dat de Canarische ecosystemen zich kunnen vernieuwen en herstellen.
10de35b9d96ec603ea0c72111ba6b814.jpg 22585085.jpg
             Pitera (agave).                                                 Tuno  (vijgcactus).
Onmogelijk uit te roeien
In geval van de pitera (agave), die uit Midden-Amerika komt, zo zegt de deskundige, heeft deze ook voordelen voor de bevolking, als grondstuf voor zakken en alpargatas (espadrilles – touwschoenen); en die net  zoals de tuno  (vijgcactus) in principe gebruikt wordt om de grenzen van fincas (boerderijn  en landgoederen)  af te bakenen om te toegang van het vee te verhinderen, en vervolgen als producent van fruit en cochenille.
012-3.jpg                                              Laurisilva (lauierbos) op Gran  Canaria.
Deze zijn allemaal  onmogelijk uit te roeien, behalve daar waar controle is op plaatsen van bijzonder ecologisch belang, " maar er zijn minstens honderd van  deze soorten die worden beschouwd als indringers -  zoals riet - die allerlei problemen veroorzaken", niet alleen vanwege hun schadelijke invloed op de groene berghellingen en de laurisilva (laurierbossen, zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Laurisilva), waarvan de ergste de kleine Ageratina adenophora en de mato de espuma, afkomstig uit Mexico-  zijn, omdat ze  andere planten verstikken die in de barrancos in de afwateringskanalen staan, maar ook vanwege het brandgevaar dat ze als vuurhaarden opleveren, zoals is gebeurd is in de Barranco de La Virgen, op Gran Canaria, of op Fuerteventura.
Acacia20farnesiana.jpg Starr_080610-8428_Acacia_farnesiana.jpg
Acacia farnesiana, (mimosa).

Iets dergelijks heeft plaatsgevonden met de aromatisch plant, Acacia farnesiana, een doornige struik (mimosa) afkomstig uit tropisch Amerika en ongeveer 200 jaar geleden geïntroduceerd. Geciteerd door de geschiedschrijver Viera y Clavijo en zo geassimileerd dat er in Ingenio zelfs een plein naar genoemd is, de bladeren bedekken de bodem en verhinderen dat andere planten gedijen.
conejo-comun.jpg EsunAlgirus.jpg
Het Europese konijn, een andere invasieve soort, heeft daarmee een ‘samenwerkingsovereenkomst’ voor verstrooiing van de zaden in Arguineguín, Fataga, en Mogán... en vandaar omhoog het binnenland in,  ten koste van de eigen unieke inheemse soorten die zich gedurende duizenden jaren ontwikkeld hebben.
000islas-canariaslogo-307.jpg


Begin van de herbebossing van
Veneguera y Tabaibales

Het Cabildo en Lopesan
herbebossen Veneguera met 200.000 bomen
in de komende tien jaar

Het gaat in bosbeheer
om de grootste samenwerkingsovereenkomst tussen
een privaat bedrijf en de overheid

MOGÁN - donderdag 17 november 2016 - De Lopesan-Groep is op dinsdag 15 november 2016  begonnen met het uitvoeren van het convenant dat men enkele maanden geleden heeft ondertekend met het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria voor de herbebossing van het landgoed Veneguera y Tabaibales, gelegen in het Parque Rural del Nublo (Plattelands Landschap-park van de Wolkenrots), waarmee men verwacht  - in de komende tien jaar – met een personeelsbestand van  40 personen,  in totaal 497 hectare te herbebossen met 200.000 bomen

De eerste actie is het aanplanten geweest van 200 pinos (dennenbomen) en 200 sabinas (jeneverbessen) in het hoogste gebiedsdeel van de finca (het landgoed), dat is uitgevoerd door tweedejaars leerlingen - in het verplichte onderwijs´- van het CEO-college in Mogán, die werden geïnstrueerd in dit bewustmakingswerk door de boswachter, Sergio Armas.

 veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-3_g.jpg veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-2_g.jpg

veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-83_g-1.jpg                                                       Schattig, of toch.... 
De soorten die Mogán zullen gaan bevolken, zijn die van de thermofiele strook, dat wil zeggen, dennenbossen in het bovenste gedeelte, en jeneverbessen en wilde olijven in de lager gelegen gebieden, maar wat zal worden aangevuld met andere, kleinere aantallen; soorten, zoals dragos (drakenbloedbomen) en zaailingen.
veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-29_g.jpg

veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-88_g.jpg veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-46_g.jpg veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-48_g.jpg
Andere acties die de overeenkomst bevat, is naast het verbeteren en herstel van de plantaardige bodembedekking (herbebossing), het onderhoud van de herbebossing in de eerste zomer, en het aanleggen van bewegwijzering naar en in openbare bosgebieden.
veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-52_g.jpg
veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-70_g.jpg veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-31_g.jpg

veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-15_g.jpg veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-39_g.jpg
veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-53_g.jpg                                                  ..onder het mom van onderwijs...
De landbouwvertegenwoordiger van de Lopesan-Groep, Yerou Lobo, heeft laten weten dat het gaat om de grootste samenwerkingsovereenkomst tussen een privaat bedrijf en de overheid, en een van de diverse actie die het bedrijf verricht in Veneguera.

veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-86_g.jpg veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-89_g.jpg
veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-91_g.jpg veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-90_g.jpg
veneguera-barranco-mogan-tabaibales-carretera-63_g.jpg                                     .                         ..verkapte kinderarbeid.?
Zo heeft Lobangegeven dat men ook werkt aan het herstel van de boerderijen in Veneguera waar men het personeelsbestand heeft uitgebreid van 25 naar 40 medewerkers.
“Het werk bestaat uit het herstel van de bananenplantages, en de plantages van mango’s, citrusvruchten, en avocado’s; waarvan  de producten gebruik zullen worden in onze hotels,"zo besluit hij.

000islas-canariaslogo-200.jpg


Ingenio laat El Oronado verdrogen

INGENIO - woensdag 24 augustus 2916 - Het recreatiegebied El Oronado in Ingenio, in de barranco (het ravijn) van Guayadeque, is totaal verwaarloosd en de vegetatie is verdroogd door het ontbreken van irrigatie, zoals de 200 exemplaren die Foresta heeft aangeplant in juni 2016 op de Día Mundial del Medio Ambiente (Wereld Milieu-dag).Vandalisme en diefstal in een bijna afgewerkt gebied dat €70.000,= heeft gekost, maar een jaar geleden is gesloten..

Het recreatiegebied El Oronado in Ingenio - gelegen midden in het Natuurmonument :de barranco (vallei) van Guayadeque, is sinds een jaar gesloten voor het publiek, ondanks dat het bijna klaar was - heeft opnieuw te lijden van vandalisme zoals diefstal; verkeert in verwaarloosde staat, en vooral de vegetatie lijdt daaronder: nagenoeg 50% is dor, door het ontbreken van irrigatie. Dit is op maandag 22 augustus 2016 aangeklaagd door de woordvoerder van Agrupa Sureste, Domingo González, de wijsvinger direct uitsteekt naar de bestuurs-fractie PSOE-Forum Drago, naar de burgemeester, Juan Díaz, en naar de betreffende wethouder, Chani Ramos.
76004.jpg    Drie herbebossingen , verwaarlozing en gebrek aan irrigatie in de Vallei van Guayadeque.

De feiten gaan door, ondanks de waarschuwing die in de Canarische persmedia is gepubliceerd in het jaar dat men het recreatiegebied heeft gesloten met de aanklacht van verwaarlozing, opgestapeld afval, puin en diefstallen in dit recreatiegebied

Het recreatiegebied El Oronado heeft drie fases van herbebossing genoten sinds de voltooiing, de laatste is gehouden op 3 juni 2016 door de stichting Foresta, met medewerking van de Gemeente Ingenio, met de viering op het eiland van de Día Mundial por el Medio Ambiente (Wereld Dag voor het Milieu) en in het kader van het plan voor de herbebossing van Gran Canaria. Er hebben 200 personen aan deelgenomen, die diverse exemplaren van het thermofiele bos hebben aangeplant zoals de:
- acebuche (wilde olijfboom),
- almácigo mastiekboom Pistacia lentiscus),
- orobal (bremraap),
- guaydil (guaveboom Psidium guayaba),
en de op Canarias endemische palo sangre (Marcetella - Marcetella moquiniana)

“Een van elke soort is dood en de rest staat op het punt te sterven als dezer dagen geen irigatie plaatsvindt,” zo geeft wethouder González aan, die eveneens heeft aangegeven, dat de staat van dit gebied geheel verwaarloosd is, wat hij definieert als: “een absurde geschiedenis’.

Hij dringt erop aan, dat het sinds de opening de derde aanplant is die is uitgevoerd in het gebied, "alles betaald met belastinggeld, om te worden achtergelaten in deze staat van verwaarlozing" zo protesteert hij. Resultaat van de nalatigheid zijn, naar zijn oordeel, de diefstallen die men heeft gepleegd in het gebied, waar ijzeren structuren zijn verdwenen en materiaal van de toiletten.”

Eveneens benadrukt hij, dat er in de omgeving voortdurend afval wordt gedumpt en puinhopen zich opstapelen, die zijn verschenen sinds het werk werd voltooid.

González begrijpt niet, dat het recreatiegebied voor inwoners van Ingenio - dat is aangelegd onder het vorige Gemeentebestuur, waarvan zijn partij deel uitmaakte - is gesloten toen de PSOE de verkiezingen won, het enige wat nog rest is het materiaal. Bovendien stelt hij, dat in het Werkgelegenheidsplan van 2016 een hoofdstuk is opgenomen met een lijst van werkzaamheden welke betrekking heeft op El Oronado en waar een budget voor beschikbaar is, “maar ze hebben het niet uitgevoerd.”
zzzislas-canariaslogo-194.jpg


De Palmen-Oase van Haría vraagt hulp

HARÍA - dinsdag 19 april 2016 - De Gemeente Haría is bezorgd over de geleidelijke verwaarlozing van de zogenoemde Valle de las 10.000 Palmeras (Vallei van de Duizend Palmen), een van de meest kenmerkende palmen-oasen van Canarias. Jaarlijks ziet men palmen doodgaan door de verwaarlozing van fincas (boerderijen) en door  het risico van aantasting door de Diocalandra Frumenti. In 2016 wil men een reddingsplan opstellen.

De Gemeente Haría wil niet langer wachten met het uitvoeren van een actieplan, ter voorkoming van het voortgaande verval waaraan haar palmeral (palmen-oase) al tientallen jaren lijdt.
palmeral-1.jpgDeze kostbare vegetatie, gelegen in de vallei van Haria, in de volksmond bekend als de Vallei van 10.000 palmbomen’, telt echter  ongeveer 2.000 exemplaren.

In 2014 heeft men 340 palmen onderzocht in de gemeenten Haría en  Teguise.

Volgens een jaren geleden door het Departement Milieuzaken, van het Cabildo (Eilandbestuur) van Lanzarote - door de deskundigen  Marco Díaz-Bertrana, Hristina Hristova Gueorguieva en Pedro Gutiérrez Peraza - uitgevoerd onderzoek, over de situatie van deze palmen-oase en de handelwijze voor het onderhoud en de bescherming  ervan, bestaat er een verhoogd risico van aantasting door de schadelijke Diocalandra Frumenti (Picudo de las cuatro manchas del cocotero, ofwel, Picudo Rojo) en daardoor het uitsterven van deze palmeral (palmen-oase).
                                                   Diocalandra1.png
                                                         Diocalandra Frumenti .
Echter het risico op deze keverplaag is niet het enige risico dat de palmen in deze vallei bedreigt, maar er zijn ook verlaten boerderijen en er is gebrek aan onderhoud; de studie toont aan,  dat de palmen-oase zich bevindt op een kunstmatig met slib voorziene landbouw-enclave, wat ertoe heeft geleidt dat de palmen zelfs op de meest ongunstige locaties gedijen.
Oorspronkelijk ontstonden de palmbomen door toedoen van de mens op locaties waar ze normaal niet voorkomen, op de hoogste gedeelten van de berghellingen, zonder grondwater.

Het waren de voordelen van dit slib  en het goede werk van de boeren, die deze uitbreiding mogelijk gemaakt hebben. Met de stopzetting van landbouwactiviteiten, zijn de eerste kavels die in de steek gelaten zijn de hoogst gelegen berghellingen

Met de afwezigheid van de hand van de landbouwer op de grove vulkanische aarde en het uitvoeren van een reeks van kweekwerk voor hun gewassen, hebben de in deze gebieden groeiende exemplaren zodanig te  lijden, dat ze komen te sterven, of blijven bestaan in een vegetatieve overlevingstoestand.

Momenteel is het diepst gelegen deel van de vallei, de omgeving welke de beste condities biedt voor het goed laten groeien van de palmen, waarvan er veel op de landbouwgrond staan in het bebouwde centrum van Haría. Feitelijk merkt de studie op, dat de proeven die zijn  genomen, aantonen, dat in 2014 de plaag nog niet gearriveerd is in dit gebied, hoewel er echter exemplaren aagetroffen  zijn in palmbomen die staan in de nabijheid van Arrieta, Punta Mujeres en Mala.zzzzzzzislas-canariaslogo-414.jpg


Eind 2016
op Internet beschikbaar
 'Arbolapp Canarias',

voor het identificeren van de bomen op de Eilanden gepresenteerd op:
www.arbolapp.es

CANARISCHE EILANDEN- donderdag 10 maart 2016 - Een groep deskundigen werkt momenteel aan de presentatie eind 2016/begin 2017 van de toepassing op het Internet: 'Arbolapp Canarias'. Op de internetpagina www.arbolapp.es   is het  nu al mogelijk de in het wild groeiende bomen te identificeren op het Península Ibérica (Iberisch Schiereiland = het vasteland van Spanje en Portugal) en van de Balearen; bekijk de versie in het Engels op: http://www.arbolapp.es/en

Dit nieuwe initiatief van de Real Jardín Botánico (RJB) en de afdeling van Cultura Científica del Consejo Superior de Investigaciones Científicas (CSIC)- met financiële steun van de Fundación Española para la Ciencia y la Tecnología (FECYT) - heeft tot doel, de samenleving bekend te maken met de plantenwereld. En men zal dit met medewerking van de Jardín Botánico Viera y Clavijo van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria  ook mogelijk gaan maken voor de Canarische Archipel.

logo_med_text.pngsmartphone_home_shd_es.png

Recentelijk heeft men 25 nieuw soorten toegevoegd op de internetpagina:  www.arbolapp.es  die in 2014 is ontstaan als toepassing voor mobiele telefoons en die beschikbaar is in het Spaans en in het Engels.
Sindsdien is deze ‘app’ (in goed Nederlands: ‘toepassing’) in Android 157.000 keer binnengehaald en ruim 47.000 keer via iOS. Mar nu in het dus ook mogelijk om via de internetpagina  www.arbolapp.es kennis te nemen van de inhoud van deze ‘toepassing’.

“Veel onderwijsinstellingen hebben gevraagd om een Internet-versie van Arbolapp, om dit klassikaal als lesmateriaal te kunnen  gebruiken voor hun leerlingen, ”zo legt Eduardo Actis (CSIC) uit die organisator is van dit project.
thumb-47.jpgI
In het afgelopen jaar hebben de Arbolapp-gebruikers gevraagd om de opname van  meer bomen; “vandaar, dat men nu - naast de al 143 exemplaren – er nog eens 25 meer opgenomen heeft in het bestand. Waaronder inheemse soorten die in de eerste versie niet voorkwamen, evenals in het wild voorkomende exemplaren, zo laat Felipe Castilla (RJB) weten.

Ook de zoekfuncties zijn verbeterd op de internetpagina en er kunnen nu meer dan de al 500 foto’s geplaatst worden." Arbolapp blijft groeien", zo heeft María Bellet, chef van de Unidad de Cultura Científica  van het RJB, opgemerkt.
zzzzzzzislas-canariaslogo-283.jpg


La Aldea, betrokken bij het herstel
van een landschap
dat ruim 400 jaar geleden verloren is gegaan

LA ALDEA - zondag 14 februari  2016 - La Aldea, in het Zuidwesten van Gran Canaria, is een eiland binnen een eiland; een locatie, die betrokken is bij een ambitieus milieuproject voor  het herstellen van een landschap dat ruim 400 jaar geleden verloren is gegaan.

De inwoners van La Aldea betreuren, zoals in andere delen van de Archipel, al decennia lang  de ‘uitzondering’ door de bescherming welke de ontwikkeling heeft weten te beperken van de stedenkundige-toeristische ontwikkeling. Maar nu zien ze, dat de natuurlijke hulpmiddelen en het landschap hun voornaamste waarde vormt en het element waarop een heel  gevarieerd  toeristisch aanbod berust.
img_32753.jpgFoto vrijgegeven door Life Guguy, betreffende de werkzaamheden  van het  herstel van de bossen in het Reserva Natural Especial de Güigüi (Gran Canaria).

En dat is, dat 82% van de gemeente binnen beschermde natuurgebieden ligt, en in haar geheel behoort tot het Biosfeer-reservaat van Gran Canaria; en omgeven is door diverse locaties van het Europese netwerk Natura 2000, dat op lange termijn de leefomgevingen wil verzekeren van de meest representatieve soorten van Europa.
La_Aldea_de_San_Nicolas_Las_Palmas1.jpg                                                     Montaña de Los Cedros, La Aldea.

cedros--644x362.jpgHet Europese Life-project Guguy waarin - naast de Europese Unie (EU) - het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria en het Nutsbedrijf Gesplan deelnemen, streeft naar het herstel van de endemische bossen van de Canarische ceder die met uitsterven bedreigd wordt, maar ook van de sabinas (jeneverbesstruiken), de Canarische pijnboom, en de brezales  (heidestruiken) die als sinds eeuwen de bergen bedekken.
Cedro_06.jpgDe overheden (de beheerders van het natuurgebied, de Gemeenten, het Eilandbestuur, de Canarische Regering en de Europese Commissie) hebben middelen ingezet voor deze transformatie, want het is ook een van de belangrijkste gebieden voor het behoud van het aantal endemische soorten die het eiland  herbergt, en in het de belang van haar verschillende betrokken leefomgevingen.

Alle gebieden waarin men de herstelwerkzaamheden verricht, behoren tot het netwerk Natura 2000, en de betrokken partijen zijn ervan overtuigd, dat het project alleen de gewenste resultaten kan bereiken met de medewerking van de plaatselijke bevolking; aanvankelijk , door de rechtstreekse  arbeidsplaatsen  die deze inspanningen creëren en vervolgens door de nieuwe kansen die de natuurlijke hulpmiddelen het gebied kunnen bieden.

 De burgemeester van  La Aldea, Tomás Pérez, heeft deze betrokkenheid van de bevolking benadrukt, en dat die dankzij het informatieve werk en milieubewustzijn begrijpt, dat de ‘enorme natuurlijke rijkdom’ een steeds belangrijkere kan zijn.

Tomas Perez heeft erop aangedrongen, dat het aantal beschermde gebieden niet verhindert dat men ook een voorraad  aan grond reserveert voor toeristisch gebruik in de gemeente, zodat het behoud van natuurlijke hulpbronnen hand in hand gaat met de economische en sociale groei van het dorp.

De burgemeester heeft erop gewezen,  dat het werk van het Gemeentebestuur in de komende  jaren gericht zal zijn op het behoud en het versterken van de hoge waarde die de natuur voor ons heeft, omdat veel toeristen dit contact met de natuur zoeken wat ze momenteel niet op andere plaatsen vinden.”

Voor de technische leider van het  project, Gustavo Viera, heeft men een groot van het succes te danken aan de bewoners en dat men heeft bijgedragen aan deze leefomgeving, “als ‘een kans’ voor de toekomst. Men voelt zich deelnemers aan en eigenaren van het project,” zo  heeft hij gezegd.

Aan het begin van het project waren er minder dan vijftig Gran Canarische ceders - die genetisch verschillend zijn van die van de andere eilanden van de Archipel – im een ‘verpauperde’ staat van  conservering; en hoewel het bij het ontstaan van het initiatief  de bedoeling was  1.000 exemplaren te reproduceren, is men er in geslaagd er 4.000 te kweken.

Viera is ervan overtuigd,  dat dit project (wat begonnen is in  2013 en dat zal eindigen op 2017) ‘een  stimulans’ is geweest voor de inwoners van La Aldea, omdat ze historisch gezien, hebben gevoeld,  dat de diverse  beschermingswijzen het dorp hebben ‘uitgeput’ en alleen maar hebben gediend, om hun ontwikkeling af remmen.

“Het project heeft bereikt, waarde toe te kennen aan deze beschermingsmodellen en dat de inwoners zich er rekenschap van geven dat ze een kans zijn, omdat bijna niemand de natuurlijke rijkdom tegenkomt die zij hebben voor het toerisme of naderszins," zo heeft Viera late weten aan de persmedia.

Naar zijn mening, zijn de inwoners van La Aldea nu ‘trots’ op hun natuur en dat men hen vanuit Europa in te middelpunt heeft geplaatst van dit project , en ze zijn  ervan overtuigd dat het herstel van deze leefomgeving een heel ander publiek zal aantrekken en een ander toeristisch model zal zijn, natuurlijk en met kwaliteit.

De voornaamste bedreiging van de herbebossing zijn de in het wild levende geiten die in de bergen leven, afkomstig van oude kuddes, “ maar die nu een eigenaar en veeteler missen,” en die het succes van de plantages bedreigem,  waardoor een van de doelstelingen  ook, het ‘paal en perk stellen’ is aan deze herbivoren (planteneters).

De biologe Isabel Nogales, directeur van het Reserva Natural Especial de Güígüí (Natuurreservaat van Güígüí) heeft opgemerkt, dat in die zin de EU een ‘ultimatum’ heeft gesteld, dat men deze geiten elimineert en voorkomt dat deze de werkzaamheden van de herbebossing frustreren, waardoor men periodiek ingrijpt, hoewel ze erkent, dat het gaat om controversiële en omstreden beslissingen, “omdat niemand een dier wil doden.”

Nogales heeft uitgelegd, dat men momenteel 80% van het voor deze plantages geplande begroting heeft uitgevoerd, en heeft benadrukt dat er al een komst is van een type toerist dat heel geïnteresseerd is in de natuurlijke hulpmiddelen en dat de bewoners nieuwe activiteiten onderricht - dat heel waardevol  kan zijn.
zzzzzzzislas-canariaslogo-178.jpg


De studie van Manuel Viera Pérez
gaat ook na
welke invloed de strandkiosken
zullen hebben op de duinen

SAN BARTOLOME DE TIRAJANA - donderdag 10 december 2015 - De gedetailleerde studie  van het duinengebied van  Maspalomas en de interactie van de balancones met de wind-sedimentatie van de omgeving, - wat het doctorale afstudeerproject is van Manuel Viera Pérez,  is het eerste wetenschappelijke werk dat het mogelijk maakt, exact te evalueren wat de uitwerking is van de strandkiosken en de strandligstoelen op de duinen in de toeristenwijk Maspalomas in de gemeente San Bartolomé de Tirajana, in het Zuidoosten van Gran Canaria.

Manuel Viera, professor in Kustbeheer, van de faculteit Zee-wetenschappen, van de Universiteit van Las Palmas de Gran Canaria (ULPGC), heeft een wetenschappelijke manier gevonden om te weten hoe het installeren van strandkiosken zal uitwerken op de duinen, ”het is voor het eerst, dat we kunnen rekenen op fysieke,  technische,  en wetenschappelijke middelen voor het verkrijgen van een studie over de uitwerking op de duinen, die is aangepast aan de werkelijkheid, zo merkt hij op.
kiosk.jpg
Een fotomontage, om een indruk te geven van de te plaatsen nieuwe strandkiosken op de stranden van Maspalomas en El Inglés.
Het gaat om het plaatsen van zeven meetinstrumenten voor verkrijgen van gegevens; deze instrumenten zijn ontworpen door de División de Robótica y Oceanografía Computacional (ROC) (Afdeling Computergestuurde Robotica en Oceanografía) van het Instituto Universitario en Sistemas Inteligentes y Aplicaciones Numéricas en Ingeniería (SIANI) (Universitair Instituut voor Intelligente Systemen en Numerieke Toepassingen in de ingenieurswetenschappen) van de ULPGC, waarmee men nauwkeurig kan meten hoe de strandkiosken uitwerken op de sedimentaire dynamiek en op de verplaatsing van zand door de wind. Het dynamische model van de wind bepaalt de mate van erosie.

Wind
Viera is van mening, dat dit het moment is voor het verrichten van de studie. Voordat men de beslissing neemt, om op de stranden van Maspalomas en El Inglés de strandkiosken te installeren  welke door het Toeristische Consortium van het Zuiden gekocht worden en die - in afwachting van de rapportage van de Demarcatie Kustlijn op Canarias - zullen worden opgeslagen in een industriehal in ‘El Goro’.

“Het is niet nodig om de kiosken vooraf op het  strand te plaatsen.  Dat kan men gerust op een andere locatie doen, zoals Pozo Izquierdo, laat de wetenschapper weten. “omdat we op voorhand weten, dat het zand zich  verplaatst vanaf het moment dat de wind een kracht bereikt van vijf meter per seconde, 18 kilometer per uur,” zo laat Manuel Viera Pérez weten.

Balancones
Dit meetinstrument heeft een groot vermogen. De toepassing ervan zal het mogelijk maken de windschaduw van de kiosken en de strandligstoelen te kennen, om te bepalen waar ze geplaatst kunnen worden, zodat ze zo weinig mogelijk van invloed zijn op de ontwikkeling van de balancones  (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Chenopodiaceae), die al zijn aangetast door de lichtvervuiling (zie het artikel hieronder) en de vorming van nieuwe duinen.
00000AAAAAAAAAslas-canariaslogo-37.jpg 


Grote straatlantaarns vernietigen
de balancones in de Duinen

SAN BARTOLOMÉ DE TIRAJANA - maandag 7 december 2015 -  - Een abnormale groei en minder bloemen. Dat is het effect wat de lichtvervuiling veroorzaak op de balancones in de Duinen welke afkomstig is van de straatlantaarns  langs de boulevard van winkelcentrum ‘Anexo II’ in de toeristenwijk Playa del Inglés in de gemeente San Bartolomé de Tirajana. Dit blijkt uit een vijfjarige studie van Manuel Viera Pérez, professor in Kustbeheer.

Dat er stranden en duinen zijn, hangt in grote mate af van hoe men de balancones vertroetelt.” “Dit is de plantensoort die de sedimentaire dynamiek op gang houdt; zonder balancones verandert dat landschap in  een zandvlakte.” Het verhaal van Dr. Manuel Perez Viera klinkt apocalyptisch, maar zijn studie van ruim  vijf jaar, waarmee hij cum laude zijn  doctoraat in Kustbeheer behaalde, heeft dit wetenschappelijk aangetoond.
balancones.jpgDe verhandeling telt ruim 500 pagina’s, waarbij - als een van de vele belangrijpe aspecten - de lichtvervuiling wordt benadrukt, “welke de straatlantaarns - die zich bevinden in de nabijheid van winkelcentrum Anexo II - jaarlijks uitstralen,  wat een vermindering laat zien van  30% van aantal bloemen; een abnormale groei, in vergelijking met andere exemplaren die zich in het Zuiden bevinden” “Deze verandering, zo blijkt, houdt verband met de effecten van lichtvervuiling die geproduceerd wordt door de grote straatlantaarns op de boulevard van dit winkelcentrum.” Feit is, dat men talrijke verdroogde exemplaren ziet.
traganum_moquinii.jpg
Balancn.jpg

Studie
Viera legt uit, dat begroeide duinen -zoals die van Maspalomas - "reageren op een model dat tot nu toe wereldwijd niet uitgebreid is  bestudeerd." "het gaat om een droog, begroeid duin-systeem dat men aantreft op plaatsen met weinig neerslag," voegt hij eraan toe, en merkt op, “dat in een droge omgeving weinig plantensoorten  de capaciteit hebben om te overleven en zich te ontwikkelen en," dat in ons geval, “de Traganum moquini - bekend als balancón (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Chenopodiaceae ) -  daaraan voldoet. Het doel van zijn stelling is, “precies de rol te kennen die deze soorten spelen in deze gebieden.”
cod-010203016-001-balancon-traganum-moquinii.jpg
4034676061_f982b8dbf3.jpgDat zorgt ervoor, dat Manuel Perez Viera waarschuwt, “dat legale en illegale handelingen en activiteiten deze duinen veranderen, en de stabiliteit van de stranden in gevaar brengen en van de duinen in hun geheel, ” zo bevestigt de professor.
00000AAAAAAAAAslas-canariaslogo-18.jpg 


 Eeuwenoude drago - Las Meleguinas
in handen van wetenschappers

SANTA BRTÍGIDA - dinsdag 8 september 2015, Officiële Feestdag Virgen del Pino - Met het op woensdag 2 september 2015 spontaan omvallen van de drago (drakenbloedboom) van Las Meleguinas in Santa Brígida - met 490 jaar een van de oudste exemplaren ter wereld- verliest Canarias een natuurmonument, dat momenteel voor onderzoek in handen is van wetenschappers van het Ministerie van Milieu, van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria.

De Drago de las Meleguinas, die 27 keer in bloei is gekomen, was een van de oudste op Canarias, aldus de deskundige van de Jardín Canario, Rafael Almeida.
thumb56QCEAYT.jpgDe plant stond aan de rechterzijde van de barranco (het ravijn) van Santa Brígida, daar waar die nagenoeg samen gaat met de Barranco de Alonso, en groeide op een bodem van lava-slakken.

Zoals we al eerder hebben gemeld, stond het exemplaar in de tuinen van Las Grutas de Artiles, in La Angostura, en is op woensdag 2 september 2015 omgevallen, na jaren van verval. De deskundigen wijten dit aan de veranderingen die zich hebben voorgedaan in de ondergrond waar de drago (drakenbloedboom) stond.

De drago maakte onderdeel uit van de tuinen van het restaurant ‘Las Grutas de Artiles’. “Het aanzien was onopvallend, een lange uiterst dunne stam met een magere kroon bestaande uit vier hoofdtakken en vertakkingen van een lagere orde, met 45 bladrozetten.

De logge stam, die identiek was aan die van de op de rotsen in het wild groeiende drakenbloedbomen, is weg gevegeteerd door te weinig aarde op de rotsachtige heuvel.

Wat de aandacht vestigt op dit exemplaar, is het aantal keren dat de drago in bloei is gekomen, in totaal 27 keer; wat uiterst verrassend is, als men in overweging neemt, dat bijvoorbeeld die van Icod de Los Vinos, en die van San Juan in Tacoronte (Tenerife), maximaal 23 keer in bloei zijn gekomen, aldus de deskundigen.

Daardoor gaat het om een van de oudste exemplaren die men op Canarias kent, en die men een leeftijd van minamaal 400 jaar toeschrijft, als men uitgaat van een gemiddelde periode van 15 jaar voor een bloeiperiode (27 x15 jaar = 405 jaar); hoewel, rekening houdend met de locatie waarop de drago zich oprichtte , zou deze ouder kunnen zijn, omdat de groei door de grondcondities aanzienlijk vertraagd is,” zo merkt Almeida op in een boek dat in 2003 is uitgegeven door het Cabildo (Eilandbestuur).

 

De drago is een van de bomen (eigenlijk een plant, een lelie-soort) die het meest is beschreven door natuurvorsers in de 18de en 19de Eeuw. “De eerste botanische studie die noemenswaard is, is die, welke is verricht door de jonge natuuronderzoeker Sabino Berthelot (1794-1880), over de drago op de Canarische Eilanden,” zo laat de kroniekschrijver van Santa Brígida, Pedro Socorro, weten.
ZZZZZZAislas-canarias-84-76.jpg 


Gesneuveld, de oudste drago van Canarias

SANTA BRÍGIIDA - zaterdag  5 september 2015 - De Canarische drago (Dracaena draco - drakenbloedboom) van Las Meleguinas, de oudste van Canarias, staat niet meer overeind. Het skelet-achtige exemplaar in Santa Brígida (Gran Canaria) heeft na 420 jaar de geest gegeven. Volgens geograaf Rafael Almeida,” was dit - in theorie - de oudste drago.” (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Drakenbloedboom)

Het nu omgevallen exemplaar stond er florissanter bij en bloeide vaker dan het beroemde exemplaar in Icod, of dat van San Juan (Tacoronte). De nu gesneuvelde drago stond bij het restaurant ‘Las Grutas de Artiles’.
1441390234333.jpg
                                                             Las Meleguinas.
1441390232243.jpg
1441390234267.jpg
1441390232195.jpgAgustín Artiles, de zoon van de horecaondernemer die ’Las Grutas’ heeft geopend, heeft altijd geroemd, dat de drago in zijn tuinen, de oudste was van de Archipel. Op woensdag 2 september 2015 is dit exemplaar omgevallen. Een ware catastrofe voor de natuur op de Eilanden.
ZZZZZZAislas-canarias-84-47.jpg 


Drie dragos in Salinetas aangetast
door een insectenplaag

TELDE - zondag 23 augustus 2015 - Voor technici van de Jardín Botánico Canario is de situatie in Salinetas niet erg rooskleurig. Van de twintig exemplaren, zijn er twee dood, is er een ernstig ziek, en de rest van de dragos (Dracaena draco) heeft te lijden van een insectenplaag, waarbij gangen in de stammen worden gevreten wat een langzame dood veroorzaakt.

In tegenstelling tot wat men zou denken, heeft de gezondheid van de drago-oase in Salinetas niet te lijden van gebrek aan irrigatie, of van jarenlange verwaarlozing. De drakenbloedbomen zijn aangetast door een insectenplaag, en het zijn niet de enigen.
dragos.jpgWethouder Álvaro Monzón, Juli Caujapé en Julio Rodrigo, bij een van de volledig verdroogde dragos (‘drakenbloedbomen’).
Exemplaren van de Dracaena draco - ondersoort draco in andere gebieden, zoals die in de Jardín Botánico Canario - zijn ook getroffen door hetzelfde kwaad. Ze zijn aangetast door de gorgojo de la palmera canaria (korenworm) van de Canarische Diocalandria frumeti (dadelpalmkever) en door de subtropische Opogona sacchari, ofwel Bananenboorder, een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae); deze (sub)tropische mot - die met geïmporteerd plantenmateriaal het land binnenkomt - veroorzaakt schade in de bedekte teelt van een groot aantal siergewassen en heeft in de Europese Unie een quarantaine-status;: zie in Pdf-formaat: Folder Bananenboorder (Opogona sacchari) (pdf, 356 kB).
naamloos-136.png maxresdefault-3.jpgpicudo_ciclo.jpg
 Diocalandria frumeti             (de andere Canarische palmkever is de Picudo Rojo).
Opogona_sacchari-1.jpg opogona_sacchari_female.gif
                                             Opogona sacchari (Bananenboorder).
OPOGSACCV_Lima291207_SNC01.jpg  0176097-1.jpgOm die reden hebben de technici van de Jardín Botánico Canario voorgesteld een handboek samen te stellen met de beste handelwijze, om verspreiding van de plaag te voorkomen.

Diagnose
De aantasting is zodanig van omvang, dat drie dragos al verdroogd zijn, alleen hun skelet staat nog overeind; ze zullen moeten worden omgehakt vanwege het risico van omvallen, zoals enkele weken geleden het geval was met een van de bomen. Dat is wat op zaterdag 22 augustusi 2015 is besloten door de directeur van de Jardín Botánico Canario, Juli Caujapé, en de bioloog Julio Rodrigo, die de bomen bekeken hebben om de staat ervan te analyseren, wat ze gedaan hebben in gezelschap van de wethouder van Milieu en Groenvoorzieningen, Álvaro Monzón.

Een van de drie dragos is heel ziek en heeft een speciale ingreep nodig, zodat deze niet eindigt zoals zijn voorgangers.

De overige, een dozijn van grote afmetingen en een aantal kleinere zijn geïnfecteerd en zullen een fytosanitaire behandeling nodig hebben om te voorkomen dat de plaag zich verspreidt. Sommige dragos zouden wel 70 jaar oud kunnen zijn, zie:  https://nl.wikipedia.org/wiki/Drakenbloedboom
2015-08-12002Dragoinbloei.jpgDeze foto van een - 'gracias a Díos' - gelukkig (nog steeds) supergezonde, 14 jaar oude en momenteel maar liefst 13 takken tellende  drago - die voor de tweede keer in bloei is gekomen  -  is op 12 augustus 2015 gemaakt in de tuin van de redactie van  'Gran Canaria actueel'.
De technici willen niet het woord recuperación (herstel) gebruiken - omdat men niet weet, of dit wel, of niet mogelijk is - hoewel men bestudeert wat de meest afdoende behandeling zal zijn, om verspreiding van de plaag te voorkomen. Het kan jaren duren om de dragos te doen opleven.

Recent uitgevoerd bodemonderzoek heef ook uitgewezen, dat deze een hoge PH-waarde heeft en een hoog zoutgehalte, omdat die dicht bij zee ligt.

Men zal heggen planten als windbeschutting vanwege de alisios (verkoelende winden = passaatwind uit het noordoosten).
ZZZZZZAislas-canarias-84-6.jpg 


Het wonder
van de laatste saúco van Gran Canaria

GRAN CANARIA - zondag 3 mei 2015 - De mens lijkt soms voor sommige soorten een doodlopende weg in te slaan, waarbij uitsterven onvermijdelijk lijkt, maar soms kan een beetje geluk de gang van zaken veranderen: zoals het feit, dat Gran Canaria nog steeds saúcos (vlier) heeft, dankzij een oude dame die haar moeder miste.

De saúco canario (Sambucus palmesis = vlier), ook wel sabugo (vlierbes) genoemd, is een endemische plant van de eilanden, die typisch is voor hun groene laurierbossen. Het is niet de meest voorkomende in het bos, en ook niet de meest opvallende, maar wel een van de fraaiste planten: deze groeit op de beste plaatsen in het bos, in de schaduw van andere bomen, daar waar het niet ontbreekt aan water en voedsel.
Sambucus_palmensis.JPGDe saúco canario is een vlier die alleen voorkomt op de Canarische eilanden., de hoogte na 10 jaar is 3 meter en de bloemkleur is wit.
De soort is echter al tientallen jaren aan het afnemen (er zijn nog slechts 16 populaties op de gehele Archipel), vooral op Gran Canaria, waar het etiket ‘bedreigd met uitsterven’ er een eind aan leek te maken, met slechts twee bomen op het gehele eiland in een dusdanig precaire toestand, dat zelfs de steken niet aansloegen.

Feit is, dat het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria zich er al bij had neergelegd om de soort te verliezen, ondanks alle pogingen van haar botanici om te proberen zaden te verkrijgen van de twee laatste saúcos die nog aanwezig waren in het landschap van Valsendero, maar die systematisch onvruchtbaar bleken, wegens hun hoge graad aan verwantschap (inteelt).

Maar ondanks dit alles, tellen de broeikassen van het Cabildo (Eilandbestuur) op de Finca de Osorio momenteel ruim 1.600 kleine exemplaren inheemse saúcos, ‘puur stammend van Gran Canaria’; klaar, om de bossen van het Doramas-reservaat opnieuw te bevolken, wanneer men dat opporrtuun vindt.

Hoe kan het, dat een bijna uitgestorven plant nu ruim duizend vruchtbare exemplaren heeft die de toekomst ervan verzekeren?

Zoals de directeur van het ‘Doramas’-Landschapspark, Francisco Sosa, uitlegt, door een onverwachte wending van het lot: omdat een leverancier van een supermarkt in Valleseco zich er rekenschap van heeft gegeven, dat een van zijn klanten, een oude vrouw, twee prachtige saúcos vol bloemen en takken op haar boerderij had staan.
saco.jpgFabián García - de leverancier, maar ook leraar Biologie - zag in de tuin van zijn buurvrouw María José Pérez, ‘Quica’, de meer dan mooie bloemen van deze bomen, en hij vertelde dat aan zijn collega onderwijzers, die - om te voorkomen, dat deze inheemse soort zou verdwijnen - maar niet ophielden hem te vertellen, hoe bezorgd ze waren door de impotentie ervan.

De reeks toevalligheden houdt hier op, de biologen hadden dan wel het geluk, dat de poort van de tijd op een kier open ging voor het herstel van de genen van de grootste populatie saúcos van het eiland, die van Valsendero, maar niet die van de lijn van de overlevende steriel van tegenwoordig, maar wel die van de beste bomen sinds 40 jaar.

De oude dame - die in april 2014 is overleden - vertelde aan de biologen, dat ze de twee prachtige saúcos op de boerderij (ruim zeven meter hoog), 37 jaar geleden had verkregen van die, welke aan het ontkiemen waren in Valsendero omdat ze daar voorbij kwam toen ze met haar moeder aan het wandelen was.

En om haar te herinneren, leek het haar niet beter, dan de eigenaardige, witte bloemen van die bomen, voortdurend in haar tuin te hebben.

“Deze actie van doña Quica, die destijds een eerbetoon was aan haar moeder, heeft ons de hoop gegeven, de soort te redden. En nu zijn wij het, die eer bewijzen aan deze mevrouw, en we danken haar familie die ons geholpen heeft,” zo laat de minister van Milieuzaken, María del Mar Arévalo, van het Cabildo (Eilandbestuur) weten.

“Hoeveel is een boom waard?” ”Als het gaat om het verschijnen van een exemplaar van een soort die men al als verloren beschouwd?” zo stelt de minister, “dan is die onbetaalbaar; er zijn acties die duurder zij dan wat deze kost,” merkt ze op,

De reeks van gelukkige toevalligheden heeft de hoop teruggebracht, dat de saúco canaria behouden blijft op de finca (het landgoed) van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria in Osorio, waar in de broeikassen de stekken van de bomen van María José Pérez zich - tegen elke verwachting in - vermeerderd hebben.

De verantwoordelijke voor deze broeikassen, Isabel Reyes, erkent, dat men geen enkele ervaring had met het voorplanten via enkele zaden van de saúco, maar dat men dit geprobeerd heeft met diverse technieken die het beste resultaat aan zaailingen leken op te leveren, sommige met koelte, andere met warmte, weer andere met zuren… “Tot onze verrassing is de boom zo vruchtbaar, dat alle vormen van zaden zijn ontkiemd,” zegt ze.

“Gedurende mijn leven heb ik slechts vier saúcos gezien in de bergen van Gran Canaria. Twee zijn er verloren gegaan” zo herinnert Reyes zich. Momenteel heeft ze er ruim 1.600 onderhanden.
kleurlogoCanarias.png


Het Cabildo zal tot aan maart 2015
bij Güí Güí 10.000 bomen planten

LA ALDEA - maandag 22  december 2014 - Het Cabildo van Gran Canaria zal tot maart 2015 10.000 bomen aanplanten in het Special Natuurreservaat van Güí Güí, een initiatief in het kader van het Europese project Life+Güí Güí, waarbij men kan rekenen op een helikopter, voor het verplaatsen van de planten.

De eilandminister van Milieuzaken, María del Mar Arévalo, heeft op vrijdag 19 december 2014 in een communiqué uiteengezet, dat sinds men in september 2013 met het Life+Güí Güí-project is gestart - en tot aan maart 2015 - het Cabildo (Eilandbestuur), op de hellingen van de montaña de Los Cedros, in het Reserva Natural Especial de Güí Güí, in La Aldea, 10.000 inheemse bomen aan thermofiel bos in het zuidwesten van het eiland heeft aangeplant.
img_25274-1.jpg

                                                                 Güí-Güí
Met dit project wil men de zogenoemde leefomgeving van de ‘Juniperus ssp’ (dennenboom) herstellen, die o.a. thermofiele bosformaties heeft.
ACEBUCHE.jpg

                                                              Wilde olijf.
Tot op heden heeft men soorten aangeplant zoals acebuche (Olea oleaster  = wilde olijf) en almácigo ( Pistacia vera = pruikenboom), en bovendien  madroño (arbutus = aardbeiboom ), acebiño  (Ilex aquifoliu - hulst) en laurel (laurier), en daarnaast ook nog  sabina  (Juniperus sabina  = zavelboom),  cedro (Cedrus = ceder)  en pino canario (Pinus canariensis  = Canarische pijnboom).

“Zodoende probeert men dit ecosysteem te herstellen wat zo eigen is op dit deel van Gran Canaria, door het herstellen van de natuurlijke staat ervan, net zoals die voor de exploitatie en de vernietiging ervan was,” zo heeft Arévalo verzekerd.
kleurlogoCanarias.png


Gran Canaria
snoeit jaarlijks 20.000 eucalyptusbomen 
bijna allemaal spruiten ze opnieuw uit

GRAN CANARIA - zaterdag 8 november 2014 - Van de meest zichtbare bomen, die naast de autowegen, snoeit men er elk seizoen slechts 40. Ze worden gevreesd vanwege hun uitgestrekte wortelstelsel

Van de 800.000 eucalyptusbomen, die het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria op het eiland telt, is 20% uniek van afmeting en vorm. Ondanks hun eigenheid genieten deze bomen echter geen bescherming en, zoals een milieudeskundige technicus van het Cabildo (Eilandbestuur) laat weten, “ snoeit men er jaarlijks 20.000.” Deze snoeibeurten worden nauwelijks waargenomen, omdat daarvan slechts 40 bomen langs wegen staan en, “omdat bijna alle gesnoeide exemplaren opnieuw uitspruiten.”
 
De eucalyptus, die oorspronkelijk uit Australië afkomstig is, is men ongeveer 100 jaar geleden beginnen aan te planten op Canarias, hoewel er amper documentair is over de introductie ervan.  Op Gran Canaria zijn er aanwijzingen, dat de eerste aan het eind van de 19de Eeuw zijn aangeplant op de Finca de Corva, in het Doramas- landschapspark in Moya. In dat tijdperk heeft het Ministerie van Openbare Werken ook een plant gerealiseerd langs diverse wegen op de Eilanden. Met het op lijn plaatsen van de bomen langs de eilandwegen wilde men de taluds stabiliseren en bepaalde tracés markeren.

De honderdjarige eucalyptusbomen groeien vaak dicht bij elkaar, ze ontwikkelen niet goed hun bladerkroon en veel raken verstikt. Hoewel sommige aanzienlijke afmetingen bereiken tot wel 30 meter hoog. In de eilandgeografie zijn het de bomen die het meeste voorkomen op de Archipel, vooral in plattelandsgebieden en langs de wegen, waar ze de taluds op een natuurlijke wijze bijeenhouden, vooral in het centrum en in het noorden van de Eilanden.

De eucalyptus is ook een van de meest omstreden bomen op de Archipel. Terwijl sommigen deze verdedigen als eigen aan de natuur en het milieu van de eilanden, zijn anderen van mening, dat ze gevaarlijk zijn vanwege hun krachtige en uitdijende wortels die het asfalt van het wegdek omhoog drukken en huizen binnendringen op zoek naar water. Men moet er voorzichtig mee zijn, want jaarlijks ontstaan er spontaan nieuwe eucalyptusbomen op de berghellingen in en de beddingen van de barrancos (ravijnen).

“Het snoeien als uitdunnen is veel groter, dan het snoeien waarbij de boom niet meer uitspruit,” zo voegt de specialist toe. Een groot deel van het publiek is voorstander van het beschermen van de eucalyptus, “behalve van die welke voor hun deur staan, waarvan men bladeren en takken verwijdert en waarvan de wortels de riolering binnendringen, enz.”
 
De bomen langs de rand van de weg, die essentiële elementen zijn in andere culturen, zijn een zorg voor de overheid en voor sommige burgers,” zo benadrukt de deskundige. Zo voegt hij toe, “dat, op enkele gevallen na, de concrete individuen niet belangrijk zijn; het belangrijkste is het landschap wat ze vormen; dat is uniek en kenmerkt veel wegen op de eilanden. Net als in het bos, waar de enkeling deel is van het geheel, het verdwijnen van enkele exemplaren is nier schadelijk zolang het geen invloed heeft op het geheel.”

Ze hebben een uitstekend vermogen zich aan te passen aan de klimatologische omstandigheden en gemiddeld overleven ze generaties, hun aanpassing aan een nieuw gebied neemt toe, wat een natuurlijke uitbreiding bevorderen. Hun hout wordt geroemd in vele toepassingen; thuisverbruik, de hoge calorische verbrandingswaarde, de productie van plantaardige houtskool, bouwkundige constructies, telefoonpalen, parketvloeren, pulp en het versterken van taluds.

Zo staat in de publicatie Identificación y caracterización de formaciones del género Eucalyptus (Identificatie en karakterisering van formaties van het geslacht Eucalyptus), van het nutsbedrijf Gesplan, dat de Duitse botanist Günther Kunkel- die met passie de Canarische flora bestudeerde - in 1991 de aanwezigheid noemt van diverse eucalyptussoorten op de Archipel.

De bomen langs de weg, welke men kan classificeren als unieke bomen - van grote afmetingen en vormen die hen uniek en het beschermen waard maken; resterende bomen, daaronder begeleidende, die dicht bij elkaar groeien en tunnels vormen op de autowegen -  bijna de helft van het huidige bestand; gevaarlijk bomen, waarvan sommige langs de wegen, in korte, onoverzichtelijke bochten; en niet te karakteriseren bomen, die geen indruk maken, maar die bijdragen, het bosrijke karakter van de wegen te behouden.

De afgevaardigde op Canarias van de Asociación de Profesionales Forestales de España (Profor) ( Spaanse Boswachtersvereniging) is van mening, dat een voorgesteld beheer voor  de eucalyptusbomen zich  ten eerste zou kunnen richten op de specifieke bomen en daarvoor een concreet beleid te ontwerpen, “met een beleid van ze zeer licht te snoeien en de bevolking te informeren over het belang ervan te kunnen rekenen op deze natuurwonderen en, met een zo mooie weg, wat tientallen jaren duurt om die zo te vormen.” 
 kleurlogoCanarias.png


Verdwijnen van de palmen-oase
veroorzaakt strijd tussen
der drie ‘burgemeesters’ van Firgas


Jaime Hernández, Manuel Báez en Paola Hernández
uiten beschuldigingen over de verplaatsing van 30 exemplaren
naar het Sportpaviljoen voor het WK-Basketbal

FIRGAS - maandag 3 maart 2014 - De palmen-oase bij de toegang tot Firgas is verdwenen en laat een stroom van beschuldiging en ontkenningen na over de verantwoordelijkheid betreffende de verplaatsing van de planten naar de hoofdstad van het Eiland, ter opluistering van de groenvoorzieningen van het sportpaviljoen voor het Mundobasket I(WK-Basketbal).
De drie burgemeesters die de gemeente telt tijdens dit mandaat - de huidige Jaime Hernández (NC) en de voorgaande Manuel Báez (CC) en zijn voorgangster Paola Hernández (PP), zijn de hoofdrolspelers in een politieke strijd, om vast te stellen wie van de drie schuldig is aan het verlies van de palmen.

De nationalist Manuel Báez heeft op maandag 24 februari 2014 de doos van Pandora geopend met het aanklagen van de verdwijning van de palmen, die op een 300 meter groot terrein van de gemeente stonden, waar zich 30 exemplaren bevonden van deze inheemse soort, sommige 50 jaar oud.
De leider van CC, die op 14 december 2013 het burgemeesterschap verloor door een motie van wantrouwen, beschuldigt zijn opvolger ervan, dit vegetarische erfgoed te hebben ‘gerooid’ en het perceel bij de toegang tot Firgas te hebben veranderd in een “ woestenij”.

      De palmen-oase bij de toegang tot Firgas, in december 2013.

Op dezelfde dag heeft Jaime Hernández verzekerd, dat het Báez is geweest die de onderhandelingen is begonnen met het Cabildo (Eilandbestuur) voor het verplaatsen van de palmen naar het paviljoen Gran Canaria Arena, waardoor hij zijn ”verbazing” uitte over de kritiek van CC.

De huidige burgemeester heeft ook uitgelegd, dat zijn  partij nooit verantwoordelijkheden heeft gehad in de departementen van Groenvoorzieningen en Milieuzaken, die in handen zijn  gebleven van de Partido Popular (PP) na de machtswisseling, dit wil zeggen, onder de bevoegdheid van zijn partner Paola Hernández.

Hat antwoord van Báez was Jaime Hernández te beschuldigen van, “mentir como un bellaco” (“het liegen als een schelm”).

·”Toen ik burgemeester was, heb ik nooit gepraat over het rooien van de palmen-oase, maar wel over het uitdunnen van het gebied voor het overleven van de daar aanwezige palmbomen, want door het uitdijen van de exemplaren was het aan te raden enkele ervan over te planten naar een andere locatie binnen de gemeente; maar niet, om ze uit Firgas te verwijderen,” zo verzekert de ex-burgemeester.
kleurlogoCanarias.png


Firgas verandert gemeentepark
in botanische tuin met inheemse flora

De Gemeente wil een kweekkas installeren voor
het geven van voorlichting aan scholieren over inheemse flora

FIRGAS - vrijdag 21 februari 2014 - Firgas is begonnen met het omvormen van het park met de naam ‘Fontana Rosa’ in het dorpscentrum, tot een botanische tuin waarin men een grote variëteit aan inheemse flora zal aanplanten. De Gemeente probeert, dat de leerlingen van het CEIP Villa de Firgas meewerken aan het in gang zetten aan een tuinkas, evenals van het versterken van de locatie als een als recreatie-plek voor bewoners en toeristen die naar de het dorp komen.

Gemeentewerkers zijn dezer dagen bezig met het snoeien van de bomen, om de dragos (drakenbloedbomen) en ander lokale soorten de ruimte te geven die in de verdrukking waren geraakt door andere, grote bomen.

Een gemeentewerker verzamelt het snoeihout van de bomen in het park van Firgas.

Het werk is ingrijpender, dan verwacht, Firgas is aan de klus begonnen met de medewerking van technici van het Cabildo (Eilandbestuur) en van de Jardín Canario, om haar belangrijkste groenvoorziening te veranderen in een toonbeeld van Canarische plantensoorten. Daartoe kan men rekenen op de medewerking van specialisten, die de flora zullen kiezen welke het beste past bij dit gebied in het middelhoge gebergte, waarbij men gebruik zal maken van het al bestaande.

Het personeel werkt momenteel aan een verbetering van de zichtbaarheid van de dragos (drakenbloedbomen), die grotendeels schuil gingen achter de takken van andere, grote bomen - waardoor hun luchtvoorziening en groei belemmerd werd - en daarmee wordt de ware bescherming hersteld van de eeuwenoude planten.
kleurlogoCanarias.png


De nakomelingen van Pilancones

Boswachters slagen erin om met stekken - de grootste dennenboom van Gran Canaria te doen herleven

TEROR - zaterdag 25 janauri 2014 - Op 30 januari 2008 na een leven van 515 jaar is de pino (dennenboom) van Plilancones omgevallen, uitgeput na de bosbrand die in de zomer van 2007 een groot deel van de bossen van Gran Canaria in as legde.
Met de al in doodsnood verkerende stam en de door de Dienst Milieuzaken, van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria geredde, afgekoelde, uitbottende knoppen, herleeft de oude boom.

Van het natuurmonument, het grootste exemplaar van de Pinus Canariensis (Canarische den, zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Canarische_den) met zijn ruim 40 meter hoogte en overlevende van een intensieve hout-exploitatie die is begonnen op dag 1 van de Conquista (Spaanse Verovering), zijn de spruiten nu hun pubertijd ingegaan.
 
 

De geboorte van de nakomelingen van de oude Pilancones is een voorbeeldig werk geweest. Na een gedeelte van de stam te hebben opgestuurd naar Luis Gil, hoogleraar aan de Afdeling Silvopascicultura van de Escuela Técnica Superior de Ingenieros de Monte van de Polytechnische Universiteit van Madrid voor het bepalen van de leeftijd, heeft het Cabildo (Eilandbestuur) hem, om informatie gevraagd over de beste enter van boomsoorten in Spanje, om  te werken met het noodmateriaal en enkele, bijna willekeurige knoppen, welke men heeft toegevoegd aan de genetische handtekening. En daarop is Enrique Sastre naar het eiland gekomen, voor het enten van de allereerste, Canarische pijnboom in zijn professionele leven.
 
 
De geboorte betreft een meerling. Dertig stekken en evenzovele knoppen, erfgenamen van wat men bij leven beschouwde als een van de honderd meest karakteristieke exemplaren van geheel Spanje. De nakomelingen maakten een zeker bloedbad door. Er overleefden er slechts drie.

Twee in Osorio, en nog een op de geboorteplaats waar de vader is opgegroeid, in het keteldal van Los Pilancones, dat hem zijn naam gaf. Allengs is een van de overlevenden in Teror ten prooi gevallen aan het spijsvereringssysteem van de plaatselijke schaapskudde, wegens algemene verlatenheid, maar de andere, vertroeteld door de boomkwekers Marcos Díaz en Isabel Reyes, heeft uiteindelijk de pubertijd bereikt, met zeven glanzende piñas (dennenappels), en is ongeveer zes meter hoog nu. Daar doet de bedrieger het voorspoedig, dat wel, beschermd door een metalen gaas tegen toevallig voorbijkomende schapen.
 
 
Het evenement heeft twee hoofdlijnen. Enerzijds, het voor de hand liggende herstel van het genetisch materiaal van een van de symbolen van Gran Canaria; en vlaggenschip van een in de wereld uniek zijnde soort. En hoewel dit niet betekent, dat de nieuwe exemplaren dezelfde grootte, of vorm krijgen, door de verschillend milieucondities, staat hun klonen wel borg voor de enorme weerstand die hun vader groot heeft gemaakt, door talrijke bosbranden en droogteperiodes te overleven gedurende zijn vijfhonderdjarige bestaan.

Maar ook omdat het een tijdmachine opent voor de herbebossing van Gran Canaria die van toepassing kan zijn op soorten zoals o.a. de faya (Myrica faya- gagelfamilie ), de acebiño (Ilex canariensis - wilde olijfboom), de viñátigo (Persea indica), de palo blanco (Tabebuia donnell-smithii Rose) en de hija (Prunus lusitanica ssp. hixa), want door te enten verkrijgt men binnen een paar jaar levensvatbare zaden, in vergelijking met tientallen jaren van opkweken van kleine zaailingen.
  
                                                Grenen.
Zo plant men een individu in een groot gebied, opdat deze in korte tijd zijn zaden verspreidt, daarmee een voorspoedige levensbron creërend in de omgeving en vervolgens substantieel de herbebossing van het eiland. De technici van het Cabildo (Eilandbestuur) verzekeren, dat men dit bevruchtingsproces met gemiddeld 30 jaar kan bespoedigen, er rekening mee houdend, dat er in een gebied fauna is die de rest van de mechanica uitvoert van het verspreiden van zaden.

 
                                                             Osorio.
  
In gezelschap

Zo staat de dennenboom van Plilancones in Osorio samen met twee andere overlevenden, hoewel die niet zo beroemd of groot zijn, zoals de sabina (Juniperus - Jeneverbes) die nu prijkt voor de kwekerij, die door Isabel Reyes gered is uit de Barranco de Tauro en die momenteel het grootste exemplaar van het eiland is met zijn elf meter in doorsnee en een hoogte van acht meter, en die 19 jaar geleden is aangeplant in kommervolle omstandigheden door boswachter Justo Melián en Reyes zelf.
 
 

Of de drago (drakenbloedboom) die het enkele meters verderop goed doet en die afkomsti8g is van een afgewaaide tak tijdens een storm in 1994 van een exemplaar, dat op het uitzichtspunt stond van San Matías, in Teror.

Isabel Reyes herinnert zich van deze laatste, hoe men de resten in een jute zak heeft gedaan alsof het een ‘jonkie’ was en men een groot gat heeft gegraven waarin men picón (lava-gruis) heeft gedaan voor de drainage van de wortels, de wonden genezend met verlittekening en schimmels, “waarna deze goed is aangeslagen.”

Daar staan de twee, schaduw en kleur gevend aan Osorio, maar ook als begeleiders van de zoon van de fenomenale dennenboom, waarvan de neven, daarginds in het zuidelijke binnenland van eiland, bijna de herinnering aan de bosbrand hebben uitgewist en die de veteraan na honderden jaren van kastijding hebben weggevaagd, door deze te veranderen is een goudmijn van houtsplinters die zijn verkocht als aanmaakhout voor vuur, wat hem, paradoxaal genoeg, uiteindelijk de das om deed.

kleurlogoCanarias.png


Cabildo plant 1.500 stekken van unieke inheemse soort op de kust van Jinámar

Project voor het herstel van de Lotus kunkelii verlaat het laboratorium en treedt nieuwe fase binnen
Het voorlichtingscentrum zal in 2014 geopend worden

JINÁMAR - maandag 25 november 2013 - Het Ministerie van Milieuzaken, van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, zal nog voor eind 2013 op de kust van Jinámar 1.500 stekken aanplanten van de Lotus kunkelii; een soort, die uniek is in de wereld en die al decennia lang bedreigd wordt met uitsterven.

Het project, dat drie jaar geleden in gang is gezet door het Ministerie van minister María del Mar Arévalo, begint de eerste vruchten af te werpen. Een van de doelstellingen die mogelijk zijn gemaakt door een samenwerkingsovereenkomst tussen het Eilandbestuur en het Parque Marítimo van Jinámar, is het herstel van deze plant, die populair bekend is als yerbamuda, of corazoncillo; en duizend-en-een obstakels heeft moeten overwinnen, om de plant te laten overleven.

De in kleine, omheinde, duinzandheuveltjes aangeplante stekken bij het strand van Jinámar.

Het behoud van deze soort, waarvan men in 2011 nog slechts 250 exemplaren telde, is paradoxaal genoeg een van de ultieme doelen geworden van de overheid voor de aanpak van de stedelijke ontwikkeling van de kust van Jinámar

De wederopstanding van de Lotus kunkelii is mogelijk geworden dankzij de aandacht van een groep technici en deskundigen die zich heeft ingezet voor de conservering, bestudering en de ondersteuning in de reproductie van honderden zaden van deze endemische plant in de laboratoria die het Cabildo bezit in de Jardín Canario (de botanische tuin in Tafira, gemeente Santa Brígida).

Nu is de tijd gekomen, om te beginnen met het heraanplanten van deze soort, zolang er halfronde duinzandheuveltjes beschikbaar zijn op deze kustlocatie bij het strand. Het actieprogramma op deze Sitio de Interés Científico (SIC) (Locatie van Wetenschappelijk Belang) omvat de uiteindelijke aanplant van 5.000 exemplaren yerbamuda, die met hun opzichtig gele bloemen een aanvulling zijn op de andere 7.800 exemplaren van een twintigtal andere, grote soorten die voor een radicale verandering zullen zorgen van het aanzien van deze kuststrook.
 
                                                          Balancones.
 <

Balancones die typisch zijn voor duinsystemen, policarpeas en tabaibas dulces zullen het aanzien van het terrein radicaal veranderen in nóg een natuurgebied meer op het eiland. Het is vanwege dit liefdevolle herstel van de genoemde endemische soort, dat men een ambitieus project heeft ontwikkeld, waarvoor men een voorlichtingscentrum heeft gebouwd met een parkeerplaats voor 22 voertuigen. Ook heeft men een afzetting gemaakt van hout en touw, om het natuurlijke aanzien zo weinig mogelijk te verstoren. In die zin, zijn de technici overgegaan tot het slopen van de muur die decennia geleden is gebouwd aan de rand van het strand van Jinámar en heeft men tonnen beton en asfalt verwijderd en bovendien oude reclameborden. Dit alles, in een poging het ecosystemen het aanzien terug te geven, dat het een halve eeuw geleden had.
 
                                                      Tabaibas dulces.

Een serie luchtfoto’s laat zien, dat waar tegenwoordig woestenij en kale vlaktes zijn, een breed en interessant duinlandschap heeft bestaan en een oude barranco, genaamd 'Cañada Rica', wat van de kaart is verdwenen na het clandestiene vuilstorten op de massale zandafgraving, waardoor de terreinhoogte is teruggebracht van 16 meter naar slechts 9 meter boven de zeespiegel.

In dit veranderingsproces staan het Cabildo (Eilandbestuur) en de projectontwikkelaars van het winkelpark niet alleen, ook het nutsbedrijf Gesplan, van de Canarische Regering, heeft er de hand in gehad, gezien de omvang van de ingreep die verspreid is over een groot gebied van 243.000 m². De gezamenlijke investering bedraagt ruim 2,3 miljoen euro en biedt bovendien de mogelijkheid een kwekerij aan te leggen in het landschap, met stekken en een toekomstige zaden-bank.

Al met al vertrouwt Arévalo erop, dat in de loop van het eerste kwartaal van 2014 alles gereed zal zijn, zoals zij half november 2013 aan de persmedia heeft laten weten, bij het begin van de werkzaamheden ter verfraaiing van de autosnelweg CC-1.

Er is al een gedeelte te zien van de noeste arbeid die men in april 2013 heeft verricht, op de drie omheinde kustgedeelten waar men een dertigtal yerbamudas heeft aangeplant, sommige zijn verkregen uit zaad - door vitrofertilisatie in de kwekerij van Tafira - en andere zijn vermeerderd door stekken.

Een zwaar geteisterde locatie
Gedurende diverse decennia, is de kust van Jinámar veranderd in een vuilstortplaats meer op het eiland. De afgelegen ligging van bewoonde gebieden en het heuvelruggen die deze aan het zicht onttrekken, hebben dit veroorzaakt. Menselijk toedoen is desastreus geweest voor het voortbestaan van de Lotus kunkelii, wat is verergerd door het verschijnen van een krottenwijk. De uitdaging is nu, om te behouden wat er is aangelegd.
kleurlogoCanarias.png


Kastanje-tijd op Canarias

GRAN CANARIA - Allerzielen zaterdag 2 november 2013 - Het begin van de herfst is de inleiding op de kastanje-tijd. De castaños (kastanjebomen) (op de Eilanden noemt men ze ook wel: castañeros) in het middelhoge gebergte op Gran Canaria geven ze begin oktober hun eerste vruchten, hoewel ze dan nog net iets te groen zijn om ze te verzamelen. De erizos (egels = bolsters) die de kastjes bevatten zijn ontsproten, hoewel het midden oktober is, dat ze rijp zijn, op de grond vallen, en geraapt kunnen worden.

De kastanje is een droge vrucht die, paradoxaal genoeg, vocht nodig heeft om te groeien en zich te ontwikkelen. Op Gran Canaria groeien ze gewoonlijk in het middelhoge gebergte, op een hoogte boven de zeespiegel van tussen de 800 en 1.300 meter en dan vooral in de gemeenten Teror; San Mateo; Valleseco; de hooggelegen gedeelten van Firgas en Moya; Valsequillo en op de bergtoppen in Tejeda en Artenara.

  
De locaties waar men op het Eiland de meeste kastanjes kan rapen zijn op de Finca de Osorio en in de wijk San Isidro in Teror, die grenst aan San Mateo; in de gehuchten Artiñez, Utiaca en Cueva Corcho, in Fontanales (Moya), in de Pinos de Gáldar en op Cruz de Tejeda.

In het kastanje-bos van de Finca de Osorio staan exemplaren die 140 jaar oud zijn, zo verzekert men op het Departement Milieuzaken van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria.

Veel van de Grancanarische kastanjebomen staan op privéterrein. “Soms slaat men de bolsters met een stok uit de boom en het enige wat men daarmee bereikt, is, dat de kastanjes beschadigd raken en uitdrogen,” merkt een technicus van het Cabildo (Eilandbestuur) op. Ook bloeien er veel kastanjebomen in de openbare ruimte en langs de eilandwegen.

Hoewel het om een heel geliefde soort gaat, geven sommige eigenaren er de voorkeur aan deze niet te planten, omdat de kastanjes vaak geroofd worden, omdat de mensen denken, dat ze van iedereen zijn als ze in de openbare ruimte staan. La Heredad de Aguas de Arucas y Firgas (Het Waterschap van Arucas en Firgas) heeft aangifte gedaan van dit soort misbruik, “omdat de mensen denken, dat de kastanjes geen eigenaar hebben.”

De deskundigen zijn het er samen over eens, dat in een tijdperk van crisis, zoals het huidige, veel mensen kastanjes rapen, om die te verkopen. Een kilo levert ongeveer €4,= op. In het middelhoge gebergte kan men ze kopen op de weekmarkten. Het is een uiterst bederfelijk product, dat vanwege het hoge gehalte aan zetmeel na verloop van tijd verzuurt en uiteindelijk verrot. Het aanbod op Gran Canaria kan niet voldoen aan de vraag; wat de reden is, dat men de kastanje importeert vanuit het Península (Schiereiland = vasteland van Spanje) en La Palma.
 
De kastanje is het gedroogde fruit wat typisch is voor la fiesta de los finados (de feestdag  van de zielen) (Allerzielen) op 1 november. Van de kastanjeboom benut men niet alleen de vrucht, maar ook de stam en de takken, omdat ze prima hout leveren voor het vervaardigen van vloeren en meubels, maar ook als leña (oven- en kachelhout). “Het is net zo hard en immuun als, dat van de roble (eik). Bovendien groeien in de vochtige omgeving van de kastanjebomen veel wilde paddenstoelen die bijzonder  worden gewaardeerd, zoals de  Macrolepiota procera, (Grote Parasolzwam, zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_parasolzwam ) de Grifota frondosa (Eikhaas, zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Eikhaas) en de Gyroporus casteneus (Kaneelboleet, zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kaneelboleet).

De kastanjebomen groeien meestal goed en hebben niet veel bijzondere verzorging nodig, behalve als ze jong zijn. Ze komen veel in het Noorden voor, waar het vochtig is en het klimaat voorziet in mist en nevelen. Kastanjes worden van midden oktober tot midden december geraapt.

Op Gran Canaria is 389 hectare aan kastanjes en er zijn ongeveer 76.000 kastanjebomen, als men ervan uit gaat, dat er op elke hectare 200 kunnen staan. Een hectare is gelijk aan twee voetbalvelden. Van het aantal kastanjes gaat veel verloren, ongeveer 80% wordt niet geraapt en veel kastanjes dienen als veevoer.

De kastanje is een bosvrucht. Vroeger, toen de mensen honger leden, was de vraag naar kastanjes veel groter. Het Cablido (Eilandbestuur) koopt kastanjebomen en reproduceert het zaad in tuincentra zowel in Osorio evenals in het gebergte; men geeft ze aan de landbouwers en men produceert jaarlijks 10.000 kastanjebomen. De gemeentebesturen - vooral die van San Mateo en Valsequillo - vragen  het Cabildo, deze te verdelen onder hun bewoners,,
Manolo Rodríguez, in Utiaca, is een van meest betrokken inwoners in de heraanplant van de kastanjebomen. Ook de bergingenieur Jorge Naranjo houdt zich bezig met de kastanje; evenals de kweekster Isabel Reyes.

Ook de Asociación de Cazadores (Jagersvereniging) van Gran Canaria vraagt het Cabildo, kastanjebomen aan te planten, want de konijnen en de patrijzen vreten veel kastanjes. Op Gran Canaria heeft men het geluk, dat de kastanjebomen niet  lijden aan typische ziektes die heersen op het Península, zoals la tinta (een schimmelziekte) en el chancro (een bacteriële infectie veroorzaakt door een organisme met de naam Haemophilus ducreyi, zoek op Wikipedia wat Haemophilus ducreyi is en… u eet van zijn levensdagen geen kastanjes meer!).

Op Canarias is de cultivering van de castaño (of castañero) waarschijnlijk geïntroduceerd door Portugese en uit Galicië afkomstige kolonialen die zich na het eind van de conquista (Spaanse verovering) vestigden in het middelhoge gebergte. Zo slaagden zij erin hun gewoonten en traditionele culturen mee te brengen, wat zich weerspiegelt in het Canarische vocabulaire als “castañero”, wat komt van het Portugese "castanheiro", aldus de bioloog  José Zoilo Hernández.

1775.large.jpg

De kastanje wordt veel gebruikt in de traditionele Canarische keuken, want deze kan gestoofd, gestoomd, gekookt, geroosterd en gegrilld worden. Men komt ze tegen in de soep, als vulling, of als garnering, als bijgerecht bij vlees, gevogelte, of vis en ze dienen als smaakversterker. Men gebruikt ze ook veel in  gebak en ze worden regelmatig verwerkt in taarten en marmelades,. Men gebruikt ze in roomijs en om er banketbakkersroom mee op smaak te brengen, bovendien maakt men er de oorspronkelijk uit Zuid Frankrijk en Noord Italië afkomstige, beroemde marrón glacé mee (zie: http://marcheprovencal.nl/page29.html).
kleurlogoCanarias.png


Gran Canaria
roept deskundigen bijeen
over de staat van de palmen-oases

Een complexe zaak,
door het grote aantal partijen, dat erbij betrokken is

GRAN CANARIA - dinsdag 3 september 2013 - De president van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, José Miguel Bravo de Laguna, heeft een uitnodiging doen uitgaan voor een bijenkomst van botanici, universitaire deskundigen en vertegenwoordigers van alle gemeenten van het eiland, om in de tweede week van september 2013 de staat van conservering van de palmen-oases te analyseren.

In een communiqué benadrukt het Cabildo (Eilandbestuur), dat het beheer van de palmen-oases, “ een zaak van het grootste belang is, aangezien de Canarische palm (Phoenix canariensis ) het symbool is van het eiland,” maar tevens benadrukt men, dat het gaat om een complexe zaak,” vanwege het grote aantal partijen, dat erbij betrokken is.

Het Ministerie van Milieuzaken, van het Cabildo (Eilandbestuur) is verantwoordelijk voor de in het wild levende palmbomen op het eiland, behalve voor die welke in de bedding van barrancos (ravijnen) staan, die behoren tot de verantwoordelijkheid van de Consejo Insular de Aguas (Eiland Waterraad.)

Op haar beurt, heeft de Canarische Regering bevoegdheid op het vlak van preventie voor plagen en moeten de gemeenten de parken en groenvoorzieningen onderhouden in hun eigen gemeente. Bovendien laat het Cabildo (Eilandbestuur) weten, dat het merendeel van de palmbomen op het eiland op private terreinen staat, wat op zich een probleem is, samen met de kruisbestuiving en de plagen.”


José Miguel Bravo de Laguna.

“We hebben te maken met een typisch geval, wat laat zien, dat coördinatie van de interbestuurlijke samenwerking essentieel is voor de oplossing van de problemen van zowel de burgerij, als die van het grondgebied,” verzekert Bravo de Laguna in de uitnodiging die hij heeft gestuurd aan de voor deze bijenkomst uitgenodigde instanties.

De bijeenkomst, die op woensdag 11 september 2013 zal plaatsvinden in Las Palmas de Gran  Canaria zal kunnen rekenen op de aanwezigheid van de rector van de Universiteit van Las Palmas de Gran Canaria, José Regidor; deskundigen van zijn diverse afdelingen; van de directeur van de Unesco Leerstoel over Biodiversiteit, de botanicus David Bramwell; de eilandminister voor Milieuzaken, Maria del Mar Arévalo en technici van de diverse overheden.
kleurlogoCanarias.png


De gelukkige reis van de Molokai-palm

GRAN CANARIA - zaterdag 31 augustus 2013 - De genen zijn 100% Hawaiiaans, maar als de boom kon spreken, zou dat met een Canarisch accent zijn. De Pritchardia munroi is een palmboom waarvan in zijn natuurlijke omgeving nog slechts twee exemplaren in het wild leven, maar nu is de redding nabij, omdat men 35 jaar geleden wanhopig zaden naar Gran Canaria heeft gestuurd.

De munroi (Eupritchardia spp. ) is een variëteit van de Loulu-palmensoort uit de Arecaceae-familie) die in 1920 door James Monro is ontdekt en waarvan de populatie in het wild gereduceerd is tot een tweetal planten in een vallei op het eiland Molokai volgens het Centro para la Conservación de las Plantas, het netwerk van botanische tuinen waarbij 37 Amerikaanse en Canadese instanties zijn aangesloten die zich wijden aan het behoud van de inheemse flora van Nood-Amerika.  (Zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Pritchardia_munroi
en:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Molokai).

 
                                        Pritchardia munroi.
                
De International Union for Conservation of Nature and Natural Resources  (IUCN)  (Internationale Unie voor Natuurbehoud, zie http://www.iucn.nl) heeft deze op haar rode lijst staan van bedreigde soorten met de aantekening: ‘kritiek’, als soort welke het risico loopt te verdwijnen.

Deze palm heeft zich echter opmerkelijk goed aangepast op een ander eiland, aan de andere kant van de planeet: Gran Canaria, waar de Jardín Botánico Viera y Clavijo momenteel een 80-tal exemplaren heeft van drie verschillende generaties die zaden produceren welke men naar het Arboretum van Waimea (Hawaï) stuurt, om te helpen deze te herintroduceren in hun habitat (leefomgeving).


Het kleine palmenbos in de Jardín Canario van een tweede generatie van de Pritchardia munroi;
een palmensoort, van Hawaaïaanse oorsprong, waarvan nog enkele exemplaren in het wild voorkoemen.

De geschiedenis van de heen- en terugreis van de Pritchardia munroi gaat terug tot 1978, waar tijdens een Internationaal congres in Londen enkele Hawaiiaanse botanici hun bezorgdheid uitdrukten tegenover hun collega’s over het voortbestaan van deze palm op Molokai, waarvan men slechts een handvol zaadjes had waarmee men er niet in slaagde deze voort te planten.


David Bramwell.

Onder degenen die hun noodoproep aanhoorden was David Bramwell, de prestigieuze Engelse botanicus die al vier decennia lang de ‘Viera y Clavijo’ leidde, een bijna 126 hectare grote tuin in de Barranco del Guiniguada, in Tafira (Santa Brígida), op Gran Canaria, waar men zich bezig houdt met de bestudering en het behoud van de Canarische, endemische flora.

Bramwell zei hen, geef me enkele zaden, omdat we op Gran Canaria een zelfde klimaat hebben als op Hawaï en we in de tuin geen enkel andere palm hebben staan van deze soort, zodat er geen gevaar bestaat, dat er een hybride geproduceerd wordt.
portada5_large.jpg

Kort daarop arriveerden twee zaden op Gran Canaria. Daarmee is de Jardín Viera y Clavijo er in een tijdsbestek van vijftien jaar in geslaagd, twee planten op te kweken die in bloei zijn gekomen en meer zaden hebben voortgebracht. En daarmee heeft men een andere generatie palmen voortgebracht die ook hun vruchten opleveren.

De voorman van de tuin, Miguel Ángel Alemán, heeft het kleine bos van Molokai-palmen van meet af aan verzorgd, toen de twee bomen de originele zaden produceerden. Trots, om geholpen te hebben een soort te doen overleven, zegt Alemán, “dat de Munroi een palm is die niet veeleisend is, geen last heeft van al te veel plagen, maar langzaam groeit en heel afhankelijk is van de verzorging die deze krijgt.”

Drie decennia na dat verzoek om hulp, is dit centrum van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria wereldwijd de enige botanische tuin in de productie van de Pritchardia munroi en de afstammelingen van die twee zaden zijn teruggekeerd naar hun plaats van herkomst

David Bramwell, die tegenwoordig de Leerstoel Biodiversiteit beheert van de Unesco, benadrukt, dat het redden van een met uitsterven bedreigde palm niet alleen betekent, uniek genetisch materiaal te behouden, maar ook het helpen, dat het eraan verbonden etnografische erfgoed niet verdwijnt.

“Deze palmen betekenen veel voor de inwoners van Hawaï. Het zijn planten die in de oorspronkelijke Hawaiiaanse cultuur werden gebruikt voor het vervaardigen van manden, en zelfs daken… Ze maken deel uit van de cultuur en de folklore van het eiland, het zijn zaken waarmee, als men ze niet conserveert, door het toerisme snel een paar generaties verliest” zo laat Bramwell weten.

 
                                      Myrica faya
, in de botanische tuin Viera y Clavijo.
Maar Canarias heeft niet alleen gezorgd voor goed nieuws betreffende de flora van Hawaï: maar ook een hoofdpijndossier. Feit is, dat een soort die eigen is aan de Canarische laurierbossen, de faya (Myrica faya)  het daar zo goed doet, dat men deze plant er beschouwt als een indringer (zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Myrica_faya).

De oplossing zou wederom op Canarias gevonden kunnen worden, waar men zoekt naar een of ander vorm van biologische controle voor de faya die zich heeft aangepast aan de Hawaiiaanse bossen. Maar dit is momenteel nog lang niet bereikt.
kleurlogoCanarias.png 


Dat, wat Darwin heeft gemist

 ‘Verzekeringspolis’ voor de Canarische flora
geeft nu de rijkdom aan het ecosysteem terug

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - zondag 25 augustus 2013 - De inheemse flora van Canarias is een van de beste voorbeelden van de evolutionaire aanpassing in de wereld; een erfgoed, dat Darwin heeft gemist door een speling van het lot, maar deze flora heeft nu een verzekering in de vorm van zaadbank die de rijkdom begint terug te geven aan het milieu.

Viceadmiraal Robert Fitz Roy vertelt in zijn dagboeken over de historische reis van de ‘Beagle’ dat de vader van de evolutieleer uiterst van streek was toen, in januari 1832, de autoriteiten op Tenerife hem verboden aam land te gaan op het eiland, uit angst voor een uitbraak van cholera die in Engeland heerste.


De verantwoordelijke voor de zadenbank van de Jardín Canario Viera y Clavijo, Alicia Roca - de beste botanicus van Spanje - toont een van de vele zaden.

“Wat Darwin ontdekte op de Galapagos Eilanden had hij kunnen zien op Canarias, als dit voorval niet zou hebben plaatsgevonden. Hier hebben we in de flora een van de beste voorbeelden ter wereld van evolutionaire eiland-variatie. De mensen zijn zich nog steeds niet bewust van het wetenschappelijke belang van de Canarische flora,” zo verdedigt de Engelse botanicus David Bramwell, hoogleraar van de Unesco-Leerstoel Biodiversiteit.


Met een leven wat geheel gewijd is aan de endemische flora van de eilanden, staat Bramwell al bijna gedurende veertig jaar aan het hoofd van de Jardín Canario Viera y Clavijo - de belangrijkste botanische tuin van Spanje - waartoe de stichter ervan, de Zweedse wetenschapper Eric Ragnor Sventenius, in de tweede helft van de 20ste Eeuw het voorstel kreeg, om alle botanische rijkdom van de eilanden op één locatie samen te brengen, met hulp van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria.

 
                                               Eric R. Sventenius

Tijdens zijn mandaat, heeft men de afdeling geopend, die de waarde van de Jardín Canario heeft verveelvoudigd als garantie voor de toekomst van de flora van de Archipel: een zadenbank die, na drie decennia in gebruik te zijn, in zijn kamers 530 zaden bewaart van de 650 op Canarias inheemse soorten. En het meest belangrijke: die zaden bewaart van 60% van de Canarische soorten die met uitsterven worden bedreigd.


Bernardo Navarro Valdivielso.

"In sommige gevallen hebben we meer planten in deze tuin staan, dan dat er in het wild levend bestaan in de natuur, omdat van enkele soorten de populaties op het platteland gereduceerd zijn tot minder dan tien exemplaren," zo merkt de bioloog Bernardo Navarro Valdivielso op.

De Grancanarische onderzoeker praat met passie over de Jardín Canario en niet alleen, omdat op hém de verantwoordelijkheid rust, Bramwell op te volgen als hoofd van het instituut, totdat men een nieuwe directeur benoemt, maar omdat hij in zijn familie de tweede generatie vertegenwoordigd die daarvoor zorg draagt (zijn vader, de landbouwtaxateur Fernando Navarro, was de rechterhand van de stichter Sventenius).
                                           200px-logolife_large.jpg

De minister van Milieuzaken, María del Mar Arévalo, in het Cabildo (Eilandbestuur), benadrukt, dat de tuin wetenschap bedrijft, “op het hoogste niveau”, zoals het lidmaatschap bewijst van het CSIC-netwerk, en het feit, het eerste niet-universitaire instituut te zijn geweest, dat beschikt over een leerstoel bij de Unesco. Wetenschap, die binnenkort opnieuw op de proef zal worden gesteld bij een van de belangrijkste milieudoelstellingen van het eiland; het heraanplanten met ceders van het Natuurreservaat GüiGüi, in het kader van de ‘Life’-programma’s van de Europese Unie.

Hoewel nagenoeg uitsluitend gesteund te zijn door het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria vindt het werk van de Jardín Viera y Clavijo zijn weerslag op alle eilkanden. “Deze tuin heeft de rijkdom van het eerste moment teruggeven aan de natuur die men van haar heeft weggenomen,” stelt Navarro Valdivielso.


Limonium tuberculatum .

In die rol, heeft men deze ontdekt als belangrijke zaadbank, die al diverse successen heeft geboekt, zoals verkregen in Maspalomas, waar men een siempreviva heeft geherintroduceerd die inheems was in het gebied - de Limonium tuberculatum - die drie decennia geleden verdwenen is door de toeristische ontwikkeling. En dit, dankzij de zaden van planten die daar in de jaren vijftig verzameld zijn door Sventenius.

 
                
   Crestas de gallo (Isoplexis) .                           Turmeros (Helianthemun).

Maar er is meer: het herstel van de crestas de gallo (Isoplexis), of van de turmeros (Helianthemun) in het Natuurreservaat Inagua, na de verwoestende bosbrand waar het Zuiden cvan Gran Canaria mee te kampen heeft gehad in 2007.

 
Yerbamuda de Jinámar (Lotus kunkelli). Escobilla de Guayadeque (Kunkeliella canariesis).
“Deze soorten ondergingen een totale vernietiging tijdens de bosbrand,. We hebben zaden verzameld en daar hebben we het herstel van de soorten versterkt,” legt Alicia Roca uit, die verantwoordelijk is voor de zandenbank, en die momenteel werkt aan het herstel van twee andere, bedreigde soorten; de yerbamuda de Jinámar (Lotus kunkelli) en de escobilla de Guayadeque (Kunkeliella canariesis).

Roca benadrukt, dat er in de endemische Canarische flora sommige soorten zijn waarvan nog maar een half dozijn exemplaren in de natuur aanwezig zijn. “De zaden zijn de ‘verzekeringspolis’ voor het geval er zeldzame soorten verdwijnen,” oordeelt ze.

David Bramwell is het met haar eens, maar hij doet ook een oproep:”Verzekeringspolissen dienen nergens toe, als je de premie niet betaalt. En dit is de boodschap die we nu hebben te geven aan de overheden: deze zaken moet men financieren.”
kleurlogoCanarias.png


Weer een gebroken palmboom

SAN BARTOLOMÉ DE TIRAJANA - dinsdag 20 augustus 2013 - Opnieuw is er een palmboom gebroken en wel op zaterdag 17augustus 2013, dit keer op het parkeerterrein van Palmitos Park in San Bartolomé De Tirajana.

Het spontaan naar beneden komen van de kroon van een palmboom heeft op zaterdag 17 augustus 2013 voor grote consternatie gezorgd op het parkeerterrein van Palmitos Park in San Bartolomé de Tirajana.

nueva-caida.large.jpg

In de geparkeerde auto - op de foto - waren geen inzittenden op het moment waarop de kroon naar beneden is gekomen.


Natuurreservaat Güi Güí elimineert geiten
voor de aanwas van jeneverbes en ceders

Het Life-project voorziet
in de aanplant van 43.000 endemische exemplaren
in vier jaar tijd

Het Natuurreservaat Güigüí - de enige maagdelijke ruimte op het eiland Gran Canaria - zal als ongerept natuurgebied in de komende jaren een proefbank worden voor het herstel van endemische soorten zoals la sabina (de jeneverbes), el almácigo (de kiemplant), el pino (de den), el brezo (de dopheide) en el cedro canario (de Canarische ceder); bomen en struiken die de voorbijtrekkende wolken benutten als irrigatie. Men gaat 43.000 exemplaren aanplanten, maar het overleven van de nieuwe bossen vereist eerst het verdwijnen van de kuddes geiten in het natuurpark en de controle van andere herbivoren (planteneters).

Deze acties zijn vervat in het project Life+Guguy, dat men vanaf 1 september 2013  tot eind 2017 zal ontwikkelen in dit bergachtige deel in het westen van Gran Canaria, met een bedrag van €852.808,= wat wordt bijeengebracht door de Europese Unie (50%) het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria (43%) en het nutsbedrijf Gesplan (7%).


                Op de voorgrond het Biosfeerreservaat van Güigüí.
De studie over het speciale natuurgebied Güigüí - samen met Life+Rabiche, de enige twee Canarische projecten die erin geslaagd zijn, Europese financiering te verkrijgen - heeft vijf etappes met evenzo vele doelen, zo laat de minister van Milieuzaken, María del Mar Arévalo, van het Cabildo (Eilandbestuur) weten.

 
                                                         Güigüí.
De eerste ingreep is het beheersen van de bevolking aan herbivoren. “De geiten worden uit het reservaat verwijderd en men introduceert beleid, om de impact van nieuwe plantenetende soorten te bespreken,” zo staat te lezen in de memorie van toelichting op het project, waarbij wordt benadrukt, “dat zodoende een belangrijke factor verdwijnt die een bedreiging vormt voor het herstel van de leefomgeving.”

 
                             
  Juniperus spp. canariensis (jeneverbes).

Het tweede doel is het verbeteren van de leefomgeving voor de soort Juniperus spp. canariensis, de inheemse jeneverbes, "door het herstellen van de plantages met mistvangers voor de irrigatie.”

De volgende fase is het herstel van populaties bedreigde plantensoorten, met acties ter versterking van de populatie en de bescherming ervan, door het verbeteren van hun staat van conservering.” Men zal de conservering verhogen door het ter plaatse verzamelen van materiaal voor de zadenbank en de moleculaire bestudering van deze soorten; een taak, die zal worden uitgevoerd door technici van de Jardín Botánico Canario Viera y Clavijo.

Tijdens de vierde etappe zal men een vervolgplan ontwikkelen en de evaluatie van de leefomgeving van de endemische bossen van de Juniperus spp, van de brezales macaronésicos en van de pinares de Güigüí. "Daartoe zal men bepalende milieufactoren vaststellen, om zo een periodieke evaluatie te kunnen doen gedurende de looptijd van dit project.” zo staat in het document te lezen.


                                                                     Güigüí
Milieuvoorlichting
Tot slot wil men het bewustzijn verhogen voor de belangrijkste soorten in het natuurreservaat door milieuvoorlichting aan de plaatselijke bevolking en hen deelgenoot maken van het project via milieu-vrijwilligerswerk en het verstrekken van educatief materiaal. “Güigüí maakt deel uit van het Biosfeerreservaat van Gran Canaria en is ‘het kroonjuweel’ in de milieubescherming van het eiland,” aldus minister Arévalo.

De verwachte resultaten aan het eind van het project zijn:
- de eliminatie van de in het reservaat in het wild levende geiten en het verminderen van  de druk  in  de leefomgeving die wordt uitgeoefend door herbivoren ;
- het verbeteren van de staat van  conservering van de bedreigde soorten
- het kennen van de ontwikkeling van de soorten en de aangetaste leefomgevingen binnen het reservaat als basisinstrument voor het beheer van de ruimte;
en te slotte, bewustwordingsacties te ontwikkelen  die zich richten op het herstel van de leefomgeving van de Juniperus canariensis (Canarische jeneverbes).

 
                     Sabina (Jeneverbes).                                         Almacígo

 
Men zal optreden in het hooggelegen gedeelte van het Güigüí-reservaat, op de Montaña las Vacas, Hogarzales en de Montaña de los Cedros; een potentieel distributiegebied voor de thermofiele bossen in dit deel van het eiland, met een belangrijke aanwezigheid van sabinas  (jeneverbessen) en ceders, plus exemplaren van de pino canario (Canarische den) en bergplanten (brezos = dopheide; peralillos = Maytenus canariensis = Celastraceae = kardinaalsmuts familie;  en laurierbomen), vooral in de gebieden die zijn blootgesteld aan de vientos alisios (verkoelende passaatwind).

 
     Peralillos = Maytenus canariensis = Celastraceae = kardinaalsmuts familie.

Momenteel, aldus de memorie van toelichting op het project, ontdekt men geïsoleerde exemplaren van deze bosformaties in de meest ontoegankelijke gebieden, waar geen menselijke activiteit is opgetreden; en vooral, geen druk van herbivoren (planteneters) zoals geiten en konijnen.

pic-0287.large.jpg

Het werkgebied ligt aan de westzijde van Gran Canaria, met de maximale begrenzing van de Montaña de Hogarzales, op 1.065 meter boven de zeespiegel.
Het gebergte loopt van noord naar zuid via een aantal bergtoppen, waarvan in het oog springen de:
 -   790 meter hoge Amurgar,
-    732 meter hoge Peñón Bermejo,
- 1.006 meter hoge Montaña de los Cedros,
- 1 .008 meter hoge Morro del Pino,
-    914 meter hoge Montaña de las Vacas.

Het geologische profiel vormt een driezijdige piramide, waardoor het water in de richting van de barranco (het ravijn) van Tasartico stroomt, naar de barranco van La Aldea-Tocodomán en naar zee.

 
                         Amurgar                                           Peñon Bertmejo.
  
           Morro del Pino.                                  Monytaña de los Cedros.                         
 
       Momtaña de las Vacas.
Vanwege de heterogeniteit van het gebied, zal men - al naar gelang de klimatologische omstandigheden van elk gebied - de diverse werkgebieden vaststellen, maar de meeste relevantie geven aan het herstel van de sabina- en cederbossen.

 
   Cedro Canario.                                                   Jeneverbes
 
                                                      Brezo (Dopheide).
Volgens schatting van het Cabildo (Eilandbestuur), zal men 10.000 exemplaren sabinas  (jeneverbes)  aanplanten,1.000 cederos (ceders), 10.000 almácigos (kiemplant), 10.000 acebuches (wilde olijfboom) 10.000 pinos (dennen), 1.000 peralillos (kardinaalsmuts ),1.000 brezos (dopheide) en 500 laureles (laurierbomen).

Het project zal gedurende het eerst jaar kunnen rekenen op de begeleiding van onderzoekers van de Jardín Canario Viera y Clavijo, van de Grupo de Ecología y Evolución en Islas del Centro Superior de Investigaciones Científicas (CSIC) en van de Grupo de Ecología y Biogeografía Insular van de Universiteit van La Laguna, met het doel, gebieden te vestigen men een potentiele ontwikkeling van de leefomgeving voor Endemische Juniperus spp-bos (jeneverbes-bos) in het Biosfeerreservaat.

De herstelwerkzaamheden zal men uitvoeren gedurende de maanden oktober tot maart, in het tweede, derde en vierde jaar, waarbij tijdens de rest van het jaar het onderhoud ervan zal worden bijgehouden, zoals ondersteunende irrigatie.
Het is hier niet gemakkelijk over water te beschikken, dus zullen er mist-sensoren worden aangebracht op de top van de Montaña de los Cedros  en van de Hogarzales, waarmee men de ondersteunende irrigatie wil verzekeren die gericht is op het wortelschieten van de planten. Men zal op elke bergtop vier tot vijf sensoren plaatsen, om voldoende water te vangen uit de zware nevels die deze bergen omringen.

kleurlogoCanarias.png


Openbaar Ministerie verlangt onderzoek naar verwaarlozing palmen-oase El Lasso

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - maandag 22 juli 2013 - De Officier van Justitie van het Openbaar Ministerie, van de afdeling Milieuzaken en Bouwzaken, van het Hooggerechtshof, verlangt van het Departement Milieuzaken, van de Canarische Regering, dat het een onderzoek instelt naar de verantwoordelijkheid van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria en de overheidsovertredingen met betrekking tot het afsterven in de afgelopen jaren van duizenden Canarische palmen in El Lasso vanwege het stopzetten van de irrigatie, omdat dit de overheid was die verantwoordelijk was voor het onderhoud, totdat men dit op 30 januari 2012 heeft overgedragen aan de Gemeente Las Palmas de Gran Canaria.

De Officier van Justitie, Antonio Colmenarejo Frutos, heeft aan Milieuzaken gevraagd, de zaak op te pakken, na ontvangst van de aangifte die gedaan is door Fernando Toscano Benítez, lid van de milieubeweging ‘SOS Palmeral de El Lasso y otros en peligro’(‘SOS voor de Palmenoase van El Lasso en andere die in gevaar zijn’).


Dode palmen in Barranco Seco, langs de rondweg van Las Palmas de Gran Canaria, door gebrek aan irrigatie en die ondertussen zijn omgehakt.

De oase van El Lasso is 29 jaar geleden ontstaan toen - op initiatief van de natuurliefhebber Jaime O´Shanahan, het Cabildo (Eilandbestuur) in de jaren 80 van de vorige Eeuw besloten heeft, de berghellingen te herbebossen met ruim 4.000 palmen en het was het Cabildo, dat verantwoordelijk was voor de irrigatie en het onderhoud ervan, totdat men dit in 2012 heeft overgedragen aan het Gemeentebestuur van Las Palmas de Gran Canaria, dat toen samenviel met de pensionering van de technicus die verantwoordelijk was voor die taken. In de drie daaropvolgende jaren zijn - door gebrek aan irrigatie en gebrek aan voldoende regen - duizenden palmen afgestorven.

In aanhangsel II van zijn resolutie verwijst de Openbare Aanklager naar de Verordening van 20 februari 1991, over de in het wild levende plantensoorten, waaronder men de Canarische palm rekent. Ook noemt hij het Decreet 62 van 16 mei 2006 waarin men maatregelen vaststelt ter bevordering van de bescherming, conservering en genetische identiteit van de Canarische palm. Eveneens herinnert de Officier van Justitie eraan, dat artikel drie van het genoemde Decreet, het veranderen, of vernietigen verbiedt van exemplaren van de Canarische palm die in het wild voorkomen, waarbij deze wetgeving een sanctiereglement vestigt voor de zaken van niet naleving van het voorgeschrevene in het Decreet.”

De Gemeente Las Palmas de Gran Canaria  is enkele weken geleden begonnen met het irrigeren  van de palmenoase, na het aanleggen van een nieuw irrigatiesysteem en, volgens de Gemeente, worden er dagelijks werkzaamheden uitgevoerd. Het gemeentelijk departement van Milieuzaken, van wethouder Ángel Sabroso, is de afgelopen dagen begonnen met het omhakken van de dode exemplaren.

Lees (en zie vooral) ook het verderop staande artikel: 'De verwaarloosde groene long van de stad'.
kleurlogoCanarias.png


Cabildo investeert 8,5 miljoen euro in
verbetering Autosnelweg GC-1

GRAN CANARIA -  zaterdag 20 juli 2013 - Het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria zal in de komende drie jaar 8,5 miljoen euro investeren in projecten voor verbetering van het aanzien van de autosnelweg GC-1, zoals o.a. irrigatiesystemen, onderhoud van groenvoorzieningen, verfraaiing van rotondes, dat men zal ontwikkelen in samenwerking met de gemeenten.

De Eilandpresident, José Miguel Bravo de Laguna, heeft op vrijdag 19 juli 2013 de kaderovereenkomst - waarin alle projecten staan opgesomd - ondertekend met de burgemeesters van: Telde, Ingenio, Agüimes, Santa Lucía, San Bartolomé de Tirajana en met de locoburgemeester van Mogán.
mejira-gc-1-1_large.jpg

Tijdens de eerste fase van de verfraaiing van de GC-1 nemen de overheden het tracé onderhanden tussen de luchthaven en Mogán, waaraan men prioriteit verleent, “omdat dit het eerste en het laatste beeld is van het eiland wat alle bezoekers onder ogen krijgen,” zo heeft Bravo de Laguna gezegd op vrijdag 19 juli 2013.
bbbb.jpg

Zo komt er o.a. een 24 kilometer lang irrigatiesysteem in de gemeente San Bartolomé de Tirajana , om te voorkomen, dat de palmenoases en de vegetatie die de autosnelweg sieren, zal verdorren, zoals in de afgelopen zomers het geval is geweest.

Daartoe gebruikt men water van de depuradora de aguas residuales (afvalwaterzuiveringsinstallatie) van El Tablero (San Bartolomé de Tirajana), waarmee ook de golfterreinen in het Zuiden worden geïrrigeerd.

 Zo zal men ook ander werkzaamheden uitvoeren, zoals het reinigen van het schildwerk, of de verfraaiing van rotondes en groenvoorzieningen. Ook zal men contact opnemen met de eigenaren van de broeikassen die langs de autosnelweg staan, om samenwerkingsformules te vinden die de aanblik verbeteren.

De 8,5 miljoen euro die het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria wil besteden aan deze werkzaamheden, zal verdeeld worden over een periode van drie jaar: 2,5 miljoen euro in 2013, drie miljoen euro in 2014 en drie miljoen euro in 2015.
kleurlogoCanarias.png


De verwaarloosde groene long van de stad

Onderbreking van de irrigatie
gedurende bijna drie jaar
heeft het afsterven van honderden palmen veroorzaakt
op de hellingen van El Lasso

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - maandag 1 juli 2013 - Het is ontstaan in het midden van de jaren tachtig van de vorige Eeuw; met de bedoeling het te veranderen in een bos, als een soort groene long voor de stad met het hebben van ruim 4.000 Canarisch palmen en ander inheemse soorten. Ondanks het werk en het geld wat men geïnvesteerd heeft in de herbebossing, vertonen de hellingen van de barranco (het ravijn) El Lasso-El Rosario 29 jaar later een verwaarloosd landschap met dode palmen, ten gevolge van de beslissing van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria om in 2010 de irrigatie van het park stop te zetten.

Het Gemeentebestuur van Las Palmas de Gran Canaria, aan wie het Cabildo(Eilandbestuur) het perceel heeft toegekend op 30 januari 2012, probeert nu -  na het irrigatiesysteem te hebben gerepareerd - de ondergang te voorkomen van duizenden palmbomen die zijn ontsnapt aan een voortijdige dood, maar het is de technici niet duidelijk, of deze exemplaren kunnen overleven, want ze hebben lange tijd zonder water geleefd; een omstandigheid waar nog bij komt, dat het in het afgelopen jaar weinig heeft geregend.

                               Afgestorven palmen in Barranco Seco.



De Gemeente is opgetreden nadat men klachten heeft ontvangen van de stadsbewoners, die in het afgelopen jaar hebben laten weten, dat de palmenoase aan het afsterven is. Fernando Toscano Benítez, lid van de groepering SOS Palmeral de El Lasso op Facebook, kritiseert de verwaarlozing en herinnert eraan, dat de ruïnering van de palmen begonnen is in 2010, samenvallend met de pensionering van de technicus doe toezicht hield op het parkonderhoud en de overplaatsing van de tuinman die belast was met de irrigatie.

 


 
 
                         Rechts: Jaime O'Shananhan Bravo de Laguna.
Toscano Benítez, gediplomeerd ingenieur in Landmeetkunde en Documentatie, is de zoon van de boswachter van de boswachterij van El Lasso en was als kind getuige van de het ontstaan en de ontwikkeling van de palmenoase, die is opgezet op aandringen van pleitbezorger Jaime O´Shanahan Bravo de Laguna, de  ondertussen overleden milieu-adviseur van de Universiteit van Las Palmas de Gran Canaria (zie: http://www.hollandsenieuwe.com/blog/jaime-o%C2%B4shanahan-overleden_15855/).

 
  

 
 

Momenteel toont Benítez zich machteloos, in de overweging, dat de aanblik van uitgedroogde en verdorde palmen zich meester heeft gemaakt van het landschap op de hellingen van El Lasso. “Wat er met deze palmenoase gebeurt is ongekend,” roept Toscano uit; die hier aan toevoegt, “dat als men in plaats van de palmen, 4.000 schapen dood had laten gaan, dit een schandaal zou zijn geweest. Deze palmenoase was een schoonheid. Hier is echt een blunder begaan. Toen men de circunvalación (rondweg) heeft aangelegd,  heeft men er al tientallen verplaatst, waarvan men er enkele heeft verloren. In 2007 is een andere groep van 14 palmen aangeplant rondom het Pérez Galdós-theater, toen dit werd heropend na de verbouwing.”

 

Bomenpark
Het idee van het Cabildo (Eilandbestuur) in 1984 was, om de hellingen van de Barranco del Rosario te veranderen in een groot bomenpark als recreatiegebied voor de burgers, met een oppervlakte va n een miljoen vierkante meter. Uiteindelijk resulteerde het beboste terrein in 300.000 m².

VIDEOFILMPJE:
http://www.youtube.com/watch?v=MkQP7LWpnCM&feature=player_detailpage

Het perceel van El Lasso is door het Cabildo verworven in de tweede helft van de vorige Eeuw, in het kader van het aanwervingsbeleid voor percelen, om het eiland te herbebossen wat in gang is gezet door Matías Vega Guerra.
In de jaren vijftig was er een eerste poging tot herbebossing maar die mislukte en nadien heeft men plantages aangelegd van escobonales (bremstruiken), dragos (dracaenae draco- drakenbloedbomen), guaydiles (Convolvulus floridus = klokjeswinde) en andere inheemse soorten, maar het was in 1984 toen men een grote kwekerij heeft gecreëerd, van 4.000 Canarische palmen, om de hellingen van El Lasso te bevolken. Tientallen  medewerkers hebben zich ingezet voor het in gebruik nemen van het irrigatiesysteem van de palmenoase, wat €15.000,= heeft gekost en wat verbonden werd met het opslagbassin van de waterzuiveringsinstallatie van Monteluz.

 
 
“De grond waarin ze geplant zijn is niet de beste; en dat is ook met de locatie, maar door voortdurend onderhoud is men erin geslaagd, de palmen te laten groeien,” legt Toscano uit, die verduidelijkt, dat men een aflopend irrigatiesysteem als dekmantel gebruikt en hij wijst af, dat het de aanleg van de rondweg is geweest wat de oorzaak zou zijn van de dood van de palmen, omdat de waterleidingen er al in 2009 lagen en toen was de rondweg al in gebruik en lag de plamen-oase er perfect bij,” aldus het antwoord van Toscano op de bewering van burgemeester Juan José Cardona, die de dode exemplaren toeschrijft aan de aanlegwerkzaamheden van de autosnelweg.

“Voor het aanplanten van de palmen-oase,” zo brengt Toscano in herinnering” kwamen duizenden part time-medewerkers en daarna, voor het snoeien en het schoonmaken van de palmen. Vier medewerkers hielden zich bezig met de irrigatie. In 2010 was dit nog slechts een medewerker, die overplaatsing heeft aangevraagd naar een ander eilanddepartement, en vanaf toen is men gestopt met de palmenoase water te geven. Het is niet te accepteren, dat de hele investering over de balk is gegooid.”

In reactie op een ingediende klacht over het Eilandministerie van Landbouw, wat belast was met het onderhoud van het gebied, hebben technici van het Cabildo (Eilandbestuur) aan Toscano bevestigd, “dat men in 2010 nagelaten heeft de palmen-oase te irrigeren,” en zij hebben daaraan toegevoegd, “dat men sindsdien palmen verloren heeft.”

Het op 18 februari 2013 uitgekomen rapport van de eilandtechnici van Milieuzaken en Noodgevallen, constateert, “de ernst van de situatie van die palmen, welke in de jaren tachtig zijn aangeplant door het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria binnen een plan voor herbebossing van de berghellingen van de stad, met sindsdien periodieke irrigatie en die sindsdien aan hun lot zijn overgelaten, wat heeft geleid tot een verhoogd sterftecijfer van de exemplaren.”
De wethouder van Milieuzaken en Stadsmobiliteit, Ángel Sabroso, legt uit, dat de stad de terreinen gekregen heeft in februari 2012, waarop men opdracht gegeven heeft een rapport op te stellen, om de staat van de palmen-oase te kennen, wat men in april heeft voltooid.”

De  wethouder heeft verzekerd, dat met het in gebruik nemen van het irrigatie-netwerk met  gezuiverd water, het redden van een zo groot mogelijk aantal het doel is; een behoorlijk moeilijke taak, gegeven de weinig hoopvolle staat waarin de palmen verkeren.”

De Gemeente overweegt ook de mogelijkheid, om een 600-tal palmen van El Lasso te verplaatsen naar andere stadsdelen. Tenminste, dat is wat Sabroso begin juni 2013 heeft verzekerd tijdens de presentatie van het beleid voor de Palmeral del Atlántico (Atlantische Palmen-oase), waarbij men in de komende vier jaar 4.000 palmen wil aanplanten die afkomstig zijn uit alle delen van de wereld. Sabroso heeft toen gezegd, dat 80% “onherstelbaar” is.
Toscano eist verantwoordelijkheden van alle politici die de palmen-oase in de afgelopen drie jaar dood hebben laten gaan en vraagt aan de Openbare Aanklager van het Milieubureau, dat men “ingrijpt en officieel optreedt,” tegen deze aanslag op het milieu.
kleurlogoCanarias.png


Gebrek aan irrigatie
ruim duizend palmen verdwenen uit de bermen
van de autosnelweg naar het Zuiden

GRAN CANARIA - donderdag 6 juni 2013 - In de afgelopen drie jaar zijn er tussen de 1.000 en 1.200 palmen verdwenen uit de bermen van de autosnelweg naar het Zuiden door het gebrek aan irrigatie en onderhoud. Dit is de becijfering die gemaakt is door de technici van Milieuzaken en van het waterleidingbedrijf Elmasa na de aangiften in de afgelopen dagen van het verval van de plantages tussen de barrancos (ravijnen) van Tirajana en Arguineguín, in de gemeente San Bartolomé de Tirajana. De planten krijgen al twee jaar geen water door het gesteggel tussen het Cabildo (Eilandbestuur) en de Gemeente De ondernemers kritiseren de ongelijkheid met de palmen van ‘Oasis’.

In tegenstelling tot het akkoord van het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, om het bouwproject van de RIU-hotelketen voor het ‘Oasis’-hotel stil te leggen, verzekeren de ondernemers die tegen deze beslissing zijn, dat men op dit gedeelte van de autosnelweg GC-1 al 500 exemplaren verloren heeft  en, dat er nog eens duizend exemplaren serieus gevaar lopen te verdwijnen. Hun schattingen zijn onlangs gedaan, hoewel het nu zeker is, dat er een bedrijf is wat zich bezig houdt met de conservering.
g1_large.jpg

De grootste schade aan de palmbomen heeft zich voorgedaan tussen maart 2010 en juni 2012; een periode, waarin niemand zich druk heeft gemaakt, om de irrigatie.
Na het op 31 december 2009 aflopen van het contract met het waterleidingbedrijf Elmasa, hebben het Cabildo (Eilandbestuur) en de Gemeente er ruim twee jaar over gedaan, om een nieuw convenant te ondertekenen en de concessie aan te besteden: een veel te lange periode, zelfs voor palmen, die als een van de weinige plantensoorten bestand zijn tegen een droog klimaat.

Veel palmen hebben zich niet kunnen ontwikkelen en zijn gestorven net zoals ze waren aangeplant. De geschiedenis van de palmen in de bermen langs de autosnelweg naar het Zuiden is een lang verhaal van gesteggel tussen het Cabildo (Eilandbestuur) en de Gemeente, aldus de technici van de beide overheidsinstanties.

Ondanks, dat het Cabildo (Eilandbestuur) verantwoordelijk is voor het onderhoud van de autowegen  en de autosnelwegen - en dit in feite doet voor alle wegen op het Eiland - neemt het gedeelte van de GC-1 wat door de gemeente San Bartolomé de Tirajana loopt, een speciale positie in. Aan het begin van de jaren negentig heeft het Eilandbestuur besloten, deze verantwoordelijkheid over te dragen aan het zuidelijke Gemeentebestuur, met als argument, dat het een rijke gemeente is, die daarom de toeristengebieden zelf moet onderhouden.
                                      elmasa_large.gif

Water
Sinds 1995, toen Marcial Franco burgemeester was en met de steun van de toenmalige vicepresident van het Eilandbestuur, Jesús Gómez, erkend palmenverdediger, heeft men het bedrijf Elmasa opdracht gegeven, de autosnelweg en andere toeristengebieden, zoals Bahía Feliz, San Agustín en Campo Internacional de Maspalomas, te beplanten.
Het waterleidingbedrijf bleef tot 2006 ongeïnteresseerd; het jaar, waarin men al aan Cabildo had gevraagd op te komen voor de kosten die dit met zich mee zou brengen.
Elmasa richtte zich toen tot de eilandminister van Openbare Werken, Miguel Jorge Blanco, die koos voor de formule het onderhoud te betalen via een convenant met het Gemeentebestuur, dat op haar beurt belast werd met het uitschrijven van een aanbesteding.

Het contract werd gegund aan het eigen Nutsbedrijf Elmasa tot eind 2007 en zou, op jaarbasis, verlengd worden tot 31 december 2009, iets wat nog niet bij wet was geregeld.
“Bij het aflopen van contract deed niemand iets,” zo verzekert een ex-directeur van het bedrijf, die eraan herinnert, dat in het berm-onderhoud van de autosnelweg tot wel twaalf mensen werkzaam waren.

Bij de vaststelling, dat geen enkele instantie zich hiermee bezig hield, is Elmasa onbaatzuchtig door blijven gaan met de irrigatie en de verzorging van de groenvoorzieningen. Men is daar mee gestopt in maart 2010, vanwege het risico, dat het nutsbedrijf liep in het geval een van de medewerkers een ongeluk zou krijgen, want daarover bestond geen enkel contract, of document. Toch bleven nog gedurende enkele maanden twee medewerkers de irrigatiekranen open zetten.
Diefstal van tuinslangen en van de sleutels van de irrigatievoorziening verplichtten Elmasa de handdoek in de ring te gooien, maar niet alvorens ‘tientallen keren’ het Cabildo (Eilandbestuur) gewaarschuwd te hebben voor de dood van de palmen, als men niet snel zou ingrijpen.
“Het is de toegangspoort tot het Zuiden en men is het werk van vele jaren aan het verliezen, het is jammer,” merkt diezelfde ex-medewerker op. Wegens gekibbel over financiën en bevoegdheden tussen het Cabildo (Eilandbestuur) en de Gemeente, heeft men niet eerder, dan in juni 2012, nieuw onderhoud aanbesteed, waardoor de nieuwe contracthouder zich alleen heeft kunnen bezig houden met het doen opleven van uitgedroogde palmen, in een poging, die exemplaren te redden die nog in leven zijn.

Schuld
Vanuit sommige instanties heeft men de schuld willen doen geven aan de picudo-plaag, maar alle geraadpleegde deskundigen bevestigen, dat de hoofdoorzaak het ontbreken van irrigatie is geweest gedurende deze twee jaren

In september 2012, ter gelegenheid van de Internationale Dag van het Toerisme en het bezoek van kroonprins Felipe, heeft men de meest in het zicht liggende gebieden een opknapbeurt gegeven, maar geen herstel in de diepte gepleegd.

In januari 2013, heeft de socialistische eilandminister Isabel Guerra de Ministerraad van het Eiland al op de hoogte gesteld van het verdwijnen van 500 palmen, waarvan nu de ondernemers beweren, dat het Cabildo (Eilandbestuur) met twee maten meet voor wat betreft de palmen van ‘Oasis’ en die van de autosnelweg.

Als men de hiervoor verantwoordelijke politici zoekt, komt geen van de politieke partijen er goed vanaf, want zowel PP, PSOE, NC en CC zijn in deze periode verantwoordelijk geweest in het Cabildo (Eilandbestuur) en in het Gemeentebestuur van San Bartolomé de Tirajana Bartolomé de Tirajana.

“Het ongelooflijke is, dat de Seprona (Milieudienst van de Guardia Civil), het Ministerie van Milieuzaken over je heen vallen, als je probeert een palmboom te verplaatsen in de tuin van je hotel, terwijl er langs de autosnelweg, voor iedereen zichtbaar, ruim duizend palmen zijn doodgegaan en, dat niemand daar een vinger toe heeft uitgestoken, om dit te voorkomen,” zo laat een van deze verontwaardigde horecaondernemers weten.
kleurlogoCanarias.png


Gebrek aan irrigatie
doodt de palmen in Barranco Seco

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - donderdag 6 juni 2013 - Milieuactivisten vragen dringend om plan van aanpak, om de palmen van de stad Las Palmas de Gran Canaria te redden. Gebrek een regen in 2012 verergert de situatie.

Het overleven van de plamen-oases in de bermen van de rondweg om de hoofdstad van Gran Canaria, in het gebied van Santo Domingo, ter hoogte van de Barranco Seco loopt gevaar door het gebrek aan irrigatie. Honderden exemplaren van deze palmen, die zijn aangeplant in de jaren 80 van de vorige Eeuw, zijn dood en hetzelfde lot dreigt voor de rest van de imposante Canarische palmen in het gebied, waar het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria verantwoordelijk is voor de irrigatie.
1370463210561_large.jpg
1370463210546_large.jpg
1370463210499_large.jpg
De aanblik van gesnoeide palmen die men kan zien langs de rondweg, bij het binnengaan, en het verlaten van de Santo Domingo-tunnel, is somber; ondanks, dat ze op slechts enkele meters afstand staan van de zuiveringsinstallatie voor afvalwater
1370463210564_large.jpg

Eugenio Reyes, lid van de milieubeweging Asociación Canaria en Defensa de la Naturaleza (Ascan), heeft op woensdag 5 juni 2013 een noodkreet laten horen vanwege de slechte staat van de palmen in de Barranco Seco, in El Lasso en van de palmen-oases van Tamaraceite en die in  Guiniguada die op het tracé staan wat loopt vanaf de Jardín Canario naar Fuente de los Morales.


Reyes heeft eraan herinnert, dat de exemplaren die in het gebied van de Barranco Seco staan, ‘het laatste overblijfsel’ in de stad vormen van wat de historische palmen-oase van Guiniguada was, die de hoofdstad van Gran Canaria van haar naam voorzien heeft.

“2012 is bijzonder droog geweest en die omstandigheid is nadelig geweest voor de palmen en nu zien we de gevolgen ervan,“ zo legt Reyes uit, die om een dringende actie vraagt, om te verhinderen dat de palmen blijven afsterven. “In plaats van het gezuiverde afvalwater in zee te pompen, zou met het beter aan de palmen kunnen geven,” zegt Reyes, die de noodzaak heeft voorgesteld, om een observatorium in gang te zetten voor de groenvoorzieningen van de stad, met zicht op het realiseren van een duurzaam beheersplan. “De verwaarlozing van de palmen is beestachtig.”
1370463210535_large.jpg
De milieuactivist voegt her aan toe, dat de aanleg van de rondweg ernstige gevolgen heeft gehad voor de palmen, omdat het tracé de watertoevoer heeft onderbroken. “Voorheen stroomde het water naar de plamen-oases en nu staan ze in niemandsland, omdat de bouwers niet de juiste milieumaatregelen hebben genomen, zou men ze daarvoor verantwoordelijk moeten houden,” zo stelt Reyes in de week waarin de jaarlijkse, Internationale Dag van het Milieu (5 juni) valt.
kleurlogoCanarias.png


Bañolas eist verantwoording
voor het verdwijnen van de palmbomen


De woordvoerder van  Coalición Canaria/PNC beschuldigt het Cabildo (Eilandbestuur) van het verwaarlozen van de palmen-oase in het Zuiden van Gran Canaria

GRAN CANARIA - dinsdag 14 mei 2013 - Fernando Bañolas, woordvoerder van Coalición Canaria/PNC in het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria, heeft op maandag 13 mei 2013 van de president van het Eilandbestuur, José Miguel Bravo de Laguna, geëist, “dat hij verantwoording aflegt voor het toestaan van het verlies van honderden palmbomen langs de autosnelweg naar het Zuiden.”

Naar de mening van Bañolas veronderstelt dit een serieuze beschadiging te zijn van het imago van datgene, wat ongetwijfeld, de voornaamste toegangspoort van de toeristen is die aankomen op het eiland.”
 

                       Bañolas.                                     Bravo de Laguna.

                        De verdorde palmen langs de autosnelweg GC-1

Bañolas heeft Eilandbestuur ervan beschuldigd, deze palmen-oase te verwaarlozen “van het visitekaartje voor hen die ons bezoeken, wat men heeft gereduceerd met een volledige verwaarlozing, door het gebrek aan onderhoud.”

 “Naast het zoeken van de schuldige,” zegt Bañolas, “zou men een actieplan moeten hebben voor de middenberm en de bermen langs de autosnelweg.
kleurlogoCanarias.png


Geiten bedreigen tien inheemse plantensoorten
met uitsterven

PUERTO DEL ROSARIO – Dag van de Arbeid, woensdag 1 mei 2013 - In een reportage in het milieutijdschrift ‘Quercus’ waarschuwen de wetenschappelijke onderzoekers César-Javier Palacios en Stephan Scholz, hoe de flora op Fuerteventura, waaronder 10 soorten die uniek zijn in de wereld, met uitsterven worden bedreigd door overbeweiding van de geiten.

Onder de titel ‘Los últimos bosques del desierto canario’ (‘De laatste bossen van de Canarische woestijn’) vragen de onderzoekers aandacht voor sommige soorten die al met uitsterven bedreigd woorden, waaronder tien op Fuerteventura; nog eens dertien soorten die exclusief voor komen op de oostelijke eilanden en nog eens vier, die op de gehele Archipel voor komen.

  
             César-Javier Palacios.

 
                       Stephan Scholz
.

De onderzoekers hebben erop gewezen, dat 2000 jaar geleden de oorspronkelijke bossen van Fuerteventura voornamelijk bestonden uit wilde olijfbomen; maar, dat vandaag de dag, de Canarische olijfboom een zeldzaamheid is op het eiland; volgens schattingen van auteurs, is de populatie niet groter dan vijfhonderd exemplaren.

Door honderden jaren van begrazing door het vee, zijn sommige wilde olijfbomen gereduceerd tot natuurlijke, honderdjarige bonsais, “wat uniek is in de wereld,”, zo merkt Stephan Scholz op die dr. in de Biologie is en directeur van de Jardín Botánico (Botanische Tuin) van Fuerteventura ‘Oasis Park’ in La Lajita.


                                                       
Acebuche (Olijfboom) .

Samen met de acebuches (olijfbomen), maakten de ‘almácigos’ (‘zaailingen ) deel uit van deze Majorero-bossen, maar momenteel heeft een populatie van minder dan 200 exemplaren overleefd in Vega el Río Palmas, nabij Betancuria.


                                    Malva de risco  (Lavatera acerifolia).
Vier exemplaren van de ‘malva de risco’ (Lavatera acerifolia - kaasjeskruid ) - een tot twee meter hoge struik die endemisch is op Canarias - zijn in 1999 ontdekt op een kleine rotswand op Fuerteventura.
Kaasjeskruid is, samen met bijvoorbeeld de stokroos, heemst en hibiscus, lid van de kaasjeskruid-familie, de Malvaceae. De naam 'kaasjeskruid' wordt toegeschreven aan de vorm van de zaden, die wel met kazen worden vergeleken.

22 jaar later geeft César-Javier Palacios, geograaf en lid van de Fundación Félix Rodríguez de la Fuente, aan; dat deze kleine en unieke populatie “zonder bescherming en binnen bereik van het vee” blijft voortbestaan


Andere soorten, zoals de ‘hediondo’ (Anagyris foetida - uit de familie Papilionácea), een vlinderbloemige, op de Canarische Eilanden inheemse struik, die een sterke, vieze geur verspreidt; met een vrucht, die als groente wordt gebruikt die naar zwarte vanille smaakt en waarvan men slechts twee exemplaren kent in Jandía. Of de ‘peralillo’ (Maytenus canariensis), die deze naam draagt, omdat de struik doet denken aan een kleine perenboom en waarvan slechts 13 exemplaren bestaan in de wereld: vijf op Fuerteventura, en acht op Lanzarote; het eiland, dat eveneens niet ontsnapt is aan de druk van de veehouderij.

"De grote afstand tussen overlevende individuen van tweehuizige soorten, met mannelijke en vrouwelijke exemplaren, verklaart het ontbreken van natuurlijke verjonging," zegt Stephan Scholz.
peralillo_large.jpg
Volgens de studie, draagt slechts een van de peralillos op Fuerteventura, als onderdeel van een groep van drie, relatief dicht bij elkaar groeiende planten, regelmatig vrucht; maar de weinige zaailingen die worden geboren aan de voet van de rots overleven de aanwezigheid van de herbivoren (planteneters) niet.

Van dit vrouwelijke exemplaar heeft men voor het eerst in april 2006 zaden verzameld en, dankzij deze zaden, zijn er nu tientallen planten verspreid over een paar botanische tuinen; maar, Caesar Javier Palacios betreurt het, "dat de exemplaren in het veld geen echte bescherming genieten.”
rgh1216629383u_large.jpg
Van de ‘demarmulán’ - een struik die lijkt op de Marokkaanse ‘argán’ -rest nog slechts één exemplaar, maar het meest beklagenswaardige geval is, dat van de ‘palo blanco’; de laatste overlevende van de laurier-bossen welke voor de komst van de mens hebben bestaan op Fuerteventura, en die nu geen vrucht meer draagt.

De botanicus Scholz is van oordeel, dat het gaat, “om de laatste der Mohikanen”, want men is te laat gekomen, “ Toen die gestorven is, zou de soort van het eiland zijn verdwenen en met deze een onherstelbare, genetische rijkdom, aldus Scholz.
erosion_large.jpg
In die zin, stelt Cesar-Javier Palacios nadrukkelijk, “dat intensieve begrazing en een overbevolking aan geiten, in een gebied met weinig regenval, een destructieve milieustrategie lijkt te zijn vanwege het verdwijnen van de vegetatieve bedekking, wat zijn weerslag vindt in dorheid en een voortschrijdende erosie.
qc-cabra-pipana-gc_large.jpg
Onderzoekers hebben gewezen op de bokken en geiten als de belangrijkste boosdoeners voor het uitsterven van de oude Majorero-bossen en wijzen erop, dat de aanwezigheid van deze bossen een positief effect heeft op andere bedreigde soorten, zoals de ‘guirre’ ('gier'), of de Canarische kraai.

Zoals men in het artikel in Quercus opmerkt, ligt de oplossing niet in het elimineren van de geiten; iets, wat de onderzoekers kwalificeren als, “onmogelijk,” op een eiland, waar de traditie van het fokken diep geworteld is.

Ze verdedigen echter, dat men voorkomt, dat het vee ongecontroleerd rondzwerft, in een staat van semi-vrijheid, zoals nu het geval is en, tegelijkertijd, vragen ze, dat men een netwerk van kleine, botanische reservaten instelt, wat de meest bedreigde plantensoorten beschermt.
kleurlogoCanarias.png


Dragos onder het mes van de boomchirurg

ARUCAS - woensdag 10 april 2013 - Een experimenteel project probeert twee dragos (drakenbloedbomen) te doen herleven die in kritieke toestand in Arucas staan, gebaseerd op het doen herleven van hun externe wortels. Microchirurgie die de vegetatie bereikt.

De tijd zal leren wat het resultaat zal zijn, maar op dit moment hebben de bij de operatie toegepaste technieken hun vruchten afgeworpen, voorlopig  heeft men kunnen voorkomen, dat deze twee exemplaren afsterven. Deoude dragos van het Museo de Los Labrantes(Museum van de Steenhouwers) in Arucas zijn volop voorzien van buizen, om de luchtwortels te beschermen en deze naar de grond te geleiden. Men heeft metalen pennen in de grond verankerd, als besproeiingssysteem. Dit alles, in een wanhopige poging, om het leven van de drakenbloedbomen te redden.

 
Het structurele en fysiologische herstelproject is in 2010 in gang gezet, toen het Gemeentebestuur van Arucas de Canarische Regering heeft gevraagd, om deze twee, bijna acht meter hoge bomen die zich in een kritieke toestand bevonden, te doen herleven. Hun stammen waren volledig uitgehold, door houtworm en verrotting, een cochenilleplaag in de kruin, verdroogde en afvallende takken en ringvormige verwondingen, vermoedelijk veroorzaakt door metalen voorwerpen zoals stutten en tuidraden die de natuurlijke sapstroom vanuit de basis hebben verhinderd.

Bovendien moesten ze een betonnen plaat rondom zien te overleven, die verhinderde, dat ze water en voeding kregen en die niet al te groot hoefde te zijn, om te voorkomen dat ze onevenredig verticaal vanaf de basis groeiden, wat uiteindelijk tot een wisse dood zou leiden als er niet onmiddellijk drastische maatregelen waren genomen.

 
Op de Intensive Care
“Als het een ander boomsoort was geweest, zou die nu dood zijn,” merkt de technicus van Gesplan, Marco Díaz-Bertrana, op, die rekent, dat het een gecompliceerd werk is geweest, “maar ondanks alles, bevinden ze zich op de ‘intensive care’ en weet men niet, hoe ze zich zullen ontwikkelen,” verduidelijkt hij.

Sindsdien zijn de dragos aan nieuwe acties onderworpen, die in sommige gevallen experimenteel worden toegepast als voorzorgsmaatregel op klein schaal, om hun levensvatbaarheid vast te stellen.

De voornaamste ingreep bestaat uit het reactiveren van de externe wortels die amper enkele millimeters lang zijn, zodat die door middel van wortelhormoon en vervolgens via geleiding door pvc-buizen, als ware het in een bloempot met voedingsbodem en watervoorziening, veranderen in een stengelvorm die op een parallelle basis hen via de natuurlijke wortels voedt.
De resultaten van deze techniek die ‘geleide luchtwortelproductie’ wordt genoemd, zal men over enkele maanden kunnen waarnemen, met de vaststelling, of deze maatregel zijn vruchten afwerpt bij deze 80 jaar ‘jonge’ dragos, die ernstige inwendige verwondingen hebben, in veel gevallen veroorzaakt door stress.

Op hun beurt zal men door een smid op maat gemaakte stalen pennen met schroeven in de grond verankeren, zodat deze verplaatsbaar zijn, zal men zieke takken ontdoen van rottend weefsel, brengt men een besproeiingssysteem aan en vervangt met de betonnen plaat door roosters, bovendien zal men in eerste aanleg een fytosanitaire behandeling uitvoeren (gif spuiten) ter bestrijding van de cochenille(luis).

 “Het lijdt geen twijfel, dat de toestand van de dragos ons ertoe heeft gebracht, om te beslissen, moderne, niet agressieve, middelen te gebruiken, die nog niet eerder zijn ingezet bij dergelijke ervaringen. Opmerkelijk genoeg, is de drago die de meeste schade vertoont: de boom, die zich het beste heeft hersteld, aldus de technici.

Nu is het alleen nog een kwestie van de gezondheidstoestand van deze bomen in de gaten houden, waarvan het herstel  €15.396,= heeft gekost.
kleurlogoCanarias.png


De 'rabo de gato' is goed om er papier van te maken

‘Kattenstaart’ groeit overal

LA LAGUNA - zaterdag 2 februari 2013 - De Pennisetum setaceum, beter bekend als ‘rabo de gato’ (kattenstaart), is een invasieve plant die voorkomt op de Canarische Eilanden en in Andalusië, waarmee onderzoekers van de Universiteit van La Laguna (ULL) papier gemaakt hebben wat dient, om er van alles van te vervaardigen, van dozen voor het verpakken van wijnflessen tot aan visitekaartjes.

Het vernieuwende van dit onderzoek zit niet in de methode papier te vervaardigen, dat doet men ambachtelijk, maar wel in het feit, dat men een duurzame uitweg zoekt voor deze plant, die zich op een agressieve manier verspreidt en die moeiteloos de autochtone soorten vervangt.  Aldus de uitleg van Alfonso Ruiz, professor Ontwerpen aan de Faculteit van de Schone Kunsten, van de ULL, “dat men een voor de lokale biodiversiteit, schadelijke soort controleert.”


           Pennisetum setaceum beter bekend als ‘rabo de gato’ (‘kattenstaart’).
Met een hoeveelheid cellulosepulp in zijn handen benadrukt Alfonso Ruiz het belang van dit project, dat wordt gefinancierd door het Cabildo (Eilandbestuur) van Tenerife en ondersteund door de ULL, de Universiteit van Barcelona en het Geobotanisch Instituut in Hannover (Duitsland) - gedurende het gehele proces van papierproductie duurzaam is.

Het papier wordt niet gebleekt; om esthetische redenen en het vermijden van chemische substanties, reinigt men het water van de productielijn, om het te hergebruiken; en de onderzoekers zoeken naar een manier, om duurzame energie te gebruiken. Het papierfabricageproces lijkt eenvoudig: in een hogedrukpan kookt men de plant met soda - om het lignine (een stof uit de celwand van planten die een ongewenste verkleuring van het papier kan geven) te verwijderen - en zo verkrijgt men een hoeveelheid cellulose-pulp, die men maalt en in water oplost voordat men deze perst en droogt.

Eenmaal gedroogd, dan is het papier; een okerkleurige papyrus met een ruwe structuur, welke men kan gebruiken om er milieubewust dozen, onderzetters en placemats van te maken.

“Wat men er van maakt, zou zich kunnen richten op de toeristische sector, op de ambachten en oop de voedingsindustrie, om het imago van biologische producten te verbeteren,” zo verzekert Alfonso Ruiz.

Naar zijn mening is het een ideaal verpakkingsproduct, voor draagtasjes waarmee de toeristen de spullen kunnen vervoeren die ze kopen en deze zodoende niet alleen bijdragen aan het onder controle houden van deze invasieve plant en de uitroeiing ervan, maar elke toerist ook doet aan verbetering van  het landschap.

Aan dit onderzoek nemen ingenieurs, professoren van de Schone Kunsten, chemici en biologen deel, die meer ecologische manieren zoeken om het maximale uit deze plant te halen die in staat is in weinig tijd veel ruimte te koloniseren.

De professor van de Afdeling Plantkunde van de ULL, Victoria Eugenia Martin, die eveneens deelneemt aan deze studie, benadrukt, dat de Pennisetum setaceum - die afkomstig is uit Afrika - voor komt in de lager gelegen delen van de Canarische Eilanden en in de provincies Málaga en Almería, waar deze gemakkelijk te traceren is langs de autowegen.

“Het nut van dit project is, de gehele wereld bewust te maken van de ernst van invasieve soorten en van het belang van de controle erop. Dit is een uitweg,” zo voegt Alfonso Ruiz toe.
kleurlogoCanarias.png


Gran Canaria gaat groen 2013 in…

GRAN CANARIA - dinsdag 1 januari 2013, Nieuwjaarsdag - En groen is het, nu het Eilanad al haar groene lentetooi laat zien:








 

kleurlogoCanarias.png


Eilandbestuur wil
de Jardín Canario privatiseren
bezoekers moeten entree gaan betalen

Onderzoekswerk blijft
voor rekening van het departement Milieuzaken

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - zaterdag 15 december 2012 - Het Cabildo (Eilandbestuur) van Gran Canaria heeft opdracht gegeven tot een studie voor de toekenning van de exploitatie van de Jardín Canario aan een private onderneming en ook is men voornemens entree te verlangen van de bezoekers aan dit park.

De Onderzoeksafdeling blijft in handen van de overheid. De eilandminister van Milieuzaken,  María del Mar Arévalo,  heeft deze plannen aangekondigd tijdens de viering van de 60ste verjaardag van de botanische tuin Viera y Clavijo, die met de pensionering van David Bramwell - directeur sinds 1974 - een nieuwe levensfase ingaat.
cabildo-planea_large.jpg

“Sinds het midden van de vorige Eeuw, toen Sventenius droomde van een referentiepunt voor de fora van Macaronesië, is de Jardín Canaria voortdurend uitgebreid en nu is deze op peil, maar nu moeten er nieuwe uitdagingen worden aangegaan, een ander model in beheer,” zo heeft Arévalo uitgelegd, die heeft aangegeven, dat het idee van het bestuur van José Miguel Bravo de Laguna, “het toekennen is van een deel van de exploitatie aan een bedrijf, dat dit gaat beheren en dynamiek in het geheel brengt.”
portada3_large.jpg

“Het Eilandbestuur,” zo merkt de minister van Milieuzaken op, “ zoekt een financiële vergoeding via de toeristische  exploitatie van het park, dat jaarlijks 20.000 bezoekers ontvangt. Arévalo heeft verzekerd, dat bijna alle botanische tuinen die een degelijk groot publiek trekken, een entreeprijs heffen voor het onderhoud van hun park. Over de entree heeft ze gezegd, dat men de voor en nadelen aan het afwegen is, maar ze heeft ook laten weten, dat de entree speciaal gedacht is voor toeristen en, dat er uitzonderingen zullen zijn voor scholieren en eilandbewoners, die een minimale prijs zullen gaan betalen. De maatregel zou eind 2013 kunnen ingaan.

“We zijn van mening, dat de tuin rijkdom en waarden heeft welke de honderdduizenden toeristen die jaarlijks Gran Canaria bezoeken, willen leren kennen,”· heeft Arévalo gezegd. Daartoe zal men een parkeerplaats moeten aanleggen en de voorziening moeten verbeteren; een oude wens van David Bramwell, waarvan het Eilandbestuur heeft toegezegd, die gedurende dit mandaat te zullen vervullen.
kleurlogoCanarias.png


Op Gran Canaria 2,5 keer zoveel
beboste oppervlakte 
dan een eeuw geleden

GRAN CANARIA - zondag 9 december 2012 - Van de geschatte 6.000 hectare aan bebost oppervlak in de tweede helft van de twintigste Eeuw, minder dan 6% van de eilandoppervlakte en het historisch minimum, telt Gran Canaria er tegenwoordig 17.500, ofwel 15% van het eilandoppervlak. Bovendien verkeert 20.000 hectare in een fase van natuurlijk herstel.

In de loop van de afgelopen 100 jaar is met een toename van 2,5 keer zoveel, de hoeveelheid bos op Gran Canaria zelfs meer, dan die welke men oerwoud noemde ten tijde van haar Conquista (Verovering door de Spanjaarden), zo becijfert het Ministerie van Milieuzaken, van het Cabildo (Eilandbestuur).


De bovenste foto toon de huidige situatie in de bergkom van Tejeda; op de onderste foto is de situatie te zien in de tweede helft van de 20ste Eeuw, toen de beboste oppervlakte - met minder dan 6.000 hectare - minimaal was, daar waar die ooit het oerwoud van Doramas werd genoemd.

Van het historisch minimum, met minder dan 6.000 hectare aan beboste bergen, heeft men gedurende de tweede helft van de 20ste Eeuw een beboste oppervlakte weten te bereiken van tegenwoordig 17.500 hectare, als resultaat van een onophoudelijke herbebossing, zowel door de overheid als op privaat initiatief, wat in gang gezet is door het Cabildo (Eilandbestuur) toen dit een eeuw geleden in het leven is geroepen. Hoewel met 15% van het eilandoppervlak aan bos, dit nog steeds ver verwijderd van een bebossing van 60% welke men als optimaal beschouwt

Bijna de helft van deze beboste bergen, om precies te zijn 6.700 hectare, kan rekenen op de FSC-certificering*,  een internationale erkenning voor de kwaliteit van het op het eiland gevoerde bosbeheer.


FSC-CERTIFICERING*
FSC staat voor: Forest Stewardship Council (Raad voor Bosbeheer) en FSC-certificering betekent, dat deze niet gouvernementele organisatie (NGO) vaststelt, of door een bedrijf, instantie, of instelling voldaan wordt aan een aantal vereisten (voor goed bosbeheer) welke in FSC-standaards zijn vastgelegd. Wanneer dit het geval is, wordt aan een bedrijf, instantie,of instelling een FSC-certificaat overhandigd.
fsc_large.jpg

Binnen het FSC-systeem bestaan twee vormen van certificering:
- Certificering van bosbeheer:
Dit geeft de zekerheid, dat het bosbeheer voldoet aan de op de FSC-principes en criteria gebaseerde standaard voor goed bosbeheer en dus aan hoge eisen voldoet m.b.t. economie, ecologie en sociale aspecten; certificering vindt plaats op niveau van een individueel bos (Forest Management Unit)
dgrg_large.jpg
images331_large.jpg

 

Eilandbestuur wil aanzien veranderen
van de autosnelweg GC-1

Zes miljoen euro investering  in drie jaar tijd
voor verbetering landschap  waarin toeristen zich verplaatsen

LONDEN - donderdag 8 november 2012 - Gran Canaria krijgt een beter aanzien voor de toeristen, vanaf het moment, dat deze landen, totdat de toeristen weer opstijgen. De Eilandpresident, José Miguel Bravo de Laguna, heeft op dinsdag 6 november 2012 aan diverse horeca-ondernemers die de WTM in Londen bezochten zijn plan gepresenteerd ter verfraaiing va de omgeving van de autosnelweg vanaf de luchthaven tot aan Puerto Rico (vanaf medio 2013 tot aam Mogán) en vanaf Gando tot aan de hoofdstad van Gran Canaria.

Vegetatie op de berghellingen zover het oog reikt, nachtelijke verlichting en het gebruik van de kleuren blauw een geel, maken onderdeel uit van het project wat men gaat uitvoeren in 2013 en wat in 2015 voltooid zal zijn, met een investering van 9 miljoen euro (3 miljoen euro per jaar).


De stand van Canarias op de World Travel Market in Londen, op dinsdag 6 november 2012.

Zo wil Bravo het ‘Plan Estratégico’ (‘Strategisch Plan)’ redden wat de huidige minister van Industrie, Energie en Toerisme in de Spaanse Regering, José Manuel Soria, bij het Cabildo (Eilandbestuur) in 2004 achtergelaten heeft, toen hij het Eilandbestuur leidde. “Men moet het actualiseren, maar we vinden nu, dat het acties zijn die prioriteit verdienen en urgentie hebben, zo heeft de huidige Eilandpresident op dinsdag 6 november 2012 laten weten.



Bravo de Laguna voegde hier aan toe, “ik ben altijd al van mening geweest, dat Gran  Canaria een opknapbeurt nodig heeft, en we begrijpen, dat het daarbij gaat om gebieden die als eerste door de toeristen worden gezien als ze op het eiland aankomen, omdat deze sector fundamenteel is voor onze economie.”

 
 

Het Cabildo (Eilandbestuur) overweegt, om in 2013 te beginnen met de aanbesteding van de werkzaamheden en daarmee ook werkgelegenheid te creëren, daartoe zal men in december 2012 voorstellen doen in de voltallige zitting van het Eilandbestuur, om dit goedgekeurd te krijgen. Deze actie ter verfraaiing omvat de aanplant van bosschage die combineert met de omgeving van de kust; het gebruik van geschikte, op het groen aangepaste, stenen; het camoufleren van voetgangerstunnels en viaducten voor autoverkeer met een speciaal decor en het aanbrengen van speciale verlichting. Ook wil men sommige ingrepen doen, om met groenvoorziening de kleuren van de bergen aan te passen welke het meest zichtbaar zijn voor passagiers als ze op het punt staan te landen op Gran Canaria.

 

Het eilandbestuur wil ook de verlaten tomatenkassen aanpakken die verspreid in het landschap richting Zuiden liggen. Het kapotte plastic op deze transfer is een beeld geworden, wat men associeert met het eilandlandschap, dat men nu wil veranderen met groenkleuren die het aanzien van de omgeving verbeteren. Daartoe zal het nodig zijn gesprekken aan te gaan met de particulieren, voor een ambitieuze ingreep die, zo zegt Bravo de Laguna, “ook geen al te grote investering vergt.”
                                     index40_large.jpg
De eilandpresident heeft opgemerkt, dat de concrete projecten nog in de ontwerpfase verkeren en, dat men rekent op de medewerking van landschapsdeskundigen en architecten voor het verbeteren van het imago, dat Gran Canaria wil verkopen aan de bezoeker. Daartoe zal men geel en blauw gebruiken, de kleuren van de eilandvlag. Het voornaamste concept is het verbeteren van het aanzicht van de wegbermen van de autosnelweg die tot aan Mogán leidt; waarvan het laatste gedeelte nog in aanleg is en wat, als alles goed gaat, half 2013 voor het verkeer opengesteld zal worden.
autopista-gc11_large.jpg
20080218223109-esculturas-febrero2007-091rrr_large.jpg
De verbinding met Telde
Het Cabildo (Eilandbestuur) wil ook de verbinding van de Luchthaven Gando naar Telde verfraaien. De eilandpresident noemt met name de activiteiten in deze stad als voorbeeld voor het verbeteren van het landschap, evenals de veranderingen die de laatste jaren de invalswegen van Las Palmas de Gran Canaria hebben ondergaan

img-8877_large.jpg

Bravo de Laguna heeft een beeld geschetst van een 'Groenstrook' (groen merk’) als de belangrijkste externe promotie van het Eiland, in een poging het imago van Gran  Canaria te verbeteren en af te stemmen op het toeristische aanbod als ecologische bestemming met natuurlijke waarde.

Deze verfraaiingswerkzaamheden zal men niet in een handomdraai uitvoeren. De eilandpresident heeft laten weten, dat men nog steeds de beslissing moet nemen, of men ertoe over zal gaan om de projecten per weg-tracé zal gaan uitvoeren, of meer op plaatselijke, strategische punten. Waarbij  men van mening is, dat de eerste mogelijkheid de voorkeur geniet.
kleurlogoCanarias.png


Burgemeester Cardona
wil palmen-route aanleggen
met 2.800 soorten uit de hele wereld

In 2014 vindt de‘Vijfde Ontmoeting van Spaanse Gemeenten en biodiversiteit’ plaats  in de hoofdstad van Gran Canaria

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA  -  woensdag 3 oktober 2012 - De burgemeester van Las Palmas de Gran Canaria, Juan José Cardona, heeft op dinsdag 2 oktober 2012 in Madrid, in het kader van de 'Vierde Ontmoeting van Spaanse Gemeenten en biodiversiteit' , onderdeel van de Vereniging Spaanse Gemeenten (Femp) die in 2014 in de Grancanarische hoofdstad plaatsvindt, het creëren van palmen-oases in de hoofdstad van Gran Canaria aangekondigd, waarin de 2.800 palmsoorten verzameld moeten worden die er wereldwijd bestaan en waarvan een honderdtal met uitsterven wordt bedreigd.


De burgemeester van Las Palmas de Gran Canaria, Juan José Cardona.

Hoewel hij  niet direct de locatie heeft aangegeven, heeft de eerste burger verduidelijkt, dat de palmen geplant zullen worden  in de diverse parken en groenstroken van de stad, bij voorkeur in de Barranco van La Ballena en in Tamaraceite. “We willen, dat ze kemerkende plaatsen bevolken voor het creëren van een palmen-route en we willen ze planten in hun natuurlijke omgeving,” heeft Cardona gezegd tegen de deelnemers aan deze vergadering.

De burgemeester heeft laten weten, dat het creëren van deze palmenoase een proces is “van lange adem”, maar, dat er contacten zijn met ambassades en consulaten van landen die autochtone palmensoorten hebben, om te bereiken, dat deze in de stad geplant kunnen worden. “We willen ook, dat private ondernemingen deelnemen en samenwerken in dit werk van milieubewustwording en, dat deze palmenoase het Gemeentebestuur zo min mogelijk kost,” zo heeft Cardona uitgelegd.

Cardona besloot zijn toespraak op dinsdag 2 oktober 2012 in Madrid, door alle gemeentebesturen van Spanje uit te nodigen deel te nemen  aan de ‘Vijfde Ontmoeting van Gemeenten en Biodiversiteit’, welke in 2014 zal plaatsvinden in de hoofdstad van Gran Canaria.

“Verdeeld binnen haar stadsgrenzen telt Las Palmas de Gran  Canaria ruim 21.000 palmen, waarvan er 13.000 van de Autochtone Canarische soort zijn en 7.000 die behoren tot 25 andere soorten wereldwijd,” zo heeft Cardona uitgelegd aan de aanwezigen op 2 oktober 2012. “Die toekomstige palmenoase zal gaan dienen als route die ons bevestigt als Atlantische hoofdstad van de biodiversiteit en hij nodigde de deelnemers uit de vergadering van de volgende editie bij te wonen.”
kleurlogoCanarias.png


Unanieme steun voor palmen-oases
langs de autosnelweg naar het Zuiden

MASPALOMAS - zondag 9 september 2012 - Er is dringend actie nodig. Dat is wat men aan het Patronato de Turismo (plm. de VVV) van Gran Canaria voorstelt, om de palmen-oases te redden welke zijn aangeplant naast de autosnelweg naar het Zuiden. Dit, na het lezen van een vlammende brief van de ondernemer Eufemiano Rodríguez aan de voorzitter van de vereniging van eigenaren van buitenhotelse logiesaccommodaties (appartementen- en bungalowverhuur), Tom Smulders.

“Het is een schande,” dat de palmenoases uitdrogen  langs de toegangsweg naar de belangrijkste toeristenbestemming van Canarias. Dit heeft de voorzitter van de Asociación de Empresarios de Alojamientos Turísticos (AETC), Tom Smulders, opgemerkt op zaterdag  8 september 2012 nadat hij het verzoek heeft ontvangen, dat het Patronato de Turismo (plm. de VVV) van Gran Canaria aandacht besteedt aan een verslag van de eigenaar van Viveros Mogán (boomkwekerij/tuincentrum), Eufemiano Rodríguez, die zich inzet voor dit “beklagenswaardige” milieuprobleem.


Uitdrogende palmen-oasen langs de autosnelweg naar het Zuiden, vanwege gebrek aan besproeiing en na een noodkreet van hoteliers en ondernemers van logiesbedrijven.

Volgens Smulders, na het lezen van het rapport van de boomkweker, “is iedereen het erover eens, dat men zo snel mogelijk maatregelen neemt,” hoewel men momenteel niet weet welke soort acties hiertoe binnen bereik liggen en hoe groot de omvang is.

Riego (besproeiing)
Het verslag, dat Rodríguez heeft overhandigd aan de werkgeversvereniging, is kort maar krachtig. Het begint met de opmerking, dat door overheidsproblemen bij de aanbesteding voor het onderhoud ervan, de palmen-oasen al ruim anderhalf jaar geen bevloeiing hebben gehad en, dat het onderhoudsbedrijf momenteel 12 mensen in dienst heeft voor onderhoud van het geheel, dat niet volledig van water wordt vooozien en, dat deze medewerkers zich bezig houden met snoeien en schoonmaken.
kleurlogoCanarias.png


De oudste pijnboom van Canarias lijdt pijn

EL PASO - woensdag 29 augustus 2012 - Een team van deskundigen zal nagaan wat voor behandeling de eeuwenoude boom nodig heeft die in El Paso (La Palma) op het plein bij de kapel van El Pino staat.

Verlies aan kracht
Het is niet bekend, of het als gevolg van de leeftijd is, of om de aantasting door de tijd, of om de milieuomstandigheden op de locatie waar de boom staat; maar zeker is, dat de pijnboom die geregistreerd staat als de oudste van Canarias, met een leeftijd van ongeveer 1.000 jaar, pijn heeft en een behandeling nodig heeft die helpt, om de vitaliteit te ondersteunen.


                  De dennenboom zal aan een controle worden onderworpen.
Sinds 2006 heeft dit historische 32 meter hoge exemplaar een derde van zijn kruin verloren. In de komende maanden zal een team van deskundigen nagaan welke behandelingen er precies nodig zijn, om te proberen het aanzien van het gebladerte te herwinnen. Men denkt zelf aan het inbrengen van een sonde voor het toedienen van vitamines.

De wethouder van Cultuur en Historisch Erfgoed, Andrés Carmona, van El Paso, “is uiterst bezorgd,” om de gezondheid van een pijnboom die hij beschouwt, “als een van de belangrijkste, levende, culturele elementen van La Palma en zelfs, van Canarias.”

Het exemplaar op het plein bij de kapel van Nuestra Señora del Pino zal worden uitgeroepen tot Bien de Interés Cultural (BIC) (Cultureel Erfgoed) vanwege zijn historische en culturele waarde. De procedure, om de boom een beschermde status te geven, is in behandeling en ligt momenteel ter publiekelijke inzage.

In de stam van deze kenmerkende, vegetarische kolos, zo wil de volksoverlevering, hebben de legers van de veroveraar Alonso Fernández de Lugo, rond 1492, tijdens de inlijving van het Eiland bij de Kroon van Castillië, een klein Mariabeeldje aangetroffen. Sindsdien wordt de dennenboom Pino de La Virgen (Pijnboom van de Maagd) genoemd en heeft men in de nabijheid ervan een kapel gebouwd, waar op elke eerste zondag van september, men het feest van de Pino (Pijnboom) viert.

In de studie naar de levensduur, via de jaarringen van de Pino de la Virgen, verzekeren de  professoren María del Mar Génova, Carlos Santana en Ernesto Martín, “dat het een van de oudste exemplaren van de pino canario is die er momenteel op de Archipel bestaan, die een enorme historische, wetenschappelijke en culturele waarde heeft welke men adequaat moet bewaren en beschermen.”

Sanitaire boomchirurgie
Maar de Pino de la Virgen, die een kruin heeft ontwikkeld van 300 m², heeft al een tijdlang een slechte gezondheid, De boom verliest aan volume en kleur. Deze  staat gevangen in de bestrating van het plein bij de kapel; een aanleg, die men is gestart in 2001 en die de zuurstofvoorziening naar de wortels bemoeilijkt.

De Gemeente El Paso heeft in 2008 een studie laten verrichten door de Afdeling Plantenziektenkunde van de Universiteit van La Laguna, om te weten in welke staat de boom zich bevindt. Bij die gelegenheid heeft men een algehele gezondmaking van de dennenboom aanbevolen, boomchirurgie en herinrichting van de omgeving.

De boom heeft toen wel een biologische behandeling ondergaan in de korst van de stam, met het afdichten van gaten  en een chirurgische ingreep, maar de civiele werken, die het verwijderen van de omringende bestrating en het vergroten van de omringende reling inhielden, heeft men niet uitgevoerd.

Andrés Carmona, die altijd al blijk heeft gegeven van  zijn persoonlijk belangstelling voor dit embleem van de gemeente, is van mening, “dat men niet op eigen houtje moet handelen, zonder te kunnen rekenen op de deskundigen, omdat men dan onomkeerbare vergissingen zou kunnen begaan,” zo laat hij weten. Hij laat verder weten, dat men na de zomer een overleg zal hebben in El Paso waarin de diverse technici hun mening zullen geven over de gezondheid van de boom en men zal bepalen, welke maatregelen men moet nemen, om de bladerkroon te herstellen. “Het zal gaan om maatregelen op de korte, de lange en de heel lange termijn, omdat we hopen, dat de pijnboom nog heek veel jaren blijft staan, zo merkt de wethouder van  Erfgoed op. “Er zijn geen nieuwe rapporten en we  wachten  op de mening van de deskundigen van de Universiteit van La Laguna,” zo voegt hij toe “De boom is meer aangetast, dan op het eerste gezicht lijkt,” zo geeft de wethouder toe.

Als maatregelen worden overwogen: het openen van de boomschors, het vernieuwen van de omgeving, het verwijderen van de betegeling, om meer zuurstof aan de wortels te geven en, het inbrengen  aan een sonde voor het toedienen van vitamines.

Vanwege aanhoudende droogte dit jaar, heeft de gemeentelijke plantsoenendienst zich genoodzaakt gezien de pijnboom van water te voorzien. “We hebben de boom enkele dagen een emmer water gegevem, maar het is ook niet goed, om veel water te geven,” zo merkt Carmona op.

De werkelijke gezondheidstoestand van dit embleem van El Paso is onbekend. "We weten, bijvoorbeeld, hoe een pijnboom reageert op een bosbrand, maar niet, hoe deze reageert, als deze een tijdlang begraven is onder de bestrating van het plein, die de wortels afsluit, en wat de verbreiding van schimmels en bacteriën bevordert," zegt de genoemde wethouder. "Wat duidelijk mag zijn, is, dat men na moet gaan, of de problemen te wijten zijn aan ouderdom, of de boom ziek is; of, dat het ligt aan  de milieuomstandigheden," zo voegt hij toe.

Het uitroepen tot BIC van de Pino de la Virgen, dient volgens Andrés Carmona, “om bekendheid te geven aan een van de  meest belangrijke, levende, culturele elementen van La Palma en, van Canarias.” “Bovendien”, zo voegt hij toe, “zal het een garantie zijn, dat andere instanties betrokken raken, bij de zaak,” om het legendarische exemplaar van de pino canario te redden die leeft op 930 meter hoogte op een rustig plekje in het openbare gebergte van El Paso.
kleurlogoCanarias.png


La Gomera opgenomen in
wereldwijd netwerk UNESCO-Natuurreservaten

LA GOMERA - dinsdag 24 juli 2012 -  La Gomera is officieel een nieuw UNESCO Beschermd Natuurreservaat. De UNESCO (de organisatie van de Verenigde Naties, voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur) heeft via haar MAB-programma (Man and Biosphere = Mensen en Natuur), op 11 Juli 2012 de namen van twintig nieuwe locaties gemeld die worden opgenomen in het World Network of Biosphere Reserves (Wereldwijd Netwerk van Natuurreservaten).

Het gaat om natuurgebieden in Europa, China, India, Indonesië, Japan en Mexico, met inbegrip van het eiland La Gomera, waardoor het aantal van de UNESCO -natuurreservaten is toegenomen.
500c314f32e7b_large.jpg

De lijst van Canarische UNESCO-natuurreservaten omvat:
- La Palma (verklaring in 1982 voor het gebied El Canal en Los Tilos; in 2002 uitgebreid tot het gehele eiland),
- Lanzarote (verklaard in 1993),
- El Hierro (sinds 2000),
- Gran Canaria (verklaard in 2005 en omvat ongeveer een derde deel van het eiland, met natuurreservaten  in de gemeenten San Bartolomé de
  Tirajana, Agaete, Mogán  en een klein deel van Vega de San Mateo, dat binnen het natuurreservaat Parque Rural de El Nublo ligt).
- Fuerteventura (Verklaard in 2009).

Tenerife en La Gomera zijn  tot nu toe de enige Canarische eilanden waar de UNESCO nog geen natuurreservaten heeft aangewezen. Op Tenerife zet de Stichting ‘Santa Cruz Sostenible’ (‘Santa Cruz Duurzaam’), opgericht door het Gemeentebestuur van Santa Cruz de Tenerife en de  bankinstelling CajaCanarias, sinds enige tijd zich in, om het Anaga-Massief verklaard te krijgen tot UNESCO-Natuurreservaat.

Natuurreservaten maken onderdeel uit van het UNESCO-programma ‘Mens en Natuur’. Doel van het programma is het ontwikkelen van strategieën voor duurzaam gebruik en het behoud van de biodiversiteit.

De Natuurreservaten zijn gebieden, waarvan het land, of de kust, in een bepaald ecosysteem zijn opgenomen, via het door de Internationale MAB-gesponsorde programma (Man and Biosphere) om een  voorbeeld te zijn van de balans tussen technologie, vooruitgang en natuur. Het doel is het creëren van een model voor de ideale interactie tussen mens en milieu in elke situatie.

De Eilandpresident van La Gomera, Casimiro Curbelo, heeft alle burgers van het eiland gefeliciteerd met deze titel en noemde dit een beloning voor gezamenlijke inspanningen en voortdurend werk. "Het is een begeerde erkenning, die ons eiland een plaats geeft die het verdient in  de ecosystemen van de wereld," aldus Curbelo en hij noemde de UNESCO-verklaring, een erkenning van de biodiversiteit en een uitdaging, om deze ook in de toekomst te behouden.

Wethouder Ventura del Carmen Rodríguez, die voor de ceremoniële uitreiking van de titel naar Parijs is gereisd, voegt hier aan toe, dat La Gomera van de UNESCO het predikaat ‘Excellent’ heeft gekregen, wat neerkomt op nog meer lof, en namens het Eilandbestuur heeft zij toegezegd, dat  zij de verplichtingen die voortvloeien uit de UNESCO-verklaring,  zullen nakomen.
4fe753d8308d8_large.jpg
Het Garajonay-juweel
Hat Nationale Park Garajonay op La Gomera, is met zijn bijna 4.000 hectare (10% van het eiland) een soortrijk en dus biologisch zeer interessant gebied. Garajonay heeft wereldwijd het grootste laurierbos. In 1986 is het Nationaal Park aangewezen door de UNESCO als "Erfgoed van de Mensheid". Garajonay is het eerste beschermde gebied in Spanje, dat is bekroond met deze titel. Het laurierbos is een uniek ecosysteem in de wereld, het is een bijzonder gemengd bos, dat miljoenen jaren geleden de Mediterrane kust, van de Atlantische Oceaan tot Klein-Azië bedekte.

De laurierbossen zijn nu vrijwel uitgestorven in de wereld en worden beschouwd als echte relikwieën van de natuur. Ze zijn alleen te vinden op de Macaronesische Archipel: de Canarische Eilanden, Madeira en de Azoren waar deze "bossen" overblijfselen zijn van het Tertiair.
Laurierbossen zijn er op de Canarische Eilanden niet alleen op La Gomera. In Tenerife treft men ze aan in het Anaga-gebergte en in de nabijheid van Teno (Monte del Agua). Op La Palma, in het El Canal-gebied en Los Tilos. Het El Cedro-bos in de Garajonay op La Gomera wordt beschouwd als de best bewaarde laurierbossen in de wereld.
kleurlogoCanarias.png


De minst veilige palmen staan in toeristengebieden

LAS PALMAS DE GRAN CANARIA - vrijdag 15 juni 2012 - Op Fuerteventura is op zondag 10 juni 2012  de vakantie voor twee Duitse toeristen in een drama geëindigd. Toen de mannen lagen te luieren in hun hangmat, knakte er een palmboom in twee stukken door een harde windvlaag en, is op de vakantiegangers gevallen. Voor de 41-jarige Duitse toerist  is de hulp te laat gekomen. De man was op slag dood.  De ander raakte zwaargewond  en is met een helikopter overgebracht naar het ziekenhuis.

Zo staan de minst veilige palmen in  de toeristengebieden. Op Gran Canaria worden door plagen aangetaste palmbomen het meest waargenomen op de middenberm van en, langs  de autosnelweg naar het Zuiden.

 
De palmbomen op Gran Canaria zijn gezond, maar toch bestaat een relatief gevaar op omvallende exemplaren in woonkernen en in de toeristengebieden, waar de meeste door insectenplagen en schimmels aangetaste exemplaren staan.


Palmen in Parque Santa Catalina, mooi... maar dodelijk!

In het afgelopen decennium, na het ongeval met dodelijke afloop in het Parque Santa Catalina in de hoofdstad van Gran Canaria, zijn de controles toegenomen, om zieke bomen te ontdekken en heeft men gekozen voor omhakken bij de minste of geringste verdenking van gevaar, maar er is geen volledige garantie te geven aan de voorbijgangers.
1339537387121-palmeras4_large.jpg

Na het recente ongeval met dodelijke afloop, veroorzaakt door een palmboom, op zondag 10 juni 2012 in een hotelcomplex in Morro Jable (Fuerteventura), hebben deskundigen in deze plantensoort verzekerd, dat sommige ziekten “heel moeilijk zijn vast te stellen,” wat  tot gevolg heeft, dat er  zich zo nu en dan ongelukken voordoen waarbij gewonden, of doden te betreuren zijn.

De ergste vijanden van de plamen is momenteel de Diocalandra frumenti-plaag (picudo común)  (algemene snuitkever) en de Thielaviopsis paradoxa-schimmel , legt Purificación Benito uit, hoofd van het fytopathologisch laboratorium  van de Granja Agrícola (Landbouwschool) van het Cabildo (Eilandbestuur), die de monsters bestudeert die onderhoudsbedrijven toesturen van palmenoases op de eilanden. Het is mogelijk dat een van deze twee ziekten de oorzaak is van dit ongeval op Fuerteventura, want de picudo rojo-plaag (rode snuitkever)  is nagenoeg uitgeroeid op de Archipel.

“Vanuit mijn zienswijze, en vanwege de monsters die naar het laboratorium komen, is  de meest gecompliceerde plaag momenteel die van de Diocalandra, die hier op Gran Canaria voorkomt op de autosnelweg naar het Zuiden, vooral ter hoogte van Bahía Feliz en bij de Faro (Vuurtoren) van Maspalomas,” benadrukt Purificación Benito.
1339537387121-palmeras2_large.jpg

Het dodelijkst is de Thielaviopsis-schimmel die het vaatstelsel van de palmboom aantast, wat ertoe leidt, dat deze minder flexibel wordt, omdat het binnenste weefsel wegrot, zegt Eduardo Franquis, die lid is van Tajalague de ‘Asociación Para la Defensa de la Palmera Canaria’ (Vereniging voor de Bescherming  van  de  Canarische Palmboom), een van de organisatoren van de Eerste Internationale Conferentie over de  Phoenix Canariensis.

In dat Forum heeft men gewaarschuwd voor de gevaren waaraan de plamen op het eiland bloot staan, om precies te zijn; die, welke aangeplant zijn in woonwijken en toeristengebieden, “Op dit eiland vallen veel palmbomen om, maar we merken dit alleen maar, in het geval, dat er schade veroorzaakt wordt,” zo laat Eduardo Franquis weten, die verzekert,  dat de geïmporteerde exemplaren als toeristisch sierelement in hotelcomplexen “de meest mishandelde” exemplaren zijn. “Men zet een boom niet in een bak van  een vierkante meter planten; zonder, dat de wortels kunnen uitgroeien,” zegt hij ironisch.
1339537387121-palmeras6_large.jpg

Silvestre (Wild)
“De palmen die het gezondst zijn,  zijn de exemplaren welke in het wild groeien op de meest ontoegankelijke bergruggen en in de natuurlijke palmenoases in het binnenland van het eiland, omdat die het minst worden blootgesteld aan plagen die de mens overbrengt,” verzekert de vertegenwoordiger van Tajalague.

Volgens hem, kan de omvang van het kappen worden verminderd door het nemen van  een aantal maatregelen, zoals het desinfecteren van de het gereedschap, dat de boshakkers zelf  gebruiken, want vaak zijn zij het, die de ziekte van de ene palmboom op de andere overbrengen.”

“Het is zeker,” voegt Franquis toe, “ dat de plagen moeilijk zijn te ontdekken, omdat ze in het binnenste van de stam zitten, of in het hart en, dat is het probleem, want bij het minste risico kiest men voor omhakken, terwijl we al jarenlang weten waar het gevaar zich bevindt.” Naar zijn mening is de beste manier, om de palmbomen te beschermen, “deze ze zo min mogelijk aan te raken.” Ook is hij van mening, dat het toerisme het traditionelen landbouwgebruik van deze soort  heeft veranderd, waardoor de populatie op veel plaatsen in het binnenland alarmerend is afgenomen.

1339537387121-palmeras7_large.jpg

Op het Eiland zijn 43.000 natuurlijke palmen geteld, maar men kent niet het aantal wat is aangeplant in straten, tuinen en toeristencomplexen. Alleen al in de hoofdstad van Gran  Canaria staan ongeveer 10.000 exemplaren, zo laat Purificación Benito weten.

De meest nauwkeurige cijfers komen uit de cartografische atlas die is samengesteld door een team van onderzoekers van de Universiteit van Las Palmas de Gran Canaria (ULPGC) en van het Cabildo (Eilandbestuur), dat 250 palmenoases  heeft geteld. Op deze lijst is de meest bekende die van La Sorrueda in Fataga en zijn de meest ontoegankelijke die van Acusa Verde en die in El Carrizal in Tejeda.


Pedro Sosa, professor van de Afdeling  Biologie van de ULPGC, merkt op, dat de verwaarlozing van de planten sommige palmenoases heeft gedegradeerd, die hetzelfde bevloeiingswater hebben gebruikt, om zich te ontwikkelen. Hij noemt als voorbeeld El Palmital en andere palmenoases in het middelhoge gebergte in het Noorden. Daarentegen zijn  er andere geregenereerd, omdat ze het water gebruikten, dat men niet voor de landbouw verzamelde.

De studie van het onderzoeksteam, dat geleid is door Pedro Sosa, benadrukt ook het herstel van de 16 palmenoases die zijn aangetast door de grote bosbrand van 2007. “ Onze palmen hebben een groot vermogen opnieuw te ontspruiten,”  zo voegt de Grancanarische bioloog toe.
kleurlogoCanarias.png


Order tot uitroeien van amandelbomen,  begraven

MADRID – zaterdag 25  februari 2012 - In de Spaanse Ministerraad van vrijdag 24 februari 2012 is goedkeuring gegeven tot herziening van het Decreet, dat het Ministerie van Milieuzaken heeft opgesteld onder de vorige, socialistische Regering, waarin men soorten zoals de amandelboom - een wijdverbreide cultuur in bepaalde delen van Canarias-, als indringer beschouwt, en daarom de uitroeiing ervan op de Archipel verplicht. Het Ministerie van Milieuzaken zal gezamenlijk met elke deelstaat een nieuw decreet gaan opstellen.

Met de op vrijdag 24 februari 2012 genomen beslissing, probeert  de PP-regering antwoord te geven, “op de onrust die is ontstaan in de Spaanse deelstaten en die, in opeenvolgende vergaderingen met het Ministerie van Landbouw, Voedingsmiddelen en Milieuzaken, hebben gewaarschuwd voor problemen en juridische onzekerheden, “ die dit Besluit heeft veroorzaakt wat op 13 december 2011 in werking is getreden.

 
De bereiding van gesuikerde amandelen in Tejeda.

Na  bekendmaking van de inhoud van het besluit, hebben vertegenwoordigers van de berggemeente, zoals die van Tejeda en Artenara, laten weten de nieuwe regelgeving af te wijzen omdat die van invloed is op hun aanzienlijke levensmiddelenindustrie, die daar al gevestigd is sinds de tweede helft van de 19de Eeuw en die bovendien de ruggengraat vormt van hun sociale en culturele erfgoed.

In de tekstwijziging die de Spaanse Regering op vrijdag 24 februari 2012 - ter beoordeling van de inhoud van het Besluit - heeft geratificeerd, geeft men een aantal specifieke doelen aan die conflict veroorzaken, zoals het geval is met “de karper en de regenboogforel, die al ruim een  eeuw zijn geïntegreerd in ons ecosysteem,” en men noemt specifiek, “de amandelbomen en de madroños (Arbutus = aardbeibomen) op de Canarische Eilanden,”  als “soorten die wijdverbreid zijn.”

Bovendien laat men weten,  dat tegen het genoemde ministeriële besluit, beroep is aangetekend door de Spaanse Visserij Federatie, om gevestigde flora en fauna op te nemen, zelfs in deelstaten zoals Castilla y León, Aragón en Catalonië die zaken in hoger beroep hebben aangetekend, om de gehele inhoud van het besluit te annuleren; een maatregel, waartoe de Canarische Regering niet is overgegaan, ondanks de media-aandacht die dit onderwerp heeft gekregen sinds het op 11 februari 2012 in de pers is verschenen.

Overeenstemming
Vanaf nu, aldus het Ministerie van Milieuzaken, met aan het hoofd minister  Miguel Arias Cañete, zal de Regering overleg plegen met de betreffende deelstaten , “voor versterking van het regelgevende kader voor de bestrijding en uitroeiing van invasieve, uitheemse soorten die een ernstige bedreiging vormen voor het milieu, in lijn met respect voor traditionele, economische activiteiten, zoals de jacht en de sportvisserij.”

 
De burgemeetser, Francisco Perera, voor het gemeentehuis van Tejeda.

Francisco Perera, burgemeester van Tejeda, die vanaf het eerste moment de uitsluiting van de amandelboom op de Archipel brandmerkte als “onzin”, heeft op vrijdag 24 februari 2012 -bij het bekend worden van de nieuw resolutie - bevestigd,  dat het gaat, “om het beste bericht wat men hem heeft kunnen geven.” Bovendien onderstreepte hij, hoe opmerkelijk het is, “dat de Partido Popular in zijn gemeente, zich tijdens de Gemeenteraadsvergadering van stemming tegen het decreet heeft onthouden.” Een houding, die zijn eigen fractie (Agrupación de Electores por Tejeda) in het Gemeentebestuur,  “opnieuw op zijn juist plaats heeft gezet.”
kleurlogoCanarias.png


 Landgoed Osorio
deelnemers ‘Transgrancanaria’
planten 200 bomen 

ARUCAS - zondag 19 februari 2012 - Op zaterdag 18 februari 2012 hebben 50 langeafstandslopers van de wedloop ‘The North Face Transgrancanaria’, in samenwerking met het Eilandbestuur van Gran Canaria, 200 bomen geplant in het gebied ´Lomo del Caballo´ van het landgoed Finca de Osorio. Het doel is, de (voet)sporen die deze wedloop in het milieu achterlaat, te minimaliseren.

Deze vrijwilligers hebben drie uur gewerkt met het doel de voetsporen die deze wedloop in het milieu achterlaat, te minimaliseren. The North Face Transgrancanaria zal in 2012 op 2, 3, 4 en maart  2012 plaatsvinden op het Eiland. Diverse punten waar de 1.800 lopers van deze route langs zullen komen, liggen in Beschermd Milieugebied van het eiland.


Finca Osorio, het landgoed in 'close up' gezien vanuit de ruimte.
0110_large.jpg

Fernando González, directeur  van The North Face Transgrancanaria, legt uit, “dat alle vrijwillige lopers hebben genoten van de bijzondere  ervaring, die het planten van een boom is. Met deze activiteit willen we aan de liefhebbers van de bergwandelsport laten zien, dat men iets aan de natuur kan teruggeven van wat zij ons geeft.”

 

 

In totaal heeft men een hectare herbeplant, met 100 lindebomen en 100 planten struikgewas, op een oppervlakte van 2 m² per boom, of plant. Daarnaast heeft men  irrigatiewerkzaamheden uitgevoerd en uiteindelijk de jonge aanplant van water voorzien.

 

 

Het Ministerie van Milieuzaken, van het Eilandbestuur van Gran  Canaria,  heeft 200 planten beschikbaar gesteld, evenals het benodigde materiaal voor het aanplanten ervan (schoffels, beschuttingsmateriaal en gieters) evenals coördinerend, technisch personeel voor de gehele herbebossings-actie.

Bovendien neemt het Eilandbestuur deel in de inzameling van afval wat men tijdens de wedloop produceert, door speciale  afvalcontainers te plaatsen op  divers locaties van het parcours, op de provianderingsplaatsen en bij de eindstreep.
kleurlogoCanarias.png


Madrid besluit tot uitroeiing van amandelbomen
op Gran Canaria

Maar ook van o.a. gras, kastanje, brem en cactus

MADID / CANARISCHE EILANDEN  - zaterdag 11 februari 2012 - Een Koninklijk Besluit, dat recentelijk is goedgekeurd door het Ministerie van Milieu stelt de uitroeiing voor van talrijke invasieve uitheemse soorten  voor, evenals voor die, met een invasief potentieel, welke al lang deel uitmaken van het economische en sociale leven op de Eilanden.
De almendro (amandelboom), de castañero (kastanjeboom), de retama (brem), het césped común (algemene grasgazon) en zelfs de tuneras (vijgcactussen)  staan op de zwarte lijst.

Tejeda en de Agglomeratie van het Middelhoge Gebergte eisen onmiddellijke intrekking van dit Koninklijk Besluit.


Een boerderij in Tejeda met amandelboomgaarden.

Tejeda viert dit weekeinde haar fiesta del almendro en flor (amandelbloesemfeest) , met de blik gericht op het herstel van de tuinbouwactiviteit die in de afgelopen decennia zoveel rijkdom bracht in de gemeente. Een initiatief, dat ook plaatsvindt van Valsequillo tot aan San Mateo, en wat wordt ondersteund door de recente aanplant van boomgaarden.


De voormalige minister van Milieuzaken, Rosa Águilar (PSOE).
'Groen', of... knettergek?

Echter, van deze en andere soorten zijn de dagen geteld. De resolutie die is ingediend door de voormalige minister  van Milieu, Rosa Águilar (PSOE), is van kracht sinds december 2011 en die eist van de bevoegde overheden, dat zij de nodige controlemaatregelen treffen en de mogelijke uitroeiing, “omdat deze soorten een van de voornaamste oorzaken zijn van het verlies aan biodiversiteit en zij ingrijpen in bijzonder kwetsbare leefomgevingen en ecosystemen, zoals die van de Eilanden.”

Het decreet voorziet in een Spaanse catalogus van invasieve uitheemse soorten, waaronder variëteiten zoals de Indiase vijgcactus, riet, acacia’s, mimosa’s, water-sla  en de dadelpalm.

Schade aan Gran Canaria
En op zijn beurt, is er een lijst van potentiële, invasieve, uitheemse soorten, die het verbod inhoudt op introductie in het wild en, die eveneens maatregelen bevat, om over te gaan tot uitroeiing. Deze bijlage bevat:
- de calas (Aronskelk - Zantedeschia aethiopica; Slangenwortel - Calla palustris;  Kokerbromelia  - Aechmea fasciata),
- de retama (brem),
- de castañero (kastanje),
- het césped común (algemene grasgazon),
- de pita (aloé vera),
- de madroño (aardbeienboom),
- de rode en de roze geranium,
- de almendro (amandelboom),
- de higos chumbos (cactusvijgen),
- de madreselva (kamperfoelie)
- de onagra (sleutelbloem).

De viceminister van Milieu, Guacimara Medina, van de Canarische Regering, heeft blijk gegeven van haar bezorgdheid over de opname van soorten zoals de amandelboom, waarvan zij opmerkt, dat dit een levend instrument is en waarom men van Madrid zal eisen het document aan te passen.

Ondertussen heeft de burgemeester blijk gegeven van zijn verontwaardiging over de op de lijst staande  soorten, voornamelijk,  de amandelboom. Daarnaast zal de Mancomunidad de las Medianías (Agglomeratie van het Middelhoge Gebergte) Madrid vragen om onmiddellijke intrekking van de lijst.
kleurlogoCanarias.png


 

kaart_canaria-5-50.jpg

aaaaLOGOMETBANNERGranCanariaActueel-2--415.jpg

zon-121.jpg